Kruisverwijzing
na
lemma | meaning |
---|---|
a-啞 | (in kanji combinaties) stom zijn; niet kunnen spreken |
a-堊 | (in kanji combinaties) krijt; kalksteen |
a-痾 | (in kanji combinaties) ziekte |
a-蛙 | (in kanji combinaties) kikker |
abauto-アバウト | ongeveer; bij benadering |
abekawamochi-安倍川餅 | Japanse mochi (rijstcake) met kinako (sojameel) en suiker |
abisetaoshi-浴びせ倒し | (sumo) de tegenstander naar beneden duwen door op hem te leunen |
aburaderi-油照り | drukkend [zwoel; benauwd] zomerweer (zonder een zuchtje wind) |
aburana-油菜 | raapzaad; koolzaad (Brassica napus) |
aburidashi-炙り出し | geschreven [getekend] met onzichtbare inkt (wordt zichtbaar na verhitting) |
adamu-アダム | Adam (naam van de eerste mens in de Bijbel) |
adana-綽名 | bijnaam |
adaorosoka-徒疎か | verwaarlozing; nalatigheid |
adorenarin-アドレナリン | adrenaline |
adoribu-アドリブ | (naar Latijn: ad libitum) ad lib; naar eigen believen [keuze]; improvisatie (zn); geïmproviseerd (bnw) |
aegu-喘ぐ | hijgen; naar adem happen; zwaar ademen |
afutākea-アフターケア | nazorg |
afutanūn-アフタヌーン | (na)middag |
afutāsābisu-アフターサービス | (after-sales service) service na verkoop; reparatiedienst |
afutā・faibu-アフター・ファイブ | (na vijf uur) na het werk; in je vrije tijd |
afutā・sābisu-アフター・サービス | reparatiedienst; service na verkoop |
agari-上がり | stijging; toename |
agedama-揚げ玉 | stukjes gefrituurd beslag die in de olie achterblijven na het frituren van tempura |
ageita-上げ板 | (in een traditioneel theater) houten vloeren links en rechts waar het podium en de hanamichi (verhoogd pad naar toneel) samenkomen |
agekaji-上げ舵 | een ruk naar achteren aan de stuurknuppel van een vliegtuig (om het omhoog te laten vliegen) |
agemai-上米 | belastingheffing in rijst bij de krijgsadel (ter verlichting van de financiële nood tijdens de Tokugawa periode) |
agemaki-揚巻 | een geknoopt koord aan de achterkant van een harnas of helm |
ageshio-上げ潮 | (fig.) een opleving; toename |
agezoko-上げ底 | de ziel (welving naar binnen van de bodem) van een fles) |
agezu-上げず | bijna altijd |
ahōbarai-阿呆払い | een straf voor een samoerai in de Edo periode: zijn 2 zwaarden werden afgepakt (of hij werd uitgekleed), waarna hij werd verjaagd |
ahorichigi-阿呆律儀 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
ai-哀 | (in kanji combinaties) verdriet; leed; smart; medelijden |
ai-埃 | (in kanji combinaties) (fijn) stof; stofwolk |
ai-愛 | godsliefde; naastenliefde |
ai-相 | (in combinatie met een zelfs.n.w.) zelfde; mede-; gedeelde |
ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
ai-隘 | (in kanji combinaties) smal; moeilijk |
aibosuru-愛慕する | liefhebben; verlangen naar; zich verbonden voelen met; gehecht zijn aan |
aichi-愛知 | Aichi is de naam van een prefectuur in de regio Chūbu (midden Japan) |
aichō-愛聴 | het graag ergens naar luisteren |
aichōsuru-愛聴する | graag luisteren (naar) |
aidoringu-アイドリング | het stationair draaien van de motor (van een auto, etc.) |
aidoru・kosuto-アイドル・コスト | kosten voor inactiviteit (door overcapaciteit) |
aigo-愛語 | (boeddh.) vriendelijke woorden (één van de 4 methoden die bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha) |
aigyō-愛楽 | (boeddh.) de zoektocht naar; wens [verlangen] |
aigyōsuru-愛楽する | nastreven; wensen; veel houden van [geven om] |
aijin-愛人 | minnaar; minnares; geliefde (partner) |
aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
aiko-愛顧 | gunst; klandizie; patronage |
aikokukōtō-愛国公党 | Nationalistische (politieke) partij |
aioi-相生い | het samen opgroeien (vanaf de geboorte) |
aisan-愛餐 | agapē, de gezamenlijke maaltijd ter nagedachtenis aan het laatste avondmaal van Jezus; een vriendenmaal |
aishinkakura-愛新覚羅 | Aisin Gioro, de naam van een Chinese keizerlijke familie van de Qing dynastie |
aishō-哀傷 | bedroefdheid; smart (vooral na het overlijden van iemand) |
aishō-愛称 | koosnaam; troetelnaam; bijnaam |
aizu-合図 | teken; aanwijzing; signaal; sein |
aizusuru-合図する | signaleren; een teken [aanwijzing; sein] geven; gebaren |
ai・emu・efu-アイ・エム・エフ | IMF (Internationaal Monetair Fonds) |
ai・eru・ō-アイ・エル・オー | internationale arbeidsorganisatie van de VN (International Labour Organization) |
ai・ō・shī-アイ・オー・シー | IOC (Internationaal Olympisch Comité) |
ai・esu・bī・enu-アイ・エス・ビー・エヌ | ISBN (internationaal standaardboeknummer) |
ai・esu・ō-アイ・エス・オー | ISO, internationaal normalisatie-instituut (International Standardization Organization) |
ajari-阿闍梨 | de erenaam voor een hoge priester |
ajiataiheiyōkeizaishakaiiinkai-アジア太平洋経済社会委員会 | ESCAP (United Nations Economic and Social Commission for Asia and the Pacific) |
ajikanatoriumu-アジ化ナトリウム | Natriumazide (NaN3) |
ajinomoto-味の素 | Ajinomoto, merknaam voor de smaakversterker MSG (monosodium glutamaat) |
ajisashi-鰺刺 | een kleine zeemeeuw [stern] (soortnaam Sterna) |
ajisashi-鰺刺 | een visdiefje [kleine stern] (Sterna hirundo) |
akadensha-赤電車 | persoon die vaak 's avonds laat pas naar huis gaat |
akagaeru-赤蛙 | Japanse bruine kikker (Rana japonica) |
akagai-赤貝 | arkschelp (Anadara broughtonii) |
akagane-銅 | (oude benaming voor) koper (chemisch element Cu) |
akahadaka-赤裸 | helemaal naakt; spiernaakt |
akajizaisei-赤字財政 | overbesteding door de overheid; financieringstekort; negatieve balans; in de rode cijfers staan |
akamon-赤門 | bijnaam voor de Universiteit van Tokio, waar de oude rode poort (de Goshudenpoort 御守殿門 uit de Edo periode) zich nu bevindt |
akanbē-あかんべえ | gezichtsuitdrukking waarbij men het onderste ooglid met een vinger naar beneden drukt en het rode gedeelte zichtbaar maakt (minachtend of afkeurend) |
akashingō-赤信号 | rood (stop)licht [verkeerslicht]; waarschuwingssignaal |
akasu-明かす | de nacht doorbrengen |
akasu-証す | nachtbraken; de nacht doorbrengen zonder te slapen [rusten] |
akaunto・manējā-アカウント・マネージャー | account manager; account beheerder |
ake-朱 | vermiljoen; cinnaber; rood pigment |
akeban-明け番 | een vrije dag [rustdag] (na een dag- of nachtdienst); het einde van een dag- of nachtdienst |
akeban-明け番 | de tweede helft van een nachtdienst; de werktijd vanaf het midden van een nachtdienst tot de ochtend |
akebi-通草 | schijnaugurk (Akebia quinata) |
akekure-明け暮れ | dag en nacht |
aki-秋 | herfst; najaar |
akiaji-秋味 | zalm die in de herfst langs de kust wordt gevangen, vlak voordat hij terugkeert naar de rivieren om te paaien |
akifukashi-秋深し | het late najaar; de late herfst |
akimekura-明き盲 | een analfabeet; iemand die niet kan lezen |
akisame-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
akisamezensen-秋雨前線 | herfst [najaars] regenfront |
akisamu-秋寒 | najaarskou |
akitsushima-秋津島 | Akitsushima, oude naam voor Japan |
akizakura-秋桜 | een andere naam voor de plant cosmos (Cosmos bipinnatus) |
akki-悪気 | een niet heldere lucht; een rokerige lucht; een lucht met een bepaalde onaangename geur |
ako-吾子 | een term om (op een vriendelijke manier) naar iemands kinderen of ondergeschikten te wijzen (in de tweede persoon) |
akogare-憧れ | het verlangen [hunkeren] (naar); hunkering |
akogareru-憧れる | verlangen [hunkeren] (naar); verliefd [dol] zijn op |
aku-悪 | het kwaad [de slechtheid] (van natuur, zoals ziekte, natuurrampen, etc.); ondeugd |
aku-握 | (in kanji combinaties) grijpen; beetpakken |
akuba-悪婆 | de naam van een rol in het Kabuki theater |
akudō-悪道 | (boeddh.) het slechte pad volgen, d.w.z. in deze wereld slechte dingen doen en daardoor na de dood in de hel komen |
akugenta-悪源太 | een bijnaam van Minamoto no Yoshihira (1141-1160) |
akumei-悪名 | een slechte naam; slechte reputatie |
akumu-悪夢 | nachtmerrie; nare [boze] droom |
akumu-悪夢 | iets dat zo erg is als een nachtmerrie |
akumyō-悪名 | een slechte naam [reputatie] |
akuruhi-明くる日 | de volgende dag; de dag daarna |
akusafu-悪左府 | de bijnaam van Sadajin (minister ter Linkerzijde) Fujiwara no Yorinaga (1120-1156) |
akusai-悪妻 | een slechte echtgenote; een kenau [helleveeg] |
akusei-悪声 | slechte reputatie [naam] |
akushitsu-悪疾 | een kwaadaardige ziekte (vroeger was dit de benaming voor de ziekte van Hansen, leprosie) |
akushootoshi-悪所落し | (op een paard) over een steile weg naar beneden rijden |
akutagawa-芥川 | de naam van een rivier, die stroomt in het gebied tussen Osaka en Kyoto |
akutagawa-芥川 | een familienaam |
akutagawashō-芥川賞 | de Akutagawa-prijs (een literatuurprijs voor debutanten, vernoemd naar de schrijver Akutagawa Ryūnosuke) |
akutaimatsuri-悪態祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
akuun-悪運 | het geluk van de duivel hebben; er goed vanaf [mee weg] komen; zwijnen |
amadokoro-甘野老 | welriekende salomonszegel (plant: Polygonatum odoratum) |
amaebi-甘海老 | zoete (noordelijke) garnaal (Pandalus borealis) |
amagumori-雨曇り | een bewolkte [regenachtige; dreigende] lucht |
amai-甘い | ongezouten; (bijna) zonder zout |
amakawa-甘皮 | nagelriem |
amakudari-天下り | vanuit een (hoge) overheidspositie overgaan naar een goedbetaalde functie in semi-overheidsorganisatie of private organisatie |
amamoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amamoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amana-甘菜 | Amana edulis (bolgewas uit de leliefamilie, met eetbare bol) |
amanatsu-甘夏 | amanatsu (citrusvrucht, Citrus natsudaidai) |
amari-余り | te; te zeer; zo(veel); meer dan (na getallen); buitengewoon; uiterst |
amatchoroi-甘っちょろい | te optimistisch; te gemakkelijk (in de omgang); te onverantwoordelijk [goedaardig; naïef; simpel] |
amayo-雨夜 | avond met regen; regenachtige avond |
ameagari-雨上がり | na de regen |
amefuri-雨降り | regen; neerslag; regenachtig weer; regenweer |
amegachi-雨勝ち | regenachtig |
amemoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amemoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amerikashirohitori-アメリカ白火取 | nachtvlinder (Hyphantria cunea) |
ami-醤蝦 | aasgarnalen (Mysidacea) |
amibari-編み針 | breinaald |
amibō-編み棒 | breinaald |
amimoto-網元 | aanvoerder [leider] van (een vereniging van) vissers; eigenaar van visnetten en vissersboten |
an-安 | (in kanji combinaties) makkelijk; rustig; kalm; redelijk |
an-庵 | klooster; kluizenaarscel |
an-按 | (in kanji combinaties) nadenken; vasthouden; in de hand houden; onderzoeken |
an-案 | een bureau; lessenaar |
an-行 | (in kanji combinaties) gaan; meedragen |
an-諳 | (in kanji combinaties) uit het hoofd leren; onthouden |
an-闇 | (in kanji combinaties) duisternis |
anadoru-侮る | neerkijken op; minachten; onderschatten |
anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
anaguma-穴熊 | Japanse das (zoogdier, Meles anaguma) |
anākī-アナーキー | anarchie |
anakisuto-アナキスト | anarchist |
anākisuto-アナーキスト | anarchist |
anakizumu-アナキズム | anarchisme |
anākizumu-アナーキズム | anarchisme |
anakuro-アナクロ | anachronisme |
anakuronizumu-アナクロニズム | anachronisme |
anapaisutosu-アナパイストス | anapest (drielettergrepige versvoet van 2 korte of onbeklemtoonde en 1 lange of beklemtoonde lettergrepen) |
anaraizā-アナライザー | analysator (beeldontleder) |
anarishisu-アナリシス | analyse |
anarisuto-アナリスト | analist(e) |
anarogu-アナログ | analoog |
anarojī-アナロジー | analogie |
anaru・sekkusu-アナル・セックス | anale sex |
anchan-兄ちゃん | (als aanroep) jongen; knul; joch; knaap; kerel(tje) |
anchi-安置 | het plaatsen van een boeddhabeeld of naamplaat van een overledene voor een eredienst |
anchō-暗潮 | een onderstroom [tij] (fig.); nauwelijks waarneembare doch aanwezige kracht in de maatschappij [wereld] |
andepandan-アンデパンダン | de Indépendants (de Onafhankelijken, Franse kunstenaars) |
anguiseisha-暗愚為政者 | een domme [slechte] staatsman [ambtenaar] |
anii-兄い | vlotte [knappe] jongeman |
aniki-兄貴 | (informeel) iemand die op natuurlijke wijze de baas is (bij jeugd(bendes), vaklui, yakuza e.d.) |
anjisuru-暗示する | een suggestie [voorstel] doen; suggereren; verwijzen (naar); impliceren; aanraden |
ankā-アンカー | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
ankāman-アンカーマン | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
ankōshoku-暗紅色 | donkerrood; granaatrood |
ankyo-暗渠 | een ondergronds draineringskanaal |
anna-安和 | kalmte en vrede; de naam van een keizerlijk tijdperk in het midden van de Heian-periode, 10e eeuw) |
annyon・haseyo-アンニョン・ハセヨ | goedenavond |
anoyo-彼の世 | de andere wereld; de wereld van de doden; het hiernamaals |
anpo-安保 | (nationale) veiligheid |
anpojōyaku-安保条約 | nationaal veiligheidsverdrag |
anrakushi-安楽死 | euthanasie |
ansatsusha-暗殺者 | moordenaar |
ansha-暗車 | een oude benaming voor een scheepsschroef |
anshachizu-暗射地図 | een blanko kaart (zonder plaatsnamen zoals wordt gebruikt op scholen) |
anshi-暗視 | nachtvisie; gezichtsvermogen in het donker |
anshisōchi-暗視装置 | nachtkijker |
anshitsu-庵室 | kluizenaarscel; kluizenaarshut |
anshō-暗証 | een geheime letter- [cijfer] combinatie voor toegang tot bepaalde gegevens, of voor identificatie van een persoon |
antatchaburu-アンタッチャブル | outcast; onaanraakbare (Hindoeklasse) |
antō-案頭 | op het bureau; op de lessenaar [schrijftafel] |
anwa-安和 | kalmte en vrede; de naam van een keizerlijk tijdperk in het midden van de Heian-periode, 10e eeuw) |
anzenhoshō-安全保障 | nationale veiligheid |
anzuruni-案ずるに | wat ik denk...; als we daar goed over nadenken dan.... |
an'ei-安永 | de naam van een jaarperiode (van 16-11-1772 tot 04-02-1781) |
an'ya-暗夜 | een donkere nacht |
an'yakōro-暗夜行路 | A Dark Night's Passing, de titel van een roman (1921-1937) van Shiga Naoya |
aodensha-青電車 | de één na laatste trein (aangegeven met een blauw licht) |
aogiri-青桐 | Chinese parasol boom (Firmiana simplex) |
aogu-仰ぐ | opkijken (naar); opzien tegen |
aoiroshinkoku-青色申告 | blauwe aangifte (soort aangifte inkomstenbelasting waarbij speciale inkomstenaftrek mogelijk is) |
aomuke-仰向け | het naar boven gekeerd zijn; rugligging |
aomukeru-仰向ける | naar boven gaan kijken [draaien] ; met het gezicht naar boven gaan liggen |
aomuku-仰向く | omhoog [naar boven] kijken; met het gezicht naar boven liggen |
aonokeru-仰のける | naar boven draaien; omdraaien [openleggen] (van een kaart b.v.) |
aonoku-仰のく | omhoog [naar boven] kijken |
aoppoi-青っぽい | onervaren; naïef; onvolwassen |
aoyagi-青柳 | de naam van een kleurschema van verschillende kimono lagen die over elkaar gedragen worden (voor de lente) |
aoyagi-青柳 | de naam van een bekend volksliedje |
appu-アップ | stijging; toename |
appuappu-あっぷあっぷ | naar adem snakkend; worstelend; zwoegend |
apure・gēru-アプレ・ゲール | na-oorlogse periode; naoorlogs |
apurōchi-アプローチ | approach; benadering; (manier van) aanpak |
apurōchi-アプローチ | nadering; aanloop |
arā-アラー | Allah (naam van God bij moslims) |
ara-新 | (in kanji combinaties) nieuw; vers |
araebisu-荒夷 | wildeman; barbaar (denigrerende term die door mensen in de hoofdstad wordt gebruikt om te verwijzen naar mensen uit het oosten van Japan) |
arajotai-新所帯 | nieuw huishouden (na huwelijk); nieuw gezin |
arakabe-粗壁 | een muur die (na de eerste laag) nogmaals geschilderd moet worden |
arakata-粗方 | voor het grootste deel; meestal; bijna [praktisch] alles |
araseitō-あらせいとう | violier (Matthiola incana) |
aratameru-改める | nakijken; onderzoeken; inspecteren; tellen |
arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
arawa-露 | naakt [bloot] zijn |
arekara-あれから | daarna; sindsdien; sinds toen; vanaf dat moment |
arekore-彼是 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
arīna-アリーナ | arena; (klassiek) amfitheater; ring; piste |
arrā-アッラー | Allah (naam van God bij moslims) |
aruhanbura-アルハンブラ | het Alhambra (Paleis in Granada, Spanje) |
arumanakku-アルマナック | almanak (kalender) |
arumanyakku-アルマニャック | Armagnac (provincie in Frankrijk) |
arurukan-アルルカン | harlekijn; nar; clown |
arutsafu-アルツァフ共和国 | de republiek Artsach (Nagorno-Karabach) |
aryū-亜流 | navolger; imitator; epigoon |
asa-麻 | hennep plant (Cannabis sativa) |
asaban-朝晩 | ochtend en avond; dag en nacht; altijd |
asari-浅蜊 | Filipijnse tapijtschelp (Ruditapes philippinarum) |
asaru-漁る | zoeken naar [in]; op zoek gaan naar; doorzoeken |
asashan-朝シャン | het haarwassen in de ochtend (na het opstaan) |
asayū-朝夕 | ochtend en avond; dag en nacht; altijd |
asean-アセアン | Associatie van landen in Zuidoost Azië (Association of Southeast Asian Nations) |
asekusai-汗臭い | stinkend naar zweet |
asemidoro-汗みどろ | doorweekt [kletsnat] van het zweet |
asemizuku-汗水漬く | helemaal bezweet zijn; kleddernat van het zweet zijn |
ashinuke-足抜け | het in stilte weglopen [ontsnappen; vertrekken] (uit ) |
ashinuke-足抜け | een benarde positie |
ashinuki-足抜き | ontsnapping uit een moeilijke [penibele] situatie |
ashioto-足音 | een teken dat iets nadert [dichterbij komt] |
asshukukichō-圧縮記帳 | een aantekening [notering] van verminderde waarde (bij een financiële transactie) |
assuru-圧する | (naar beneden) drukken; indrukken |
asu-明日 | in de nabije toekomst |
asuka-飛鳥 | Asuka, plaats in de prefectuur Nara (vroegere keizerlijke hoofdstad, 538-710 n.Chr.) |
asutorodōmu-アストロドーム | Reliant Astrodome (ook wel genoemd Houston Astrodome, naam van een koepelvormig honkbalstadion in Amerika) |
asutoronōto-アストロノート | astronaut; ruimtevaarder |
atamakara-頭から | vanaf het (allereerste) begin |
ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
ateji-当て字 | het gebruik van karakters naar klank en niet naar betekenis; een fonetisch equivalent van een kanji |
atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
atekomu-当て込む | rekenen op een goed resultaat; verwachten; uitzien naar |
atenige-当て逃げ | het doorrijden [wegvluchten] na een aanrijding te hebben veroorzaakt |
atereko-当てレコ | het dubben; nasynchronisatie |
ato-後 | na; nadat; later |
ato-跡 | spoor; sporen (nagelaten) |
atoaji-後味 | nasmaak |
atoaji-後味 | nasmaak (fig.); slecht gevoel achteraf |
atoato-後後 | hierna; toekomstig; in de (verre) toekomst |
atobara-後腹 | onaangename gevolgen [nasleep; consequentie] |
atobara-後腹 | naweeën (na de bevalling) |
atobarai-後払い | uitgestelde betaling; nabetaling; krediet |
atochi-跡地 | braakliggend land [kavel; perceel] (na afbraak van de gebouwen die erop stonden) |
atochi-跡地 | landbouwgrond (na de oogst) |
atogaki-後書き | nawoord; epiloog; naschrift; postscriptum |
atokuchi-後口 | nasmaak |
atome-跡目 | hoofd van een familie; familienaam; familiebezit |
atome-跡目 | erfgenaam; opvolger |
atooishinjū-後追い心中 | zelfmoord gepleegd na de dood van de geliefde partner |
atosaki-後先 | voor en achter [na]; voorkant en achterkant |
atotsugi-跡継ぎ | opvolger; erfgenaam |
atozan-後産 | de nageboorte |
au-会う | een onaangename [onwelkome] ontmoeting hebben; iets onaangenaams tegenkomen |
autokābu-アウトカーブ | (honkbal) een curveball (effectbal) met een draaibeweging naar buiten |
awamori-泡盛 | awamori, gedestilleerde drank uit Okinawa op basis van rijst |
aware-哀れ | (arch.) iets dat geliefd [dierbaar] is; iets dat na aan het hart ligt |
awaya-あわや | bijna; op het punt (staan te) (wordt niet gebruikt bij voorspoedige gebeurtenissen) |
ayani-奇に | eigenaardig; vreemd (genoeg] |
ayumiyoru-歩み寄る | (toe)lopen naar |
azuki-小豆 | azukiboon; adukiboon (Vigna angularis) |
azumakudari-東下り | historische term voor het vanuit Kyoto naar de oostelijke provincies (en Edo) reizen |
ba-ば | (na de izenkei van een ww. in modern Japans en achter de mizenkei in klassiek Japans wordt er een voorwaarde [conditie] uitgedrukt) als; indien |
ba-ば | (in de combinatie: ...nakereba naranai) moeten |
ba-ば | zo (zeer) als; naarmate; in dezelfde mate als |
ba-ば | (in de combinaties naraba, iwaba, tatoeba, etc. gebruikt als bijwoord) namelijk; wat betreft; als het |
ba-罵 | (in kanji-combinaties) beledigen; uitschelden |
ba-羽 | (in kanji-combinaties) veer; vleugel |
ba-馬 | (in kanji-combinaties) paard |
babaroa-ババロア | bavaroise; bavarois (nagerecht) |
bai-培 | (in kanji combinaties) het kweken; laten groeien |
bai-売 | (in kanji combinaties) verkoop; verkopen |
bai-媒 | (in kanji combinaties) bemiddelen |
bai-買 | (in kanji combinaties) kopen |
bai-陪 | (in kanji combinaties) samenkomen; bijwonen; aanwezigheid |
baiasu-バイアス | diagonaal; schuinte (van stof) |
baiasuron-バイアスロン | biatlon (combinatie van ski- en schietwedstrijd) |
baiseki-陪席 | bijwoning; deelname (met iemand hoger in rang) |
baiseki-陪席 | (afk. voor) tweede rechter na de hoofdrechter in een rechtszitting |
baisekisaibankan-陪席裁判官 | tweede rechter na de hoofdrechter in een rechtszitting |
baishū-買収 | aankoop; acquisitie, overname (bedrijf) |
baishūgappei-買収合併 | fusie door overname; aankoop en fusie |
bai・rain-バイ・ライン | naamregel (bij een artikel waar de naam van de auteur wordt vermeld) |
bakashōjiki-馬鹿正直 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
bakka-幕下 | Chinese benaming van een shogun; erenaam van een shogun |
bakka-幕下 | ondergeschikte; volgeling; dienaar; huisbediende |
bakko-跋扈 | dominantie; overheersing |
bakoso-ばこそ | achtervoegsel gebruikt voor nadruk |
baku-瀑 | (in kanji combinaties) waterval |
baku-縛 | (boeddh.) een andere naam voor de wereldse [aardse] verlangens |
baku-麦 | (in kanji combinaties) graan |
bakudan-爆弾 | bom; granaat |
bakufu-幕府 | het shogunaat |
bakumatsu-幕末 | slotperiode van het Tokugawa shogunaat |
bakuyakuzutsu-爆薬筒 | kogelpatroon; granaatpatroon; huls |
ban-判 | (in kanji combinaties) zegel; stempel; papierformaat; oordeel |
ban-晩 | avond; nacht |
ban-板 | (in kanji combinaties) plank; plaat |
ban-磐 | (in kanji combinaties) grote steen |
ban-蕃 | (in kanji combinaties) buitenland; (onbeschaafde) buitenlanders |
ban-蛮 | (in kanji combinaties) onbeschaafde volkeren |
banajiumu-バナジウム | vanadium (chem. element) |
banana-バナナ | banaan |
banchō-番長 | (vroeger) (staats)dienaar met militaire of politie taken |
bandō-坂東 | oude naam van de Kantō regio |
banī・gāru-バニー・ガール | serveermeisje; animeermeisje (in nachtclub) |
banka-晩夏 | nazomer; laat in de zomer |
bankoku-万国 | alle landen [naties] (in de wereld); de hele wereld |
banme-番目 | -de [-ste] (in combinatie met rangtelwoorden) |
banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
bāntoshenna-バーントシェンナ | gebrande sienna (roodbruin) |
banushi-馬主 | paardeneigenaar; bezitter van paarden |
banushi-馬主 | eigenaar [bezitter] van racepaarden |
barerīna-バレリーナ | ballerina; balletdanseres |
bareru-ばれる | een vis die aan de haak was geslagen laten ontsnappen |
barikan-バリカン | tondeuse; kappersschaar (merknaam Bariquand et Marre) |
baryū・anarishisu-バリュー・アナリシス | waardebepaling; waardeanalyse |
bashō-芭蕉 | Japanse bananenplant (Musa basjo) |
bashō-芭蕉 | (Matsuo) Bashō (naam van een Japanse haiku dichter, 1644-1694) |
bashu-馬主 | paardeneigenaar; bezitter van paarden |
bashu-馬主 | eigenaar [bezitter] van renpaarden |
basson-末孫 | afstammeling; nakomeling; nazaat; telg |
batakusai-バタ臭い | (lett. ruikend naar boter) westers; Europees; exotisch; on-Japans |
batsu-伐 | (in kanji combinaties) hout hakken; (de vijand) verslaan |
batsu-抜 | (in kanji combinaties) verwijderen; uittrekken; uitsteken boven; superieur zijn |
batsu-跋 | epiloog; nawoord |
batsubun-跋文 | nawoord; epiloog |
batsuei-末裔 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
batsugo-跋語 | naschrift; nawoord |
batsugun-抜群 | weergaloos [uitstekend; subliem; ongeëvenaard] zijn |
batsuyō-末葉 | nakomeling |
battari-ばったり | (onomatopee) vallend met een doffe klap [met een knal] |
bazoku-馬賊 | bandieten te paard (specifiek in de Chinese Qing dynastie) |
bebe-べべ | vagina |
bebiibūmā-ベビーブーマー | babyboomer(s) (generatie mensen geboren na de tweede wereldoorlog, ca. 1946-1960) |
bei-米 | (in kanji combinaties) rijst |
beigunhausu-米軍ハウス | huurwoningen voor Amerikaanse militairen in Japan (na de Tweede Wereldoorlog) |
bekke-別家 | het zelfstandig worden van een werknemer (die een eigen zaak gaat runnen onder dezelfde naam) |
bekke-別家 | een ander [apart] huis (naast het hoofdgebouw) |
bekutā-ベクター | vector (biochemie, stukje DNA) |
benshi-弁士 | (goede) spreker; redenaar; verteller |
beppin-別嬪 | schoonheid; knappe vrouw; mooi meisje |
beppō-別法 | een andere [verschillende; alternatieve] werkwijze [methode; manier van doen] |
berukuro-ベルクロ | klittenband; velcrostrip (genoemd naar het merk Velcro) |
bessei-別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waar ieder zijn eigen familienaam aanhoudt) |
besshi-蔑視 | verachting; minachting |
besshite-別して | in het bijzonder; vooral; bovenal |
besshō-別称 | bijnaam; pseudoniem |
besshō-蔑称 | een kleinerende [denigrerende] benaming (voor iemand of iets); belediging |
betomin-ベトミン | Vietminh (Vietnamese verzetsbeweging, opgericht in 1941 door Ho Tsi Minh) |
betonamu-ベトナム | Vietnam |
betsu-蔑 | (in kanji combinaties) neerkijken op; minachten; verachten |
betsumei-別名 | een andere naam; pseudoniem; schuilnaam |
bibō-美貌 | knap uiterlijk; schoonheid; bekoorlijkheid; charme |
bidakuon-鼻濁音 | neusklank; nasale klank |
bidanshi-美男子 | een knappe man; adonis |
biennāre-ビエンナーレ | biënnale (evenement dat om de twee jaar wordt gehouden) |
biggu・appuru-ビッグ・アップル | bijnaam voor de stad New York |
biggu・ban-ビッグ・バン | oerknal |
bijakudenpa-微弱電波 | zwakke radiogolven; zwakke transmissie van signalen |
bijin-美人 | schoonheid; knappe vrouw |
bijin-美人 | (erenaam voor) vorst of wijsgeer |
bijin-美人 | (bijnaam voor) regenboog |
bijo-美女 | mooie [knappe] vrouw; schoonheid |
bijōfu-美丈夫 | een goed uitziende [knappe] man |
bijozakura-美女桜 | verbena (plant) |
bijutsugan-美術眼 | kunstenaarsblik; artistiek inzicht |
bijutsuka-美術家 | kunstenaar |
bīkon-ビーコン | baken; lichtsignaal; vuurtoren |
bimokushūrei-眉目秀麗 | (meestal van mannen) knap uiterlijk; er goed uitzien |
binan-美男 | een knappe man (van uiterlijk) |
bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
bingata-紅型 | traditionele verftechniek voor textiel op Okinawa |
bion-鼻音 | nasaal geluid; nasale klank; een nasaal |
biriken-ビリケン | Billiken (een beeldje gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Florence Pretz uit Kansas City, Missouri) |
biru-ビル | Bill (naam) |
bishamonten-毘沙門天 | Bishamonten (Vaishravana), god van rijkdom en overwinning, (afgebeeld in harnas,met schatkamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
bishobisho-びしょびしょ | kletsnat; doorweekt |
bishonure-びしょ濡れ | kletsnat; drijfnat; kleddernat; zeiknat; doorweekt |
bō-冒 | (in kanjicombinaties) risico; gevaar; begin; opening |
bo-募 | (in kanji combinaties) vragen; werven |
bō-忘 | (in kanji combinaties) vergeten |
bo-慕 | (in kanji combinaties) verlangen; nostalgie; liefhebben; gehecht zijn aan; bewonderen |
bo-暮 | (in kanji combinaties) zonsondergang; schemering; avond; einde |
bō-望 | (in kanji combinaties) vooruit [in de verte] kijken; hopen; verwachten; verlangen |
bo-母 | (in kanji combinaties) moeder |
bōbiki-棒引き | de horizontale streep van lange klinkers in katakana |
bōchō-防諜 | contraspionage |
bōchōkikan-防諜機関 | contraspionagedienst |
bōchōseisaku-防諜政策 | contraspionage beleid [politiek] |
bōdāresu・ekonomī-ボーダーレス・エコノミー | open [internationale] economie; economie over de grenzen |
bodīsūtsu-ボディースーツ | bodysuit (kledingstuk dat nauw om het lichaam sluit); damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat |
bōeki-貿易 | (internationale) handel; handelsverkeer; import en export |
bōfū-防風 | (medicinale) plant, Saposhnikovia divaricata |
bogowasha-母語話者 | moedertaalspreker; native speaker |
bōihanto-ボーイハント | het op zoek [jacht] gaan naar een jongen [man; vrijer]; het oppikken [versieren] van een jongen [man; vrijer] |
boin-母印 | duimafdruk (op een verklaring, i.p.v. het persoonlijk naamstempel) |
bōkoku-亡国 | verwoest land; nationale ondergang |
bōkun-傍訓 | furigana (uitspraak toegevoegd aan de zijkant van een kanji) |
bonan-ボナン | bonang (Javaans muziekinstrument) |
bonaparutisumu-ボナパルティスム | bonapartisme |
bonērutō-ボネール島 | Bonaire |
bonpu-凡夫 | (arch.) analfabeet; ongeletterd iemand |
bonten-梵天 | andere naam voor India |
bonten-梵天 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
borisheviki-ボリシェヴィキ | bolsjewiek (Russische revolutionair) |
boroboro-ぼろぼろ | in stukjes; een voor een; verspreid; de een na de ander |
borushebiki-ボルシェビキ | bolsjewiek (Russische revolutionair) |
bōseki-紡績 | het (machinaal) spinnen (van garen) |
bōsen-傍線 | onderstreping (in horizontale tekst); verticale streep (naast verticale tekst) |
bōshu-芒種 | (lett. zaad in kafnaald) tijd om graan te zaaien (één van de 24 seizoenen van de zonnekalender, ca. 6 juni) |
bōsō-暴走 | het wild [doelloos] rondrennen; (bij honkbal) het roekeloos rennen naar de honken door een speler |
bosshū-没収 | verbeurdverklaring; inbeslagname; confiscatie; beslaglegging |
bosunia・herutsegobina-ボスニア・ヘルツェゴビナ | Bosnië en Herzegovina |
bōtō-暴騰 | plotselinge toename [stijging] |
botsuwana-ボツワナ | Botswana (republiek in Afrika) |
bu-侮 | (in kanji combinaties) verachten; neerkijken op; minachten; bespotten |
bubetsu-侮蔑 | hoon; minachting; geringschatting; belediging |
būbī-ブービー | poedelprijs; troostprijs (voor de één na laatste plaats) |
būbīshō-ブービー賞 | poedelprijs; troostprijs (voor de één na laatste plaats) |
bui・tān-ブイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken, daarna weer elders buiten de stad gaan werken |
bujoku-侮辱 | belediging; minachting; geringschatting |
bukan-武官 | officier; (hof)functionaris belast met militaire taken |
bukiryō-不器量 | lelijkheid; onaantrekkelijkheid |
bukka-仏果 | (boeddh.) nirwana; Verlichting (bereikt door boeddhistische training) |
būmu-ブーム | hausse (plotselinge stijging; toename) |
bungeifukkō-文芸復興 | de Renaissance |
bungen-文言 | (in China) schrijftaal t.o. spreektaal |
bunjinga-文人画 | literator schilderkunst (schilderkunst als nevenactiviteit van een literator, in China en later ook in Japan vanaf de Edo periode) |
bunkan-文官 | ambtenaar; (hof)functionaris belast met bestuurstaken |
bunkan-文官 | ambtenarij; ambtenarenapparaat; overheidsdienst |
bunkanohi-文化の日 | Dag van de cultuur (nationale feestdag, 3 november) |
bunmei-文明 | naam van een Japans tijdperk (1469-1487) |
bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
bunminkeisatsukan-文民警察官 | civiele politieambtenaar |
bunpitsu-文筆 | (hist. in China) dichtkunst (文) en proza (筆) |
bunseki-分析 | analyse |
bunsekisuru-分析する | analyseren |
bunshin-分身 | incarnatie van Boeddha |
bun'ya- ブン屋 | (jeugdbende jargon) journalist; verslaggever |
buonfuresuko-ブオンフレスコ | Buon fresco is een fresco-schildertechniek (waarbij alkalibestendige pigmenten, vermalen in water, worden aangebracht op nat gips) |
buotoko-醜男 | een lelijke [onaantrekkelijke] man |
burakishizumu-ブラキシズム | het tandenknarsen; bruxisme |
burakku・chenbā-ブラック・チェンバー | Black Chamber (1919–1929); ook bekend als het Cipher Bureau, de voorloper van de geheime dienst van de VS, National Security Agency (NSA) |
burakku・jānarizumu-ブラック・ジャーナリズム | zwarte journalistiek (met onthullende geheime informatie) |
burandē-ブランデー | cognac; brandewijn |
burando-ブランド | merk; merknaam; handelsmerk |
bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
bureton・uzzukyōtei-ブレトン・ウッズ協定 | de Bretton Woods Overeenkomst (1944, financieel-economisch akkoord tussen 44 landen) |
buri-振り | (... 振り) na... |
burokku・sain-ブロック・サイン | (honkbal) een aanwijzing geven door naar een deel van het lichaam te wijzen |
burukinafaso-ブルキナファソ | Burkina Faso |
buruku・mēru- バルク・メール | bulkmail (vele mailberichten tegelijk verstuurd naar verschillende mailboxen) |
burunei-ブルネイ | Brunei (sultanaat in Azië) |
busaiku-不細工 | alledaagsheid; eenvoudigheid; onaantrekkelijkheid |
busshō-仏性 | Boeddha-natuur |
busshoku-物色 | het zoeken; doorzoeken; uitzoeken; op zoek gaan naar |
butchigai-打っ違い | diagonaal kruis |
butsurigaku-物理学 | natuurkunde; fysica |
butsuryū-物流 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
butsutekiryūtsū-物的流通 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
buyaku-夫役 | corvee; dwangarbeid; slavenarbeid |
byakugō-白毫 | krul wit haar op het voorhoofd van de Boeddha; een van de tweeëndertig lakshana’s |
byō-病 | (in kanji combinaties) ziekte; aandoening; kwaal; zwakte; slechte gewoonte |
byōbotsu-病没 | dood door ziekte; een natuurlijke dood |
byōshi-病死 | dood door ziekte; een natuurlijke dood |
byuran-ビュラン | graveernaald; graveerstift |
chainīzuhowaito-チャイニーズホワイト | Chinees wit (pigment, voornamelijk in waterverf) |
chakunan-嫡男 | oudste zoon; erfgenaam |
chakuson-嫡孫 | wettige kleinzoon (van de erfgenaam van een familie) |
chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
chameshi-茶飯 | fijngehakte groene thee gemengd met gekookte rijst (Nara chameshi) |
chami-茶味 | bruinachtige kleur |
chaneru-チャネル | kanaal (water; tv, etc.) |
channeru-チャンネル | kanaal (van televisie, radio etc.) |
channeru-チャンネル | knop waarmee je een tv- of radio kanaal selecteert |
channeru-チャンネル | kanaal; waterweg; vaarwater; zee-engte |
channeruarasoi-チャンネル争い | ruzie over de keuze van het (tv) kanaal |
channeruken-チャンネル権 | het gezag [de rechten] hebben over de (tv) kanalen |
chanoko-茶の子 | versnapering; cake; snoepjes (oorspronkelijk voor bij de thee) |
chanpion-チャンピオン | kampioen; winnaar |
cherimoya-チェリモヤ | cherimoya (Zuid-Amerikaanse vrucht en boom, Annona cherimola) |
chēsā-チェーサー | een lichter drankje na het drinken van sterke drank (b.v. bier na whisky) |
chi-池 | (in kanji combinaties) vijver; put; reservoir |
chibi-ちび | (in combinaties) versleten |
chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
chigaku-地学 | aardwetenschap(pen); geowetenschap(pen); natuurkundige aardrijkskunde |
chiheisen-地平線 | horizon (vanaf het land); skyline |
chihōkōmuin-地方公務員 | functionaris [ambtenaar] van een lokale overheid |
chii-地異 | natuurverschijnsel; natuurramp |
chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
chiikishinkō-地域振興 | promotie [bevordering] van regionale welvaart |
chikama-近間 | in de buurt; niet ver weg; in de nabijheid |
chikazukeru-近づける | omgaan met (iem.); nader tot elkaar brengen |
chikazuku-近づく | naderen; dicht(er)bij komen |
chikazuku-近づく | benaderen; beter leren kennen |
chīku-チーク | teak (boom: Tectona grandis) |
chikuh・chikuri・chikun-ちくっ・ちくり・ちくん | de pijnscheut (op het moment dat men geprikt wordt met een naald, etc.) |
chikuji-逐次 | de één na de ander; successievelijk; achtereenvolgens |
chikuro-チクロ | Natriumcyclamaat |
chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
chikyūgai-地球外 | buitenaards |
chimatsuri-血祭り | bloedoffer (in het oude China werd een vijand geofferd voor een veldslag om de oorlogsgod gunstig te stemmen) |
chimei-地名 | plaatsnaam; toponiem; geografische naam |
chimeido-知名度 | (naams)bekendheid; reputatie |
chinchin-沈沈 | stil zijn (m.n. in de nacht) |
chinōhan-知能犯 | misdrijven met gebruik van informatie (zonder geweld); criminaliteit met intellectueel eigendom; witteboordencriminaliteit |
chinpei-鎮兵 | (Nara-Heian periode) verdedigingsleger (voor de provincies Mutsu en Dewa in Japan) |
chintai-沈滞 | stagnatie; inactiviteit; slapte |
chintsūzai-鎮痛剤 | pijnstiller; analgeticum (medicijn) |
chioryūsannatoriumu-チオ硫酸ナトリウム | natriumthiosulfaat; hypo |
chiri-ちり | een stoofpotje met vis en groenten (afkorting voor: chirinabe) |
chisetsu-稚拙 | ongekunsteldheid; naïviteit; kinderachtigheid |
chitsu-膣 | vagina |
chitsuen-膣炎 | vaginitis (ontsteking van de vagina) |
chō-嘲 | (in kanji combinaties) bespotten; uitlachen; honen |
chō-朝 | dynastie; hof |
chō-脹 | (in kanji combinaties) zwelling |
chōga-頂芽 | eindknop; apicale knop (het primaire, dominante, groeipunt is aan de punt van de stengel of tak van de plant) |
chōgayūsei-頂芽優勢 | (plantkunde) apicale dominantie (d.w.z. dat de top een plant sterker uitgroeit dan de zijtakken) |
chōhō-諜報 | spionage; geheime inlichtingen |
chōji-丁子 | kruidnagel |
chōjiyu-丁子油 | kruidnagelolie |
chōkā-チョーカー | korte [nauwsluitende] halsketting |
chōkai-懲戒 | disciplinaire straf (maatregel); bestraffing; sanctie; tuchtiging |
chōkaimenshoku-懲戒免職 | (van een ambtenaar) disciplinair ontslag |
chōkan-長官 | directeur; hoofdfunctionaris; kanselier; voorzitter |
chōkanzu-鳥瞰図 | bovenaanzicht; gezicht vanuit de lucht; vogelperspectief |
chōkō-長江 | Yangtze-rivier (China) |
chōkō-長考 | het lang nadenken [overdenken] |
chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
chokugo-直後 | onmiddellijk [direct] na iets |
chōkyoridenwa-長距離電話 | internationaal [interlokaal] telefoongesprek |
chōmoku-鳥目 | geld; munt; muntstuk (lett. vogel-ogen, de term verwijst naar oude munten met ronde gaten) |
chōmon-聴聞 | het luisteren naar (een lezing, toespraak, preek, etc.) |
choppu-チョップ | karbonade; kotelet (stuk vlees) |
chōrō-嘲弄 | minachting; bespotting; hoon |
chōsahōdō-調査報道 | onderzoeksjournalistiek |
chōsahōdōkisha-調査報道記者 | onderzoeksjournalist |
chōseki-朝夕 | ochtend en avond; dag en nacht; altijd |
chōsenninjin-朝鮮人参 | Aziatische ginseng (Panax ginseng) |
chōshizen-超自然 | occultisme; transcendentie; bovennatuurlijkheid; paranormaliteit |
chōtōha-超党派 | niet-partijgebonden; onafhankelijk van partijlijn [partijpolitiek] |
chōya-長夜 | lange nacht |
chōyō-朝陽 | (provincie in China) Shandong |
chōzuke-丁付け | paginering; paginanummering |
chūboku-忠僕 | trouwe dienaar |
chūchōkikin'yū-中長期金融 | financiering voor middellange en lange termijn |
chūgoku-中国 | China |
chūi-中尉 | (eerste) luitenant; onderluitenant |
chūibukai-注意深い | voorzichtig; zorgvuldig; nauwgezet; attent; waakzaam; alert |
chūjō-中将 | luitenant-generaal; viceadmiraal |
chūka-中華 | China (de naam die door de Han-bevolking van China werd gebruikt om naar hun eigen land te verwijzen) |
chūkai-厨芥 | keukenafval; etensresten |
chūkajinminkyōwakoku-中華人民共和国 | de Volksrepubliek China |
chūkaminkoku-中華民国 | Taiwan; de Republiek van China |
chūkankessan-中間決算 | tussenbalans; tussentijds financieel rapport |
chūkei-仲兄 | de jongste van twee oudere broers; de tweede broer van boven; de op een na oudste broer |
chūkintō-中近東 | het Midden- en Nabije Oosten |
chūkyō-中京 | een andere naam voor de stad Nagoya (lett.: tussen Tokio en Kyoto) |
chūnichi-中日 | China en Japan (中国 en 日本) |
chūōsen-中央線 | (JR) Chūō-spoorlijn in Honshu tussen Tokio en Nagoya |
chūsekisei-沖積世 | alluvium (verouderde naam voor het holoceen) |
chūshin-忠臣 | (loyale en trouwe) vazal; dienaar |
chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
chūshisuru-注視する | iets observeren; iets gadeslaan; ergens naar staren |
chūshōmeishi-抽象名詞 | abstract (zelfstandig) naamwoord |
chūya-昼夜 | dag en nacht |
chūyakenkō-昼夜兼行 | dag-en nacht [doorgaan]; 24 uur per dag |
chūzai-駐在 | (benaming voor) regionale politieagent |
dabingu-ダビング | het indubben [bijmixen] van geluid in een film; nasynchronisatie |
daburu-ダブる | nagemaakt [gedupliceerd; verdubbeld] worden |
daburuheddā-ダブルヘッダー | (honkbal) twee wedstrijden na elkaar tegen dezelfde tegenstander |
dada-ダダ | Dada (Dadaïsme, culturele beweging van kunstenaars) |
daho-拿捕 | inbeslagname |
daichi-代地 | een ander [alternatief; vervangend] stuk grond [land] |
daidai-橙 | bittersinaasappel, pomerans; zure sinaasappel (Citrus aurantium) |
daidōshōi-大同小異 | vrijwel hetzelfde; bijna identiek |
daigae-代替え | vervanging; substitutie; alternatief |
daigakkō-大学校 | nationale academie; hogeschool |
daigakuin-大学院 | postgraduate opleiding (na behalen van de master graad) |
daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
daigen-代言 | een pleidooi [het pleiten] namens een ander (advocatuur) |
daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
daihi-大悲 | andere naam voor Kanzeon (Guanyin, bodhisattva Avalokiteśvara) |
daihitsu-代筆 | schrijven namens iem. anders |
daihon-台本 | script; draaiboek; scenario |
daihyōsaku-代表作 | het beste werk van [het werk dat is kenmerkend voor] een kunstenaar (schilder, schrijver etc.); meesterwerk |
daijidaihi-大慈大悲 | (boeddh.) groot mededogen en grote genade; grote compassie en barmhartigheid |
daijin-大尽 | miljonair; rijkaard; magnaat |
daijin-大臣 | minister; hoofdstaatsdienaar |
daijō-大乗 | (stroming in het boeddhisme) Mahayana (het grote voertuig) |
daijōsai-大嘗祭 | groot festival na de troonsbestijging van een keizer (waarbij de keizer het nieuwe graan van het jaar offert) |
daikan-代官 | magistraat; (plaatsvervangend) overheidspersoon [ambtenaar] |
daimei-題名 | titel; naam; noemer; opschrift |
daimeishi-代名詞 | voornaamwoord; pronomen |
daimonji-大文字 | (andere naam voor) het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
dainamaito-ダイナマイト | dynamiet |
dainamikku-ダイナミック | dynamisch; bewegend |
dainamizumu-ダイナミズム | dynamiek; gedrevenheid |
dainamizumu-ダイナミズム | dynamisme (filosofie) |
dainamo-ダイナモ | dynamo |
dainichinyorai-大日如来 | Mahavairocana (in het Japans Esoterisch Boeddhisme de hoogste Boeddha van de Kosmos) |
dainiminamatabyō-第二水俣病 | Niigata Minamataziekte (de tweede minimataziekte) |
daishizen-大自然 | de natuur; Moeder Natuur |
daitai-代替 | vervanging; substitutie; alternatief |
daitai-大体 | ongeveer; globaal; over het algemeen; voornamelijk |
daitaigijutsu-代替技術 | alternatieve technologie |
daitai\'iryō-代替医療 | alternatieve geneeskunde |
daitōryōshūninenzetsu-大統領就任演説 | presidentiële inauguratierede |
daizentei-大前提 | belangrijkste uitgangspunt [veronderstelling; principe; aanname] |
daki-唾棄 | verachting; minachting; afkeer; haat; afschuw |
dāku・hōsu-ダーク・ホース | (in een race) outsider; onverwachte winnaar |
damashie-騙し絵 | een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd |
damī-ダミー | proefpagina; proefmodel; nepartikel; (crashtest)pop |
damin-惰眠 | luiheid; ledigheid; inactiviteit; inertie; sluimering |
danji-男児 | jongen; knaap |
danseisabetsu-男性差別 | mannendiscriminatie |
danseiteki-男性的 | mannelijk; manachtig (zoals een man); macho |
dansensuru-断線する | (af)breken; (af)knappen; het begeven; losraken |
danshō-男娼 | (m.) prostitué; schandknaap |
dappan-脱藩 | het verlaten van een clan door een samoerai (die daarna een rōnin (samoerai zonder heer) werd) |
darashinai-だらしない | slordig; onzorgvuldig; onnauwkeurig; onoplettend |
dashiire-出し入れ | (geld) storting en opname; het inleggen en uithalen |
dasshutsu-脱出 | ontsnapping; uitbraak |
dassō-脱走 | desertie; vlucht; ontsnapping |
dassōsuru-脱走する | deserteren; ontsnappen; vluchten |
dasu-出す | naar buiten brengen (fig.); verklaren; bekend maken; publiceren; uitgeven |
dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
dataizaigen-代替財源 | alternatieve bron van inkomsten |
datchō-脱腸 | ingewandsbreuk (hernia abdominalis); liesbreuk |
datsu-奪 | (in kanji-combinaties) beroving; plundering |
datsugoku-脱獄 | ontsnapping uit de gevangenis |
datsugokuhan-脱獄犯 | ontsnapte gevangene |
datsugokushū-脱獄囚 | ontsnapte gevangene |
daun-ダウン | naar beneden; omlaag; neergaand |
daunshifuto-ダウンシフト | terugschakelen (naar een lagere versnelling) |
debaru-出張る | uitsteken; naar buiten steken; uitpuilen |
deddo・taimu-デッド・タイム | inactieve tijd (van computer; economie, e.a.) |
deguchi-出口 | uitlaat; afvoerkanaal |
dehairi-出入り | toename en afname; stijging en daling |
dehōdai-出放題 | onbeperkt [vrijelijk] naar buiten gaan [stromen] |
dei-泥 | (in kanji combinaties) modder; modderige substantie; gefixeerd; vasthoudend |
deiri-出入り | toename en afname; stijging en daling |
dekakeru-出かける | (erop) uitgaan; op pad gaan; naar buiten gaan |
dekata-出方 | houding; benadering |
dekisui-溺水 | (bijna-)verdrinking |
dekora-デコラ | Decola, merknaam van thermohardende kunststof gemaakt van melamine en formaldehyde (o.a. gebruikt voor oppervlaktecoatings) |
dekorēshon-デコレーション | decoratie; versiering; ornament |
demakase-出任せ | gedachteloze opmerking; het iets zeggen zonder nadenken |
demeritto-デメリット | tekortkoming; nadeel; minpunt |
demodori-出戻り | terugkeer naar het oude [vorige] bedrijf |
demodori-出戻り | terugkeer van een schip naar de vertrekhaven (vanwege verslechterde weersomstandigheden) |
demuku-出向く | zich begeven [op weg gaan] (naar); zelf [persoonlijk] een bezoek brengen (aan) |
dendōmishin-電動ミシン | elektrische naaimachine |
dendōshi-伝道師 | evangelist; prediker; missionaris |
denomi-デノミ | denominatie (in Japan, de afronding van de waarde van munteenheden) |
denominēshon-デノミネーション | denominatie (in Japan, de afronding van de waarde van munteenheden) |
deokishiribokakusan-デオキシリボ核酸 | DNA (deoxyribonucleic acid) |
deribatibu-デリバティブ | financieel derivaat |
deru-出る | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
deru-出る | ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
deshō-でしょう | misschien; waarschijnlijk; vermoedelijk; het ziet er naar uit dat; het lijkt wel of; naar men zegt |
desuku-デスク | bureau; (schrijf)tafel; lessenaar |
desu・matchi-デス・マッチ | (bij professioneel worstelen) een wedstrijd zonder tijdslimiet tot er een winnaar is |
dezainā・burando-デザイナー・ブランド | merknaam van een ontwerper |
dezāto-デザート | dessert; toetje; nagerecht |
dīenuēkantei-ディーエヌエー鑑定 | DNA-identificatie; genetische vingerafdruk |
dīpu・sausu-ディープ・サウス | het diepe Zuiden (de meest zuidelijke staten van Amerika: Georgia, Alabama, Louisiana en Mississippi) |
dīrā-ディーラー | financiële instellingen die voor eigen rekening effecten verhandelen |
dīringu・rūmu-ディーリング・ルーム | handelsruimte, een ruimte in een financiële instelling waar effecten- en valutatransacties worden uitgevoerd |
dī・enu・ē-ディー・エヌ・エー | DNA |
dō-働 | (in kanji combinaties) werken; arbeid |
do-土 | (in kanji combinaties) aarde; grond; bodem; land; zaterdag; een van de vijf elementen in de Chinese filosofie |
doa・tsū・doa-ドア・ツー・ドア | (bezorging) direct van het ene adres naar het andere adres |
dōbutsu-動物 | dieren; beesten; fauna |
dōbutsushōsetsu-動物小説 | literaire genre waarbij dieren de voornaamste personages zijn |
dochakumin-土着民 | inheemse bevolking; aboriginals |
dogaishi-度外視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren |
dogaishisuru-度外視する | negeren; veronachtzamen; geen rekening houden met |
dojji・rain-ドッジ・ライン | Dodge Line, een financieel-economisch beleid opgesteld door Joseph Dodge (1890-1964) voor Japan na de Tweede Wereldoorlog |
dōke-道化 | clown; nar; komische rol in Kabuki |
dokkō-独行 | onafhankelijkheid; zelfredzaamheid |
dokkoidokkoi-どっこいどっこい | ongeveer hetzelfde [bijna gelijk; 50-50] zijn |
dokkōsen-独航船 | onafhankelijke vissersboot |
doku-独 | (in kanji-combinaties) Duitsland |
doku-独 | (in kanji-combinaties) alleen; eenzaam |
doku-読 | (de on-lezing, in kanji-combinaties) lezen |
dokuganryū-独眼竜 | bijnaam van Date Masamune (伊達政宗), een feodale heer |
dokugo-読後 | (indruk) na het lezen van (een boek) |
dokuji-独自 | het uniek [eigen; individueel; onafhankelijk; origineel] zijn |
dokujin-毒刃 | dolk van een moordenaar |
dokuritsu-独立 | onafhankelijkheid |
dokuritsudoppo-独立独歩 | onafhankelijkheid, zelfredzaamheid |
dokuritsujison-独立自尊 | onafhankelijkheid en zelfrespect |
dokuritsukikan-独立機関 | onafhankelijk bureau; onafhankelijke instantie |
dokuritsukokkakyōdōtai-独立国家共同体 | Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) (ex-Sovjetstaten) |
dokuritsukoku-独立国 | een onafhankelijke [soevereine] staat [natie] |
dokuritsusaisansei-独立採算制 | een zelfstandig [onafhankelijk] boekhoudingssysteem |
dokuritsusengen-独立宣言 | onafhankelijkheidsverklaring |
dokuritsusuru- 独立する | onafhankelijk worden |
dokusō-独創 | originaliteit; creativiteit |
dokusōryoku-独創力 | creatief talent; originaliteit |
dokutoku-独特 | eigenaardigheid; bijzonderheid; uniekheid |
dōmei-同名 | dezelfde naam |
dōmeiijin-同名異人 | naamgenoot; iemand met dezelfde naam |
domeinmei-ドメイン名 | domeinnaam |
domein・nēmu-ドメイン・ネーム | domeinnaam |
dōmyō-同名 | dezelfde naam |
don-ドン | erend prefix voor achternamen van mannen (b.v. Don Quichot) |
donaru-怒鳴る | snauwen; afsnauwen; afblaffen; uitschelden; iem. een fikse uitbrander geven |
dōnatsugenshō-ドーナツ現象 | het wegtrekken [verhuizen] van bewoners uit het centrum van een stad (naar buitenwijken) |
dōnimo-どうにも | (in combinatie met een ontkenning) op geen enkele manier; op generlei wijze |
doraipointo-ドライポイント | droge naald (techniek bij kopergravure) |
dōran-ドーラン | (merknaam voor) witte make-up [schmink) |
doroppu-ドロップ | (bij honkbal) een kromme bal (die verticaal naar beneden valt) |
dōryū-道流 | (China) Taoïstische leer |
dōsei-同姓 | dezelfde achternaam |
dōseki-同席 | naast elkaar zitten; samen zijn; aanwezig [bijeen] zijn |
dōshi-道士 | asceet; kluizenaar; tovenaar |
doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
dosoku-土足 | met schoenen aan (naar binnen gaan) |
dōtei-童貞 | (in het katholicisme) de benaming voor een non |
doyasu-どやす | intimideren; (naar iem.) schreeuwen [schoppen; slaan] |
doyomeku-響めく | (na)galmen; weerklinken; resoneren |
doyomeku-響めく | (meestal in kana) zijn stem verheffen; herrie maken |
dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
dōzen-同然 | bijna hetzelfde zijn; praktisch [nagenoeg; vrijwel; zo goed als] zijn |
ea・chekku-エア・チェック | aircheck (een demonstratie-opname van een radio- of tv-presentator) |
ea・tāminaru-エア・ターミナル | luchthaven terminal (aankomsthal of vertrekhal) |
ebi-海老 | garnaal; langoest; rivierkreeft |
ebigatame-海老固め | worsteltechniek (de tegenstander (als een garnaal) ten val te brengen door een handgreep om zijn nek en om een knie) |
ebiimo-海老芋 | een smalle taro wortel (de vorm lijkt op een garnaal) |
edo-江戸 | Edo (tot 1868 de oude naam van Tokio) |
edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
efu・ē-エフ・エー | onafhankelijk persoon (Eng.: free agent); contractvrije [transfervrije] speler |
efu・ō・bī-エフ・オー・ビー | Vrij aan boord (Eng. FOB: Free On Board; term in het internationale handelsrecht voor bepaalde leveringscondities) |
ego-エゴ | (in psychoanalyse, de persoonlijkheid) ego |
ei-永 | (in kanji combinaties) eeuwig; onbepaalde [lange] tijd [afstand] |
eichi・pī-エイチ・ピー | (HP) homepage; startpagina |
eijū-永住 | permanent verblijf (m.n. in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
eijūken-永住権 | recht tot permanent verblijf (in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
eikyūshi-永久歯 | blijvende tanden [kiezen] (die doorkomen nadat de melktanden zijn uitgevallen) |
eimei-英名 | Engelse naam [benaming] (b.v. voor dieren en planten) |
eirian-エイリアン | een alien; buitenaards wezen |
eisei-衛星 | (natuurlijke) satelliet; bijplaneet; maan (van een andere planeet) |
ēji・shūtā-エージ・シューター | een age-shooter, een golfspeler die op een 18-holes golfbaan een puntenaantal scoort dat gelijk of lager is dan zijn [haar] leeftijd |
ekimei-駅名 | de naam van een spoorwegstation; de naam van een poststation [pleisterplaats] |
ekimeihyō-駅名標 | naambord van een (spoorweg)station |
ekitei-駅逓 | (arch.) het transporteren van bagage van (post)station naar (post)station (zoals op de Tokaido route in de Edo periode) |
ekonomikku・animaru-エコノミック・アニマル | economisch dier (term gebruikt voor mensen die alleen economische winst nastreven) |
ekuitī・fainansu-エクイティー・ファイナンス | aandelenfinanciering |
emu・āru・ai-エム・アール・アイ | (magnetic resonance imaging) MRI (scan techniek) |
emu・āru・ai-エム・アール・アイ | (magnetic resonance imaging) MRI-scan |
en-煙 | (in kanji combinaties) rook; nevel; roet; tabak |
enbaku-燕麦 | haver (Avena sativa) |
enerugī-エネルギー | energie (natuurkunde) |
enka-煙霞 | natuurlijk landschap |
enkanatoriumu-塩化ナトリウム | natriumchloride; keukenzout |
ensen-沿線 | gebied [plaats] langs [naast] een spoorlijn, busroute, hoofdweg, etc. |
entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
entaku-円タク | een taxi die door de stad rijdt op zoek naar passagiers |
entō-遠島 | verbanning naar een afgelegen eiland (Edo periode) |
entotsu-煙突 | schoorsteen; rookkanaal |
enzetsuka-演説家 | spreker; redenaar |
enzui-延髄 | medulla oblongata; verlengde merg (verbinding van hersenen naar ruggenmerg) |
en'en-奄奄 | het hijgen; naar adem snakken [happen] |
epigōnen-エピゴーネン | epigoon; navolger |
erai-偉い | beroemd; voornaam; eminent; gedistingeerd; voortreffelijk |
eru・enu・jī-エル・エヌ・ジー | vloeibaar aardgas (LNG: liquefied natural gas) |
esukappu-エスカップ | United Nations Economic and Social Commission for Asia and the Pacific |
esukēpu-エスケープ | ontsnapping; vlucht; uitweg |
esuperanto-エスペラント | Esperanto (internationale kunsttaal) |
etsu-閲 | het inspecteren; nakijken; onderzoeken |
etsunan-越南 | Vietnam |
fainansharu-ファイナンシャル | financieel |
fainansu-ファイナンス | financiën; geldwezen |
fainaru-ファイナル | finale; eindwedstrijd; eindexamen |
fainaru・gēmu-ファイナル・ゲーム | eindwedstrijd; finale |
fakutaringu-ファクタリング | factoring (het beheer van de debiteurenadministratie van bedrijven door een financiële onderneming) |
famirī・burando-ファミリー・ブランド | familiemerk; paraplumerk (één merknaam die wordt gebruikt voor de verkoop van twee of meer gerelateerde producten) |
fāmu・bankingu-ファーム・バンキング | een systeem van bedrijven en banken om online financiële diensten en bedrijfsinformatie te verstrekken |
fanashitizumu-ファナティシズム | fanatisme |
fanatikku-ファナティック | fanatiek |
fanatikku-ファナティック | fanatiekeling |
fantomu-ファントム | hallucinatie; hersenschim |
fāsutofūdo-ファーストフード | fastfood; snacks |
feiku-フェイク | vervalsing; namaak; imitatie |
feiku・fā-フェイク・ファー | imitatiebont; namaakbont |
fēku-フェーク | vervalsing; namaak; imitatie |
feminashō-フェミナ賞 | Prix Femina (Franse literaire prijs) |
fēsu-フェース | nominale waarde; pari |
fēsu・baryū-フェース・バリュー | nominale waarde; pari |
figyua-フィギュア | personage; verschijning |
finansharu-フィナンシャル | financieel |
fintekku-フィンテック | fintech; financiële technologie |
firudāzu・choisu-フィルダーズ・チョイス | (honkbal) de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
fīrudo-フィールド | (natuurkunde) (kracht)veld |
fīrudo・asurechikku-フィールド・アスレチック | een sport waarbij hindernissen en toestellen worden opgesteld op een parcours dat gebruik maakt van natuurlijke topografie, zoals bomen, e.d. |
fisshingu-フィッシング | phishing (cybercriminaliteit via email) |
foabōru-フォアボール | (honkbal) vrije loop voor de slagman (na vier wijd) |
forio-フォリオ | folio (dubbelzijdig papier; dubbelgevouwen vel papier gebruikt als vier pagina's) |
forō-フォロー | volgen; opvolgen; navolgen |
fossa・maguna-フォッサ・マグナ | slenkvallei, gebied waar een vulkanische gordel doorheen loopt (van noord naar zuid door centraal Honshu) |
fotokina-フォトキナ | tweejaarlijkse internationale handelsbeurs op het gebied van fotografie en film (in Keulen, Duitsland). |
fu-膚 | (in kanji combinaties) huid |
fu-膚 | (in kanji combinaties) oppervlakte; uiterlijk; buitenkant |
fūbi-風靡 | dominantie; overheersing |
fubon-不犯 | strikte naleving van het voorschrift dat boeddhistische monniken kuis moeten leven |
fūbutsushi-風物詩 | een gedicht over een landschap, natuurschoon of seizoen |
fucha-普茶 | (bij de Obaku Zen-school) het aanbieden van thee aan alle aanwezigen na een boeddhistische dienst [ceremonie] |
fucha-普茶 | (afk. voor) vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
fucharyōri-普茶料理 | vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
fudegashira-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst; eerstgenoemde in een naamlijst |
fue-笛 | fluitje; fluitsignaal |
fūfubessei-夫婦別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waarbij ieder de eigen familienaam aanhoudt) |
fūgetsu-風月 | (heldere) maan en (koele) wind [bries]; de schoonheid van de natuur |
fugō-富豪 | een welgesteld [rijk] persoon; miljonair |
fugōgo-符号語 | codewoord; codenaam |
fuhenfutō-不偏不党 | onpartijdigheid; neutraliteit; onafhankelijkheid |
fuhyō-付票 | label; etiket; naamstrookje |
fujinami-藤波 | benaming voor de familielijn van de Fujiwara-clan |
fujo-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
fujō-浮上 | het drijven naar de oppervlakte |
fujō-浮上 | het naar voren komen; zichtbaar [duidelijk] worden |
fujōsuru-浮上する | naar de oppervlakte drijven |
fujutsu-巫術 | shamanisme (in China, Korea en Japan) |
fukafuka-ふかふか | (onomatopee) zacht; donzig, pluizig; afwezig; verstrooid; achteloos; onnadenkend |
fukan-俯瞰 | overzicht; panoramische blik; gezicht van bovenaf |
fukansuru-俯瞰する | overzien; van bovenaf bekijken |
fukanzenyūsei-不完全優勢 | incomplete dominantie; semidominantie |
fukanzu-俯瞰図 | bovenaanzicht; gezicht vanuit de lucht; vogelperspectief |
fukaoi-深追い | (te ver) najagen; achtervolgen |
fukaoisuru-深追いする | achtervolgen; najagen |
fukappatsu-不活発 | inactiviteit; inertie; lethargie; indolentie |
fukasanmeishi-不可算名詞 | ontelbaar zelfstandig naamwoord |
fukassei-不活性 | inactiviteit; laksheid; dadeloosheid; inertie |
fukeiki-不景気 | financiële depressie; recessie; zakelijke inactiviteit; slappe markt |
fuki-不羈 | vrijheid; onafhankelijkheid |
fukidokuritsu-不羈独立 | vrij en onafhankelijk zijn; een vrije en onafhankelijke geest hebben |
fukikomu-吹き込む | inademen; inblazen |
fukin-付近 | nabijheid; buurt; omgeving |
fukiorosu-吹き下ろす | naar beneden waaien |
fukokukyōhei-富国強兵 | de natie welvarender maken door het leger te versterken |
fūkōmeibi-風光明媚 | schilderachtigheid; natuurschoon |
fuku-幅 | (in kanji combinaties) breedte |
fuku-復 | het terugkeren [terugbrengen] naar de oorspronkelijke staat |
fuku-腹 | (in kanji combinaties) buik |
fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
fukugaku-ふくがく | terugkeer naar school; hertoelating tot de universiteit [hogeschool] |
fukugō-複合 | combinatie skiën |
fukugōkyōgi-複合競技 | combinatie skiën |
fukugōseikyokushotōtsūshōkōgun-複合性局所疼痛症候群 | (CRPS) complex regionaal pijn syndroom |
fukujoshi-副助詞 | bijwoordelijk partikel (bakari, made, dake, hodo, kurai, nado, nari, yara) |
fukusō-輻輳 | opstopping (verkeer); opeenhoping; stagnatie |
fukuyō-服用 | inname [gebruik; het slikken] (van medicijnen) |
fūkyō-風狂 | connaisseur |
fukyōwaon-不協和音 | dissonantie; wanklank; kakofonie; onenigheid |
fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
fumin-不眠 | slapeloosheid; slechte nachtrust |
fumitsukeru-踏み付ける | beledigen; minachten |
fun-墳 | (in kanji combinaties) grafheuvel; tumulus; (graf)terp |
fungō-吻合 | anastomose (verbinding tussen bloedvaten, darmen of zenuwen) |
funin-赴任 | start van een nieuwe baan; het voor het eerst naar het werk gaan |
funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
funkikō-噴気孔 | fumarole (bron waaruit vulkanische gassen ontsnappen) |
funzukeru-踏ん付ける | verachten; minachten; beledigen |
furafura-ふらふら | zonder na te denken; ongemerkt; onbewust |
furaggu・kyaria-フラッグ・キャリア | nationale luchtvaartmaatschappij |
furattā-フラッター | flutter (toonvervorming bij geluidsopname) |
furebumi-触れ文 | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
furegaki-触れ書き | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
fureguransu-フレグランス | aangename geur; aroma; parfum |
fureru-触れる | vermelden; verwijzen naar; zinspelen op |
furi-不利 | nadeel; minpunt |
furiagebashi-振り上げ箸 | eetstokjes die omhoog gehouden worden en waar gebaren mee worden gemaakt, of naar iets of iemand gewezen wordt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
furieki-不利益 | nadeel; bezwaar; tegenslag |
furigana-振り仮名 | kleine kana lettergrepen (naast kanji geprint om de uitspraak ervan te duiden) |
furihanasu-振り放す | (van zich) afschudden; zichzelf bevrijden; ontsnappen |
furikaekyūjitsu-振替休日 | een vervangende vrije dag (op maandag als er op de zondag ervoor een nationale feestdag valt) |
furikaekyūjitsu-振替休日 | een toegewezen vrije dag (als men op de standaard vrije dag naar school of werk moet) |
furikō-不履行 | verzuim; onvermogen; het niet naleven [nakomen] (van) |
furikomu-降り込む | naar binnen regenen [sneeuwen]; inregenen |
furī・ējento-フリー・エージェント | (Eng.: free agent) iemand die onafhankelijk [zonder verplichtingen] is; een sporter die niet contractueel gebonden is |
furī・jānarisuto-フリー・ジャーナリスト | freelance journalist |
furu-振る | een kana lezing toevoegen aan een kanji |
furyō-不良 | misdadig [crimineel] zijn; misdadig gedrag; criminaliteit |
furyōken-不了見 | indiscretie; onnadenkendheid; misstap |
furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
fusa-房 | partje (b.v. van een sinaasappel) |
fusakui-不作為 | nalatigheid; verzuim; onachtzaamheid |
fuseikaku-不正確 | onnauwkeurigheid; onjuistheid |
fuseru-伏せる | naar beneden kijken; het hoofd laten hangen |
fuseru-伏せる | plat op de grond [met het gezicht naar beneden] liggen |
fuseru-臥せる | gaan liggen; naar bed gaan |
fusha-富者 | een rijk [welgesteld] persoon; miljonair |
fūshi-夫子 | eerbiedige naam voor Confucius |
fūshi-夫子 | (gebruikt als tweede of derde persoon voornaamwoord) jij; hij |
fushimatsu-不始末 | mislukking; fiasco; wanbeheer; onzorgvuldigheid; nalatigheid; wangedrag |
fushimawashi-節回し | melodie; intonatie |
fushin-不振 | stagnatie; het in een dip zitten; terugval; inzinking |
fushinban-不寝番 | nachtwaker |
fushinban-不寝番 | nachtdienst; de hele nacht waken [wakker blijven] |
fushinjinmon-不審尋問 | (oude benaming) politieondervraging; politieverhoor |
fushinsetsu-不親切 | onvriendelijkheid; onaardigheid; onbeleefdheid; lompheid |
fushizen-不自然 | onnatuurlijkheid |
fūsui-風水 | feng shui (Chinese kunst van het creëren van harmonieuze, natuurlijke, inrichtingen van ruimten) |
futei-不逞 | ongehoorzaamheid; insubordinatie; opstandigheid |
futeisai-不体裁 | onfatsoenlijke [onappetijtelijke] vertoning; ongepastheid; onbetamelijkheid |
futene-不貞寝 | chagrijnig [mokkend; mopperend] in bed liggen [naar bed gaan] |
futoi-太藺 | ruwe bies (plant, Schoenoplectus tabernaemontani) |
futsūbun-普通文 | (tekst in) traditionele, literaire schrijfstijl (een combinatie van kanji en kana) |
futsuka-二日 | de tweede dag (na een gebeurtenis) |
futsūmeishi-普通名詞 | (taalkunde) soortnaam |
futtsuri-ふっつり | het (geluid van het) breken van een draad, snaar, etc. |
fuwaraidō-付和雷同 | (iemand) blindelings volgen (zonder zelf na te denken); afgaan op het oordeel van een ander |
fuwataritegata-不渡り手形 | niet nagekomen belofte |
fuyajō-不夜城 | uitgaanswijk (waar het 's nachts verlicht en levendig is en niet donker wordt) |
fuyajō-不夜城 | de naam van een stad in (wat nu nu de provincie Shandong is) in China (tijdens de Han dynastie, waarvan werd gezegd dat de zon ook 's nachts scheen) |
fuyō-扶養 | steun; financiële ondersteuning; (levens)onderhoud |
fuyōsuru-扶養する | ondersteunen; financieel onderhouden |
fuyudori-冬鳥 | wintervogel; trekvogel, die in de herfst en winter verschijnt en in de lente wegtrekt naar noordelijke streken |
fuyukai-不愉快 | onaangenaam [onprettig; onplezierig; naar; vervelend] zijn |
fuyushōgun-冬将軍 | de (strenge) winter; Russische winter (een term die verwijst naar het mislukken van de invasie van Napoleon in Rusland door hevige kou en sneeuw) |
fuzei-風情 | (in combinatie met een zelfst.naamwoord) in de hoedanigheid van; zoals |
ga-蛾 | mot; nachtvlinder |
gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
gabyō-画鋲 | punaise; duimspijker |
gachi-勝ち | (als suffix achter zelfst.naamwoorden of de renyōkeivorm van werkwoorden) de neiging hebben om; iets frequent [vaak] doen |
gaden'insui-我田引水 | zijn eigen belangen nastreven; iets doen uit eigenbelang; het eigen belang vooropstellen |
gai-崖 | (in kanji combinaties) klif; steile rotswand |
gai-涯 | (in kanji combinaties) waterkant; oever; rand; grens; begrenzing |
gaiana-ガイアナ | Guyana |
gaibun-外聞 | reputatie; naam; aanzien |
gaibutsu-外物 | (filosofie) dingen die bestaan in de objectieve wereld, onafhankelijk van het bewustzijn |
gaiju-外需 | buitenlandse vraag (naar producten) |
gaikan-外患 | problemen met het buitenland; druk [dreiging] van buitenaf [van het buitenland] |
gaikokubōeki-外国貿易 | buitenlandse [internationale] handel |
gaikokuryokō-外国旅行 | reis naar het buitenland |
gaisen-凱旋 | feestelijke overwinningsparade; triomfantelijke thuiskomst (na een overwinning) |
gaishūisshoku-鎧袖一触 | de vijand gemakkelijk verslaan (lett. de vijand verslaan met één klap van een armstuk van een harnas); (fig.) winnen met één hand op de rug |
gaishutsu-外出 | het uitgaan; het naar buiten gaan; weggaan; afwezig zijn (van kantoor, e.d.) |
gaiyū-外憂 | problemen met het buitenland; druk [dreiging] van buitenaf [van het buitenland] |
gaiyū-外遊 | het reizen naar het buitenland; buitenlandse reis |
gakkatsu-学活 | klassenactiviteit |
gakkōtaiiku-学校体育 | school gymnastiek |
gakkyūbunko-学級文庫 | (kleine) bibliotheek in een leslokaal (m.n. vanaf basisschool) |
gakkyūkatsudō-学級活動 | klassenactiviteit |
gakudō-学道 | studie [bestudering] en naleving van de boeddhistische leer |
gakuin-学院 | (i.g.v. instellingsnamen) jeugdgevangenis (al dan niet met scholingsprogramma) |
gakujin-楽人 | musicus; muzikant; minstreel (met name van gagaku) |
gakumei-学名 | wetenschappelijke benaming [naam] |
gakumen-額面 | nominale waarde; pari |
gakumenkabushiki-額面株式 | nominale waarde van een aandeel |
gakumenkakaku-額面価格 | nominale waarde |
gakumenkingaku-額面金額 | nominaal bedrag; nominale hoeveelheid |
gakurekihenchō-学歴偏重 | overdreven nadruk leggen op [belang hechten aan] (academische) kwalificaties |
gakuryō-学寮 | seminarie voor boeddhistische priesters |
gakuryō-学寮 | (Heian periode) verblijfhuis voor ambtenaren in opleiding |
gakushō-楽章 | deel van een muziekstuk (sonate, symfonie, e.d.) |
gan-岩 | (in kanji combinaties) rots |
gan-贋 | namaak; vals; onecht |
gāna-ガーナ | Ghana |
ganpi-雁皮 | gampi (Diplomorpha sikokiana, van de vezels van deze plant wordt in Japan washi papier gemaakt) |
ganrai-元来 | van oorsprong; van nature; oorspronkelijk |
gansakusuru-贋作する | vervalsen; namaken |
ganzan-元三 | drie dagen na Nieuwjaarsdag |
ganzenai-頑是ない | naïef; onschuldig; hulpeloos |
gappei-合併 | combinatie; samenvoeging; samensmelting; fusie |
gappei・baishū-合併・買収 | fusies en overnames |
garaaki-がら空き | vrijwel [bijna] leeg zijn |
garabō-がら紡 | het (machinaal) spinnen (van garen) |
garasuki-がら空き | bijna [zo goed als] leeg zijn |
garigari-がりがり | (onomatopee) knarsend; krassend knerpend |
gasuketsu-ガス欠 | een (bijna) lege (benzine)tank |
gattai-合体 | combinatie; verbinding; vereniging |
gausu-ガウス | gauss (eenheid van magnetische fluxdichtheid; genoemd naar Carl Friedrich Gauss) |
gausushōkyohō-ガウスの消去法 | Gauss-eliminatie (genoemd naar Carl Friedrich Gauss) |
gebiru-下卑る | vulgair [ordinair] worden; verruwen |
gei-芸 | oude streeknaam in west-Hiroshima |
gei-鯨 | (in kanji combinaties) walvis |
geijutsuka-芸術家 | kunstenaar |
geijutsukahada-芸術家肌 | een artistieke aard [aanleg] hebben; er schuilt een kunstenaar in (hem; haar) |
geimei-芸名 | artiestennaam |
geisha-迎車 | taxi die bezet [niet vrij] is (want op weg is naar een klant) |
geki-撃 | (in kanji combinaties) (hard) slaan; (met kracht) aanvallen; schieten; hard raken (ook fig.) zien; voelen; tasten |
geki-隙 | (in kanji combinaties) gat; kloof; opening |
gekigen-激減 | een scherpe [sterke] afname [daling; terugval]; keldering |
gekizō-激増 | scherpe [plotselinge] stijging [toename] |
gekō-下向 | het van de hoofdstad naar het platteland gaan; van een hooggelegen plaats naar een lagere plaats gaan |
gekō-下向 | terugkeer na een bezoek aan een heiligdom [tempel] |
gekō-下校 | het van school naar huis gaan |
gen-厳 | strengheid; striktheid; precisie; nauwkeurigheid |
gen-弦 | snaar (van muziekinstrumenten) |
gen-減 | verkleining; vermindering; afname |
gen-言 | (on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
genan-下男 | dienaar; bediende; knecht |
genbutsu-現物 | locogoederen; in natura (betalen) |
gengakki-弦楽器 | snaarinstrument(en); strijkinstrument(en) |
genin-下人 | iemand van lagere klasse [status; rang}; ondergeschikte; bediende; dienaar |
genjūmin-原住民 | huidige bewoners; inheemse volken; aboriginals |
genjutsu-幻術 | magie; tovenarij |
genkai-厳戒 | nauwgezette uitkijk; strikte waakzaamheid |
genkairieki-限界利益 | dekkingsbijdrage; marginale winst |
genkaku-幻覚 | hallucinatie; zinsbegoocheling |
genkyū-減給 | (soms als disciplinaire straf) salarisverlaging; loonsverlaging |
genmetsu-幻滅 | ontgoocheling; teleurstelling; afknapper |
genmitsu-厳密 | striktheid; nauwkeurigheid; precisie |
genpei-源平 | de Genji en de Heike clans; de Minamoto en de Taira clans |
genpeishiai-源平試合 | (hist.) tweestrijd tussen de Minamoto (de witte vaandels) en de Taira (de rode vaandels) |
genrōin-元老院 | senaat; Eerste Kamer; Hogerhuis |
genseki-原石 | natuursteen |
genshō-減少 | afname; krimp; daling |
genshōron-現象論 | fenomenologie; fenomenalisme |
genshu-厳守 | strikte navolging |
gensui-減衰 | (geleidelijke) afname; demping; afzwakking |
gensuiki-減衰器 | elektrische [elektronische] attenuator [verzwakker] (apparaat dat het vermogen van een signaal vermindert) |
genzai-現在 | thans; tegenwoordig; nu; vanaf vandaag |
gerō-下﨟 | knecht; dienaar |
gesewa-下世話 | plat [ordinair] taalgebruik |
geshutapo-ゲシュタポ | Gestapo (Geheime Staatspolitie in Nazi-Duitsland) |
getsuyōbyō-月曜病 | maandagziekte (moeite om na het vrije weekend weer aan het werk te gaan) |
gi-疑 | (in kanji combinaties) twijfel; verdenking; wantrouwen |
gibutsu-偽物 | vervalsing; namaak; imitatie |
gidan-疑団 | knagende twijfel; twijfel die blijft zeuren in je hoofd |
gienkin-義援金 | donatie; schenking |
gikai-議会 | parlement; algemene (nationale) vergadering |
gikan-技官 | ambtenaar voor technische zaken |
giketsukennodairikōshi-議決権の代理行使 | uitoefening van stemrecht bij volmacht; het stemmen bij volmacht (namens iemand anders) |
gikin-義金 | bijdrage; donatie |
gikōka-技巧家 | (groot) kunstenaar; vakman |
gimunajiumu-ギムナジウム | gymnasium |
ginkō-吟行 | om een gedicht te schrijven naar een mooie, historische plaats gaan (al dan niet in gezelschap) voor inspiratie |
ginpa-銀波 | weefpatroon (Nanako) |
gisei-擬制 | wettelijke [juridische] fictie (aanname ter wille van een pleidooi) |
giseigo-擬声語 | een onomatopee (klanknabootsend woord) |
gisshiri-ぎっしり | dichtbij; nauw; hecht; zonder tussenruimte |
giyaman-ギヤマン | (benaming uit Edo-periode voor) diamant |
giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
giyō-ギヨー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
gō-ゴー | gaan; start (signaal om te gaan) |
gō-号 | pseudoniem (van schrijver, kunstenaar e.d.) |
gō-号 | (als achtervoegsel) naam (voor voertuigen, schepen, vliegtuigen, dieren, etc.) |
go-後 | later; (daar)na; na afloop van (in samenstellingen) |
gobarai-後払い | uitgestelde betaling; nabetaling; krediet |
gōchin-轟沈 | het onmiddellijk zinken; naar de bodem gaan (van een schip) |
goddo-ゴッド | God (met name van het Christendom) |
gōdō-合同 | combinatie; eenheid; associatie; fusie |
godō-悟道 | het pad naar [het bereiken van] spirituele verlichting (boeddh.) |
gōdōkaisha-合同会社 | een naamloze vennootschap |
gofun-胡粉 | wit pigment (met als hoofdbestanddeel calciumcarbonaat) |
gogatsubyō-五月病 | voorjaarsmoeheid; depressie in mei (m.n. na een nieuwe baan of opleiding, die in april is gestart) |
gogo-午後 | namiddag (p.m.) |
gogyō-御形 | droogbloem; zevenjaarsbloem (Gnaphalium affine) |
gohasan-御破算 | het helemaal opnieuw beginnen; beginnen met een schone lei; teruggaan naar af |
goisshin-御一新 | (oude naam voor) de Meiji-restauratie |
gojippohyappo-五十歩百歩 | lood om oud ijzer; bijna geen verschil (tussen); de een is niet beter dan de ander |
gokoku-五穀 | generieke naam voor granen |
gokoku-後刻 | later; daarna; achteraf; naderhand |
gon-言 | (de on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
gonge-権化 | incarnatie; personificatie; belichaming (van) |
gonin-誤認 | fout; misvatting; verkeerde interpretatie [opvatting; aanname] |
gōon-号音 | geluidssignaal; geluidssein (via een tempelbel, luidklok, grote trommel, trompet, etc.) |
goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking na de -te vorm van een werkwoord) (uit)proberen; (eens) doen (en kijken hoe het gaat) |
gōrishugi-合理主義 | rationalisme |
gorogoro-ごろごろ | (onomatopee) gerommel; gedonder; geluid van iets dat hard naar beneden rolt |
gōrudo・rasshu-ゴールド・ラッシュ | goldrush (massale zoektocht naar goud(velden)) |
gosai-後妻 | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
gose-後世 | het hiernamaals; het leven na de dood |
gosei-語勢 | klemtoon; nadruk; toon |
gosekke-五摂家 | de vijf regentenhuizen (voornaamste families van de Fujiwara-clan, vanaf het midden van de Kamakura-periode) |
goshichinichi-五七日 | de 35ste dag na iemands overlijden |
goshin-誤信 | denkfout; misvatting; verkeerde aanname |
goshō-後生 | hiernamaals; het leven na de dood |
gōtai-剛体 | (natuurkunde) een star [onvervormbaar] lichaam |
gote-後手 | navolger; achterhoede; telaatkomer |
gotō-梧桐 | (Firmiana simplex) Chinese parasolboom; Chinese hoedenboom |
gotoobi-五十日 | vijftigste dag na de geboorte van een kind |
gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
gōyā-ゴーヤー | (de naam die in Okinawa wordt gebruikt voor) een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
goya-後夜 | de laatste uren van de nacht (van middernacht tot 4 uur 's morgens) |
guddo・dezain・māku-グッド・デザイン・マーク | G- symbool van een Good Design Award winnaar |
gunjisaibansho-軍事裁判所 | (standaard benaming voor) krijgsraad; (hoog) militair gerechtshof in Japan |
gunka-群下 | (arch.) alle [een groot aantal] dienaren [vazallen; onderdanen] |
gunkō-郡公 | (Jin [Chin] periode, China) koning van een klein koninkrijk |
gunkoku-軍国 | een land [natie] in oorlog |
gunshin-群臣 | alle [een groot aantal] dienaren [vazallen; onderdanen] |
guppī-グッピー | guppy (missionarisvisje of miljoenenvisje, Poecilia reticulata) |
guramā・sutokku-グラマー・ストック | glamour stock, een aandeel dat in de belangstelling staat van beleggers, media en analisten |
guraundo・sutorōku-グラウンド・ストローク | (tennis) groundstroke (een slag die wordt geslagen nadat de bal eenmaal is gestuiterd) |
gurenada-グレナダ | Grenada |
gurō-愚老 | (nederig beleefde term waarmee ouderen naar zichzelf verwijzen, b.v.:) ik, oude man; deze oude vrouw |
gurūmī-グルーミー | somber; mistroostig; naargeestig; zwaarmoedig; duister |
gurūpu・dainamikkusu-グループ・ダイナミックス | groepsdynamica (de term voor het gedrag en de psychologische processen die plaatsvinden binnen een sociale groep) |
gūryoku-偶力 | koppel (natuurkunde) |
gusetsu-愚説 | (naar) mijn bescheiden mening |
gushinui-串縫い | Japanse standaard manier van naaien met parallelle stiksels |
gusoku-具足 | harnas; pantser |
gyakugire-逆切れ | tegenaanval; tegenstoot; terugslaan (ook fig.) |
gyakuseisekken-逆性石鹼 | (medicinale) desinfecterende zeep |
gyakushū-逆襲 | tegenaanval |
gyōbō-翹望 | verwachting; het ergens naar uitkijken |
gyōretsushiki-行列式 | (wiskunde) determinant |
gyōshisuru-凝視する | staren; turen; nauwkeurig bekijken |
gyōshū-凝集 | cohesie; concentratie; agglutinatie; opeenhoping; samenklontering |
gyotō-漁灯 | vuur [lamp] op vissersboten om 's nachts vissen te lokken (en te vangen) |
gyūgo-牛後 | metafoor voor een navolger (iemand die achter iemand met macht aanloopt) |
gyuiyannu-ギュイヤンヌ | Guyana |
gyuō-ギュオー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
ha-波 | (in kanji combinaties) golf |
habatsushugi-派閥主義 | factionalisme; partijzucht; partijschap |
habitatto-ハビタット | (van mens, plant of dier) natuurlijk leefgebied; habitat |
habu-ハブ | naaf (van een wiel) |
habucha-波布茶 | sennathee (een soort thee die wordt gebruikt als laxeermiddel, voor ontgiften of gewichtsverlies) |
hadaka-裸 | naakt; naaktheid |
hadakamugi-裸麦 | hemelgerst; naaktzadige gerst (Hordeum vulgare variëteit nudum) |
hadoron- ハドロン | (scheikunde) hadron, een subatomair deeltje dat uit quarks bestaat (de naam is afgeleid van het Griekse hadros, dat sterk betekent) |
hādo・saiensu-ハード・サイエンス | natuurwetenschappen |
hae-南風 | zuidenwind; zuidelijke wind (met name in west-Japan) |
hāfu-ハーフ | halfbloed; iemand van gemengde afkomst (met name half-Japans, half niet-Japans) |
hāfumeido-ハーフメイド | kleding die nog niet klaar is, op maat wordt gemaakt en pas na bestelling wordt afgewerkt |
hageagaru-禿げ上がる | een terugwijkende haarlijn krijgen; kaal (vanaf het voorhoofd) worden |
hagi-萩 | een kimono kleurencombinatie van donker rood en groen, bestemd voor herfst |
hagiawaseru-接ぎ合わせる | (stukken) verbinden; aan elkaar zetten [naaien; lijmen] |
hagishiri-歯軋り | het tandenknarsen |
hagishirisuru-歯軋りする | tandenknarsen |
hahachō-叭々鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
hahako-母子 | (bloeiende plant) Gnaphalium affine |
hahakogusa-母子草 | (bloeiende plant) Gnaphalium affine |
hahaso-柞 | konara eik [eikenboom] (Quercus serrata) |
hai-背 | (in kanji combinaties) rug; achterkant; achteren; tegenstand; opstand; verraad |
haibanrōzeki-杯盤狼藉 | het over de tafel verspreid liggen van gebruikt serviesgoed (na een diner of banket) |
haiburiddo・konpyūtā-ハイブリッド・コンピューター | hybride computer (combinatie van analoge en digitale computer) |
haiena-ハイエナ | hyena |
haifai-ハイファイ | natuurgetrouwe weergave |
haigō-配合 | combinatie; vermenging; samenvoeging |
haihanchiken-廃藩置県 | administratieve hervorming van het Japanse staatsbestuur in 1871 (overgang van feodaal clan-systeem naar prefecturen onder centraal overheidsgezag) |
haiirokōkan-灰色高官 | een verdachte ambtenaar |
haika-廃家 | uitgestorven familie; familie zonder nakomelingen |
haikensuru-拝見する | zien; kijken naar; bekijken |
haikinshugisha-拝金主義者 | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
haipo-ハイポ | hypo; natriumthiosulfaat (chemie) |
hairu-入る | van de voorkant naar achteren [naar binnen] gaan; (in bezit )krijgen; in handen krijgen; binnenkomen |
hairu-入る | (in combinatie met ogen, oren, hoofd, etc.) zien; horen; vernemen; begrijpen; zich concentreren |
haisui-背水 | met de rug naar het water (staand) |
hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
hajimemashite-初めまして | aangenaam kennis te maken |
hajimete-初めて | niet eerder dan; pas nadat |
hakkachō-八哥鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
hakkin-白金 | platina (chem. element) |
hako-箱 | de doos [kist] waarin een shamisen (Japans snaarinstrument) opgeborgen wordt |
hakobu-運ぶ | iets vooruit laten gaan; naar voren brengen; goed laten verlopen |
hakoirimusume-箱入り娘 | lievelingsdochter; (naïef) meisje dat beschermd is opgevoed |
haku-魄 | (in kanji combinaties) ziel; geest; yin energie |
hakubutsu-博物 | natuurlijke historie |
hakubutsugaku-博物学 | (studie) natuurlijke historie |
hakuchizu-白地図 | een blanco kaart [basiskaart] (een kaart die alleen de omtrek van landen, eilanden, etc. weergeeft, zonder plaatsnamen, e.d.) |
hakuchū-伯仲 | oudste broer en één na oudste broer |
hakuro-白露 | witte [glinsterende] dauw (bij de overgang van zomer naar herfst) |
hakusai-舶載 | import (per boot) naar Japan |
hakuwa-白話 | Baihuawen, schrijfvorm voor gesproken taal in China |
hamamatsu-浜松 | Hamamatsu is de naam van een stad in de prefectuur Shizuoka |
hamaogi-浜荻 | (een andere naam voor 葦) riet (Phragmites australis) |
hame-羽目 | benarde [lastige] situatie; puinhoop; penarie |
han-帆 | (in kanji combinaties) zeil (van een schip) |
hanagoe-鼻声 | neusstem; nasale stem |
hanagoyomi-花暦 | bloemen kalender (waarop de bloemen zijn gerangschikt naar bloeitijd) |
hanami-花実 | naam [reputatie] en [werkelijkheid]; uiterlijk en innerlijk |
hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
hanamichi-花道 | de gang waardoor sumo-worstelaars van de kleedkamer naar de ring lopen (en v.v.) |
hanamushiro-花筵 | een mat [kleed] waar men op zit tijdens de hanami |
hanaochi-花落ち | jonge vruchten zoals aubergines en komkommers, die worden geoogst kort nadat de bloemen zijn afgevallen |
hanarewaza-離れ業 | een gewaagde [verrassende] prestatie; een kunststukje; knap staaltje; stunt |
hanashiau-話し合う | (nadat iedereen zijn mening heeft gegeven) tot een conclusie komen |
hangan-判官 | rechter; magistraat; ambtenaar |
hangeki-反撃 | tegenaanval |
hangeshō-半夏生 | de elfde dag na de zonnewende |
hanko-判子 | zegel; naamstempel |
hankō-反抗 | opstand; weerstand; verzet; insubordinatie; ongehoorzaamheid |
hankō-反攻 | tegenaanval |
hankō-版行 | zegel; naamstempel |
hankyō-反響 | echo; nagalm |
hanmi-半身 | (bij vechtsporten) de starthouding (diagonaal) tegenover de tegenstander |
hanpatsu-反発 | afstoting; repulsie (natuurkunde) |
hanpo-半帆 | zeil dat maar voor de helft is opgetrokken vanaf het dek |
hanro-販路 | markt; verkoopkanaal; afzetgebied |
hanron-反論 | tegenargument; weerlegging; repliek |
hansamu-ハンサム | knap; elegant; aantrekkelijk |
hanshi-半死 | halfdood; bijna dood; op het randje van de dood |
hanshō-汎称 | algemene [generieke] naam [term; benaming] |
hanshutsu-搬出 | het (iets) naar buiten brengen [dragen] |
hanshutsusuru-搬出する | (iets) naar buiten brengen [dragen] |
hansūsuru-反芻する | herkauwen (fig.); lang nadenken (over iets) |
hanten-飯店 | (China) hotel; herberg; logement |
haragonashi-腹熟し | beweging [oefeningen] na het eten ter verbetering van de spijsvertering |
harau-払う | (vaak in de combinatie: chi wo harau, dan meestal geschreven als 掃う) geheel verdwijnen |
hare-晴れ | (na verdachtmakingen, bewezen) onschuld |
harēsuisei-ハレー彗星 | de komeet Halley (genoemd naar Edmond Halley) |
haretsuon-破裂音 | een harde knal; (geluid van) een explosie |
hari-針 | naald; pin |
hari-針 | wijzer (klok); kompasnaald |
hari-針 | naaisteek; hechting |
hariabako-針箱 | naaldendoos; naaidoos |
hariharinabe-はりはり鍋 | Japanse stoofschotel met (mizuna) groente en vlees (oorspronkelijk walvisvlees) (harihari is een onomatopee voor het geluid van kauwen) |
harime-針目 | een (naai)steek; stiksel |
harishigoto-針仕事 | naaldwerk; naaiwerk; borduurwerk |
harō-破牢 | gevangenisuitbraak; ontsnapping uit een gevangenis |
harōwāku-ハローワーク | Hello Work, Japans-Engelse bijnaam van het Japanse Rijksarbeidsbureau |
haru-張る | (be)spannen; besnaren (b.v. gitaar); opspannen |
haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
haruchikashi-春近 | de naderende lente; het naderbij komen van de lente |
harunoyo-春の夜 | korte lentenacht |
harutonari-春隣 | de naderende lente; het naderbij komen van de lente |
harutsugeuo-春告魚 | Atlantische haring (bijnaam: voorbode van de lente) |
hassaku-八朔 | hassaku sinaasappel (Citrus hassaku) |
hassei-発生 | het ontstaan; voortkomen; uitbraak (van een natuurramp, ziekte etc.) |
hassoku-発足 | start; oprichting; inauguratie |
hassun-八寸 | een bijgerecht [hapje; versnapering] bij een borrel |
hasu-斜 | diagonaal |
hasukai-斜交い | diagonaal; schuin |
hasuppa-蓮っ葉 | ordinair [frivool; losbandig] zijn |
hatabi-旗日 | vlaggendag; nationale feestdag |
hataku-叩く | neerslaan; naar beneden slaan (sumo) |
hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
haterumajima-波照間島 | Hateruma (een eiland van Okinawa) |
hatsubon-初盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
hatsudenki-発電機 | een generator; dynamo |
hatsukazuki-二十日月 | de maan op de twintigste van de maand (met name in de maand augustus) |
hatsumonogui-初物食い | iemand die altijd op zoek is naar nieuwe dingen |
hatsuon-撥音 | de Japanse nasale klank (in hiragana ん, en katakana ン) |
hatsuonbin-撥音便 | 1 van de 4 soorten klankveranderingen in de Japanse taal, de nasale 'n' (b.v. 'shinite' wordt 'shinde'; 'yomita' wordt 'yonda') |
hatsushigure-初時雨 | de eerste regen na de overgang van herfst naar winter |
hayane-早寝 | het vroeg naar bed gaan |
hayanesuru-早寝する | vroeg naar bed gaan |
hayato-隼人 | benaming voor jongens in de Kagoshima-prefectuur |
hazādo-ハザード | (golfsport) natuurlijke hindernis op de baan (zoals een bunker of vijver) |
hazakura-葉桜 | een kersenboom waar de bladeren zijn uitgekomen (nadat de bloesem is afgevallen) |
hazusu-外す | nalaten te pakken; niet nemen; verliezen; express ontwijken; ontduiken |
hei-並 | (in kanji combinaties) parallel; op dezelfde rij; op hetzelfde niveau |
hei-併 | (in kanji combinaties) parallel; gelijktijdig; naast elkaar; op een rij; combinatie |
heichi-併置 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
heiin-閉院 | vroeger de naam voor de sluiting [sluitingsceremonie] van de parlementaire sessies |
heikiko-兵器庫 | arsenaal; wapenhuis; wapenmagazijn |
heikō-並行 | het gelijktijdig [parallel; naast elkaar] zijn [gaan] |
heimokuōdōri-並木大通り | boulevard; promenade |
heiritsu-並立 | zij aan zij [op gelijke voet] staan; naast elkaar (be)staan |
heisei-平成 | Heisei, naam van de regeringsperiode (1989-2019) van keizer Akihito (1933-) |
heisetsu-併設 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
heishi-平氏 | families [clans] met de naam Taira |
heisoku-閉塞 | maatschappelijke stagnatie, onzekerheid |
heisokukan-閉塞感 | gevoel van stagnatie [beperking; opsluiting] |
heison-併存 | coëxistentie; het naast elkaar bestaan [samenleven] |
hejjingu-ヘッジング | indekking; afdekking (met tegengestelde posities op de financiële markt) |
heki-僻 | naar één kant overhellen [leunen] |
heki-壁 | (in kanji combinaties) muur |
hekisuru-僻する | naar één kant overhellen [leunen] |
henchikurin-へんちくりん | vreemd [raar; eigenaardig; merkwaardig] zijn |
henge-変化 | antropomorfische gedaantewisseling van goden, geesten, e.d.; incarnatie |
henkō-偏向 | neiging; geneigdheid; inclinatie |
henkyakuguchi-返却口 | verzamelplek [dienbladentrolly] waar men de gebruikte dienbladen met servies kan terugzetten na het eten (b.v. in kantines) |
henni-変に | eigenaardig; vreemd; ongewoon |
henpa-偏頗 | partijdigheid; discriminatie; vriendjespolitiek |
hensei-変性 | degeneratie; denaturatie (biochemie) |
henseiarukōru-変性アルコール | gedenatureerde alcohol (onbruikbaar gemaakt voor consumptie) |
henshi-変死 | een onnatuurlijke [gewelddadige] dood |
hentaigana-変体仮名 | hentaigana (oud-Japans schrift: gerelateerd aan: katakana en hiragana) |
herusu・fūdo-ヘルス・フード | natuurvoeding; gezonde voeding |
heso-臍 | navel |
hesonoo-臍の緒 | navelstreng |
heto-へと | (geeft de bewegingsrichting aan) naar; in de richting (van) |
hettakure-へったくれ | potverdorie; naar de hel met...; (je kan) de pot op |
hi-彼 | (on-lezing, in kanji combinaties) daar(ginds); die |
hi-肥 | (in kanji combinaties) mest; gier |
hi-肥 | (in kanji combinaties) dik; vet; vol |
hi-被 | (in kanji combinaties) bedekken; verbergen; dragen; aantrekken |
hi-被 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) geeft aan dat iemand (of jezelf) object van een handeling is |
hi-鄙 | (in kanji combinaties) platteland; afgelegen plek; inferieur; ik [mijzelf] (nederig) |
hiashi-日脚 | de beweging van de zon (van oost naar west) |
hibiki-響き | resonantie; vibratie; akoestiek; kwaliteit van een geluid |
hību-ヒーブ | (home economist in business) iemand die werkzaam is op de consumentenafdeling van een bedrijf |
hidari-左 | het volgende; wat (hierop) volgt (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
hidarimae-左前 | slechte financiële situatie; (economische) recessie |
hidarimuki-左向き | naar links gericht |
hidarimuki-左向き | de verkeerde kant (van een kimono overslag) ; slechte financiële situatie; (economische) recessie |
hidoi-酷い | wreed; gemeen; schandalig; genadeloos |
higan-彼岸 | de andere oever; de overkant; het Nirvana |
higurashi-蜩 | avondcicade (Tanna japonensis) |
hijun-批准 | ratificatie (voornamelijk van internationale verdragen) |
hijura-ヒジュラ | (Arab. hijrah) hidjra (de migratie van de islamitische profeet Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622) |
hikameikoku-非加盟国 | niet-lid staat [natie; land] van de Verenigde Naties |
hikegiwa-引け際 | sluitingstijd; vertrektijd (van kantoor naar huis) |
hiken-卑倹 | (arch.) spaarzaamheid; natuurlijke eenvoud; soberheid; zuinigheid |
hikensuru-披見する | doorlezen; bestuderen; doornemen; nalezen |
hikiage-引き上げ | verhoging; vermeerdering; toename |
hikidashi-引き出し | opname (van een bankrekening) |
hikidasu-引き出す | (ergens iets) uit halen [nemen; trekken]; naar buiten brengen [trekken] |
hikigamo-引鴨 | wilde eenden die in de lente teruggaan naar het Noorden |
hikimayu-引眉 | de natuurlijke wenkbrauwen verwijderen, en dan wenkbrauwen op het voorhoofd tekenen (Pre-modern Japan, m.n. in de Heian periode, 794-1185) |
hikimokirazu-引きも切らず | onophoudelijk; continu; voortdurend; onafgebroken; doorlopend |
hikinige-ひき逃げ | het doorrijden na een aanrijding |
hikiotoshi-引き落とし | (sumo-techniek) een tegenstander naar beneden trekken |
hikitateru-引き立てる | iem. (met geweld) meenemen [ergens heenbrengen] (naar gevangenis, politiebureau, e.d.) |
hikite-引き手 | (afk. voor) een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
hikitechaya-引き手茶屋 | een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
hikitsugi-引き継ぎ | overname; overdracht |
hikizome-弾き初め | een instrument voor de eerste keer bespelen na aankoop ervan |
hikizuriorosu-引き摺り下ろす | naar beneden trekken [halen; brengen] |
hikkakaru-引っ掛かる | tegengehouden worden; gesnapt worden |
hikken-筆硯 | een term die voornamelijk in brieven wordt gebruikt en verwijst naar het leven van een bepaalde schrijver |
hikkoshisoba-引っ越し蕎麦 | (lett. verhuisnoedels) boekweitnoedels (soba), traditioneel uitgedeeld aan de buren na een verhuizing; soba kan in het Japans ook betekenen: naast) |
hiku-弾く | spelen (op een snaarinstrument of toetsinstrument); een muziekinstrument bespelen |
himei-非命 | onnatuurlijke [voortijdige] dood |
hinan-避難 | vlucht; evacuatie; ontsnapping; het schuilen; schuilplaats |
hinaningyō-雛人形 | hina-pop (traditionele Japanse pop die op 3 maart, de dag van het Japanse poppenfeest, wordt uitgestald) |
hinkaku-賓格 | de accusatief (naamval); objectstorm (grammatica) |
hinmei-品名 | productnaam |
hinoeuma-丙午 | het vuurpaard, een teken van de Chinese dierenriem (de 43e combinatie van de sexagesimale cyclus) |
hinokuruma-火の車 | moeilijke (financiële) omstandigheden |
hinokuruma-火の車 | (Boeddhisme) vuurwagen die de zielen van de zondaren naar de hel brengt |
hinshitsukanri-品質管理 | kwaliteitsmanagement |
hiragana-平仮名 | het hiragana syllabe schrift |
hīringu-ヒーリング | healing (genezing langs paranormale weg of door alternatieve therapieën) |
hiropon-ヒロポン | Philopon, handelsnaam voor methamfetamine in Japan |
hisai-被災 | een (natuur) ramp; rampspoed; calamiteit; catastrofe |
hisashiburi-久し振り | een tijdje geleden; na een tijdje |
hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
hito-一 | (in kanji combinaties) één |
hitoban-一晩 | één avond [nacht] |
hitoban-一晩 | de hele avond [nacht] |
hitoikire-人熱れ | muffe [benauwde] lucht (van veel mensen in een kleine ruimte) |
hitomane-人真似 | imitatie; nabootsing |
hitonanoka-一七日 | de zevende dag na het overlijden; de eerste zeven dagen na het overlijden |
hitoomoini-一思いに | resoluut; spontaan; zonder er al te veel over na te denken |
hitoridachi-独り立ち | het onafhankelijk zijn; op eigen benen staan |
hitorigaten-独り合点 | aanname; overhaast oordeel; te snelle conclusie |
hitorigime-独り決め | (eigen) aanname [beslissing] zelf beslissen |
hitorigurashi-一人暮らし | alleen leven [wonen; een kluizenaarsbestaan; vrijgezellen bestaan; celibaat |
hitoyo-一夜 | een nacht [avond]; de hele nacht |
hitsujigusa-未草 | dwergwaterlelie (Nymphaea tetragona) |
hitsujin-筆陣 | stellingname (in een polemiek; pennenstrijd; twistgeschrift) |
hiyameshi-冷や飯 | kille [koele] behandeling [benadering] |
hiyayaka-冷ややか | (fig.) kil [koel; koud; onbenaderbaar] zijn |
hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
hiyoku-比翼 | een combinatie van de familiewapens van twee geliefden |
hiyokumon-比翼紋 | een combinatie van de familiewapens van twee geliefden |
hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
hizukehenkōsen-日付変更線 | internationale datumgrens |
hō-奉 | (in combinatie met andere karakters) toewijding; offer; eerbied; gehoorzaamheid |
hō-豊 | afkorting voor de familienaam Toyotomi |
hoanchō-保安庁 | agentschap voor nationale veiligheid |
hoankan-保安官 | ordehandhavingsfunctionaris [ordehandhavingsofficier]; sheriff |
hobo-略 | bijna; grotendeels |
hochikisu-ホチキス | (merknaam van) een nietmachine; nietapparaat |
hōdan-砲弾 | kanonskogel; granaat |
hodonaku-程無く | spoedig (daarna); kort daarna; iets later; over een tijdje |
hofumanhōshiki-ホフマン方式 | de Hoffmann methode (soort financiële berekeningsmethode) |
hogobyō-保護猫 | (uit een dierenasiel) pleegkat; adoptiekat |
hogokansatsukan-保護観察官 | reclasseringsambtenaar |
hogoken-保護犬 | (uit een dierenasiel) pleeghond; adoptiehond |
hogoshi-保護司 | reclasseringsambtenaar |
hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
hōjū-放獣 | het vangen van een dier (b.v. een beer) en elders (in een natuurgebied) uitzetten; het per ongeluk vangen van een dier en weer vrijlaten; bijvangst |
hōkai-抱懐 | het koesteren [hebben; erop na houden] van een gedachte, mening, etc |
hokaku-捕獲 | in beslagname; confiscatie; vangst |
hokani-外に | verder; daarnaast; bovendien |
hokkokuakaebi-北国赤海老 | zoete (noordelijke) garnaal (Pandalus borealis) |
hokku-発句 | (andere naam voor) een haiku gedicht |
hokkyō-法橋 | (in de middeleeuwen) titel gegeven aan kunstenaars |
hōkō-芳香 | parfum; aroma; aangename geur |
hōkōtanchiki-方向探知器 | radar; radiopeiler; richtingzoeker (radiosignalen) |
hōkōtanchiki-方向探知機 | richtingbepaler; navigatiemiddel; radar |
hoku-北 | (in kanji combinaties) noord |
hokuga-北画 | (afk. van) (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
hokujō-北上 | het (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
hokujōsuru-北上する | (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
hokuō-北欧 | Noord-Europa (Scandinavië) |
hokuro-黒子 | moedervlek; wrat; naevus [nevus] |
hokushuga-北宗画 | (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
hokuteki-北狄 | noordelijke barbaren, naam die werd gegeven aan nomadische volkeren in het oude China |
hokuyō-北洋 | een term die in China werd gebruikt om te verwijzen naar de drie provincies van de Qing-dynastie, Zhihlei (Hebei), Shandong en Mukden (Liaoning) |
hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
hōmei-芳名 | reputatie; goede naam |
hōmei-芳名 | uw naam (erend gebruikt) |
hōmingu-ホーミング | het instinct van dieren om terug te keren naar hun hol of nest |
hōmingu-ホーミング | geleiding (naar een doel) van moderne wapens (zoals raketten) |
homo-ホモ | (wetenschappelijke naam voor) mens |
hōmon-法門 | boeddhistische leer; poort naar de boeddhistische [spirituele] verlichting |
homo・sapiensu-ホモ・サピエンス | (wetenschappelijke naam voor) de moderne mens; homo sapiens |
hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
honban-本番 | (live) optreden (voor een publiek); tijdstip van handeling [actie e.d.]; filmopname |
honda-本田 | Honda (naam) |
honeyasume-骨休め | (na werken) rust; pauze |
hongumi-本組み | pagina opmaak (drukwerk) |
honkaigi-本会議 | plenaire vergadering |
honke-本家 | hoofdplaats; de naam van een domeinheer |
honkī・tonku-ホンキー・トンク | ordinaire [goedkope] kroeg [bar] |
honmyō-本名 | (iemands) echte naam |
honpō-本法 | (in juridische teksten een term die wordt gebruikt om naar de wet zelf te verwijzen) deze wet |
honrai-本来 | in wezen; van nature; in hoofdzaak; in werkelijkheid |
honsei-本姓 | oorspronkelijke achternaam [familienaam]; meisjesnaam |
honshitsu-本質 | ware aard [natuur]; essentie (van iets); intrinsieke [wezenlijke] kwaliteit [waarde] |
honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
hon'yomi-本読み | het voorlezen van een draaiboek [scenario; script] voor of door acteurs |
hōrensō-菠薐草 | spinazie |
hori-堀 | kanaal; gracht; waterweg; sloot |
horidōru-ホリドール | merknaam van parathion (insecticide) |
horie-堀江 | kanaal; waterweg; watergang |
hōrikomu-放り込む | (iets ergens) inwerpen; naar binnen gooien |
horiwari-掘り割り | kanaal; waterweg; watergang |
hōsei-縫製 | het naaien (met een naaimachine); naaiwerk |
hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
hoshikuzu-星屑 | sterrenwolk; kosmische stof; veel sterren (aan de nachtelijke hemel) |
hōshin-方針 | magneetnaald; kompasnaald |
hoshizukiyo-星月夜 | een heldere [door de maan verlichte] sterrennacht |
hōshōkin-報奨金 | bonus; financiële vergoeding [beloning] |
hosoi-細い | dun; smal; nauw |
hosomeru-細める | smaller maken; versmallen; vernauwen |
hosomi-細み | een van de fundamentele principes van de shōfū- of Bashō-stijl in de Japanse poëzie, n.l. het streven naar verfijning en oprechtheid |
hossoku-発足 | start; oprichting; inauguratie |
hossu-法主 | (erenaam voor) Boeddha |
hosupisu-ホスピス | hospice; verpleeghuis voor terminale patiënten |
hotchikisu-ホッチキス | (merknaam van) een nietmachine; nietapparaat |
hōtei-法廷 | rechtbank; gerecht; rechtszaal; tribunaal |
hōteisōzokunin-法定相続人 | wettige erfgenaam; legitimaris |
hotondo-殆ど | bijna; vrijwel |
hotto・doggu-ホット・ドッグ | hotdog (broodje met knakworst) |
hotto・manē-ホット・マネー | (Eng.: hot money) geld dat tussen financiële instellingen wordt uitgewisseld in een poging de rente of vermogenswinst te maximaliseren |
hoyōchi-保養地 | kuuroord; herstellingsoord; sanatorium |
hoyōsho-保養所 | kuuroord; herstellingsoord; sanatorium |
hoyūsha-保有者 | bezitter; eigenaar; houder; drager |
hōzō-宝蔵 | (een woord dat verwijst naar) de leer van Boeddha |
hozo-臍 | navel |
hozonoo-臍の緒 | navelstreng |
hyakkiyakō-百鬼夜行 | een nachtelijke optocht van monsters, spoken, geesten, etc. |
hyakumanchōsha-百万長者 | een miljonair |
hyakumonogatari-百物語 | 100 spookverhalen (gezelschapspel uit de Edo periode, van de 100 kaarsen doofde men er 1 na elk verhaal, na de laatste zou er een monster verschijnen) |
hyō-漂 | (in kanji combinaties) drijven; zweven; in de lucht (blijven) hangen (b.v. geur); (rond)zwerven |
hyōhen-豹変 | (verwijzing naar de vacht van een luipaard) plotselinge verandering van gedrag (en taalgebruik) |
hyonna-ひょんな | vreemd; onverwacht; toevallig; ongewoon; eigenaardig |
hyōsatsu-表札 | naamplaat(je) |
hyōtan-瓢簞 | fleskalebas (Lagenaria siceraria) |
hyūzu-ヒューズ | Hughes (Engelse achternaam) |
i-慰 | (in kanji combinaties) troost; bemoediging; zorg; medeleven |
iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
ibiridasu-いびり出す | (iem.) dwingen te vertrekken; naar buiten werken; wegpesten |
ibu-イブ | Eve (Engelse voornaam) |
icharibachōdē-いちゃりばちょーでー | (Okinawa dialect) zodra we elkaar ontmoeten zijn we broers [zusters] (m.a.w. wees vriendelijk voor vreemden) |
ichigō-一合 | 1 tiende van de weg (van de voet) naar de top van de berg Fuji |
ichijisangyō-一次産業 | primaire industrie (houdt zich bezig met de winning van natuurlijke hulpbronnen) |
ichijōbunseki-市場分析 | martktanalyse |
ichikyo-一渠 | kanaal voor watertoevoer; waterpijp; waterbuis |
ichimei-一名 | andere naam; bijnaam; pseudoniem |
ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
ichishichinichi-一七日 | de zevende dag na het overlijden; de eerste zeven dagen na het overlijden |
ichiya-一夜 | één avond [nacht]; 's nachts |
ichiyazuke-一夜漬け | in één nacht ingemaakt [ingelegd; gepekeld] |
ichiyazuke-一夜漬け | de hele nacht door studeren [blokken] voor een examen] |
idatsu-遺脱 | omissie; weglating; nalating; verzuim |
idenshi-遺伝子 | gen; determinant; genen |
ido-イド | (in psychoanalyse, het onderbewuste) id; es; het |
idobata-井戸端 | bij [naast] de put; de rand van een put |
ieji-家路 | de weg naar huis |
iemochi-家持ち | huiseigenaar; gezinshoofd; hoofd van een familie |
iemochi-家持ち | het beheren van de financiën van het huishouden |
ienken-以遠権 | landingsrecht dat een luchtvaartmaatschappij toestaat om na aankomst in het land dat het reisdoel is, door te vliegen en te landen in een ander land |
ienoko-家の子 | kind geboren in een voorname [gegoede; oude] familie |
ienoko-家の子 | (trouwe) huisbediende; dienaar; vazal |
ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
ierō・jānarizumu-イエロー・ジャーナリズム | riooljournalistiek; boulevardjournalistiek |
ierō・kādo-イエロー・カード | vaccinatiebewijs |
ierō・puresu-イエロー・プレス | sensatiepers; riooljournalistiek |
igai-以外 | behalve; naast; anders dan |
igo-以後 | van nu af aan; hierna; voortaan; in de toekomst |
igo-以後 | sinds; nadat; nadien; daarna |
ihichiōru-イヒチオール | ichtyol (of ichthammol of ammoniumbituminosulfonaat, ontstekingremmend middel in zalf) |
ihin-遺品 | erfstuk; (persoonlijk) aandenken; nalatenschap |
ihitsu-遺筆 | nagelaten geschrift [kalligrafie] van een overledene; postuum werk |
iinikui-言い難い | moeilijk om te zeggen; pijnlijk; delicaat; gênant |
iiotosu-言い落とす | vergeten [nalaten] te vertellen [vermelden; zeggen] |
iioyobu-言い及ぶ | verwijzen naar; refereren aan; zinspelen op; vermelden |
iiyoru-言い寄る | iem. benaderen; het hof maken; flirten |
ijō-以上 | sinds; aangezien; omdat; vanaf |
ijōsekkin-異常接近 | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
ijōshi-異状死 | onnatuurlijke dood |
ika-以下 | al degenen onder de leiding van iem.; inclusief; vanaf.. en lager |
ikaru-斑鳩 | maskerdikbek (zangvogel, Eophona personata) |
ikazoku-遺家族 | nabestaanden |
ike-いけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
ikemen-いけ面 | (informeel) knappe kerel [vent]; bink; spetter; stuk |
iketeru-イケてる | cool [sexy; knap] zijn; er goed uitzien |
iki-遺棄 | veronachtzaming; verwaarlozing |
ikiba-行き場 | bestemming; plaats om naar toe te gaan |
ikigurushii-息苦しい | benauwd; verstikkend; bedompt |
ikikaeru-生き返る | weer bijkomen (na bewusteloosheid); weer tot leven komen |
ikioi-勢い | natuurkracht |
ikisekikiru-息急き切る | hijgen; puffen; naar adem happen; buiten adem zijn |
ikitodoku-行き届く | attent [oplettend; zorgvuldig; nauwgezet] zijn |
ikizuku-息衝く | zwaar ademen; hijgen; naar adem snakken |
ikizumaru-息詰まる | buiten adem [benauwd] zijn; (bijna) niet kunnen ademen (van zenuwachtigheid) |
ikke-いっけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
ikō-以降 | na; sinds; vanaf |
ikō-遺功 | nagelaten werken [prestaties]; nalatenschap |
ikomu-イコム | International Council of Museums (een onafhankelijke niet-gouvernementele internationale organisatie voor musea) |
ikotsu-遺骨 | botten die na crematie overblijven |
ikudōon-異口同音 | eenstemmig; unaniem |
ikun-遺訓 | goede raad advies; [instructies] door een overledene achtergelaten voor nabestaanden |
ikutamōru-イクタモール | ichthammol (of ammoniumbituminosulfonaat of ichthyic, ontstekingremmend middel in zalf) |
ikutsumo-幾つも | (met ontkenning) nauwelijks; bijna niets |
ikyō-異郷 | het buitenland; een vreemd land; een vreemde natie; een land ver weg; in den vreemde |
imachizuki-居待ち月 | (in de maankalender) de 18e dag van de maand (met name 18 augustus) |
imaimashii-忌ま忌ましい | irritant; ergerlijk; storend; vervelend; onaangenaam |
imakara-今から | vanaf nu |
imawashii-忌まわしい | onaangenaam; verwerpelijk; onsmakelijk; walgelijk |
imei-異名 | andere naam; bijnaam; alias |
imējimento-イメージメント | het controleren [aanpassen] van het imago [de uitstraling] van producten of diensten naar de verwachtingen van de consumenten |
imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
imitēshon-イミテーション | imitatie; namaak; vervalsing |
imochibyō-稲熱病 | (Magnaporthe grisea) rijstschimmel; rijstrothals; rijstzaailingziekte |
imomeigetsu-芋名月 | (een andere naam voor) de oogstmaan (na het oogsten van de taro, 15 augustus op de maankalender) |
imyō-異名 | andere naam; bijnaam; alias |
in-院 | (achtervoegsel achter de naam van) een boeddhistische tempel |
in-院 | (achtervoegsel achter de naam van een teruggetreden keizer) ex-keizer |
in-院 | achtervoegsel achter postume boeddhistische namen |
inari-稲荷 | (afkorting voor) inarizushi, een buideltje van gefrituurde tofuvel gevuld met sushirijst |
inase-鯔背 | energieke [knappe; goedgeklede] jongeman |
inbentorī・fainansu-インベントリー・ファイナンス | voorraadfinanciering |
inbesutomento・anarisuto-インベストメント・アナリスト | beleggingsanalist |
indasutoriaru・dainamikkusu-インダストリアル・ダイナミックス | industriële dynamiek (het gebruik van computers om de economische activiteiten van een onderneming te simuleren) |
indian・samā-インディアン・サマー | nazomer; warm [mooi] herfstweer |
indīzu-インディーズ | (independent film, music) onafhankelijk muzieklabel, film, etc. |
infomēshon・anarisuto-インフォメーション・アナリスト | informatie analist |
ingō-因業 | hardvochtigheid; harteloosheid; genadeloosheid; meedogenloosheid |
ingō-院号 | erenaam van een keizer (tijdens het leven of postuum gegeven) |
ingō-院号 | erenaam van de vrouw (of dochter) van een keizer |
ingō-院号 | naam van een tempel die door een edelman, shogun, e.d. is gesticht |
ingō-院号 | boeddhistische naam van een overledene |
inja-隠者 | kluizenaar |
injikētā-インジケーター | (Eng.: indicator) indicator (natuurkunde) |
injikētā-インジケーター | controlelampje; wijzer; signaal |
inkābu-インカーブ | (honkbal) een worp die naar binnen buigt bij de slagman |
inkurain-インクライン | (Eng.: incline) kanaal of spoorlijn over een hellend vlak [berghelling] |
inmarusatto-インマルサット | (International Mobile Satellite Organization) een Brits telecommunicatiebedrijf |
inochibiroi-命拾い | het nippertje; het oog van de naald (fig.) |
inochibiroisuru-命拾いする | door het oog van de naald kruipen; op het nippertje [aan de dood] ontsnappen |
inochimyōga-命冥加 | wonderbaarlijke redding [ontsnapping] van de dood |
inshibunseki-困子分析 | factoranalyse (statistiek) |
insutityūshonaru・ado-インスティテューショナル・アド | institutionele reclame (gericht op het vestigen van een naam van een instituut, i.p.v. een product) |
intā-インター | internationaal |
intādishipurinarī-インターディシプリナリー | interdisciplinair (samenwerking tussen verschillende takken van wetenschap) |
intānashonaru-インターナショナル | internationaal |
intānashonaru・ofisharu・rekōdo-インターナショナル・オフィシャル・レコード | internationaal officieel record; officieel wereldrecord |
intānashonaru・sekyuritī-インターナショナル・セキュリティー | internationale veiligheid |
intāpōru-インターポール | Interpol (International Criminal Police Organization) |
intāpuritā-インタープリター | interpreter (software), computerprogramma dat herhaaldelijk instructies leest en vertaalt naar machinecode |
interijento・tāminaru-インテリジェント・ターミナル | intelligent terminal (computer) |
interuposuto-インテルポスト | (International Electronic Post) Internationale e-mail service |
intonako-イントナコ | intonaco |
intonēshon-イントネーション | intonatie; stembuiging |
inuitto-イヌイット | Inuit (eskimo's in Groenland en Canada) |
in'itsu-隠逸 | afzondering; kluizenaarschap |
in'itsu-隠逸 | kluizenaar |
in'u-陰雨 | bewolkte, regenachtige lucht |
in・hai-イン・ハイ | (honkbal) een hoge bal die naar binnen draait |
in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
iō-以往 | na; naderhand; later |
iomante-イオマンテ | een Ainu-ceremonie waarbij een bruine beer wordt geofferd (nadat hij een bepaalde tijd in het dorp is grootgebracht) |
iori-庵 | hermitage; kluizenaarshut; kluizenaarscel |
ippaku-一泊 | een (hotel)overnachting |
ippakusuru-一泊する | overnachten; de nacht doorbrengen |
ippankaikei-一般会計 | boekhouding van algemene inkomsten en uitgaven bij nationale en lokale overheden |
ippī-イッピー | (Youth International Party + hippie) hippie met politieke interesses |
irakusa-刺草 | (Japanse) brandnetel (Urtica thunbergiana) |
irasutorētā-イラストレーター | illustrator; illustratietekenaar |
irebun・nain-イレブン・ナイン | elf-negen, verwijst naar een stof-zuiverheid van 99,999999999% |
irikomu-入り込む | (naar) binnengaan; binnenlopen; binnenstappen |
iroonna-色女 | knappe [mooie] vrouw |
iroonna-色女 | vriendin; minnares |
irootoko-色男 | knappe man; donjuan |
irootoko-色男 | minnaar |
irozuri-色刷り | kleurenafdruk; kleurenprint; afdruk in kleur |
iru-入る | (naar) binnen gaan [komen] |
iru-入る | zinken; naar beneden gaan [zakken]; ondergaan (van de zon) |
iryūjon-イリュージョン | illusie; hallucinatie; hersenschim; waandenkbeeld; droombeeld; fantasie; zinsbegoocheling |
isaku-遺作 | postuum werk (gepubliceerd na de dood van de auteur) |
isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
isan-遺産 | erfenis; nalatenschap; legaat |
isaribi-漁り火 | vuur [lamp] op vissersboten om 's nachts vissen te lokken (en te vangen) |
isei-異姓 | andere achternaam; verschillende achternamen |
isetsu-異説 | een andere [afwijkende; alternatieve] theorie [mening; kijk] |
ishidai-石鯛 | vis (Oplegnathus fasciatus) |
ishitsusha-遺失者 | eigenaar [eigenares] van een verloren voorwerp |
ishō-異称 | andere naam; bijnaam; pseudoniem |
isho-遺書 | nagelaten werken [boeken; manuscripten] |
ishoku-移植 | naturalisatie |
ishokukōdinētā-移植コーディネーター | transplantatie coördinator |
ishū-異臭 | stank; walgelijke [onaangename] geur |
iso-イソ | ISO (the International Organization for Standardization) |
isō-位相 | fase (natuurkunde) |
isoisosuru-いそいそする | vrolijk [levendig] zijn; ergens blij [vol verwachting] naar uitkijken |
isoshimu-勤しむ | zich wijden aan; streven naar; ijverig [plichtsgetrouw] zijn |
issei-一世 | de eerste van een koning of keizer waarbij de naam van de vorst tevens in de volgende generaties voorkomt (b.v.: Willem I der Nederlanden) |
isshiichiyū-一雌一雄 | monandrie (vrouw getrouwd 1 man) |
isshuku-一宿 | een overnachting |
itachigokko-鼬ごっこ | ratrace; felle jacht op [streven naar] een positie [resultaat]; genadeloze concurrentie; kat-en-muisspel |
itakedaka-居丈高 | aanmatigend [dominant; overheersend; hooghartig] zijn |
itame-板目 | de naad tussen (twee) planken |
itchōittan-一長一短 | voor- en nadelen; sterke en zwakke punten; de voors en tegens van iets |
iten-移転 | verhuizing (naar een ander adres, etc.) |
itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
itodo-いとど | oude naam voor een grottensprinkhaan (Rhaphidophoridae) |
itosabaki-糸捌き | het bespelen van een snaarinstrument |
itsurakuseikatsu-逸楽生活 | levensstijl waarbij men vooral op zoek is naar vermaak en plezier |
ittai-一体 | (wat) in hemelsnaam; in vredesnaam; verdorie |
ittaiichiro-一帯一路 | één gordel, één weg, een Chinees economisch concept over verbinding van regio's tot 1 invloedsgebied, b.v. langs de zijderoute tussen China en Europa |
ittōshin-一等親 | eerstegraads verwantschap [familiebetrekkingen]; naaste bloedverwant |
iutokorono-言うところの | wat men noemt; zoals het genoemd wordt; de zogenaamde; bekend (staand) als; bij wijze van spreken |
iwamuro-岩室 | (natuurlijke) grot (in de rotsen) |
iwataobi-岩田帯 | een band [doek] die door zwangere vrouwen gedragen wordt rond de buik (vanaf de vijfde maand van de zwangerschap) |
iwayuru-所謂 | zogenaamd |
iya-嫌 | vervelend; ongewenst; onaangenaam |
iyahaya-いやはや | (uitroep) o jee; lieve hemel; goede genade |
iyamitarashii-嫌みたらしい | onaangenaam; vervelend |
iyani-嫌に | vreselijk; buitengewoon; onaangenaam; naar; vervelend |
iyarashii-嫌らしい | onaangenaam; vervelend |
iyō-異様 | ongewoonheid; eigenaardigheid |
izanagikeiki-いざなぎ景気 | de Izanagi hausse [hoogconjunctuur] (economische bloeiperiode in Japan van 1965-1970) |
izayoi-十六夜 | de (maan van de) 16de nacht (van de maand in de maankalender; de nacht na volle maan) |
izō-遺贈 | nalatenschap; legaat; erfenis |
izoku-遺族 | nabestaanden; familie van de overledene |
izu-出ず | (arch.) naar buiten gaan [komen]; weggaan; vertrekken, etc. |
izu-出づ | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
izu-出づ | (opnieuw) verschijnen; opkomen; ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
izutsu-井筒 | benaming van een wapenschild |
ī・tī-イー・ティー | (extraterrestial) buitenaards |
jabisen-蛇皮線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
jakkoku-弱国 | een zwakke natie; een land met weinig macht [kracht] |
jānarisutikku-ジャーナリスティック | journalistiek; journalistisch |
jānarisuto-ジャーナリスト | journalist |
jānarizumu-ジャーナリズム | de journalistiek |
japonika-ジャポニカ | japonica, wetenschappelijke naam voor plant-variëteiten |
jashū-邪宗 | naam voor het Christendom (tijdens het shogunaat) |
ji-侍 | (in kanji combinaties) dienaar; dienen |
jibunjishin-自分自身 | (versterkende vorm met nadruk) ik; zelf; ikzelf; mijzelf |
jidaisakugo-時代錯誤 | anachronisme |
jidōbungaku-児童文学 | (vanaf 1920) kinderliteratuur; boeken voor kinderen |
jigami-地髪 | natuurlijk haar |
jige-地下 | (arch.) lagere overheidsfunctionaris |
jiguchi-地口 | (Muromachi periode) voorgevel-belasting (een tijdelijke belasting op huizen [percelen], in steden als Kyoto en Nara) |
jiguchisen-地口銭 | (Muromachi periode) een tijdelijke belasting op huizen [percelen] (in steden als Kyoto en Nara) |
jih-十 | (in kanji combinaties) tien |
jihi-慈悲 | mededogen; barmhartigheid; genade |
jiito-地糸 | draad die niet fabrieksmatig wordt gesponnen (traditioneel vaak gedaan als nevenactiviteit in o.a. het boerenbedrijf) |
jijo-次女 | tweede dochter; op één na oudste dochter |
jijo-爾汝 | (pers. voornaamwoord tweede persoon) jij; gij |
jikon-自今 | vanaf nu; voortaan; hierna |
jimawari-地回り | (producten) afkomstig uit een naburig district [gebied]; lokale producten |
jimejime-じめじめ | (onomatopee) benauwd; klam; vochtig |
jimetsu-自滅 | natuurlijk verval; zelfvernietiging; je eigen graf graven; je eigen nederlaag over jezelf afroepen |
jimoto-地元 | nabije plaats [buurt; wijk; streek] |
jimu-ジム | gymzaal; gymnastieklokaal; trainingszaal; sportschool |
jimunajiumu-ジムナジウム | gymzaal; gymnastieklokaal; trainingszaal; sportschool |
jimunajiumu-ジムナジウム | gymnasium (opleiding) |
jīn-ジーン | gen; determinant; genen |
jinbutsu-人物 | personage; karakter (in boeken, film, theater) |
jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
jingo-人後 | na anderen; minder dan andere mensen |
jinkenkatsudōka-人権活動家 | mensenrechtenactivist(e) |
jinkōjusei-人工授精 | kunstmatige inseminatie [bevruchting] |
jinkun-仁君 | een welwillende [genadige] vorst [heerser] |
jinma-蕁麻 | (Japanse) brandnetel (Urtica thunbergiana) |
jinmei-人名 | persoonsnaam; eigennaam van een persoon |
jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
jinshusabetsu-人種差別 | racisme; rassendiscriminatie |
jintaikaibō-人体解剖 | menselijke anatomie |
jintaikaibōgaku-人体解剖学 | de studie van de menselijke anatomie |
jintaimokei-人体模型 | anatomisch model van het menselijk lichaam |
jinushi-地主 | landeigenaar; landbezitter |
jipangu-ジパング | Zipangu, de naam waarmee naar Japan wordt verwezen in Marco Polo's Reizen (het Engelse woord Japan is daarvan afgeleid) |
jiritsu-自律 | autonomie; onafhankelijkheid; zelfbeschikking |
jiritsu-自立 | zelfstandigheid; onafhankelijkheid; zelfvoorziening |
jiritsusuru-自立する | zelfstandig [onafhankelijk] worden |
jirō-痔瘻 | anale fistel |
jirojiro-じろじろ | (onomatopee) starend; nauwkeurig bekijkend |
jisatsusha-自殺者 | zelfmoordenaar |
jiseisuru-自生する | natuurlijk [spontaan] groeien; in het wild groeien |
jisha-侍者 | dienaar (bij vooraanstaande [adellijke] families) |
jishin-磁針 | magneetnaald; kompasnaald |
jishu-自主 | autonomie; onafhankelijkheid; zelfbeschikking |
jishuteki-自主的 | zelftstandig; autonoom; onafhankelijk |
jisoku-磁束 | magnetische flux (natuurkunde) |
jisoku-自足 | zelfstandigheid; onafhankelijkheid; op eigen benen kunnen staan; autarkie |
jitai-自体 | zelf; op zich; alleen dat al; van nature |
jitankaibōzu-人体解剖図 | anatomische kaart (afbeelding) |
jiten-辞典 | (vanaf de Meiji periode en in titels) woordenboek |
jitennettokessai-時点ネット決済 | (Japans bankwezen jargon) Designated Time Net Settlement (DTNS) |
jitsumei-実名 | echte naam |
jitsumyō-実名 | echte naam |
jitsuzairon-実在論 | realisme; externalisme (filosofie) |
jiyūgyō-自由業 | zelfstandig [vrij; onafhankelijk] beroep |
jī・enu・pī-ジー・エヌ・ピー | bnp (bruto nationaal product) |
jō-場 | (in kanji combinaties) plaats; plek; locatie |
jobiraki-序開き | (toneel, in de Edo-periode) een eenakter, als voorprogramma voor een groot toneelstuk |
jogai-除外 | verwijdering; eliminatie |
jōha-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
jōhaku-上膊 | bovenarm |
jōhari-情張り | koppig; obstinaat |
jōin-上院 | de Eerste Kamer; het Hogerhuis; de Senaat |
jōji-畳字 | herhaling van dezelfde kanji of kana (in combinaties) |
jōji-畳字 | herhaalsymbool; herhalingsteken voor kanji of kana (々; ゝ) |
jōkan-上官 | een hogere ambtenaar [functionaris] |
jōki-上気 | het blozen; het stijgen van bloed naar het hoofd |
jōkyō-上京 | van het platteland naar de hoofdstad [naar Tokio] gaan |
jokyo-除去 | verwijdering; eliminatie; uitroeiing |
jomei-助命 | het sparen van iemand's leven; genade; clementie; gratie verlening |
jomei-除名 | royement; het schrappen van iemands naam van de lijst |
jōmyaku-静脈 | (bloed)ader; vena |
jonidan-序二段 | de op 1 na laagste rang bij het sumo worstelen |
jōppari-情っ張り | koppig; obstinaat |
jōraku-上洛 | naar Kyoto gaan; Kyoto bezoeken |
jōri-場裏 | arena; toneel |
jorunāta-ジョルナータ | hoeveelheid fresco verf die in 1 dag kan worden opgebracht (van Italiaans: giornata, een dag werk) |
joseisabetsu-女性差別 | vrouwendiscriminatie; seksisme |
jōshō-上昇 | stijging; klim; toename |
joshuseki-助手席 | (voertuigen) passagiersstoel; passagierplaats (naast de bestuurdersplaats) |
jōtatsu-上達 | (het doorgeven van de wensen [meningen]) van ondergeschikten naar superieuren (bottom-up beleidsstructuur, met inspraak) |
jōwan-上腕 | bovenarm |
joyaku-助役 | plaatsvervangend functionaris; ambtenaar |
jūboku-従僕 | dienaar; bediende; lakei |
judō-受動 | inactiviteit; passiviteit |
jūdōka-柔道家 | judoka; beoefenaar van judo |
judōteki-受動的 | inactief; passief |
jūgen-重言 | kanji-combinatie waarin hetzelfde teken wordt herhaald |
jūgoya-十五夜 | een nacht met een volle maan (in september) |
jūgoya-十五夜 | 15de nacht van de 8ste maand van de maankalender |
jūi-獣医 | dierenarts; veearts |
jūishi-獣医師 | dierenarts; veearts |
jūkashitsu-重過失 | (jur.) grove nalatigheid |
jukensha-受験者 | examinandus; examenkandidaat |
jukugo-熟語 | een samenstelling (samengesteld woord); kanji combinaite |
jukuransuru-熟覧する | zorgvuldig nakijken [controleren; inspecteren] |
jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
jūnen-十念 | de Nembutsu (naam van Amitabha Boeddha) 10 keer reciteren |
junia・bōdo・shisutemu-ジュニア・ボード・システム | Junior Raad van Bestuur systeem, waarbij jonge medewerkers binnen het bedrijf oplossingen mogen bedenken voor verschillende managementvraagstukken |
juniku-受肉 | de incarnatie van Christus (de Zoon van God als mens; geest en vlees) |
junjunkesshō-準々決勝 | kwartfinale(s) |
junjunkesshō-準準決勝 | kwartfinale(s) |
junkesshō-準決勝 | halve finale; semifinale |
junkesshōsen-準決勝戦 | halvefinale-wedstrijd (in een toernooi) |
junkyo-準拠 | conformiteit; aanpassing; gelijkvormigheid; overeenstemming; navolging |
junkyohō-準拠法 | geldend recht; toepasselijke wetgeving (bij Internationale transacties, geschillen, e.d.) |
junkyū-準急 | semi-sneltrein; regionale sneltrein |
junni-順に | ieder op zijn beurt; om de beurt; de een na de ander |
junō-受納 | aanvaarding; aanname; ontvangst |
junpō-遵奉 | gehoorzaamheid; inachtneming [naleving] van voorschriften [regels] |
junpō-遵法 | eerbiediging [naleving] van de wet |
junsahashutsujo-巡査派出所 | (oude benaming voor) politiepost |
junshu-遵守 | naleving; inachtneming; eerbiediging; gehoorzaamheid |
junshusuru-遵守する | naleven; gehoorzamen; zich houden aan; eerbiedigen |
jun'en-順縁 | het feit dat in de natuurlijke loop der dingen de mensen sterven in volgorde van ouderdom |
jūōmujin-縦横無尽 | zonder remmingen; onbelemmerd [onbeperkt] zijn; naar hartenlust |
jūryō-十両 | (op één na hoogste) sumo divisie |
jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
jusei-授精 | bevruchting; bestuiving; inseminatie |
jūshi-重視 | belang; benadrukking; beklemtoning; accentuering |
jushin-受信 | ontvangst (bericht; tv of radio signaal, etc.) |
jushinsuru- 受信する | ontvangen (bericht; tv of radio signaal, etc.) |
jūshisuru-重視する | belang hechten aan; benadrukken |
jushōsha-受賞者 | prijswinnaar |
jūsotsu-従卒 | ordonnans; bediende van een officier |
jūtai-渋滞 | stagnatie; vertraging |
jūten-重点 | nadruk; focus; zwaartepunt |
jutsu-述 | (in kanji combinaties) verklaren; mededelen; vertellen |
jūya-十夜 | (boeddh. Jōdo-school) het ritueel van het zingen van Nembutsu gedurende 10 dagen en nachten (van de 6de tot 15de dag van de 10de maand (maankalender) |
ka-菓 | (in kanji combinaties) vrucht; fruit |
kabadi-カバディ | (Hindi: kabaḍḍī) kabaddi, een nationale sport in India (waarbij 2 teams van 7 spelers tegen elkaar strijden) |
kabane-姓 | familienaam |
kabushikigaisha-株式会社 | beursgenoteerd bedrijf; naamloze vennootschap |
kabushikimeigara-株式銘柄 | naamregister van aandeelhouders |
kachinuku-勝ち抜く | winnen en doorgaan naar de volgende ronde van een sporttoernooi |
kachitoru-勝ち取る | (iets) verkrijgen [verwerven; behalen] (na inspanning of strijd); winnen |
kachō-花鳥 | bloemen en [of] vogels (voorbeelden van natuurschoon) |
kachōfūgetsu-花鳥風月 | schoonheid in de natuur; de natuurlijke schoonheden in de Japanse esthetiek |
kachū-家中 | (Edo periode) dienaar [vazal] in een han-domein; vazal van een daimyo; han-domein |
kae-替え | alternatief |
kaeribana-返り花 | terugkeer in het werk na gestopt te zijn (b.v. van een prostituee of een acteur) |
kaerigake-帰りがけ | (op) weg naar huis; terugweg |
kaerimichi-帰り道 | terugweg; weg naar huis |
kaeru-帰る | terugkomen; terugkeren; naar huis gaan |
kaeshiwaza-返し技 | (judo, e.d.) tegenaanval; overname-techniek |
kafu-寡夫 | weduwnaar |
kafu-花譜 | een boek met afbeeldingen van bloemen (gerangschikt naar bloeiseizoen) |
kafunenkin-寡夫年金 | weduwnaarspensioen |
kafunshō-花粉症 | hooikoorts; pollenallergie |
kagaribi-篝火 | een vuur in een ijzeren korf, opgehangen als signaal [baken], of op schepen om vissen te lokken |
kagenagara-陰ながら | van achter de schermen; vanaf de zijlijn; op de achtergrond; in het geheim |
kagibari-鉤針 | haaknaald |
kagiya-鍵屋 | (Edo periode) bedrijfsnaam van een vuurwerkmaker |
kai-魁 | (in kanji combinaties) groot; enorm |
kaibōgaku-解剖学 | anatomie |
kaibōgakusha-解剖学者 | anatoom; ontleedkundige |
kaigaikigyō-海外企業 | internationale onderneming |
kaigaishinshutsu-海外進出 | handel expansie [uitbreiding] overzee; uitbreiding van handel naar het buitenland |
kaihatsutojōkoku-開発途上国 | ontwikkelingsland; de groeilanden; de opkomende naties |
kaiji-改字 | wijziging van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
kaijō-開場 | opening van een (nieuw) gebouw; inauguratie |
kaikan-快感 | een fijn [goed; aangenaam] gevoel |
kaikei-会計 | boekhouding; financiële administratie |
kaikoku-海国 | zeenatie; zeevarende natie; eilandstaat |
kaikoku-開国 | de stichting van een natie |
kaikyō-海峡 | kanaal; zee-engte |
kaikyū-懐旧 | nostalgie; verlangen naar vroeger; terugblik |
kaimei-改名 | naamswijziging; het aannemen van een nieuwe naam |
kaimyō-戒名 | postume boeddhistische naam |
kainushi-飼い主 | eigenaar [baasje] van een huisdier |
kaiseki-解析 | analyse; ontleding (van b.v. bewijsmateriaal, videobeelden, e.d.) |
kaisekisuru-解析する | analyseren; ontleden |
kaishū-回収 | inning; inzameling; opname (van geld); terugwinning; recuperatie |
kaisō-回送 | het doorsturen [doorzenden] naar een ander adres |
kaisō-回送 | (van openbaar vervoer) terugsturen [terugrit] (naar de remise of garage) |
kaisō-壊走 | het op de vlucht slaan (na een strijd); vlucht; aftocht |
kaiteki-快適 | het aangenaam [prettig; plezierig] zijn |
kaitenkyūgyō-開店休業 | (van een winkel) open zijn maar bijna geen klandizie [klanten] hebben |
kaizen-快然 | aangenaam [prettig] gevoel |
kaizen-快然 | herstel na een ziekte |
kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
kajin-家人 | iem. die binnenshuis blijft (met name de echtgenote en de hulp); familielid |
kajin-家人 | dienaar; leenman; vazal |
kajiru-齧る | knagen; knabbelen; bijten |
kajiru-齧る | het tokkelen; een snaarinstrument bespelen |
kakekomu-駆け込む | naar binnen rennen [stormen] |
kakeyoru-駆け寄る | naar iemand toe [op iemand af] rennen |
kakiage-掻き揚げ | tempura van garnalen en groenten |
kakinaderu-掻き撫でる | tokkelen (op een snaarinstrument) |
kakite-書き手 | schrijver; tekenaar; kalligraaf |
kakki-画期 | overgang van het ene tijdperk naar het andere; verandering van tijdperk; begin van een nieuw tijdperk |
kakkiteki-画期的 | baanbrekend; revolutionair; ongekend; van grote betekenis |
kakōsuru-下降する | (af)dalen; naar beneden gaan; zinken; vallen; duiken |
kaku-各 | (in kanji combinaties) elk; ieder |
kaku-拡 | (in kanji combinaties) vergroting; uitbreiding |
kakū-架空 | imaginair [denkbeeldig; fictief; irreëel; onwezenlijk; onwerkelijk] zijn |
kaku-格 | naamval (grammatica) |
kaku-確 | (in kanjicombinaties) vast; stevig; hard; (water)dicht |
kakudo-確度 | (mate van) zekerheid; waarschijnlijkheid; betrouwbaarheid; nauwkeurigheid |
kakujoshi-格助詞 | naamvalspartikel (ka, no, o, ni, e, to, de, kara, yori) |
kakumei-革命 | revolutie; revolutionaire omwenteling |
kakūmeigi-架空名義 | een fictieve [valse] naam; een alias |
kakumeiteki-革命的 | revolutionair |
kakurekirishitan-隠れキリシタン | geheime [ondergedoken] christelijke kerkgemeenschap (tijdens de onderdrukking van het christendom door het Tokugawa shogunaat in de Edo periode) |
kakushi-客思 | gemoedstoestand van een reiziger (op weg naar een bestemming) |
kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
kakyō-華僑 | een Chinees die buiten China woont; een overzeese Chinees |
kamasu-魳 | (Japanse) barracuda (Sphyraena japonica) |
kamei-仮名 | alias; pseudoniem; nom de plume; schuilnaam |
kamei-加盟 | deelname; toetreding; het lid worden van een organisatie of groep |
kamei-家名 | familienaam |
kameikoku-加盟国 | lidstaat (van een internationale organisatie) |
kamigakari-神懸かり | excentriek gedrag; onzinnige theorie; fanatisme |
kamikaze-神風 | de bijnaam van het speciale luchtmacht-aanvalskorps tijdens de Tweede Wereldoorlog |
kamikudaku-噛み砕く | kauwen; knagen |
kamioroshi-神降ろし | de uitnodiging [aanroeping] aan een god om naar een heiligdom te komen |
kamioroshi-神降ろし | formele beloftes in schrift met de naam van de god |
kamisan-上さん | (mijn) vrouw (gewoonlijk geschreven in kana) |
kamishimeru-噛み締める | lang nadenken (over) |
kamitsuku-噛み付く | bijten naar |
kamitsuku-噛み付く | iem. afsnauwen [aanvallen]; uitvaren tegen iemand |
kamushafuto-カムシャフト | nokkenas |
kan-柑 | (in kanji combinaties) citrusvrucht |
kan-汗 | (in kanji combinaties) zweet; transpiratie |
kan-汗 | (in kanji combinaties) Khan (hoofd van nomadische stam) |
kan-漢 | Han (dynastie in China, 202 v.chr-220 n.chr) |
kan-漢 | (in kanji combinaties) China; Chinees |
kan-監 | (China) toezichthouder op lokale leenheren e.d. |
kan-監 | (China) administratieve gebiedsindeling |
kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
kana-仮名 | kana: Japans schrift (hiragana en katakana) |
kānabi-カーナビ | autonavigatie (systeem) |
kanabun-金蚉 | droge-kever (Pseudotorynorrhina japonica) |
kanada-カナダ | Canada |
kanakana-かなかな | avondcicade (naar het geluid dat die maakt) |
kanakugi-金釘 | ijzeren spijker; ijzeren nagel |
kanakugi-金釘 | lelijk [onduidelijk] handschrift (afkorting voor kanakugiryū) |
kanamajiri-仮名交じり | schrift [compositie] in kanji en kana |
kanappe-カナッペ | canapé (borrelhapje) |
kanaria-カナリア | kanarie (Serinus canaria) |
kanazōshi-仮名草子 | Japans literair proza (uit de vroege Edo-periode), vrijwel geheel geschreven in kana |
kanazukai-仮名遣い | syllabische spelling; kana-schrijfwijze |
kanben-冠冕 | aanduiding voor de officiële taken van overheidsambtenaren |
kanbi-甘美 | zoet [lieflijk; aangenaam] zijn (van muziek, e.a.) |
kanchō-漢朝 | keizerlijk hof van de Han dynastie (206 v.Chr. - 220 na Chr., China) |
kaneguri-金繰り | financiering; geldinzameling; fondsenwerving |
kanemawari-金回り | geldsomloop; geldcirculatie; financiële situatie [omstandigheden] |
kānēshon-カーネーション | Tuinanjer (Dianthus caryophyllus) |
kangaedasu-考え出す | beginnen (na) te denken |
kangaegoto-考え事 | zorg; iets waarover je inzit [nadenkt] |
kangaekomu-考え込む | in gedachte verzonken zijn; piekeren; peinzen; tobben; diep nadenken (over) |
kangaeru-考える | nadenken; vermoeden; overwegen |
kangaku-漢学 | in Japan, de premoderne studie van China (m.n. het Confucianisme); sinologie |
kangaku-漢学 | in China, de studie van de Qing-dynastie |
kange-勧化 | fondsenwerving; verzoek om donaties (voor religieuze instellingen) |
kangeki-観劇 | theaterbezoek; het naar een theater(voorstelling) gaan |
kangetsu-寒月 | de maan op (koude) een winternacht |
kangetsu-観月 | het kijken naar de maan |
kangiku-観菊 | het kijken naar chrysanten |
kānibaru-カーニバル | carnaval; kermis; festival |
kanji-幹事 | facilitator; organisator (van bijeenkomsten, vergaderingen, e.d.); administrateur; manager |
kanjō-冠状 | kroonachtige vorm |
kanjo-漢書 | geschiedenis van de Chinese Han-dynastie |
kanju-貫首 | (andere naam voor 天台座主) de hoofdpriester van de Enryaku-ji-tempel op de berg Hiei (van de Tendai-sekte) |
kanka-看過 | veronachtzaming; toegevendheid; oogluiking |
kankai-官海 | bureaucratie; ambtenarij; ambtenarenkorps |
kankai-官界 | ambtenarenkorps; ambtenarij; bureaucratie |
kanki-官紀 | ambtelijke discipline; regels die ambtenaren moeten volgen |
kankibinran-官紀紊乱 | nalatigheid [corruptie] van de ambtelijke discipline |
kankō-還幸 | terugkeer van een Keizer naar het paleis |
kankō-還幸 | terugkeer van een heilig voorwerp (shintai) naar een shinto tempel |
kankōchi-観光地 | trekpleister; toeristische bestemming (met historische, culturele, religieuze of natuurlijke bezienswaardigheden) |
kankyōshō-環境省 | Ministerie van Milieu Zaken (vanaf 2001) |
kanmei-漢名 | Chinese benaming (van dieren, planten, etc.) |
kanmin-官民 | ambtenaar en burger; overheid en burgerij; publieke en particuliere sector |
kanna-カンナ | canna (plant) |
kannon-観音 | Kannon, de Japanse naam voor de bodhisattva Avalokitesvara |
kannyūsō-陥入爪 | ingegroeide nagel |
kanōha-狩野派 | de Kanō school van Japanse schilderkunst (de meest dominante school van eind 15e eeuw tot de Meiji periode |
kanpō-観法 | (boeddh.) bezinningsmethode (nadenken over de Dharma) |
kanran-橄欖 | (Chinese) witte olijfboom (Canarium album) |
kanri-官吏 | ambtenaar |
kanri-管理 | beheer; management; controle; toezicht; supervisie |
kanrikeiei-管理経営 | beheer; management; administratie |
kanrikeizai-管理経済 | management boekhouding |
kanrishoku-管理職 | management; manager; administratie |
kanrisuru-管理する | beheren; managen; controleren; toezicht houden |
kanryō-官僚 | ambtenaar; bureaucraat |
kansai-甘菜 | (andere benaming voor) suikerbiet |
kansatsuka-監察課 | afdeling inspectie politieambtenaren (politiegedrag) |
kansei-官制 | regelgeving voor nationale bestuursorganen |
kanshō-干渉 | interferentie (natuurkunde) |
kansho-漢書 | geschiedenis van de Chinese Han-dynastie |
kanshō-甘蕉 | banaan |
kanshoku-官職 | [een functie in) overheidsdienst; ambtenarij |
kanshoku-間食 | een hapje tussendoor; tussendoortje (eten); snack |
kansonminpi-官尊民卑 | het plaatsen van bureaucraten en ambtenaren boven het volk; het aannemen dat de bestuurders [de staat] belangrijker zijn dan het volk |
kansui-鹹水 | zout [brak] water; het zilte nat |
kansuru-冠する | benoemen; een naam [titel] toevoegen aan |
kantaiheiyōgōdōenshū-環太平洋合同演習 | RIMPAC, the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
kantorī・risuku-カントリー・リスク | land risico (vastgesteld voor internationale handelstransacties en investeringen) |
kanwa-漢和 | China en Japan |
kanwajiten-漢和辞典 | kanji woordenboek (woordenboek met Japanse definities van kanji en kanji combinaties) |
kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
kanzetsu-冠絶 | uniekheid; eigenheid; ongeëvenaardheid; suprematie; onovertroffenheid |
kanzukasa-主神 | overheidsfunctionaris die verantwoordelijk is voor Shintō-rituelen (ritsuryō-systeem) |
kan'in-官印 | stempel van een overheidsambtenaar |
kan'in-官員 | overheidsfunctionaris; ambtenaar |
kan'yo-関与 | deelname; betrokkenheid |
kaori-香り | (aangename) geur; aroma; parfum |
kapitan-カピタン | opperhoofd van de Nederlandse handelspost in Nagasaki tijdens de Edo-periode |
kara-唐 | oude naam voor China of Korea |
karaabooru-カラーボール | kleurende (met verf gevulde) bal om naar een vluchtende dief of overvaller te gooien |
karaage-唐揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in tarwebloem gerolde en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
karakami-唐紙 | kleurbenaming in de weefkunst, bij de schering en inslag (horizontaal geel, verticaal wit) |
karakami-唐紙 | kleurcombinatie in een kledingstuk (wit aan de buitenzIjde, geel aan de binnenzijde) |
karamawari-空回り | het stationair draaien (van een motor) |
karamawarisuru-空回りする | stationair draaien (van een motor) |
karasubishaku-烏柄杓 | driebladige pinellia (plant, Pinellia ternata) |
karatsuyu-空梅雨 | een droog regenseizoen; regenseizoen met bijna geen regen |
karegashi-彼某 | die persoon (iem. waarvan de naam onbekend is) |
karekore-彼此 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
karesansui-枯山水 | een droge landschapstuin (waar zand en grind een vijver met water nabootst) |
karikae-借り換え | herfinanciering |
karikari-カリカリ | (onomatopee) krokant; knapperig |
karinushi-借り主 | lener; schuldenaar; debiteur |
karite-借り手 | lener; schuldenaar; debiteur |
karōjite-辛うじて | nauwelijks; amper; nog maar net; met moeite |
karyō-下僚 | lagere [ondergeschikte] ambtenaar |
kasa-笠 | naam van een (Japans) familiewapen |
kasanaru-重なる | opnieuw gebeuren; na elkaar plaatsvinden; zich herhalen |
kasei-河清 | (het helder worden van de (altijd troebele) Gele Rivier (China), een analogie voor:) hopen op iets dat niet verwezenlijkt zal worden |
kasetsu-仮設 | veronderstelling; aanname; hypothese |
kasetsu-仮説 | hypothese; veronderstelling; aanname |
kasha-火車 | (boeddh.) vuurwagen (vervoert dode mensen die tijdens hun leven slechte daden hebben begaan naar de hel) |
kashaku-仮借 | het vergeven; vergiffenis; genade |
kashi-かし | eindpartikel, benadrukt en versterkt de betekenis |
kashi-瑕疵 | (jur.) gebrek; nalatigheid |
kashidashijuyō-貸し出し需要 | de vraag naar leningen |
kashidori-樫鳥 | (een andere naam voor) Japanse gaai (Garrulus glandarius) |
kashikoi-賢い | intelligent; slim; knap; wijs; sluw |
kashitsu-過失 | (jur.) nalatigheid; culpa |
kashō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Tendai boeddhisme) |
kashō-和尚 | benaming voor een courtisane uit de hogere klasse |
kasoka-過疎化 | ontvolking; afname van de bevolking |
kasumeru-掠める | rakelings [snel] langs [voorbij] gaan; bijna aanraken |
kasutamaizu-カスタマイズ | maatwerk; aanpassen naar de wensen van de klant |
kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
katabō-片棒 | deelname |
katakana-片仮名 | het katakana syllabe schrift |
katan-荷担 | deelname; participatie; medewerking |
katasaki-肩先 | topje [punt; uiteinde] van de schouder (begin van de bovenarm) |
katasen-肩線 | schouderlijn; schoudernaad |
katasukashi-肩透かし | (techniek in sumo worstelen) onder-schouderzwaai naar beneden |
katatsu-下達 | (het doorgeven van instructies) van superieuren naar ondergeschikten (top-down beleidsstructuur, zonder inspraak) |
katawara-傍ら | naast; bij; langs; opzij |
katchū-甲冑 | harnas |
katei-仮定 | hypothese; aanname; veronderstelling |
kāten・kōru-カーテン・コール | terugroeping (van acteurs na een voorstelling, voor applaus) |
katoku-家督 | hoofd van een familie; familiebezit; erfenis; nalatenschap; geboorterecht |
katoku-家督 | erfgenaam; opvolger |
katsuro-活路 | overlevingsstrategie; ontsnappingswijze; uitweg (uit moeilijkheden, impasse, e.d.) |
katte-勝手 | handelwijze; weten hoe zich te gedragen; iets gebruiken naar eigen inzicht |
katte-勝手 | financiële omstandigheden [situatie] |
kauntā-カウンター | aanval; tegenaanval |
kawarihateru-変わり果てる | geheel (in het nadeel) veranderd zijn; achteruit gegaan [verlopen] zijn |
kawarugawaru-代わる代わる | (af)wisselend; om beurten; om de beurt; een voor een; na elkaar |
kawayanagi-川柳 | Japanse wilg (Salix gilgiana) |
kayoiji-通い路 | route naar het huis van een geliefde |
kayubara-粥腹 | het (zwakke) gevoel in de maag na het eten van (rijst)pap (i.p.v. stevig voedsel) |
kazanbai-火山灰 | vulkaanas |
kazarimono-飾り物 | ornament; decoratie; versiering |
kazō-加増 | toename; uitbreiding (van toelage, bezit, domein, e.d.) |
kā・nabigēshon-カー・ナビゲーション | autonavigatie (systeem) |
kā・nabigēshon・shisutemu-カー・ナビゲーション・システム | autonavigatiesysteem |
kea・manējā-ケア・マネージャー | zorgmanager |
kei-啓 | (in kanji combinaties) openen; openbaren; bekendmaken; onthullen |
keibetsu-軽蔑 | hoon; minachting; geringschatting; verachting |
keibu-軽侮 | minachting; hoon |
keichitsu-啓蟄 | het ontwaken der insecten; de dag dat insecten na de winter uit de grond komen (ca. 6 maart) |
keiei-経営 | bestuur; beheer; management |
keieibunseki-経営分析 | bedrijfsanalyse |
keieisenryaku-経営戦略 | managementstrategie |
keieisha-経営者 | manager; bedrijfsleider; eigenaar |
keihō-警報 | alarm; alarmsignaal |
keijijō-形而上 | het metafysische; het bovennatuurlijke |
keijika-形而下 | het fysische; het fysieke (overeenkomend met de natuur) |
keikan-挂冠 | ontslagname [aftreden] uit een overheidsfunctie [ambt] |
keiki-景気 | zakelijke activiteit; (goede) financiële markt [economie] |
keikikōtai-景気後退 | (financiële) recessie; laagconjunctuur |
keikikyū-軽気球 | (oude naam voor) luchtballon |
keiretsuyūshi-系列融資 | financiering van [lening aan] een aanverwant bedrijf |
keiri-経理 | boekhouding; financiële administratie |
keirōnohi-敬老の日 | Respect voor de Ouderen Dag (Japanse nationale feestdag, op de derde maandag in september) |
keisatsuhashutsujo-警察派出所 | (oude benaming voor) politiepost |
keisatsushokuin-警察職員 | politieambtenaar; politiebeambte |
keisatsutechō-警察手帳 | politiepenning; politie ID-bewijs; politiekaart; legitimatiekaart van een politieambtenaar |
keishō-形勝 | schilderachtig landschap [natuurschoon] |
keiyōdōshi-形容動詞 | zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord; Japans na-adjectief |
keiyōshi-形容詞 | bijvoeglijk naamwoord; Japans i-adjectief (verbaal adjectief) |
keizaienjo-経済援助 | financiële steun; economische bijstand [hulp] |
kekkafuza-結跏趺坐 | lotus positie (bij yoga); padmasana |
kekkan-欠陥 | nalatigheid; tekortkoming; gebrek; onvolkomenheid; defect; tekort; ontoereikendheid |
kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
kemisuru-閲する | nakijken; controleren; doorlezen |
kemudashi-煙出し | schoorsteen; rookkanaal; rookgat |
kemudashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
kemuridashi-煙出し | schoorsteen; rookkanaal; rookgat |
kemuridashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
ken-兼 | (in kanji combinaties) en; daarbij; daarnaast; tegelijkertijd |
ken-喧 | (in kanji combinaties) luidruchtig; lawaaierig; lawaaiig rumoerig |
ken-嫌 | (in kanji combinaties) haten; verafschuwen |
ken-犬 | (in kanji combinaties) hond |
ken-研 | (in kanji combinaties) polijsten; slijpen; scherper maken; oppoetsen |
ken-絹 | (in kanji combinaties) zijde (stof) |
kēna-ケーナ | quena (de traditionele fluit van de Andes) |
kenba-犬馬 | (bescheiden term om naar zichzelf te verwijzen) ik; (uw) dienaar |
kenchikuō-建築王 | grote bouwheer; koning der architectuur (bijnaam voor Ramses II) |
kengai-遣外 | uitgezonden worden naar het buitenland |
kengamine-剣ヶ峰 | penibele situatie; in het nauw (zitten) |
kengen-建言 | een petitie [voorstel; suggestie; mening] geven aan een hogere ambtenaar [overheidsinstantie] |
kengyō-兼業 | bijbaan; nevenactiviteit(en) |
kenji-検事 | (oude naam voor) Officier van Justitie |
kenkan-顕官 | een hoge overheidsfunctionaris [ambtenaar] |
kenketsu-献血 | bloeddonatie; het doneren van bloed |
kenkin-献金 | donatie; bijdrage; gift |
kenkoku-建国 | stichting van een natie [staat] |
kenkokukinennohi-建国記念の日 | Nationale Stichtingsdag |
kenkōshokuhin-健康食品 | natuurvoeding; gezonde voeding |
kenkyō-牽強 | verdraaiing van de feiten; kromme redenatie |
kenmei-件名 | onderwerp; onderwerpregel (b.v. van een e-mail); naam of trefwoord (voor index of classificatie) |
kennō-献納 | donatie; schenking |
kenpa-検波 | demodulatie (reconstructie van een signaal) |
kenpo-兼補 | benoeming [aanstelling] van iemand in een nevenfunctie naast zijn hoofdfunctie |
kenpoku-硯北 | en woord dat naast het adres van een brief wordt toegevoegd om respect te tonen |
kenshikan-検死官 | patholoog anatoom; lijkschouwer |
kenshikan-検視官 | patholoog-anatoom; lijkschouwer; forensisch-medisch specialist |
kenshin-検針 | opname van de (gas-, water-. elektriciteits-)meterstand |
kenzan-剣山 | bloemenprikker (gebruikt bij ikebana (bloemschikken) |
kenzan-検算 | het controleren [nakijken] van een berekening |
ken'an-検案 | (jur.) onderzoek naar de doodsoorzaak; lijkschouwing; autopsie |
ken'ei-兼営 | nevenberoep; nevenactiviteit |
keotosu-蹴落とす | naar beneden [onderuit] schoppen; verslaan |
keppeki-潔癖 | nauwgezet; kieskeurig; kraakhelder |
keppitsu-欠筆 | weglating van een gedeelte van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
kerai-家来 | dienaar; bediende; vazal |
keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
kessaku-傑作 | (van) een bizarre [vreemde; eigenaardige] kwaliteit zijn |
kesshōsen-決勝戦 | finale(s); beslissende wedstrijd |
ketsu-決 | (in kanji combinaties) beslissend; resoluut; daadkrachtig |
ketsumyaku-血脈 | lijn van instructie van leraar naar leerling [discipel] |
ketsurei-欠礼 | het nalaten iemand te begroeten [te complimenteren]; gebrek aan respect [beleefdheid; manieren] |
ketsuro-血路 | uitweg; ontsnappingsroute |
ketten-欠点 | nadeel; minpunt |
kī-キー | toon; toonaard (muziek) |
ki-寄 | naderen |
ki-旗 | (in kanji combinaties) vlag; banier; vaandel |
ki-机 | (in kanji combinaties) bureau; schrijftafel; lessenaar |
ki-棄 | (in kanji combinaties) weggooien; wegwerpen; verwerpen; afdanken |
ki-棋 | (in kanji combinaties) bordspel go of (Japans) schaken |
ki-毀 | (in kanji combinaties) breken; vernieling; beschadiging; schade |
ki-毅 | (in kanji combinaties) sterk; krachtig; eigenzinnig |
ki-汽 | (in kanji combinaties) damp; stoom |
ki-生 | (in kanji combinaties) natuurlijk; onbewerkt; zuiver |
kichinto-きちんと | nauwkeurig; nauwgezet; precies; netjes; overzichtelijk; ordelijk |
kifu-寄付 | schenking; donatie (aan tempels, heiligdommen, kerken, scholen, etc.) |
kifuda-木札 | houten plaatje (m.n. voor het schrijven van naam en adres) |
kifuda-木札 | toegangsbewijs (na betaling) |
kifukin-寄付金 | donatie; schenking in geld |
kigan-帰雁 | wilde ganzen die in de lente teruggaan naar het Noorden |
kigo-季語 | seizoenwoord (voor verwijzingen naar seizoenen in Japanse gedichten) |
kigyōmei-企業名 | bedrijfsnaam |
kigyōtōchi-企業統治 | corporate governance; behoorlijk ondernemingsbestuur |
kihai-跪拝 | kniebuiging; teraardewerping; prosternatie; knielend aanbidden [vereren] |
kiji-生地 | eigen [natuurlijke] eigenschap(pen) [aanleg] |
kiji-生地 | het ruwe [natuurlijke] materiaal; onbewerkte stof |
kika-帰化 | naturalisatie |
kikaitaisō-器械体操 | toestelturnen; het turnen [gymnastiek] met gebruik van toestellen |
kikajin-帰化人 | genaturaliseerde inwoner [burger] |
kikajin-帰化人 | immigrant naar het oude Japan vanuit China of Korea |
kikamei-帰化名 | de naam die men aanneemt na naturalisatie |
kikan-貴官 | respectvolle term voor het persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon, wordt gebruikt voor overheidsfunctionarissen, militair personeel, e.d. |
kikenbunseki-危険分析 | risico-analyse |
kikiawaseru-聞き合わせる | inlichtingen inwinnen; informeren (naar); navragen |
kikigurushii-聞き苦しい | pijnlijk [onaangenaam; moeilijk] om te horen |
kikiippatsu-危機一髪 | op een haar na; op het nippertje; nog net op tijd |
kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
kikiiru-聞き入る | aandachtig [in vervoering] luisteren naar; opgaan in |
kikikanri-危機管理 | crisismanagement |
kikitadasu-聞き質す | navragen; verifiëren |
kikite-利き手 | (iemands) voorkeurshand; dominante hand |
kikitori-聞き取り | het luisteren naar anderen; het opdoen van informatie [kennis] door luisteren |
kikitoru-聞き取る | informatie zoeken; navraag doen |
kikiude-利き腕 | (iemands) voorkeursarm; dominante arm |
kikka-菊花 | wierook (van kruidnagel, agarhout en muskus) met een geur die doet denken aan chrysanten |
kikkake-切っ掛け | signaal [teken; aanwijzing; gelegenheid] om iets te beginnen; oorzaak; motief |
kikkake-切っ掛け | actie of signaalwoord om het volgende bedrijf in een theaterstuk (kabuki) aan te geven |
kikō-揮豪 | combinatie van kalligrafie en schilderkunst |
kikoeru-聞こえる | kunnen ontvangen (radio signalen, e.d.) |
kikoku-帰国 | remigratie; terugkeer naar eigen land; thuiskomst |
kikokushijo-帰国子女 | een kind dat na een lang verblijf in het buitenland is teruggekeerd naar Japan |
kikokusuru-帰国する | remigreren; naar eigen land terugkeren |
kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
kikyō-帰郷 | terugkeer (naar geboortehuis, geboortestreek, geboortegrond) |
kimazui-気不味い | onaangenaam; gênant; ongemakkelijk; pijnlijk |
kimi-君 | vorst; heerser; monarch |
kimyō-奇妙 | eigenaardigheid; merkwaardigheid |
kin-勤 | (in kanji combinaties) dienen; in dienst treden; werken |
kin-均 | (in kanji combinaties) gelijkwaardig; uniform |
kin-琴 | qin, antiek Chinees snaarinstrument |
kina-キナ | kina; quina (plant) |
kinakuridonreddo-キナクリドンレッド | Chinacridon rood |
kinbō-近傍 | buurt; (naaste) omgeving; nabijheid |
kinboshi-金星 | (sumo) overwinning van een laaggeplaatste worstelaar op een yokuzuna (hoogste rang) |
kinchoku-謹直 | plichtsgetrouwheid; zorgvuldigheid; nauwgezetheid; eerlijkheid; integriteit |
kingō-近郷 | aangrenzende districten; nabijgelegen dorpen; omringend platteland |
kingoku-近国 | landen in de buurt; naburige landen |
kingu・sāmon-キング・サーモン | chinookzalm; quinnat |
kininaru-気になる | geïnteresseerd zijn in; nieuwsgierig zijn naar |
kinjichi-近似値 | geschatte waarde; waarde bij benadering; schatting |
kinjo-近所 | buurt; omgeving; nabijheid |
kinkakushi-金隠し | (samoerai) harnasstuk (aan de voorkant, over de dijbenen) |
kinkan-近刊 | publicatie in de nabije toekomst; boek dat binnenkort gepubliceerd zal worden |
kinken-金権 | financiële macht [invloed]; de macht van het geld |
kinkin-近近 | in de nabije toekomst; binnenkort; spoedig |
kinkyō-禁教 | verboden religie [godsdienst] (met name de christelijke godsdienst) |
kinkyoku-琴曲 | muziek gespeeld op de koto (Japans snaarinstrument); kotomuziek |
kinpen-近辺 | (naaste) omgeving; buurt; nabijheid |
kinrin-近隣 | buurt; nabije omgeving |
kinryoku-金力 | financiële macht [kracht] |
kinsen-琴線 | snaar van een koto (Japans snaarinstrument) |
kinsen-琴線 | gevoelige snaar; sentiment; emotie |
kinsenka-金盞花 | goudsbloem (Calendula officinalis) |
kinsensaiken-金銭債権 | geldvordering; financiële vordering |
kinshigyokuyō-金枝玉葉 | keizerlijke familie [nakomelingen] |
kinshin-近臣 | (trouwe) vazal; dienaar |
kinshin-近親 | naast familielid; naaste bloedverwant |
kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
kinzai-近在 | naburige [omliggende] dorpen |
kinzanjimiso-金山寺味噌 | Kanzanji-miso (vernoemd naar de bereidingswijze in de Kinzanji, een tempel in China) |
kin'ippū-金一封 | donatie [schenking; prijzengeld] (in een envelop of in papier gewikkeld) |
kin'ōmuketsu-金甌無欠 | sterke natie die nog nooit is binnengevallen door een buitenlandse macht |
kin'yū-金融 | financiën; financiering; geldtransacties |
kin'yūchō-金融庁 | FSA (Eng. Financial Services Agency), Financieel Advies Bureau van Japan |
kin'yūenjo-金融援助 | financiële hulp |
kin'yūgaisha-金融会社 | financieringsmaatschappij |
kin'yūgyō-金融業 | financiële industrie [sector; diensten] |
kin'yūhaseishōhin-金融派生商品 | financieel derivaat |
kin'yūhikishime-金融引き締め | monetaire inkrimping [vernauwing] |
kin'yūjiyūka-金融自由化 | financiële liberalisatie (de opheffing van voorschriften en beperkingen op financiële transacties) |
kin'yūkai-金融界 | financiële wereld; financiële kringen |
kin'yūkanjō-金融勘定 | financiële rekening(en) |
kin'yūkikan-金融機関 | financiële instelling |
kin'yūkōko-金融公庫 | financieringsmaatschappij |
kin'yūkyōkō-金融恐慌 | financiële paniek [crisis] |
kin'yūsakimonoshijō-金融先物市場 | financiële termijnmarkt |
kin'yūsakimonotorihiki-金融先物取引 | financiële termijntransactie; transactie op de financiële termijnmarkt |
kin'yūseisaku-金融政策 | financieel [monetair] beleid |
kin'yūshihon-金融資本 | financieel kapitaal |
kin'yūshijō-金融市場 | financiële markt; geldmarkt |
kin'yūshisan-金融資産 | financiële vaste activa |
kin'yūshisannokumiawase-金融資産の組み合わせ | combinatie van financiële activa |
kin'yūshōhin-金融商品 | financiële producten |
kin'yūshōhinka-金融商品化 | commercialisering van een financieel product |
kin'yūshōsha-金融商社 | financiële handelsonderneming |
kin'yūshūshi-金融収支 | financieel saldo; het saldo van een financiële rekening |
kin'yūsōba-金融相場 | financiële marktprijs |
kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
kiomo-気重 | inactiviteit op de aandelenmarkt; stagnerende handel |
kiōshō-既往症 | ziektegeschiedenis (van iemand); anamnese |
kirā-キラー | moordenaar |
kiraku-帰洛 | het terugkeren naar de hoofdstad; terugkeer naar Kyoto |
kireji-切れ字 | slotwoord aan het einde van een Japans gedicht (haiku, renga, e.a.) om een bepaald gevoel uit te drukken (b.v. 'kana') |
kiri-桐 | Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa) |
kiribari-切り張り | opgenaaid lapje stof; stoplapje |
kirihitoha-桐一葉 | één (vallend) blad van de Anna Paulownaboom (als teken van het begin van de herfst) |
kirikaeshi-切り返し | tegenaanval; terugslag; terugvechten |
kirimori-切り盛り | beheer; bestuur; management |
kirin-騏驎 | mythisch dier in het oude China (met lichaam van een hert, staart van een koe, en hoeven van een paard) |
kirisageru-切り下げる | afsnijden; afknippen; van boven naar beneden snijden |
kiru-着る | aantrekken [dragen] (van kleding, vanaf de schouders) |
kirutingu-キルティング | het quilten (verschillende lapjes aan elkaar naaien) |
kiruto-キルト | quilt (lap stof van aan elkaar genaaide stukjes); doorgestikte deken |
kiryo-羈旅 | een term in Japanse gedichten (wake, haiku) die verwijst naar de gevoelens van reizen |
kisan-帰山 | de terugkeer van een monnik naar zijn tempel |
kisan-起算 | het tellen [(be)rekenen] vanaf een datum |
kisatsu-貴札 | (respectvolle term die verwijst naar de brief van een ander) uw brief |
kisei-帰省 | terugkeer naar geboortestreek of ouderlijk huis |
kisetsurōdō-季節労働 | seizoenarbeid; seizoenwerk |
kisha-喜捨 | een (charitatieve) donatie (m.n. aan een tempel of heiligdom); aalmoes |
kisha-記者 | journalist; verslaggever |
kishikaisei-起死回生 | wederopstanding; uit de dood herrezen; herstel na een hopeloze situatie |
kishin-寄進 | donatie [schenking; gift] aan een tempel of heiligdom |
kishukugakkō-寄宿学校 | internaat; kostschool; alumnaat |
kisōsei-帰巣性 | het instinct van dieren om terug te keren naar hun hol of nest |
kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
kitataiseiyōjōyakukikō-北大西洋条約機構 | NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) |
kitchiri-きっちり | zorgvuldig [precies; nauwkeurig; betrouwbaar] zijn |
kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
kito-帰途 | terugkeer; op weg naar huis |
kitsu-橘 | tachibana citrusvrucht (Citrus tachibana) |
kitsu-詰 | (in kanji combinaties) kritisch [scherp] ondervragen; uitschelden; een standje geven |
kitsu-詰 | (on-lezing; in kanji combinaties) vooroverbuigen; bukken; krom [moeilijk te begrijpen] zijn |
kitsui-きつい | krap; nauw; strak |
kizō-寄贈 | donatie; schenking; gift |
kō-口 | (in kanji combinaties) mond; opening; ingang; uitgang |
kō-弘 | (in kanji combinaties) uitgebreid; wijd; groot; uitgespreid |
kō-校 | (in kanji combinaties) school |
kō-校 | (in kanji combinaties) drukproef; revisie; gecorrigeerde proef (van een boek, document, etc.); telwoord voor het aantal revisies |
kō-江 | (in kanji combinaties) grote rivier |
kō-江 | de Yangtze rivier (in China) |
kō-江 | (oude naam voor) het Biwa meer |
ko-狐 | (in kanji combinaties) vos |
ko-虎 | (in kanji combinaties) tijger |
kōan-公安 | nationale [publieke, openbare] veiligheid [vrede] |
kōban-交番 | politiepost (vanaf 1994 de officiële benaming; voorheen 巡査派出所 en 警察派出所) |
kōban-降板 | iemand, b.v. na arrestatie, vervangen door een ander |
kōbō-工房 | atelier; werkplaats (van een kunstenaar, ambachtsman, e.d.) |
kōboku-公僕 | (arch.) overheidsfunctionaris; rijksambtenaar |
kōbu-公武 | edelen [edelmannen] en soldaten; keizerlijk hof en shogunaat; aristocratie en samurai |
kōbugattai-公武合体 | kōbu-gattai; verzoening [politieke eenheid] tussen het keizerlijke hof en het shogunaat |
kōchin-コーチン | cochin (kippenras afkomstig uit Noord-China) |
kōcho-高著 | (term die verwijst naar) een literair werk van een ander; uw [jouw] boek |
kōchō-高調 | nadruk |
kōda-コーダ | deel van een muzikale compositie dat zich na de climax van het stuk afspeelt; eindsectie van een compositie |
kōdanshi-好男子 | een knappe man; adonis |
kōdinētā-コーディネーター | coördinator |
kōdinēto-コーディネート | coördinatie; (rang)schikking |
kōdo-コード | snaar; akkord (muziek) |
kōdō-高堂 | (een respectvolle term om te verwijzen naar de familie of familieleden van een ander) uw familie |
kōei-後裔 | afstammeling; telg; nazaat; nakomeling |
kōen-後援 | ondersteuning; financiering; sponsoring; (financiële) hulp; (financiële) steun |
kōensha-後援者 | supporter; fan; sponsor; begunstiger; patroon; mecenas |
kōensuru-後援する | (financieel) steunen; ondersteunen; helpen; bijstaan; financieren; sponsoren; begunstigen |
kōgakurokuon-光学録音 | optische opname |
kogitsuku-漕ぎ着く | (een plaats) bereiken door er naartoe te roeien; ergens heen roeien |
kōgun-皇軍 | het keizerlijke leger (vroeger de algemene benaming voor leger en marine van Japan) |
kōgyoku-紅玉 | Jonathan (appelsoort) |
koharu-小春 | warme nazomer; warme [zonnige] dag in (het begin van de) winter |
koharubiyori-小春日和 | nazomer; oudewijvenzomer; warme dagen in de (late) herfst |
kōhō-航法 | navigatie; het navigeren |
koibito-恋人 | minnaar; minnares; vrijer; liefje |
koigataki-恋敵 | medeminnaar; rivaal in de liefde |
koikogareru-恋い焦がれる | verlangen [smachten; hunkeren] (naar); wanhopig verliefd zijn |
kōin-後胤 | afstammeling; telg; nazaat; nakomeling |
koishii-恋しい | (vurig) smachtend [verlangend] zijn (naar); (iets of iemand) erg missen |
koishitau-恋い慕う | (iem.) missen; verlangen (naar iem.) |
koji-居士 | een achtervoegsel aan de postume naam van mannen |
koji-居士 | kluizenaar; erudiet persoon (niet in overheidsdienst) |
kōjin-後人 | nageslacht; nakomeling(en) |
kōjin-行人 | de titel van een roman van Natsume Soseki |
kōkaishi-航海士 | navigatieofficier (scheepvaart) |
kōkan-後患 | toekomstige problemen; onaangename gevolgen |
kōkan-高官 | hooggeplaatste overheidsfunctionaris |
kōkanryūgaku-交換留学 | uitwisseling van internationale studenten |
kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
kōkei-後継 | opvolging; opvolger; erfgenaam |
kōki-後記 | postscriptum (PS); naschrift |
kokka-国家 | land; natie; staat |
kokka-国花 | nationale bloem (die symbool staat voor een land) |
kokkakōan'iinkai-国家公安委員会 | Nationale Commissie voor Openbare Veiligheid (Japan) |
kokkakōmuin-国家公務員 | (nationale) overheidsfunctionaris; regeringsbeambte; staatsambtenaar |
kokkan-骨幹 | (anatomie) dialyse (schacht van het pijpbeen) |
kokkarieki-国家利益 | nationaal belang |
kokkashakaishugi-国家社会主義 | nationaalsocialisme |
kokkashugi-国家主義 | nationalisme |
kokki-国旗 | nationale vlag |
kokkokin-国庫金 | gelden [fondsen] van de nationale schatkist [staatskas] |
kokkoku-刻刻 | elk moment; elk uur; uur na uur |
kōko-公庫 | gemeentelijke kas; gemeentekas; financieringsmaatschappij |
kokoku-故国 | oude natie; land dat al heel lang bestaat |
kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
kokomu-ココム | (Coordinating Committee for Multilateral Export Controls) Coördinatiecomité voor multilaterale exportcontroles |
kōkon-後昆 | nageslacht; nakomeling(en); afstammeling(en) |
kokorogake-心がけ | geesteshouding; denkwijze; zienswijze; standpunt; benadering; streven; doel |
kokorogakeru-心がける | streven naar; pogen; willen; op het oog hebben |
kokoromachi-心待ち | het (verlangend) uitkijken (naar iets); het verlangend afwachten |
kokoroyoi-快い | aangenaam; prettig |
kokoroyuku-心ゆく | volledig; ten volle; naar hartenlust; tot volle tevredenheid |
koku-刻 | (in kanji combinaties) graveren; snijden; hakken |
kokubō-国防 | (nationale) defensie |
kokubun-告文 | (keizerlijke) proclamatie (aan het volk, de natie, etc.) |
kokubunji-国分寺 | door de keizer gestichte boeddhistische tempels (Nara-periode) |
kokueika-国営化 | nationalisatie; nationalisering |
kokueikigyō-国営企業 | overheidsbedrijf; staatsbedrijf; nationaal bedrijf |
kokueki-国益 | nationaal belang; landsbelang |
kokufu-国富 | nationale rijkdom; nationaal vermogen |
kokugi-国技 | nationale sport |
kokugō-国号 | de naam van een land [natie] |
kokuheisha-国幣社 | een (door de overheden gesubsidieerde) regionale tempel |
kokuhi-国費 | nationale uitgaven; overheidsuitgaven |
kokuhō-国宝 | nationale schat |
kokuhō-国法 | de nationale wet; de wetten van het land |
kokuhon-国本 | de stichting van een natie |
kokui-国威 | nationaal prestige [gezag]; nationale eer [waardigheid] |
kokuji-国字 | het schrijfsysteem van een land; nationale schrift |
kokuji-国字 | het Japanse fonetisch schrift (hiragana en katakana); Japanse karakters (karakters die in Japan zijn ontwikkeld) |
kokujoku-国辱 | nationale schande |
kokumei-国名 | de naam van een land |
kokuminkenkōhoken-国民健康保険 | Nationale Ziektekostenverzekering; Zorgverzekering |
kokuminnenkin-国民年金 | Nationaal pensioen; AOW |
kokuminnenkintechō-国民年金手帳 | Nationaal Pensioenboekje |
kokuminnoshukujitsu-国民の祝日 | nationale feestdagen in Japan |
kokuminsōseisan-国民総生産 | bruto nationaal product (bnp) |
kokumintekigōi-国民的合意 | nationale consensus; gemeenschappelijke mening [instemming] van een volk |
kokumintekikiban-国民的基盤 | bevolkingsbasis; nationale basis |
kokuō-国王 | heerser; monarch; vorst |
kokuren-国連 | Verenigde Naties (VN) |
kokurenanzenhoshōjōninrijikoku-国連安全保障常任理事国 | permanent lid van de Veiligheidsraad (van de Verenigde Naties) |
kokuri-国利 | nationaal belang |
kokuritsu-国立 | natie; staat; regering; rijk |
kokuritsubijutsukan-国立美術館 | rijksmuseum; Nationaal museum |
kokuritsukōbunshokan-国立公文書館 | rijksarchief; nationaal archief |
kokuritsukōen-国立公園 | nationaal park |
kokusai-国際 | internationaal |
kokusaibungyō-国際分業 | internationale arbeidsverdeling |
kokusaidenshindenwa-国際電信電話 | KDD, Japanse internationale telecommunicatie |
kokusaidenwa-国際電話 | internationaal gesprek; telefoongesprek uit het buitenland |
kokusaienjokikan-国際援助機関 | internationale hulporganisatie |
kokusaigakujutsurengōkaigi-国際学術連合会議 | voormalige Internationale raad voor de Wetenschappen (nu: 国際科学会議) |
kokusaigunjisaiban-国際軍事裁判 | Internationaal Militair Tribunaal |
kokusaihō-国際法 | internationaal recht; volkenrecht |
kokusaihyōjunkakikō-国際標準化機構 | Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) |
kokusaijin-国際人 | internationaal ingestelde persoon; kosmopoliet; wereldburger |
kokusaijōri-国際場裡 | het internationale strijdperk; de internationale arena |
kokusaijōsei-国際情勢 | de internationale situatie; de toestand in de wereld |
kokusaijōyaku-国際条約 | internationaal verdrag |
kokusaika-国際化 | internationalisering; globalisering |
kokusaikagakukaigi-国際科学会議 | Internationale Raad voor de Wetenschappen (voorheen: 国際学術連合会議) |
kokusaikaigi-国際会議 | internationale conferentie; internationaal congres |
kokusaikaijikikan-国際海事機関 | Internationale Maritieme Organisatie (IMO) |
kokusaikaiyōhōsaibansho-国際海洋法裁判所 | Internationaal Zeerechttribunaal; Internationaal Hof voor het recht van de zee |
kokusaikankaku-国際感覚 | kosmopolitische [internationale] manier van denken |
kokusaikankei-国際関係 | internationale betrekkingen |
kokusaikanshūhō-国際慣習法 | internationaal gewoonterecht |
kokusaikaruteru-国際カルテル | internationaal kartel |
kokusaikasuru-国際化する | internationaliseren; globaliseren |
kokusaikeijikeisatsukikō-国際刑事警察機構 | Interpol (International Criminal Police Organization) |
kokusaikekkon-国際結婚 | internationaal huwelijk |
kokusaikin'yūkōsha-国際金融公社 | Internationale Financieringsmaatschappij (IFC) |
kokusaikōryū-国際交流 | internationale uitwisseling |
kokusaikōryūkikin-国際交流基金 | the Japan Foundation (fonds ter bevordering van internationale uitwisseling) |
kokusaikūkō-国際空港 | internationaal vliegveld; internationale luchthaven |
kokusaikyōryoku-国際協力 | internationale samenwerking |
kokusaionpyōmoji-国際音標文字 | internationaal fonetisch alfabet |
kokusaiorinpikkuiinkai-国際オリンピック委員会 | Internationaal Olympisch Comité |
kokusairengō-国際連合 | Verenigde Naties |
kokusaisakimono-国際先物 | internationale termijncontracten [futures] |
kokusaisakkārenmei-国際サッカー連盟 | FIFA, internationale voetbal organisatie |
kokusaisenpanhōtei-国際戦犯法廷 | Internationaal Tribunaal voor Oorlogsmisdaden |
kokusaishiai-国際試合 | internationale wedstrijd [competitie]; ; internationaal toernooi |
kokusaishihō-国際司法 | internationaal recht |
kokusaishihōsaibansho-国際司法裁判所 | internationaal gerechtshof [tribunaal] |
kokusaishōgyōkaigisho-国際商業会議所 | de Internationale Kamer van koophandel |
kokusaishoku-国際色 | internationaal karakter |
kokusaishūshi-国際収支 | (internationale) betalingsbalans |
kokusaiteki-国際的 | internationaal |
kokusaitōshishintaku-国際投資信託 | internationale beleggingsfonds |
kokusaitsūkakikin-国際通貨基金 | Internationaal Monetair Fonds (IMF) |
kokusaitsūkaseido-国際通貨制度 | Internationaal Monetair Stelsel |
kokusaiuchūsutēshon-国際宇宙ステーション | Internationaal ruimtestation (ISS, International Space Station) |
kokusaku-国策 | nationaal beleid; beleid van een natie [land] |
kokuseki-国籍 | nationaliteit |
kokushiteijūyōbunkazai-国指定重要文化財 | nationaal erkend cultuurbezit; nationale schat |
kokusho-国初 | het begin [ontstaan] van een natie |
kokusho-国書 | diplomatieke brief [brieven] in naam van een staat [van een staatshoofd] (aan een andere staat) |
kokushokaidai-国書解題 | catalogue raisonné van de Japanse literatuur vanaf ca. het Nara tijdperk tot het jaar 1867 |
kokuten-国典 | nationale wetgeving; nationaal wetboek |
kokuun-国運 | het lot [de lotsbestemming] van een natie [volk] |
kokuyūka-国有化 | nationalisatie; nationalisering |
kokuyūtetsudō-国有鉄道 | nationale spoorweg |
kokuyūzaisan-国有財産 | nationaal bezit; staatseigendom |
kokuze-国是 | nationaal beleid |
kokuzei-国税 | door de nationale overheid geheven belasting |
kokuzeichō-国税庁 | nationale belastingdienst |
kōkyō-交響 | resonantie; weergalm; weerklank |
kōkyōshokugyōanteijo-公共職業安定所 | het Japanse Rijksarbeidsbureau (Japans-Engelse bijnaam: Hello Work) |
kōkyū-公休 | officiële feestdag; nationale feestdag |
kokyū-呼吸 | (goede) samenwerking [coördinatie]; harmonie |
kōkyūsha-高級車 | luxewagen; luxeauto; topklasse personenauto's |
kokyūsuru-呼吸する | ademhalen; inademen en uitademen |
koma-駒 | kam (van een snaarinstrument) |
komakusa-駒草 | dicentra (peregrina) |
kōmei-高名 | uw naam (ご高名) |
komekuimushi-米食い虫 | rijstkever; graanklander (Sitophilus granarius) |
kominterun-コミンテルン | Komintern (de Communistische Internationale, samenwerkingsverband van communistische partijen, opgericht in 1919) |
kōmon-告文 | (keizerlijke) proclamatie (aan het volk, de natie, etc.) |
komu-込む | (in combinatie met een ander werkwoord) ingaan; inzetten; grondig [voortdurend] doen |
kōmuin-公務員 | rijksambtenaar; overheidsfunctionaris |
kōmushikkōbōgaizai-公務執行妨害罪 | (als strafbaar feit) de belemmering van een overheidsambtenaar (politie, e.d.) in de uitoefening van diens werktaken en plichten |
konara-コナラ | konara eik [eikenboom] (Quercus serrata) |
konbājon-コンバージョン | (rugby) conversie (na een try mag het team proberen de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen) |
konban-今晩 | vanavond |
konbanha-今晩は | (uitgesproken als: konban wa) goedenavond |
konbinēshon-コンビネーション | combinatie; samenstelling; verbinding |
konbu-昆布 | kombu, bruine zeewier (Saccharina japonica) |
kondensā-コンデンサー | (natuurkunde) condensor |
kongo-今後 | vanaf nu; hierna |
konkyū-困窮 | het in de problemen zitten; armoede; financiële nood |
kononochi-此の後 | van nu af aan; hierna |
konouetomo-此の上とも | van nu af aan; hierna; verder |
konshū-今秋 | dit najaar |
konsutāchi-コンスターチ | maismeel; maiszetmeel; maizena |
kōnsutāchi-コーンスターチ | maizena (maīzena) |
konte-コンテ | scenario; filmscript |
konyakku-コニャック | cognac (sterke drank) |
konzai-混在 | het naast elkaar bestaan; samengaan; vermengen |
konzatsu-混雑 | drukte; opeenhoping; verstopping; volpropping; stagnatie |
kon'ya-今夜 | vannacht; vanavond |
kopīshokuhin-コピー食品 | namaak-voedsel (voedingsmiddel dat lijkt op een (duurder) ingrediënt, maar van een andere substantie nagemaakt is; zoals b.v. crab sticks) |
kōraininjin-高麗人参 | Aziatische ginseng (Panax ginseng) |
kōraku-攻落 | verovering; inname (b.v. van een kasteel) |
korekara-此れから | hierna; vanaf nu; van nu af aan |
kōri-公吏 | (oude term voor) een lokale overheidsfunctionaris [ambtenaar] |
kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
koro-葫蘆 | fleskalebas; flespompen (Lagenaria siceraria) |
korō-虎狼 | een genadeloze en wrede bruut [woesteling; onmens] |
korona-コロナ | (astronomie) zonnecorona (buitenste atmosfeer van de zon) |
korona-コロナ | (elektriciteit) corona (wit licht bij wisselstroomspanning) |
korona-コロナ | coronavirus |
koronauirusu-コロナウイルス | coronavirus |
koroshiya-殺し屋 | huurmoordenaar |
kōru-コール | roep; kreet; geroep; signaal |
kōrudo・kurīmu-コールド・クリーム | koelzalf; huidzalf; nachtcrème; coldcream |
kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
kōryaku-攻略 | invasie; inval; verovering; bestorming; inname; onderwerping; bezetting |
kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
kōryosuru-考慮する | overwegen; beschouwen; nadenken |
kōryūsuru-交流する | beschouwen; nadenken; overdenken |
kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
kōsei-後世 | de eeuwen hierna; toekomstige generaties; nageslacht |
kōshi-後嗣 | erfgenaam; opvolger |
koshiire-輿入れ | (arch.) de verhuizing van een vrouw (op de huwelijksdag, direct na het huwelijk) naar het huis van haar man |
koshiji-越路 | Koshiji ( oude plaatsnaam) |
koshike-帯下 | vaginale afscheiding; leukorroe; witte vloed |
koshiki-轂 | naaf; middenstuk van een wiel |
kōshin-後身 | reïncarnatie; herboren lichaam; nieuw lichaam na hergeboorte |
kōshite-斯うして | en toen; daarna |
kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
kōshō-公称 | officiële [algemene] naam [benaming] |
koshō-呼称 | naamgeving; benoeming |
koshō-呼称 | naam; benaming |
kōsho-高所 | hoog perspectief; uitzicht van bovenaf [vanaf een hoge plek] |
kosumonōto-コスモノート | kosmonaut; ruimtevaarder |
kosumosu-コスモス | cosmos (Cosmos bipinnatus) |
kosupure-コスプレ | het zich verkleden als fictieve personages |
kōteibunseki-工程分析 | procesanalyse; analyse van het werkproces [constructieproces] |
koto-琴 | koto, een Japans snaarinstrument (met 13 snaren) |
kotoatarashii-事新しい | gekunsteld; onnatuurlijk |
kōtōha-高踏派 | Parnassiens, een school van Franse esthetische dichters uit de late 19e eeuw |
kotsuage-骨上げ | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
kotsuban-骨盤 | (anatomie) bekken; pelvis |
kotsuhiroi-骨拾い | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
kou-恋う | (iemand, iets) missen; verlangen naar; houden van; beminnen |
kōyahijiri-高野聖 | monnik die vanuit de berg Koya wordt uitgezonden om de leer te verspreiden en donaties te verzamelen |
koyakunin-小役人 | een lagere ambtenaar |
kōyōgo-公用語 | officiële taal van een land [natie]; formeel erkende taal van een land [natie] (om verordeningen, e.d. bekend te maken) |
kōyū-校友 | schoolvriend(in); alumnus (m); alumna (v) |
koyūmeishi-固有名詞 | (grammatica) eigennaam |
kubihiki-首引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
kubippiki-首っ引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
kubō-公方 | shogunaat (in Kamakura - Muromachi periode) |
kubō-公方 | shogun (na de Muromachi periode) |
kubukurin-九分九厘 | tien tegen een; negen van de tien keer; bijna altijd; zo goed als zeker |
kuchibashi-嘴 | snavel |
kuchibashiru-口走る | achteloos [onopzettelijk; zonder er bij na te denken] iets zeggen; eruit flappen |
kuchifusagi-口塞ぎ | klein hapje; snackje |
kuchikura-クチクラ | nagelriem |
kuchimakase-口任せ | het iets zeggen zonder erbij na te denken; iets eruit flappen |
kuchimane-口真似 | het napraten |
kuchinamezuri-口舐めずり | (na het eten van iets lekkers) je mond [lippen] aflikken |
kuchinaoshi-口直し | iets eten of drinken om de vieze (na) smaak uit de mond te krijgen |
kuchiutsushi-口写し | het iemand napraten; herhalen wat iemand zegt |
kuchō-口調 | manier van praten; intonatie; toon |
kudaru-下る | naar beneden gaan; afdalen |
kudatte-下って | naar beneden; lager; later |
kugen-苦言 | aanmaning; aansporing; dringend advies; onaangename mededeling |
kugurinukeru-潜り抜ける | ontwijken; ontsnappen |
kuichigiru-食いちぎる | afbijten; doorbijten; afknabbelen; met de tanden afscheuren |
kuiiru-食い入る | knagen aan; aantasten; inbreuk maken |
kuikiru-食い切る | doorbijten; doorknagen |
kuikomu-食い込む | bijten [knagen; happen; snijden] in |
kuishibaru-食いしばる | tandenknarsen; de tanden op elkaar klemmen |
kūji-空字 | weglating van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
kukan-苦寒 | (een andere naam voor) de (koude) maand december |
kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
kukenui-絎縫い | blinde [onzichtbare] steek (bij naaien van stoffen) |
kūkirikigaku-空気力学 | aerodynamica |
kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
kūmei-空名 | een valse [onterechte] reputatie [naam; titel]; een reputatie die niet in verhouding staat tot competentie |
kumen-工面 | iemands financiële situatie |
kumiawase-組み合わせ | combinatie; samenvoeging; sortering |
kumode-蜘蛛手 | balken die diagonaal een brug of dak ondersteunen |
kumoyuki-雲行き | bewegen [voorbijtrekken; overdrijven; naderbijkomen] van wolken |
kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
kun-薫 | (in kanji combinaties) lekkere [aangename] geur; geuren; aroma |
kun-薫 | aangenaam ruikende bomen of planten |
kuni-国 | land; natie; staat |
kunigara-国柄 | nationaal karakter; nationale geaardheid |
kunigarō-国家老 | hooggeplaatste samoerai-ambtenaar in dienst van een daimyō (die in diens afwezigheid het domein beheert) |
kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
kuniiri-国入り | een bezoek brengen aan het kiesdistrict; terugkeer van politici of beroemdheden naar hun geboorteplaats |
kunshusei-君主制 | monarchie |
kunten-訓点 | markeringen in katakana of hiragana bij kanji (van een chinese tekst) |
kuōtāfainaru-クオーターファイナル | kwartfinale(s) |
kūpe-クーペ | coupé (tweedeurs carrosserietype voor personenauto's) |
kuraidori-位取り | de naam van een bepaalde zet bij het shogi (Japans schaken) |
kuraitsuku-食らいつく | bijten; knabbelen; kauwen |
kurakkā-クラッカー | cracker(tje); knäckebröd |
kurakkā-クラッカー | knalbonbon (Christmas cracker) |
kuramono-暗者 | imitatie; namaak; vals(spelen) |
kurawankabune-食らわんか舟 | de benaming van de handelsscheepjes die etenswaren verkochten (in de Edo periode) |
kurementain-クレメンタイン | Clementine (voornaam) |
kurenokoru-暮れ残る | lang licht blijven na zonsondergang [terwijl de avond valt] |
kureson-クレソン | (witte) waterkers (Nasturtium officinale) |
kuri-栗 | Japanse kastanje (boom, Castanea crenata ) |
kuriageru-繰り上げる | naar voren [vooruit] schuiven (datum, evenement, etc.) |
kuridasu-繰り出す | in grote groep(en) naar buiten [op pad] gaan |
kurikoshi-繰り越し | het vooruit [naar voren] halen; overdracht; overbrenging; overplaatsing |
kurikosu-繰り越す | vooruit boeken; naar voren halen; overbrengen; overplaatsen |
kurisuchania-クリスチャニア | een christiana (ski-manoeuvre) |
kurisuchan・nēmu-クリスチャン・ネーム | doopnaam; voornaam; roepnaam |
kurisutaruzoku-クリスタル族 | universitaire studentes vernoemd naar personage uit: なんとなく、クリスタル (Somehow, Crystal), roman uit de Japanse postmoderne literatuur van Tanaka Yasuo |
kuritorisu-クリトリス | (anatomie) clitoris; kittelaar |
kuriyoseru-繰り寄せる | naar je toe trekken; binnenhalen |
kurōbu-クローブ | kruidnagel |
kurofune-黒船 | zwart schip (schip varend naar Japan onder westerse vlag 16de-19de eeuw) |
kurōna-クローナ | Krona, Zweedse kroon (munteenheid) |
kurosu・kauntā-クロス・カウンター | tegenaanval |
kuroten-黒貂 | sabelmarter (Martes zibellina) |
kuroyaki-黒焼き | iets dat zwart gebrand [geblakerd] is; medicinale poeder van gebrande ingrediënten |
kurōzudo・sutansu-クローズド・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten naast elkaar |
kurōzu・appu-クローズ・アップ | (fotografie) close-up; detailopname; opname van vlakbij |
kuru-来る | komen; aankomen; arriveren; naderen; dichterbij komen |
kuru-繰る | omslaan (bladzijde); (naslagwerk) raadplegen; opzoeken (in een boek, e.d.) |
kurui-狂い | waanzin; krankzinnigheid; fanatisme; obsessie |
kurui-狂い | afwijking; misvorming; ernaast (zitten); (ver) naast het doel |
kurumaebi-車海老 | Japanse tijgergarnaal (Marsupenaeus japonicus) |
kusanaginotsuruki-草薙の剣 | Kusanagi no Tsurugi (andere naam voor) het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
kusazuri-草摺り | dij-harnasplaat (harnasstuk om de dijbenen te beschermen) |
kuse-癖 | afwijking; eigenaardigheid |
kushi-駆使 | vrije beschikking (hebben over); gebruik naar eigen goeddunken |
kusshi-屈指 | toonaangevend [vooraanstaand; prominent] zijn |
kusunoki-樟 | kamferboom (Cinnamomum camphora) |
kutsu-窟 | (in kanji combinaties) grot; spelonk; hol |
kuyō-九曜 | (in de Hindoe astrologie) de Navagraha, negen planeten |
kuyō-供養 | boeddhistische dienst voor een overledene (met offers en gebeden; Sanskriet pūjanā) |
kuzu-葛 | kudzu (klimplant, Pueraria montana) |
kuzubana-葛花 | Kudzubloem (Pueraria montana) |
kyabarē-キャバレー | danszaal; nachtclub; cabaret |
kyakuhon-脚本 | draaiboek; scenario; script; (opera) libretto |
kyakusha-客車 | passagiersrijtuig; personenauto |
kyakushoku-脚色 | een toneel [film] bewerking [scenario] |
kyara-キャラ | karakter; persoonlijkheid; personage |
kyarakutā-キャラクター | karakter; persoonlijkheid; personage |
kyatchifon-キャッチフォン | wisselgesprek (signaal waarschuwt voor tweede binnenkomend gesprek) |
kyō-享 | (in kanji-combinaties) ontvangen; ondergaan; aannemen; ondernemen |
kyo-去 | (in kanji combinaties) het weggaan; voorbijgaan; wegnemen |
kyō-驕 | (in kanji combinaties) trots; arrogant |
kyō-驚 | (in kanji combinaties) verrassing; verbazing |
kyōai-狭隘 | nauw [smal] zijn |
kyōchō-強調 | nadruk; klemtoon; accent |
kyōchōsuru-強調する | benadrukken; accentueren; beklemtonen |
kyōchōyūshi-協調融資 | gezamenlijke financiering; co-financiering; medefinanciering |
kyodan-巨弾 | grote bom [granaat]; enorm projectiel |
kyōdo-匈奴 | volksstam in Noord China; nomadische ruiters uit Mongolië; de Hunnen |
kyōdōkeiei-共同経営 | gezamenlijk beheer [management] |
kyōha-教派 | een (religieuze) sekte; denominatie |
kyōjakuhō-強弱法 | dynamiek (muziek, leer der sterktegraden) |
kyōjakuhyōgo-強弱標語 | (muziek) dynamiektekens; dynamische markeringen [notatie] |
kyōjakukigō-強弱記号 | (muziek) dynamiektekens; dynamische markeringen [notatie] |
kyōjin-凶刃 | dolk als moordwapen; dolk van een moordenaar |
kyōka-教化 | onderricht; onderwijs; indoctrinatie; evangelisatie |
kyōken-恭謙 | nederigheid; bescheidenheid; eerbiedigheid (naar anderen toe) |
kyōketsu-供血 | bloeddonatie; het doneren van bloed |
kyokin-拠金 | (financiële) bijdrage [donatie] |
kyokinsuru-拠金する | doneren; financiële bijdrage geven |
kyōkō-恐慌 | paniek; consternatie |
kyokō-虚構 | verzinsel; fictie; imitatie; namaaksel |
kyōkoku-強国 | een sterke natie; een machtig land |
kyokuhoku-極北 | het hoge noorden; nabij de Noordpool |
kyōmei-共鳴 | resonantie |
kyōmeiban-橋名板 | naamplaat van een brug |
kyōsai-恐妻 | onderdanigheid van een man aan zijn bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
kyōsaibentō-恐妻弁当 | (semi-humoristisch) de lunchbox (al dan niet met vergif) klaargemaakt door een bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
kyōseirōdō-強制労働 | dwangarbeid; slavenarbeid |
kyōshin-共振 | resonantie |
kyōshin-狂信 | fanatisme |
kyōshinshō-狭心症 | angina pectoris |
kyoshutsu-拠出 | contributie; donatie; bijdrage; schenking |
kyosū-虚数 | imaginair getal (wiskunde) |
kyōtaku-教卓 | lessenaar; lerarenbureau |
kyōyu-教諭 | docent; leraar (vanaf basisschool tot vwo) |
kyōyūsei-共優性 | codominantie |
kyozetsuhannō-拒絶反応 | (na orgaantransplantatie) afweerreactie; afstotingreactie |
kyōzon-共存 | co-existentie; het vreedzaam naast elkaar bestaan [leven] |
kyū-キュー | toneelaanwijzing; seintje; signaalwoord |
kyū-仇 | (in kanji combinaties) vijand; rivaal; vijandschap; wrok |
kyū-休 | (in kanji combinaties) rust; ontspanning |
kyū-吸 | (in kanji combinaties) slikken; inhaleren; zuigen ademen; absorberen; innemen |
kyū-救 | (in kanji combinaties) hulp; redding |
kyū-旧 | (in kanji combinaties) oud; voormalig; ex- |
kyū-朽 | (in kanji combinaties) rotten; vergaan; vervallen, |
kyūbutsu-旧物 | (fig.) anachronisme; iets dat tot een andere tijd behoort |
kyūchō-窮鳥 | een in het nauw gedreven vogel |
kyūjin-求人 | rekrutering; werving (voor een baan); vacature; het zoeken naar personeel |
kyūjō-窮状 | slechte [benarde] toestand [situatie; omstandigheden] |
kyūketsu-給血 | bloeddonatie; het doneren van bloed |
kyūki-吸気 | inademing; inhalatie |
kyūkyūsha-救急車 | ambulance; ziekenauto |
kyūmei-旧名 | oorspronkelijke naam; oude naam; meisjesnaam |
kyūpī-キューピー | Kewpie (figuur gebaseerd op Cupido, in 1909 gecreëerd door Rose O'Neill; als logo gebruikt door Kewpie Corporation, producent van o.a. mayonaise) |
kyurī-キュリー | (Marie) Curie (Franse natuurkundige en scheikundige, 1867-1934) |
kyūsei-旧姓 | oorspronkelijke familienaam (voor het huwelijk); meisjesnaam |
kyūshi-旧氏 | vorige naam; oude naam; meisjesnaam |
kyūshoku-求職 | het zoeken naar werk [een baan]; werkzoekend zijn |
kyūshūgappei-吸収合併 | een bepaald soort bedrijfsfusie door overname (één van de betrokken bedrijven blijft bestaan, het andere bedrijf verdwijnt) |
kyūtikuru・rimūbā-キューティクル・リムーバー | nagelriemverwijderaar |
kyūtō-急騰 | plotselinge toename [stijging] |
kyuushiisshou-九死一生 | het ternauwernood [op het nippertje] aan de dood ontsnapt zijn |
kyūzō-急増 | snelle [plotselinge] toename [stijging] |
lange-ラング | (een term van de taalkundige Ferdinand de Saussure) taal (systeem) |
machiakasu-待ち明かす | (voor iemand) de hele nacht wachten [opblijven] |
machibugyō-町奉行 | gemeenteambtenaar; stadsbestuurder |
machigatta-間違った | fout; onjuist; incorrect; onnauwkeurig |
machigau-間違う | zich (ergens in) vergissen; er naast zitten; een fout maken |
machikamaeru-待ち構える | klaar staan [zijn] (om te); voorbereid zijn; uitkijken naar |
machikogareru-待ち焦がれる | vurig verlangen (naar); ongeduldig wachten (op) |
machimōkeru-待ち設ける | verwachten; naar uitzien; hopen op |
machinimatta-待ちに待った | langverwacht; waarnaar reikhalzend is uitgezien |
madamu-マダム | eigenaresse; hospita; directrice; gastvrouw in een bar |
made-まで | tot; naar (plaats) |
madobe-窓辺 | in de nabijheid van het raam |
madogiwa-窓際 | bij [naast] het raam |
madoguchihanbai-窓口販売 | balieverkoop (verkoop rechtstreeks aan de balie, met name van verzekeringsproducten, beleggingsfondsen, staatsobligaties, etc. in bank of postkantoor) |
madonna-マドンナ | Madonna (de heilige Maagd Maria) |
madonna-マドンナ | Madonnabeeld; Mariabeeld(je) |
madonna-マドンナ | madonna (kuise vrouw) |
maeashi-前足 | de voet die bij een stap naar voren is gezet |
maedaoshi-前倒し | het naar voren brengen [bewegen; gaan]; vooruitschuiven; bespoedigen |
maemuki-前向き | naar voren gericht; en face |
maenomeri-前のめり | het naar voren leunen [hangen; buigen; vallen] |
maeushiro-前後ろ | voor- en achterkant; voor en na |
mafurā-マフラー | geluiddemper; knaldemper; knalpot (voor de uitlaat van een voertuig) |
magiwa-間際 | vlak naast; aan de rand van |
maguna・karuta-マグナ・カルタ | Magna Charta (oorkonde uit 1215, die de grondslag is van de Engelse staatsinrichting) |
mahha-マッハ | mach (verhouding tussen stromingssnelheid (b.v. bij het vliegen) en de snelheid van het geluid; vernoemd naar Ernst Mach) |
mahō-魔法 | magie; toverij; toverkunst; tovenarij; hekserij |
mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
maiban-毎晩 | elke avond; elke nacht |
maikotsu-埋骨 | (na de crematie) bijzetting van de urn met gecremeerde botten in het familiemausoleum |
maikurosofuto-マイクロソフト | Microsoft (naam Amerikaans computerbedrijf) |
maimodoru-舞い戻る | terugkeren (naar waar je vandaan kwam) |
maishin-邁進 | het voortgaan [doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken] |
maishinsuru-邁進する | voortgaan; doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken |
maishirin-マイシリン | mycilline (antibioticum, een combinatie van streptomycine en penicilline) |
maisu-売僧 | een term die gebruikt wordt om op een denigrerende manier naar monniken te verwijzen |
maiya-毎夜 | elke nacht; elke avond |
maiyo-毎夜 | elke nacht; elke avond |
majika-間近 | nabijheid; buurt |
majikku-マジック | magie; toverij; toverkunst; tovenarij; hekserij |
majikku・inki-マジック・インキ | merknaam voor Japanse permanent marker |
mājinaru・kosuto-マージナル・コスト | (economie) marginale kosten; grenskosten |
majishan-マジシャン | tovenaar; magiër; goochelaar; illusionist |
majo-魔女 | heks; duivelin; tovenares |
mākā-マーカー | teller; optekenaar; iemand die de stand [score] bijhoudt |
māketto・anarishisu-マーケット・アナリシス | marktanalyse; marktonderzoek |
makiotoshi-巻き落とし | naar beneden draaiende aanval (kendō, sumo) |
makki-末期 | de laatste periode [dagen; maanden; jaren]; de laatste [terminale] fase |
makkigan-末期がん | terminale kanker |
makkikanja-末期患者 | terminaal zieke patiënt |
makkishōjō-末期症状 | een teken van het naderende einde |
makkishōjō-末期症状 | terminale ziekte |
makkōkusai-抹香臭い | het ruiken naar wierook |
makkōkusai-抹香臭い | (fig.) het ruiken naar religie; erg religieus [vroom] zijn |
maku-撒く | ontsnappen; ontkomen; (iem.) ontglippen; ontwijken |
makuwauri-真桑瓜 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
mama-ママ | de vrouwelijke eigenaar [uitbaatster; gastvrouw] van een bar |
mamanaranu-儘ならぬ | niet naar wens; niet zoals gewenst [gedacht] |
mame-忠実 | oprecht [trouw; nauwgezet; ijverig; vlijtig; hardwerkend; toegewijd] zijn |
man-マン | Duitse achternaam (b.v. Thomas Mann) |
man-慢 | verwaarlozing; ontwijking; nalatigheid |
man-慢 | minachting |
mana-愛 | (in kanji combinaties) geliefd; dierbaar |
mana-真名 | kanji (Chinese karakters in het Japans, i.t.t. kana) |
manba-漫罵 | belediging; beschimping; minachting; hoon |
mandarin-マンダリン | Mandarijn (hoge staatsambtenaar in het oude China) |
mane-真似 | imitatie; nabootsing |
manējā-マネージャー | manager; bedrijfsleider |
manejimento-マネジメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
manejimento-マネジメント | bestuur; directie; managers |
manējimento-マネージメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
manējimento-マネージメント | bestuur; directie; managers |
manejimento・konsarutanto-マネジメント・コンサルタント | management adviseur |
maneru-真似る | nadoen; imiteren; nabootsen; gedrag kopiëren |
mangaka-漫画家 | manga-tekenaar; striptekenaar |
mangaka-漫画家 | cartoonist; cartoontekenaar; karikaturist |
manimani-随に | ad libitum; naar eigen inzicht [keuze; believen] |
manjōitchi-満場一致 | algemene overeenstemming; unaniem zijn |
manmonisuto-マンモニスト | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
manna-真名 | kanji (Chinese karakters in het Japans, i.t.t. kana) |
manryō-万両 | kerstbes; Australische hulst; koraalstruik (Ardisia crenata) |
man'in-満員 | (bijna) volledig bezet zijn; vol [stampvol; overvol; afgeladen] zijn; volle bak |
man'yōgana-万葉仮名 | man'yōgana, oud Japans lettergrepen-systeem (van Chinese karakters fonetisch gebruikt) |
maotoko-間男 | een overspelige man; (geheime) minaar |
mappadaka-真っ裸 | (volledige) naaktheid |
maria-マリア | Maria Magdalena (Bijbel) |
maria-マリア | Maria (meisjesnaam) |
marifana-マリファナ | marihuana; cannabis; wiet |
marine-マリネ | marinade; gemarineerd |
maruanki-丸暗記 | het domweg [zonder nadenken] uit het hoofd leren; (tekst) in je hoofd stampen |
maruchichanneru-マルチチャンネル | multichannel; via meerdere kanalen |
maruchinashonaru-マルチナショナル | multinationaal; een multinationale onderneming |
maruchinashonaru・banku-マルチナショナル・バンク | multinationale bank |
maruchinashonaru・entāpuraizu-マルチナショナル・エンタープライズ | multinationale onderneming; multinational |
marude-丸で | (precies) zoals; bijna hetzelfde als; zo goed als; bij wijze van spreken |
marugakae-丸抱え | complete financiering [sponsoring] |
maruhadaka-丸裸 | spiernaakt zijn |
mashijimi-真蜆 | Corbicula leana, zoetwaterschelpdier |
massatsu-抹殺 | eliminatie; liquidatie; uitwissing |
masson-末孫 | afstammeling; nakomeling; nazaat; telg |
masugēmu-マスゲーム | massa turnen (gymnastische oefeningen in grote groepen) |
masutā-マスター | baas; eigenaar; manager; leider; meester |
matagami-股上 | bandhoogte [heuphoogte] van een broek (gemeten vanaf het kruis) |
matahara-マタハラ | discriminatie (op het werk) van zwangere vrouwen |
matanitī・harasumento-マタニティー・ハラスメント | discriminatie (op het werk) van zwangere vrouwen |
matsuba-松葉 | dennennaald |
matsubokkuri-松毬 | dennenappel; pijnappel |
matsudai-末代 | eeuwigheid; het einde der tijden; de wereld na de dood |
matsuei-末裔 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
matsufuguri-松陰嚢 | dennenappel; pijnappel |
matsukasa-松毬 | dennenappel; pijnappel |
matsukasatokage-松毬蜥蜴 | pijnappelskink; dennenappelskink (hagedissoort: Tiliqua rugosa) |
matsukasauo-松毬魚 | denappelvis (Monocentris japonica) |
matsunoha-松の葉 | dennennaald |
matsuryū-末流 | nakomeling(en) |
matsuyō-末葉 | nakomeling |
matsuyoi-待宵 | nacht waarop men op iemand wacht (die zou komen) |
matsuyoi-待宵 | de nacht van 14 op 15 augustus (maankalender) |
mausu-マウス | huismuis (knaagdier) |
mayaku-麻薬 | drugs; narcotica |
mayoibashi-迷い箸 | eetstokjes die men besluiteloos van gerecht naar gerecht beweegt zonder iets te nemen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
mayonaka-真夜中 | middernacht; het holst van de nacht |
mayonēzu-マヨネーズ | mayonaise |
mayumi-檀 | (de struik) kardinaalshoed [kardinaalsmuts] (Euonymus sieboldianus) |
mazegaki-交ぜ書き | het in kana schrijven van sommige kanji in samengestelde woorden |
mazu-先ず | bijna; (met ontkenning) bijna niet; nauwelijks |
mazui-不味い | lelijk; onaantrekkelijk |
medarisuto-メダリスト | medaillewinnaar |
mēdē-メーデー | SOS; noodsignaal |
medo-針孔 | het oog van de naald |
megakeru-目がける | streven naar |
megasaikuru-メガサイクル | (andere naam voor) megahertz |
megumi-恵み | zegen; zegening; genade |
mei-名 | naam |
meibō-名望 | reputatie; aanzien; faam; (goede) naam |
meibo-名簿 | naamlijst [namenlijst] (van leden, inclusief adresgegevens e.d.) |
meido-冥土 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
meifuku-冥福 | hemelse zaligheid; geluk in het hiernamaals |
meigi-名義 | (officiële) naam |
meijitsu-名実 | in naam en in werkelijkheid |
meikai-冥界 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
meimei-命名 | naamgeving; benaming |
meimeinouchi-冥冥の裡 | onbewust; onopzettelijk; onverwacht; zonder erbij na te denken |
meimoku-名目 | naam; benaming; titel |
meimokuchingin-名目賃金 | nominaal loon; nominale inkomen |
meimokukakaku-名目価格 | nominale waarde |
mein-メイン | hoofd-; voornaamste; belangrijkste |
meiryū-名流 | beroemdheden; notabelen; voorname personen |
meisatsu-名刹 | beroemde tempel; tempel van naam |
meiseki-名跡 | (geërfde) familienaam |
meishi-名刺 | vissitekaartje; naamlkaartje (ook met beroep-, contactgegevens e.d.) |
meishi-名詞 | zelfstandig naamwoord |
meishō-名称 | naam; benaming; titel |
meiyo-名誉 | eer; glorie; faam; reputatie; goede naam; prestige; waardigheid |
meiyoshin-名誉心 | verlangen [streven] naar roem [eer] |
mejā-メジャー | voornaamste; belangrijkste |
meji-目地 | verbindingsnaad (van muren, e.d.) |
mekakushi-目隠し | vitrage (tegen inkijk van buitenaf) |
mekatoronikusu-メカトロニクス | mechatronica (combinatie van mechanica, elektrotechniek en informatica) |
mekiki-目利き | beoordelaar; kenner; connaisseur |
mēn-メーン | hoofd-; voornaamste; belangrijkste |
menma-麺麻 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
menmitsu-綿密 | gedetailleerd [precies; nauwkeurig] zijn |
menuki-目貫 | zwaard ornament (op het gevest) |
mesaki-目先 | verschijning; nabije toekomst |
mesena-メセナ | mecenaat (functie van mecenas) |
meshitsukai-召し使い | bediende; dienaar; dienares |
metsu-滅 | de dood van een Boeddha of monnik; het Nirvana |
metsugo-滅後 | na de vernietiging [verwoesting] |
metsugo-滅後 | na de dood (m.n. na de dood van Boeddha) |
mezamashi-目覚し | snoepgoed voor kinderen als ze wakker worden (b.v. na een middag dutje) |
mi-未 | (in kanji combinaties) nog niet (gedaan) |
miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
michiito-道糸 | vislijn (met name het eerste stuk dat aan de hengel zit) |
middonaito-ミッドナイト | middernacht; het holst van de nacht |
migi-右 | het voorafgaande [eerdergenoemde] (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
migurushii-見苦しい | lelijk; onfatsoenlijk; pijnlijk [onaangenaam] om te zien |
mihakarau-見計らう | iets naar eigen inzicht doen; naar eigen goeddunken iets doen; zelf beslissen over iets |
mihatenu-見果てぬ | onvoltooid; onaf; onvolledig; onvervuld |
mihiraki-見開き | verspreid over twee pagina's (van een boek of tijdschrift) |
mihitsunokoi-未必の故意 | bewuste [opzettelijke] verwaarlozing; nalatigheid; onachtzaamheid |
miihaa-みいはあ | iemand die met alle winden meedraait; aansteller; navolger |
miiru-見入る | bekijken; kijken [staren; turen] naar; gadeslaan; observeren |
mijika-身近 | dichtbij; nabij; vertrouwd; bekend |
mijikayo-短夜 | een korte (zomer)nacht |
mikaneru-見兼ねる | niet aan kunnen zien; niet kunnen kijken naar |
mikazuki-三日月 | wassende maan (3de dag na nieuwe maan) |
miko-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
mikudasu-見下す | neerkijken (op); afkeuren; minachten |
mimamoru-見守る | goed [aandachtig] kijken; staren naar |
mimeshisu-ミメシス | mimesis (nabootsing, m.n. van de natuur) |
mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
minamatabyō-水俣病 | Minamataziekte, een neurologisch syndroom (veroorzaakt door een zware kwikvergiftiging) |
minamoto-源 | familienaam van een machtige clan (Heian en Kamakura periode) |
minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
minarau-見習う | (iem.) navolgen; imiteren; kopiëren |
minasugen'yu-ミナス原油 | Minas-olieveld (in centraal Sumatra, Indonesië) |
minchō-明朝 | de Ming dynastie (China, 1368-1644) |
miniachūru-ミニアチュール | minatuur |
minikui-醜い | lelijk; onooglijk; onaantrekkelijk; afzichtelijk |
minzokukaihō-民族解放 | nationale bevrijding; bevrijding van het volk |
minzokushugi-民族主義 | nationalisme |
min'eika-民営化 | privatisering; denationalisatie |
miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
mirāju-ミラージュ | luchtspiegeling; fata morgana |
mirāju-ミラージュ | hallucinatie; zinsbegoocheling; illusie |
mirin-味醂 | mirin, een zoete rijstwijn die voornamelijk gebruikt wordt als ingrediënt bij het koken |
mirionea-ミリオネア | een miljonair |
miru-見る | zien; kijken (naar) |
miru-見る | bekijken; gadeslaan; nakijken |
mirugai-海松貝 | paardenschelp; gaperschelp (Tresus keenae) |
misadameru-見定める | nagaan; zich verzekeren [vergewissen] van; verifiëren |
misageru-見下げる | neerkijken op; minachten |
misakai-見境 | onderscheid; discriminatie |
mishin-ミシン | naaimachine |
mishiranu-見知らぬ | vreemd; eigenaardig; onbekend |
missetsu-密接 | nauwe verbondenheid; dicht bij elkaar zijn |
misueru-見据える | (met een onbeweeglijke blik) staren [turen] (naar); de blik gevestigd houden (op) |
misumatchi-ミスマッチ | verkeerde [slechte] combinatie; wanverhouding |
mitaida-みたいだ | het ziet er naar uit [lijkt erop] dat |
mitchaku-密着 | nauwe verbinding; sterke relevantie |
mitsuke-見付 | toegangsweg [oprit] (naar een kasteel) |
mitsumeru-見つめる | (strak) staren [turen (naar) |
mitsuyunyū-密輸入 | het (land) in smokkelen; naar binnen smokkelen |
mitsuyushutsu-密輸出 | het (land) uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
mitsuyushutsusuru-密輸出する | uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
miyakojima-宮古島 | Miyako (een eiland van Okinawa) |
miyakoochi-都落ち | de hoofdstad (Tokio) verlaten [ontvluchten]; overgeplaatst worden van Tokio naar de provincie [naar een plek buiten de hoofdstad] |
miyamairi-宮参り | bezoek aan een Shinto-schrijn [heiligdom] (met baby's, binnen 30 dagen na hun geboorte) |
miyōmimane-見様見真似 | leren door naar anderen te kijken (en na te doen) |
mizore-霙 | natte sneeuw |
mizubari-水張り | natte stof [papier] uitspreiden zodat het zonder kreukels opdroogt |
mizugusuri-水薬 | vloeibare medicijn; medicinaal drankje |
mizuhake-水捌け | drainage; het draineren |
mo-摸 | (in combinatie met andere kanji) imitatie; kopie |
mobo-モボ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
mochi-持ち | bezit; bezitting; eigendom; eigenaar; bezitter |
mochiaji-持ち味 | karakteristieke [natuurlijke; bijzondere] smaak |
mochidashi-持ち出し | het uit [naar buiten] nemen [brengen] |
mochidasu-持ち出す | uit [naar buiten] nemen [brengen] |
mochikaeru-持ち帰る | terugbrengen; thuisbrengen; meenemen naar huis |
mochikomu-持ち込む | voorstellen; iem. benaderen; aanspreken |
mochikuzusu-持ち崩す | geruïneerd worden; naar de haaien gaan |
mochinushi-持ち主 | eigenaar; bezitter |
mochiron-勿論 | natuurlijk; zeker; vanzelfsprekend |
mochisaru-持ち去る | iets wegnemen (en naar een andere plaats brengen); ervandoor gaan met iets |
mochite-持手 | eigenaar |
modan・boi-モダン・ボイ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
modan・gāru-モダン・ガール | Japanse vrouwen die na de 1e Wereldoorlog de Westerse mode en leefstijl volgden |
modesuto-モデスト | Modesto (naam van een plaats in Californië) |
modoki-擬き | (als achtervoegsel bij een zelfst. naamwoord) -achtig; pseudo-; imitatie-; nep- |
moga-モガ | Japanse vrouw die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en leefstijl volgde |
mogijikken-模擬実験 | simulatie; nabootsing |
mogumogu-もぐもぐ | (onomatopee) mompelend; kauwend; knabbelend; kronkelend |
mogumogusuru-もぐもぐする | (onomatopee) mompelen; kauwen; knabbelen; kronkelen |
mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
mohō-模倣 | navolging; imitatie (in kunst, muziek, e.d.) |
mōjiki-もうじき | weldra; binnenkort; bijna |
mokkan-木簡 | een smalle strook hout waarop officiële stukken tekst werden geschreven (in het oude China en Japan) |
moku-黙 | (in kanji combinaties) zwijgen; niet spreken |
mokuhyō-目標 | doelstelling; iets waar je naar streeft |
mokutō-黙祷 | moment van stilte (ter nagedachtenis) |
mōmaku-網膜 | netvlies; retina |
monako-モナコ | Monaco |
monariza-モナリザ | Mona Lisa (schilderij van Leonardo da Vinci) |
monbukagakushō-文部科学省 | (vanaf 2001) Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen, Cultuur en Sport |
monka-もんか | ik vraag me af; is dat zo; alsof; hoe (in hemelsnaam) |
monoka-ものか | ik vraag me af; is dat zo; alsof; hoe (in hemelsnaam) |
monokōdo-モノコード | monochord (eensnarig muziekinstrument) |
monomane-物真似 | mimiek; nabootsing; na-aperij |
mononoaware-物の哀れ | een sterk (ethisch) gevoel [waardering] voor schoonheid (van de natuur) |
mononogu-物の具 | harnas; bepantsering; schild |
mononoke-物の怪 | een (kwade) geest; spook; bovennatuurlijk wezen |
monrōshugi-モンロー主義 | monroeleer (genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe) |
monsatsu-門札 | naamplaat (op de poort) van een huis |
montoshū-門徒宗 | (informele naam voor Jōdoshinshū) Japanse Boeddhistische stroming |
monzenbarai-門前払い | afwijzing van aanvragen [verzoeken; klachten; deelnames] |
mon'an-問安 | informeren naar de veiligheid [het welzijn] van een hogere in rang |
morāru・sābei-モラール・サーベイ | moreel onderzoek naar tevredenheid van werknemers over arbeidscondities |
moribana-盛り花 | een bepaalde ikebana-stijl; bloemenarrangement |
mōru-モール | promenade |
moru-漏る | lekken; wegvloeien; ontsnappen (gas, b.v.) |
mosaku-模作 | imitatie; namaak |
mosaku-模索 | het rondtasten [zoeken] (naar) |
mosakusuru-模作する | namaken; imiteren |
mosakusuru-模索する | rondtasten; zoeken (naar) |
mōshū-孟秋 | het begin van de herfst; het vroege najaar |
mōsukoshide-もう少しで | bijna; op het nippertje |
mosuru-模する | Imiteren; kopiëren; nadoen; namaken |
mōtō-孟冬 | benaming voor de maand oktober op de maankalender |
motomiya-元宮 | (plaatsnaam) Motomiya (stad in Fukushima-prefectuur) |
motte-以て | wordt ook gebruikt om alleen te versterken [benadrukken] |
moyō-模様 | lijken op; ernaar uitzien dat; uiterlijk; omstandigheden; situatie; symptoom; teken (van) |
moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) lijken; eruitzien als |
moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) voorbereiding |
mu-霧 | (in kanji combinaties) mist; nevel |
mudan-無断 | zonder waarschuwing; zonder (voor)aankondiging; onaangekondigd |
muen-無縁 | zonder familie; zonder nabestaanden |
muenbochi-無縁墓地 | een begraafplaats voor mensen zonder nabestaanden |
muenboka-無縁墓 | een algemeen graf; een graf voor mensen zonder nabestaanden |
muenbotoke-無縁仏 | iemand die is overleden zonder nabestaanden |
muenshi-無縁死 | een eenzame dood (zonder nabestaanden) |
mufunbetsu-無分別 | indiscretie; onnadenkendheid; onvoorzichtigheid |
mugaku-無学 | ongeletterdheid; analfabetisme; onwettendheid; onontwikkeldheid |
mugikō-無技巧 | ongekunsteld [natuurlijk; niet kunstmatig] zijn |
mugoi-惨い | wreed; genadeloos; meedogenloos; gruwelijk |
muhi-無比 | ongeëvenaard zijn |
muhitsu-無筆 | analfabetisme; ongeletterdheid |
mui-無為 | ledigheid; inactiviteit; werkloosheid |
mujaki-無邪気 | onschuld; eenvoud; naïviteit |
mujihi-無慈悲 | genadeloosheid; meedogenloosheid; wreedheid |
mukashitsusekinin-無過失責任 | aansprakelijkheid zonder schuld [zonder nalatigheid] |
mukau-向かう | zich richten naar; gaan in de richting van |
mukeru-向ける | richten (op; naar); mikken op; zich richten tot |
mukokuseki-無国籍 | stateloos (zonder nationaliteit) |
muku-向く | zich richten (naar; tot); (om)draaien naar; uitzien op; gaan in de richting (van) |
muma-夢魔 | nachtmerrie |
mumei-無名 | naamloos; zonder naam; niet ondertekend |
mumeishi-無名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
murakami-村上 | Murakami (familienaam) |
muron-無論 | zeker; natuurlijk; ongetwijfeld; vanzelfsprekend |
muryo-無慮 | ongeveer; bij benadering |
museifu-無政府 | anarchie |
museifujōtai-無政府状態 | anarchie |
museifushugi-無政府主義 | anarchisme |
museifushugisha-無政府主義者 | anarchist |
museki-無籍 | statenloos zijn; geen nationaliteit hebben |
musen'inshoku-無銭飲食 | weggaan (na eten en drinken) zonder te betalen (horeca) |
museru-噎せる | verstikken; smoren; naar adem snakken |
mushashugyō-武者修行 | naar andere delen van het land reizen om bijzondere vaardigheden te leren (b.v. in de muziek of de krijgskunst) |
mushi-無視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren (van regels, etc.); minachting |
mushibamu-蝕む | (fig.) knagen aan; kwellen; ondermijnen; schrijnen |
mushimushi-むしむし | (onomatopee) benauwd; drukkend (weer) |
mushisuru-無視する | negeren; veronachtzamen; minachten |
musō-無双 | ongeëvenaard [weergaloos; zonder weerga] zijn |
mutekatsuryū-無手勝流 | (een andere naam voor) Bokudenryû (school voor zwaardvechten) |
muyami-無闇 | gedachteloos; zonder na te denken; roekeloos |
myō-妙 | eigenaardigheid; mysterie |
myō-明 | (in kanji combinaties( wijsheid; mantra; volgende; komende |
myōban-明晩 | morgenavond |
myōdō-冥道 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
myōji-名字 | achternaam; familienaam |
myōkai-冥界 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
myōmoku-名目 | naam; titel; benaming |
myōseki-名跡 | (geërfde) familienaam |
n-ん | vorm van het partikel ni (naar; in) |
n-ん | vorm van de nominalisatie [substantivering] van het partikel no |
na-名 | de naam van iets; benaming |
na-名 | de naam van iem.; roepnaam; voornaam; voornaam- en achternaam |
na-名 | een reputatie; naam; een goede naam; faam; beroemdheid; eer; glorie; een slechte reputatie; gerucht; roddel; kletspraatjes |
na-名 | (slechts) in naam ; uiterlijk; uiterlijke schijn; voorwendsel; excuus; (in) naam (van); op titel van; namens |
na-菜 | koolzaad (Brassica napus) |
nabigētā-ナビゲーター | (luchtvaart) navigator; piloot |
nabigētā-ナビゲーター | (scheepvaart) navigatieofficier |
nabirome-名広め | aankondiging [bekendmaking] van een nieuwe naam (van een artiest, winkel, e.d.) |
nabusutā-ナブスター | voorheen: Navstar GPS; nu Global Positioning System (GPS) |
nachizumu-ナチズム | nazisme; nationaalsocialisme |
nachurarizēshon-ナチュラリゼーション | naturalisatie |
nachurarizumu-ナチュラリズム | naturalisme |
nachuraru-ナチュラル | natuurlijk; van nature |
nachuraru・chīzu-ナチュラル・チーズ | natuurkaas (op natuurlijke wijze geproduceerd en gerijpt} |
nachuraru・fūzu-ナチュラル・フーズ | natuurlijk voedsel (Eng.: Natural Foods) |
nachuraru・saiensu-ナチュラル・サイエンス | natuurwetenaschap |
nachuraru・serekushon-ナチュラル・セレクション | natuurlijke selectie |
nadareru-雪崩れる | naar beneden stromen |
nadeageru-撫で上げる | (het haar) opkammen; omhoog [naar achteren] kammen |
nado-など | bij citaten wordt tegenwoordig vaak nado to gebruikt |
nafusa-ナフサ | nafta (chemie) |
nafutaren-ナフタレン | naftaleen |
nafutarin-ナフタリン | naftaleen |
nagaraunten -ながら運転 | (wetsovertreding) autorijden gelijktijdig met een andere nevenactiviteit (telefoneren, sms-en e.d) |
nagarazoku-ながら族 | mensen (leeringen; studenten) die de gewoonte hebben tijdens het studeren te luisteren naar muziek, radio enz. |
nagasaki-長崎 | Nagasaki, de naam van een prefectuur in het westen van Kyūshū |
nagasaki-長崎 | Nagasaki, de naam van een stad in het zuiden van de prefectuur Nagasaki. |
nagasakie-長崎絵 | Nagasaki prenten (houtblok-prenten die in de Edo periode in Nagasaki werden gemaakt) |
nagashiuchi-流し打ち | (bij honkbal) een slag van een rechtshandige slagman naar het rechtsveld, of een linkshandige slagman naar het linksveld |
nagashiuchisuru-流し打ちする | (bij honkbal) naar het tegenovergelegen veld slaan |
nagatachō-永田町 | de wijk Nagata in het Chiyoda district van Tokio (met o.a. het parlementsgebouw en de officiële residentie van de Minister-President) |
nagauta-長唄 | nagauta, een (lange) ballade gezongen met begeleiding van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
nagebumi-投げ文 | een anonieme brief bij een huis naar binnen gegooid |
nagedasu-投げ出す | naar buiten gooien; naar buiten slingeren |
nageire-投げ入れ | vrije stijl ikebana (bloemschikken) arrangement |
nagekakeru-投げかける | naar iemand sturen; aan iemand richten |
nagetsukeru-投げつける | gooien [werpen] (naar); op de grond gooien [smijten] |
nagetsukeru-投げつける | tekeergaan; razen; tieren; (iem. verwijten) naar het hoofd slingeren |
nageyari-投げ遣り | nalatigheid;; onzorgvuldigheid; slordigheid |
nagori-余波 | golven die overblijven nadat de wind is gaan liggen |
nagori-余波 | nawerking; nevenaffect; nasleep |
nagori-名残 | rest(en); overblijfsel(en); nasleep; wat over [achter] gebleven is; tastbare herinnering |
nagoya-名古屋 | Nagoya, de naam van een stad in de prefectuur Aichi |
nagoyaben-名古屋弁 | het dialect van Nagoya en omgeving |
naha-那覇 | Naha (hoofdstad vanOkinawa) |
nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
nai-無い | in combinatie met koto: (lett.: het feit is er niet dat...) het is niet zo dat...; niet nodig zijn; niet hoeven; niet mogelijk zijn |
naību-ナイーブ | naïef; eenvoudig; onnozel; ongecompliceerd |
naichingēru-ナイチンゲール | nachtegaal (zangvogel, Luscinia megarhynchos) |
naide-ないで | (ontkenning -nai + de) zonder te... |
naiju-内需 | binnenlandse vraag (naar producten) |
naimu-内務 | nationale staatszaken |
naishin-内診 | inwendig [gynaecologisch] onderzoek |
naishinsuru-内診する | inwendig [gynaecologisch] onderzoek doen |
naisho-内緒 | financiële privé [familie] omstandigheden; huishoudgeld; gezinsbudget |
naison-内孫 | erfgenaam; oudste kind |
naito-ナイト | nacht |
naitogaun-ナイトガウン | nachtjapon; nachthemd |
naitogurabu-ナイトグラブ | nachtclub |
naitokurabu-ナイトクラブ | nachtclub |
naitokyappu-ナイトキャップ | slaapmutsje; drankje voor het naar bed gaan |
naito・hosupitaru-ナイト・ホスピタル | een ziekenhuis waar 's nachts medische hulp en onderdak wordt geboden aan patiënten die overdag in de gemeenschap kunnen werken |
naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
nakaai-中間 | relatie tussen mensen (met name tussen familieleden). |
nakadarumi-中弛み | stagnatie in de (handels)markt |
nakademo-中でも | vooral; in het bijzonder; met name; onder andere |
nakagiri-中限 | transactie waarvan de leveringsdatum is in de volgende maand na het sluiten van het verkoopcontract |
nakusu-亡くす | (door de dood) verliezen (van een naaste) |
nakusuru-無くする | iets kwijtraken; verliezen; laten verwijderen (een ander woord voor nakusu) |
nama-生 | rauw [ongekookt; onbewerkt; natuurlijk; ruw] zijn |
namae-名前 | benaming; (roep)naam; naam; voornaam; familienaam |
namaji-なまじ | onnadenkendheid; roekeloosheid; onbedachtzaamheid |
namakemono-樹懶 | (zoogdier) luiaard; ai; oenau |
nameko-滑子 | nameko; goudkopje (paddenstoel, Pholiota microspora) |
namekuji-蛞蝓 | (naakt)slak |
namibia-ナミビア | Namibië |
namida-涙 | (in combinatie met een zelfstandig naamwoord) een kleine hoeveelheid; een beetje; licht(elijk) |
namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
namimakura-波枕 | het geluid van de golven bij nacht (als je in bed ligt) |
namuamidabutsu-南無阿弥陀仏 | Namu Amida Butsu, aanroeping van Amida Boeddha |
nan-ナン | (India) naan; naanbrood |
nān-ナーン | (India) naan; naanbrood |
nan-南 | (in kanji combinaties) zuid; zuiden |
nan-難 | onvolkomenheid; fout; gebrek; nadeel |
naname-斜め | schuin; hellend; scheef; diagonaal |
nanbokuni-南北に | van noord naar [tot] zuid |
nanga-南画 | nanga schilderstijl; monochrome Chinese landschapschilderkunst |
nanga-南画 | (Edo periode) schilderkunst van kunstenaars uit literaire kringen |
nanka-南下 | het zuidwaarts [naar het zuiden] gaan |
nanmaidabu-なんまいだぶ | een informele korte vorm van ’Namu Amidabutsu’ (aanroeping van Amida Boeddha) |
nano-ナノ | nano (symbool: n; 10 tot de macht -9) |
nanori-名乗り | zijn naam (en overige informatie) geven; zijn kandidatuur aankondigen |
nanori-名乗り | naam na het bereiken van volwassenheid bij adelijke en samoerai families |
nanori-名乗り | (publieke) aankondiging van de koopwaar [handelswaar)]met de naam van het product of de producent, e.d. |
nanoru-名乗る | zichzelf introduceren [voorstellen] (met naam); zichzelf identificeren [aankondigen; bekendmaken] als (met titel, beroep, etc.) |
nanoru-名乗る | een (andere) naam aannemen (b.v. na een huwelijk) |
nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
nanoru-名乗る | in de derde persoon (met naam) spreken over zichzelf |
nanotekunorojī-ナノテクノロジー | nanotechnologie |
nanshūga-南宗画 | schilderwerk in zuidelijke (nanga) stijl |
nanten-南天 | Nandina domestica (een plant, ook wel hemelse bamboe genoemd) |
nanto-南都 | (poëtische benaming voor de stad) Nara |
nanto-南都 | (en andere naam voor) de Kōfuku-ji, een boeddhistische tempel in Nara |
nanushi-名主 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
napāmudan-ナパーム弾 | napalmbom |
naporitan-ナポリタン | (Napels-stijl) pastagerecht in Japan |
nappuzakku-ナップザック | kleine rugzak; knapzak; zak met proviand |
naraberu-並べる | naast elkaar zetten |
narabu-並ぶ | naast elkaar staan; parallel lopen |
naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
narau-倣う | imiteren; nabootsen; navolgen; kopiëren |
narejji・manejimento-ナレッジ・マネジメント | kennismanagement; kennisbeheer |
nari-鳴り | het klinken; de klank; het gerinkel; geluid; resonantie |
naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
narōdoniki-ナロードニキ | Russische revolutionaire beweging (uit de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw) |
narōkyasutingu-ナローキャスティング | narrowcasting, een internetcommunicatie-model, gebaseerd op een verspreidingsmechanisme en een gefragmenteerd gebruik van de inhoud |
naru-成る | (gebruikt als een hulpww. zonder eigen betekenis, in combinatie met ni achter een ww. , met pref. o of go), uit respect |
narubeku-成るべく | zo mogelijk; indien mogelijk (dit woord is de klassiek Japanse shūshikei-vorm van het ww. naru) |
naruhodo-成る程 | (een uitroep ter instemming van wat een ander zegt) jazeker; inderdaad; vanzelfsprekend; natuurlijk |
narukorepushī-ナルコレプシー | narcolepsie |
narukoyuri-鳴子百合 | (lett. ratel-lelie) Salomonszegel (plant: Polygonatum falcatum) |
narushishizumu-ナルシシズム | narcisme; eigenliefde |
narushisuto-ナルシスト | narcist |
narushizumu-ナルシズム | narcisme |
nasa-ナサ | (National Aeronautics and Space Administration) Amerikaans lucht- en ruimtevaart bureau |
nasakeshirazu-情け知らず | genadeloosheid; harteloosheid |
nasakeshirazu-情け知らず | een genadeloos [harteloos] iemand |
nasakeyōsha-情け容赦 | mededogen en vergevingsgezindheid; genade |
nashonarisuto-ナショナリスト | nationalist |
nashonaritī-ナショナリティー | nationaliteit |
nashonarizēshon-ナショナリゼーション | nationalisatie |
nashonarizumu-ナショナリズム | nationalisme |
nashonaru-ナショナル | nationaal; binnenlands; staats-; rijks- |
nashonaru・ado-ナショナル・アド | landelijke [nationale] advertentie |
nashonaru・aidentitī-ナショナル・アイデンティティー | volksaard; volkskarakter; nationale indentiteit |
nashonaru・banku-ナショナル・バンク | nationale bank |
nashonaru・burando-ナショナル・ブランド | nationaal handelsmerk |
nashonaru・furaggu・kyaria-ナショナル・フラッグ・キャリア | nationale luchtvaartmaatschappij |
nashonaru・intaresuto-ナショナル・インタレスト | nationaal belang; landsbelang |
nashonaru・konsensasu-ナショナル・コンセンサス | nationale consensus; gemeenschappelijke mening [instemming] van een volk |
nashonaru・kyarakutā-ナショナル・キャラクター | volksaard; volkskarakter; nationaal karakter |
nashonaru・minimamu-ナショナル・ミニマム | nationale minimum levenstandaard |
nashonaru・pāku-ナショナル・パーク | nationaal park (beschermd natuurgebied) |
nashonaru・purodakuto-ナショナル・プロダクト | nationaal product |
nashonaru・rīgu-ナショナル・リーグ | (Amerikaanse) nationale honkbalcompetitie |
nashonaru・torasuto-ナショナル・トラスト | (National Trust for Places of Historic Interest or Natural Beauty) Britse organisatie voor monumentenzorg en landschapsbeheer |
nasuriai-擦り合い | tegenbeschuldiging, recriminatie; wederzijdse beschuldigingen; het elkaar de schuld geven |
natane-菜種 | raapzaad (Brassica rapa); koolzaad (Brassica napus) |
natō-ナトー | (North Atlantic Treaty Organization) NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) |
natoriumu-ナトリウム | natrium |
natoriumu・ranpu-ナトリウム・ランプ | natriumlamp (lamp met natriumdamp) |
natsudonari-夏隣 | het gevoel [besef] van de naderende zomer; seizoenwoord voor de late lente |
natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
natsugo-夏蚕 | een zijderups, die vanaf de vroege zomer wordt gekweekt |
natsuimo-夏芋 | een andere benaming voor een (gewone) aardappel |
natsukan-夏柑 | de benaming van een vrucht, een soort Chinese citroen |
natsukashii-懐かしい | dierbaar; nostalgisch; verlangend (naar) |
natsumame-夏豆 | een andere naam voor sora-mame, een soort tuinboon |
natsumame-夏豆 | in sommige dialecten de naam voor een erwt |
natsumame-夏豆 | in sommige dialecten de naam voor een sojaboon |
natsumushi-夏虫 | (met name) insecten (zoals motten) die in het donker op licht af komen |
nauru-ナウル | Nauru |
nawabari-縄張り | afgebakend terrein (met een touw; met name in de bouw) |
nda-んだ | aan het eind van een zin, geeft nadruk [mening; verklaring; conclusie; aanwijzing; aanbeveling] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
ndesu-んです | aan het eind van een zin, geeft nadruk [mening; verklaring; conclusie; aanwijzing; aanbeveling] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
ne-音 | (in kanji combinaties) geluid; toon; klank |
nease-寝汗 | nachtzweet; transpiratie tijdens de slaap |
nēbī-ネービー | marine (Eng.: navy) |
nēbī・burū-ネービー・ブルー | marineblauw; donkerblauw (Eng. navy blue) |
nēbī・rukku-ネービー・ルック | (Eng.: navy look) kleding met kenmerken van een marine uniform (vooral in de kleur marineblauw) |
negi-禰宜 | (een andere naam voor) een sprinkhaan |
neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
nehan-涅槃 | nirwana; verlichting; (geestelijke) bevrijding van slechte hartstochten en de kringloop van wedergeboortes |
neitibu-ネイティブ | (afkorting voor) native speaker; moedertaalspreker |
neitibu・supīkā-ネイティブ・スピーカー | moedertaalspreker; native speaker |
nejikugi-螺子釘 | schroef,; schroefnagel |
nekkara-根っから | vanaf het begin; oorspronkelijk |
nekkara-根っから | van nature; door en door; in hart en nieren |
neko-猫 | bijnaam van een shamisen (een muziekinstrument, zo genoemd omdat het vaak met kattenhuid is bekleed) |
neko-猫 | bijnaam van een geisha of musicus die een shamisen bespeelt |
nemaki-寝巻き | pyjama; nachthemd |
nemuri-眠り | rust; inactiviteit |
nemuru-眠る | de ogen dichtdoen; rusten; stil [inactief; niet levendig] zijn |
nenashigusa-根無し草 | eendenkroos (waterplant, Lemna) |
nenbutsu-念仏 | invocatie [gebed; recitatie] voor Amida Boeddha (door het reciteren van zijn naam) |
nenga-年画 | Chinese nieuwjaarsschilderijen (schilderijen die op nieuwjaarsdag in China op poorten en muren worden gehangen) |
nennen-年年 | jaar na jaar; jaarlijks; elk jaar; van jaar tot jaar |
nerau-狙う | streven (naar) |
neru-寝る | naar bed gaan; gaan slapen [rusten] |
neru-練る | goed nadenken [peinzen] over hoe men iets mooier kan maken [verbeteren] |
nēshon-ネーション | natie; staat |
netsuku-寝付く | in slaap vallen; naar bed gaan |
netsurikigaku-熱力学 | thermodynamica |
nettaiya-熱帯夜 | zwoele [broeierige; tropische] avond [nacht] |
nezumizan-鼠算 | snelle vermenigvuldiging; snelle toename (in aantal); snelle verspreiding |
ni-に | (geeft richting, doel of plan aan) naar; aan; in; iets gaan doen |
ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
ni-に | (in combinatie met wa en ...ga, geeft aan dat iets wel zo is [gebeurt] maar met voorwaarde of restrictie) weliswaar |
ni-丹 | rode aarde (bevat cinnaber of kwiksulfide) |
ni-丹 | rode kleur; natuurlijk vermiljoen (pigment gemaakt van verbrand loodpoeder) |
ni-尼 | (boeddhistische) non; achtervoegsel achter de naam van een non |
niamisu-ニアミス | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
nichibotsugo-日没後 | na zonsondergang |
nigari-苦汁 | moederloog (na zoutwinning uit zeewater) |
nige-逃げ | ontsnapping; vlucht; ontwijking |
nigeashi-逃げ足 | het snel wegrennen; te voet wegvluchten [ontsnappen] |
nigedasu-逃げ出す | wegvluchten; ontsnappen (uit) |
nigemadou-逃げ惑う | (in paniek) proberen te ontsnappen; ongecoördineerd rondrennen om te ontsnappen |
nigenobiru-逃げ延びる | (veilig ontsnappen; ontkomen; ervandoor gaan |
nigeru-逃げる | ontsnappen; vluchten; wegrennen; ontwijken |
nigiribasami-握り鋏 | een U-vormige schaar (zonder vingergaten); wordt meestal gebruikt bij naaiwerk |
niibon-新盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
niishimamori-新島守 | nieuwe eilandbewaker (personage in de klassieke Japanse gedichtenbundel Man'yōshū) |
nijigenkōdo-二次元コード | tweedimensionale barcode; QR code |
nikkei-肉桂 | kaneelboom (Cinnamomum sieboldii) |
nikkō-日光 | plaatsnaam van Nikkō in Tochigi-prefectuur |
nikkunēmu-ニックネーム | bijnaam |
nikuhaku-肉薄 | het dichterbij komen; dicht benaderen; insluiten; achtervolgen; inhalen |
nimaime-二枚目 | knappe [goed uitziende] man |
nimaime-二枚目 | (acteur in) de rol van knappe man [minnaar] |
ningen-人間 | figuur; personage |
ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
ningensei-人間性 | de menselijke natuur [aard]; menselijkheid |
ninjutsu-忍術 | (één van de tactieken van ninja's tijdens de samoerai periode) een vorm van spionage (door het gebruik van vermommingen, trucs, e.d.) |
ninomai-二の舞 | in klassiek Japans theater dezelfde dans van een andere acteur imiteren [nadoen] |
ninoude-二の腕 | bovenarm |
ninshōdaimeishi-人称代名詞 | persoonlijk voornaamwoord |
nisei-二世 | tweede generatie Japanner (of Koreaan); kind van een Japanner die in het buitenland is geboren (en die nationaliteit heeft) |
niseru-似せる | nabootsen; kopiëren; imiteren |
nishibi-西日 | namiddagzon; ondergaande zon (in het westen) |
nishijin-西陣 | de naam van een wijk in Kyoto, vroeger het centrum van de zijdeweverij |
nishikie-錦絵 | een kleurenafdruk; een veelkleurige afdruk van een houtsnede |
nishin-二伸 | postscriptum (PS); naschrift |
nishinhō-二進法 | binaire talstelsel; tweetallig stelsel |
nisshi-日誌 | dagboek; journaal; logboek |
nitchū-日中 | Japan-China; Japans-Chinees |
niwatsukuri-庭作り | tuinaanleg |
niyaku-荷役 | havenarbeider; dokwerker |
no-の | (dit partikel geeft aan het verband tussen 2 woorden, waarbij het eerste woord een (bijv.) bepaling is van het woord dat na no staat) |
no-の | in de combinaties no da en no desu: het feit dat; het is zo dat |
nō-納 | (in kanji combinaties) betaling |
nō-納 | (in kanji combinaties) aflevering |
nobori-上り | perron waar de treinen naar de stad vertrekken; een weg richting de stad |
nobori-上り | naar een grotere stad gaan; naar Tokio gaan; naar het centrum van de stad gaan |
nobori-上り | van zuid naar noord Kyoto gaan |
noboru-上る | naar de hoofdstad gaan |
noboru-上る | aan de orde komen; naar boven komen (fig.) |
noboseru-逆上せる | duizelig zijn; het stijgen van het bloed naar het hoofd |
nochi-後 | na, nadat; later; toekomstig |
nochihodo-後程 | later; naderhand |
nochinochi-後後 | toekomstig; hierna; in de (verre) toekomst |
nochizoi-後添い | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
noda-のだ | aan het eind van een zin, geeft eigen nadruk [mening; verklaring; conclusie] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
noda-のだ | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
nodesu-のです | aan het eind van een zin, geeft eigen nadruk [mening; verklaring; conclusie] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
nodesu-のです | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
nogareru-逃れる | ontsnappen; (ont)vluchten; ontwijken; vermijden; ontlopen |
nogi-芒 | kafnaald (van graan of gras) |
nōju-納受 | aanvaarding; aanname; ontvangst |
nōki-能記 | (taalkunde) de betekenaar; het betekenende; het concept (signifier) |
nokoru-残る | (achter een ander ww. gevoegd:) niet (helemaal) gedaan, onafgemaakt |
nokosu-残す | (na de dood) nalaten |
nominaru・rēto-ノミナル・レート | nominaal tarief |
nonpuro-ノンプロ | (nonprofessional) niet-professioneel; niet beroepsmatig |
noppikinaranai-退っ引きならない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onweerstaanbaar |
nōri-能吏 | een bekwame ambtenaar |
noridasu-乗り出す | naar voren leunen |
noroshi-狼煙 | rooksignaal; lichtbaken; lichtkogel |
norudikku-ノルディック | Noord-Europees; Scandinavisch |
nōsaido-ノーサイド | (rugby, e.d.) eindsignaal; einde van de wedstrijd |
nōsekizuieki-脳脊髄液 | hersenvocht; ruggenmergsvocht (liquor cerebrospinalis) |
nottoru-則る | nakomen; naleven; eerbiedigen; respecteren; navolgen; corresponderen; overeenkomen; overeenstemmen; stroken met; zich conformeren aan |
nozoku-覗く | naar binnen [buiten] kijken; doorkijken; een blik werpen op |
nozoku-覗く | naar beneden kijken |
nozomu-臨む | uitzien (naar; op); zijn gezicht richten (naar; op); recht t.o. zijn |
nūdo-ヌード | naakt |
nukaboshi-糠星 | ontelbare kleine sterren aan de nachtelijke hemel |
nukeagaru-抜け上がる | terugtrekken van de haarlijn; kaal worden vanaf het voorhoofd |
nukedasu-抜け出す | ervandoor [op kop] gaan; ontsnappen |
nukeme-抜け目 | onvoorzichtigheid; onoplettendheid; nalatigheid |
nukemichi-抜け道 | zijweg; kortere weg; vluchtweg; uitweg; ontsnappingsroute |
nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
nurasu-濡らす | natmaken; bevochtigen; doordrenken; onderdompelen |
nuregami-濡れ髪 | (na wassen nog) nat haar |
nurenezumi-濡れ鼠 | (lett. een natte muis of rat) kletsnat zijn; doorweekt tot op de huid zijn |
nureru-濡れる | nat worden; doordrenkt raken |
nuresobotsu-濡れそぼつ | drijfnat worden; doorweekt raken |
nureta-濡れた | nat |
nurete-濡れ手 | natte hand(en) |
nurigusuri-塗り薬 | (medicinale) zalf |
nushi-主 | eigenaar; bezitter; meester; leider |
nuu-縫う | naaien; stikken |
nyohō-如法 | naleving van de leer van de Boeddha |
nyōki-尿器 | po; ondersteek; urinaal |
nyokinyoki-にょきにょき | (onomatopee) het plotseling (de een na de ander) opkomen [ontstaan; ontspruiten]; oprijzen; omhoog groeien] |
nyūin-入院 | ziekenhuisopname |
nyūmetsu-入滅 | het bereiken van het Nirvana; het overlijden van een Boeddha of heilige |
nyūsu・anarisuto-ニュース・アナリスト | nieuwsanalist; nieuwscommentator |
nyūton-ニュートン | Isaac Newton (Brits natuurkundige, astronoom en wiskundige) |
nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
nyū・furontia-ニュー・フロンティア | New Frontier, de naam die John F. Kennedy gaf aan zijn regeringsprogramma tijdens de presidentsverkiezingen in 1960 |
nyū・myūjikku-ニュー・ミュージック | nieuwe muziek, benaming voor Japanse popmuziek |
ō-欧 | (in kanji combinaties) Europa |
ō-王 | vorst; heerser; koning; monarch |
ō-王 | meester; magnaat |
oboezu-覚えず | onbewust; onwillekeurig; spontaan; instinctief; zonder (erbij) na te denken |
oboreru-溺れる | bijna verdrinken; onder water gaan |
oborozuki-朧月 | nevelige [wazige] maan in de lentenacht |
ochiyuku-落ち行く | in een benarde toestand belanden |
ōchō-王朝 | (keizer) dynastie |
odokasu-脅かす | (be)dreigen; bang maken; in het nauw drijven |
odoriba-踊り場 | (fig.) rustpauze (na het bereiken van een hoogtepunt) |
odoriji-踊り字 | herhaalsymbool; herhalingsteken voor kanji of kana (々; ゝ) |
ōganikku-オーガニック | organisch; natuurlijk; biologisch |
ogawa-小川 | Japanse familienaam |
ōgonbunkatsu-黄金分割 | gulden snede; sectio aurea; sectio divina (de verdeling in uiterste en middelste reden) |
ogyō-御形 | droogbloem; zevenjaarsbloem (Gnaphalium affine) |
ohizamoto-お膝元 | in de nabijheid [aan de zijde] van een hooggeplaatste persoon\ |
ohizamoto-お膝元 | de naaste omgeving [kringen] van een invloedrijke persoon (b.v. hoofdkwartier, kiesdistrict, hoogste staf, kader, e.d.) |
ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
oikakeru-追いかける | achtervolgen; volgen; achter (iets of iemand) aangaan; achternazitten |
oikomu-追い込む | in het nauw drijven; klemzetten |
oitanajī-オイタナジー | euthanasie |
oitsumeru-追い詰める | iem. in het nauw drijven; achtervolgen; opsporen |
oiwakebushi-追分節 | een oud volksliedje (dat werd gezongen door ruiters, oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake, in de Nagano Prefectuur, in de Edo periode) |
ōjī-オージー | oud-studente; afgestudeerde vrouw; alumna |
okadochigai-お門違い | naar het verkeerde adres [huis; gebouw] gaan; het bij het verkeerde eind hebben |
okaeshi-お返し | een geschenk teruggeven (na een ontvangen cadeau); een wederdienst |
okami-女将 | eigenares [bazin] van een Japans eethuis, theehuis, e.d. |
okami-御上 | (keizerlijk; koninklijk) hof; regering; shogunaat |
okami-御上 | (aanspreektitel voor) de eigenares [bazin; gastvrouw] van een traditioneel eethuis, theehuis, hotel, e.d. |
okamisan-お上さん | (aanspreektitel voor) de eigenares [bazin; gastvrouw] van een traditioneel eethuis, theehuis, hotel, e.d. |
okarina-オカリナ | (muziekinstrument) ocarina |
okayaki-岡焼き | jaloezie (met name t.o.v. een ander liefdespaar) |
okiagaru-起き上がる | weer op [hersteld] zijn (na een ziekte) |
okigake-起きがけ | direct na het opstaan [wakker worden] |
okimono-置物 | ornament in een nis of op een boeddhistisch [shintoïtisch] altaar |
okimono-置物 | (fig.) hoofd [leider] alleen in naam; stroman; zetbaas |
okinawakaihatsuchō-沖縄開発庁 | het Okinawa Ontwikkelingsbureau |
okonomiyaki-お好み焼き | Japanse pannenkoek, gebakken op een grillplaat, met groenten, vlees of vis naar keuze |
okotaru-怠る | verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; achterwege laten |
okuchō-億兆 | de gehele bevolking [natie]; het hele land |
okugaki-奥書 | naschrift; slottekst als bevestiging van de hoofdtekst |
okurigana-送り仮名 | kleine kana die naast kanji staan (en de lezing van een woord geven) |
okuriookami-送り狼 | een man die vriendelijk aanbiedt om een vrouw naar huis te brengen, maar haar daarna plotseling aanvalt |
okuru-送る | afscheid (moeten) nemen; (een naaste) verliezen |
okusetsu-憶説 | hypothese; veronderstelling; speculatie; aanname |
omatsurisawagi-御祭り騒ぎ | feestvreugde; onstuimige vrolijkheid; knalfeest |
omei-汚名 | slechte naam [reputatie]; schande; blaam |
omizutori-御水取り | het putten van water, een ceremonie in het Nigatsudō-heiligdom van het Tōdaiji tempelcomplex in Nara (op 12 maart) |
omochikaeri-お持ち帰り | (slang voor) een onenightstand (liefdesverhouding voor één nacht) |
omoimono-思い者 | geliefde; minnares; bijvrouw |
omoneru-阿る | (Iemand) vleien; naar de mond praten |
omotase-お持たせ | een klein geschenk dat een gastheer [gastvrouw] aan een gast geeft om mee naar huis te nemen |
omotezukai-面使い | één van de bewegingen in Nō theater (het hoofd naar links en rechts draaien om om je heen te kijken) |
omouni-思うに | mijns inziens; naar mijn mening |
omousama-思うさま | naar hartelust |
omouzonbun-思う存分 | naar hartelust; naar volle tevredenheid; volop; met volle teugen; tot het uiterste; zonder zich in te houden |
ōmugaeshi-鸚鵡返し | het (iemand) napraten; papegaaien |
on-恩 | (verleende) gunst; genade; verplichting |
ōnā-オーナー | eigenaar; eigenares; bezitter |
onanī-オナニー | masturbatie; zelfbevrediging; onanie |
ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door eigenaars beheerd (flat)gebouw |
onbuzuman-オンブズマン | (uit het Zweeds: ombudsman) ombudsman (onafhankelijke ambtenaar voor klachten van burgers) |
onchō-恩寵 | gunst; vriendelijkheid; genade |
onchō-音調 | ritme; intonatie |
ongusutorōmu-オングストローム | ångström (eenheid van lengte, 10⁻¹⁰ meter = 0,1 nanometer) |
onjō-温情 | warme gevoelens; medeleven; genade; welwillendheid |
onomatope-オノマトペ | onomatopee (klanknabootsend woord) |
onrī-オンリー | (direct na de Tweede Wereldoorlog) een prostituee die één buitenlander (van de bezettingsmacht) als enige klant had |
onsen-温泉 | warmwaterbron; (natuurlijk) warmwaterbad |
onushi-御主 | jij, u (wanneer je verwijst naar gelijken of minderen) |
oobagibōshi-大葉擬宝珠 | Hosta sieboldiana |
ookura-大蔵 | Ministerie van Financiën |
ookurashō-大蔵省 | (tot 2001) Ministerie van Financiën |
oomaka-大まか | globaal; bij benadering; vrij; algemeen |
oomidashi-大見出し | grote kop(pen) (over de hele pagina) in kranten of tijdschriften |
ooyoso-大凡 | basis; grondslag; (bij) benadering; in grote trekken; in het algemeen; ruwweg |
oozappa-大ざっぱ | ruw (schatting); ongeveer; bij benadering |
oozeki-大関 | een sumo worstelaar van de op één na hoogste rang |
ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
ōpun・karā・shatsu-オープン・カラー・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
ōpun・porishī-オープン・ポリシー | open (contract) polis (met name bij transportverzekeringen) |
ōpun・rīru-オープン・リール | open spoel (opnameband op haspel) |
ōpun・shatsu-オープン・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
opushon-オプション | keus; keuze; alternatief; mogelijkheid |
ore-俺 | ik; mij (voornamelijk gebruikt door mannen) |
orenji-オレンジ | sinaasappel |
oresama-俺様 | (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord voor) een egoïst; egocentrische [arrogante] man |
orijinaritī-オリジナリティー | originaliteit; oorspronkelijkheid |
orikomipēji-折り込みページ | uitklappagina; uitvouwpagina |
orikomu-折り込む | invoegen; naar binnen vouwen; plooien; zomen (kleding) |
orikuchi-降り口 | bovenaan een trap; de overloop; uitgang; afstap (van een bus) |
orimono-下り物 | vaginale afscheiding; kraamvloed; nageboorte |
oriru-下りる | afdalen; naar beneden gaan [lopen] |
oriru-下りる | naar beneden komen; dalen; vallen; (b.v.gordijn; luiken; lift) |
orosu-下ろす | naar beneden halen; laten zakken |
ōrubakku-オールバック | (helemaal) naar achteren gekamd haar (zonder scheiding) |
ōrunaito-オールナイト | de hele nacht (door) |
orutānatibu-オルターナティブ | alternatief; optie; keuze(mogelijkheid); uitweg |
ōrutānatibu-オールターナティブ | alternatief; andere mogelijkheid [optie] |
osae-押さえ | het naar beneden drukken; neerwaartse druk |
osagari-お下がり | (de basis-betekenis is van hoog naar laag) teruggave (m.n. aan de lokale gemeenschap) van offergaven voor de goden |
osagari-お下がり | verplaatsing (vanuit een stad) naar een rustieke [landelijke] omgeving [locatie] |
ōsei-王制 | monarchie; koningschap |
ōsen-応戦 | reactie op een aanval; tegenaanval |
ōsensuru-応戦する | terugvechten; een tegenaanval uitvoeren |
oshakasama-御釈迦様 | (erend) eigennaam van de (historische) Boeddha Shakamuni |
ōshi-横死 | onverwachte [onnatuurlijke; plotselinge; gewelddadige] dood |
oshikakeru-押しかける | (van mensen) te hoop lopen; toestromen; met z'n allen tegelijk naar binnen gaan |
oshiroibana-白粉花 | (plant, Mirabilis jalapa) nachtschone; wonder van Peru |
oshisemaru-押し迫る | op komst [op handen] zijn; naderen; dichterbij komen |
oshite-押し手 | de linkerhand bij het bespelen van snaarinstrumenten zoals luit, citer, e.d. |
oshitsukeru-押し付ける | duwen [vastzetten; houden] (tegen); (ergens) tegenaan drukken |
oshitsumaru-押し詰まる | het naderen van het einde van het jaar; het teneinde lopen van een jaar |
oshitsumaru-押し詰まる | urgent [dringend; penibel] worden; het naderen van een deadline |
oshitsumeru-押し詰める | proppen [stouwen; klemmen] in; in het nauw [een hoek] drijven |
oshō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Zen boeddhisme) |
oshō-和尚 | benaming voor een courtisane uit de hogere klasse |
ōso-応訴 | tegenaanklacht; wederbeschuldiging (van een aangeklaagde tegen de aanklager) |
osoba-御側 | vazal; dienaar (van een edelman) |
osozakura-遅桜 | late bloei [nabloei] van de kersenbloesems |
osukā-オスカー | Oscar (voornaam) |
ōtai-横隊 | rij; formatie [opstelling] naast elkaar |
otchokochoi-おっちょこちょい | achteloos; onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel |
otchokochoi-おっちょこちょい | een achteloos [onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel] persoon |
otoshigo-落とし子 | bijproduct; consequentie; nasleep |
otte-追って | later; daarna; naderhand; nadien |
ottegaki-追って書き | een postscriptum (PS); nawoord |
ottsukattsu-おっつかっつ | bijna hetzelfde; bijna gelijk; zo goed als |
ou-追う | (ver)volgen; achtervolgen; najagen |
ou-追う | nastreven |
oyaji-親父 | huisbaas; baas; eigenaar (van winkel, restaurant, e.d.) |
oyasumi-お休み | (beleefd) slapen; gaan slapen; naar bed gaan |
oyasumi-お休み | (afk. voor) welterusten; goedenacht |
oyasuminasai-お休みなさい | welterusten; goedenacht |
oyatsu-お八つ | tussendoortje; snack; hapje tussen de maaltijden |
oyoso-凡そ | ongeveer; bij benadering |
ōzen-怏然 | onaangenaam [onprettig] gevoel |
pā-パー | equivalent; van gelijke waarde; nominale waarde |
pachipachi-ぱちぱち | geknetter; knappend geluid |
paichūkanshi-パイ中間子 | (natuurkunde) elementair deeltje pimeson |
painappuru-パイナップル | ananas |
pairekkusu・garasu-パイレックス・ガラス | pyrex glas (merknaam voor hittebestendig glas) |
pajama-パジャマ | pyjama (nachtkleding) |
pajama・kōru-パジャマ・コール | nachtelijk telefoontje; een telefoongesprek 's avonds laat |
pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) herhaaldelijk openend en sluitend (van de mond); naar lucht happend |
pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) verorberend; naar hartelust etend; opslokkend; verslindend; |
pakuru-ぱくる | met grote happen eten; (eten) naar binnen schrokken |
panama-パナマ | Panama |
panpan-ぱんぱん | (onomatopee) pang pang; geluid van geknal [schoten; vuurwerk, etc.) |
panpan-パンパン | prostituee (in de jaren van de bezetting van Japan door Amerika na de Tweede Wereldoorlog) |
papa-パパ | een woord gebruikt door een vrouw om haar man of minnaar aan te spreken |
papa-パパ | in de katholieke kerk de bijnaam van de paus |
parapara-ぱらぱら | (onomatopee) in kleine hoeveelheden (druppels, e.d.) naar beneden vallend (het geluid daarbij): gedruppel; gekletter |
paresuchina-パレスチナ | Palestina |
parōru-パロール | (een term van de taalkundige Ferdinand de Saussure) taaluiting; woorden (concreet taalgebruik) |
parunashian-パルナシアン | Parnassiens, een school van Franse esthetische dichters uit de late 19e eeuw |
pasokon-パソコン | pc (personal computer) |
patchi-パッチ | strakke [nauwsluitende] broek |
penanto-ペナント | wimpel; vaan; signaalvlag; kampioenschapsvlag |
penanto・rēsu-ペナント・レース | kampioensvlag-race (de laatste wedstrijd om het kampioenschap van de competitie, met name in honkbal) |
pentagon-ペンタゴン | Pentagon, hoofdkwartier van het Amerikaans ministerie van Defensie (zo genoemd naar de vorm van het gebouw) |
pen・nēmu-ペン・ネーム | pseudoniem; schrijversnaam |
perusona-ペルソナ | personage (in literatuur en toneel) |
pēzurī-ペーズリー | paisley, abstract kleurenpatroon in stoffen (genoemd naar de plaats Paisley in Schotland, waar kasjmier sjaals met paisley motief werden gefabriceerd) |
pichikāto-ピチカート | pizzicato; (snaren) tokkelend (muziekterm) |
pijama-ピジャマ | pyjama (nachtkleding) |
pirugurimu・fāzāzu-ピルグリム・ファーザーズ | Pilgrim Fathers (groep Engelse puriteinen, die in 1620 naar Amerika gingen en daar een kolonie stichtten) |
pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
pī・dī・ē-ピー・ディー・エー | (personal digit assistent) draagbare elektronische organiser met display (uit de jaren 1990) |
pī・efu・ai-ピー・エフ・アイ | (private finance initiative) particuliere financieringsinitiatieven |
pī・emu-ピー・エム | (post meridiem) na de middag |
pī・esu-ピー・エス | postscript(um); naschrift |
pī・etchi・esu-ピー・エッチ・エス | (personal handy-phone system) mobiel netwerksysteem met laag stroomverbruik (ontwikkeld in Japan) |
pī・kēsen-ピー・ケー戦 | (penalty kick shoot-out) strafschoppenserie om een wedstrijd te beslissen |
pojitibu・apurōchi-ポジティブ・アプローチ | positieve aanpak [benadering; houding] |
ponchi-ポンチ | punch (een drankje van vruchtensap en suiker, met wijn, rum of cognac) |
poronēzu-ポロネーズ | (Poolse dans en muziek) polonaise |
posuto-ポスト | nadat; later |
posutosukuriputo-ポストスクリプト | postscript(um); naschrift; PS |
posuto・hābesuto-ポスト・ハーベスト | behandeling [verwerking] van landbouwproducten na de oogst |
potapota-ぽたぽた | (onomatopee) druppelend; druppel na druppel vallend |
potensharu-ポテンシャル | potentiaal; elektrisch vermogen (natuurkunde) |
pōtto-ぽうっと | het bloed stijgt naar het hoofd |
pottode-ぽっと出 | voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaan |
pottode-ぽっと出 | iemand die voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaat |
purachina-プラチナ | platina (chem. element) |
puraisu・rīdāshippu-プライス・リーダーシップ | prijsleiderschap (systeem waarin marktprijzen worden bepaald door toonaangevende, machtige bedrijven) |
puramoderu-プラモデル | handelsmerknaam voor een plastic model |
puranaria-プラナリア | planaria (platworm) |
purazuma-プラズマ | (natuurkunde) plasma (elektrisch neutrale gasmassa) |
puresu-プレス | de pers; journalisten; media; persberichten |
purēto-プレート | plaat (zoals in naamplaat, nummerplaat, tektonische plaat, etc.) |
purima・donna-プリマ・ドンナ | prima donna, eerste zangeres aan een opera |
purin-プリン | pudding; toetje; nagerecht |
puro-プロ | prof; professional; beroepsspeler |
purofesshonaru-プロフェッショナル | prof; professional; beroepsspeler |
purofinterun-プロフィンテルン | ProfIntern, internationaal syndicaat (ook bekend als de Rode Internationale van Vakbonden, of Rode Vakbondsinternationale, RVI) |
purominensu-プロミネンス | (taalkunde) nadruk; klemtoon |
puromunādo-プロムナード | wandelweg; promenade; boulevard; wandelgang |
pūrusaido-プールサイド | de rand van het zwembad; naast [bij] het zwembad |
rabēji-ラベージ | lavas (plant, Levisticum officinale) |
raberu-ラベル | label; etiket; (informatie)strookje; merkje; naamplaatje |
rabu・hanto-ラブ・ハント | (Eng.: love hunt) zoektocht naar liefde |
rachi-拉致 | ontvoering; kidnapping |
raichō-来朝 | (hist. China, Japan) bezoek aan het hof van een buitenlandse delegatie |
raichōsuru-来聴する | bijwonen; aanwezig zijn; komen luisteren naar |
raidō-雷同 | volgzaamheid (zonder zelf na te denken blind navolgen wat anderen doen) |
raidōsuru-雷同する | napraten; (blind) navolgen (zonder nadenken) |
raigyo-雷魚 | gevlekte slangenkopvis (Channa maculata) |
raigyo-雷魚 | noordelijke slangenkopvis (Channa argus) |
rairā-ライアー | leugenaar |
raisu・bouru-ライス・ボウル | Rice bowl (jaarlijkse nationale American football kampioenschap in Japan) |
raiten-来店 | het komen naar [bezoeken van] een winkel [restaurant] |
raitō-来島 | het komen naar [bezoeken van] een eiland |
rajiotaisō-ラジオ体操 | radio-gymnastiek (in Japan vanaf 1928 verzorgd door de NHK omroeporganisatie) |
rakkan-落款 | signatuur; ondertekening; handtekening |
rakkan'in-落款印 | stempel van de kunstenaar |
raku-絡 | (in kanji combinaties) verbinding; verband; verstrengelen; bij elkaar blijven; aansluiten |
rakujō-落城 | overhandiging van iets dat men niet kan blijven (be)houden; instemming na aanhoudende verzoeken |
rakuyō-洛陽 | Luoyang, een stad in de Chinese provincie Henan (voormalige hoofdstad van China, wordt beschouwd als bakermat van de Chinese cultuur) |
rakuyō-洛陽 | Rakuyo, een andere naam voor Kyoto |
ramusārujōyaku-ラムサール条約 | de Ramsar Conventie; Verdrag [Overeenkomst] van Ramsar (inzake watergebieden van internationale betekenis) |
ran-濫 | (in kanji combinaties) overvloed; overstroming; overdaad; verspreiding |
ran-爛 | (in kanji combinaties) rotten; ontsteken; etteren; glinsteren; fonkelen |
ranpu-ランプ | helling, talud, schans; oprit naar snelweg |
ranritsu-乱立 | het (ongeordend) naast [op] elkaar staan |
rantana-ランタナ | wisselbloem (Lantana camara) |
rasetsu-羅刹 | Rakshasa, een bovennatuurlijk mensenetend wezen (Hindoeïsme en Boeddhisme) |
rashin-裸身 | een naakt lichaam |
rashinzō-裸身像 | naakt standbeeld |
rashishokubutsu-裸子植物 | gymnosperm; naaktzadige plant |
rashonarizumu-ラショナリズム | rationalisme |
ratai-裸体 | naakt lichaam |
razō-裸像 | een naaktfiguur (schilderij of beeld) |
rea-レア | (van vlees) halfrauw; kort gebakken; saignant |
reboryūshon-レボリューション | revolutie; revolutionaire omwenteling |
refarensu・bukku-レファレンス・ブック | naslagwerk; naslagboek |
refarensu・rūmu-レファレンス・ルーム | (studie)zaal met naslagwerken |
rei-隷 | dienaar; slaaf |
reihitsu-麗筆 | erenaam ter aanduiding van een (schrijf)penseel |
reiji-零時 | middernacht; 12 uur 's nachts |
reiwa-令和 | Reiwa, naam van de regeringsperiode (vanaf 1 mei 2019 -) van keizer Naruhito |
reki-暦 | (in kanji combinaties) kalender; almanak |
reki-歴 | (in kanji combinaties) historisch (overzicht); chronologisch |
reki-礫 | (in kanji combinaties) kleine steen |
reki-轢 | (in kanji combinaties) overreden zijn |
rekijitsu-暦日 | kalenderdag gerekend van middernacht tot de volgende middernacht |
rekiran-歴覧 | het (dingen) een voor een (de een na de ander) bekijken [onderzoeken] |
rekishitekikanazukai-歴史的仮名遣い | historisch gebruik van Japanse kana (voor de schrifthervorming van 1946); oude kana schrijfwijze |
rekishō-暦象 | astronomische almanak met de omlooptijd van hemellichamen (planeten, manen sterren, e.d.) |
rekiyū-歴遊 | studiereis (van kunstenaars e.d.) |
rekōdā-レコーダー | opnameapparaat; recorder |
remonēdo-レモネード | limonade; ranja |
remonsui-レモン水 | citroenlimonade |
remon・sukasshu-レモン・スカッシュ | citroenlimonade |
ren-憐 | (in kanji combinaties) medelijden; compassie |
rendaku-連濁 | (Japanse morfonologie) opeenvolgende stemvoering: een stemloze klank wordt stemhebbend in een combinatie van woorden, b,v, はな (花) + ひ (火) = はなび (花火) |
rengō-連合 | combinatie; unie; coalitie |
renjō-連声 | (taalkunde) sandhi (klankbeïnvloeding door naburige klanken binnen een woord of tussen twee woorden) |
renkō-連行 | begeleiding naar een politiebureau (niet geheel op vrijwillige basis) |
rennen-連年 | jaar na jaar; elk jaar |
renrakuwaza-連絡技 | (judo) combinatietechnieken (in een andere richting) |
rensaku-連作 | seriewerk van één kunstenaar |
rentaihoshōnin-連帯保証人 | een gezamenlijke borgsteller [garantsteller]; borgsteller die hoofdelijk aansprakelijk is; medeondertekenaar |
renzokusatsujinhan-連続殺人犯 | seriemoordenaar |
renzokuwaza-連続技 | (judo) combinatietechnieken (in dezelfde richting) |
ren'ya-連夜 | avond na avond; elke avond [nacht] |
repurika-レプリカ | replica; kopie; model; nabootsing |
ressei-劣勢 | minderwaardigheid; nadeel; ongunstige situatie |
retsu-劣 | (in kanji-combinaties) inferieur; lager; sub- |
rēzā・disuku-レーザー・ディスク | laserdisk; Cd-video (een analoge optische schijf voor het bewaren van beeld en geluid) |
rībe-リーベ | (naar het Duits: Liebe) liefde; geliefde; minnaar [minnares] |
rigai-利害 | voordeel en nadeel; winst en verlies |
rigaku-理学 | natuurwetenschap; fysica |
rijikoku-理事国 | lidstaat van een uitvoerend comité in een internationale organisatie |
rījonarizumu-リージョナリズム | regionalisme |
rika-理科 | wetenschap(pen); natuurkunde |
rikaon-リカオン | Afrikaanse wilde hond; hyenahond (Lycaon pictus) |
rikigaku-力学 | dynamica; mechanica |
rikiten-力点 | belangrijk(ste) punt; nadruk |
rikkenkunshusei-立憲君主制 | constitutionele monarchie |
rikushō -陸将 | (militaire rang) luitenant-generaal |
rimupakku-リムパック | the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
rin-林 | (in kanji combinaties) bos; woud |
rin-林 | (in kanji combinaties) verzameling van gelijksoortige dingen of mensen |
rindō-竜胆 | gentiaan ((Gentiana scabra var. buergeri)) |
ringoku-隣国 | buurland; naburig land |
ringu-リング | boksring; piste; arena; strijdperk |
rinin-離任 | overplaatsing naar een andere werkplek [afdeling, bijkantoor] (binnen een bedrijf of instelling) |
rinjinai-隣人愛 | naastenliefde; goede band tussen buren |
rinjō-臨場 | bezoek; aanwezigheid; deelname; bijwoning |
rinka-隣家 | aangrenzend huis; het huis hiernaast |
rinne-輪廻 | (boeddh.) transmigratie; zielsverhuizing; reïncarnatie |
rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
rinseki-隣席 | de stoel ernaast; de volgende stoel |
rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
rinsetsu-隣接 | aangrenzend [naastgelegen] zijn; nabijheid |
rinshitsu-隣室 | aangrenzende kamer; kamer [woning) hiernaast |
rinsho-臨書 | het nauwkeurig overschrijven van kanji naar een (klassiek) schrijfmodel (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
rippōkunshu-立法君主 | constitutionele monarchie |
rireki-履歴 | (natuurkunde) hysteresis |
riseki-離籍 | het verwijderen van een naam uit het familieregister |
risui-離水 | het opstijgen uit [vanaf] het water (van een watervliegtuig, e.d.) |
risuku・manējimento-リスク・マネージメント | risicomanagement; risicobeheer |
risuto-リスト | (naam) List; Liszt |
ritsuryō-律令 | oude Japanse wetgeving, (in de 8ste eeuw geschreven naar Chinese voorbeelden) |
rittaiteki-立体的 | driedimensionaal |
rō-狼 | (in kanji combinaties) wolf; genadeloos; wreed; gemeen |
rō-郎 | (gebruikt in kanji-combinaties) man; jongen; dienaar |
rōbai-狼狽 | verbijstering; verwarring; consternatie; paniek; ontsteltenis |
rōbai-蠟梅 | meloenboompje; winterzoet (Chimonanthus praecox) |
roban-露盤 | een vierkante plaat bovenin een pagode, waarop de sōrin (lang verticaal ornament is geplaatst |
robēji-ロベージ | lavas (plant, Levisticum officinale) |
rogu-ログ | logboek; scheepsjournaal |
rojin-ロジン | colofonium; spiegelhars; vioolhars; pijnhars (natuurlijke hars gewonnen uit naaldbomen, Pinus) |
rojō-路上 | op weg (naar een bestemming, levensdoel, e.d.) |
rokehan-ロケハン | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
rokēshon・hantingu-ロケーション・ハンティング | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
rokkotsu-肋骨 | benaming voor decoratief lint op legeruniformen (tijdens de Russisch-Japanse Oorlog 1904-1905) |
rokubungi-六分儀 | sextant (navigatie instrument) |
rokuga-録画 | video-opname; videoregistratie |
rokuon-録音 | geluidsopname |
rokushō-緑青 | kopergroen; patina |
rōkyoku-浪曲 | ) andere naam voor naniwabushi) verhalende liedjes uit de Edo periode |
ronbaku-論駁 | weerlegging; tegenargument(en) |
ronketsu-論決 | conclusie (na een discussie) |
ronpa-論破 | bestrijding van een theorie, opvatting e.d.; het met tegenargumenten komen |
rōrai-老来 | (bijw.) bij [na] de veroudering |
rōrerai-ローレライ | Lorelei, hoge rots aan de oever van de Rijn bij de Duitse stad Sankt Goarshausen (vernoemd naar de nimf) |
rōrō-朗朗 | resonantie; helder [duidelijk; sonoor] zijn |
rōshenna-ローシェンナ | ruwe ongebrande sienna (verfstof) |
rōsō-老僧 | (woord dat door een oude monnik werd gebruikt om naar zichzelf te verwijzen) ik |
rōsō-老荘 | de eerste karakters van de twee namen van de Chinese filosofen (in the Taoïstische traditie) Lao Zi (老子) en Zhuang Zi (荘子) |
rosu-ロス | verlies; nadeel; schade |
rosuto・jenerēshon-ロスト・ジェネレーション | verloren generatie (m.n. na de eerste WO) |
rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
rottoringupen-ロットリングペン | Rotring pen (merknaam) |
ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
ruihi-類比 | analogie |
ruikon-涙痕 | de sporen die tranen nalaten (op het gezicht) nadat men heeft gehuild |
ruisui-類推 | evenredigheid; redenering bij analogie; het afleiden door te vergelijken |
runba-ルンバ | roomba (merknaam van een robotstofzuiger) |
runesansu-ルネサンス | Renaissance |
runge-ルンゲ | Carl Runge, Duitse wiskundige (1856-1927); Friedlieb Ferdinand Runge, Duitse chemicus (1795-1867); Philipp Otto Runge, Duitse schilder (1777-1810) |
rūzu-ルーズ | los; slap; slordig; ongebonden; onnauwkeurig |
ryakuhuyūkaizai-略取誘拐罪 | de misdaad van het iemand ontvoeren [kidnappen] |
ryakushu-略取 | beroving; plundering; ontvoering; kidnapping |
ryōdo-領土 | eigen grond; grond in eigendom; nationaal grondgebied |
ryōdonari-両隣 | beide naaste buren; buren van beide kanten |
ryōki-猟奇 | op zoek naar het vreemde [curieuze; bizarre; onwerkelijke] |
ryōkū-領空 | het luchtruim (boven het grondgebied) van een natie (en de territoriale wateren) |
ryōshi-量子 | quant; kwantum (natuurkunde) |
ryōshinteki-良心的 | zorgvuldig; nauwgezet |
ryōsho-猟書 | het zoeken naar boeken van uitzonderlijke waarde en beperkte oplage |
ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
ryū-留 | (in kanji combinaties) stoppen; stilstaan; verblijven; verblijf(plaats); (tijdelijke) standplaats; distilleren |
ryū-留 | (astrologie) stationair punt |
ryūdan-榴弾 | granaat; brisantgranaat |
ryūdōsei-流動性 | liquiditeit (financieel) |
ryūsenkei-流線形 | aerodynamische [gestroomlijnde] vorm |
ryūto-リュート | luit (snaarinstrument) |
ryūtsūkikō-流通機構 | distributiesysteem (van producten naar consumenten) |
sa-鎖 | (in kanji combinaties) ketting; slot; vergrendeling; sluiting |
sabaku-佐幕 | aanhankelijkheid [trouw] aan het shogunaat |
sābanto-サーバント | bediende; dienaar; dienares |
sabetsu-差別 | discriminatie |
sābisu・saizu-サービス・サイズ | het formaat van een foto [kleurendruk)] (die goedkoop kan worden aangeboden door in grote hoeveelheden machinaal af te drukken) |
sabo-サボ | sabotage; staking; stiptheidsactie; langzaamaanactie |
saboru-サボる | spijbelen; (werk) veronachtzamen; onproductief zijn |
sabotāju-サボタージュ | sabotage; staking; stiptheidsactie; langzaamaanactie |
saburiminaru-サブリミナル | subliminaal; onderbewust |
saburiminarukōkoku-サブリミナル広告 | subliminale reclame (zonder dat de consument zich ervan bewust is) |
sagashimono-探し物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
sagasu-探す | zoeken; op zoek gaan (naar) |
sage-下げ | verlaging; het naar beneden brengen; laten zakken |
sageru-下げる | (naar beneden) hangen; bungelen |
sagesumu-蔑む | minachten; verachten; neerkijken op |
saguru-探る | (rond)tasten; zoeken [voelen] naar |
sai-彩 | (in kanji combinaties) kleur; kleurstelling; (mooie) kleurschakering; glans |
saidā-サイダー | frisdrank; priklimonade |
saidobijinesu-サイドビジネス | bijbaan; nevenactiviteit |
saigokusanjūsansho-西国三十三所 | Saikoku pelgrimage naar 33 tempels gewijd aan Kanon (in de Kansai regio van Japan) |
saigoppe-最後っ屁 | laatste wanhopige poging [toevlucht; tactiek; redmiddel] (zoals van een wezel in het nauw, die een vieze geur uitstoot om de vijand te verjagen) |
saihō-裁縫 | naaiwerk |
saijitsu-祭日 | (nationale) feestdag; festivaldag |
saika-災禍 | (natuur)ramp; catastrofe; calamiteit; onheil; ongeluk |
saikai-再会 | reünie; hereniging; bijeenkomst (van alumni e.d.) na een lange tussentijd |
saikeikoku-最恵国 | meest begunstigde natie (voor handel) |
saiken-細見 | nauwkeurige inspectie |
saikoanarishisu-サイコアナリシス | psychoanalyse |
saikōkeieisha-最高経営者 | topmanager |
saikuraminsannatoriumu-サイクラミン酸ナトリウム | Natriumcyclamaat |
saiminzai-催眠剤 | slaapmiddel; narcoticum; hypnoticum |
saimitsu-細密 | gedetailleerdheid; precisie; nauwgezetheid |
saimusha-債務者 | schuldenaar; debiteur |
sairen-サイレン | sirene (geluidssignaal) |
sairoku-再録 | heropname; opnieuw opnemen |
sairuidan-催涙弾 | traangasgranaat |
sairyō-裁量 | (discretionaire) beslissingsbevoegdheid |
sairyōrōdōsei-裁量労働制 | discretionair arbeidssysteem (waarin lonen worden betaald op basis van vooraf bepaalde hoeveelheid gewerkte tijd i.p.v. van de werkelijke werkuren) |
saisentan-最先端 | het allernieuwste; toonaangevende; avant-garde |
saishin-細心 | nauwkeurigheid; precisie |
saishūsen-最終戦 | eindwedstrijd; finale |
saitai-臍帯 | navelstreng |
saiuyoku-最右翼 | dominant persoon; sterkste mededinger [deelnemer]; degene met de meeste kans (om te winnen) |
saiyō-採用 | gebruik; toepassing; aanname; introductie |
sakamuke-逆剝け | (de plaats waar de huid langs de nagel in ingescheurd) nijnagel; dwangnagel; stroopnagel |
sakana-肴 | versnaperingen [hapje(s)] bij een drankje |
sakanoboru-遡る | dateren (uit); teruggaan naar [tot] |
saki-先 | de (nabije) toekomst |
saki-左記 | (verwijzing links van een verticale Japanse tekst, van rechts naar links geschreven) zoals volgt; zoals hierna aangegeven |
sakkaku-錯覚 | waanvoorstelling; zinsbegoocheling; hallucinatie |
sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
saku-朔 | de kalender voor het nieuwe jaar die de keizer in China (in vroegere tijden) aan het eind van het jaar aan vorsten gaf |
sakugen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
sakui-作為 | namaak; pretentie; doen alsof |
sakuraebi-桜海老 | sakuragarnaal (Sergia lucens) |
sakuragai-桜貝 | (kleine) roze zeeschelp (Nitidotellina nitidula) |
sakusaku-サクサク | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend |
sakusha-作者 | maker van een kunstwerk; kunstenaar |
sakuya-昨夜 | gisteravond; gisternacht |
san-山 | (in kanji combinaties) berg |
san-纂 | (in kanji combinaties) verzamelen; samenstellen |
san-蚕 | (in kanji combinaties) zijderups |
sanatoriumu-サナトリウム | sanatorium; kuuroord |
sanbagarasu-三羽烏 | (go-spel) een diagonale lijn van drie zwarte of drie witte stenen |
sandatsu-簒奪 | usurpatie; wederrechtelijke inbezitname (van de troon) |
sandō-参道 | de toegangsweg naar een tempel of heiligdom |
sanfujinka-産婦人科 | verloskunde en gynaecologie |
sange-山家 | (boeddh.) school die in directe lijn is verbonden aan de Tendai-sekte (in China) |
sange-山家 | (andere naam voor) de Enryaku hoofdtempel op Hieizan |
sangiin-参議院 | het Japanse Hogerhuis (vanaf 1947) |
sangokuichi-三国一 | ongeëvenaard [uniek] in Japan, China en India |
sanka-参加 | deelname; deelneming; participatie; inschrijving |
sankahi-参加費 | deelnamekosten |
sankaku-参画 | deelname aan de planning; een aandeel hebben in een plan |
sanke-産気 | signalen in de laatste fase van bevalling dat het kind geboren gaat worden |
sankō-三更 | de derde [middelste] periode [wacht] van de nacht |
sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
sankō-参向 | naar een persoon met een hoge rang gaan |
sankō-山行 | naar de bergen gaan (om te wandelen, klimmen, etc.) |
sankōsho-参考書 | naslagwerk; referentiewerk |
sankuchuari-サンクチュアリ | natuurreservaat |
sankyō-山峡 | kloof; ravijn; ((nauwe) vallei |
sanmon-三門 | driedelige toegangspoort bij een tempel (m.n. een grote in het midden met twee kleine ernaast) |
sanmon-山門 | (een andere naam voor) de Hieizan Enryakuji-tempel |
sanpiryōron-賛否両論 | voor- en tegenargumenten; pro en contra |
sanranriron-散乱理論 | verstrooiingstheorie (wis- en natuurkunde) |
sansagari-三下がり | (methode om de shamisen te stemmen) verlaging van de derde snaar met een hele toon |
sansei-参政 | participatie [deelname] aan de politiek |
sansei-参政 | lid van het Edo-shogunaat |
sansen-参戦 | deelname aan een oorlog; het ten strijde gaan [trekken] |
sansen-参戦 | (sport) deelname aan een competitiewedstrijd |
sansha-三舎 | in historisch China de afstand van een 3 daagse marstocht door een leger (ca. 36km) |
sanshin-三線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
sanshisuimei-山紫水明 | natuurschoon; mooi landschap |
sanshōsuru-参照する | consulteren; raadplegen; verwijzen naar; refereren aan |
sansui-山水 | landschap (natuur); landschap (schilderij) |
santarō-三太郎 | (spotnaam) grote dwaas; idioot |
sanzendaisensekai-三千大千世界 | de grenzenloze kosmos [drieduizend werelden} na Boeddha's verlichting |
sanzō-三蔵 | Tripitaka (of Tipitaka) (verwijst naar drie dingen in het boeddhisme: Ritsuzo, Kyozo en Ronzo) |
san'in-参院 | het Japanse Hogerhuis (vanaf 1947) |
saran-サラン | Saran (handelsnaam voor polyethyleen voedselverpakking van S.C. Johnson & Son) |
sarubarusan-サルバルサン | Salvarsan (merknaam voor arsfenamine) |
sarumane-猿真似 | na-aperij |
sashibashi-刺し箸 | eetstokjes gebruikt om in eten te prikken en het daarna in de mond te stoppen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
sashichigaeru-刺し違える | (bij sumo, verkeerde beslissing van de scheidsrechter) de verkeerde worstelaar als winnaar aanwijzen |
sashichigaeru-差し違える | een fout maken bij het bepalen van de winnaar (b.v. bij sumo) |
sashiosae-差し押え | inbeslagname; beslaglegging; (financiële) executie |
sasu-刺す | naaien; borduren |
sasu-指す | wijzen (naar); aanwijzen; richten (op) |
sasu-指す | verwijzen (naar); refereren (aan) |
sasuga-流石 | (naar) verwachting |
satoyama-里山 | bergen en bossen nabij een bevolkt gebied (waarbij de bewoners in hun levensbehoeften daarvan afhankelijk zijn) |
satsujin-殺人 | moordenaar |
satsujinhan-殺人犯 | moordenaar |
sauna-サウナ | (Fin.: sauna) sauna; stoombad |
saya-サヤ | prijsverschil op de (financiële) markt |
sayamaki-鞘巻 | een kort zwaard zonder rand (zoals door samurai naast hun lange zwaard werd gedragen) |
sayo-小夜 | nacht |
sayoarashi-小夜嵐 | krachtige avondwind; stormachtige wind in de nacht [avond] |
sayokyoku-小夜曲 | serenade |
sayori-細魚 | een straalvinnige vis, halfsnavelbek (Hyporhamphus sajori) |
sayuri-小百合 | (een poëtische naam voor) een lelie |
sazare-細 | (in kanji combinaties) klein; smal |
sei-姓 | familienaam |
sei-棲 | (in kanji combinaties) leven; wonen |
seibyō-聖廟 | heilig mausoleum (in China met Confucius, in Japan met Sugawara no Michizane) |
seichi-聖地 | (Christendom) het Heilige Land; Palestina; Jerusalem; het Vaticaan |
seichijunrei-聖地巡礼 | bedevaart naar een heilige plaats [het heilige Land] |
seichō-成長 | groei; toename; vergroting; vermeerdering |
seido-精度 | precisie; nauwkeurigheid; accuratesse |
seido-西土 | landen in het westen (vanuit het perspectief van Japan, b.v. China of India) |
seifū-清風 | verfrissende wind; aangename (koele) bries |
seiheki-性癖 | natuurlijke aanleg; aard; karakter |
seiiki-西域 | westelijke gebieden van China |
seiiki-西域 | gebieden van het Midden-Oosten aan de westelijke grenzen van China |
seiiku-成育 | levensontwikkeling; groei [ontwikkeling] (vanaf de geboorte) |
seiippai-精一杯 | uit alle macht; naar (iemand's) beste vermogen; zo goed mogelijk |
seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
seijinnohi-成人の日 | (nationale feestdag) dag van de volwassenwording (2de maandag in januari, als iemand 20 jaar wordt) |
seijū-西戎 | Xirong, een term die in het oude China werd gebruikt voor verschillende etnische groepen in het westen, zoals Turken en Tibetanen |
seijun-正閏 | wettige- en onwettige dynastieën |
seikoku-正鵠 | hoofdpunt; voornaamste punt |
seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
seimei-姓名 | persoons naam (voor- en achternaam) |
seimei-盛名 | goede [uitstekende] reputatie [naam] |
seimitsu-精密 | precisie; nauwkeurigheid; nauwgezetheid; accuratesse; gedetailleerdheid |
seinen-青年 | de jeugd; jongere(n); jongere generatie; een jong iemand; teenager; tiener |
seisabetsu-性差別 | seksuele discriminatie; seksisme |
seisankanri-生産管理 | productie management [beheer] |
seisannin-清算人 | curator; liquidateur; vereffenaar |
seisei-精製 | zorgvuldige [nauwkeurige] fabricage [vervaardiging] |
seishi-静止 | stilstand; stagnatie; bewegingloosheid |
seishinbunseki-精神分析 | psychoanalyse |
seishitsu-正室 | (arch.) erfgenaam; opvolger |
seisokubasho-生息場所 | (van mens, plant of dier) natuurlijk leefgebied; habitat |
seitai-臍帯 | navelstreng |
seitai-静態 | statisch [stationair] zijn |
seitaimosha-声帯模写 | vocale mimiek; nabootsing van een stem |
seitakaawadachisō-背高泡立草 | Canadese guldenroede (Solidago altissima) |
seitō-精到 | nauwkeurig [precies; nauwgezet; gedetailleerd] zijn |
seiya-星夜 | sterrennacht; avond [nacht] met sterrenlicht |
seiya-晴夜 | heldere nacht |
seiya-清夜 | heldere nacht [avond] |
seiyaku-誓約 | eed; belofte; convenant |
seiyakusho-誓約書 | schriftelijke eed [gelofte]; convenant |
seiyōhashibami-西洋榛 | hazelaar (Corylus avellana) |
seizen-西漸 | westwaartse beweging; het naar het westen gaan [trekken] |
sēji-セージ | salie (Salvia officinalis) |
sekaiteki-世界的 | internationaal; wereldwijd; mondiaal |
sekando・raifu-セカンド・ライフ | een tweede leven (met name na pensionering) |
sekenshirazu-世間知らず | onwetend [naïef; niet wereldwijs] zijn |
seki-夕 | (in kanji combinaties) avond |
seki-昔 | (in kanji combinaties) vroeger; in het verleden; lang geleden |
sekidō-赤道 | evenaar; equator |
sekirara-赤裸裸 | naaktheid |
sekkaichisso-石灰窒素 | kalkstikstof; calciumcyanamide |
sekkin-接近 | nadering; benadering |
sekkin-接近 | toenadering |
sekushizumu-セクシズム | seksisme; seksuele discriminatie |
sekusutashī-セクスタシー | (seks + ecstacy) een combinatie van de woorden seks en extase |
semai-狭い | smal; nauw |
semakimon-狭き門 | (Mat. 7: 13-14) nauwe poort (tot de religieuze waarheid) |
semantikku・anarishisu-セマンティック・アナリシス | semantische analyse |
semen-セメン | (afk. voor semen cina) (zaden van) wormkruid (Artemisia cina) |
semenshina-セメンシナ | (zaden van) wormkruid (Artemisia cina) |
semi-セミ | half; bijna; deels |
semifainaru-セミファイナル | halve finale |
seminarī-セミナリー | seminarie; theologische hogeschool; priesteropleiding |
semipuro-セミプロ | een semiprof [semiprofessional] |
sen-煎 | (in kanji combinaties) roosteren; grillen |
sen-線 | lijn (fig.); benadering |
sen-賤 | (in kanji combinaties) lage stand [status; rang] |
sen-践 | (in kanji combinaties) (op)stappen; staan (op); lopen |
sengo-戦後 | na de oorlog; naoorlogse periode (m.n. na de Tweede Wereldoorlog) |
sengokujidai-戦国時代 | tijdperk van oorlogvoerende staten in China (770-221 v. Chr.) |
senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
senka-泉下 | het hiernamaals; de onderwereld; Hades |
senkai-仙界 | plek waar kluizenaars wonen; afgelegen retraite |
senkō-専行 | eigengereidheid; het handelen op eigen gezag [naar eigen goeddunken]; het willekeurig handelen |
senkotsu-仙骨 | kluizenaarsbestaan; het uiterlijk van een kluizenaar |
senkyōshi-宣教師 | missionaris; zendeling |
senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
sennin-仙人 | taoïstische of boeddhistische asceet (woonachtig in een berggebied) |
sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
senpuku-船腹 | tonnage van een schip |
sensaku-詮索 | doorzoeking; onderzoeking; navorsing; verkenning |
senshuken-選手権 | voorselectie kwalificatie van een atleet [sportman/-vrouw] (voor internationale competities e.d.) |
sensoku-船側 | nabij [in de buurt van] een boot [schip] |
sentaringu-センタリング | tekst in een document uitlijnen vanaf het midden |
sentō-尖塔 | torenspits; minaret |
sento-遷都 | verplaatsing van de hoofdstad naar een andere locatie |
sentobinsento・gurenadīn-セントビンセント・グレナディーン | Saint Vincent en de Grenadines |
sen'un-戦雲 | onheilspellende [donkere] wolken als teken van de naderende oorlog |
sen'ya-先夜 | de afgelopen nacht; gisternacht |
serenāde-セレナーデ | serenade |
serenādo-セレナード | serenade |
seri-芹 | Japanse peterselie; Java waterdropkruid (Oenanthe javanica) |
sesshu-接種 | inenting; vaccinatie |
sesshu-摂取 | absorptie; opname (van voedsel, e.d.); inname |
sesuna-セスナ | Cessna, (Amerikaans) licht vliegtuig |
setchū-折衷 | compromis; eclecticisme; combinatie van stijlen [denkvormen; werkwijzen] |
setsu-設 | (in kanji combinaties) installeren; voorbereiden; inrichten; vestigen |
setsu-説 | gerucht; (alternatieve) versie; interpretatie |
setsubō-切望 | een vurig [intens] verlangen [streven] (naar) |
setsuzoku-接続 | verbinding; aansluiting; lasnaad; knooppunt |
settoōru-セットオール | gelijke stand in sets bij tennis, tafeltennis, e.d. (waarna een afsluitende set wordt gespeeld om een winnaar aan te wijzen) |
setto・sukuramu-セット・スクラム | (rugby) scrum (na het commando: set, mogen de spelers inkomen) |
seyo-施与 | liefdadigheid; het geven van een aalmoes; dispensatie; genade |
seze-世世 | generaties lang; vele generaties; generatie na generatie |
sha-車 | (in kanji combinaties) auto; wagen; voertuig; kar |
shageki-射撃 | (artillerie)beschieting (zoals vanaf marineschepen e.d.) |
shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een shinto heiligdom |
shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een bedrijfsorganisatie |
shakaimen-社会面 | (in een krant) de pagina met berichten over algemene [lokale] gebeurtenissen in de samenleving |
shaketsu-瀉血 | bloedafname; aderlating |
shakishaki-しゃきしゃき | (onomatopee) knisperend; knapperig (van verse groenten) |
shakitto-しゃきっと | (onomatopee) knisperend; krokant; knapperig |
shakkan-借款 | internationale lening |
shakkei-借景 | tuinarchitectuur waarbij men het omringende, natuurlijke landschap gebruikt als onderdeel van de tuin |
shako-硨磲 | groot (tweekleppig) schelpdier (Tridacninae) |
shaku-社区 | woongemeenschap; samenleving (m.n. in de Volksrepubliek China) |
shakyō-写経 | het overschrijven [kopiëren] van een soetra (voor studie, ter nagedachtenis van een overledene, e.d.) |
shamei-社名 | de naam van een bedrijf [organisatie, vereniging, heiligdom, e.a.) |
shamisen-三味線 | shamisen (driesnarig muziekinstrument) |
shamo-シャモ | een term die door de Ainu wordt gebruikt om te verwijzen naar niet-Ainu Japanners |
shamu-シャム | Siam (oude naam voor Thailand) |
shasen-斜線 | schuine lijn; schuine streep (naar voren); diagonaal |
shashinhan-写真班 | persfotograaf; fotojournalist(en) |
shi-姿 | (in kanji combinaties) vorm; figuur |
shi-紙 | (in kanji combinaties) papier |
shi-視 | (in kanji combinaties) zien; beschouwen |
shiasatte-明明後日 | de dag na overmorgen; over 3 dagen |
shibiretake-痺れ茸 | Psilocybe venenata (paddenstoelensoort) |
shibo-思慕 | een diep verlangen (naar); sterke verbondenheid (met) |
shibun-斯文 | deze studie; dit onderzoeksgebied (met name van het Confucianisme) |
shichidō-七道 | de 7 districten van het oude Japan (Tōkaidō, Tōsandō, Hokurikudō, San'yōdō, San'indō, Nankaidō en Saikaidō) |
shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de wisselbloem (Lantana camara) |
shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de Japanse hortensia (Hydrangea macrophylla) |
shidō-祠堂 | monetaire donaties voor ceremonies voor voorouders en om de tempelgebouwen in stand te houden |
shidōsen-祠堂銭 | monetaire donaties voor ceremonies voor voorouders en om de tempelgebouwen in stand te houden |
shigai-市外 | buiten [nabij] de stadsgrens |
shigaku-志学 | verlangen [streven] naar kennis [studie] |
shigen'enerugīchō-資源エネルギー庁 | Agentschap voor Natuurlijke Hulpbronnen en Energie (Japan) |
shigo-死後 | na de dood; na overlijden |
shigō-諡号 | postuum toegekende naam [titel] |
shigunaru-シグナル | signaal; sein |
shihainin-支配人 | manager; beheerder |
shihōkeisatsuin-司法警察員 | wetsdienaar |
shihōkeisatsushokuin-司法警察職員 | administratief wetsdienaar |
shii-椎 | naaldboom Castanopsis cuspidata (Japanse Chinquapin) |
shiira-シイラ | (Coryphaena hippurus) goudmakreel; dolphinfish; mahimahi; dorado |
shijidaimeishi-指示代名詞 | (taalkunde) aanwijzend voornaamwoord |
shijigo-指示語 | (taalkunde) demonstratief; aanwijzend [deiktisch) (voornaam)woord |
shijishi-指示詞 | (taalkunde) demonstratief; aanwijzend (deiktisch] (voornaam)woord |
shijō-紙上 | ruimte op een pagina (van een krant, tijdschrift e.d.) |
shijōteitai-市場停滞 | stagnatie van de markt |
shikai-志怪 | Zhiguai, verhalen over het miraculeuze (genre in de Chinese literatuur vanaf de 3e eeuw) |
shikakehin-仕掛品 | onderhanden werk (term in de financiële administratie voor producten die nog niet gereed zijn en waarvoor nog geen factuur gestuurd is) |
shikan-止観 | (een andere naam voor) Tendai boeddhisme |
shikenkan-試験官 | examinator |
shikin-至近 | zeer nabij; dicht in de buurt; in de directe omgeving |
shikin-資金 | fonds(en); kapitaal; financiële middelen |
shikingen-資金源 | financieringsbron; geldbron |
shikinguri-資金繰り | fondsenwerving; geldinzameling; financiering |
shikinhikidashi-資金引き出し | geldopname (uit fonds) |
shikkōyaku-執行役 | uitvoerend functionaris [bestuurder; manager] (belast met de bedrijfsvoering) |
shiko-四顧 | het kijken in alle (vier) richtingen [naar alle kanten]; in de buurt [omgeving] |
shikonnobotan-紫紺野牡丹 | Tibouchina; Spinnenbloem (Tibouchina urvilleana) |
shikukatsuyō-シク活用 | de klassieke shiku-vorm van bijvoeglijke naamwoorden (b.v. utsukushiku 'mooi') (in Modern Japans utsukushii) |
shikushiku-しくしく | doffe knagende pijn |
shikyū-四球 | (honkbal) vrije loop naar eerste honk |
shimaaji-縞味 | zomertaling (soort eend: Anas querquedula) |
shimanagashi-島流し | (historisch) verbanning naar een afgelegen eiland of een plaats ver weg |
shimanagashi-島流し | (heden) [gedwongen] overplaatsing naar een andere afdeling in een organisatie; een vorm van demotie |
shimei-氏名 | achternaam [familienaam] en voornaam |
shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
shimen-紙面 | papieroppervlak; paginaruimte; ruimte op een pagina |
shimetta-湿った | vochtig; nat |
shimi-衣魚 | zilvervisje (insect: Lepisma saccharina) |
shimobashira-霜柱 | ijsnaalden (lang dun ijskristal) |
shimon-諮問 | consultatie; navraag; (vraag om) advies |
shīmuresu-シームレス | naadloos |
shīmuresu・sutokkingu-シームレス・ストッキング | naadloze kousen |
shimyurēshon-シミュレーション | simulatie; nabootsing |
shin-寝 | (in kanji combinaties) slaap; slapen |
shin-新 | (in kanji combinaties) nieuw |
shin-薪 | (in kanji combinaties) brandhout |
shin-辛 | (in kanji combinaties) pittig; bitter; heet; scherp |
shina-しな | (achtervoegsel) op het moment; na; toen |
shina-支那 | China (een oude benaming, werd in oorlogstijden ook wel denigrerend gebruikt) |
shinachiku-支那竹 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
shinagōgu-シナゴーグ | synagoge; synagoog |
shinamon-シナモン | kaneelboom (Cinnamomum zeylanicum) |
shinansha-指南車 | oud Chinees rijtuig (met een kompas waarvan de naald altijd het Zuiden aangeeft) |
shinapusu-シナプス | synaps; schakelpunt |
shinario-シナリオ | scenario; script |
shinario・raitā-シナリオ・ライター | scenarioschrijver |
shinbun'ya-新聞屋 | krantenjournalist; verslaggever |
shinifian-シニフィアン | (taalkunde) de betekenaar; het betekenende; het concept (signifier) |
shiniisogu-死に急ぐ | zich haasten naar de dood; snel op weg zijn naar de dood; op weg naar een voortijdige dood zijn |
shinjin-神人 | (in Okinawa) een meisje die in een Shintō-heiligdom werkt |
shinjitai-新字体 | nieuwe (vereenvoudigde) vorm van Japanse kanji schriftstijl (na de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
shinkā-シンカー | (honkbal) een snelle bal die naar beneden en naar de binnenkant afbuigt |
shinka-臣下 | dienaar; vazal; onderdaan |
shinkanazukai-新仮名遣い | de nieuwe kana schrijfwijze [spelling]; de nieuwe regels voor het gebruik van kana, met name de regels zoals vastgesteld door het kabinet in 1964 |
shinkara-心から | van nature; oprecht; uit de grond van mijn hart; van harte |
shinkenpō-新憲法 | nieuwe grondwet (m.n. de naoorlogse grondwet van Japan) |
shinki-新奇 | originaliteit; nieuwigheid |
shinkirō-蜃気楼 | luchtspiegeling; fata morgana |
shinkyū-新旧 | oud en nieuw; oudejaarsnacht en nieuwjaarsdag |
shinmitsu-親密 | nauwe [hechte] relatie |
shinnāchūdoku-シンナー中毒 | vergiftiging door het inademen van verfverdunner |
shinnyo-信女 | achtervoegsel voor de postume Boeddhistische naam van een vrouw |
shinobikomu-忍び込む | insluipen; ergens naar binnen sluipen |
shinobiyoru-忍び寄る | naderbij sluipen [kruipen] |
shinpen-身辺 | in je nabijheid; in je naaste omgeving |
shinpukusuru-信服する | geloven in; overtuigd zijn; navolgen |
shinrabanshō-森羅万象 | de Natuur; alles in de natuur; de Schepping; het Universum |
shinrui-進塁 | (honkbal) het doorlopen naar het volgende honk |
shinsei-心性 | natuur; aard; karakter; gemoed |
shinshi-進士 | (Oud China) iemand die is geslaagd voor een examen om in overheidsdienst te treden |
shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
shinshin-深深 | stil zijn (m.n. in de nacht) |
shintaisō-新体操 | ritmische gymnastiek |
shintō-新刀 | een zwaard gemaakt na 1615 |
shin'etsu-信越 | regio aan de Japanse Zee (ten westen van Tokio; Nagano en Niigata) |
shin'ya-深夜 | middernacht |
shin'yōju-針葉樹 | naaldboom |
shiori-撓り | (één van de basisprincipes van haiku) het doordringen van de geest [ziel] bij het beschouwen van de natuur |
shippaisuru-失敗する | mislukken; zakken (voor een examen, etc.); tekortschieten; iets verknallen [verknoeien]; een flater slaan; een domme fout begaan |
shirahata-白旗 | witte vlag (internationaal symbool van vrede, wapenstilstand en overgave) |
shiraku-刺絡 | aderlating; bloedafname |
shiratsuyu-白露 | witte {glinsterende] dauw (bij de overgang van zomer naar herfst) |
shirei-死冷 | lijkkoude; algor mortis (dalende lichaamstemperatuur na overlijden) |
shirisubomari-尻窄まり | het (van breed naar smal) uitlopen; spits toelopen |
shirokujichū-四六時中 | de klok rond; dag en nacht; de hele tijd; altijd |
shironanbā-白ナンバー | witte kentekenplaat (gebruikt voor personenauto's, in particulier bezit) |
shirotaku-白タク | een personenauto met witte kentekenplaat, gebruikt als taxi |
shiru-汁 | soep; bouillon; vleesnat; jus |
shīsā-シーサー | (Okinawa) decoratie (van aardewerk), een beeld lijkend op een kruising van hond en leeuw, ter bescherming gezet bij poorten en op daken van huizen |
shisei-四姓 | de vier grote families [clans] uit de Japanse geschiedenis (Minamoto, Taira, Fujiwara en Tachibana ) |
shisei-姿勢 | stellingname; houding; standpunt; opvatting |
shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
shisei-資性 | aard; aangeboren kwaliteiten; natuurlijke talenten |
shishisonson-子子孫孫 | de nakomelingen; het nageslacht |
shishō-四生 | (boeddh.) de vier manieren van geboren worden (foetale geboorte (levendbarend); eiboorte (eierleggend), natte geboorte (uit vocht), en transformatie) |
shishōbō-四攝法 | (boeddh.) de 4 methoden die de bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha |
shishokan-私書函 | (oude benaming voor) postbus |
shison-子孫 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
shissoku-失速 | stagnatie; achteruitgang; afname |
shisū-紙数 | aantal pagina's; aantal vellen papier |
shisutemu・anarishisu-システム・アナリシス | systeemanalyse |
shisutemu・kitchin-システム・キッチン | systeem keuken (een keuken die uit losse elementen naar keuze wordt opgebouwd) |
shīsu・shiruetto-シース・シルエット | recht [nauwsluitend] silhouet (van kleding) |
shitagau-従う | gehoorzamen; (na)volgen |
shitamuki-下向き | (de blik) naar beneden gericht; met de ogen naar beneden |
shitanui-下縫い | het los [tijdelijk] aan elkaar naaien; rijgsteken |
shitau-慕う | verlangen [smachten] naar; adoreren; verliefd zijn op; veel houden van |
shitī-シティー | het (financieel) centrum van Londen |
shiti・manējāseido-シティ・マネージャー制度 | (city-manager government) gemeenteraadsbestuur |
shitoron-シトロン | citroen; citroensap; citroenlimonade |
shitsu-疾 | (in kanji combinaties) ziekte; kwaal; aandoening |
shitsu-疾 | (in kanji combinaties) hevig; intens; snel |
shitsu-疾 | (in kanji combinaties) haten; jaloezie; hekel |
shitto-嫉妬 | jaloersheid; jaloezie; afgunst; naijver |
shittori-しっとり | vochtig; nat |
shiyūmozaiku-雌雄モザイク | (biologie) gynandromorfisme (dieren die uiterlijk sterk op een mannetje lijken, maar toch een vrouwtje zijn) |
shizen-自然 | de natuur |
shizen-自然 | natuurlijkheid; spontaniteit |
shizeneiyō-自然栄養 | natuurlijke voeding |
shizengenshō-自然現象 | natuurfenomeen; natuurlijk fenomeen |
shizengenso-自然元素 | natuurlijk element |
shizenhō-自然法 | natuurwet |
shizenhontai-自然本体 | (judo) natuurlijke basishouding [aanvalspositie] (voeten op één lijn) |
shizenhōsoku-自然法則 | natuurwet; de wetten er natuur |
shizenkagaku-自然科学 | natuurwetenschap(pen) |
shizenmen'eki-自然免疫 | natuurlijke immuniteit |
shizensaigai-自然災害 | natuurramp |
shizensentaku-自然選択 | natuurlijke selectie (Darwin) |
shizenshi-自然死 | natuurlijke dood |
shizenshugi-自然主義 | naturalisme |
shizensū-自然数 | (wiskunde) natuurlijk getal |
shizentai-自然体 | natuurlijke [ontspannen] (lichaams)houding [pose] |
shizentōta-自然淘汰 | natuurlijk selectie (Darwin) |
shizumu-沈む | naar beneden gaan; ondergaan; zinken; onder water komen te staan; wegzakken; verzakken |
shī・dī-シー・ディー | (cash dispenser) geldautomaat; pinautomaat |
shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
shī・emu-シー・エム | (construction management) bouwmanagement |
shī・emu-シー・エム | (customer management) klantenbeheer; relatiebeheer |
shī・esu-シー・エス | (community school) brede school (combinatie van basisschool en extra voorzieningen in één gebouw) |
shī・ē・tī・bui-シー・エー・ティー・ブイ | (community antenna television) kabeltelevisie (gebruikmakend van coaxiale kabels of optische vezelkabels) |
shō-捷 | (in combinatie met andere kanji) snel; vlug |
sho-書 | (in kanji combinaties) schrijven; schrijfwerk; kalligrafie; brief; boek; document |
shō-省 | provincie (bestuurlijke indeling China) |
shō-称 | naam; titel; reputatie |
shōbainin-商売人 | expert; professional |
shōbō-正法 | de Periode van de Ware Leer van Boeddha (de periode van vijfhonderd of duizend jaar na de dood van Sakyamuni) |
shobun-処分 | disciplinaire straf; bestraffing |
shodō-書道 | kalligrafie; schrijfkunst (m.n. van kanji en kana); penseelvoering |
shōgō-称号 | titel; graad; aanduiding; benaming |
shōhikigen-消費期限 | de vervaldatum (voornamelijk van voedsel); de uiterste houdbaarheidsdatum [gebruiksdatum] |
shohō-書法 | kalligrafie; schrijfkunst (van kanji en kana); penseelvoering |
shōhyō-商標 | handelsmerk; merknaam; handelsnaam |
shoin-書院 | (China) studieplaats (van literatuurwetenschappers); privé-school (voor (hogere) studiedoeleinden) |
shoin-署員 | beambte; ambtenaar |
shōjō-小乗 | (stroming in het boeddhisme) Hinayana (het mindere voertuig) |
shojō-書状 | (afk. voor) (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
shojōjisha-書状侍者 | (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
shōka-昇華 | sublimatie (een chemisch proces waarbij een stof van vaste fase direct overgaat naar gasvormige fase) |
shōkai-照会 | onderzoek; navraag; raadpleging |
shōkakan-消化管 | spijsverteringskanaal |
shōkan-小官 | lagere ambtenaar |
shōkatei-松果体 | epifyse; pijnappelklier |
shokei-初経 | menarche; eerste menstruatie |
shōkei-承継 | (erf)opvolging; overerving; erfenis; nalatenschap |
shōkenkin'yū-証券金融 | effecten [aandelen] financiering |
shōko-称呼 | benaming; naamgeving |
shōko-鉦鼓 | bronzen gongtrommel (een combinatie van gong en trommel) |
shokugo-食後 | na de maaltijd; na het eten |
shokumei-職名 | de naam [titel] van de functie [baan] |
shōkyohō-消去法 | de methode van eliminatie; eliminatieproces |
shomei-署名 | ondertekening; signatuur |
shōmeidan-照明弾 | lichtkogel; lichtgranaat |
shomeiundō-署名運動 | handtekeningenactie |
shominteki-庶民的 | volks; ordinair; populair |
shōmyō-称名 | het reciteren van de naam van de Boeddha (b.v. Namu Amida Butsu) |
shonanoka-初七日 | de herdenkingsdienst gehouden op de zevende dag na het overlijden van iemand |
shōnen-少年 | jongeman; knaap |
shōninkokka-商人国家 | natie [volk] van winkeliers [kruideniers] |
shonyū-初乳 | colostrum; biest; voormelk (de eerste melk na een bevalling) |
shōō-照応 | anafoor (stijlfiguur) |
shōrai-将来 | de (nabije) toekomst; de komende tijd |
shōran-ショーラン | (short range navigation) navigatiehulpmiddelen voor de korte afstand |
shosaku-初作 | het eerste werk van een kunstenaar [schrijver] |
shōsen-省線 | nationale spoorweg (onder het beheer van het spoorweg ministerie van 1920 tot 1943) |
shōshikōreika-少子高齢化 | een dalend geboortecijfer in combinatie met een vergrijzende bevolking (resulterend in demografische krimp) |
shoshin-初心 | naïviteit; onervarenheid |
shōsōin-正倉院 | de naam voor een repositorium [magazijn] voor kunstschatten van een boeddhistische tempel (zoals de Todai-ji, in Nara) |
shōtai-正体 | originele [natuurlijke] vorm; ware verschijning |
shotto-ショット | (fotografie, film) opname; shot |
shoya-初夜 | de eerste nacht; bruidsnacht; de eerste (nacht)wacht |
shōyaku-生薬 | natuurgeneesmiddel; natuurlijk medicijn (plantaardig of dierlijk) |
shoyūsha-所有者 | bezitter; eigenaar |
shōzōgaka-肖像画家 | portretschilder; portrettekenaar |
shū-収 | (in kanji combinaties) verzamelen; ophalen; binnenhalen |
shū-愁 | (in kanji combinaties) verdriet |
shu-手 | (in kanji combinaties) hand |
shū-拾 | (in kanji combinaties) oppakken; oprapen; vinden; verzamelen; krijgen; kiezen |
shu-朱 | vermiljoen; cinnaber; rood pigment |
shu-殊 | (in kanji combinaties) buitengewoon; bijzonder; exceptioneel; prijzenswaardig |
shu-狩 | (in kanji combinaties) de jacht; het jagen |
shu-珠 | (in kanji combinaties) parel; ronde bal; kraal |
shū-秋 | (in kanji combinaties) herfst; najaar |
shū-酬 | (in kanji combinaties) belonen; teruggeven; terugbetalen |
shūbun-秋分 | herfst equinox; herfstnachtevening |
shūbunnohi-秋分の日 | herfstnachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de herfst (op 22 of 23 september) |
shūgaku-就学 | het naar school gaan; onderwijs volgen |
shūgakusuru-就学する | naar school gaan |
shūgyo-集魚 | het lokken van vissen naar de vissersboot [vissersnetten] |
shugyōsha-修行者 | beoefenaar van vechtkunsten e.d. |
shuhan-主犯 | leider (m.b.t. een misdaad of misdrijf); voornaamste pleger [dader; schuldige] |
shūhen-周辺 | (naaste) omgeving; buurt; wijk |
shuhō-主峰 | voornaamste top [bergpiek] in een bergketen |
shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
shujinkō-主人公 | (erenaam) echtgenoot; familiehoofd; heer des huizes |
shujinkō-主人公 | pensionhouder; herbergier; waard; werkgever; eigenaar |
shūjoshi-終助詞 | slotpartikel (ka, no, ya, na, wa, tomo, kashira) |
shukaku-主格 | het nominatief; de eerste naamval |
shukenkoku-主権国 | soevereine staat [natie] |
shūki-秋季 | herfstseizoen; najaar |
shukkin-出勤 | aanwezigheid [presentie] op het werk; het naar het werk gaan; op het werk komen; inklokken |
shukkin-出金 | (uit)betaling; uitgave; financiering; investering |
shukkinsuru-出勤する | naar het werk gaan |
shukkō-出校 | het naar school gaan; het schoolgaan |
shukkoku-出国 | uitreis naar het buitenland; het land verlaten om naar het buitenland te gaan |
shukkyō-出京 | het (van het platteland) naar de hoofdstad gaan [verhuizen] |
shukkyō-出京 | het de hoofdstad verlaten (en naar een andere plaats gaan) |
shūkō-就航 | in gebruiksname [in werkingstelling] (van b.v. schepen, vliegtuigen) |
shūkō-集光 | (natuurkunde) condensatie; concentratie [focus] (van lichtstralen) |
shuku-叔 | (in kanji combinaties) oom |
shuku-淑 | (in kanji combinaties) deugdzaam; elegant |
shuku-祝 | (in kanji combinaties) feest; viering |
shukuchoku-宿直 | nachtdienst |
shukufuku-祝福 | zegen [genade] van God |
shukuhakuhi-宿泊費 | verblijfskosten; overnachtingskosten |
shukusaijitsu-祝祭日 | nationale feestdag |
shūmatsuiryō-終末医療 | (med.) terminale zorg |
shūmatsuki-終末期 | laatste [terminale] fase |
shūmatsukiiryō-終末期医療 | terminale (medische) zorg |
shūmei-醜名 | slechte reputatie [naam]; beruchtheid |
shunbunnohi-春分の日 | lentenachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de lente (op 20 of 21 maart) |
shungiku-春菊 | gekroonde ganzenbloem (Chrysanthemum coronarium) |
shunin-主任 | chef; hoofd; manager; baas; de leidinggevende |
shūnin-就任 | inauguratie; installatie; intrede; inwijding; benoeming |
shūninenzetsu-就任演説 | inaugurele rede |
shūninshiki-就任式 | inauguratieceremonie; inwijdingsceremonie |
shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
shunmin-春眠 | lenteslaap; diepe slaap (in de lange lentenacht) |
shuntō-春灯 | nachtlampjes in de lente |
shurinpu-シュリンプ | garnaal |
shuryū-主流 | (fig.) hoofdstroom; heersende stroming; voornaamste trend [richting] (in kunst, cultuur, e.d.) |
shuryūdan-手榴弾 | handgranaat |
shusei-守成 | overname en consolidatie van een bedrijf |
shūshi-秋思 | herfstdepressie; najaarsdepressie |
shūshin-就寝 | het naar bed gaan; gaan slapen |
shūshinjikan-就寝時間 | bedtijd; tijd om naar bed te gaan; slaaptijd |
shūshinsuru-就寝する | naar bed gaan; gaan slapen |
shūshokukatsudō-就職活動 | het zoeken naar een baan |
shusseuo-出世魚 | vissen die een verschillende namen hebben al naar gelang hun grootte en ouderdom |
shussha-出社 | het naar [aan] het werk gaan; inklokken (aanmelden per prikklok) |
shussha-出車 | een auto uit een parkeerplaats [garage] rijden (na betaling) |
shusshi-出仕 | naar kantoor [het werk] gaan (vooral gebruikt door ambtenaren) |
shusshi-出仕 | (in de Meiji periode) een ambtenaar in proeftijd; tijdelijke boventallige ambtenaren |
shusshisuru-出仕する | naar kantoor [het werk] gaan |
shussō-出走 | deelname aan een race |
shutaisei-主体性 | onafhankelijkheid; eigen identiteit [initiatief]; individualiteit |
shutaiteki-主体的 | onafhankelijk; individueel; proactief |
shutchōin-出張員 | uitgezonden functionaris, agent (namens een bedrijf) |
shutsuba-出馬 | (te paard) eropuit gaan [vertrekken] (b.v. naar het slagveld) |
shutsujin-出陣 | vertrek naar het slagveld [oorlogsgebied; front]; het ten strijde trekken |
shutsujin-出陣 | (boeddh.) vertrek naar de plaats van discussie [dispuut; betoog] |
shutsujinshiki-出陣式 | ceremonie voorafgaand aan het vertrek naar een slagveld [oorlogsfront] |
shutsujō-出場 | deelname (aan een wedstrijd etc.); inschrijving |
shutsunyū-出入 | komen en gaan; aankomst en vertrek; storting en opname (van monetaire middelen) |
shutsurui-出塁 | (honkbal) het eerste honk bereiken na een honkslag |
shūu-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
shūya-庄屋 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
shūya-終夜 | de hele nacht door |
sō-早 | (in kanji combinaties) vroeg; spoedig; snel |
sobame-側妻 | geliefde; minnares; maîtresse; concubine |
sobame-側妻 | dienares(se) (van iemand met hoge status) |
soboku-素朴 | eenvoud; onnozelheid; naïviteit |
sōchō-宋朝 | Song-dynastie (China, 960-1279) |
sōda-ソーダ | soda; natriumbicarbonaat |
sodaigomi-粗大ごみ | (humoristisch) een nietsnut (m.n. een echtgenoot die na pensionering thuis rondhangt en verder niets onderneemt) |
sōda・garasu-ソーダ・ガラス | natronkalkglas (soort glas, ook soda-lime-silica-glas genoemd) |
sodetsuke-袖付け | een mouw aan een kledingstuk naaien; het armsgat; de mouwnaad |
sōdō-草堂 | (stro)hut; kluizenaarshut; eenvoudig huisje |
sodoku-素読 | het hardop lezen van een tekst (zonder na te denken over de betekenis van de woorden) |
sofisuto-ソフィスト | (fil.) sofist; drogredenaar |
sōfuku-双幅 | een paar kakemono (naast elkaar gehangen) |
sōga-爪牙 | een (trouwe) dienaar die zijn meester beschermt; iemands rechterhand (fig.) |
sōgana-草仮名 | man'yōgana geschreven in cursieve (sōsho) stijl |
sogen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
sōgoginkō-相互銀行 | coöperatieve spaarbank, een financiële instelling die eigendom is van haar spaarders of klanten |
sōgoyūsei-相互優性 | codominantie |
sōgu-装具 | accessoires; (kleine) ornamenten; sieraden |
sōikufū-創意工夫 | vindingrijkheid; originaliteit |
sōingu-ソーイング | naaiwerk; naaien |
sōji-相似 | gelijkenis; overeenkomst; gelijkvormigheid; analogie |
sōken-送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak naar het Openbaar Ministerie door een gerechtsdienaar (politie) |
sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
sōkō-装甲 | geharnast; gewapend |
sōkon-爪痕 | (door vingernagel toegebracht) krab; kras; schram |
sokonuke-底抜け | vrije val (financiële markt) |
soku-息 | (in kanji combinaties) adem; ademen; leven; rusten; rente |
sōku-走狗 | (fig.) marionet; speelbal; dupe; werktuig (iemand die het (vuile) werk moet opknappen) |
sokuga-側臥 | naast iemand liggend |
sokugasuru-側臥する | naast iemand gaan liggen |
sokuō-即応 | navolging; aanpassing; volgzaamheid |
sokusha-速写 | snapshot; momentopname; kiekje |
sokusu-即す | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
sokusuru-即する | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
sokuya-即夜 | vanavond; op dezelfde avond |
sōku・wakuchin-ソーク・ワクチン | salkvaccin (poliovaccin, genoemd naar Jonas E. Salk) |
sōmeikyoku-奏鳴曲 | sonate |
son-存 | (in kanji combinaties) bestaan; zijn |
son-村 | (in kanji combinaties) dorp |
sonā-ソナー | sonar |
sōnā-ソーナー | sonar |
sonachine-ソナチネ | sonatine (muziek) |
sonata-ソナタ | sonate |
songenshi-尊厳死 | een waardige [natuurlijke] dood |
sonikku・būmu-ソニック・ブーム | supersonische knal [schokgolf] |
sonkin-損金 | (financieel) verlies |
sonoato-その後 | daarna; sindsdien |
sonogo-その後 | daarna; sindsdien |
sonohi-其の日 | vanaf vandaag; van dag tot dag |
sonohigurashi-其の日暮らし | een onzeker [sober] bestaan leiden; (financieel) de eindjes aan elkaar knopen; van dag tot dag leven; het leven nemen zoals het komt |
sonoue-その上 | bovendien; daarnaast; daarbij; daar komt nog bij |
sōon-宋音 | Song-lezing (de Japanse uitspraak van Chinese karakters uit de Song dynastie; vooral van woorden gerelateerd aan het Zen Boeddhisme) |
sōpurando-ソープランド | combinatie van badhuis + bordeel |
sorame-空目 | hallucinatie; verkeerd zien; iemand aanzien voor iemand anders |
sorame-空目 | het naar boven kijken |
sorei-祖霊 | voorouderlijke geesten (n Japan de geesten van overledenen waarvoor al bepaalde herdenkingsdiensten zijn gehouden, b.v. 33 of 50 jaar na hun dood) |
sorekara-それから | en toen; vervolgens; daarna |
soreni-それに | daarnaast; daarbij; ook; verder |
sorikaeru-反り返る | achterover buigen; het hoofd naar achter buigen |
sōrin-相輪 | een verticaal decoratief ornament bovenop een Japanse pagode |
sorō-疎漏 | nalatigheid; onzorgvuldigheid; roekeloosheid |
sōseki-送籍 | (door huwelijk of adoptie) overdracht van het familieregister [huishouden-registratie] van het ene naar het andere huishouden [gezin] |
sōsharu・bukkumāku-ソーシャル・ブックマーク | sociale bladwijzer; een (gedeelde) referentie naar een bron [website] op het internet (Engels: social bookmark) |
soshikitōchi-組織統治 | corporate governance (gericht op verbeteren van het management) |
sōshō-総称 | algemene [generieke] naam [term; benaming] |
sōshoku-装飾 | versiering; ornament; decoratie |
sōshū-爽秋 | aangename [verfrissende] herfst |
sotchinoke-其方退け | het verwaarlozen; negeren; veronachtzamen |
sōtei-想定 | veronderstelling; hypothese; aanname; verwachting; inschatting |
sōtō-総統 | de Führer (van nazi-Duitsland) |
sotomata-外股 | manier van lopen, met de tenen naar buiten gedraaid |
sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
sou-沿う | zich bevinden op een rij [naast elkaar; langs [parallel} aan] |
sōzoku-相続 | erfenis; nalatenschap; erfgoed |
sōzokunin-相続人 | erfopvolger; erfgenaam |
sōzu-僧都 | op één na hoogste rang van een Boeddhistische priester |
subomu-窄む | nauwer worden; verschrompelen; leeglopen (van een ballon) |
sue-末 | nakomeling |
sue-末 | toekomst; wat hierna komt |
suēdo-スエード | (afk. van Frans: peau de suède) suède (stofnaam) |
sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
sui-衰 | (in kanji combinaties) verzwakking; achteruitgang; verval |
suiban-推輓 | aanbeveling, aanprijzing (oorspronkelijke betekenis: een wagen vanaf de achterkant duwen, of vanaf de voorkant trekken) |
suiban-水盤 | schaal voor ikebana (bloemschikken) arrangement |
suien-垂涎 | vurig verlangen; hunkering; honger [dorst] naar |
suiheisen-水平線 | horizon (vanaf het water) |
suikomu-吸い込む | inhaleren; inademen; opzuigen; doorslikken |
suimyaku-水脈 | waterweg; vaarroute; kanaal |
suiro-水路 | waterweg; kanaal; aquaduct |
suisankanatoriumu-水酸化ナトリウム | natriumhydroxide |
suisen-水仙 | narcis |
suitei-推定 | aanname; inschatting; veronderstelling |
suīto・hāto-スイート・ハート | (Eng.: sweetheart) geliefde; lief(je); lieverd; minnaar; minnares |
suiyaku-水薬 | vloeibaar medicijn; geneesmiddel in drankvorm; medicinaal drankje |
suizen-垂涎 | vurig verlangen; hunkering; honger [dorst] naar |
suji-筋 | natuurlijke aanleg; gave |
suji-筋 | bron; kanaal; (welingelichte) kringen |
sujichigai-筋違い | onredelijkheid; een tegenargument dat geen stand houdt |
sujichigai-筋違い | diagonaal; dwarsliggend; kruiselings |
sujikai-筋交い | diagonaal [schuin; kruisend] zijn |
sukihōdai-好き放題 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
sukikatte-好き勝手 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
sūkikei-枢機卿 | (katholieke) kardinaal |
sukkiri-すっきり | opgeknapt; opgefrist; verfrissend |
sukkirisuru-すっきりする | zich opgeknapt [opgefrist] voelen |
sukuranburu・rēsu-スクランブル・レース | een vorm van motor-cross door natuurlijk terrein |
sukuriputo-スクリプト | script, scenario (voor b.v. film, toneel en tv) |
sukuriputoraitā-スクリプトライター | scenarioschrijver |
sukuryūdoraibā-スクリュードライバー | naam van een cocktail |
suminikui-住み難い | niet geschikt [onaangenaam] om in te wonen |
sumiyoi-住み良い | aangenaam [plezierig; geschikt] om te wonen |
sunakku-スナック | snackbar; snelbuffet |
sunakku・bā-スナック・バー | snackbar; snelbuffet |
sunappu-スナップ | momentopname; snapshot |
sunappu-スナップ | (American football) beginpass (door de benen van de center naar de back) |
sunappushotto-スナップショット | momentopname; snapshot |
sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
sunēkuuddo-スネークウッド | letterhout of slangenhout (hout met een natuurlijke tekening lijkend lettersschrift of op slangenhuid, van de tropische boom Brosimum guianense) |
sunēku・auto-スネーク・アウト | wegsluipen; naar buiten sluipen |
sunēku・in-スネーク・イン | binnensluipen; naar binnen sluipen |
sungen-寸言 | kernachtige [korte en geestige] opmerking; kwinkslag; boutade |
supaiku-スパイク | (schoenen met) spikes (nagels of noppen) |
supan・obu・kontorōru-スパン・オブ・コントロール | spanwijdte (een management-begrip dat aangeeft aan hoeveel ondergeschikten een manager moet leidinggeven) |
sūpā・bouru-スーパー・ボウル | de Super Bowl (de kampioenswedstrijd tussen de twee winnende teams van resp. de American Football Conference en de National Football Conference) |
supekutorubunseki-スペクトル分析 | spectraalanalyse |
supekyurēshon-スペキュレーション | (bij kaartspel) de schoppenaas |
supin-スピン | (natuurkunde) spin van een elektron |
suponji-スポンジ | spons (natuurlijk of kunstmatig) |
suponsā-スポンサー | investeerder; financier |
suppadaka-素っ裸 | (volledige) naaktheid |
suppokasu-すっぽかす | (iets) nalaten; ongedaan laten; (een plicht; taak) verwaarlozen [verzaken] |
supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
surinamu-スリナム | Suriname |
surī・dī-スリー・ディー | 3D (driedimensionaal) |
surudoi-鋭い | scherp (van mes, naald, etc.) |
suruto-すると | en; vervolgens; toen; daarna |
sutagufurēshon-スタグフレーション | stagflatie (stagnatie + inflatie) |
sutamina-スタミナ | stamina; uithoudingsvermogen |
sutandobai・kurejitto-スタンドバイ・クレジット | lening van IMF (Internationaal Monetair Fonds) aan lidstaten |
sutandoin-スタンドイン | vervanger (iemand die bij filmopnames een acteur vervangt) |
sutāringu・burokku-スターリング・ブロック | een groep landen (voornamelijk uit het Britse Gemenebest) die hun munteenheid aan het pond sterling koppelden |
sutatikku-スタティック | statisch; stationair; stilstaand |
sutegana-捨て仮名 | kleine kana die naast de kanji staan (bij een kanbun tekst) |
sutegana-捨て仮名 | kleine kana gebruikt voor twee samengetrokken klanken |
sutēshon・kōru-ステーション・コール | een internationaal gesprek waarbij de aanvrager niet een bepaalde persoon hoeft te spreken |
sutēshon・wagon-ステーション・ワゴン | stationcar; combi (personenauto met extra achterruimte) |
sutetchi-ステッチ | steek (naaien, breien, borduren) |
sutetchi-ステッチ | (vast)naaien; hechten |
sutōbu・rīgu-ストーブ・リーグ | (honkbal) winterstop (de term verwijst naar de honkbalfans en managers die dan bij de kachel over de sport en de transfers zitten praten) |
sutokku-ストック | violier (plant, Matthiola incana) |
sutoresu-ストレス | accent; nadruk |
sutorīkingu-ストリーキング | het blootflitsen; naaktflitsen (buiten naakt rondrennen) |
sutoringu-ストリング | snaar (van muziekinstrument) |
sutoringusu-ストリングス | (in een orkest) de (bespelers van) snaarinstrumenten |
sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
suu-吸う | inhaleren; inademen |
suwarajiundō-スワラジ運動 | Swarāj, een Indiase onafhankelijkheidsbeweging |
sūyōtoku-枢要徳 | de kardinale deugden (Prudentia, Justitia, Fortitudo, Temperantia) |
suzushii-涼しい | (aangenaam) koel; fris |
ta-多 | (in kanji combinaties) veel; talrijk |
tabearuki-食べ歩き | een restaurant trip; verschillende restaurants na elkaar bezoeken [uitproberen] |
tabirako-田平子 | Lapsanastrum apogonoides (een plant) |
tachibana-橘 | een citrusvrucht (Citrus tachibana) |
tachigie-立ち消え | (vuur, kaars, etc.) het uitgaan voordat het goed brandt; uitgaan als een nachtkaars |
tachiiru-立ち入る | naar binnen gaan; ingaan; betreden (ook zonder toestemming) |
tachimi-立ち見 | (kijken vanaf een ) staanplaats |
tachimochi-太刀持ち | (bij sumo) een van de twee worstelaars die een yokozuna begeleiden bij de ringceremonie |
tachiōjō-立ち往生 | het al vechtend ten ondergaan; in het harnas sterven |
tadasu-質す | vragen; navraag doen; informeren naar |
tadasu-質す | nagaan; verifiëren; controleren |
tadoritsuku-辿り着く | (na inspanningen of moeite) iets bereiken; iets voor elkaar krijgen; ergens toekomen |
tadoritsuku-辿り着く | (na veel nadenken) op een idee [antwoord] komen; een ingeving krijgen |
tahōtō-多宝塔 | een pagode, bestaande uit (slechts) twee verdiepingen (begane grond en bovenverdieping) (voornamelijk bij Shingon en Tendai Boeddhistische tempels) |
tai-耐 | (in kanji combinaties) bestendig; bestand (tegen); -proof |
tai-貸 | (in kanji combinaties) lenen |
tai-退 | (in kanji combinaties) terugtrekken; aftreden; ontslag nemen; krimpen; beëindigen |
taiatari-体当たり | het met het volle gewicht er tegenaan gaan; zich storten op |
taiban-胎盤 | placenta; nageboorte |
taichi-対地 | naar de grond (vanuit de lucht); tov. de grond |
taieki-退役 | het op non-actief stellen van machines, vaartuigen, e.d. (na lang gebruik) |
taiga-タイガ | moerassig naaldwoud; boreaal woud |
taigen-体現 | belichaming; incarnatie; personificatie |
taiiku-体育 | lichamelijke opvoeding; gymnastiek |
taiikukan-体育館 | gymnasium; gymzaal; trainingszaal; sportschool |
taijin-退陣 | terugtrekking; ontslagname; aftreden |
taika-大家 | rijke [voorname] familie |
taika-大家 | groot [voornaam] huis; villa |
taikan-大官 | hogere [hooggeplaatste] ambtenaar |
taike-大家 | rijke [voorname] familie |
taiki-大器 | natie |
taikin-退勤 | het naar huis gaan (na een werkdag); uitklokken |
taikiroku-タイ記録 | evenaring van een record (sport) |
taikōtennō-大行天皇 | de aanduiding voor de naamperiode van een recent overleden keizer |
taikun-大君 | andere naam voor de shogun die tijdens de Edo-periode voor het buitenland werd gebruikt |
taikun-大君 | (China) erenaam voor de opvolger van een koning [vorst] |
taikyō-胎教 | prenatale zorg; zwangerschapstraining |
taima-大麻 | cannabis; marihuana; wiet; hasj; hasjiesj |
taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
tainin-退任 | terugtreding; ontslagname |
tainōshobun-滞納処分 | beslaglegging naar aanleiding van een betalingsachterstand |
taiōgenri-対応原理 | (natuurkunde) correspondentieprincipe |
tairageru-平らげる | (helemaal) opeten; naar binnen werken |
taisha-大社 | (oorspronkelijk) nationale hoofdtempel [schrijn] |
taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
taisha-退社 | ontslagname; ontslagneming |
taishakuten-帝釈天 | (boeddh.) een beschermgod, Sakra devānām Indra (Śakra, Heer van de Devas) |
taishitsu-体質 | karakter; aard; natuur |
taishoku-退職 | pensionering; ontslagname |
taisō-体操 | turnen; gymnastiek |
taisōgi-体操着 | gymkleding; gymnastiekkleding |
taiten-大典 | (boeddh. naam) Taiten, priester van de Rinzai-sekte (Zen boeddhisme) met een groot aantal dichtwerken op zijn naam (Edo-periode) |
taito-タイト | strak; nauwsluitend |
taitoru-タイトル | titel; naam (van een boek, verhaal, gedicht, film, muziekstuk etc.) |
takanenohana-高嶺の花 | (lett. een bloem op een hoge bergtop) iets dat buiten je bereik is; iets waar je naar verlangt maar niet kunt bereiken |
takayōji-高楊枝 | het uitgebreid (rustig; op het gemak) gebruiken van een tandenstoker na de maaltijd |
takidashi-炊き出し | distributie van noodvoedsel (met name gekookte rijst) |
takokusekikigyō-多国籍企業 | multinationale onderneming; internationaal bedrijf |
takosu-タコス | taco (knapperige gevulde tortilla) |
taku-啄 | de zevende penseelstreek (diagonaal van rechtsboven naar linksonder) van de 永字八法 (de acht basis penseelstreken van kanji) |
takuboku-啄木 | de titel van een muziekstuk voor de biwa (Japans snaarinstrument) |
takuhatsu-托鉢 | (Zen boeddhisme) monniken gaan met hun eigen eetkom naar de eetzaal in een Zen tempel |
tāminaru・biru-ターミナル・ビル | (vliegveld) terminalgebouw |
tāminaru・kea-ターミナル・ケア | terminale zorg |
tāmu-ターム | term; benaming; terminologie |
tan-丹 | rode aarde (bevat cinnaber of kwiksulfide) |
tan-丹 | rode kleur; natuurlijk vermiljoen (pigment gemaakt van verbrand loodpoeder) |
tan-譚 | verhaal (dit kanji wordt alleen gebruikt in combinatie met andere kanji) |
tanabata-七夕 | Tanabata, het Sterren festival (7 juli volgens de maankalender) |
tanabatamatsuri-七夕祭り | Tanabata festival, het Sterren festival (7 juli volgens de maankalender) |
tanbō-探訪 | veldwerk; (journalistiek) onderzoek [navraag] doen (ter plaatse) |
tanden-丹田 | plexus solaris [zonnevlecht] (punt onder de navel; focus punt voor innerlijke meditatie; in oosterse geneeskunde beschouwd als belangrijk energiepunt) |
tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
tanmatsu-端末 | (computer) terminal |
tanoshii-楽しい | gezellig; leuk; prettig; aangenaam |
tansankarushiumu-炭酸カルシウム | calciumcarbonaat |
tanseki-旦夕 | ochtend en avond; dag en nacht |
tanshi-端子 | klem; poort; aansluiting; terminal (computer) |
tansho-短所 | zwakheid; tekortkoming; gebrek; zwak punt; nadeel |
tantan-淡淡 | licht; eenvoudig; natuurlijk; ongedwongen; onverschillig |
tantōsha-担当者 | leidinggevende; de verantwoordelijke persoon; coördinator; contactpersoon |
taremaku-垂れ幕 | een (hangende) langwerpige strook stof waarop (van boven naar beneden) iets geschreven staat |
tarutaru・sōsu-タルタル・ソース | tartaarsaus (mayonaise met mosterd, kappertjes, augurk, e.d.) |
tatchi-タッチ | deelname; betrokkenheid |
tate-縦 | lengte; hoogte; diepte; verticaal; loodrecht; van boven naar beneden; van noord naar zuid |
tatekakeru-立て掛ける | laten steunen [leunen]; ergens (rechtop) tegenaan zetten |
tatenami-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
tateru-立てる | opstellen; uitwerken; naar voren brengen |
tatezahyō-縦座標 | ordinaat (meetkunde) |
tatsumaki-竜巻 | tornado; wervelwind |
tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
tayūmoto-太夫元 | theaterdirecteur; productieleider; manager van een toneelgezelschap |
tazai-多罪 | (een beleefde term om je te verontschuldigen voor onbeleefdheid, nalatigheid, e.d.) excuses (voor...) |
tazuna-手綱 | band als opvulling van een helm van een Japans harnas |
tazunemono-尋ね物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
tazuneru-尋ねる | vragen; informeren (naar) |
tazuneru-尋ねる | zoeken (naar); uitzoeken |
tebata-手旗 | seinvlag; signaalvlag |
tebatashingō-手旗信号 | vlaggenseinen; vlaggensignalen |
tefuda-手札 | naamkaartje; visitekaartje |
tefūkin-手風琴 | accordeon; trekharmonica; concertina |
tefuron-テフロン | teflon (merknaam van polytetrafluorethyleen) |
tegara-手柄 | (grote) prestatie; kunstukje; staaltje; knap werk |
tegoma-手駒 | (na)volger; ondergeschikte |
tehidoi-手酷い | streng; strikt; hard; genadeloos; hardvochtig |
tei-低 | (in kanji combinaties) laag |
tei-帝 | (in kanji combinaties) keizer (zoon van het hemelse rijk) |
tei-帝 | (in kanji combinaties) hemelse god (i.t.t. aardse god) |
tei-廷 | (in kanji combinaties) plaats van rechtspraak |
tei-廷 | (in kanji combinaties) plaats van overheidsaangelegenheden |
tei-貞 | (in combinaties) principieel zijn; kuisheid |
teigen-低減 | afname; vermindering; daling; reductie |
teihon-底本 | naslagwerk; bron |
teike-手生け | een geisha als vrouw of minnares nemen |
teikubakku-テイクバック | (tennis) armbeweging naar achteren |
teikuōbā-テイクオーバー | overname (bedrijf) |
teikyō-提供 | donatie; sponsoring |
teirazu-手入らず | ongebruikt; onaangeroerd; maagdelijk |
teisei-帝政 | monarchistisch (keizer of koning) bewind [bestuur; heerschappij] |
teishu-亭主 | herbergier; eigenaar (van horeca); gastheer |
teizō-逓増 | geleidelijke groei [toename] |
teki-摘 | (in kanji combinaties) (op)pakken; vasthouden; plukken; knippen; snijden; knijpen |
tekidanhei-擲弾兵 | grenadier; granaatwerper |
tekikaku-的確 | nauwkeurigheid; precisie; accuraatheid |
tekiseikensa-適性検査 | onderzoek [test] naar geschiktheid; proeve van bekwaamheid |
tekishaseizon-適者生存 | natuurlijke selectie; overleving van de sterksten |
tekkaku-的確 | nauwkeurigheid; precisie |
tekketsu-鉄血 | (lett. ijzer en bloed) sterke krijgsmacht (verwijzing naar een toespraak van Bismarck van Pruisen) |
tekunikkusu-テクニックス | Technics, merknaam van Panasonic Corporation |
tema-手間 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
temachin-手間賃 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
temadai-手間代 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
ten-展 | (in kanji combinaties) het tentoonstellen; tentoonstelling |
ten-殿 | (in kanji combinaties) paleis |
tenagedan-手投げ弾 | handgranaat |
tenbun-天分 | (natuurlijk; aangeboren) talent; gave; aanleg |
tenjiku-天竺 | (oude benaming voor) India |
tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
tenjikurōnin-天竺浪人 | Tenjuku Ronin, een Japanse striptekenaar (m.n. van manga voor volwassenen |
tenjō-殿上 | (afk. voor) paleisdienaar |
tenjōbito-殿上人 | paleisdienaar |
tenju-天寿 | natuurlijke levensduur |
tenju-天授 | natuurlijke gave; aangeboren eigenschappen |
tenjū-転住 | verhuizing (naar een andere woning) |
tenka-天下 | het hele land; de natie |
tenka-天下 | (erenaam voor) keizerlijke prins [prinses]; prins-regent |
tenkai-転回 | (gymnastiek) handstand-overslag |
tenkaippin-天下一品 | uniek [bijzonder, weergaloos; ongeëvenaard] zijn |
tenkara-てんから | vanaf het begin |
tenken-天険 | ruig [moeilijk begaanbaar] terrein (als natuurlijke verdediging) |
tenki-天機 | geheimen der natuur [schepping; hemel en aarde] |
tenki-天機 | aanleg; karakter; aard; aangeboren kwaliteiten; natuurtalent |
tenkō-天功 | hemels werk; werk [prestatie; gave] van de hemel [de natuur; het universum] (of van de keizer als plaatsvervanger van de hemel) |
tenmado-天窓 | dakraam; een opening in het dak of het plafond (om bijv. licht binnen te laten of rook te laten ontsnappen) |
tennen-天然 | natuurlijkheid; spontaniteit |
tennenkaimen-天然海綿 | natuurlijke spons (uit de zee) |
tennenkinenbutsu-天然記念物 | natuurmonument |
tennenshigen-天然資源 | natuurlijke bron(nen) |
tennōtanjōbi-天皇誕生日 | de verjaardag van de keizer (nationale feestdag; 23 februari) |
tennōzan-天王山 | de naam van een berg in Oyamazaki-cho (prefectuur Kyoto) |
tennyū-転入 | verhuizing [overplaatsing] (naar); intrekneming |
tenpen-天変 | buitengewone verschijnselen (in de hemel en op aarde); natuurramp |
tenpenchii-天変地異 | natuurramp |
tenpyōbunka-天平文化 | de Tenpyō cultuur (van de regeerperiode van keizer Shoyu in Nara, 729 - 749) |
tenrai-天籟 | het geluid van de natuur [van de wind} |
tenri-天理 | natuurwet; wetten der natuur |
tenri-天理 | naam van een stad (in de prefectuur Nara) |
tenryō-天領 | grondgebied onder directe controle van het Edo-shogunaat |
tensai-天才 | aangeboren talent; natuurlijke gave |
tensai-天才 | genie; wonderkind; natuurtalent |
tensai-天災 | natuurramp |
tensaichihen-天災地変 | natuurramp |
tensan-天産 | natuurlijke producten |
tensanbutsu-天産物 | natuurlijke producten |
tensei-天性 | natuur; karakter; aard |
tensei-天成 | een product van de natuur; een natuurlijk iets |
tenshi-天資 | aard; ongeboren aanleg, natuurlijke gave(n) |
tenshinranman-天真爛漫 | naïviteit; onschuld |
tenteki-天敵 | natuurlijke vijand |
tento-奠都 | verplaatsing van de hoofdstad naar een andere locatie |
tenui-手縫い | met de hand genaaid |
tenuki-手抜き | slordigheid; nalatigheid; onachtzaamheid |
ten'yū-天祐 | gratie Gods; Gods genade |
teochi-手落ち | onoplettendheid; nalatigheid; vergissing |
terekusai-照れくさい | gênant; pijnlijk; beschamend; vernederend; ongemakkelijk |
teryūdan-手榴弾 | handgranaat |
tesaki-手先 | loopjongen; stroman; iemand die het vuile werk opknapt voor anderen |
tesshō-徹宵 | de hele nacht (opblijven) |
tetoron-テトロン | Tetoron (de Japanse handelsnaam voor polyester) |
tetsuya-徹夜 | het een hele nacht opblijven [wakker blijven; waken; doorhalen; doorwerken] |
tetsuyasuru-徹夜する | de hele nacht doorwerken [doorhalen; waken; wakker blijven] |
teuchi-手打ち | het eigenhandig maken van soba, udon, e.d. (zonder machinale hulp) |
tezema-手狭 | smal; nauw; eng; krap |
tiramisu-ティラミス | tiramisu (Italiaans nagerecht) |
tī・shotto-ティー・ショット | (golf) lange afslag vanaf de tee |
tō-冬 | (de on-yomi, in kanji-combinaties) winter |
tō-刀 | (in kanji combinaties) zwaard |
tō-東 | (in kanjicombinaties) oost |
tō-桃 | (in kanji combinaties) perzik |
tō-闘 | vechten (dit karakter wordt alleen gebruikt in combinatie met een ander karakter) |
tō-騰 | groter worden; stijgen; toename |
tōbaku-倒幕 | het omverwerpen van het shogunaat (regering van de shogun) |
tōbaku-討幕 | aanval [overwinning] op het shogunaat |
tōbakuundō-倒幕運動 | beweging die streefde naar het omverwerpen van het shogunaat |
tobei-渡米 | het naar Amerika [de Verenigde Staten] gaan |
tobibako-跳び箱 | (spring)kast; bok (gymnastiek) |
tobidasu-飛び出す | wegrennen; naar buiten rennen |
tobioriru-飛び降りる | naar beneden springen; afspringen |
tobira-扉 | titelpagina (van een boek) |
tobirae-扉絵 | frontispice; titelplaat; illustratie bij titelpagina |
tobishoku-鳶職 | bouwvakker (met name op hoge steigers) |
tobitsuku-飛びつく | op (iemand of iets) afspringen; een uitval [duik] doen (naar) |
tōbō-逃亡 | vlucht; ontsnapping |
tobogan-トボガン | tobogan (Canadees-Indiaanse slee) |
tōbōsuru-逃亡する | vluchten; ontsnappen |
tochinoki-栃の木 | Japanse paardenkastanje (Aesculus turbinata) |
tōdori-頭取 | leider van een theatergroep; eigenaar van een sumo dojo |
toge-刺 | naald |
tōgekō-登下校 | het van en naar school gaan (met het huis als beginpunt of eindpunt) |
togyo-蠹魚 | zilvervisje; suikergast (een klein insect, Lepisma saccharina) |
tōgyūjō-闘牛場 | arena voor stierengevechten |
tōhi-逃避 | ontsnapping; vlucht |
tōhikō-逃避行 | vlucht; ontsnapping; weglopen |
toiawaseru-問い合わせる | informeren (naar); navraag doen; inlichtingen inwinnen |
tojiru-綴じる | (dicht)naaien; stikken |
tōkan-盗汗 | (med.) nachtelijk zweten |
tōki-投機 | het speculeren (op de financiële markt); speculatie |
tōki-騰貴 | toename (van prijs of waarde) |
tokiarai-解き洗い | het wassen van een kimono in delen (na het loshalen van de stiknaden) |
tokkō-特高 | (afk. voor) Bijzondere Hogere Politie (ontbonden in 1945 na WOII) |
tōkō-登校 | schoolgang; het naar school gaan |
tōkōsuru-登校する | schoolgaan; naar school gaan |
tokubetsukaikei-特別会計 | speciale rekening (staat los van de algemene rekening en wordt beheerd door de nationale of lokale overheid in Japan) |
tokubetsukokkai-特別国会 | speciale zitting van het parlement binnen 30 dagen na de verkiezingen |
tokubetsukōtōkeisatsu-特別高等警察 | Bijzondere Hogere Politie (ontbonden in 1945 na WOII) |
tokubetsushoku-特別職 | hoge regeringsfunctie die niet onder de ambtenarenwet valt |
tokubetsusōsakan-特別捜査官 | buitengewoon opsporingsambtenaar; speciaal agent |
tokuni-特に | met name; in het bijzonder; speciaal; vooral; voornamelijk |
tokushoku-特色 | kenmerk; eigenschap; aard; eigenaardigheid |
tokushu-特殊 | bijzonderheid; eigenaardigheid |
tomaru-泊まる | logeren; overnachten; verblijven |
tōmin-冬眠 | winterslaap; hibernatie |
tomomachi-供待ち | wachtruimte voor dienaren (die op hun meester wachten) |
tomomachi-供待ち | (ook de benaming voor) dienaren (die op hun meester wachten) |
tomonau-伴う | navolgen; nastreven; beoefenen |
ton-トン | tonnage; ton (eenheid van massa en gewicht in het metrieke stelsel) |
ton-遁 | (in kanji combinaties) vluchten; ontsnappen; ontwijken; vermijden |
tonari-隣 | nabijheid; naast |
tonariawase-隣り合わせ | aangrenzend; aanpalend; naast elkaar |
tonsū-トン数 | tonnage |
tonzura-とんずら | vlucht; ontsnapping |
tōon-唐音 | de T'ang-lezing van een kanji (de Japanse uitspraak van Chinese karakters van na de Song-dynastie) |
toorina-通り名 | de naam waaronder een persoon bekend is; alias; artiestennaam; bijnaam |
toorina-通り名 | familienaam |
tōraku-騰落 | toename en afname; (prijs)schommeling(en) |
torēdo・kyarakutā-トレード・キャラクター | een bepaald karakter [personage] als handelsmerk |
toriatsukau-取り扱う | behandelen; managen; hanteren; uitvoeren |
toriire-取り入れ | inname; het binnenhalen [verzamelen]; overnemen; aannemen |
torime-鳥目 | nachtblindheid |
torimonaosazu-取りも直さず | namelijk; anders gezegd; met andere woorden |
toritateru-取り立てる | benadrukken; zich richten op; de aandacht richten op |
toritsukeru-取り付ける | frequenteren; vaak naar dezelfde winkel gaan |
toriwake-取り分け | in het bijzonder; vooral; bovenal |
toronpu・ruiyu-トロンプ・ルイユ | een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd |
torunēdo-トルネード | tornado |
tōsansai-唐三彩 | Sancai aardewerk (driekleurig: bruin, groen en gebroken wit; uit de Chinese Tang dynastie) |
tōsen-唐船 | Japanse schepen die in de middeleeuwen handel dreven met China |
toshigo-年子 | een kind dat geboren is binnen een jaar na broer of zus; kinderen (van een gezin) die minder dan een jaar schelen |
toshikoshi-年越し | oudejaarsavond; oudejaarsnacht; einde van het oude jaar en begin van het nieuwe jaar |
tōshinmeigara-投信銘柄 | handelsnaam van een investeringsfonds |
tōshu-当主 | de huidige eigenaar; het huidige hoofd (van een familie, stam, e.d.) |
tōshū-踏襲 | het volgen; naleven (van traditionele voorbeelden of gewoonten) |
tōsō-逃走 | ontsnapping; vlucht |
tōsōsuru-逃走する | vluchten; ontsnappen; wegrennen |
toto-とと | een term die kinderen gebruiken om naar hun vader te verwijzen |
toto-とと | een term die kinderen gebruiken om naar een vogel, kip, vis, etc. te verwijzen |
tōzen-当然 | vanzelfsprekend; natuurlijk |
tsentonā-ツェントナー | centenaar (oude gewichtsmaat, was in Duitsland 50kg; Zwitserland en Oostenrijk 100kg) |
tsūgakuro-通学路 | loop- of fietsroute van en naar school |
tsugi-次 | de volgende; de een na de ander |
tsugime-継ぎ目 | naad; las; voeg |
tsugini-次に | daarna; vervolgens |
tsugumi-鶇 | bruine lijster (Turdus naumanni) |
tsūgyō-通暁 | de hele nacht opblijven |
tsui-墜 | (in kanji combinaties) vallen; verdwijnen |
tsui-追 | (in kanji combinaties) inhalen; achtervolgen; opjagen; (ver)volgen; verdrijven |
tsuigō-追号 | postume titel [naam]; titel [naam] die na iemands dood wordt toegekend (b.v. aan een overleden keizer) |
tsuikyū-追求 | het streven; najagen; de jacht (fig.) op |
tsuikyūsuru-追求する | (na)streven; najagen; trachten te bereiken |
tsūin-痛飲 | drinkgelag; zwelgpartij; bacchanaal |
tsūin-通院 | regelmatig naar het ziekenhuis gaan (voor een behandeling) |
tsuiroku-追録 | addendum; naschrift; postscriptum |
tsuiseki-追跡 | navolging; voortzetting; vervolg |
tsuishin-追伸 | postscriptum (PS); naschrift |
tsuisō-追送 | nazending; latere [aanvullende] zending |
tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
tsūjin-通人 | man [vrouw] van de wereld; kenner; connaisseur |
tsukasa-官 | hoge ambtenaar |
tsukesage-付け下げ | een methode om patronen op Japanse kleding aan te brengen (de patronen wijzen naar boven tot de schouders) |
tsuki-突き | (schermen) uitval; steek; (kendō) stekende aanval naar de keel |
tsukimi-月見 | (genieten van) het kijken naar de maan |
tsūkinsuru-通勤する | naar het werk gaan [reizen]; forenzen; pendelen |
tsukiotosu-突き落とす | naar beneden duwen; (iets of iemand) ergens af duwen |
tsukiyo-月夜 | door de maan verlichte nacht; maannacht |
tsukue-机 | bureau; schrijftafel; lessenaar |
tsukunento-つくねんと | afwezig; verstrooid; zonder nadenken |
tsukurigoto-作り事 | vervalsing; namaak; verzinsel; leugen; smoesje; onzin |
tsukurimono-作り物 | namaakartikel; namaaksel; imitatie |
tsukutsukubōshi-つくつく法師 | Walker's cicade (Meimuna opalifera) |
tsuma-妻 | (meestal geschreven in hiragana) garnering (van sashimi met groenten, zeewier, e.d.); versiering; opmaak; toevoeging |
tsuma-妻 | (arch.) liefkozende naam bij een echtpaar: mijn lief; schat; wederhelft; echtgenoot [echtgenote] |
tsumahajiki-爪弾き | uitsluiting; minachting; verwerping; versmading |
tsumahajikisuru-爪弾きする | schuwen; mijden; ontlopen; uitsluiten; minachten; verwerpen; versmaden |
tsumami-摘み | versnaperingen [hapje(s)] bij een drankje |
tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
tsumari-詰まり | kortom; namelijk; met andere woorden (m.a.w.); dat wil zeggen (d.w.z.) |
tsumazuku-躓く | (halverwege) falen; mislukken; gehinderd worden; ergens tegenaan lopen |
tsume-爪 | (hand) nagel; klauw |
tsumein-爪印 | duimafdruk; vingerafdruk; nagelafdruk als zegel |
tsumekiri-爪切り | nagelknipper |
tsuna-綱 | touw; lijn; koord; snaar; kabel |
tsuna-綱 | speciale gordel van de yokuzuna (sumo) |
tsunagaru-繋がる | in relatie staan tot; verwijzen naar |
tsunami-津波 | tsunami; vloedgolf |
tsuntsun-つんつん | (onomatopee) trots; hooghartig; afstandelijk; onaangenaam; onvriendelijk |
tsurasa-辛さ | pijn; leed; kwelling; narigheid; ongemak |
tsurikomu-釣り込む | binnenhalen; ophalen; optillen; naar zich toe trekken |
tsurime-つり目 | ogen met naar boven gerichte ooghoeken |
tsuru-弦 | snaar (van een boog, muziekinstrument, etc.) |
tsūsanshō-通産省 | (afk. voor) het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
tsūshō-通称 | (algemene) naam; roepnaam |
tsūshōsangyōshō-通商産業省 | het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
tsutomenin-勤め人 | ambtenaar; kantooremployé; iemand die op kantoor werkt |
tsutsushimu-慎む | nalaten; afzien van; zich onthouden van |
tsuyomeru-強める | benadrukken |
tsuyuake-梅雨明け | na (afloop van) het regenseizoen |
tsuyuharai-露払い | de sumoworstelaar die een yokozuna naar de ring leidt voor zijn openingsceremonie |
tsuyukeshi-露けし | dauwnat; nat door de dauw |
tsuyukusa-露草 | Aziatische dagbloem (Commelina communis) |
tsuzukezama-続けざま | opeenvolging; de een na de ander |
tsuzuru-綴る | inbinden; aan elkaar naaien [stikken] |
u-有 | (in kanji combinaties) zijn; bestaan; worden |
u-雨 | (in kanji combinaties) regen |
ubu-初 | naïviteit; onbedorvenheid; onschuldigheid |
uchi-打ち | als prefix in combinaties gebruikt om de betekenis te versterken |
uchiberi-内耗 | de verhouding tussen de hoeveelheid graan die overblijft na vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
uchimago-内孫 | oudste kind; erfgenaam |
uchimata-内股 | manier van lopen, met de voeten [tenen] naar binnen gedraaid |
uchiwa-内輪 | (voet met) naar binnen gekeerde tenen |
uchūhikōshi-宇宙飛行士 | ruimtevaarder; astronaut |
ueito-ウエイト | belang; nadruk; prioriteit |
ueru-飢える | hunkeren; verlangen; smachten naar |
uēto-ウエート | belang; nadruk; prioriteit |
uetto-ウエット | nat; vochtig |
ugo-雨後 | na regen |
uguisuiro-鶯色 | groen-bruin (genoemd naar de kleur van de vleugels van een vogel, de Japanse struikzanger) |
uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
uiuishii-初初しい | naïef; onschuldig; puur |
uizādo-ウイザード | tovenaar; genie; magiër |
ukabiagaru-浮かび上がる | naar boven komen (drijven); aan de oppervlakte komen; tevoorschijn komen |
ukabu-浮かぶ | opkomen; verschijnen; naar boven komen |
ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) vragen; informeren (naar) |
ukairo-迂回路 | omweg; wegomlegging; alternatieve route |
ukan-有官 | iemand met een officiële functie [rang; positie] bij de overheid; een ambtenaar |
ukeguchi-受け口 | iemand met een (naar voren) uitstekende onderkaak |
uketamawaru-承る | luisteren (naar); horen; vernemen |
uketori-受け取り | aanname; ontvangst; ontvangstbewijs |
ukeuri-受け売り | het napraten; doorvertellen [herhalen] wat anderen zeggen |
ukiagaru-浮き上がる | ontsnappen aan; zich losmaken [bevrijden] |
ukidasu-浮き出す | opkomen; naar boven (komen) drijven; aan de oppervlakte komen |
ukiuo-浮き魚 | oppervlaktevis; een vis die nabij het wateroppervlak leeft |
umai-旨い | bekwaam; knap; slim |
umami-旨み | umami, de 5de smaak (naast zoet, zuur, zout en bitter) |
umanushi-馬主 | paardeneigenaar; bezitter van paarden |
umanushi-馬主 | eigenaar [bezitter] van renpaarden |
uminohi-海の日 | Dag van de Zee (Japanse nationale feestdag, op de 3de maandag in juli) |
undōjō-運動場 | gymnastiekzaal; sportveld; speelplaats; schoolplein |
unga-運河 | kanaal; waterweg; gracht |
unohana-卯の花 | bruidsbloem; deutzia (Deutzia crenata) |
un'ei-運営 | beheer; bestuur; besturing; management |
un'eisuru-運営する | besturen; beheren; managen |
urashimatarō-浦島太郎 | (informeel) gevangene die na een lang verblijf in de gevangenis wordt vrijgelaten |
ureāze-ウレアーゼ | urease (ureum amidohydrolase, een enzym dat de hydrolyse van ureum naar koolstofdioxide en ammoniak katalyseert) |
ureyuki-売れ行き | (markt) verkoop; afzet; vraag (naar producten) |
uruguai・raundo-ウルグアイ・ラウンド | Uruguay-ronde (Internationale onderhandelingen van 1986 tot 1994, die uiteindelijk leidden tot de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie) |
urutoramontanizumu-ウルトラモンタニズム | ultramontanisme (leer binnen de katholieke kerk met nadruk op de autoriteit van de paus) |
urutoranashonarizumu-ウルトラナショナリズム | ultranationalisme |
urutora・shī-ウルトラ・シー | gymnastiekoefening die qua uitvoering moeilijker is dan de norm voor de hoogste van de drie lagere moeilijkheidsgraden |
ushirogeri-後ろ蹴り | (judo) een trap naar achteren |
uten-雨天 | regenachtig weer; regenachtige dag |
utoutoshii-疎疎しい | koel; afstandelijk; ongenaakbaar |
utsugi-空木 | bruidsbloem; deutzia (Deutzia crenata) |
utsumukeru-俯ける | naar beneden kijken; ondersteboven draaien [hangen]; op zijn kop zetten |
utsushi-写し | het natrekken [overtrekken] (vanaf een model) |
uwa-上 | (in kanji combinaties) boven; op; hoog; daarbij; toegevoegd |
uwagaki-上書き | (het bewaren van) een nieuwe tekstversie na herschrijving (op een computer) |
uwazumi-上積み | extra verhoging [toename] |
wa-和 | (in kanji combinaties) Japan; Japans |
wa-話 | (in kanji combinaties) spreken; zeggen; vertellen; taal; woord; verhaall |
wagina-ワギナ | vagina |
wagon-和琴 | zessnarige Japanse citer |
wahitsu-和筆 | schrijfpenseel gemaakt in Japan (i.t.t. in China) |
waipu-ワイプ | het wissen van gegevens van opnamebanden en hardeschijven |
waiya-ワイヤ | snaar (van een muziekinstrument) |
waji-和字 | het Japanse fonetisch schrift (hiragana en katakana); Japanse karakters (karakters die in Japan zijn ontwikkeld) |
wajin-倭人 | (arch.) een oude benaming voor een Japanner |
wajō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Shingon boeddhisme) |
wajō-和尚 | benaming voor een courtisane uit de hogere klasse |
wakadoshiyori-若年寄 | een ambtenaar in de Edo periode |
wakame-若布 | alg; zeewier (Undaria pinnatifida) |
wakamidori-若緑 | nieuwe [jonge] dennennaalden |
wakan-和漢 | Japan en China; Japans en Chinees |
wakankonkōbun-和漢混交文 | een literaire schrijfstijl die een combinatie is van Japans en Chinees |
wakehedate-分け隔て | discriminatie |
wākēshon-ワーケーション | telewerken vanaf een vakantiebestemming |
wamei-和名 | Japanse naam [benaming] (i.t.t. de wetenschappelijke naam, b.v. van planten en dieren) |
wamyō-和名 | (oorspronkelijke) Japanse benaming [naam] |
wan-腕 | (in kanji combinaties) arm; bekwaamheid |
wanman-ワンマン | één man die de leiding heeft [die alle macht naar zich toetrekt]; tiran; dictator |
wantō-彎刀 | krom zwaard (zoals de katana in Japan) |
wantsū・panchi-ワンツー・パンチ | (boksen) een snelle combinatie van slagen afwisselend met de linker- en rechtervuist |
waraitobasu-笑い飛ばす | iets weglachen; zich er met een (glim)lach vanaf maken |
warizerifu-割り台詞 | in Kabuki, twee acteurs die (in een monoloog) dezelfde gedachten uiten onafhankelijk [onbewust] van elkaar |
warui-悪い | slecht; onaangenaam; onprettig (gevoel) |
waruimen-悪い面 | keerzijde; nadeel |
warukuchimatsuri-悪口祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
wasei-和声 | harmonie; consonant (klank) |
wasen-和戦 | vrede (na de oorlog) |
washintonjōyaku-ワシントン条約 | Washington conventie (overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dieren en plantensoorten) |
wasserumanhannō-ワッセルマン反応 | Wassermannreactie (medische test genoemd naar de bacterioloog August von Wassermann) |
watari-辺 | buurt; nabijheid; omgeving |
watariaruku-渡り歩く | (rond)zwerven; van de ene naar de andere plaats gaan |
wataribashi-渡り箸 | eetstokjes waarmee iets uit het ene na het andere gerecht wordt gepakt zonder tussendoor wat rijst te eten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
wazaari-技有り | (judo) bijna techniek; half punt |
wazatogamashii-態とがましい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
wazatorashii-態とらしい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
wazawaza-態々 | uitdrukkelijk; nadrukkelijk; speciaal; de moeite nemen (om te) |
webusaitoōnā-ウェブサイトオーナー | websitehouder; website-eigenaar |
webu・pēji-ウェブ・ページ | webpagina |
wōtāmeron-ウォーターメロン | watermeloen (Citrullus lanatus) |
ya-夜 | (in kanji combinaties) nacht; avond |
yachō-夜鳥 | nachtvogel |
yachū-夜中 | middernacht; (midden) in de nacht |
yadonushi-宿主 | waard; herbergier; (hotel)eigenaar; hospita; gastheer |
yagate-軈て | na een tijdje; spoedig; binnenkort; gauw; uiteindelijk |
yagurumasō-矢車草 | schout-bij-nacht (plant: Rodgersia podophylla) |
yagyō-夜業 | nachtdienst; nachtwerk |
yahan-夜半 | middernacht; midden in de nacht |
yaiba-刃 | generieke naam voor zwaarden, messen, etc. |
yain-夜陰 | nachtelijke duisternis |
yaka-やか | gekoppeld aan een zelfstandige naamwoord vormt het een bijvoeglijk naamwoord (met な) |
yakan-夜間 | 's nachts (van zonsondergang tot zonsopgang) |
yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
yakeato-焼け跡 | afgebrand pand; overblijfselen na een brand |
yakebutori-焼け太り | rijker [welvarender] worden na een brand |
yakei-夜景 | aanzicht [uitzicht] bij nacht; nachtelijk aanzicht [uitzicht] |
yakei-夜警 | nachtwake; nachtwacht; nachtwaker |
yakenokoru-焼け残る | ontsnappen aan de vlammen [het vuur]; onverbrand blijven |
yaki-夜気 | nachtlucht; koele avondlucht |
yakin-夜勤 | nachtdienst; nachtploeg |
yakō-夜行 | nachtreis; nachtelijke reis |
yakō-夜行 | nachtronde; patrouille in de nacht |
yakō-夜行 | nachtleven; nachtelijk uitgaansleven |
yakō-夜行 | (afk. voor) nachttrein |
yakōressha-夜行列車 | nachttrein |
yaku-約 | ongeveer; bij benadering |
yaku-薬 | narcotica; drug(s); verdovend middel |
yakubutsu-薬物 | (politieterm) drugs; narcotica |
yakumei-訳名 | vertaalde naam [benaming] |
yakunin-役人 | overheidsfunctionaris; ambtenaar |
yakuninkonjō-役人根性 | bureaucratisme; ambtenarij |
yakurisayō-薬理作用 | medicinale werking; de werking van geneesmiddelen |
yakushu-薬酒 | medicijndrank; geneeskrachtige [medicinale] drank |
yamabito-山人 | (in de bergen wonende) heremiet; kluizenaar; onsterfelijke |
yamadera-山寺 | Yama-dera, algemene benaming voor de Risshaku-ji (Tendai bergtempel in Yamagata-stad) |
yamakai-山峡 | kloof; ravijn; ((nauwe) vallei |
yamamayu-山繭 | een nachtpauwoog vlinder (Antheraea yamamai) |
yamamoto-山元 | eigenaar van een berg; eigenaar van een (kolen)mijn |
yamatoshimane-大和島根 | Yamato-shima; Yamato no Kuni; Gebied rondom Yamato (een voormalige provincie van Japan, gelegen in de huidige prefectuur Nara) (arch.) |
yami-闇 | onwetend zijn; zonder kennis en rede zijn; ongeletterd [analfabeet] zijn |
yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
yamiji-闇路 | (de weg naar) de onderwereld |
yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
yamikumo-闇雲 | iets doen zonder erover na te denken over de consequenties; onnadenkendheid; roekeloosheid; willekeur |
yamikumo-闇雲 | vaag; doelloos; willekeurig; onnadenkend; roekeloos |
yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
yaminagashi-闇流し | het verkopen van iets buiten de wettige kanalen om |
yaminoyo-闇の夜 | een donkere (maanloze) nacht |
yamiyo-闇夜 | een donkere [maanloze] nacht |
yamōshō-夜盲症 | nachtblindheid |
yani-やに | ongewenst; met tegenzin; onacceptabel (is een verbastering van iya ni) |
yanoasatte-弥の明後日 | de dag na overmorgen; overovermorgen |
yanushi-家主 | huiseigenaar |
yappī-ヤッピー | (young urban professional) yuppie |
yarippanashi-遣りっ放し | onaf; onvolledig; onvoltooid |
yasei-野生 | (een nederige term om naar zichzelf te verwijzen) ik; mij |
yasen-夜戦 | nachtelijke gevechten [oorlog] |
yasen-野選 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
yashikibōkō-屋敷奉公 | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
yashikizutome-屋敷勤め | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
yashoku-夜色 | avondscène; nachtelijk tafereel; de kleurschakeringen van de nacht |
yashoku-夜食 | hapje [versnapering] in de avond of nacht; souper |
yashū-夜襲 | nachtaanval; aanval [overval] in de nacht |
yashusentaku-野手選択 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
yasumiake-休み明け | na de vakantie |
yasuukeaisuru-安請け合いする | lichtvaardig [overhaast] een belofte doen (die men niet kan nakomen) |
yasuyasu-安安 | (vaak gebruikt in combinatie met to) vredig; zonder problemen |
yasuyasu-易易 | (vaak gebruikt in combinatie met to) heel gemakkelijk, eenvoudig, simpel; met groot gemak; erg toegankelijk (fig.) |
yatō-夜灯 | nachtlamp; nachtlantaarn (als straatverlichting e.d.) |
yatō-夜盗 | een nachtelijke inbraak [inbreker; indringer] |
yazen-夜前 | gisteravond; gisternacht |
yō-妖 | (in kanji combinaties) charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk; betoverend; mysterieus; spookachtig; verdacht |
yoasobi-夜遊び | het uitgaansleven; nachtleven |
yoban-夜番 | nachtwacht; nachtwaker |
yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
yobikawasu-呼び交わす | elkaar roepen; naar elkaar roepen [schreeuwen] |
yobina-呼び名 | roepnaam; bijnaam |
yobisute-呼び捨て | alleen de naam (zonder aanspreektitel) |
yobōsesshu-予防接種 | vaccinatie |
yodooshi-夜通し | de hele nacht; gedurende de nacht |
yofukashi-夜更かし | het nachtbraken |
yofune-夜船 | nachtboot; een schip dat in de nacht vaart |
yogake-夜駆け | nachtelijke aanval [inbraak] |
yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
yoginai-余儀ない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; gedwongen; niet anders kunnen |
yogiri-夜霧 | avondmist; avondnevel; nachtelijke mist |
yogiru-過る | naderen |
yogisha-夜汽車 | nachttrein |
yogoto-夜毎 | elke nacht; nachtelijk |
yoha-余波 | nawerking; neveneffect; nasleep |
yoi-宵 | de vroege avond; het begin van de avond (net na zonsondergang) |
yoin-余韻 | weergalm; resonantie; echo; nagalm |
yoin-余韻 | nasmaak; nawerking |
yoinokuchi-宵の口 | de vroege avond; net na zonsondergang |
yōjo-妖女 | verleidster; vamp; heks; tovenares |
yokaze-夜風 | nachtwind; avondbries |
yokei-余慶 | erfenis; nalatenschap |
yokei-余慶 | geluk dat nakomelingen ontvangen vanwege de goede daden van hun voorouders |
yoketsu-預血 | bloeddonatie (bij een bloedbank) |
yōkin-洋琴 | yangqin, Chinees snaarinstrument (hakkebord) |
yokkaichizensoku-四日市喘息 | Yokkaichi asthma, veroorzaakt door inademen van zwaveldioxide (vervuilingsziekte in Japanse prefectuur Mie tussen 1960 en1972) |
yokō-余光 | nagloed |
yoko-横 | breedte; wijdte; horizontaal; van links naar rechts; zijwaarts; zijdelings |
yōkō-洋行 | (studie)reis (vanuit Japan) naar het buitenland [het Westen] |
yōkō-洋行 | (in China) algemene benaming voor handelsondernemingen in bezit van buitenlanders |
yokode-横手 | naast; opzij; aan een kant |
yokogaki-横書き | horizontaal schrift (m.n. van links naar rechts) |
yokotaeru-横たえる | (naast zich) neerleggen |
yokozuna-横綱 | yokozuna (hoogste rang in sumo) |
yokun-余薫 | erfenis; nalatenschap |
yokuseki-翌夕 | de volgende avond; morgenavond |
yokuyō-抑揚 | intonatie; inflexie; stembuiging; modulatie |
yomatsuri-夜祭り | nachtfestival; nachtfeest |
yomawari-夜回り | nachtwacht; nachtwaker |
yome-夜目 | in het donker; in duisternis; bij nacht |
yomeiribune-嫁入り舟 | boot(je) om een bruid (pasgetrouwde echtgenote) te vervoeren (naar het huis van de echtgenoot) |
yomikana-読み仮名 | lezing van kanji (in kana ernaast of erboven gegeven) |
yomikomu-詠み込む | in een gedicht de naam van iets opnemen (b.v. plaatsnaam, seizoen, etc.) |
yomikomu-読み込む | nauwkeurig lezen; grondig bestuderen |
yomikomu-読み込む | (computer) gegevens vanaf een extern apparaat (b.v. USB-stick) inlezen en opslaan |
yomikudasu-読み下す | (Japanse tekst) van boven naar beneden lezen |
yomosugara-夜もすがら | de hele nacht (door) |
yonaga-夜長 | een lange (herfst)nacht |
yonaka-夜中 | middernacht; (midden) in in de nacht |
yonige-夜逃げ | het in de nacht (alles in de steek laten en) op de vlucht slaan |
yoō-余殃 | onheil dat nakomelingen overkomt vanwege slechte daden van hun voorouders |
yoppite-夜っぴて | de hele nacht (door); gedurende de (hele) nacht |
yori-より | (startpunt van tijd of plaats) vanaf; sinds |
yoroi-鎧 | harnas; pantser; bepantsering |
yoru-夜 | avond; nacht |
yoru-寄る | naderen; dichterbij komen |
yosamu-夜寒 | avondkou; nachtelijke kou |
yosebashi-寄せ箸 | eetstokjes waarmee men (kom met) een gerecht naar zich toe trekt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
yosen-予選 | eliminatie van mogelijke opties (om de beste te selecteren) |
yōsuiro-用水路 | irrigatiekanaal; watergang |
yosutebito-世捨て人 | Kluizenaar; heremiet |
yōten-要点 | hoofdpunt; kernpunt; het essentiële [voornaamste; cruciale] punt; de essentie |
yotsu-四つ | (oude naam voor) de tijd rond 10 [22] uur |
yotsugana-四つ仮名 | term die verwijst naar de vier klanken van de kana じ,ぢ,ず,づ (tot en met de Muromachi periode) |
yotsuyu-夜露 | nachtdauw |
yotteru-ヨッテル | yachtel, een hotel op een jacht (combinatie van yacht en hotel) |
youchi-夜討ち | nachtelijke aanval [inbraak] |
yowa-夜半 | middernacht; midden in de nacht |
yōyaku-漸く | maar net; nauwelijks; ternauwernood |
yozai-余財 | financiële reserve(s); beschikbaar [overtollig] geld |
yozakura-夜桜 | (het kijken naar) kersenbloesems in de nacht |
yūbenka-雄弁家 | een begaafd redenaar; een goede [vlotte] spreker |
yūgao-夕顔 | fleskalebas (Lagenaria siceraria) |
yugeshō-湯化粧 | make-up na het baden |
yugō-癒合 | agglutinatie; aanhechting |
yūhitsu-右筆 | (hist.) (overheids)dienaar belast met het schrijven van documenten |
yūhō-友邦 | een bevriende natie; bondgenoot |
yūi-優位 | overheersing; superioriteit; overwicht; dominantie; suprematie |
yuibutsubenshōhō-唯物弁証法 | dialectisch materialisme (een natuur- en wetenschapsfilosofie) |
yuiitsumuni-唯一無二 | de enige echte; ongeëvenaard [onovertroffen; uniek] zijn |
yūkai-幽界 | de onderwereld; het hiernamaals |
yukai-愉快 | prettig [plezierig; aangenaam; vrolijk; fijn; opgewekt; vrolijk] zijn |
yūkai-誘拐 | ontvoering; kidnap(ping) |
yūkaihannin-誘拐犯人 | kidnapper; ontvoerder |
yūkaisuru-誘拐する | ontvoeren; kidnappen |
yūki-結城 | Yūki, naam van een stad in de prefectuur Ibaraki |
yuki-行き | (trein, tram, bus) naar... |
yuki-裄 | bij een kimono, de afstand van de rugnaad tot de manchet |
yukiba-行き場 | bestemming; plaats om naar toe te gaan |
yukigake-行きがけ | route; op weg; onderweg (naar; daarheen) |
yukimi-雪見 | het kijken naar de sneeuw; het genieten van een besneeuwd landschap |
yūkin-遊金 | ongebruikt [onbelegd; inactief] geld |
yukionna-雪女 | Yuki Onna [sneeuwvrouw] (figuur in de Japanse mythologie gekleed in een witte kimono) |
yukitodoku-行き届く | attent [oplettend; zorgvuldig; nauwgezet] zijn |
yūkōkoku-友好国 | bevriend land; bevriende natie |
yukuyuku-行く行く | onderweg; op weg (naar) |
yūkyū-遊休 | inactiviteit; buiten werking; buiten gebruik |
yūmeimujitsu-有名無実 | slechts in naam (en niet in werkelijkheid) |
yumichi-湯道 | gietloop (voor gesmolten metaal); gietkanaal; glijgoot |
yunaiteddo・nēshonzu-ユナイテッド・ネーションズ | Verenigde Naties |
yunanimisumu-ユナニミスム | unanimisme; eenstemmigheid |
yunesuko-ユネスコ | UNESCO, de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) |
yunibāsaru・bankingu-ユニバーサル・バンキング | systeem waarin banken vele soorten bankactiviteiten en andere financiële diensten aanbieden |
yunikōn-ユニコーン | narwal; eenhoornvis |
yunion・jakku-ユニオン・ジャック | (de naam van) de vlag van het Verenigd Koninkrijk; de Engelse vlag |
yunisefu-ユニセフ | UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties (United Nations International Children's Emergency Fund, nu genoemd: United Nations Children's Fund) |
yunitto・shisutemu-ユニット・システム | eenheden systeem; internationaal meetsysteem (bij fabricage volgens bepaalde vastgestelde normen) |
yunyūizondo-輸入依存度 | de mate van (economische) afhankelijkheid van import (verhouding tussen invoerwaarde en nationale productie) |
yūreki-遊歴 | studiereis (van kunstenaars e.d.) |
yurikaeshi-揺り返し | naschok (bij aardbeving) |
yūrokin'yū-ユーロ金融 | euro-financiering; financiering in euro's |
yurugase-忽せ | onachtzaam [onzorgvuldig] zijn |
yūsei-優勢 | superioriteit; overheersing; dominantie; overwicht |
yūsei-優性 | dominantie |
yūshi-有司 | overheidsambtenaar |
yūshi-融資 | financiering; voorschot; lening |
yushimenshoku-諭旨免職 | ontslagname na een officieel advies; gedwongen ontslagname |
yūshisuru-融資する | financieren; voorschieten; lening geven |
yushitaigaku-諭旨退学 | de school verlaten na een officieel advies |
yūshōreppai-優勝劣敗 | het recht van de sterkste; natuurlijke selectie (overleving van degenen die het best aan de omgeving aangepast zijn) |
yūshōsha-優勝者 | (eerste prijs) winnaar; kampioen |
yushutsunyūkanriseido-輸出入管理制度 | export en import managementsysteem |
yūtanajī-ユータナジー | euthanasie |
yūyūjiteki-悠悠自適 | een rustig, teruggetrokken leven leiden; eervolle rust na een welbesteed leven |
yū・āru・eru-ユー・アール・エル | wegpagina-adres (uniform resource locator) |
yū・enu-ユー・エヌ | VN (Verenigde Naties) |
yū・tān-ユー・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken teruggaan naar hun geboorteplaats |
za-挫 | (in kanji combinaties) verpletteren; breken; verstuiken |
za-挫 | (in kanji combinaties) tegenslag ontmoeten |
zahyō-座標 | coördinaat; coördinaten |
zahyōjiku-座標軸 | coördinaat-as(sen) |
zahyōkei-座標系 | coördinatenstelsel |
zai-在 | (in kanjicombinaties) ergens zijn [wonen; verblijven] |
zaibatsu-財閥 | financieel en zakelijk conglomeraat |
zaigen-財源 | bron van inkomsten; financiële middelen |
zaikai-財界 | financiële wereld; fianciële sector |
zaimu-財務 | financiële administratie |
zaimudaijin-財務大臣 | minister van Financiën |
zaimunaiyō-財務内容 | financiële gegevens; financiële situatie |
zaimushō-財務省 | (vanaf 2001) Ministerie van Financiën |
zaisei-財政 | openbare financiën [financiële toestand]; overheidsfinanciën |
zaisei-財政 | (particuliere) financiën; geldzaken; geldmiddelen |
zakuro-石榴 | granaatappelboom [granaatboom] (Punica granatum) |
zakuro-石榴 | granaatappel (vrucht) |
zankoku-残酷 | wreedheid; bruutheid; genadeloosheid |
zankyō-残響 | echo; weerkaatsing; nagalm |
zanshin-残心 | (in vechtsporten) de mentale houding van het blijven opletten (ook na de actie) |
zanshō-残照 | naglans; nagloed (b.v. van de ondergaande zon) |
zanzen-嶄然 | prominent [in 't oog lopend; opzienbarend; uitblinkend; uitmuntend; ongeëvenaard] zijn |
zatsueki-雑益 | bijverdiensten; inkomsten uit nevenactiviteiten |
zau-座右 | (rechts) naast zich; bij de hand (hebben) |
zayū-座右 | (rechts) naast zich; bij de hand (hebben) |
zehi-是非 | goed en fout; plussen en minnen; voor- en nadelen |
zeibiki-税引き | exclusief belasting; (netto) bedrag na aftrek van belastingen |
zeigen-贅言 | breedsprakigheid; overbodige woorden; pleonasme |
zeikanri-税関吏 | douanebeambte; douaneambtenaar; douanier |
zen-漸 | (in kanji combinaties) geleidelijk; stap voor stap |
zen-然 | (in kanji combinaties) natuurlijk; toevallig; onvoorzien; vastberaden |
zen-禅 | dhyana (diepe meditatie) |
zenchishiki-善知識 | (boeddh.) iem. die de Boeddhistische leer uitlegt en mensen leidt naar de juiste (Boeddhistische) weg |
zendō-善道 | (boeddh.) een goede wereld, d.w.z. van goden of van mensen (door goede daden in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden herboren) |
zeneraru・sutaffu-ゼネラル・スタッフ | generale staf (bedrijfsmanagement) |
zengakuren-全学連 | (afk. voor) Japanse nationale federatie van zelfbesturende studentenverenigingen (opgericht in 1948) |
zengen-漸減 | geleidelijke afname |
zengo-前後 | voor en na |
zengo-前後 | om en nabij; ongeveer |
zenigataazarashi-銭形海豹 | (gewone) zeehond (Phoca vitulina) |
zenjinmitō-前人未到 | onontdekt [ongekend; ongeëvenaard; onontgonnen; onbetreden] zijn |
zenkan-善管 | goed management; goed bestuur |
zenkan-善管 | goede manager |
zenken-前件 | voorgenoemde [bovengenoemde] alinea [pagina; tekst; document] |
zenkokunōgyōkyōdōkumiairengōkai-全国農業協同組合連合会 | Nationale federatie van landbouwcoöperaties |
zenkokunōminkumiai-全国農民組合 | Nationale Boerenbond |
zenkokutaikai-全国大会 | nationale conventie; nationaal (partij)congres; nationale competitie; nationaal toernooi |
zenkyoku-全曲 | de gehele compositie [voorstelling; muziekopname] |
zennihongakuseijichikaisōrenkō-全日本学生自治会総連合 | Japanse nationale federatie van zelfbesturende studentenverenigingen (opgericht in 1948) |
zennō-全農 | (afk. voor) Nationale Boerenbond |
zennō-全農 | (afk. voor) Nationale federatie van landbouwcoöperaties |
zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
zenpōkōenfun-前方後円墳 | een oude Japanse tumulus [grafheuvel] (in sleutelvorm van bovenaf gezien) |
zenshi-全紙 | een hele pagina; een heel vel papier; alle bladen [kranten] |
zenshu-善趣 | (Boeddh) een goede wereld, d.w.z. van de goden of van de mensen (door goede daden te doen in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden |
zentei-前提 | veronderstelling; aanname; uitgangspunt |
zenzō-漸増 | geleidelijke toename |
zen'eitanka-前衛短歌 | avant-garde tanka (van een revolutionaire beweging in tanka-poëzie o.l.v Kunio Tsukamoto, in de vijftiger en zestiger jaren) |
zen'initchi-全員一致 | unanimiteit; eenstemmigheid |
zen'ya-前夜 | gisteravond; gisternacht; de vorige avond [nacht] |
zesshō-絶勝 | prachtig landschap [natuurschoon] |
zetsesshon-ゼツェッション | Sezession of Secession, (een benaming voor verschillende kunstbewegingen aan het eind van de 19e eeuw) |
zettaizetsumei-絶体絶命 | uitzichtloze situatie; situatie waaruit geen ontsnapping mogelijk is; in een hoek gedreven zijn |
zettoki-ゼット旗 | signaalvlag (scheepvaart) |
zō-増 | vergroting; verhoging; toename; vermeerdering |
zō-憎 | (in kanji combinaties) haten; hekel; afkeer |
zō-臓 | (in kanji combinaties) ingewanden |
zō-贈 | (in kanji combinaties) geven; schenken; doneren |
zō-造 | (in kanji combinaties) maken; bouwen; samenstellen |
zōbin-増便 | toename van openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig) |
zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |
zōeki-増益 | toename; verhoging; vergroting |
zōin-増員 | toename van personeel |
zōka-増加 | toename; groei; stijging |
zōka-造花 | kunstbloem; namaakbloem |
zōkiteikyō-臓器提供 | orgaandonatie |
zokkan-属官 | lagere [laaggeplaatste] ambtenaar |
zokkan-属官 | lagere bestuursambtenaren bij een overheidsinstantie |
zokuaku-俗悪 | ordinair [vulgair; protserig] zijn |
zokuga-俗画 | een vulgair [ordinair] schilderij |
zokuhō-続報 | vervolgrapport; aanvullend nieuws; nadere bijzonderheden |
zokumyō-俗名 | lekennaam; naam voordat men intreedt in het boeddhisme |
zokuri-俗吏 | (denigrerende term) een kleine [onbeduidende; onbelangrijke] ambtenaar [klerk] |
zokuri-属吏 | een ondergeschikte [lage] ambtenaar [functionaris] |
zokuryō-属僚 | een ondergeschikte (ambtenaar) |
zokusei-俗姓 | seculiere [wereldse] achternaam van een monnik |
zōkyō-増強 | versterking; opbouw; vergroting; toename |
zōryō-増量 | toename; verhoging; vermeerdering |
zōyo-贈与 | donatie; schenking |
zubunure-ずぶ濡れ | kletsnat [druipnat; doorweekt] zijn |
zufu-図譜 | geïllustreerd boek [naslagwerk]; prentenboek |
zui-随 | (in kanji combinaties) het volgen; navolgen; begeleiden |
zuieki-髄液 | hersenvocht; ruggenmergsvocht (liquor cerebrospinalis) |
zuijū-随従 | navolging; ondergeschiktheid |
zuitokuji-随徳寺 | (fonetisch klinkt dit woord als de naam voor een tempel en qua betekenis: de dingen laten zoals ze zijn) vlucht |
zukezuke-ずけずけ | (onomatopee) openhartig; (onaangenaam) oprecht; onverbloemd; er geen doekjes om winden |
zukkokeru-ずっこける | naar beneden glijden [slippen; vallen]; loslaten; loskomen |
zurakaru-ずらかる | weglopen; vluchten; ontsnappen |
zureru-ずれる | wegglijden; naar beneden glijden; verschuiven |
zuriochiru-ずり落ちる | wegglijden; naar beneden glijden |
zurō-杜漏 | onachtzaamheid; slordigheid; nalatigheid |