akeppiroge-開けっ広げ | oprechtheid; openhartigheid |
chūsei-忠誠 | loyaliteit; trouw; oprechtheid; eerlijkheid |
fujitsu-不実 | onoprechtheid; bedrog; bedriegerij; misleiding |
fushin-不信 | ontrouw; onoprechtheid |
fushōjiki-不正直 | oneerlijkheid; onoprechtheid |
futokugi-不徳義 | immoraliteit; oneerlijkheid; onoprechtheid |
gensei-厳正 | precisie; striktheid; strengheid; oprechtheid |
hontō-本当 | waarheid; juistheid; oprechtheid; authenticiteit |
hosomi-細み | een van de fundamentele principes van de shōfū- of Bashō-stijl in de Japanse poëzie, n.l. het streven naar verfijning en oprechtheid |
kagehinata-陰日向 | oneerlijkheid; onoprechtheid; twee kanten hebben |
kan-款 | welwillendheid; goedheid; vriendelijkheid; oprechtheid |
magokoro-真心 | oprechtheid; eerlijkheid |
makoto-誠 | eerlijkheid; oprechtheid; trouw(hartig)heid; toewijding |
matomo-正面 | eerlijkheid; oprechtheid |
nessei-熱誠 | totale [warme] eerlijkheid [oprechtheid] |
seii-誠意 | oprechtheid; eerlijkheid; goede trouw |
seijitsu-誠実 | oprechtheid; eerlijkheid; te goeder trouw |
sekisei-赤誠 | oprechtheid |
sekishin-赤心 | oprechtheid; openhartigheid; toewijding |
shinjitsu-信実 | eerlijkheid; oprechtheid; (te) goeder trouw |
shinshin-真心 | oprechtheid; eerlijkheid |
shisei-至誠 | oprechtheid; volledige toewijding |
shishin-至心 | oprechtheid |
shōjiki-正直 | eerlijkheid; oprechtheid |
sotchoku-率直 | eerlijkheid; oprechtheid |
tansei-丹誠 | oprechtheid; toewijding; inspanning |
tanshin-丹心 | oprechtheid, eerlijkheid; trouw |
teisei-貞正 | trouw [loyaliteit] en oprechtheid |