Kruisverwijzing
periode
lemma | meaning |
---|---|
acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
agemai-上米 | belastingheffing in rijst bij de krijgsadel (ter verlichting van de financiële nood tijdens de Tokugawa periode) |
agemaki-揚巻 | dameskapsel uit de Meiji-periode |
ahōbarai-阿呆払い | een straf voor een samoerai in de Edo periode: zijn 2 zwaarden werden afgepakt (of hij werd uitgekleed), waarna hij werd verjaagd |
aisukageryū-愛洲陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] (ontstaan in de Muromachiperiode) |
aizakari-愛盛り | heel erg schattig [lief; snoezig]; de periode dat een kind het schattigst is |
akahon-赤本 | (kusasōshi) prentenboekje uit Edo periode |
akamon-赤門 | bijnaam voor de Universiteit van Tokio, waar de oude rode poort (de Goshudenpoort 御守殿門 uit de Edo periode) zich nu bevindt |
akijikan-空き時間 | vrije tijd; rustperiode; adempauze |
akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
ango-安居 | varsika (een term voor Boeddhistische training en meditatie gedurende een periode van 90 dagen) |
ankokujidai-暗黒時代 | een donkere [moeilijke; zware] tijd [periode] |
anna-安和 | kalmte en vrede; de naam van een keizerlijk tijdperk in het midden van de Heian-periode, 10e eeuw) |
anwa-安和 | kalmte en vrede; de naam van een keizerlijk tijdperk in het midden van de Heian-periode, 10e eeuw) |
an'ei-安永 | de naam van een jaarperiode (van 16-11-1772 tot 04-02-1781) |
apure・gēru-アプレ・ゲール | na-oorlogse periode; naoorlogs |
atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
ategaibuchi-宛行扶持 | de afgepaste hoeveelheid rijst die een baas betaalde als loon aan zijn knechten (Edo periode) |
ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
bakumatsu-幕末 | slotperiode van het Tokugawa shogunaat |
bakushin-幕臣 | vazal van de Shogun (Edo-periode) |
bango-蛮語 | (Edo periode) buitenlandse taal (soms ook met afkeurende bijbetekenis) |
banki-晩期 | laatste fase [stadium]; laatste periode |
ban'ya-番屋 | (Edo periode) hok [kot; kennel] van een waakhond |
bashoku-馬謖 | Ma Su, een Chinese generaal (190 - 228), die leefde in Shu Han tijdens de Drie Koninkrijken periode (221 - 280) |
battōtai-抜刀隊 | een speciale (met Japanse zwaarden bewapende) politie-eenheid (Meiji-periode) |
benkei-弁慶 | Benkei, een beroemde krijger uit de Kamakura-periode |
beru・epokku-ベル・エポック | belle époque (culturele periode ca. 1890-1910) |
bijin-美人 | Chinese hofdame (Han-periode) |
bikuni-比丘尼 | (Kamakura- en Muromachi-periode) rondreizende vrouwelijke entertainer (die optrad verkleed als non); prostituee |
buin-無音 | een lange stilte; lang zonder contact (b.v. briefwisseling, e.d.); het niets van zich laten horen gedurende een lange periode |
bunjinga-文人画 | literator schilderkunst (schilderkunst als nevenactiviteit van een literator, in China en later ook in Japan vanaf de Edo periode) |
bunkintakashimada-文金高島田 | kapsel van ongehuwde vrouwen in de Edo-periode (tegenwoordig nog gebruikt bij bruiloften) |
bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
chinpei-鎮兵 | (Nara-Heian periode) verdedigingsleger (voor de provincies Mutsu en Dewa in Japan) |
chūki-中期 | middellange termijn; middelste periode |
chūko-中古 | de (hist.) de Middeleeuwen (Heian periode in Japan) |
chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
chūu-中有 | (in Japans boeddhisme) transitieperiode van 49 dagen tussen overlijden en wedergeboorte |
daikan-大寒 | het midden van de winter; de koudste periode van de winter |
daimyō-大名 | daimyo (leenheer in de Edo periode) |
danjiki-断食 | de vasten (zelfonthouding van voedsel); vastenperiode |
dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
dotanba-土壇場 | (Edo periode) aarden platform waar executies [onthoofdingen) plaatsvonden |
doyō-土用 | de warmste periode van de zomer; de hondsdagen |
dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
edozuma-江戸褄 | Edo-patroon (een patroon, uit de late Edo-periode, op de zoom van een effen (m.n. zwarte) kimono) |
ekitei-駅逓 | (arch.) het transporteren van bagage van (post)station naar (post)station (zoals op de Tokaido route in de Edo periode) |
ekiteikyoku-駅逓局 | bagagetransport bureau (het bureau dat het bagagevervoer tussen de stations regelde in het begin van de Meiji periode) |
entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
entō-遠島 | verbanning naar een afgelegen eiland (Edo periode) |
fudasashi-札差し | (Tokugawa-periode) makelaar in rijst (handelaar die het recht had om geld te geven in ruil voor de rijsttoelagen van vazallen) |
fumie-踏み絵 | een christelijke afbeelding, waar men op moest lopen om te bewijzen geen aanhanger te zijn van het verboden christelijke geloof (Edo-periode) |
furan-孵卵 | uitbroeding; broedperiode; incubatie |
furebumi-触れ文 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
furegaki-触れ書き | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
gakki-学期 | (school; universiteit) lesblok; collegeperiode; semester |
gakuryō-学寮 | (Heian periode) verblijfhuis voor ambtenaren in opleiding |
gannen-元年 | het eerste jaar van een nieuwe keizer periode |
gekkei-月経 | menstruatie; menstruatieperiode |
gengō-元号 | (keizerlijke) regeringsperiode [tijdperk] |
giyaman-ギヤマン | (benaming uit Edo-periode voor) diamant |
gojūsantsugi-五十三次 | de 53 poststations op de oude Tōkaidō (Edo- Kyoto) route (in de Edo periode) |
gōruden・wīku-ゴールデン・ウィーク | Golden Week, jaarlijkse vakantieperiode in Japan in mei |
gosekke-五摂家 | de vijf regentenhuizen (voornaamste families van de Fujiwara-clan, vanaf het midden van de Kamakura-periode) |
gōshi-郷士 | (Edo periode) landedelman (uit de samurai klasse); landjonker; jonkheer |
goten'i-御殿医 | (in de Edo-periode) de arts [geneesheer] van de shoguns en leenheren |
gunkō-郡公 | (Jin [Chin] periode, China) koning van een klein koninkrijk |
hāfu-ハーフ | (bij voetbal e.d.) speelperiode: (eerste of tweede) helft |
haishakukin-拝借金 | de geldlening in de Edo periode van de bakufu regering aan daimyo, leenheren, tempels, e.d. |
hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
hanabie-花冷え | een (korte) periode van koud weer in de lente (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
hangaku-藩学 | han-school (onderwijsinstelling in de Edo-periode) |
hanki-半期 | halve termijn [periode] |
hankō-藩校 | (Edo periode) school van een domein [han] (voor hoger onderwijs) |
hankōki-反抗期 | opstandige fase [periode] (b.v. tijdens de puberteit) |
hanseki-版籍 | (Edo periode) register van een grondgebied en de bewoners |
hatago-旅籠 | (Edo-periode) verblijfkosten in een herberg (logies en eten) |
hatago-旅籠 | (Edo-periode) herberg |
hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand met etenswaren op reis |
hatagosen-旅籠銭 | (Edo-periode) verblijfskosten in een herberg (logies en maaltijden) |
hatagoya-旅籠屋 | (Edo-periode) herberg |
hataki-叩き | stokslagen; zweepslagen (als straf in de Edo-periode) |
hayabune-早船 | (Edo periode) snelle vracht- en passagier's boot (Japanse binnenzee) |
heianjidai-平安時代 | de Heian-periode (794-1185) |
heimon-閉門 | (Edo-periode) huisarrest |
heisei-平成 | Heisei, naam van de regeringsperiode (1989-2019) van keizer Akihito (1933-) |
heiseijidai-平成時代 | de Heisei periode (1989-2019) |
hiashi-日脚 | overdag (periode tussen zonsopgang en zonsondergang) |
hii-非違 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode |
hike-引け | sluiting van een zaak [sessie]; einde van een werkdag, [schoolperiode, etc] |
hikifune-引き船 | (afk. voor hikifunejorō) courtisane (Edo periode) |
hikifunejorō-引舟女郎 | courtisane (Edo periode) |
hikimayu-引眉 | de natuurlijke wenkbrauwen verwijderen, en dan wenkbrauwen op het voorhoofd tekenen (Pre-modern Japan, m.n. in de Heian periode, 794-1185) |
hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
hikite-引き手 | (afk. voor) een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
hikitechaya-引き手茶屋 | een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
hisabisa-久久 | (heel) lang geleden tijd [periode] |
hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
hitokoro-一頃 | een (bepaald) moment [periode]; eens |
honban-本番 | hoogtepunt van een tijdsperiode |
hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
hoshōkikan-保証期間 | garantieperiode |
hyakumonogatari-百物語 | 100 spookverhalen (gezelschapspel uit de Edo periode, van de 100 kaarsen doofde men er 1 na elk verhaal, na de laatste zou er een monster verschijnen) |
ichidai-一代 | heerschappij; regeringsperiode (van een vorst) |
ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
ikki-一期 | een periode [termijn] |
ikokusen-異国船 | buitenlandse schepen (in de Edo periode excl. de Nederlandse, Chinese en Koreaanse schepen) |
inpon-院本 | (Edo-periode) een gedrukt boek met alle songteksten van Joruri toneel |
inrō-印籠 | (Edo periode) traditioneel Japans doosje (voor het meenemen van kleine voorwerpen), gehangen aan de obi |
in'u-淫雨 | lange periode van zware regenval |
itchō-一朝 | korte tijd [periode] |
ittoki-一時 | (in de oude Japanse tijdverdeling) een periode van twee uren |
iwatokeiki-岩戸景気 | Iwato Boom ( periode van economische bloei, 1958-1961) |
izanagikeiki-いざなぎ景気 | de Izanagi hausse [hoogconjunctuur] (economische bloeiperiode in Japan van 1965-1970) |
jidai-時代 | tijdperk; periode |
jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
jidaishoku-時代色 | de sfeer [kenmerken; trends] van een bepaalde tijd [periode] |
jiguchi-地口 | (Muromachi periode) voorgevel-belasting (een tijdelijke belasting op huizen [percelen], in steden als Kyoto en Nara) |
jiguchisen-地口銭 | (Muromachi periode) een tijdelijke belasting op huizen [percelen] (in steden als Kyoto en Nara) |
jikan-時間 | tijd; tijdsperiode |
jikantai-時間帯 | tijdzone; tijdsperiode; tijdslot |
jiki-時期 | tijd; periode; seizoen; timing |
jinmukeiki-神武景気 | Jimmu Boom (periode van economische bloei in het midden van de jaren 1950) |
jin'ya-陣屋 | (Edo periode) residentie van de daimyo van een klein domein zonder kasteel |
jisen-耳栓 | traditionele oorbellen uit de Japanse Jomon periode |
jiten-辞典 | (vanaf de Meiji periode en in titels) woordenboek |
jitenjūki-自転周期 | rotatieperiode; omwentelingstijd |
jitsuroku-実録 | (afk. voor) een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
jitsurokumono-実録物 | een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
jobiraki-序開き | (toneel, in de Edo-periode) een eenakter, als voorprogramma voor een groot toneelstuk |
jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
jōmondoki-縄文土器 | Jōmon-aardewerk (met touwpatroon, gemaakt tijdens de Jōmon-periode) |
jorō-女郎 | prostituee (m.n. in de Edo-periode) |
jōshigun-娘子軍 | leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
jōshu-城主 | daimyō met een kasteel in bezit (Tokugawa periode) |
jun-旬 | een periode van 10 dagen (een derde deel van een maand) |
jun-旬 | een periode van 10 jaar |
jun-旬 | een periode van 10 maanden |
jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
junjitsu-旬日 | periode van (ongeveer) tien dagen |
kachū-家中 | (Edo periode) dienaar [vazal] in een han-domein; vazal van een daimyo; han-domein |
kaenshiki-火焔式 | aardewerk uit het midden van de Jomon-periode met deze decoratie |
kageryū-陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] ontstaan in de Muromachiperiode (de verkorte vorm van [愛洲陰流] aisukageryū) |
kagiya-鍵屋 | (Edo periode) bedrijfsnaam van een vuurwerkmaker |
kagonuke-籠抜け | een acrobatische act uit de Edo-periode |
kakurekirishitan-隠れキリシタン | geheime [ondergedoken] christelijke kerkgemeenschap (tijdens de onderdrukking van het christendom door het Tokugawa shogunaat in de Edo periode) |
kamigata-上方 | (Meiji periode) aanduiding voor de stad Kyoto |
kamiyashiki-上屋敷 | herenhuis van een daimyo (in de Edo-periode) |
kanazōshi-仮名草子 | Japans literair proza (uit de vroege Edo-periode), vrijwel geheel geschreven in kana |
kanbatsu-旱魃 | (lange) periode van droogte [gebrek aan regen]; droge periode |
kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
kannoiri-寒の入り | het begin van de midwinter periode (6 januari) |
kanōha-狩野派 | de Kanō school van Japanse schilderkunst (de meest dominante school van eind 15e eeuw tot de Meiji periode |
kanten-干天 | droog weer; droogte (lange droge periode zonder regen) |
kapitan-カピタン | opperhoofd van de Nederlandse handelspost in Nagasaki tijdens de Edo-periode |
karakami-唐紙 | Chinees papier met patronen erop gedrukt (in de Heian periode gebruikt als schrijfpapier, en later voor het bedekken van fusuma (schuifdeuren)) |
kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
karusan-カルサン | soort pofbroek (uit de Edoperiode) |
kawarakojiki-河原乞食 | (in de Edo-periode een denigrerende term voor) acteur; toneelspeler |
kayōkyoku-歌謡曲 | Japanse populaire liedjes (genre dat is ontstaan in de Showa-periode) |
kebiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
keibiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
kemari-蹴鞠 | een balsport, waarbij de bal de grond niet mag raken, gespeeld door Japanse hovelingen aan het keizerlijk hof (Heian periode) |
kenbiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
kendon-慳貪 | (Edo periode) een kom [1 portie] noedels (of rijst) |
kendon-慳貪 | (afk. voor) een prostituee (Edo periode) |
kendonjorō-倹飩女郎 | (afk. voor) een prostituee (Edo periode) |
ki-紀 | periode; tijdperk |
kigen-期限 | periode; termijn; tijdvak |
kikan-期間 | periode; termijn |
kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
kinrō-勤労 | werkaanstelling voor een vastgestelde periode |
kinshin-謹慎 | (Edo-periode) huisarrest |
kitamaebune-北前船 | handelsschepen op de Japanse Zee (Edo periode) |
koban-小判 | koban, oude Japanse (ovale gouden) munt (Edo periode) |
kodai-古代 | de oudheid; klassieke periode; het verre verleden |
kofunjidai-古墳時代 | Kofunperiode (ca. 250-538) |
kohon-古本 | handgeschreven manuscript of drukwerk van voor de Edo-periode |
kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
kōki-後期 | latere periode; tweede semester; laatste semester |
kōki-後期 | tweede termijn [laatste periode] (van een wisseltentoonstelling) |
kokinwakashū-古今和歌集 | Kokin Wakashū (dichtbundel uit de Heian periode) |
kokubunji-国分寺 | door de keizer gestichte boeddhistische tempels (Nara-periode) |
kōmō-紅毛 | (in de Edo-periode) Nederlander; Westerling; Europeaan |
kōmōjin-紅毛人 | (in de Edo-periode) Nederlander; Westerling; Europeaan |
komonjogaku-古文書学 | de studie van oude geschriften (m.n. voor de Edo periode); paleografie |
konki-今期 | deze periode [termijn]; de huidige periode |
kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
kubō-公方 | shogunaat (in Kamakura - Muromachi periode) |
kubō-公方 | shogun (na de Muromachi periode) |
kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
kuraizuke-位付け | in de Edo-periode een indeling van de landerijen [velden] en het toekennen van een klasse daaraan |
kuramono-暗者 | een prostituee in de Edo periode |
kurawankabune-食らわんか舟 | de benaming van de handelsscheepjes die etenswaren verkochten (in de Edo periode) |
kuraya-暗屋 | een bordeel in Edo periode |
kurayado-暗宿 | een bordeel in Edo periode |
kurayamiban-暗闇番 | (in de Edo periode) een bewaker [wachter] van de keuken |
kurayashiki-蔵屋敷 | (Edo periode) pakhuis van een daimyo (Japanse krijgsheer) |
kuremutsu-暮れ六つ | (term gebruikt in de Edo-periode voor) het vallen van de avond, ca. 18.00 uur |
kūringu・ofu-クーリング・オフ | afkoelingsperiode |
kusazōshi-草双紙 | kusazōshi (houtsnede prentenboeken in de Edo periode) |
kyōshi-狂詩 | humoristisch gedicht (Edo-periode) |
kyūaku-旧悪 | (Edo-periode) misdaad [misdrijf] waarop verjaring geldt (met uitzondering van moord e.d.) |
kyūkōkikan-休耕期間 | de periode dat een veld [terrein] braak ligt |
kyūyō-休養 | rust; ontspanning; herstel(periode) |
maeyaku-前厄 | (psychologie) het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
makki-末期 | de laatste periode [dagen; maanden; jaren]; de laatste [terminale] fase |
mappo-マッポ | (jargon; afk. voor Satsumappo) politieagent (Meiji periode) |
mappō-末法 | het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken; boeddhistische eschatologie |
mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
meakashi-目明かし | een privé-detective in de Edo-periode |
meiji-明治 | Meiji, de regeringsperiode (1868-1912) van keizer Mutsuhito (1852-1912) |
meijijidai-明治時代 | de Meiji periode (1868-1912) |
meyasubako-目安箱 | (Tokugawa periode) klachtenbus; ideeënbus |
mikudarihan-三下り半 | echtscheidingsbrief (in de Edo periode geschreven in drie en een halve regel) |
minamoto-源 | familienaam van een machtige clan (Heian en Kamakura periode) |
mizujaya-水茶屋 | (Edo periode) een theestalletje; theekraampje |
mochū-喪中 | rouwperiode; in de rouw |
monzenbarai-門前払い | (Edo periode) wegsturing van criminelen [veroordeelden] bij de poort van een magistraat |
mugetsu-無月 | maanloze periode; een tijd waarin de maan niet te zien is |
mushirobata-筵旗 | vlag gemaakt van een mushiro (mat van stro) aan een bamboestok (gebruikt bij boerenopstanden in de Edo-periode) |
myōgakin-冥加金 | zakelijke belasting tijdens de Edo periode |
nagasakie-長崎絵 | Nagasaki prenten (houtblok-prenten die in de Edo periode in Nagasaki werden gemaakt) |
nagaya-長屋 | Japans rijtjeshuis dat typisch was tijdens de Edo-periode |
nakaban-中番 | (Edo-periode) een wachthuis tussen twee kruispunten |
nanbā・sukūru-ナンバー・スクール | (een van) de acht oudste en meest prestigieuze middelbare scholen in Japan (in de Meiji periode) |
nanga-南画 | (Edo periode) schilderkunst van kunstenaars uit literaire kringen |
naniwabushi-浪花節 | verhalende liedjes uit de Edo periode |
natanezuyu-菜種梅雨 | lange periode van regen in de vroege lente |
natsugare-夏枯れ | een tijdelijke terugval in de verkoop bij winkels, etc. in de zomer periode; komkommertijd |
natsumuki-夏向き | zomertijd; zomer periode |
nendai-年代 | periode |
nengō-年号 | jaarperiode |
nenkan-年間 | (periode van) een jaar; jaarperiode; tijdperk |
nenki-年季 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
nenki-年期 | periode van één jaar |
nenki-年期 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
nennai-年内 | de periode binnen een jaar [voordat het jaar om is] |
ninjutsu-忍術 | (één van de tactieken van ninja's tijdens de samoerai periode) een vorm van spionage (door het gebruik van vermommingen, trucs, e.d.) |
nōhanki-農繁期 | periode met veel landbouwactiviteit; drukke tijd voor landbouwers |
nōkanki-農閑期 | periode van geringe landbouwactiviteit; stille tijd voor landbouwers |
nuhi-奴婢 | paria [outcast] in de juridische hiëarchie van de Heian periode (eind 7e tot 10e eeuw) |
numeri-滑り | (afk. voor) korte lied uit de Edo-periode; muziek in Kabuki |
numeriuta-滑り唄 | kort lied uit de Edo-periode; muziek in Kabuki |
ofuregaki-御触書 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
oiesōdō-お家騒動 | (Edo periode, bij feodale families) familievete; familietwist |
oiwakebushi-追分節 | een oud volksliedje (dat werd gezongen door ruiters, oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake, in de Nagano Prefectuur, in de Edo periode) |
oometsuke-大目付 | inspecteur-generaal van de overheid in de Edo-periode |
oomon-大門 | poort van Shin Yoshiwara (een bordeel in Edo-periode) |
osadamegaki-御定書 | wetgeving (in de edo periode) |
piriodo-ピリオド | periode (tijd) |
pitchi-ピッチ | bij het bergbeklimmen de periode tussen het ene gezekerde punt en het volgende |
rangaku-蘭学 | (lett. Nederlandse studies) de studie van westerse technologie en geneeskunde via de Nederlandse taal (Edo periode) |
ransei-乱世 | turbulente tijden [periode] |
reikyakukikan-冷却期間 | afkoelingsperiode |
reiwa-令和 | Reiwa, naam van de regeringsperiode (vanaf 1 mei 2019 -) van keizer Naruhito |
rōkyoku-浪曲 | ) andere naam voor naniwabushi) verhalende liedjes uit de Edo periode |
ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
ryōbun-領分 | (Edo periode) domein [leengoed] van een daimyo |
ryōjō-領城 | districtskasteel (van een daimyo in de Edo periode), als zetel van het bestuur van een district (als een centrale overheid) |
saitankikan-最短期間 | de kortste tijd [periode] |
sakari-盛り | bloeitijd; bloeiperiode; beste tijd |
sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
sankinkōtai-参勤交代 | (Edo periode) politiek systeem waarbij feodale heren (daimyo) werden verplicht om elk tweede jaar in Edo te verblijven |
sankō-三更 | de derde [middelste] periode [wacht] van de nacht |
sannen-三年 | (fig.) lange tijdsperiode |
sansei-参政 | (Meiji-periode) leenheer van een domein |
santo-三都 | de drie grote steden (in de Edo-periode: Edo, Kyoto, en Osaka) |
sasumata-刺股 | (Edo periode) een tweetandige (maanvormige) wapenstok (om criminelen te vangen) |
seichōki-成長期 | groeiperiode van kinderen |
seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
seiitaishōgun-征夷大将軍 | titel gegeven aan het opperhoofd van de regerende militaire macht in de Kamakura, Muromchi en Edo perioden |
seiki-盛期 | periode van voorspoed [welvaart] |
seimei-清明 | één van de 24 perioden van de zonnekalender (ca. 5 april) |
sengo-戦後 | na de oorlog; naoorlogse periode (m.n. na de Tweede Wereldoorlog) |
sengokujidai-戦国時代 | Sengoku periode (tijdperk van de oorlogvoerende staten in Japan, 1467-1568) |
senji-戦時 | oorlogstijd; periode van oorlog |
senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
senzen-戦前 | voor de oorlog; vooroorlogse periode (m.n. voor de Tweede Wereldoorlog) |
sesshon-セッション | zitting; vergadering; zittingsperiode; sessie |
sewamono-世話物 | eigentijdse stukken (Edo-periode) in Japanse traditioneel theater (zoals in kabuki, joruri en bunraku) |
shibagaki-柴垣 | (afk. voor) Shibagaki-dans (Edo periode) |
shibagaki-柴垣 | (afk. voor) Shibagaki-ballade (Edo periode) |
shibagakibushi-柴垣節 | Shibagaki-ballade (Edo periode) |
shibagakiodori-柴垣踊 | dans uit de Edo periode |
shigaku-視学 | schoolinspecteur (Meiji periode) |
shikenkikan-試験期間 | testperiode; proefperiode |
shiki-始期 | startdatum; beginperiode |
shimoyashiki-下屋敷 | (Edo periode) residentie van de daimyo in de buitenwijken van Edo |
shinko-新子 | (Edo periode) jonge geisha |
shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
shintaishi-新体詩 | nieuwe stijl (Japanse) poëzie (door Westerse invloeden in de vroege Meiji-periode) |
shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
shōbō-正法 | de Periode van de Ware Leer van Boeddha (de periode van vijfhonderd of duizend jaar na de dood van Sakyamuni) |
shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
shoki-初期 | de beginfase; het beginstadium; de eerste periode |
shōkō-小康 | (fig.) een korte adempauze; stabiele [rustige] periode (in de wereld) |
shokō-諸侯 | leenheer (Edo periode) |
shokuten-食店 | (term uit de Meiji periode) eethuis; eetgelegenheid; restaurant |
shōkyūshi-小休止 | korte vakantie [onderbreking; rustpauze; rustperiode] |
shōmon-蕉門 | leerlingen [volgelingen] van Matsuo Bashō (1644 - 1694), een dichter uit de Edo-periode) |
shōmyō-小名 | (Kamakura- en Muromachi-periodes) een feodale leenheer (daimyo) van lagere rang |
shōmyō-小名 | (Edo-periode) een feodale heer met een relatief klein grondgebied |
shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
shōsho-小暑 | het (milde) begin van de steeds warmer wordende zomerperiode (rond 7 juli) |
shōwa-昭和 | Showa, de regeringsperiode (1926-1989) van keizer Hirohito (1901-1989) |
shōwajidai-昭和時代 | de Showa periode (1926-1989) |
shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
shūki-周期 | cyclus; omwentelingsperiode |
shūki-秋期 | de herfstperiode; het herfstseizoen |
shūki-終期 | het einde van een bepaalde periode; einddatum |
shukuba-宿場 | (Edo periode) poststation; pleisterplaats |
shūrin-秋霖 | lange regenperiode in de herfst |
shusshi-出仕 | (in de Meiji periode) een ambtenaar in proeftijd; tijdelijke boventallige ambtenaren |
shūto-衆徒 | (in de Heian periode) monniken die in een grote tempels woonden (zij waren vaak ook krijgers) |
sonin-訴人 | (Kamakura en Muromachi periode) de eiser (in een rechtszaak) |
sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
sueokikikan-据え置き期間 | opschortingsperiode; aflossingsvrije periode |
sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
taikōtennō-大行天皇 | de aanduiding voor de naamperiode van een recent overleden keizer |
taikun-大君 | andere naam voor de shogun die tijdens de Edo-periode voor het buitenland werd gebruikt |
taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
taishō-大正 | Taisho, regeringsperiode (1912-1925) van keizer Yoshihito (1879-1926) |
taishōjidai-大正時代 | de Taisho periode (1912-1926) |
taiten-大典 | (boeddh. naam) Taiten, priester van de Rinzai-sekte (Zen boeddhisme) met een groot aantal dichtwerken op zijn naam (Edo-periode) |
tāmu-ターム | termijn; periode |
tayū-大夫 | (Edo-periode) courtisane met een hoge status |
tekki-適期 | juiste tijd; geschikte periode (b.v. om te planten of te oogsten) |
tekomai-手古舞 | festival dans (Edo periode) |
tenka-天下 | titel voor een shogun tijdens de Edo-periode |
tenpyōbunka-天平文化 | de Tenpyō cultuur (van de regeerperiode van keizer Shoyu in Nara, 729 - 749) |
tesuto・kyanpēn-テスト・キャンペーン | proefcampagne; testperiode |
teuchi-手打ち | (Edo periode) dankbetuiging van een kabuki-acteur aan een beschermheer [patroon] |
tōjinmage-唐人髷 | een haarstijl voor dames (Edo- tot Meiji-periode) |
tokai-渡海 | (afk. van) beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
tokaibune-渡海船 | beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
tōkaidōgojūsantsugi-東海道五十三次 | de 53 poststations op de oude Tōkaidō (Edo- Kyoto) route (in de Edo periode) |
tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
tsumado-妻戸 | een dubbele deur aan de gevelzijde van een villa (Heian periode) |
tsuribune-釣り船 | (Edo periode) vrouwenkapsel |
tsutsushimi-慎み | (Edo periode) strafmaatregel in de vorm van huisarrest bij de hofadel en krijgsadel |
tsuyubare-梅雨晴れ | zonnige periode tijdens het regenseizoen |
uchigi-袿 | (Heian periode) hofkleding |
uke-有卦 | periode van geluk [voorspoed] |
urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
uwamai-上米 | (Edo periode) belasting op rijst |
wakadoshiyori-若年寄 | een ambtenaar in de Edo periode |
wakatō-若党 | (Edo periode) jonge volgeling van een samoerai |
wakazakari-若盛り | de bloeiperiode van de jeugd |
wasan-和算 | Japanse wiskunde (een aparte wiskunde vorm, ontwikkeld in Japan tijdens de Edoperiode) |
wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
yachiyo-八千代 | (lett. 8000 jaar) zeer lange periode; eeuwigheid |
yakata-屋形 | daimyo (Japanse leenheer in de Edo periode) |
yakata-屋形 | (Heian periode) hofkoets (getrokken door ossen) |
yakumae-厄前 | (psychologie) het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
yamatoe-大和絵 | Yamato-e, Japanse schilderijen uit de Heian periode |
yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
yoriki-与力 | politieofficier (Edo periode) |
yoriki-与力 | een samoerai van lagere rang (assistent van een militaire aanvoerder) (Muromachi periode) |
yōtashi-用足し | (Edo periode) hofleverancier |
yotsugana-四つ仮名 | term die verwijst naar de vier klanken van de kana じ,ぢ,ず,づ (tot en met de Muromachi periode) |
yūhan-雄藩 | een machtige (feodale) clan (tijdens de Edo-periode) |
zaifu-在府 | (Edo-periode) het verplichte verblijf in de hoofdstad van een leenheer en zijn vazallen |
zaii-在位 | heerschappij [regeringsperiode] (van een vorst, koning, keizer) |
zenki-前期 | eerste semester; vorige semester; vorige periode |
zenki-前期 | eerste termijn [beginperiode] (van een wisseltentoonstelling) |
zenkikurikoshirieki-前期繰越利益 | ingehouden winsten aan het begin van een periode |
zenseiki-全盛期 | hoogtijdagen; gouden tijdperk; periode van bloei |
zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |