amibari-編み針 | breinaald |
amibō-編み棒 | breinaald |
bōshu-芒種 | (lett. zaad in kafnaald) tijd om graan te zaaien (één van de 24 seizoenen van de zonnekalender, ca. 6 juni) |
byuran-ビュラン | graveernaald; graveerstift |
chikuh・chikuri・chikun-ちくっ・ちくり・ちくん | de pijnscheut (op het moment dat men geprikt wordt met een naald, etc.) |
chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
doraipointo-ドライポイント | droge naald (techniek bij kopergravure) |
hari-針 | naald; pin |
hari-針 | wijzer (klok); kompasnaald |
hariabako-針箱 | naaldendoos; naaidoos |
harishigoto-針仕事 | naaldwerk; naaiwerk; borduurwerk |
hōshin-方針 | magneetnaald; kompasnaald |
inochibiroi-命拾い | het nippertje; het oog van de naald (fig.) |
inochibiroisuru-命拾いする | door het oog van de naald kruipen; op het nippertje [aan de dood] ontsnappen |
jishin-磁針 | magneetnaald; kompasnaald |
kagibari-鉤針 | haaknaald |
matsuba-松葉 | dennennaald |
matsunoha-松の葉 | dennennaald |
medo-針孔 | het oog van de naald |
nogi-芒 | kafnaald (van graan of gras) |
rojin-ロジン | colofonium; spiegelhars; vioolhars; pijnhars (natuurlijke hars gewonnen uit naaldbomen, Pinus) |
shii-椎 | naaldboom Castanopsis cuspidata (Japanse Chinquapin) |
shimobashira-霜柱 | ijsnaalden (lang dun ijskristal) |
shinansha-指南車 | oud Chinees rijtuig (met een kompas waarvan de naald altijd het Zuiden aangeeft) |
shin'yōju-針葉樹 | naaldboom |
surudoi-鋭い | scherp (van mes, naald, etc.) |
taiga-タイガ | moerassig naaldwoud; boreaal woud |
toge-刺 | naald |
wakamidori-若緑 | nieuwe [jonge] dennennaalden |