fūga-フーガ | fuga (een meerstemmig muziekstuk waarin verschillende stemmen elkaar imiteren) |
funsuru-扮する | zich (ver)kleden [voordoen] als; vertolken; imiteren; zich uitgeven voor; zich vermommen |
giko-擬古 | klassiek voorbeeld [traditionele stijlvorm] gebruiken [imiteren] |
maneru-真似る | nadoen; imiteren; nabootsen; gedrag kopiëren |
minarau-見習う | (iem.) navolgen; imiteren; kopiëren |
mosakusuru-模作する | namaken; imiteren |
mosuru-模する | Imiteren; kopiëren; nadoen; namaken |
narau-倣う | imiteren; nabootsen; navolgen; kopiëren |
ninomai-二の舞 | in klassiek Japans theater dezelfde dans van een andere acteur imiteren [nadoen] |
niseru-似せる | nabootsen; kopiëren; imiteren |
nusumu-盗む | ideëen [gedachten] stelen en imiteren; zich iets toeëigenen; afkijken; plagiaat plegen; in het geheim iets van iem. leren |