asaoki-朝起き | het vroeg opstaan |
asashan-朝シャン | het haarwassen in de ochtend (na het opstaan) |
fukkatsusuru-復活する | herleven; opstaan (uit de dood); herstellen (in de oude staat) |
hashigonori-梯子乗り | de persoon die acrobatiek op een rechtopstaande ladder uitvoert |
hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
hayaoki-早起き | het vroeg opstaan |
hayaokisuru-早起きする | vroeg opstaan |
homo・erekutosu-ホモ・エレクトス | de rechtopstaande mens |
kishō-起床 | het opstaan; het bed verlaten |
nanakorobiyaoki-七転び八起き | (spreekwoord) met vallen en opstaan (leren); al doende leert men (lett. 7 keer vallen, 8 keer opstaan) |
nebō-寝坊 | het laat opstaan; het zich verslapen |
nebōsuru-寝坊する | zich verslapen; laat opstaan |
neoki-寝起き | het ontwaken; opstaan |
okiagaru-起き上がる | opstaan; rechtop gaan zitten [staan] |
okigake-起きがけ | direct na het opstaan [wakker worden] |
okiru-起きる | wakker worden; opstaan |
shichitenhakki-七転八起 | met vallen en opstaan |
shikōsakugo-試行錯誤 | met vallen en opstaan; proefondervindelijk |
tachiagaru-立ち上がる | gaan staan; opstaan |
tachiai-立ち合い | opstaan (uit de hurkzit) om te beginnen met worstelen |
taiseki-退席 | vertrek; (zich) terugtrekken; opstaan (uit je stoel); weggaan |
tatsu-立つ | (rechtop) staan; gaan staan; opstaan (uit een stoel, etc.) |
tobiokiru-飛び起きる | uit het bed springen; (snel) opstaan; overeind springen |
tokobanare-床離れ | het opstaan (uit bed) |
toraiaru・ando・erā-トライアル・アンド・エラー | met vallen en opstaan; proefondervindelijk |