akki-悪気 | boze geest; kwaadaardigheid; boosaardigheid; kwaadwillendheid |
akubyō-悪病 | een besmettelijke ziekte; een epidemie; een kwaadaardige ziekte |
akuchishiki-悪知識 | een kwaadaardig iemand die mensen op het slechte pad brengt |
akui-悪意 | kwaadaardigheid (t.o.v. iem.); slechte bedoelingen |
akumateki-悪魔的 | duivels; demonisch; kwaadaardig |
akusei-悪性 | (med.) maligniteit; kwaadaardigheid (van een ziekte) |
akuseirinpashu-悪性リンパ腫 | een kwaadaardige lymfoom [lymfkliergezwel] |
akuseishuyō-悪性腫瘍 | een kwaadaardige tumor |
akushitsu-悪疾 | een kwaadaardige ziekte (vroeger was dit de benaming voor de ziekte van Hansen, leprosie) |
akushitsu-悪質 | een slecht karakter; kwaadaardig [gemeen] zijn |
akushō-悪性 | een kwaadaardig [boosaardig; slecht; verdorven; gemeen] karakter |
akusō-悪相 | een kwaadaardig [boosaardig] uiterlijk |
akuto-悪徒 | een slechte [kwaadaardige] man |
dokke-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
dokki-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
doku-毒 | kwaadaardigheid; boosheid; wrok |
dokuhitsu-毒筆 | kwaadaardige pen; schrijven om iemand te kwetsen |
dokuke-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
ganshu-癌腫 | carcinoom; kankergezwel; (kwaadaardige) tumor |
jaaku-邪悪 | wreedheid; kwaadaardigheid; gemeenheid |
kendon-慳貪 | gebrek aan mededogen; wreedheid; onvriendelijkheid; kwaadaardigheid |
magatta-曲がった | oneerlijk; verdorven; slecht; kwaadaardig |
nikunikushii-憎憎しい | kwaadaardig; hatelijk; wraakzuchtig |
ōdō-横道 | kwaad; kwaadaardigheid; zonde; verdorvenheid |
shirome-白目 | kille [kwaadaardige] ogen |
warumono-悪者 | een slechte [kwaadaardige; verdorven] persoon; een schurk; een boef; een schoft |
warushi-悪し | (klassieke vorm van 悪い) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |