anko-餡こ | vulling (van kussen, kleding, e.d.) |
baffā-バッファー | stootblok; stootkussen; tussengebied |
bakomakura-箱枕 | een doosvormig hoofdkussen |
chikufujin-竹夫人 | een bamboe rolkussen (ook wel "Dutch wife" genoemd) |
hakuban-箔盤 | kussentje gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
harisashi-針刺し | speldenkussen |
hariyama-針山 | speldenkussen |
hobākurafuto-ホバークラフト | hovercraft; luchtkussenvoertuig |
inchi-印池 | houder voor stempelkussen |
kūkimakura-空気枕 | luchtkussen |
kusshon-クッション | (Eng.: cushion) (hoofd)kussen |
makura-枕 | (hoofd)kussen |
makurakabā-枕カバー | kussensloop |
makurakotoba-枕詞 | (lett. een kussen-woord) een vaste [poëtische] uitdrukking (in Japanse literatuur) |
makurasuru-枕する | iets als kussen gebruiken; slapen [liggen] met je hoofd op iets |
mizumakura-水枕 | waterkussen |
niku-肉 | zegel-inkt; stempelkussen |
nikuchi-肉池 | een stempelkussen [zegel-inkt] houder |
nikukyū-肉球 | (bij katachtige dieren, e.d.) zoolkussentjes (onder de poten) |
paddo-パッド | beschermlaag; stootkussen |
sandobaggu-サンドバッグ | zandzak; stootkussen |
shuniku-朱肉 | een vermiljoen(kleurig) stempelkussen |
takamakura-高枕 | een hoog kussen |
temakura-手枕 | je arm als kussen gebruiken; met je hoofd op je arm rusten |
uchikaesu-打ち返す | opkloppen (van stoffen, kussens) |
yawara-柔ら | een stootkussen van stro dat ter bescherming aan de zijkant van schepen werd gehangen |
yumemakura-夢枕 | bij (lett. droom-kussen) in je droom |
zabuton-座布団 | zitkussen |