gekkōsuru-激昂する | opvliegend [heetgebakerd] zijn; een kort lontje hebben; snel aangebrand zijn |
geko-下戸 | een niet-drinker; geheelonthouder; iemand die geen alcohol drinkt [kan drinken] |
gyōshū-凝集 | cohesie; concentratie; agglutinatie; opeenhoping; samenklontering |
hinawa-火縄 | lont |
hinawajū-火縄銃 | musket; haakbus (ouderwets geweer met een lont) |
ikkai-一塊 | brok; klont; klomp; kluit |
ikkatsu-一括 | bundel; klontering; klont; klomp; bonk; brok |
kakuzatō-角砂糖 | suikerklontje; klontjessuiker |
kinshu-禁酒 | geheelonthouding (van alcohol) |
kuchibi-口火 | lont; waakvlam |
kurumeru-包める | samenklonteren; samenvoegen; opstapelen; optellen |
on・za・rokku-オン・ザ・ロック | met ijs(klontjes) (Eng.: on the rocks) |
toppu-トップ | (spinnerij) bol lont; voorgaren |