riet / riet ( het (o) | znw | rieten )
1葦 ()
2 (楽がっ 器き の) リード [van een blaasinstrument]
Kruisverwijzing
riet
lemma | meaning |
---|---|
a-阿 | transliteratie van de eerste letter van het Sanskriet |
ai-哀 | (in kanji combinaties) verdriet; leed; smart; medelijden |
aiba-愛馬 | lievelingspaard; geliefd [favoriet] paard |
aibyō-愛猫 | lievelingskat; geliefde [favoriete] kat [poes] |
aidokusho-愛読書 | het favoriete boek (van iemand); lievelingsboek |
aigi-愛妓 | de favoriete actrice of geisha (van iemand) |
aigin-愛吟 | het zingen van een geliefde [favoriete] melodie; het reciteren van een geliefd gedicht |
aikan-哀歓 | vreugde en verdriet |
aiki-愛器 | favoriete [lievelings-] (muziek)instrument [gereedschap] |
airaku-哀楽 | verdriet [droefheid] en plezier |
aiseki-哀惜 | verdriet; droefheid; treurnis; leed |
aisho-愛書 | lievelingsboek; favoriete boek |
aishōka-愛唱歌 | lievelingslied; favoriete lied |
aishōka-愛誦歌 | lievelingslied; favoriete gedicht |
aishū-哀愁 | droefheid; verdriet; smart; leed |
aiyō-愛用 | favoriete (gebruiks)voorwerp; het voorwerp dat men altijd graag gebruikt |
antena-アンテナ | voelspriet; voelhoorn (van dieren, b.v. insecten |
anzen-暗然 | verdrietig; triest; somber |
aramushiro-粗筵 | los geweven rieten mat |
ashi-葦 | riet (Phragmites australis) |
ashibue-葦笛 | rietpijp; rietfluit |
ashihara-葦原 | rietland, rietbed |
ashikari-葦刈 | het snijden van riet |
ashikari-葦刈 | rietsnijder |
ashipen-葦ペン | rieten pen (schrijfpen gemaakt van riet) |
aware-哀れ | droefheid; melancholie; verdriet; (onvervuld) verlangen |
aware-哀れ | Ah; Oh; (als tussenwerpsel: een woordje dat uitdrukking geeft aan diepe gevoelens van bewondering [vreugde; geluk; verdriet]; |
baraetī-バラエティー | verscheidenheid; variëteit; afwisseling |
baraetī-バラエティー | variété (theater) |
baraetībangumi-バラエティー番組 | variété (tv) programma |
baraetī・shō-バラエティー・ショー | variété show [voorstelling; theater] |
bōdobiru-ボードビル | blijspel; klucht; variété |
bongo-梵語 | Sanskriet |
bonji-梵字 | sanskriet (schrift) |
bonnon-梵音 | Sanskriet |
bōoku-茅屋 | een huis met een rieten dak |
bui・sain-ブイ・サイン | V-teken; victorieteken |
daisuki-大好き | zeer geliefd; favoriet |
dan-檀 | een offer in een tempel (vertaling van Sanskriet) |
danchō-断腸 | hartzeer; innig leed; smart; ziek van verdriet |
emono-得物 | handwapen; iemands favoriete [beste] wapen |
feraito-フェライト | ferriet (metaal) |
gaizen-慨然 | verontwaardiging; teleurstelling; verdriet |
gaki-餓鬼 | preta (Sanskriet); hongerige geest(en) |
gizensha-偽善者 | hypocriet; huichelaar |
gyōshu-業種 | industrietak; bedrijfstak |
hadakamugi-裸麦 | hemelgerst; naaktzadige gerst (Hordeum vulgare variëteit nudum) |
hai・arai-ハイ・アライ | jai alai, een balspel (soort squash, gespeeld met een rieten cesta) |
hamaogi-浜荻 | prachtriet [Amoer-zilvergras] dat langs het strand groeit |
hamaogi-浜荻 | (een andere naam voor 葦) riet (Phragmites australis) |
hātobureiku-ハートブレイク | liefdesverdriet; hartzeer |
henshu-変種 | variëteit; variant; mutatie |
hiiki-贔屓 | voorkeur; favoriet; lievelingetje; begunstiging |
hipokuritto-ヒポクリット | hypocriet; huichelaar |
hitan-悲嘆 | verdriet; leed; smart; droefheid |
hitotsubanashi-一つ話 | een bekende anekdote; een vaak terugkerend [favoriet] onderwerp van gesprek |
hiyameshizōri-冷や飯草履 | eenvoudige zori (traditionele Japanse rieten teensandalen) |
ikkiichiyū-一喜一憂 | afwisselend blij [vrolijk] en verdrietig [angstig]; tussen hoop en vrees |
indasutoriaru・pāku-インダストリアル・パーク | industriepark; (een complex van) industrieterreinen |
inseki-隕石 | meteoriet |
itami-痛み | (geestelijke) pijn; bezorgdheid; angst; verdriet |
iwagunjō-岩群青 | azuriet blauw |
japonika-ジャポニカ | japonica, wetenschappelijke naam voor plant-variëteiten |
kanashimi-悲しみ | verdriet; bedroefdheid; smart; leed |
kanashimu-悲しむ | verdrietig [bedroefd] zijn; rouwen |
kansan-甘酸 | vreugde en verdriet |
kareobana-枯れ尾花 | verdord Chinees prachtriet [Japans pampasgras] (Miscanthus sinensis) |
karukaya-刈萱 | algemene term voor rieten en grassen die geschikt zijn voor dakbedekking |
kawaridane-変わり種 | iets nieuws; variëteit; kruising |
kayabuki-茅葺き | rieten dak |
kidoairaku-喜怒哀楽 | de 4 menselijke emoties: vreugde, woede, verdriet en plezier |
kōgyōdanchi-工業団地 | industriepark; industrieterrein |
koppen-骨片 | spicule (in sponzen); scleriet (een verhard deel van het geleedpotige exoskelet) |
kūpe-クーペ | coupé (tweedeurs carrosserietype voor personenauto's) |
kusaba-草葉 | blaadjes gras; halmen; (gras)sprietjes |
kusabue-草笛 | rietfluit; riet [tong] (van blaasinstrument) |
kusabuki-草葺き | dakriet; rieten dakbedekking |
kusaya-草屋 | een hut [huis] met een rieten dak |
kusayane-草屋根 | een rieten dak |
kuyō-供養 | boeddhistische dienst voor een overledene (met offers en gebeden; Sanskriet pūjanā) |
kyūseki-休戚 | vreugde en verdriet; geluk en ongeluk |
māgaretto-マーガレット | (Argyranthemum frutescens) struikmargriet, zomermargriet |
manadeshi-愛弟子 | lieveling van de juf [meester; docent]; favoriete leerling |
morisoba-盛り蕎麦 | soba (boekweitnoedels) op een rieten schaal |
nageki-嘆き | verdriet; droefheid; klaagzang; rouw |
nagekiakasu-嘆き明かす | lang blijven rouwen; lange tijd doorbrengen in rouw [verdriet] |
nagekikurasu-嘆き暮らす | leven [dagen doorbrengen] in rouw en verdriet |
nageku-嘆く | treuren; verdriet hebben; weeklagen; rouwen; wenen |
nagori-名残 | gevoel van wanhoop [verdriet] bij een afscheid |
naku-泣く | huilen [wenen] (van vreugde of verdriet) |
namida-涙 | (menselijke) gevoelens (zoals medeleven en verdriet) |
narukosuge-鳴子菅 | soort kleine rietplant (Carex curvivicollis) |
nekokaburi-猫被り | een hypocriet; een huichelaar |
nukiosa-緯筬 | rietkam; weefkam |
nyoirinkannon-如意輪観音 | (Sanskriet: Cintāmaṇicakra) een bodhisattva, een van de manifestaties van Avalokiteśvara [Kannon] |
nyorai-如来 | (Sanskriet: tathāgata) de titel van Boeddha |
obana-尾花 | Chinees prachtriet; Japans pampasgras (Miscanthus sinensis) |
ōdōkō-黄銅鉱 | chalcopyriet; koperkies (CuFeS2) |
ogi-荻 | prachtriet; Amoer-zilvergras (Miscanthus sacchariflorus) |
omoteura-表裏 | hypocriet; oneerlijk; bedrieglijk |
oshikiri-押し切り | rietsnijder; hakselaar |
oshikiri-押し切り | het rietsnijden; hakselen |
petto-ペット | lieveling; favoriete [liefste] kind |
pettorosu-ペットロス | (het verdriet om) het verlies van een huisdier |
rateraito-ラテライト | (geologie) lateriet |
rīdo-リード | riet |
rīdo-リード | rietfluit; rietje (van blaasinstrument) |
rishū-離愁 | pijn [verdriet] van het afscheid(nemen) [scheiden] |
saibaihinshu-栽培品種 | cultivar; cultuurvariëteit |
sansasō-三叉槍 | drietand (attribuut van Poseidon) |
sansukuritto-サンスクリット | Sanskriet |
satōkibi-砂糖黍 | suikerriet |
seichōsangyō-成長産業 | industrietak in een groeisector; expansieve bedrijfstak |
sekibetsu-惜別 | het verdriet [leedwezen] bij het afscheid nemen; met tegenzin afscheid nemen |
shikuhakku-四苦八苦 | ellende; leed; angst; verdriet; pijn; grote tegenspoed |
shokkaku-触角 | (van insecten) voelspriet; antenne |
shōmyō-声明 | het zingen van boeddhistische teksten (in het Sanskriet of Chinees; m.n. in Tendai- en Shingon boeddhisme) |
shū-愁 | (in kanji combinaties) verdriet |
shuji-種子 | (shingon boeddhisme) sanskriet letter (het zaad, dat een boeddha of bodhisattva vertegenwoordigt) (ook 種子-しゅうじ) |
shurui-種類 | soort; type; variëteit; categorie |
shūshi-愁思 | droevige [verdrietige] gedachten; droefheid; bedroefdheid; verdriet |
shūzen-愁然 | melancholie; verdrietigheid; treurigheid |
sōoku-草屋 | rieten hut; huisje met rieten dak |
surīsamu-スリーサム | drietal; trio; triootje |
susuki-薄 | Chinees prachtriet; Japans pampasgras (Miscanthus sinensis) |
sutorō-ストロー | rietje (om mee te drinken) |
taimatsu-松明 | toorts; fakkel (gemaakt van dennenhout, bamboe, riet, e.d.) |
tajōtakon-多情多恨 | veel verdriet [zorgen] en teleurstellingen |
tōisu-籐椅子 | rotanstoel; rieten stoel |
tokuiwaza-得意技 | de favoriete [karakteristieke] techniek (van iemand in een vechtsport) |
tomabune-苫舟 | boot met een biezen (rieten) dak |
tomaya-苫屋 | hut [huis] met rieten dak |
tsubana-茅花 | rietstengel; riethalm |
tsukaeru-支える | een drukkend gevoel op de borst hebben, zich bedrukt voelen (door verdriet of zorgen) |
tsūku-痛苦 | leed; pijn; verdriet; smart |
tsuno-角 | voelspriet; antenne; voelhoorn |
tsūsetsu-痛切 | sterke [diepe; intense] gevoelens (van verdriet, pijn, e.d.) |
udonge-優曇華 | (Sanskriet) udumbara (een mythische plant die zogezegd eens in de 3000 jaar bloeide), wordt gebruikt als metafoor voor iets dat uiterst zeldzaam is |
unadareru-項垂れる | zijn hoofd buigen [laten hangen] (van verdriet of schaamte) |
uraganashii-心悲しい | weemoedig; verdrietig; triest |
uraomote-裏表 | twee gezichten hebben; hypocriet zijn |
uree-憂え | verdriet; rouw; wanhoop |
ureeru-憂える | rouwen; treuren; weeklagen; verdriet hebben |
urei-憂い | verdriet; rouw; wanhoop |
wabishii-侘しい | verdrietig; triest; troosteloos; somber; pijnlijk |
wabisuke-侘助 | Wabisuke camelia (een variëteit van de Camellia Japonica, met kleine enkele bloemen; vanwege hun eenvoud vaak gebruikt bij theeceremonies) |
warabuki-藁葺き | met (gevlochten) stro bedekt; strodak; rieten dak |
wase-早稲 | rijstvariëteit die vroeg rijpt; vroeg rijpende gewassen [vruchten] |
yakenomi-自棄飲み | het drinken uit wanhoop; zijn verdriet verdrinken |
yanebune-屋根船 | een kleine boot met een rieten dak |
yose-寄席 | variététheater [zaal]; concertzaal |
yoshi-葦 | riet (Phragmites) |
yoshibue-葦笛 | rietpijp; rietfluit |
zōri-草履 | traditionele Japanse rieten teensandalen |