Kruisverwijzing
lip
lemma | meaning |
---|---|
aikyōbeni-愛敬紅 | rouge [lipstick; oogschaduw] (om de charme te vergroten [het uiterlijk te verfraaien]) |
anshō-暗礁 | een rots onder water; een blinde klip |
aobae-青蠅 | bromvlieg; aasvlieg (Calliphora) |
asari-浅蜊 | Filipijnse tapijtschelp (Ruditapes philippinarum) |
bakken-バッケン | skibinding (clip voor het bevestigen van de ski aan de schoen) |
beni-紅 | rouge; lipstick |
burīfu-ブリーフ | herenslip; herenonderbroek |
burumā-ブルマー | damesslip; damesonderbroek |
burūmā-ブルーマー | damesslip; damesonderbroek |
daen-楕円 | ellips |
daenginga-楕円銀河 | ellipsvormig [elliptisch] sterrenstelsel |
daenhenkō-楕円偏光 | elliptische polarisatie |
daenkei-楕円形 | ellipsvorm |
daentai-楕円体 | ellipsoïde |
dokushinjutsu-読唇術 | liplezen |
ei-纓 | slip [reep stof] aan de achterkant van een traditioneel Japans hoofddeksel |
etchūfundoshi-越中褌 | smalle lendendoek; g-string (soort tangaslip) |
fanburu-ファンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
firipin-フィリピン | Filipijnen |
fukubarahappu-フクバラハップ | Hukbalahap, de militaire tak van de Communistische Partij in de Filipijnen (in 1942 opgerichte verzetsbeweging om de Japanners te bevechten) |
fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
furēmenhannō-フレーメン反応 | flemen reactie (bij dieren, een manier van ruiken waarbij het dier zijn bovenlip omkrult, en vaak ook zijn nek uitstrekt) |
furippu-フリップ | flipchart; flip-over (presentatiebord met kladbord) |
furippuchāto-フリップチャート | flipchart; flip-over (presentatiebord met kladbord) |
gakeppuchi-崖っ縁 | (lett.) de rand van de afgrond [rotsen; klippen] |
gurosu-グロス | lipgloss |
hanburu-ハンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
inshin-陰唇 | labium; schaamlip |
kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
kamibasami-紙挟み | paperclip; papierklem |
karukuchi-軽口 | spraakzaamheid; loslippigheid |
kedo-けど | toch? (een partikel aan het eind van een elliptische zin waarmee de reactie van de gesprekspartner gepeild wordt) |
kirigishi-切り岸 | steile klip [klif; rots] |
koban-小判 | ovaal; ellips (vorm) |
kōshinretsu-口唇裂 | hazenlip; schicis |
kuchibeni-口紅 | lippenstift |
kuchibiru-唇 | (v.d. mond) lip; lippen |
kuchigaru-口軽 | loslippigheid; babbelziek [praatgraag] zijn |
kuchimoto-口元 | mond; lippen |
kuchinamezuri-口舐めずり | (na het eten van iets lekkers) je mond [lippen] aflikken |
kuchisaki-口先 | lippen; puntje van de tong |
kurippu-クリップ | papierklem; paperclip |
kurippu-クリップ | sierspeld; haarspeld; oorclip |
kuwaeru-銜える | iets in de mond (tussen de tanden of lippen) houden [hebben; nemen] |
maku-撒く | ontsnappen; ontkomen; (iem.) ontglippen; ontwijken |
matsugonomizu-末期の水 | het water waarmee de lippen van een stervende worden bevochtigd |
misaki-岬 | kaap; klip; klif |
misanpu-未産婦 | nullipara; een vrouw die nooit kinderen heeft gebaard |
nanairotōgarashi-七色唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
nan'yō-南洋 | de eilanden in de Stille Zuidzee (zoals de Filippijnen, Indonesië, e.a.) |
nukedasu-抜け出す | wegglippen; wegkruipen |
nukederu-抜け出る | stilletjes [heimelijk] weggaan [wegglippen] |
ochoboguchi-おちょぼ口 | klein rond mondje; getuite lippen |
pantsu-パンツ | onderbroek; slip |
peso-ペソ | peso (munteenheid, tegenwoordig van diverse Zuid-Amerikaanse landen en de Filipijnen) |
rippu-リップ | lip; lippen |
rippugurosu-リップグロス | lipgloss |
rippusutikku-リップスティック | lippenstift |
rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
runge-ルンゲ | Carl Runge, Duitse wiskundige (1856-1927); Friedlieb Ferdinand Runge, Duitse chemicus (1795-1867); Philipp Otto Runge, Duitse schilder (1777-1810) |
sasu-注す | (gedeeltelijk) verven; lakken; inkleuren; opdoen (lippenstift, etc.) |
shibōkyūin-脂肪吸引 | liposuctie; verwijdering van vetophopingen |
shichimitōgarashi-七味唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
shimotsukesō-下野草 | spirea (Filipendula multijuga) |
shishitsu-脂質 | lipide (vet of vetachtige stof) |
shitakuchibiru-下唇 | onderlip |
shōtsu-ショーツ | onderbroek; slipje |
shushin-朱唇 | rode lippen |
suberi-滑り | het glijden; slippen |
suberidome-滑り止め | antislip (materiaal) |
suberu-滑る | glad [glibberig] zijn; slippen |
sumātobōru-スマートボール | Japans balspel (vergelijkbaar met flipperen) |
surippa-スリッパ | slipper (schoeisel) |
surippu-スリップ | slip (het glijden van een voertuig) |
tabi-足袋 | tabi, Japanese sok (met een split tussen de tenen voor het dragen van teenslippers) |
tōgarashi-唐辛子 | (rode) peper; chilipeper, chilipoeder |
torinigasu-取り逃がす | missen; misgrijpen; laten vallen; door de vingers laten slippen |
toriotosu-取り落とす | (uit je handen) laten vallen [glippen] |
toshin-兎唇 | hazenlip; gespleten lip |
tsugikuchi-注ぎ口 | lip; tuit |
uwabaki-上履き | schoenen [slippers; sloffen] voor binnenshuis |
uwagutsu-上靴 | schoenen [slippers] voor binnenshuis |
uwakuchibiru-上唇 | bovenlip |
yokosuberi-横滑り | zijwaartse beweging [slip; schuiver]; zijslip (van auto, skiër, etc.) |
zekka-舌禍 | verspreking; slip of the tongue |
zukkokeru-ずっこける | naar beneden glijden [slippen; vallen]; loslaten; loskomen |