ansanburu-アンサンブル | kostuum; pak |
butai'ishō-舞台衣装 | toneelkostuum |
fukusō-服装 | kleding [kostuums] en accessoires |
gara-ガラ | gala (kostuum; feest; voorstelling) |
hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
hayagawari-早変わり | eesnelle transformatie [grdaanteverandering]; metamorfose; snelle omkleding (van kostuum) |
ironaoshi-色直し | het wisselen van kleding [kostuum] tijdens gelegenheden zoals een huwelijk |
ishō-衣装 | kostuum; toneelkleding |
jidaigeki-時代劇 | (historisch) kostuumdrama (toneel; film) |
jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
kamishimo-裃 | samoeraikostuum (oude ceremoniële dracht) |
koshimaki-腰巻き | Japanse onderkleding onder vrouwenkostuums gedragen in Nō-theater |
koshirae-拵え | (toneel) zich aankleden; kostuum aantrekken; make-up aanbrengen, e.d. |
kosuchūmu-コスチューム | kostuum; kledij; pak; klederdracht |
kosuchūmu・purē-コスチューム・プレー | kostuumstuk (toneel) |
kosupure-コスプレ | kostuumstuk (toneel) |
mōningu・doresu-モーニング・ドレス | jacquet (kostuum) |
nuigurumi-縫い包み | een dierenkostuum |
sagimai-鷺舞 | reigerdans (festivaldans met witte reigerkostuums) |
saido・bentsu-サイド・ベンツ | zijsplitten (kostuum) |
sebiro-背広 | herenkostuum; pak |
shichihenge-七変化 | een Kabuki dans waarbij de acteur zeven keer van kostuum wisselt |
shitaku-支度 | aankleding; kostuum |
shōzoku-装束 | kleding; kledij; kostuum |
sugata-姿 | (in) kleding [kostuum] |
surī・pīsu-スリー・ピース | een driedelig pak [kostuum] |
sūtsu-スーツ | pak; kostuum; mantelpak |
takishīdo-タキシード | smoking (herenkostuum) |
tērādo・sūtsu-テーラード・スーツ | maatpak; maatkostuum |
tsūpīsu-ツーピース | tweedelig kostuum |
yōfuku-洋服 | westerse kleding (kostuum; jurk) |