Kruisverwijzing
oog
lemma | meaning |
---|---|
ācherī-アーチェリー | het boogschieten |
āchi-アーチ | boog; arcade; gewelf; triomfboog |
agameru-崇める | hoogachten; bewonderen; verafgoden; aanbidden |
agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
agaru-上がる | omhoog gaan; stijgen; klimmen |
age-上げ | stijging; verhoging; het omhoog gaan [brengen] |
agehibari-揚げ雲雀 | een leeuwerik die hoog in de lucht vliegt |
ageita-上げ板 | (in een traditioneel theater) houten vloeren links en rechts waar het podium en de hanamichi (verhoogd pad naar toneel) samenkomen |
agekaji-上げ舵 | een ruk naar achteren aan de stuurknuppel van een vliegtuig (om het omhoog te laten vliegen) |
ageru-上げる | tillen; omhoog doen [houden]; (op)rijzen; opstijgen; omhoog gaan |
agesage-上げ下げ | (van de prijs) fluctuatie; stijging en daling van toonhoogte |
ageuma-上げ馬 | strijdros met boogschutter tijdens ceremonieën in heiligdommen |
ageuma-上げ馬 | het laatste paard als afsluiting bij een wedstrijd boogschieten te paard |
agezoko-上げ底 | verhoogde bodem [zool] |
ai-アイ | oog |
aibanku-アイバンク | oogbank (voor donor oogweefsel) |
aiji-愛児 | geliefd kind; oogappel |
aikyōbeni-愛敬紅 | rouge [lipstick; oogschaduw] (om de charme te vergroten [het uiterlijk te verfraaien]) |
aikyōsuru-愛敬する | liefhebben en respecteren [hoogachten] |
aimamieru-相見える | oog in oog staan met; (recht) tegenover staan; tegemoet treden |
airisu-アイリス | iris (in oog) |
aishadō-アイシャドー | oogschaduw (make-up) |
aishēdo-アイシェード | oogscherm; zonneklep |
aisuru-愛する | liefhebben; houden van; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in; belangrijk [waardevol] vinden; hoogachten; respect [bewonderi |
ai・kontakuto-アイ・コンタクト | oogcontact |
akaiwashi-赤鰯 | gedroogde (of ingemaakte) sardines |
akame-赤目 | bloeddoorlopen oog |
akanbē-あかんべえ | gezichtsuitdrukking waarbij men het onderste ooglid met een vinger naar beneden drukt en het rode gedeelte zichtbaar maakt (minachtend of afkeurend) |
ākēdo-アーケード | boog; overkapping (van een winkelstraat b.v.); galerij; speelhal |
akiage-秋上げ | (viering van) het einde van de rijstoogst |
akiochi-秋落ち | slechte oogst in de herfst |
akiochi-秋落ち | lage prijzen [opbrengst] voor de oogst |
akisaku-秋作 | herfstoogst |
akkan-圧巻 | het beste deel; het hoogtepunt (van een boek, voorstelling, voordracht, etc.) |
aku-悪 | lelijk; onooglijk; vuil [vies] |
aku-灰汁 | loog; schuim (in soep, e.d.) |
akuroporisu-アクロポリス | akropolis (hooggelegen burcht of citadel) |
ākutō-アーク灯 | booglicht |
ākuyōsetsu-アーク溶接 | het booglassen |
amaboshi-甘干し | geschilde, gedroogde perzik(ken) |
amagakeru-天翔る | hoog vliegen; zweven |
anaguma-穴熊 | Japanse das (zoogdier, Meles anaguma) |
anarogu-アナログ | analoog |
anguru-アングル | gezichtspunt; oogpunt; optiek |
annai-案内 | goed op de hoogte zijn; bepaalde informatie hebben |
aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
aomuku-仰向く | omhoog [naar boven] kijken; met het gezicht naar boven liggen |
aonoku-仰のく | omhoog [naar boven] kijken |
aoru-煽る | (prijzen) opdrijven; omhoog stuwen |
aotagai-青田買い | rijst kopen voordat het geoogst wordt (terwijl het nog op het rijstveld groeit) |
apekusu-アペクス | apex; hoogste punt; toppunt |
areshō-荒れ性 | (van huid) droogheid; droog zijn |
asupekuto-アスペクト | aspect; oogpunt; gezichtspunt |
atochi-跡地 | landbouwgrond (na de oogst) |
atogaki-後書き | nawoord; epiloog; naschrift; postscriptum |
atosaku-後作 | tweede oogst |
awabinoshi-鮑熨斗 | een smalle strip van gedroogde zeeoor |
azukarishiru-与り知る | op de hoogte zijn van; zich bewust zijn van; beseffen; betrokken zijn bij; te maken hebben met |
a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
ba-ば | (geeft de aanleiding van wat volgt, nl. een veronderstelling, betoog of beschouwing, etc. van iem.) gezien... |
baishoku-陪食 | het dineren met een hooggeplaatste [een vorst, e.d.) |
baku-貘 | tapir (zoogdier) |
bakuryūshu-麦粒腫 | gerstekorrel; strontje in het ooglid (hordeolum) |
bakushū-麦秋 | graanoogst |
banjō-万丈 | een enorme hoogte |
banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
basabasa-ばさばさ | rommelig; droog; slordig |
bashauma-馬車馬 | (fig.) oogkleppen op hebben; iets onverstoorbaar doen zonder afgeleid te worden door bijzaken |
batsu-跋 | epiloog; nawoord |
batsubun-跋文 | nawoord; epiloog |
bijin-美人 | (bijnaam voor) regenboog |
bikō-尾行 | (m.n. bij politieonderzoek) het schaduwen; (heimelijk) volgen; in het oog houden |
bintēji-ビンテージ | (tijd van de) )wijnoogst; wijn van een bepaald jaar; |
bōgen-ボーゲン | (bij het skiën) bocht; boog; draai |
bongan-凡眼 | (door) de ogen van een leek [amateur]; lekenoog; lekenoordeel |
bōshi-眸子 | (arch.) pupil (van het oog) |
bōtakatobi-棒高跳び | het polsstokhoogspringen; polsstokspringen; een polsstoksprong |
bugiugi-ブギウギ | boogiewoogie (muziek) |
bunkajin-文化人 | een hoogopgeleid [cultureel onderlegd] persoon |
chatsumi-茶摘み | de theepluk; het theeplukken; thee oogsten |
chinichi-知日 | goede kennis hebben van Japan; goed op de hoogte zijn van Japanse zaken |
chirimenjako-縮緬雑魚 | gedroogde kleine visjes |
chōjō-頂上 | top; hoogtepunt |
chokuritsusuru-直立する | rechtop staan; loodrecht omhoog stijgen |
chōruigakusha-鳥類学者 | ornitholoog; vogelkenner; vogelkundige |
chōshi-調子 | toon; toonhoogte |
chūgakusei-中学生 | leerling op middenschool (van hoogste klassen basisschool t/m brugklassen van middelbare school) |
chūsuru-沖する | hoog in de lucht stijgen |
chūten-沖天 | het hoog opklimmen [oprijzen; opstijgen] |
daiarōgu-ダイアローグ | dialoog |
daidakusha-代諾者 | wettelijk vertegenwoordiger; wettelijke voogd |
daiichininsha-第一人者 | de hoogstgeplaatste [meest gezaghebbende] persoon; degene met de hoogste rang; de leidende [invloedrijkste] persoon (op een bepaald gebied) |
daijōdan-大上段 | hooghartige houding |
dainagon-大納言 | raadslid van de hoogste rang aan het keizerlijk hof van Japan (7e-19e eeuw) |
dainichinyorai-大日如来 | Mahavairocana (in het Japans Esoterisch Boeddhisme de hoogste Boeddha van de Kosmos) |
dansa-段差 | hoogteverschil; niveauverschil (b.v. op een weg, terrein, etc.) |
deki-出来 | kwaliteit (b.v. van een oogst) |
demagōgu-デマゴーグ | demagoog |
denkiyōsetsu-電気溶接 | het elektrisch lassen; booglassen |
deshio-出潮 | hoogtij; vloed; hoogwater; opkomend tij |
dōbutsugakusha-動物学者 | zoöloog; dierkundige |
dōkō-瞳孔 | pupil (van het oog) |
dokomademo-何処までも | tot op zekere hoogte; tot het einde [uiterste]; in alle opzichten |
dokugo-独語 | alleenspraak; monoloog; het tegen zichzelf praten |
dokuhaku-独白 | monoloog; alleenspraak; het tegen zichzelf praten |
dōkutsugakusha-洞窟学者 | speleoloog; grotonderzoeker |
dokuwa-独話 | monoloog; alleenspraak |
donokurai-どのくらい | hoeveel (hoe hoog, hoe lang, hoe diep etc.) |
dorai-ドライ | droog |
doraiyā-ドライヤー | (was)droger; droogmachine; föhn |
dorai・ai-ドライ・アイ | droge ogen (oogaandoening, Keratoconjunctivitis sicca) |
dorai・aisu-ドライ・アイス | (Eng. dry ice) droogijs; koolzuursneeuw (vaste vorm van CO2, koolstofdioxide) |
dorai・furawā-ドライ・フラワー | droogbloem; gedroogde bloem |
egarappoi-蘞辛っぽい | droog [rasperig; ruw; schor] gevoel in de keel |
ekken-謁見 | audiëntie; officieel gehoor (verleend door een hooggeplaatst persoon) |
en'yō-艶容 | een aantrekkelijke [charmante; oogverblindende] verschijning (van een vrouw) |
erebēshon-エレベーション | hoogte; verhoging (Eng. elevation) |
fūgan-風眼 | (medisch) acute conjunctivitis (etterend oog) |
fūgan-風眼 | het oog van een tropische cycloon |
fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fukugan-複眼 | facetoog |
fukujusō-福寿草 | fazantoog (Adonis amurensis) |
funzorikaeru-ふんぞり返る | hooghartig [uit de hoogte] doen |
furesshu-フレッシュ | vers; pas geplukt [geoogst; gebakken] |
furiagebashi-振り上げ箸 | eetstokjes die omhoog gehouden worden en waar gebaren mee worden gemaakt, of naar iets of iemand gewezen wordt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
furiageru-振り上げる | omhoog [boven je hoofd] tillen [zwaaien; slaan] |
furikaburu-振り被る | omhooghouden; (boven je hoofd) zwaaien (met) |
furīzu・dorai-フリーズ・ドライ | (Eng.: freeze-dry) vriesdroog; het vriesdrogen |
fusaku-不作 | slechte [mislukte] oogst |
fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
ganbyō-眼病 | oogziekte |
ganka-眼科 | oogheelkunde; oftalmologie |
gankabyōin-眼科病院 | oogkliniek; oogziekenhuis |
gankagaku-眼科学 | oogheelkunde; oftalmologie |
ganka'i-眼科医 | oogarts; oogheelkundige |
ganpuku-眼福 | iets dat mooi is om te zien; een lust voor het oog; een plaatje |
gansekigakusha-岩石学者 | petroloog |
ganshitsu-眼疾 | oogziekte; oogkwaal; oogaandoening |
gantai-眼帯 | ooglapje; oogverband |
gantei-眼底 | fundus (van het oog) |
ganteikensa-眼底検査 | (oog) fundusonderzoek; oftalmoscopie; oogspiegelen |
ganteishukketsu-眼底出血 | fundusbloeding (in het oog) |
gan'i-願意 | het oogmerk [de bedoeling; de inhoud] van een verzoek [wens; gebed] |
gekō-下向 | het van de hoofdstad naar het platteland gaan; van een hooggelegen plaats naar een lagere plaats gaan |
gigi-巍巍 | torenhoog [reuzehoog] zijn |
gōgan-傲岸 | arrogantie; verwaandheid; hoogmoed |
gogyō-御形 | droogbloem; zevenjaarsbloem (Gnaphalium affine) |
gokokuhōjō-五穀豊穣 | overvloedige oogst (van de vijf granen) |
gokokuhōsaku-五穀豊作 | rijke oogst (van de vijf granen) |
gōkyū-強弓 | sterke boog (met een zwaar trekgewicht) |
gōkyū-強弓 | boogschutter met zo'n boog |
gomame-鱓 | gedroogde ansjovis |
gōman-傲慢 | hoogmoed; arrogantie; trots |
gōmanburei-傲慢無礼 | onbeschaamdheid; hoogmoed; brutaliteit |
gorogoro-ごろごろ | het brandende gevoel als er iets in je oog zit |
goten-御殿 | (erend woord voor) een residentie [herenhuis] van een hooggeplaatst persoon |
guguru-ググル | |
gunjisaibansho-軍事裁判所 | (standaard benaming voor) krijgsraad; (hoog) militair gerechtshof in Japan |
gunpōkaigi-軍法会議 | krijgsraad; (hoog) militair gerechtshof (afgeschaft in 1946 in Japan) |
gurasu・sukī-グラス・スキー | skiën op het gras; droogskiën |
gyogan-魚眼 | vissenoog |
gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
gyōgyōshii-仰仰しい | overdadig; overdreven; hoogdravend |
gyohi-魚肥 | meststof gemaakt van [gedroogde) vis |
gyokuanka-玉案下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
gyoshin-御寝 | (beleefd woord) de slaap van een hooggeplaatste persoon |
hai-ハイ | hoog; om hoge mate [graad] |
haijanpu-ハイジャンプ | het hoogspringen |
haikurasu-ハイクラス | hoogwaardig; eersteklas; vooraanstaand |
haimatsuwaru-這い纏わる | vastklampen; (omhoog) kruipen [klimmen] (van planten) |
hainekku-ハイネック | (bij de hals) hooggesloten (kleding) |
hainoboru-這い登る | (op)klimmen tegen; omhoog klauteren [kruipen] |
haiokutan-ハイオクタン | (met) hoog octaangehalte (benzine) |
hairaito-ハイライト | in het oog springend detail; opvallend kenmerk |
hairaito-ハイライト | hoogtepunt |
hairando-ハイランド | hoogland; bergachtig gebied |
haireberu-ハイレベル | van [op] hoog niveau |
haiteku-ハイテク | hightech; hoogtechnologisch; geavanceerde technologie |
haitekusangyō-ハイテク産業 | hightechindustrie; hoogtechnologische industrie |
haitsu-ハイツ | hoogten; wooncomplex op een heuvel |
hai・okutan-ハイ・オクタン | hoog octaangehalte |
hakitate-掃きたて | het oogsten [verzamelen] van zijderupsen |
hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
hanakanzashi-花簪 | een eenjarige plant uit de familie Asteraceae (ook gebruikt als droogbloem) |
hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
hanaochi-花落ち | jonge vruchten zoals aubergines en komkommers, die worden geoogst kort nadat de bloemen zijn afgevallen |
hangawaki-半乾き | leerhard; halfdroog zijn |
hankyū-半弓 | een kleine boog (waarmee je ook zittend kunt schieten) |
hannzaigakusha-犯罪学者 | criminoloog (m); criminologe (v) |
haridashi-張り出し | een sumoworstelaar die onder de twee hoogste worstelaars (van dezelfde rang) op de ranglijst staat |
haruta-春田 | een lente rijstveld (een veld waar de oude rijst al geoogst is en de nieuwe rijst nog geplant moet worden) |
hashigaki-端書き | voorwoord; proloog; inleiding |
hashiritakatobi-走り高跳び | het hoogspringen |
hatame-傍目 | perspectief [blik; oogpunt] van een toeschouwer |
hatarakizakari-働き盛り | op het hoogtepunt van zijn carrière [leven] zijn; (iem.'s) meest productieve jaren |
hatsumono-初物 | de eerste oogst (b.v. graan, fruit, vis, etc.) van het seizoen |
hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
hayabamai-早場米 | vroege rijst(oogst) |
hayarime-流行り目 | oogontsteking (conjunctivitis) |
hazu-筈 | de inkeping van een boog (waar de draad vastzit) |
heichō-兵長 | voormalige rang in het Japanse leger en de marine (de hoogste rang van soldaten) |
henchō-変調 | modulatie; verandering (van toonhoogte, frequentie, etc.) |
hiba-干葉 | gedroogde rettich bladeren |
hidenka-妃殿下 | Hare Koninklijke Hoogheid |
hideri-日照り | droogte; droog weer |
hifukai-皮膚科医 | dermatoloog; huidarts |
hiji-肘 | elleboog |
hikide-引き手 | bij boogschieten de rechterhand (die trekt) |
hikōken-被後見 | voogdij |
hikui-低い | laag (bij de grond, in rang, e.d,); kort (in hoogte) |
himegimi-姫君 | eerbiedige term voor een prinses of de dochter van een hooggeplaatst persoon |
hitome-一目 | een blik; oogopslag |
hitomi-瞳 | pupil (van het oog) |
hitorigoto-独り言 | monoloog; alleenspraak |
hiyō-飛揚 | het hoog in de lucht (vliegen); vlucht |
hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
hō-豊 | vruchtbaar; rijk (van oogst, etc.) |
hōdan-法談 | boeddhistische preek [verhandeling; dialoog] |
hogosha-保護者 | voogd; beschermheer |
hoiro-焙炉 | droger [droogoventje] voor thee (gebruikt bij de theeceremonie) |
hōjō-豊穣 | vruchtbaarheid; rijke [overvloedige] oogst [groei] |
hojonin-補助人 | (jur.) beperkt bevoegde voogd; assistent voogd |
hōkyō-豊凶 | goede oogst en slechte oogst; goed jaar en slecht jaar |
honban-本番 | hoogtepunt van een tijdsperiode |
hōnenmatsuri-豊年祭り | oogstfeest |
honyūdōbutsu-哺乳動物 | zoogdier |
honyūrui-哺乳類 | zoogdier(en) |
horigotatsu-掘り炬燵 | kotatsu met beenruimte onder de vloerhoogte (zodat men makkelijker kan zitten) |
hōrudoappu-ホールドアップ | handen omhoog (als teken van overgave, of het bevel daartoe) |
hōsaku-豊作 | een goede [rijke; overvloedige] oogst |
hoshiawabi-干し鰒 | gedroogde zeeoor [abalone] (genus Haliotis) |
hoshiba-干し場 | plek om dingen te laten drogen; droogruimte; droogplaats |
hoshigaki-干し柿 | gedroogde kaki (vrucht) |
hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
hoshikusa-干し草 | hooi; gedroogd gras |
hoshime-星目 | (oogziekte) stervormige vlekken op het bindvlies en het hoornvlies |
hoshinori-干し海苔 | gedroogd zeewier [nori] |
hoshisumomo-干し李 | gedroogde pruim |
hoshiuo-干し魚 | gedroogde vis |
hyōkō-標高 | hoogte (boven zeeniveau) |
ichibetsu-一瞥 | een (vluchtige) blik [oogopslag; kijk] |
ichimoku-一目 | een blik; oogopslag |
ichiryū-一流 | top; eerste [hoogste] klas [niveau]; unieke kwaliteit |
ideorōgu-イデオローグ | ideoloog |
ihhi・dorama-イッヒ・ドラマ | monoloog |
ikken-一見 | oogopslag; blik; glimp |
ikuraka-幾らか | tot op zekere hoogte; in zekere mate; deels |
imomeigetsu-芋名月 | (een andere naam voor) de oogstmaan (na het oogsten van de taro, 15 augustus op de maankalender) |
inamura-稲叢 | strobaal [stromijt] (van geoogste rijst) |
inari-稲荷 | god uit de Japanse mythologie, beschermer van de rijstoogst |
inasaku-稲作 | rijstteelt; rijstoogst |
inekari-稲刈り | rijstoogst |
inkeikotsu-陰茎骨 | (bij zoogdieren) penisbeen; penisbot; baculum |
inochibiroi-命拾い | het nippertje; het oog van de naald (fig.) |
inochibiroisuru-命拾いする | door het oog van de naald kruipen; op het nippertje [aan de dood] ontsnappen |
ireme-入れ目 | kunstoog; glazen oog |
iru-射る | (een pijl of kogels) raken (het doelwit); in het oog springen |
ishibōchō-石包丁 | (oudheid) een stenen (oogst) mes |
isshun-一瞬 | één ogenblik; moment; oogwenk |
itakedaka-居丈高 | aanmatigend [dominant; overheersend; hooghartig] zijn |
itchōisshi-一張一弛 | het spannen en ontspannen (van een boog) |
itchōisshi-一張一弛 | het laten werken, dan laten rusten; de boog kan niet altijd gespannen zijn |
ite-射手 | boogschutter |
iteza-射手座 | (sterrenbeeld) Boogschutter (Sagittarius) |
itokiriba-糸切り歯 | hoektand; oogtand |
izanagikeiki-いざなぎ景気 | de Izanagi hausse [hoogconjunctuur] (economische bloeiperiode in Japan van 1965-1970) |
janome-蛇の目 | (lett.: slangenoog) symbool van een omcirkelde stip; roos (van een schietschijf) |
jigen-次元 | perspectief; invalshoek; oogpunt; niveau |
jimonjitō-自問自答 | zijn eigen vraag beantwoorden; alleenspraak; monoloog |
jōge-上下 | onder en boven; hoog en laag; op en neer; heen en terug |
jōrō-上﨟 | een hooggeplaatste persoon (met veel status en ervaring) |
joshō-序章 | inleiding; voorwoord; proloog |
jōshōsuru-上昇する | stijgen; toenemen; omhoog gaan |
jōza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
jukutatsu-熟達 | hoog ontwikkelde vakkundigheid; bekwaamheid |
jūryō-十両 | (op één na hoogste) sumo divisie |
kagihokku-鉤ホック | haak en oog (voor het dichtmaken van kleding) |
kagiri-限り | limiet; laatste [hoogste] punt; bovengrens; uiterste |
kaibatsu-海抜 | hoogte boven zeeniveau |
kaikaburu-買い被る | overschatten; overwaarderen; te hoog (in)schatten |
kaiwa-会話 | conversatie; gesprek; dialoog |
kaizeruhige-カイゼル髭 | een snor met omhoog gekrulde punten zoals die van de Duitse Keizer Wilhelm II |
kakeagaru-駆け上がる | snel omhoog gaan [rijden]; oprennen; omhoog rennen (trap, heuvel, etc.) |
kakeme-掛け目 | leenwaarde; verhouding van de hoogte van een lening t.o.v, het onderpand |
kakinoshi-書き熨斗 | brief versierd met een 'noshi' (gekleurd papier gevouwen rond een gedroogde abalone) |
kakumakuginkō-角膜銀行 | oogbank (voor donor oogweefsel) |
kamebushi-亀節 | bonitovlokken van een stuk gedroogde tonijn (in de vorm van een schildpad-schild) |
kamera・ai-カメラ・アイ | cameraoog; lens van een camera |
kamera・ai-カメラ・アイ | observatie [reportage] (gedetailleerd) als door het oog van een camera |
kamishimo-上下 | boven en onder; op en neer; hoog en laag |
kamiza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
kanbatsu-旱魃 | (lange) periode van droogte [gebrek aan regen]; droge periode |
kanben-冠冕 | hoogste rang; eerste klasse |
kango-監護 | voogdij en zorg [toezicht] |
kangoken-監護権 | voogdij; ouderlijk gezag |
kanka-乾果 | gedroogde vruchten |
kanka-看過 | veronachtzaming; toegevendheid; oogluiking |
kankangakugaku-侃侃諤諤 | verhit debat; fel betoog |
kankasuru-看過する | iets over het hoofd zien; toleren; door de vingers zien; oogluikend toestaan |
kanmen-乾麺 | gedroogde noedels |
kansei-乾性 | droogheid |
kanseiyu-乾性油 | drogende olie (met siccatief behandeld om de droogsnelheid van olieverf te verhogen) |
kansō-乾燥 | droogte; droging; dehydratie |
kansōshitsu-乾燥室 | droogkamer; droogruimte |
kansōshokuhin-乾燥食品 | gedroogd voedsel |
kantaku-干拓 | landwinning door drooglegging |
kanten-干天 | droog weer; droogte (lange droge periode zonder regen) |
kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
karakuchi-辛口 | droog (van wijn, sake, etc.) |
karatsuyu-空梅雨 | een droog regenseizoen; regenseizoen met bijna geen regen |
karegare-枯れ枯れ | droog; verdord (bij planten) |
karekusa-枯れ草 | verdord [droog] gras |
kareno-枯れ野 | verlaten [verdroogd] veld |
kari-狩り | jacht; het jagen; oogsten |
karikomu-刈り込む | oogsten (maaien [afsnoeien] en opslaan) |
karubunkeru-カルブンケル | karbonkel; steenpuist; negenoog |
kasakasa-かさかさ | (onomatopee) droog; uitgedroogd |
kassui-渇水 | watertekort; watergebrek; droogte |
katahiji-片肘 | één elleboog |
katame-片目 | één oog; één van beide ogen |
katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
kauntā-カウンター | toonbanktoog; |
kawaita-乾いた | droog |
kawaki-乾き | droging; droogte |
kawaku-乾く | drogen; opdrogen; droog worden |
kehheru-ケッヘル | Ludwig von Köchel (1800-1877), Oostenrijkse jurist en musicoloog (bekend van de catalogus van de werken van Mozart die hij samenstelde) |
keien-敬遠 | respectvolle afstand (tussen personen); het iemand omzeilen; in een boog om iemand heen lopen |
keigan-鶏眼 | likdoorn; eksteroog |
keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
keii-敬意 | (gevoel van) eerbied; hoogachting; respect |
keikyoku-荊棘 | obstakel; bron van moeilijkheden; doorn (in het oog) |
kengamine-剣ヶ峰 | het hoogste gedeelte [het bovenvlak] van een sumo-ring (m.n. de rand ervan) |
kengan-検眼 | oogonderzoek; oogmeting; optometrie |
kengyō-検校 | (hist.) hoogste officiële rang van een blinde |
kenmon-権門 | een hooggeplaatste [machtige] familie [persoon] |
kenran-絢爛 | pracht; bloemrijkheid; oogverblindendheid |
kenshi-犬歯 | hoektand; oogtand |
kenshikan-検死官 | patholoog anatoom; lijkschouwer |
kenshikan-検視官 | patholoog-anatoom; lijkschouwer; forensisch-medisch specialist |
kenwanchokuhitsu-懸腕直筆 | kalligrafietechniek met een bepaalde lhouding (penseel rechtop en elleboog opzij) |
ketsugo-結語 | conclusie; afronding; eindresultaat; slotopmerkingen; epiloog |
kigurai-気位 | hooghartigheid; arrogantie; trots |
kihin-貴賓 | een vooraanstaande [hooggeplaatste] gast [klant]; eregast |
kika-机下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
kikōgakusha-気候学者 | klimatoloog; klimaatwetenschapper |
kinboshi-金星 | (sumo) overwinning van een laaggeplaatste worstelaar op een yokuzuna (hoogste rang) |
kingakusha-菌学者 | mycoloog |
kinpaku-謹白 | (briefsluiting) hoogachtend |
kirabiyaka-煌びやか | prachtig [oogverblindend; sprankelend; schitterend] zijn |
kiriboshi-切り干し | gedroogde reepjes daikon (rettich) |
kisha-騎射 | het boogschieten te paard |
kiyomizunobutai-清水の舞台 | het (hooggelegen) platform van de Kiyomizu tempel in Kyoto |
koatari-小当たり | het uithoren; (fig.) peilen; poolshoogte nemen |
kōatsu-高圧 | (elektriciteit) hoogspanning |
kōatsusen-高圧線 | hoogspanningsleiding; hoogspanningskabel; hoogspanningslijn |
kōchi-高地 | hoogland; hoogte; plateau |
kōchisho-拘置所 | huis van bewaring (voor gedaagden in hechtenis; en veroordeelden in afwachting van de hoogste strafvoltrekking in Japan) |
kochō-誇張 | overdrijving; hoogdravendheid; grootspraak |
kōchō-高潮 | hoogtij |
kōchō-高潮 | climax; hoogtepunt |
kōdai-高台 | hoog gebouw; hoogte; hoog land; hoge stand [positie] |
koegara-声柄 | klank [toon; toonhoogte; timbre] van een stem |
kōge-高下 | omhoog en omlaag; op en neer |
kōgen-高原 | plateau; tafelland; hoogvlakte |
kōhō-高峰 | (fig.) toppunt; hoogtepunt |
kōjō-口上 | proloog bij Kabuki theater |
kōkan-高官 | hooggeplaatste overheidsfunctionaris |
kōkennin-後見人 | (jur.) voogd |
kōketsuatsu-高血圧 | hoge [verhoogde] bloeddruk |
kōkogakusha-考古学者 | archeoloog (m); archeologe (v) |
kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
kokorogakeru-心がける | streven naar; pogen; willen; op het oog hebben |
kōkōsei-高校生 | leerling (in de hoogste klassen) van de middelbare school |
kōkyū-高級 | topkwaliteit; hoogwaardig [chic; luxueus] zijn |
kōman-高慢 | trots; arrogantie; hooghartigheid; hoogmoedigheid; verwaandheid |
kopura-コプラ | kopra (gedroogd kiemwit van de kokosnoot) |
kōritsu-高率 | hoge mate; hoog tarief |
korogaki-枯露柿 | gedroogde dadelpruim |
kōsai-虹彩 | iris (oog) |
kōshitsu-後室 | weduwe (van een hooggeplaatst persoon) |
kōsho-高所 | hoge [verhoogde] plek; hoogte; verhoging |
kōsho-高所 | hoog perspectief; uitzicht van bovenaf [vanaf een hoge plek] |
kōshokyōfushō-高所恐怖症 | hoogtevrees, acrofobie |
kōshu-甲種 | A niveau; hoogste niveau |
kōshu-絞首 | ophanging (als hoogste strafvordering in Japan) |
kōsogakusha-酵素学者 | enzymoloog |
kōtei-高低 | fluctuatie; hoog en laag; opkomst en ondergang; stijging en daling |
kōyadōfu-高野豆腐 | bevroren gedroogde tofu (oorspronkelijk gemaakt in de boeddhistische tempel op de berg Koya) |
kōzanbyō-高山病 | hoogteziekte; bergziekte |
kūhatsu-空発 | explosie zonder het beoogde effect; het voortijdig afgaan van een wapen |
kumihosu-汲み干す | droogleggen; afwateren; afvoeren; leeg hozen |
kumonoue-雲の上 | boven de wolken; hoog in de lucht [hemel] |
kunigarō-国家老 | hooggeplaatste samoerai-ambtenaar in dienst van een daimyō (die in diens afwezigheid het domein beheert) |
kuraimakkusu-クライマックス | climax; hoogtepunt |
kurome-黒目 | de pupil (het donkere deel van het oog) |
kusabōki-草箒 | bezem gemaakt van gedroogde bladstengels |
kusagare-草枯れ | verdroogd [verwelkt] gras [onkruid] |
kusatake-草丈 | de hoogte van een (rijst)plant |
kusaya-くさや | gedroogde en gezouten [gepekelde] vis |
kushigaki-串柿 | gedroogde kaki's op pinnen geregen |
kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (halfedelsteen) |
kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (reflector in wegdek om rijstroken te markeren) |
kyōfu-教父 | kerkvader; vroegchristelijke theoloog |
kyōgō-驕傲 | trots; arrogantie; hoogmoed |
kyōju-教授 | professor; hoogleraar |
kyōkō-凶荒 | slechte [mislukte] oogst |
kyokuchi-極致 | toppunt; hoogtepunt; zenit |
kyokudai-極大 | maximum; hoogste waarde; hoogste punt |
kyōmaku-鞏膜 | sclera; harde oogrok (de witte buitenste laag van de oogbol) |
kyōmibukai-興味深い | zeer [hoogst] interessant |
kyōsaku-凶作 | een slechte oogst |
kyū-弓 | boog |
kyū-弓 | afstandseenheid tot het doel bij boogschieten (ca. twee meter) |
kyūchō-急潮 | plotseling hoog water (doordat oceaanwater plotseling een baai instroomt door drukverschil op zee); plotselinge snelle stroming |
kyūdō-弓道 | (Japans) boogschieten (vooral voor mentale training) |
kyūjutsu-弓術 | (Japans) boogschieten (vooral in oorlogvoering) |
kyūkei-弓形 | boog; boogvorm |
mabayui-目映い | schitterend; stralend; oogverblindend |
mabuta-瞼 | ooglid |
maekōjō-前口上 | inleidende opmerkingen; proloog; voorwoord |
makeuchirikishi-幕内力士 | hoogste [senioren] divisie sumoworstelen |
makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
manajiri-眦 | ooghoek |
manakai-目交 | oog in oog met; voor [tussen] je ogen |
manako-眼 | oog; oogbal; oogbol |
manako-眼 | blik; oogopslag; zicht; gezichtsveld |
manazashi-眼差し | blik; oogopslag |
manchō-満潮 | vloed; hoogwater; hoogtij |
manmoku-満目 | zover het oog reikt; het hele gezichtsveld |
mansaku-満作 | een goede [rijke] oogst |
manshin-慢心 | hoogmoed; opschepperij; trots |
mansui-満水 | volledige waterstand; hoogste waterpeil; geheel gevuld met water |
manzai-漫才 | een komische dialoog (op het toneel) |
maruboshi-丸干し | in zijn geheel gedroogde vis of rettich |
massaichū-真っ最中 | het midden [middelpunt] zijn; (op) het hoogtepunt zijn |
massakari-真っ盛り | hoogtepunt; climax |
masutodon-マストドン | mastodont (uitgestorven zoogdier) |
matagami-股上 | bandhoogte [heuphoogte] van een broek (gemeten vanaf het kruis) |
mattadanaka-真っ直中 | precies in het midden; op het hoogtepunt |
me-目 | oog |
me-目 | een blik; oogopslag |
me-目 | oog (fig.); opinie; gezichtspunt; inzicht |
meboshi-目星 | schatting; doel; oogmerk |
meboshi-目星 | leucoma; leukoom (oogafwijking) |
mebunryō-目分量 | een meting op het gezicht [oog]; ruwe schatting (alleen door te kijken) |
medama-目玉 | oogbal; oogbol |
medatsu-目立つ | opvallen; in het oog vallen; de aandacht trekken |
medo-目処 | doel; bedoeling; oogmerk |
medo-針孔 | het oog van de naald |
medoori-目通り | ooghoogte |
medooshi-目通し | het oog laten gaan [glijden] over |
megao-目顔 | oogopslag; blik; oogcontact |
megashira-目頭 | binnenste ooghoek |
megusuri-目薬 | oogdruppels |
mehachibu-目八分 | (net) beneden oogniveau [ooghoogte] |
meibōka-名望家 | een persoon met hoog aanzien [met een goede reputatie] |
meigetsu-名月 | oogstmaan (op 13 sept. in de maankalender) |
mein・banku-メイン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
meiyokyōju-名誉教授 | emeritus hoogleraar; emeritus professor |
mejiri-目尻 | buitenste ooghoek |
mekado-目角 | ooghoek |
mekakushi-目隠し | blinddoek; oogklep; ooglap |
mekoboshi-目溢し | oogluiking; medeweten; het door de vingers zien |
mekubase-目配せ | het knipogen; met oogcontact [een blik] (iets) te kennen geven |
mekubasesuru-目配せする | knipogen; met oogcontact [een blik] (iets) te kennen geven |
mekujira-目くじら | ooghoek |
memaze-目交ぜ | knipoog |
menma-麺麻 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
menohoyō-目の保養 | (uitdrukking) een lust voor het oog |
menokokanjō-目の子勘定 | ruwe schatting; het op het oog schatten |
menokozan-目の子算 | ruwe schatting; het op het oog schatten |
menotama-目の玉 | oogbal; oogbol |
menoto-乳母 | min; voedster; zoogster; zoogvrouw |
mentooshi-面通し | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
menwari-面割り | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
mēn・banku-メーン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
mezashi-目刺し | (een pin of snoer met) gedroogde sardientjes |
mezasu-目指す | mikken op; op het oog hebben; in gedachten hebben |
mezawari-目障り | een doorn in het oog; een belediging voor het oog |
mezukai-目遣い | oogopslag; blik |
miageru-見上げる | opkijken; omhoog kijken |
michishio-満ち潮 | vloed; hoogwater; hoogtij |
midai-御台 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
midaibandokoro-御台盤所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
midaidokoro-御台所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
miiri-実入り | oogst; rijp [klaar om te oogsten] zijn |
mikakinishin-身欠き鰊 | gedroogde haring |
minage-身投げ | zelfmoord door (van hoogte) in water, of van een gebouw of steile rots, te springen |
minikui-醜い | lelijk; onooglijk; onaantrekkelijk; afzichtelijk |
miotosu-見落とす | over het hoofd zien; voorbijzien; uit het oog verliezen |
mirinboshi-味醂干し | vis gemarineerd in mirin (met olie en sojasaus) en dan gedroogd |
mirukarani-見るからに | in een blik [oogopslag]; om te zien |
mirumiru-見る見る | in een oogwenk; heel snel; gestaag |
miushinau-見失う | uit het oog verliezen |
mizubari-水張り | natte stof [papier] uitspreiden zodat het zonder kreukels opdroogt |
mizukikin-水飢饉 | droogte; watertekort |
mochiagaru-持ち上がる | opgetild worden; omhoog komen |
modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
mogura-土竜 | mol (zoogdier) |
mokugekisha-目撃者 | ooggetuige |
mokurei-目礼 | groet door een oogcontact |
mokuteki-目的 | bedoeling; doel; streven; oogmerk; intentie |
momu-揉む | (handel) een klein bod (hoog of laag) doen op de beurs (vaak in herhaling) |
mondō-問答 | dialoog; vraag en antwoord |
monohoshi-物干し | wasrek; droogrek |
monomorai-物貰い | (bij het ooglid) strontje; hordeolum |
monorōgu-モノローグ | monoloog |
moraijichi-貰い乳 | een zuigeling; baby die gezoogd wordt |
moritsuchi-盛り土 | dijk; verhoogde grond [aarde]; het ophogen van grond |
mujō-無上 | de beste; de hoogste; de grootste |
mukaiawase-向かい合わせ | het tegenover elkaar [oog in oog} staan; van aangezicht tot aangezicht |
mukiau-向き合う | tegenover elkaar [oog in oog] (komen te) staan |
muro-室 | droogkamer; droogruimte |
nadeageru-撫で上げる | (het haar) opkammen; omhoog [naar achteren] kammen |
nakibokuro-泣き黒子 | een moedervlek onder een oog (volgens een Japans volksgeloof een teken dat iemand gevoelig is voor huilen) |
namagawaki-生乾き | niet volledig droog [gedroogd] zijn |
namakabe-生壁 | een pas geschilderde muur die nog niet droog is |
namakemono-樹懶 | (zoogdier) luiaard; ai; oenau |
namaribushi-なまり節 | gekookte en half-gedroogde bonito |
naridoshi-生り年 | een goed jaar (voor fruitoogst); een goed fruitjaar |
narimono-生り物 | de oogst (van de velden) |
natsumatsuri-夏祭り | een zomerfestival om de goden te verzoeken de oogsten te beschermen tegen insectenplagen, overstromingen, e.d. |
natsunari-夏成り | vruchten, etc. die in de zomer rijp zijn [in de zomer geplukt of geoogst kunnen worden] |
natsunari-夏成り | een landbouw-belasting over de opbrengsten van de zomer-oogst (stamt uit de Middeleeuwen) |
natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
nekomeishi-猫目石 | kattenoog (halfedelsteen) |
netsu-熱 | koorts; verhoogde lichaamstemperatuur |
niboshi-煮干し | gedroogde etenswaar, m.n. ansjovis |
nigari-苦汁 | moederloog (na zoutwinning uit zeewater) |
nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
nigirikawa-握り革 | het leer dat om het heft van een zwaard of de handgreep van een boog gewikkeld is |
niji-虹 | regenboog |
nikugan-肉眼 | het blote oog |
nobori-上り | klim; beklimming; bestijging; opstijgen; opgang; opkomst; het oprijzen; het omhooggaan; opvaart; opwaartse [oplopende] helling |
noborikatsuo-上り鰹 | bonito (gestreepte tonijn) die omhoog zwemt (langs de Japanse kust aan de Stille Oceaan) |
noboriryū-昇り竜 | een draak die omhoog de lucht in vliegt |
noboru-上る | omhoog gaan; klimmen |
noboru-昇る | (op)rijzen; omhoog komen; (op)stijgen |
nōkōgirei-農耕儀礼 | ritueel verzoek (of dankbetuiging) voor een goede oogst |
noshi-熨斗 | versiering (voor pakjes of brieven) gemaakt van gekleurd papier gevouwen rond een stukje gedroogde abalone |
noshiawabi-熨斗鮑 | een smalle strip van gedroogde zeeoor |
nozokaseru-覗かせる | kort [snel] laten zien; deels zichtbaar zijn [worden]; in het oog springen |
nyokinyoki-にょきにょき | (onomatopee) het plotseling (de een na de ander) opkomen [ontstaan; ontspruiten]; oprijzen; omhoog groeien] |
ōbā-オーバー | overdreven; te veel; te hoog; overbelicht (fotografie); boven par (golf) |
ochiba-落ち葉 | onwettig kind (van een hooggeplaatste man) |
odake-雄竹 | (lett. mannelijke bamboe) hooggroeiende bamboe (Phyllostachys) |
odoriba-踊り場 | (fig.) rustpauze (na het bereiken van een hoogtepunt) |
oeragata-お偉方 | hooggeplaatste persoon; vip |
ogasawararyū-小笠原流 | een school die gespecialiseerd is in krijgsvoering en strategieën [of in boogschieten en paardrijden] |
ogori-驕り | arrogantie; hooghartigheid; verwaandheid |
ogoru-驕る | arrogant [hooghartig] zijn; pochen; opscheppen; zich uitsloven |
ogyō-御形 | droogbloem; zevenjaarsbloem (Gnaphalium affine) |
ōhanhensei-黄斑変性 | maculadegeneratie (oogziekte) |
ōhei-横柄 | hooghartigheid; trots; hoogmoed |
ohizamoto-お膝元 | in de nabijheid [aan de zijde] van een hooggeplaatste persoon\ |
ohizamoto-お膝元 | de naaste omgeving [kringen] van een invloedrijke persoon (b.v. hoofdkwartier, kiesdistrict, hoogste staf, kader, e.d.) |
ōkō-横行 | het woekeren; hoogtij vieren; wijdverspreid [veelvoorkomend] zijn |
okugata-奥方 | (erend) de vrouw [echtgenote] van iemand hoog in rang binnen de hofadel, krijgsadel, e.d. |
okute-晩稲 | laat rijpende rijst; laatbloeiend gewas; late oogst |
omae-御前 | (arch. beleefdheidsaanduiding) zich onder de ogen van goden, boeddha's of hooggeplaatste personen bevinden |
ome-御目 | (beleefd woord voor) oog; visie; zicht |
omeshichirimen-御召し縮緬 | (hoogwaardige) crèpe zijde |
onba-乳母 | min; zoogster; kindermeisje |
ongakugakusha-音楽学者 | musicoloog; muziekwetenschapper |
ontei-音程 | (muziek) interval; toon; toonhoogte |
oozeki-大関 | een sumo worstelaar van de op één na hoogste rang |
oozumō-大相撲 | een sumo wedstrijd [sumo toernooi] (op hoog niveau) |
ōrumaitī-オールマイティー | de hoogste kaart in een kaartspel |
osagari-お下がり | (de basis-betekenis is van hoog naar laag) teruggave (m.n. aan de lokale gemeenschap) van offergaven voor de goden |
oshiba-押し葉 | gedroogd [droog-geperst] blad [bloem] (voor herbarium) |
oshite-押し手 | bij boogschieten de linkerhand (die duwt) |
pikotto-ピコット | picot (gekartelde band of gehandwerkte boogjes als versiering) |
pīku-ピーク | hoogtepunt; climax |
pitchi-ピッチ | toonhoogte |
popuri-ポプリ | potpourri (geurig mengsel van gedroogde bloemen) |
posuto・hābesuto-ポスト・ハーベスト | behandeling [verwerking] van landbouwproducten na de oogst |
purorōgu-プロローグ | proloog; voorwoord; inleiding |
purūn-プルーン | gedroogde pruim; pruimedant |
pyūpyū-ぴゅうぴゅう | (onomatopee) scherp [schril] [hoog] fluitend geluid van wind of projectielen |
rakusa-落差 | (hoogte)verschil; gat |
rō-楼 | toren; uitkijkpost; hoog gebouw |
rōjō-楼上 | bovenop (de top) van een hoog gebouw |
ron-論 | betoog; redenering; discussie |
ronshi-論旨 | de kern [rode draad] van een betoog [redenering] |
ronshō-論証 | bewijsvoering; argumentatie; betoog |
ronten-論点 | de kern van een argument [betoog]; het onderwerp van een gesprek [discussie] |
rōsen-楼船 | een hoog schip; een schip [boot] met twee verdiepingen |
ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
ryūkōseikakuketsumakuen-流行性角結膜炎 | oogontsteking (Adenovirale keratoconjunctivitis) |
saidaikyū-最大級 | hoogste [grootste] niveau [klasse]; topcategorie |
saijōkyū-最上級 | de beste (kwaliteit, e.d.); hoogste (cijfer, rang, e.d.) |
saikingakusha-細菌学者 | bacterioloog |
saikō-最高 | het hoogste; beste; maximum |
saikōchō-最高潮 | climax; toppunt; hoogste punt |
saikōhō-最高峰 | hoogste berg; hoogste top |
saikōkakaku-最高価格 | hoogste prijs; prijsplafond |
saikōkensatsuchō-最高検察庁 | bureau van de openbare aanklager van de Hoge Raad [het hooggerechtshof] |
saikōkinri-最高金利 | de hoogste rente |
saikōsaibansho-最高裁判所 | hooggerechtshof |
sainō-採納 | oogst |
saisankabu-採算株 | dividendrendement; hoogrenderende aandelen |
saisei-最盛 | hoogtepunt (van welvaart; voorspoed) |
saishu-採取 | het verzamelen; plukken; oogsten |
sakari-盛り | hoogtepunt; toppunt |
sakkyō-作況 | gewas; oogst |
sakumotsu-作物 | oogst; landbouwproducten |
sakuyō-腊葉 | geperst en gedroogd exemplaar [specimen] van een plant |
san'ita-サン板 | droogplank |
sasageru-捧げる | omhoog houden |
sashiageru-差し上げる | optillen; omhoog doen |
sashishio-差し潮 | vloed; hoogtij; hoog getijde |
sasu-差す | insteken (sleutel); opsteken (paraplu); uitsteken; omhoog steken (arm) |
se-背 | lichaamslengte; hoogte |
seika-盛夏 | middenin de zomer; hoogzomer |
seirigakusha-生理学者 | fysioloog |
seisho-盛暑 | hoogzomer; de heetste dagen [de hitte] van de zomer |
seizei-せいぜい | hooguit; op zijn best [hoogst]; zoveel mogelijk |
sencha-煎茶 | groene thee van de middelste kwaliteit (gyokuro is de hoogste, en bancha de minste) |
sentangijutsu-先端技術 | hoogwaardige technologie; geavanceerde technologie |
sentanzairyō-先端材料 | hoogwaardige [geavanceerde] materialen |
serimochi-迫り持ち | (architectuur) stenen gewelf (ter ondersteuning van een boog) |
setsu-説 | mening; gedachte; theorie; betoog |
setsuganrenzu-接眼レンズ | oculair; ooglens |
shajō-射場 | oefenterrein voor het boogschieten |
shakuru-しゃくる | (uitdagend; arrogant) je kin omhoog steken |
shashu-射手 | boogschieter |
shibugaki-渋柿 | astringente kaki (een kakisoort met hoog gehalte aan tannine, waardoor ze bitter smaken, en langer moeten rijpen om eetbaar te worden) |
shijōshin -至上神 | Oppergod; opperwezen; de hoogste god in een religie |
shikaishi-歯科医師 | een odontoloog; kaakchirurg |
shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
shinachiku-支那竹 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
shinagōgu-シナゴーグ | synagoge; synagoog |
shinbigan-審美眼 | oog voor schoonheid; schoonheidsgevoel |
shinkeikai-神経科医 | neuroloog; zenuwarts |
shinkensha-親権者 | ouderlijk gezaghebbende; voogd; wettelijk vertegenwoordiger |
shinmai-新米 | nieuwe rijst, de eerste rijst(oogst) van het jaar |
shinpin-神品 | meesterwerk; kalligrafie [schilderij] van de hoogste kwaliteit |
shinrigakusha-心理学者 | psycholoog |
shinsozai-新素材 | hoogwaardige materialen |
shintakane-新高値 | nieuwe hoogste stand (aandelen) |
shinwagakusha-神話学者 | mytholoog |
shinzōsenmon'i-心臓専門医 | cardioloog; hartspecialist |
shiokara-塩辛 | een pasta van gedroogde en gefermenteerde vis (inktvis, schaaldieren, visingewanden, etc.) |
shirime-尻目 | vanuit de ooghoeken kijken; schuine [zijwaartse] blik |
shīringu-シーリング | plafond; zoldering; bovengrens; hoogtegrens; maximum |
shirome-白目 | oogwit; het wit van de ogen |
shiryokukensa-視力検査 | oogonderzoek; oogtest |
shisen-視線 | blik; gezichtslijn; oogopslag |
shiten-視点 | standpunt; gezichtspunt; oogpunt |
shitsu-室 | echtgenote van een hooggeplaatst persoon |
shittakaburi-知ったかぶり | het veinzen [voorwenden] (dat men alles weet of helemaal op de hoogte is) |
shiya-視野 | gezichtspunt; oogpunt; standpunt; mening |
shōka-上下 | hoog en laag; boven- en onderkant |
shokō-諸公 | (hooggeplaatste) politicus; minister |
shokō-諸公 | (term voor het respectvol aanspreken van een aantal mensen) dames en heren; hooggeëerd publiek |
shūgetsu-秋月 | herfstmaan; oogstmaan |
shui-主位 | leidende [beste] positie; hoogste rang |
shūkaku-収穫 | oogst (in de landbouw, e.d.); opbrengst |
shūkaku-収穫 | (fig.) oogst; opbrengst; vruchten; goed resultaat; prestatie |
shūkakuki-収穫期 | oogsttijd |
shun-旬 | seizoen; hoogseizoen; het seizoen voor... |
shunji-瞬時 | oogwenk; moment; (fractie van) een seconde |
shunken-峻険 | stijl en hoog zijn (van bergen) |
shuryokuginkō-主力銀行 | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
shushi-趣旨 | doel; bedoeling; oogmerk |
shushoku-主食 | hoogvoedsel; belangrijkste voedsel |
shutemubōgen-シュテムボーゲン | remboog (skiën) |
shutsujin-出陣 | (boeddh.) vertrek naar de plaats van discussie [dispuut; betoog] |
sokkin-側近 | het dichtbij een machthebber [hoog geplaatste persoon] staan |
sokkyo-卒去 | de dood [het overlijden] van een hooggeplaatste persoon |
sonkeisuru-尊敬する | respecteren; (hoog)achten |
sopurano-ソプラノ | een muziekinstrument met het hoogste toonbereik (b.v. sopraansaxofoon) |
sorame-空目 | net doen alsof je iets niet ziet; een oogje dichtdoen |
sori-反り | bocht; buiging; kromming; boog |
sōtoku-総督 | gouverneur; landvoogd; gouverneur-generaal |
sōzu-僧都 | op één na hoogste rang van een Boeddhistische priester |
sugame-眇 | een scheel oog; het scheelzien [loensen] |
suiminsenmon'i-睡眠専門医 | somnoloog; slaapspecialist |
suishōtai-水晶体 | de kristallijne lens (van het oog) |
suitoru-吸い取る | afdeppen; absorberen; opzuigen; droog maken |
suiyōeki-水様液 | waterig oogvocht (vloeistof in het oog die de ruimte tussen het hoornvlies en de lens (en rondom de lens) opvult) |
surikku-スリック | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
surikkutaiya-スリックタイヤ | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
surume-鯣 | gedroogde inktvis |
suzume-雀 | een spraakzaam persoon; iemand die op de hoogte is [veel weet over iets] |
tachihabatobi-立ち幅跳び | een sprong recht omhoog; een sprong op de plaats |
tachinoboru-立ち上る | omhoog gaan; klimmen |
tai-タイ | (muziek) boogje dat noten met dezelfde toonhoogte verbindt |
taikan-大官 | hogere [hooggeplaatste] ambtenaar |
taishin-大身 | een hooggeplaatst persoon; iemand van hoge rang |
taiwa-対話 | dialoog; discussie |
taiyōtō-太陽灯 | hoogtezon; zonlichtlamp |
taka-高 | hoogte; waarde; hoeveelheid |
takabisha-高飛車 | hooghartigheid; hoogmoedigheid; hoogdravendheid |
takaburu-高ぶる | zich hooghartig [bazig; trots] gedragen; uit de hoogte doen |
takadai-高台 | verhoging; heuvel; ophoging; hoogte |
takahiku-高低 | fluctuatie; hoog en laag; opkomst en ondergang; stijging en daling |
takai-高い | hoog |
takaku-高く | zeer; uiterst; hoog; in hoge mate |
takamakura-高枕 | een hoog kussen |
takame-高め | hoogte; hoge positie |
takami-高み | hoogte; verhoging |
takanaru-高鳴る | hard [hoog] rinkelen [galmen] |
takasa-高さ | hoogte |
takasachōsetsuneji-高さ調節ねじ | steeksleutel om de hoogte van een frame, e.d. te verstellen |
takashio-高潮 | hoogtij; vloed |
takatobisuru-高跳びする | hoog (op)springen |
takkuru-タックル | boogschietgereedschap |
tanburā-タンブラー | wasdroger; droogtrommel |
tansaku-単作 | één oogst [gewas] per jaar (op een veld) |
tan'on-湛恩 | hoogste (universele) welwillendheid; exceptionele goedheid |
tareme-垂れ目 | ogen met neergaande [hangende] ooghoeken |
tate-縦 | lengte; hoogte; diepte; verticaal; loodrecht; van boven naar beneden; van noord naar zuid |
tattoi-尊い | verheven; hoog; nobel; goddelijk |
tekka-鉄火 | (afk. voor tekkamaki) in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
tekkamaki-鉄火巻 | in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
tekki-適期 | juiste tijd; geschikte periode (b.v. om te planten of te oogsten) |
tengan-点眼 | het toedienen van oogdruppels |
tenganki-点眼器 | oogdruppelaar; oogdruppelbuisje |
tengansui-点眼水 | oogwater |
tenganyaku-点眼薬 | oogdruppels |
tenganzai-点眼剤 | oogdruppels; oogwater |
tenisuhiji-テニス肘 | tennisarm; tenniselleboog |
tenisu・erubō-テニス・エルボー | tenniselleboog; tennisarm |
tenjōgawa-天井川 | een rivier met een verhoogde bedding |
tenjōshirazu-天井知らず | het snel stijgen [omhoogschieten] van marktprijzen |
tenkan-天冠 | traditioneel hoofddeksel gedragen tijdens boogschieten te paard, kagura-dans, e.d. |
tettō-鉄塔 | stalen toren; hoogspanningsmast |
tōge-峠 | crisis; hoogtepunt; climax |
tokkyū-特級 | hoogwaaridig [eersteklas; van goede kwaliteit] zijn |
tokuhitsutaisho-特筆大書 | groot [duidelijk] schrift (dat goed in het oog valt) |
tomoe-巴 | boogvorm; halve cirkel |
toppan-凸版 | hoogdruk; reliëfdruk (grafische druktechniek) |
toppan'insatsu-凸版印刷 | hoogdruk; reliëfdruk (grafische druktechniek) |
toppu-トップ | top; toppositie; topniveau; hoogste; beste; eerste |
toppu-トップ | hoogste versnelling (voertuig) |
torakōma-トラコーマ | trachoom (oogbindvliesontsteking) |
toredaka-取れ高 | oogst; opbrengst |
toriire-取り入れ | oogst; het oogsten |
toriireru-取り入れる | oogsten |
tōtoi-尊い | verheven; hoog; nobel; goddelijk |
tsuchifumazu-土踏まず | voetboog; voetgewelf (welving van de voetzool) |
tsuizui-追随 | het in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
tsuizuisuru-追随する | in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
tsukedai-付け台 | de toog [toonbank; eetbar] in een sushirestaurant |
tsumasakiagari-爪先上がり | een opgaand [omhooglopend] pad; geleidelijk steiler wordende helling |
tsuntsun-つんつん | (onomatopee) trots; hooghartig; afstandelijk; onaangenaam; onvriendelijk |
tsurime-つり目 | ogen met naar boven gerichte ooghoeken |
tsurime-つり目 | (in vertaling beledigend taalgebruik) spleetoog |
tsuru-弦 | snaar (van een boog, muziekinstrument, etc.) |
tsuyuharai-露払い | heraut; de persoon die vooruit loopt en de weg vrijmaakt voor een hooggeplaatste persoon [stoet] |
uba-乳母 | min; voedster; zoogster; zoogvrouw |
uinku-ウインク | knipoog |
ukiagaru-浮き上がる | het contact verliezen; uit het oog verliezen; vervreemden |
umetateru-埋め立てる | droogleggen; inpolderen; terugwinnen |
unaginobori-鰻登り | (lett. een paling die verticaal omhoog (in het water) klimt) het snel stijgen [omhoogklimmen]; omhoogschieten (van prijzen, populariteit, e.d.) |
uonome-魚の目 | likdoorn; eksteroog |
uradoshi-裏年 | slecht oogstjaar |
urutora・shī-ウルトラ・シー | gymnastiekoefening die qua uitvoering moeilijker is dan de norm voor de hoogste van de drie lagere moeilijkheidsgraden |
uwa-上 | (in kanji combinaties) boven; op; hoog; daarbij; toegevoegd |
uyamau-敬う | respecteren; respect tonen; eren; hoogachten |
warizerifu-割り台詞 | in Kabuki, twee acteurs die (in een monoloog) dezelfde gedachten uiten onafhankelijk [onbewust] van elkaar |
wasserumanhannō-ワッセルマン反応 | Wassermannreactie (medische test genoemd naar de bacterioloog August von Wassermann) |
wosshu・ōbā・doraiburashi-ウォッシュ・オーバー・ドライブラシ (wash over dry brush) | penseel voor de was-over-droog schildertechniek |
yaba-矢場 | boogschietbaan |
yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
yabusame-流鏑馬 | het boogschieten te paard; een boogschutter te paard |
yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
yakeru-焼ける | heet [droog; branderig; pijnlijk] worden; verdorren |
yakurigakusha-薬理学者 | farmacoloog |
yama-山 | climax; hoogtepunt |
yamaba-山場 | hoogtepunt; climax; toppunt |
yamamayu-山繭 | een nachtpauwoog vlinder (Antheraea yamamai) |
yasakebi-矢叫び | kreet die een boogschieter slaakt als hij een pijl afschiet |
yō-癰 | karbonkel; steenpuist; negenoog |
yobimono-呼び物 | bezienswaardigheid; manifestatie; evenement; attractie; hoogtepunt |
yojiru-攀じる | (omhoog) klimmen; klauteren; rotsklimmen |
yokomono-横物 | iets dat breder is dan zijn hoogte |
yōkōro-溶鉱炉 | hoogoven |
yokozuna-横綱 | yokozuna (hoogste rang in sumo) |
yōkyū-洋弓 | het (westers) boogschieten |
yuhazu-弓弭 | de nok van een boog |
yuigadokuson-唯我独尊 | eigenwaan; hoogmoed; verwaandheid |
yumi-弓 | boog (voor pijlen) |
yumi-弓 | het boogschieten |
yumitori-弓取り | boogschutter |
yumitori-弓取り | de boog-ceremonie; degene die boog-ceremonie doet (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
yumitorishiki-弓取り式 | boog-ceremonie (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
yumiya-弓矢 | pijl en boog |
yūshihiritsu-融資比率 | de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de waarde van de woning |
zanzen-嶄然 | prominent [in 't oog lopend; opzienbarend; uitblinkend; uitmuntend; ongeëvenaard] zijn |
zarusoba-笊蕎麦 | soba (boekweit) noedels met gedroogd zeewier (meestal geserveerd op een bamboerekje) |
zasu-座主 | Boeddhistische monnik met de hoogste rang (toezichthouder van de grote tempel) |
zenkō-全高 | de volledige hoogte (van een object) |
zenseiki-全盛期 | hoogtijdagen; gouden tijdperk; periode van bloei |
zenwa-禅話 | dialoog [gesprek; verhandeling] in het Zen Boeddhisme |
zetchōki-絶頂期 | hoogtepunt; toppunt; tijdperk van bloei; gouden tijdperk |
zōhai-増配 | verhoogd dividend; verhoging van het dividend |
zokugan-俗眼 | lekenoog; lekenmening |
zujō-頭上 | hoog in de lucht |
zuriagaru-ずり上がる | omhoog glijden; opkruipen (van kleding) |