fugi-不義 | onrechtvaardigheid; zedeloosheid; ongepastheid; wangedrag |
fugiri-不義理 | oneerlijkheid; onrechtvaardigheid; oneer; onrecht; ondankbaarheid |
fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
giki-義旗 | de vlag [het vaandel] (in de strijd) voor rechtvaardigheid |
giki-義気 | rechtvaardigheidsgevoel; ridderlijkheid |
giretsu-義烈 | heldhaftigheid; heldenmoed; sterk rechtvaardigheidsgevoel |
jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
kōdō-公道 | rechtvaardigheid; gerechtigheid |
kōhei-公平 | onpartijdigheid; rechtvaardigheid |
kōmei-公明 | rechtvaardigheid; gerechtigheid; eerlijkheid |
kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
seigi-正義 | gerechtigheid; rechtvaardigheid |
shakaiseigi-社会正義 | social rechtvaardigheid [gerechtigheid] |
tōhi-当否 | goed of fout; rechtvaardigheid |