baichi-培地 | (biologie) voedingsbodem (voor het kweken van micro-organismen en cellen) |
biseibutsu-微生物 | microbe; micro-organisme |
genseidōbutsu-原生動物 | protozoön; protozo (eencellig dierlijk organisme) |
hakkōbyō-発酵病 | zymotische ziekte [waarbij een organisme of virus in het lichaam als een ferment optreedt] |
homeosutashisu-ホメオスタシス | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
ka-科 | classificatie van organismen en virussen; familie (van planten) |
kabi-黴 | schimmel (organisme) |
kin-菌 | schimmel (organisme) |
kiseipurankuton-気生プランクトン | aeroplankton; luchtplankton (in de lucht zwevende micro-organismen) |
kōchōdōbutsu-腔腸動物 | coelenterata; holtedieren; diblastische organismen |
kōjōsei-恒常性 | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
saibōgu-サイボーグ | cyborg (cybernetisch organisme, fantasiewezen dat half mens half machine is) |
seibutsu-生物 | levend wezen; organisme |
seitai-成体 | organisme dat voldoende volgroeid is om zich voort te planten |
seitai-生体 | levend wezen; organisme |
shiranui-不知火 | bioluminescentie, het uitstralen van licht door organismen in zee |
yūkitai-有機体 | organisme |