Kruisverwijzing
eg
lemma | meaning |
---|---|
abaredasu-暴れ出す | onrustig [wild] (beginnen te) worden; beginnen tekeer te gaan |
abekobe-あべこべ | omgekeerd; binnenstebuiten; tegenovergesteld |
abisetaoshi-浴びせ倒し | (sumo) de tegenstander naar beneden duwen door op hem te leunen |
abu-虻 | daas; paardenvlieg; horzel |
abuhachitorazu-虻蜂取らず | tussen de wal en het schip vallen [geraken]; noch het een nog het ander (twee dingen tegelijkertijd proberen te doen, maar in geen van beide slagen) |
acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
ada-仇 | vijand; tegenstander |
adenoido-アデノイド | (medisch) adenoïde (vegetatie) |
adomisshon-アドミッション | toelating; toegangsverlening |
adomisshon-アドミッション | toegangsprijs |
aenteppan-亜鉛鉄板 | gegalvaniseerd [verzinkt] plaatijzer |
agaki-足掻き | het bewegen [kronkelen] met armen en benen |
agari-上がり | (als achtervoegsel) geworden tot; veranderd in |
agariguchi-上がり口 | ingang [toegang] (via een opstap) van (de kamer; gang; trap; van) een huis |
agaru-上がる | ophouden; stoppen (met regenen, b.v.) |
agehibari-揚げ雲雀 | een leeuwerik die hoog in de lucht vliegt |
agekaji-上げ舵 | een ruk naar achteren aan de stuurknuppel van een vliegtuig (om het omhoog te laten vliegen) |
ageku-挙げ句 | de laatste regel van een Japanse renga (poëzie) |
agensuto-アゲンスト | tegenwind |
agesage-上げ下げ | het op en neer gaan [halen; bewegen]; verhogen en verlagen |
agesage-上げ下げ | opzetten en wegruimen; buitenzetten en binnenhalen |
ago-飛魚 | vliegende vis |
agumu-倦む | het moe [zat] worden; interesse verliezen; er genoeg van hebben; er geen zin meer in hebben |
aguriami-揚繰網 | ringzegen (net); cirkel sleepnet; zegenvisserij |
ahodara-阿呆陀羅 | idioot; leeghoofd; sul; oen |
ai-愛 | liefde; genegenheid; affectie |
ai-愛 | (boeddh.) begeerte; lust; gehechtheid aan wereldse dingen |
ai-間 | leegte; tussen (in de ruimte) |
aibī・karejji-アイビー・カレッジ | Ivy College (universiteit in Amerika) |
aibo-愛慕 | liefde; genegenheid; verbondenheid |
aibō-相棒 | goede vriend; kameraad; makker; partner; collega |
aichi-愛知 | Aichi is de naam van een prefectuur in de regio Chūbu (midden Japan) |
aichō-愛寵 | liefde; genegenheid; (speciale) voorkeur; gunst |
aidea-アイデア | idee; denkbeeld; begrip |
aidentitī・kādo-アイデンティティー・カード | identiteitskaart; legitimatiebewijs |
aideshi-相弟子 | medeleerling; medestudent; studiegenoot; jaargenoot |
aidia-アイディア | idee; denkbeeld; begrip |
aidīkādo-アイ・ディー・カード | identiteitskaart; legitimatiebewijs |
aidoku-愛読 | voorliefde voor lezen; met plezier [vaak; regelmatig] een bepaald boek [tijdschrift] lezen |
aigo-愛語 | (boeddh.) vriendelijke woorden (één van de 4 methoden die bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha) |
aihan-合判 | gezamenlijke handtekening; gemeenschappelijk zegel |
aihansuru-相反する | contrasteren; conflicteren; in tegenspraak zijn; elkaar wederzijds uitsluiten |
aiin-合印 | keurzegel; keurmerk; merkteken |
aiinka-愛飲家 | een (gewoonte)drinker; iem. die regelmatig alcohol drinkt |
aiirenai-相容れない | tegengesteld; onverenigbaar [niet passend] |
aijaku-愛着 | (boeddh.) in de ban van [het niet kunnen loslaten van] begeerte [lust; verlangens] |
aijitsu-愛日 | toegewijd [attent; respectvol] zijn (t.a.v. zijn of haar ouders) |
aijō-愛嬢 | zijn [haar] geliefde dochter (wordt meestal gezegd over de dochter van iemand anders) |
aijō-愛情 | liefde; genegenheid; affectie; tederheid |
aika-哀歌 | klaagzang; treurdicht; elegie; de Klaagliederen (bijbelboek in het Oude Testament) |
aikata-合方 | muzikale begeleiding (Japanse traditionele muziek, zoals bij Kabuki en No theater) |
aiki-愛機 | eigen apparatuur (camera, computer, vliegtuig, enz.) die iemand altijd graag gebruikt |
aikidō-合気道 | aikido (Japanse geweldloze zelfverdedigingsvorm, vechtsport zonder competitie of extreme geweldpleging) |
aikyōshin-愛郷心 | gevoel van liefde voor de geboorteplaats [geboortegrond] |
aimamieru-相見える | oog in oog staan met; (recht) tegenover staan; tegemoet treden |
aimitagai-相身互い | wederzijds vertrouwen [begrip] |
ainakabasuru-相半ばする | in evenwicht zijn; salderen; sluitend zijn (balans); tegen elkaar afstrepen |
ainen-愛念 | sterke liefde [genegenheid] |
airen-愛憐 | liefde; affectie; genegenheid; tederheid; mededogen; medelijden |
airo-隘路 | een smal pad; smalle weg |
aisaika-愛妻家 | een liefhebbende [toegewijde] echtgenoot |
aisatsu-挨拶 | begroeting; introductie; welkoms- [afscheids-] groet |
aiseki-愛惜 | tegenzin; afkerigheid |
aishū-愛執 | (boeddh.) het te sterk gehecht zijn aan iets of iem.; begeerte |
aisoku-愛息 | geliefde zoon (wordt meestal gezegd over de zoon van iem. anders) |
aisubān-アイスバーン | bevroren oppervlak [skibaan; weg] |
aite-相手 | partner; metgezel; begeleider |
aite-相手 | tegenstander; rivaal |
aitekata-相手方 | de andere partij; de tegenstander |
aitemu-アイテム | item; post (op rekening of begroting); punt; artikel; artikel; ding; voorwerp |
aitesenshu-相手選手 | tegenspeler; tegenstander |
aitōka-哀悼歌 | klaaglied; elegie |
aiyoku-愛欲 | passie; lust; (sexuele) begeerte; lichamelijke liefde |
aizen-愛染 | (de afkorting van aizenmyōō) Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textiel |
aizenkatsura-愛染かつら | de titel van een populaire roman van Matsutarō Kawaguchi, over een liefdesverhouding tussen een dokter en een weduwe-verpleegster die zich afspeelt in |
aizenmyōō-愛染明王 | Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textielververs |
ai・dī・kādo-アイ・ディー・カード | identiteitsbewijs; legitimatiebewijs |
ai・shī-アイ・シー | (computerterm) IC, geïntegreerde schakeling (Integrated circuit) |
ajiru-アジる | ageren [actie voeren] (voor; tegen) |
ajitsuke-味付け | gekruid; met toevoeging van smaakmakers |
akachōchin-赤提灯 | goedkope eet- en drinkgelegenheid (vaak herkenbaar aan een rode lantaarn als uithangbord) |
akadensha-赤電車 | de laatste trein (aangegeven met een rood licht) |
akahada-赤肌 | lege (onbegroeide) plekken in het landschap; kale berghelling |
akajikokusai-赤字国債 | speciale staatsobligaties (uitgegeven om begrotingstekorten in Japan te dekken) |
akajizaisei-赤字財政 | overbesteding door de overheid; financieringstekort; negatieve balans; in de rode cijfers staan |
akazu-飽かず | onvermoeibaar; nooit genoeg van krijgen; nooit vervelen |
ake-明け | begin van een nieuw jaar, een nieuwe maand of een nieuwe dag |
akeharau-開け払う | ontruimen; leegruimen |
akeru-明ける | (nieuw) beginnen |
akeru-空ける | open laten; leeg maken; ruimte maken; ontruimen |
akete-明けて | het begin van het jaar; januari |
akiaki-飽き飽き | ergens genoeg van hebben; het zat worden |
akibin-空き瓶 | een lege fles |
akichi-空き地 | een onbebouwd perceel; leeg stuk grond; braak liggend terrein |
akiguchi-秋口 | het begin van de herfst |
akikan-空き缶 | een leeg blikje |
akimekura-明き盲 | iemand die ziet zonder te begrijpen |
akinoōgi-秋の扇 | herfstwaaier, metafoor voor een vrouw die de genegenheid of interesse van een man heeft verloren (uit een oud Chinees verhaal) |
akiru-飽きる | genoeg hebben [krijgen] van; iets beu worden |
akisame-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
akisamezensen-秋雨前線 | herfst [najaars] regenfront |
akisu-空き巣 | een leeg (vogel)nest |
akisu-空き巣 | een leeg [verlaten] huis |
akiya-空き家 | een leeg [onbewoond; leegstaand] huis |
akka-悪化 | achteruitgang; verslechtering; degeneratie; neergang |
akkanjō-悪感情 | negatieve gevoelens t.o.v. iem.; wrok; bitterheid; vete |
aku-開く | opengaan; geopend worden; beginnen |
aku-開く | leeg [geleegd] worden; ontruimd worden |
aku-飽く | ergens genoeg van hebben; het zat worden; er moe [ziek] van worden |
akudō-悪道 | een slechte weg; een slecht [onbegaanbaar] pad |
akufu-悪婦 | een vrouw met een slecht [opvliegend] karakter [humeur; temperament] |
akuhyō-悪評 | slechte [negatieve] recensie [kritieken]; beledigende opmerking(en) |
akuji-悪事 | een tegenvaller; tegenslag; ongeluk(je) |
akukanjō-悪感情 | negatieve gevoelens t.o.v. iem.; wrok; bitterheid; vete |
akumade-飽くまで | genoeg; veel; overal |
akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
akuro-悪路 | een slechte weg; een moeilijk begaanbare weg |
akuroporisu-アクロポリス | akropolis (hooggelegen burcht of citadel) |
akusai-悪妻 | een slechte echtgenote; een kenau [helleveeg] |
akusatsu-悪札 | slecht [lelijk] schrijfwerk (zegt men van eigen handschrift) |
akusen-悪銭 | kwaad geld, d.w.z. geld dat op een verkeerde [misdadige; illegale] manier is verkregen [verdiend] |
akusenkutō-悪戦苦闘 | een verwoed [wanhopig] gevecht met de rug tegen de muur (tegen een sterke tegenstander); een zware strijd onder moeilijke omstandigheden |
akusesu-アクセス | toegang; toelating; bereikbaarheid |
akusesu-アクセス | toegangsweg |
akusesujikan-アクセス時間 | toegangstijd (tijd die nodig is om verbinding te maken of gegevens te lezen) |
akusesuken-アクセス権 | recht op toegang (tot informatie) |
akusesu・taimu-アクセス・タイム | toegangstijd (tijd die nodig is om verbinding te maken of gegevens te lezen) |
akushidento-アクシデント | onregelmatigheid; storing (van apparatuur) |
akushitsu-悪疾 | een kwaadaardige ziekte (vroeger was dit de benaming voor de ziekte van Hansen, leprosie) |
akushōgane-悪性金 | geld dat in een rosse buurt wordt uitgegeven |
akushogane-悪所金 | geld dat wordt uitgegeven in een rosse buurt |
akushogayoi-悪所通い | regelmatige bezoeken aan een bordeel |
akushootoshi-悪所落し | (op een paard) over een steile weg naar beneden rijden |
akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
akuun-悪運 | het geluk van de duivel hebben; er goed vanaf [mee weg] komen; zwijnen |
akuzairyō-悪材料 | een ongunstige omstandigheid [voorwaarde] die de beurs negatief beïnvloedt; een negatieve factor |
amaai-雨間 | onderbroken regen; regenpauze |
amaashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
amaashi-雨脚 | overdrijvende regen(bui); de snelheid van een passerende regenbui |
amadai-甘鯛 | tegelvis (Branchiostegus spp) |
amadare-雨垂れ | (vallende) regendruppels |
amadoi-雨樋 | goot; regenpijp |
amadokoro-甘野老 | welriekende salomonszegel (plant: Polygonatum odoratum) |
amagakeru-天翔る | hoog vliegen; zweven |
amagappa-雨合羽 | regenjas |
amagi-雨着 | regenjas; regenkleding |
amagoi-雨乞い | ceremonie om te bidden [dansen] voor regen |
amagu-雨具 | regenuitrusting; watervaste uitrusting (bv. paraplu, regenjas, laarzen, etc.) |
amagumo-雨雲 | regenwolk; nimbus |
amagumori-雨曇り | een bewolkte [regenachtige; dreigende] lucht |
amagutsu-雨靴 | regenlaars; rubberlaars; waterdicht schoeisel |
amai-甘い | zachtaardig; mild; vleiend; (al te) toegeeflijk; meegaand |
amama-雨間 | onderbroken regen; regenpauze |
amamizu-雨水 | regenwater |
amamori-雨漏り | het lekken van regenwater; doorregenen |
amamoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amamoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amanjiru-甘んじる | tevreden zijn met; genoegen nemen met; berusten in |
amanogawa-天の川 | de Melkweg; het Melkwegstelsel |
amanojaku-天の邪鬼 | slechterik; verdorven persoon; tegendraads [koppig] persoon; dwarsligger |
amanzuru-甘んずる | tevreden zijn met; genoegen nemen met; berusten in |
amaochi-雨落ち | plek waar regendruppels van de dakrand vallen |
amarugamu-アマルガム | amalgaam (kwik-metaallegering) |
amatsubu-雨粒 | regendruppel |
amayadori-雨宿り | het schuilen voor de regen |
amayami-雨止み | het ophouden [stoppen] van de regen |
amayo-雨夜 | avond met regen; regenachtige avond |
amayoke-雨除け | tarpaulin; regenscherm; waterdicht zeildoek |
amazarashi-雨曝し | verweerd; aangetast [kaal geworden] door de regen |
amazora-雨空 | regenlucht (donkergrijze lucht die regen voorspelt) |
ame-雨 | regen |
ameagari-雨上がり | na de regen |
amearare-雨霰 | regen en hagel |
ameashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
amefuri-雨降り | regen; neerslag; regenachtig weer; regenweer |
amegachi-雨勝ち | regenachtig |
amekaze-雨風 | slagregen; striemende regen; regen en wind |
amemoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amemoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amenomurakumonotsurugi-天叢雲剣 | Ama-no-Murakumo no Tsurugi, het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan, spiegel, zwaard en juwelen) |
ameonna-雨女 | de regenvrouw (een vrouw van wie wordt gezegd dat zij regen brengt [dat het altijd regent als zij komt]) |
ameotoko-雨男 | de regenman (een man van wie wordt gezegd dat hij regen brengt [dat het altijd regent als hij komt]) |
ametsubu-雨粒 | regendruppel |
ametsuyu-雨露 | regen en dauw |
ametsuzuki-雨続き | aanhoudende [voortdurende] regen |
āmī-アーミー | leger |
amidasu-編み出す | beginnen te breien [haken; vlechten] |
āmī・rukku-アーミー・ルック | legerstijl; militaire stijl |
anaboko-穴ぼこ | gat; kuil (in de weg) |
anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
anata-彼方 | daarginds; daarheen (weg van spreker en toehoorder) |
anata-彼方 | eerder; vroeger; voorheen |
anbai-案配 | het regelen; verdelen; aanpassen |
anbibarensu-アンビバレンス | ambivalentie; tegenstrijdigheid |
anbibarento-アンビバレント | ambivalent; tegenstrijdig |
anchimagunechikku-アンチマグネチック | anti-magnetisch (bestand zijn tegen magnetisme) |
anchinokkuzai-アンチノック剤 | antiklopmiddel (middel dat het kloppen van explosiemotoren tegengaat) |
anchinomī-アンチノミー | antinomie; tegenstrijdigheid; tegenspraak |
anchitēze-アンチテーゼ | antithese; tegenstelling; tegenstrijdigheid |
anchūmosakusuru-暗中模索する | in het duister tasten (fig.); in het wilde weg iets doen |
ani-豈 | (met een negatie) in geen geval; niet in het minst; niet op welke manier dan ook |
anihakaran'ya-豈図らんや | onverwacht; tegen de verwachting; verbazingwekkend |
ankā-アンカー | laatste atleet van een estafetteploeg (zwemmen, hardlopen, etc.) |
anka-案下 | een toevoeging aan de adressering op een brief bij wijze van beleefdheid [respect] |
ankoku-暗黒 | (fig.) duisternis [het donker zijn] (vanwege het morele verval) |
ankōru-アンコール | encore; toegift (muziek) |
annai-案内 | iem. de weg wijzen [wegwijs maken]; iem. rondleiden; rondleiding |
annaisha-案内者 | gids; degene die voorgaat [leidt; de weg wijst]; iem. die goed geïnformeerd is |
annaisuru-案内する | (iem.) de weg wijzen; rondleiden; uitnodigen; te zien vragen (voor iem. anders); bemiddelen voor een ontmoeting; mededelen; laten weten |
annaizu-案内図 | een plattegrond |
ano-あの | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) hallo; zeg; pardon; eh; nou ja; welnu |
anō-あのう | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) hallo; zeg; pardon; eh; nou ja; welnu |
anone-あのね | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) kijk; nou; trouwens; ik zal je eens wat vertellen; wacht even; luister; let op |
anpera-アンペラ | (Maleis) ampela, een vaste plant van de zeggefamilie |
anperasō-アンペラ草 | een vaste plant van de zegefamilie (Lepironia) |
anro-暗路 | een donkere weg [straat]; een donker pad |
anryū-暗流 | een onderstroom (fig.); een onzichtbare tendens (vaak in negatieve zin) |
ansatsusuru-暗殺する | een (politieke) moord begaan; iem. vermoorden |
anshan・rejīmu-アンシャン・レジーム | regeringsbestel in Frankrijk onder de Bourbons, voor de Franse revolutie |
anshō-暗証 | een geheime letter- [cijfer] combinatie voor toegang tot bepaalde gegevens, of voor identificatie van een persoon |
antaido・rōn-アンタイド・ローン | een lening waarbij niet vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
antōsuru-暗闘する | een geheime [verborgen] strijd voeren (tegen) |
anzenzaiko-安全在庫 | veiligheidsvoorraad (genoeg voorraad om wisselingen in vraag en aanbod aan te kunnen) |
an・tsū・kā-アン・ツー・カー | all-weather wegdek [oppervlak]; (kunststof) baan die bestand is tegen alle weersinvloeden |
aobae-青蠅 | bromvlieg; aasvlieg (Calliphora) |
aodensha-青電車 | de één na laatste trein (aangegeven met een blauw licht) |
aogu-仰ぐ | opkijken (naar); opzien tegen |
aomi-青み | groentegarnering (bij maaltijden) |
aonokeru-仰のける | naar boven draaien; omdraaien [openleggen] (van een kaart b.v.) |
aozorachūsha-青空駐車 | het (buiten) op straat [aan de kant van de weg] parkeren |
aparutoheito-アパルトヘイト | (Zuid-Afrikaans) apartheid; segregatie; rassenscheiding |
aposutiiyu-アポスティーユ | apostille; legalisatie handtekening |
appakusuru-圧迫する | drukken; onderdrukken; dwingen; een zware druk leggen (op); onder druk zetten |
appuappu-あっぷあっぷ | naar adem snakkend; worstelend; zwoegend |
appurike-アップリケ | appliqué (opgelegd versiersel) |
araara-粗粗 | ongeveer; ruwweg; over het algemeen; min of meer |
arabuki-粗拭き | het grofweg [oppervlakkig] schoonvegen |
aragau-抗う | vechten tegen; weerstand [het hoofd] bieden aan; trotseren |
aranami-荒波 | (fig.) tegenslagen; zwaar weer |
aranu-有らぬ | verkeerd; fout; ongegrond; irrelevant |
araryōji-荒療治 | drastische maatregel [behandeling] |
arashigumo-嵐雲 | onweerswolk; regenwolk; donderwolk |
aratamano-新玉の | (uitdrukking voor) de verwelkoming [begroeting] van een nieuw begin (het nieuwe jaar, de nieuwe lente, etc.) |
arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
aregorī-アレゴリー | allegorie |
areguretto-アレグレット | allegretto (muziekterm) |
areguro-アレグロ | allegro (muziekterm) |
ariamaru-有り余る | voldoende [overvloedig; meer dan genoeg] zijn |
arigatami-有り難味 | waarde; zegen; verdienste |
arupejio-アルペジオ | arpeggio (muziekterm) |
āru・deko-アール・デコ | Art Deco (populaire kunststroming of stijl die zijn oorsprong kent in Frankrijk in het begin van de 20e eeuw; Fr. afkorting van Arts Décoratifs) |
asagake-朝駆け | het paardrijden vroeg in de ochtend |
asagake-朝駆け | een verrassingsaanval op de vijand vroeg in de ochtend |
asagake-朝駆け | iem. vroeg in de morgen thuis lastig vallen voor een interview |
asagakesuru-朝駆けする | paardrijden vroeg in de ochtend |
asagakesuru-朝駆けする | vroeg in de ochtend een verrassingsaanval op de vijand uitvoeren |
asagakesuru-朝駆けする | iem. vroeg in de ochtend thuis lastig vallen voor een interview |
asagata-朝方 | vroeg in de ochtend |
asahi-朝日 | vroegrijpe appelsoort |
asai-浅い | kortstondig; vroeg |
asaji-浅茅 | (afk. van) de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
asajiu-浅茅生 | de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
asakai-朝会 | theeceremonie op een vroege zomerochtend |
asama-朝間 | (vroeg) in de ochtend |
asanagi-朝凪 | kalmte in de vroege ochtend aan de kust (als het even stopt met waaien, wanneer de landbries verandert in een zeebries) |
asaoki-朝起き | het vroeg opstaan |
asaoki-朝起き | iemand die vroeg opstaat |
asappara-朝っぱら | heel vroeg in de ochtend; voor dag en dauw; in alle vroegte |
asaren-朝練 | oefeningen (voor speciale schoolactiviteiten) in de vroege ochtend voordat de school begint |
asazuke-浅漬け | licht gepekelde [ingelegde] groenten |
ashibarai-足払い | (judo) beenveeg |
ashigakari-足掛かり | aanzet; afzet; begin; sleutel (tot iets) |
ashinuke-足抜け | het in stilte weglopen [ontsnappen; vertrekken] (uit ) |
ashinuki-足抜き | het weglopen zonder de schuld te betalen |
ashishigeku-足繁く | vaak; regelmatig; frequent |
ashizukai-足使い | (bunraku) de assistent poppenspeler die de benen van een pop beweegt |
assei-圧政 | tirannie; dwingelandij; onderdrukkend regime |
asshō-圧勝 | overweldigende [verpletterende] overwinning [zege] |
asshuku-圧縮 | comprimeren [verdichten; inpakken] van gegevens op de computer |
asuka-飛鳥 | Asuka, plaats in de prefectuur Nara (vroegere keizerlijke hoofdstad, 538-710 n.Chr.) |
atamakara-頭から | vanaf het (allereerste) begin |
atariya-当たり屋 | iemand die zich opzettelijk een ongeluk laat overkomen (om schadegeld te claimen) |
ataru-当たる | confronteren; het hoofd bieden (aan); tegemoet treden |
ategai-宛てがい | het uitdelen [toewijzen]; een (toegewezen) (aan)deel [portie; quotum] |
ategai-宛てがい | een toelage [salaris] (krijgen); toegewezen land [grond] |
ategai-宛てがい | een goede regeling [maatregel; voorziening] |
ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
ategau-宛てがう | (stevig) vasthouden; houden [drukken] (tegen) |
atehazure-当て外れ | iets dat tegenvalt; een (grote) teleurstelling |
atekosuru-当て擦る | insinueren (dat); op een bedekte manier een aantijging maken tegen iem.; onder de dekmantel van een heel ander verhaal tegen iem. een ironische opmerk |
atekoto-当て言 | iets op een genuanceerde manier zeggen (zonder kwade bedoelingen) |
atemi-当て身 | een knock-out slag; slag op een belangrijk deel van de tegenstander |
atenashi-当て無し | doelloos zijn; in 't wilde weg |
atenige-当て逃げ | het doorrijden [wegvluchten] na een aanrijding te hebben veroorzaakt |
ateru-当てる | dicht tegen [op] elkaar drukken [plakken] |
ateru-当てる | (iets) blootstellen aan (zon, regen, wind, e.d.) |
atezuppō-当てずっぽう | een ruwe schatting; een wilde gok; willekeurig [in 't wilde weg] iets doen [zeggen] |
atooishinjū-後追い心中 | zelfmoord gepleegd na de dood van de geliefde partner |
atozeme-後攻め | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
atsuryokuchōseineji-圧力調整ネジ | druk regulator schroef |
atsuryokudantai-圧力団体 | pressiegroep; belangenvereniging |
au-会う | iem. onverwachts tegenkomen; tegen het lijf lopen [toevallig treffen] |
au-会う | een onaangename [onwelkome] ontmoeting hebben; iets onaangenaams tegenkomen |
au-会う | de confrontatie aangaan; tegenstand bieden |
auē-アウエー | weg; afwezig (Eng.: away) |
autobān-アウトバーン | autosnelweg |
autokābu-アウトカーブ | (honkbal) een curveball (effectbal) met een draaibeweging naar buiten |
aware-哀れ | (arch.) schoonheid; elegantie; pracht |
awaremu-哀れむ | goedhartig [vriendelijk; welwillend] zijn (jegens iem.) |
awasekagami-合わせ鏡 | Infinity spiegel; oneindige spiegel (twee of meerdere spiegels die steeds hetzelfde beeld weerkaatsen) |
awaseru-合わせる | combineren; samenbrengen; samenvoegen; mengen |
awasete-合わせて | bovendien; daarbij; tegelijkertijd |
ayamaru-誤る | zich (in iets) vergissen; een fout [fouten] maken; een misstap begaan |
ayani-奇に | eigenaardig; vreemd (genoeg] |
ayasu-あやす | (een baby of kind) knuffelen; liefkozen; sussen; in de armen wiegen |
ayatori-綾取り | afneemspel (het vormen van figuren met een touwtje om de vingers, waarvan de lussen telkens worden doorgegeven aan anderen) |
ayumu-歩む | doormaken; ervaren; (het levenspad) belopen [begaan; volgen]; verrichten (studie, e.d.) |
azamuku-欺く | bedriegen; misleiden |
azamuku-欺く | de illusie geven van; bedrieglijk veel lijken op |
azumaotoko-東男 | een man uit Edo, regio Kanto (werd beschouwd als sterk en mannelijk) |
azumauta-東歌 | oude volksliedjes uit de regio Kanto |
a・kapera-ア・カペラ | a capella (zingen zonder instrumentale begeleiding) |
baai-場合 | gelegenheid; zaak; (voor) het geval (dat); ingeval; als; indien |
bābarī-バーバリー | (kledingmerk) Burberry regenjas |
bachigai-場違い | het misplaatst [niet op zijn plaats; ongepast; ongelegen] zijn |
badai-場代 | zitplaatsprijs; toegangsprijs |
baiasu-バイアス | neiging; tendens; aanleg |
baiboku-売卜 | waarzeggerij; toekomstvoorspelling |
baihin-陪賓 | gasten begeleider; begeleider van de eregast |
bainburakku-バインブラック | het zwarte pigment dat wordt verkregen door wijnstokken te verbranden |
baipasudōro-バイパス道路 | omleidingsweg |
baiu-梅雨 | regentijd (in Japan in begin juni) |
baiyā-バイヤー | koper (degene die iets koopt) |
baizai-媒材 | kunstmedium; (een van de) gebruikte [toegepaste] materialen in de kunst |
bai・rain-バイ・ライン | naamregel (bij een artikel waar de naam van de auteur wordt vermeld) |
bajetto-バジェット | begroting; budget |
bakari-ばかり | (in de uitdrukking: bakari ni): (het kwam) alleen maar door(dat)...; slechts vanwege; eenvoudigweg omdat |
bakari-ばかり | (achter een ww.) drukt een handeling uit die op het punt staat [stond] te beginnen |
bakasu-化かす | betoveren; beheksen; misleiden; bedriegen |
bakayarō-馬鹿野郎 | een dwaas; idioot; simpele ziel; halvegare |
bakka-幕下 | legerkamp (van de shogun) |
bakku・mirā-バック・ミラー | achteruitkijkspiegel (auto) |
bakoso-ばこそ | achtervoegsel gebruikt voor nadruk |
bakuron-駁論 | weerlegging; tegenbewijs; tegenspraak |
bakuryō-幕僚 | staf; stafofficier (in het hoofdkwartier van de legerleiding) |
bakusho-曝書 | het (buiten) luchten [drogen] van boeken (tegen schimmel en insecten) |
bakusuru-縛する | beperken; aan banden leggen; (vrijheid) inperken; in toom houden |
bakusuru-駁する | weerleggen; tegenspreken |
bakyūmu-バキューム | vacuüm; leegte; luchtledigheid |
bamu-ばむ | (achtervoegsel achter zelfs.n.w., met de betekenis zoals, lijkend) -ig; -achtig |
bāmyūda・toraianguru-バミューダ・トライアングル | Bermudadriehoek (zeegebied bij de Bermuda-eilanden) |
ban-バン | (value-added network) netwerkdienst met toegevoegde waarde (een gehost serviceaanbod met aanvullende diensten) |
ban-判 | (in kanji combinaties) zegel; stempel; papierformaat; oordeel |
banchō-番長 | (vroeger) (staats)dienaar met militaire of politie taken |
bandai-番台 | degene die op de op wacht zit in die uitkijkpost |
bandō-坂東 | oude naam van de Kantō regio |
bangaku-晩学 | studie laat in je leven; studie [opleiding] (beginnen) op oudere [hoge] leeftijd |
bangata-晩方 | tegen de avond |
banka-挽歌 | dodenlied; klaagzang; elegie |
banri-万里 | een lange afstand (tienduizend ri); ver weg |
banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
bansō-伴奏 | muziek begeleiding; accompagnement |
baransu-バランス | weegschaal; balans |
baria・furī-バリア・フリー | (gebouwen, openbaar vervoer, etc.) toegankelijk voor gehandicapten |
baria・furī-バリア・フリー | toegankelijkheid (voor ouderen en mensen met een beperking) |
bāsaru-バーサル | versal (typografie: versierde hoofdletter als begin van een gedicht of tekst) |
basei-罵声 | boegeroep; (afkeurend) gejoel |
basseki-末席 | zitplaats aan het eind van de tafel (het verst verwijderd van de eregast) |
bassoku-罰則 | straf; strafbepaling; strafmaatregel |
batchiri-ばっちり | perfect; uitstekend; precies goed; voldoende; genoeg |
beato-ベアト | heilige; gezegende |
begonia-ベゴニア | begonia (plant) |
beigun-米軍 | het Amerikaanse leger; de Amerikaanse krijgsmacht [troepen] |
bejitarian-ベジタリアン | vegetariër |
benkai-弁解 | verklaring; rechtvaardiging; uitleg; excuus |
benpō-便法 | een handige manier [methode]; snelle oplossing; uitweg |
bensai-弁済 | afrekening; aflossing; terugbetaling; vereffening; betalingsregeling |
besshi-別紙 | bijlage; bijgevoegd [begeleidend; ingesloten] document [blad] |
betā・hāfu-ベター・ハーフ | (betere) wederhelft; echtgenote; (vrouwelijke) partner; eega |
betomin-ベトミン | Vietminh (Vietnamese verzetsbeweging, opgericht in 1941 door Ho Tsi Minh) |
betsujō-別条 | tegenslag; tegenvaller; ongeluk(je) |
bidō-微動 | lichte beweging [trilling; schok] |
biginā-ビギナー | beginner; nieuweling |
bijin-美人 | (bijnaam voor) regenboog |
bijinesu・kurasu-ビジネス・クラス | businessclass (in vliegtuig) |
bijitā・fī-ビジター・フィー | toegangsprijs [entreeprijs] voor gasten [niet-leden] |
biu-微雨 | lichte regen; motregen |
bō-冒 | (in kanjicombinaties) risico; gevaar; begin; opening |
bochi-墓地 | kerkhof; begraafplaats |
bodībōdo-ボディーボード | kleine surfplank (waarop je liggend voortbeweegt) |
bodī・chekku-ボディー・チェック | (in sport) een forse duw tegen het lichaam van een tegenstander |
bōfū-防風 | wind beschutting; windscherm; bescherming tegen de wind [tocht] |
bōfūu-暴風雨 | storm; regenbuien |
bōgi-謀議 | samenzwering; beraming; komplot; geheim overleg |
bōhon-坊本 | beperkte uitgave van een boek, op basis van lokale verspreiding; boek uitgegeven door een particuliere boekhandel |
boiki-墓域 | begraafplaats; kerkhof; stuk grond gereserveerd als begraafplaats |
boisu・rēkōdā-ボイス・レコーダー | cockpit voice recorder (in vliegtuigen) |
bojō-慕情 | het verlangen [de liefde; genegenheid] |
bōkan-防寒 | winterbescherming; bescherming tegen kou |
bōkei-謀計 | (krijgs)list; strategie; plan; kunstgreep |
bokkyaku-没却 | het negeren; niet zien; vergeten |
bokkyakusuru-没却する | negeren; niet zien; vergeten |
boku-僕 | ik; mij (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
boku-僕 | jij (gebruikt door volwassenen tegen kinderen) |
bōkun-傍訓 | furigana (uitspraak toegevoegd aan de zijkant van een kanji) |
bokutachi-僕達 | wij; ons (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
bokuzei-卜筮 | waarzeggerij |
bōkyō-防共 | verdediging tegen (verspreiding van) het communisme |
bonnuzuhō-ボンヌ図法 | projectie van Bonne (kegelprojectie) |
bōontairu-防音タイル | akoestische [geluidswerende] tegel |
bōringu-ボーリング | bowling; kegelen |
bōshokuzai-防蝕剤 | (grond)verf om corrosie van metaal tegen te gaan |
boshū-募集 | werving; selectie; uitnodiging; registratie |
bosshū-没収 | verbeurdverklaring; inbeslagname; confiscatie; beslaglegging |
bosshūsuru-没収する | in beslag nemen; confisqueren; beslag leggen op; verbeurdverklaren |
bosunia・herutsegobina-ボスニア・ヘルツェゴビナ | Bosnië en Herzegovina |
bōtaoshi-棒倒し | spel waarbij het de bedoeling is om de paal van de tegenstander omver te werpen |
bōtō-冒頭 | begin; opening |
botsunyūsuru-没入する | toegewijd zijn; volledig opgaan in iets; geheel in beslag genomen zijn (door; met) |
bottōsuru-没頭する | opgaan in; in-beslag-genomen zijn (door); toegewijd zijn (aan) |
bouringu-ボウリング | bowling; kegelen |
bu-武 | legermacht |
buchiageru-打ち上げる | aannemen; (op)pakken; wegnemen |
bufūryū-無風流 | onbevalligheid; gebrek aan elegantie [verfijning] |
būingu-ブーイング | boegeroep |
bunkajin-文化人 | een hoogopgeleid [cultureel onderlegd] persoon |
bunkintakashimada-文金高島田 | kapsel van ongehuwde vrouwen in de Edo-periode (tegenwoordig nog gebruikt bij bruiloften) |
bunkotsu-分骨 | de as [beenderen] van overledenen op verschillende locaties verstrooien [begraven] |
bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
bunretsu-分裂 | het uiteen vallen; desintegratie; opsplitsing; ontbinding |
bunsetsu-分節 | segment; segmentatie |
bunshin-分身 | tak; loot; afsplitsing; alter ego; ander ik |
buntō-文頭 | begin van een zin [tekst] |
bunzentō-ブンゼン灯 | Bunsenbrander (regelbare gasvlam die wordt gebruikt in het laboratorium) |
bunzen・bānā-ブンゼン・バーナー | Bunsenbrander (regelbare gasvlam die wordt gebruikt in het laboratorium) |
bun'i-文意 | de betekenis van een tekst [passage; regel; zin] |
burakku・pawā-ブラック・パワー | Black Power (politieke beweging onder zwarte Amerikanen) |
buraku-部落 | regio waar burakumin wonen (sociale minderheden in Japan) |
buranku-ブランク | leemte; hiaat; lege plek; interval |
buraun・pawā-ブラウン・パワー | Brown Power (Mexicaans-Amerikaanse politieke beweging) |
bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
burēnsutōmingu-ブレーンストーミング | brainstorming (gezamenlijk overleg om tot oplossingen te komen) |
bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
bureru-ぶれる | onscherp worden (van een foto, door het bewegen van de camera) |
buri-振り | een zwaai; slinger(beweging) |
burūgurasu-ブルーグラス | bluegrass (countrymuziek) |
buruku・mēru- バルク・メール | bulkmail (vele mailberichten tegelijk verstuurd naar verschillende mailboxen) |
busso-仏祖 | de grondlegger van het boeddhisme (Shakyamuni) |
busubusu-ぶすぶす | (onomatopee) mopperend; tegensputterend; klagend; smeulend |
butai-部隊 | (leger)eenheid; brigade |
butteki-仏敵 | vijand [tegenstander] van de boeddhistische leer |
buyūden-武勇伝 | levensverhaal van een held; ridderverhaal; (ironisch) heldenepos van kroegloper |
chadana-茶棚 | plank om theegerei op te bergen |
chāji-チャージ | beschuldiging; telastlegging |
chakuchi-着地 | (vliegtuig) landing |
chakuriku-着陸 | landing (van vliegtuig, etc.) |
chakushu-着手 | begin; start; aanvang |
chakusui-着水 | landing op [in] water; waterlanding (van een watervliegtuig, e.d.) |
chakusui-着水 | noodlanding op [in] het water (van een vliegtuig); landing in zee (van een ruimtevaartuig) |
chami-茶味 | elegante stijl [kleding] |
chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
channeru-チャンネル | kanaal; waterweg; vaarwater; zee-engte |
chansu-チャンス | kans; gelegenheid |
chapusui-チャプスイ | chop suey; tjaptjoi (Chinees groentegerecht) |
chāto-チャート | kaart; plattegrond; grafiek |
chiban-地番 | nummer dat aan elk stuk grond (perceel) wordt toegekend voor registratie in het kadaster |
chibu-恥部 | schande; (bron van) verlegenheid; schaamte |
chigiru-契る | (plechtig) beloven; een gelofte doen; een eed afleggen; zweren |
chihō-地方 | (vaak als achtervoegsel) landstreek; gebied; regio; streek |
chihōbunken-地方分権 | decentralisatie van de macht (bestuurlijke bevoegdheden bij lokale overheden) |
chihōsai-地方債 | obligatie(s) uitgegeven door een lokale overheid (provincie; gemeente) |
chiiki-地域 | gebied; streek; regio; district; buurt |
chiikishinkō-地域振興 | promotie [bevordering] van regionale welvaart |
chikadō-地下道 | ondergrondse passage (weg, fiets- of voetgangerstunnel) |
chikakatsudō-地下活動 | ondergrondse beweging; ondergrondse activiteiten |
chikama-近間 | in de buurt; niet ver weg; in de nabijheid |
chikamichi-近道 | korte(re) weg |
chikaramake-力負け | verlies door krachtsverschil (met sterkere tegenstander) |
chikaramake-力負け | verlies door teveel verspilling van kracht (in het begin) |
chikau-誓う | zweren; plechtig beloven; een eed afleggen |
chikaundō-地下運動 | ondergrondse beweging; ondergrondse activiteiten; verzetsbeweging |
chikketo-チケット | kaartje; ticket; toegangsbewijs |
chiku-地区 | district; regio; gebied |
chīku・dansu-チーク・ダンス | dansen cheek to cheek (met de wangen tegen elkaar); schuifelen |
chikyōōdantetsudō-地峡横断鉄道 | spoorweg over een landengte |
chīmu-チーム | team; (sport)ploeg; club |
chīmumēto-チームメート | teamgenoot; ploeggenoot |
chinchō-珍重 | (sloitregel bij correspondentie) blijf gezond en wel; pas goed op jezelf |
chinchō-珍重 | gunstige gelegenheid; vreugdevolle gebeurtenis; iets veelbelovends |
chinpei-鎮兵 | (Nara-Heian periode) verdedigingsleger (voor de provincies Mutsu en Dewa in Japan) |
chinpunkanpun-ちんぷんかんぷん | wartaal; nonsens; onbegrijpelijk gebrabbel |
chinudai-茅渟鯛 | zwarte (Japanse) zeebrasem (Acanthopagrus schlegelii) |
chiseki-地籍 | land register; kadaster |
chisha-知者 | een boeddha; degene die de verlichting heeft bereikt |
chishiki-知識 | kennis; informatie; begrip; wetenschap |
chishō-知将 | een vindingrijke generaal; een generaal die uitblinkt in strategie en tactiek |
chitai-地帯 | gebied; streek; zone; regio |
chitekishōgai-知的障害 | zwakbegaafdheid; geestelijk gebrek |
chizu-地図 | plattegrond; landkaart |
chōai-寵愛 | gunst; steun; sympathie; genegenheid; liefde |
chōaisuru-寵愛する | sympathie [genegenheid] hebben; liefhebben; beschermen; (iem.) protegeren |
chōbo-帳簿 | rekeningboek; grootboek; boek van administratie; register |
chobo-点 | muziekbegeleiding [recital] van Gidayū (Kabuki theater) |
chōden-弔電 | condoleancetelegram |
chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
chōkai-懲戒 | disciplinaire straf (maatregel); bestraffing; sanctie; tuchtiging |
chōkaku-弔客 | iemand die een begrafenis bijwoont; iemand die komt condoleren |
chōkeshi-帳消し | het wegstrepen (winst of verlies); compenseren |
chōkō-聴講 | het bijwonen van een lezing; een college volgen |
chokuchoku-ちょくちょく | vaak; dikwijls; regelmatig; frequent; geregeld |
chokumen-直面 | confrontatie; treffen; tegemoet treden; onder ogen zien |
chokusai-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
chokusai-直裁 | een direct [onmiddellijk; regelrecht] besluit [oordeel] |
chokusetsu-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
chōnaikai-町内会 | buurtvereniging (om buurtzaken te regelen) |
chonbo-ちょんぼ | (Mahjong) een mogelijk winnende steen verkeerd leggen |
chōnōryoku-超能力 | paragnosie; paranormale begaafdheid; buitenzintuiglijke waarneming |
chōreibokai-朝令暮改 | inconsequent [inconsistent; onsamenhangend; veranderlijk] gedrag [beleid]; onlogische maatregelen |
choritsu-佇立 | onbeweeglijk [stilstaand] zijn |
choritsusuru-佇立する | stilstaan; bewegingloos staan |
chōsei-調整 | regeling; afstemming; controle |
chōseisuru-調整する | reguleren; afstemmen; controleren |
chōsetsu-調節 | verordening; aanpassing; controle; regulering |
chōshokutsuki-朝食付き | inclusief ontbijt; ontbijt inbegrepen |
chōshū-徴収 | incassering (van belastingen, leges e.d.) |
chōsuru-寵する | verwennen; begunstigen; bevoordelen |
chōtei-朝廷 | het hof waar de keizer [keizerin; koning; koningin] regeert |
chōteki-朝敵 | een vijand van het hof; iemand die tegen de keizer keert |
chōto-長途 | een lange weg; een lange reis |
chūbu-中部 | (afk. voor) Chūbu regio (midden Japan) |
chūbuchihō-中部地方 | Chūbu regio (midden Japan) |
chūdō-中道 | (gulden) middenweg; halfweg; halverwege; gematigdheid |
chūfuku-中腹 | (halverwege op de) berghelling |
chūgen-中間 | midden; halverwege; middelste positie; centrum |
chūgen-中間 | tussentijds; halverwege |
chūhai-酎ハイ | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
chūkan-中間 | halverwege; tussenliggend; tussenin; tussentijds |
chūken-中堅 | deel van leger onder directe leiding van de opperbevelhebber |
chūmonnagare-注文流れ | een afgezegde [geannuleerde] bestelling [order] |
chūōbunritai-中央分離帯 | middenberm (op hoofdwegen en snelwegen) |
chūon-中音 | (muziek) mediant (derde trap van de toonladder); middenregister |
chūōsen-中央線 | middenlijn (op een sportveld, wegdek e.d.) |
chūryaku-中略 | inkorting van een citaat in het midden; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het middengedeelte weggelaten worden |
chūshihō-中止法 | het gebruik van de Japanse renyōkei werkwoordsvorm als voegwoord |
chūshōgainen-抽象概念 | een abstract begrip |
chūsuru-注する | annoteren; commentaar [aantekeningen] toevoegen |
chūtā-チューター | studiebegeleider; privéleraar; docent |
chūtai-中隊 | compagnie (legeronderdeel) |
chūto-中途 | halverwege |
chūton-駐屯 | het (tijdelijk) verblijf van een leger in een bepaald gebied; stationering; legerkamp; bivak |
chūzai-駐在 | (benaming voor) regionale politieagent |
daburuheddā-ダブルヘッダー | (honkbal) twee wedstrijden na elkaar tegen dezelfde tegenstander |
daburupurei-ダブルプレー | (honkbal) dubbelspel (twee honklopers tegelijk uitgeschakeld) |
daburu・panchi-ダブル・パンチ | (boksen) dubbele slag (met twee vuisten tegelijk) |
daburu・suchīru-ダブル・スチール | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
daburu・sukūru-ダブル・スクール | studeren op twee scholen tegelijk |
dada-ダダ | Dada (Dadaïsme, culturele beweging van kunstenaars) |
daden-打電 | het telegraferen; het versturen van een telegram |
dai-第 | voorvoegsel gebruikt voor rangtelwoorden |
daiaguramu-ダイアグラム | diagram; grafiek; schema; dienstregeling (trein, e.d.) |
daibakari-台秤 | balans; weegbrug |
daibensha-代弁者 | woordvoerder (m); woordvoerster (v); zegsman |
daichō-台帳 | origineel register |
daidakusha-代諾者 | wettelijk vertegenwoordiger; wettelijke voogd |
daidō-大道 | grote en brede weg; hoofdweg |
daiga-題画 | een gedicht dat wordt toegevoegd aan een prent of schilderij; een afbeelding die de inhoud van een bijgevoegd gedicht weergeeft |
daigo-醍醐 | het ultime [oprechte] genoegen [plezier] |
daigomi-醍醐味 | het ultime [oprechte] genoegen [plezier] |
daihyō-代表 | vertegenwoordiging; representatie |
daihyō-代表 | vertegenwoordiger; agent; representant; afgevaardigde; (sport) selectie |
daihyōdan-代表団 | delegatie; afvaardiging |
daihyōshain-代表社員 | senior partner; senior werknemer die bevoegd is om een bedrijf te vertegenwoordigen |
daihyōsuru-代表する | vertegenwoordigen |
daiichigi-第一義 | eerste [originele] betekenis [principe; overweging]; basisprincipe |
daiichininsha-第一人者 | de hoogstgeplaatste [meest gezaghebbende] persoon; degene met de hoogste rang; de leidende [invloedrijkste] persoon (op een bepaald gebied) |
daiippo-第一歩 | de eerste stap; het begin |
daikyō-大凶 | grote pech [tegenslag; tegenspoed]; veel ongeluk |
dainamikku-ダイナミック | dynamisch; bewegend |
dairinin-代理人 | afgevaardigde; vertegenwoordiger; (plaats)vervanger |
daishō-代将 | (mil.) brigadegeneraal; commodore (marine; luchtmacht) |
daiya-ダイヤ | (diagram) dienstregeling (trein, e.d.) |
daiyaguramu-ダイヤグラム | diagram; grafiek; schema; dienstregeling (trein, e.d.) |
dai・in-ダイ・イン | demonstratie (tegen wapens) waarbij de demonstranten simuleren dat ze doodliggen |
dakkingu-ダッキング | (bij boksen) wegduiken, met het hoofd omlaag een slag ontwijken |
damakasu-騙かす | bedriegen; vals spelen |
damakurakasu-騙くらかす | bedriegen; misleiden |
damarikokuru-黙りこくる | in stilzwijgen verzinken; stilvallen; niets meer zeggen |
damarikomu-黙り込む | zwijgen; de mond houden; niets (meer) zeggen |
damaru-黙る | zwijgen; niets zeggen; stil zijn [worden]; je mond houden |
damashiai-騙し合い | wederzijdse misleiding [bedriegerij] |
damashiau-騙し合う | elkaar misleiden [bedriegen; voor de gek houden] |
damasu-騙す | bedriegen; oplichten; vals spelen; misleiden |
dame-駄目 | (in het theater) de aanwijzing [waarschuwing] van een regisseur aan een acteur [actrice] |
dan-段 | sectie [gedeelte, deel, hoofdstuk] van een vertelling [verhaal] b.v. (in de Ise Monogatari of de Tsurezuregusa) |
dancha-磚茶 | (Chinese) steenthee; tegelthee (tot tegeltjes geperste thee) |
danchi-暖地 | warme streek [regio]; gebied met een mild klimaat |
danchigaiheikōbō-段違い平行棒 | brug met ongelijke leggers (turnen) |
danchō-団長 | groepsleider; hoofd van een delegatie |
dandī-ダンディー | fat; modegek |
dandori-段取り | planning; voorbereiding; regeling |
dandorisuru-段取りする | plannen; voorbereiden; regelen |
dangi-談義 | discussie; consultatie; raadpleging |
dango-団子 | gekookte deegballetjes (gemaakt van kleefrijstmeel); dumplings; knoedels |
dannen-断念 | het opgeven [prijsgeven; afzien; toegeven] |
dannensuru-断念する | opgeven; prijsgeven; afzien; toegeven |
dansa-段差 | hoogteverschil; niveauverschil (b.v. op een weg, terrein, etc.) |
dansensuru-断線する | (af)breken; (af)knappen; het begeven; losraken |
danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
darake-だらけ | (achtervoegsel) vol [bedekt; bezaaid] met |
dashiire-出し入れ | (geld) storting en opname; het inleggen en uithalen |
dasshu-奪取 | verovering; vangst; beslaglegging; gevangenneming |
dasshusuru-奪取する | veroveren; gevangennemen; beslag leggen; innemen; afpakken |
dasu-出す | op de post doen; (op)sturen; versturen; wegbrengen; afvaardigen |
dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
datchi・rōru-ダッチ・ロール | Dutch roll (een vliegtuigbeweging) |
date-伊達 | (goede) stijl; raffinement; elegantie |
datsu-立つ | (achtervoegsel) in staat zijn om...; worden; krijgen |
datsusara-脱サラ | het zich bevrijden uit de tredmolen van een kantoorbaan, en voor zichzelf beginnen om leuk en zinvol werk te gaan doen |
datte-だって | (voegw.) omdat; tenslotte; maar |
datte-だって | (partikel) zelfs; ook; blijkbaar; men zegt; ik denk; jij bedoelt |
daun-ダウン | neergegaan bij het boksen |
daun-ダウン | onderuitgegaan [ingestort] (door uitputting, zwakte of ziekte) |
dauntaun-ダウンタウン | het lagergelegen deel van de stad; de binnenstad; het zakencentrum |
da・kāpo-ダ・カーポ | (muziekterm) da capo (d.c.); nog eens van het begin af aan |
deashi-出足 | start; begin |
deau-出会う | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
dedashi-出だし | start; begin |
deddo・bōru-デッド・ボール | (honkbal) een dode bal (het stilleggen van de wedstrijd door de scheidsrechter (b.v. als de slagman wordt geraakt door de worp van de pitcher) |
deddo・endo-デッド・エンド | doodlopende weg [straat; steeg] |
deguchi-出口 | uitgang; uitweg |
deha-出端 | uitweg; kans [gelegenheid] om te vertrekken [eruit te komen] |
deha-出端 | (muzikale begeleiding bij) de opkomst van een acteur op het podium (theater) |
dehana-出鼻 | startpunt; begin; moment van vertrek |
deirekutā-デイレクター | regisseur |
deiriguchi-出入口 | ingang en uitgang; deuropening; (toegangs)poort |
dejinere-デジネレ | iemand die lichamelijke en geestelijke tekenen van degeneratie vertoont |
dekigokoro-出来心 | een plotselinge opwelling; gril; bevlieging |
dekoboko-でこぼこ | hobbelig [oneffen] zijn (van de weg, etc.) |
dekuwasu-出くわす | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
demakase-出任せ | gedachteloze opmerking; het iets zeggen zonder nadenken |
demodori-出戻り | terugkeer van een schip naar de vertrekhaven (vanwege verslechterde weersomstandigheden) |
demukae-出迎え | ontmoeting; ontvangst; begroeting |
demukaeru-出迎える | ontmoeten; (gaan) begroeten; (iem.) afhalen; verwelkomen |
demuku-出向く | zich begeven [op weg gaan] (naar); zelf [persoonlijk] een bezoek brengen (aan) |
den-殿 | achterhoede (bij legers) |
denbun-伝聞 | gerucht; informatie van horen zeggen [uit de tweede hand] |
denbun-電文 | zin(nen) gebruikt bij telegrammen; zinnen in telegramstijl |
dendenkōsha-電電公社 | NTT, Nippon Telegraph and Telephone Public Corporation |
dengonsuru-伝言する | een boodschap meegeven [doorgeven] |
denjitekikiroku-電磁的記録 | electromagnetisch bestand [register] |
denkiinseido-電気陰性度 | elektronegativiteit |
denpa-伝播 | voortgaande golfbeweging |
denpō-電報 | telegram |
densetsu-伝説 | legende; fabel; overlevering |
denshin-電信 | telegraaf; telegram |
dentetsu-電鉄 | elektrische spoorweg [spoorbaan] |
deokureru-出遅れる | laat vertrekken; laat ergens aan beginnen; een late start maken |
depojitto-デポジット | aanbetaling; borg; onderpand; statiegeld |
depojittoseido-デポジット制度 | statiegeldsysteem |
deregēshon-デレゲーション | delegatie; afvaardiging |
derigēshon-デリゲーション | delegatie; afvaardiging |
deru-出る | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
deru-出る | beginnen; ontstaan; voortkomen uit |
deshō-でしょう | misschien; waarschijnlijk; vermoedelijk; het ziet er naar uit dat; het lijkt wel of; naar men zegt |
dēta-データ | data; gegevens; informatie |
dētabēsu-データベース | database; gegevensbank; gegevensbestand |
detarameni-でたらめに | lukraak; in het wilde weg |
dēta・banku-データ・バンク | databank; database; gegevensbank |
dēta・puroseshingu-データ・プロセシング | gegevensverwerking; informatieverwerking |
dinā・jīnzu-ディナー・ジーンズ | nette jeans voor formelere gelegenheden |
dīrā-ディーラー | verkoper; handelaar; officiële vertegenwoordiger van een specifiek merk producten van een fabrikant |
direkutā-ディレクター | regisseur |
dō-道 | weg; pad |
dō-道 | (fig.) weg; pad; leer; doctrine |
dobokukōgaku-土木工学 | civiele techniek; weg- en waterbouwkunde |
dōchaku-同着 | het op hetzelfde moment aankomen; tegelijk arriveren, |
dōfūsuru-同封する | bijsluiten; insluiten; bijvoegen |
dogaishi-度外視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren |
dogaishisuru-度外視する | negeren; veronachtzamen; geen rekening houden met |
doggu・reggu-ドッグ・レッグ | (Engelse golfterm) dogleg, een golfbaan in de vorm van een hondenpoot |
dogimagisuru-どぎまぎする | opgewonden raken; boos zijn; nerveus worden; de tegenwoordigheid van geest verliezen |
dōhyō-道標 | wegwijzer; richtingbord |
dohyōiri-土俵入り | de ceremonie uitgevoerd door de sumo-worstelaars bij het betreden van de ring voordat het toernooi gaat beginnen |
dōin-動因 | motief; beweegreden |
dōitashimashite-どう致しまして | graag gedaan; geen dank; het was mij een genoegen; het genoegen is mijnerzijds [van mijn kant] |
dōjime-胴締め | (judo) schaarklem (niet toegestane techniek) |
dojin-土人 | oorspronkelijke bewoner; inboorling; inlander; autochtoon (vaak denigrerend gebruikt, vooral vroeger) |
dōjini-同時に | tegelijkertijd; gelijktijdig; tegelijk |
dōkan-動感 | levendigheid; beweeglijkheid |
dōki-動機 | motief; beweeggrond, beweegreden (voor een misdrijf) |
dokkai-読解 | begrijpend lezen; leesvaardigheid |
dokkaika-読解力 | goede leesvaardigheid hebben; goed begrijpend kunnen lezen; |
dokkaikatesuto-読解力テスト | leesvaardigheidstest; toets begrijpend lezen |
dokō-土工 | publieke werken in de afhandeling van grond en zand (voor de aanleg van dijken, wegen, e.d.) |
doku-退く | een stap terug [opzij] doen; uit de weg gaan; ruimte maken (voor) |
dokugo-独語 | alleenspraak; monoloog; het tegen zichzelf praten |
dokuhaku-独白 | monoloog; alleenspraak; het tegen zichzelf praten |
dokuō-独往 | zelfstandig te werk gaan; je eigen weg gaan; op eigen houtje handelen |
dokusaishihai-独裁支配 | autocratisch regime [bewind] |
dokuzen-独善 | zelfingenomenheid; zelfgenoegzaamheid |
doma-土間 | een ruimte in een huis waar geen vloer is gelegd (dus de grond onder het huis als vloer dient) |
donaritsukeru-怒鳴りつける | schreeuwen [schelden] (tegen); (iem.) uitschelden [uitfoeteren] |
donātōroku-ドナー登録 | donorregistratie |
dōnatsugenshō-ドーナツ現象 | het wegtrekken [verhuizen] van bewoners uit het centrum van een stad (naar buitenwijken) |
donto・nō・gurūpu-ドント・ノー・グループ | (Eng.: don't-know-group) mensen die b.v. bij een enquête iets niet weten of begrijpen |
donzumari-どん詰まり | einde; slot; uitkomst; laatste loodjes; doodlopende weg |
don・fan-ドン・ファン | Don Juan (legendarische figuur) |
dorafuto-ドラフト | ploegen-samenstelling (honkbal) |
doraibuin-ドライブイン | wegrestaurants; cafetaria's en winkels langs autosnelwegen |
doraibuuē-ドライブウエー | autoweg (vooral toeristische route) |
dorai・karē-ドライ・カレー | droge curry (een gerecht van gebakken vlees en groenten met kerrie, zonder toevoeging van water) |
doresshī-ドレッシー | chic [elegant] gekleed |
dōretsu-同列 | dezelfde rang [niveau; categorie] |
dorifuto-ドリフト | driften, rijtechniek waarbij de bestuurder de auto in een zijdelingse beweging door een bocht stuurt |
dorifuto-ドリフト | verschijnsel waarbij deeltjes door een externe kracht in een willekeurige beweging worden gebracht (b.v. elektrische geleiding, warmtegeleiding, etc.) |
dōro-道路 | weg; straat |
dōrobangō-道路番号 | wegnummer |
dōrofūsa-道路封鎖 | wegversperring |
dōrokōtsū-道路交通 | wegverkeer |
dōrokōtsūhō-道路交通法 | wegenverkeerswet |
doroppukikku-ドロップキック | (rugby) trap tegen opstuitende bal |
dorufin・kikku-ドルフィン・キック | dolfijntrap (zwembeweging met beide voeten tegelijk in een trappende beweging in het water, bij vlinderslag en rugslag) |
dōrui-同類 | dezelfde soort [categorie; klasse] |
dorushokku-ドル・ショック | de Nixon Shock (economische maatregelen van President Nixon in 1971, o.a. het eenzijdig opheffen van de omwisseling van goud in Amerikaanse dollars) |
dōryō-同僚 | collega |
dōsa-動作 | actie; beweging, gedrag; houding |
dōsei-動静 | beweging; ontwikkeling; stroming; toestand; trend |
dosha-土砂 | zand gezegend met speciale spirituele kracht |
doshaburi-土砂降り | zware regenval [neerslag]; plensbui; stortbui |
dōshi-導師 | dienstdoende priester [monnik] (m.n. tijdens een begrafenis) |
dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
dōtai-胴体 | romp (van een lichaam, boot vliegtuig, etc.) |
dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
dōzen-同然 | bijna hetzelfde zijn; praktisch [nagenoeg; vrijwel; zo goed als] zijn |
eabasu-エアバス | airbus (vliegtuig) |
eabasu-エアバス | Airbus (Europese vliegtuigbouwer) |
eapōto-エアポート | vliegveld; luchthaven |
ea・pējento-エア・ページェント | het optreden van een vliegtuig tijdens een vliegshow |
ea・poketto-エア・ポケット | luchtzak (bij snelle daling van een vliegtuig) |
ebigatame-海老固め | worsteltechniek (de tegenstander (als een garnaal) ten val te brengen door een handgreep om zijn nek en om een knie) |
edamichi-枝道 | zijweg |
edokko-江戸っ子 | (vroeger) iemand die in Edo was geboren en opgegroeid |
edokko-江戸っ子 | (huidige betekenis) iemand die in Tokio is geboren en opgegroeid |
ego-エゴ | (in psychoanalyse, de persoonlijkheid) ego |
egoisuto-エゴイスト | egoist |
egoizumu-エゴイズム | egoisme |
ehōmaki-恵方巻 | een hele (ongesneden) sushi-rol (wordt gegeten als geluksbrenger tijdens het Setsubun festival) |
eigakantoku-映画監督 | filmregisseur |
ejiputo-エジプト | Egypte |
ēji・gurūpu-エージ・グループ | leeftijdsgroep; leeftijdscategorie; leeftijdsklasse |
ekimei-駅名 | de naam van een spoorwegstation; de naam van een poststation [pleisterplaats] |
ekimeihyō-駅名標 | naambord van een (spoorweg)station |
ekisha-駅舎 | (vroeger) de halteplaats voor postkoetsen, paarden, koeriers en reizigers (diende tevens als herberg) |
ekisutora-エキストラ | extra; bijgevoegd; toegevoegd |
ekiteikyoku-駅逓局 | bagagetransport bureau (het bureau dat het bagagevervoer tussen de stations regelde in het begin van de Meiji periode) |
ekonomī・kurasu-エコノミー・クラス | economyclass (goedkoopste klasse in vliegverkeer) |
ekonomī・kurasushōkōgun-エコノミー・クラス症候群 | economyclass-syndroom; vliegtuigtrombose (door te krappe beenruimte) |
ekusasaizu-エクササイズ | oefenen; oefening; lichaamsbeweging; training |
en-縁 | kans; gelegenheid |
endō-沿道 | de kant van de weg; berm; stoep(rand) |
engoku-遠国 | een verafgelegen land [gebied] |
engurēbingusareta-エングレービングされた | ingegraveerd |
enkaku-遠隔 | veraf [ver weg; afgelegen; op afstand] zijn |
enkōkinkō-遠交近攻 | het beleid [de strategie] om vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden met verre landen, maar vijandelijke betrekkingen met buurlanden |
ennogyōja-役行者 | En no Gyōja, de grondlegger van het Shugendo |
enpō-遠方 | een afgelegen plek; een ver land |
enro-遠路 | een lange weg; een verre [grote] reisafstand |
ensen-沿線 | gebied [plaats] langs [naast] een spoorlijn, busroute, hoofdweg, etc. |
enshūshitsu-演習室 | lokaal waar een werkcollege wordt gegeven |
enshutsu-演出 | regie; organisatie (van voorstellingen, evenementen, ceremonies, etc.) |
enshutsuka-演出家 | regisseur; producent |
ensui-円錐 | conus; kegel (vorm) |
ensuidai-円錐台 | afgeknotte kegel |
ensuikyokusen-円錐曲線 | kegelsnede |
ensuimen-円錐面 | kegelvormig oppervlak; cirkelkegel |
ensuitai-円錐体 | kegel; conus |
ensuizuhō-円錐図法 | kegelprojectie |
entāpuraizu-エンタープライズ | USS Enterprise (Amerikaans vliegdekschip) |
enten-宛転 | soepel (van bewegingen); waardig; vloeiend; zoetgevooisd (van stem) |
entō-遠島 | afgelegen eiland |
entō-遠島 | verbanning naar een afgelegen eiland (Edo periode) |
enu・jī・ō-エヌ・ジー・オー | (non-governmental organization) niet-gouvernementele [niet regeringsgebonden] organisatie |
enzai-冤罪 | valse [ongegronde] beschuldiging [aanklacht] |
en'u-煙雨 | motregen |
epe-エペ | (scherm)degen |
epuron-エプロン | (luchthaven) platform voor vliegtuigen |
erabutsu-偉物 | een groot man; een getalenteerd [bekwaam; begaafd] persoon |
erejī-エレジー | elegie; treurdicht; klaagzang |
eru・esu・ai-エル・エス・アイ | de implementatie van tienduizenden transistors per chip (LSI: large-scale integrated circuit) |
eshaku-会釈 | knikje; begroeting; lichte buiging |
eshaku-会釈 | begrip; meeleven; voorkomendheid |
esukēpu-エスケープ | ontsnapping; vlucht; uitweg |
esukōto-エスコート | begeleiding; begeleider; escorte |
etekatte-得手勝手 | egoïsme; zelfzucht; eigenbelang |
etoki-絵解き | uitleg van de betekenis van een schilderij |
etoki-絵解き | iets uitleggen aan de hand van [met behulp van] een illustratie |
etoku-会得 | het volledig begrijpen; het zich eigen te maken |
etsuran-閲覧 | raadpleging [bestudering] van boeken en documenten (in een bibliotheek, e.d.) |
ē・bī・shī-エー・ビー・シー | basis; grondbeginselen |
faiasutōmu-ファイアストーム | vuurstorm (hevige luchtbeweging ontstaan door grote brand) |
fairu-ファイル | bestand; document; verzameling gegevens |
faitā-ファイター | gevechtsvliegtuig |
fanī・fēsu-ファニー・フェース | een uniek [aantrekkelijk; leuk] gezicht (vooral gezegd van vrouwen) |
fea・kyatchi-フェア・キャッチ | (rugby en American Football) het afvangen de bal van een tegenstander |
federaru-フェデラル | federaal; regerings-; bonds- |
fēdoauto-フェードアウト | (beeld) het vervagen [uitvloeien]; (geluid) het wegsterven |
feiku-フェイク | (sport) schijnbeweging |
feinto-フェイント | schijnbeweging |
fēku-フェーク | (sport) schijnbeweging |
feroaroi-フェロアロイ | ijzerlegering |
feromon-フェロモン | feromoon (door dieren geproduceerde (geur)stof, afgegeven aan de omgeving) |
fezā・purēn-フェザー・プレーン | ultralichtgewicht modelvliegtuig |
fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
fiyorudo-フィヨルド | (Noorwegen) fjord |
fōmyura・puran-フォーミュラ・プラン | beleggingsstrategie voor het kopen en verkopen van effecten volgens een vaste formule |
fōru-フォール | (worstelen) touché; schouderlegging |
fū-封 | zegel; sluiting |
fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
fubenkyō-不勉強 | het niet genoeg studeren; luiheid; gebrek aan inzet |
fubin-不敏 | traag van begrip zijn |
fubunritsu-不文律 | ongeschreven regel [voorschrift; wet] |
fucha-普茶 | (afk. voor) vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
fuchaku-付着 | samenvoeging; aanhechting; bijvoeging |
fuchakusuru-付着する | vastplakken; kleven; aanhechten; bijvoegen |
fucharyōri-普茶料理 | vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
fuchō-婦長 | hoofdzuster; hoofdverpleegster |
fudetate-筆立て | begin [openingszinnen] van een brief, e.d. |
fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
fudōsanshōkenka-不動産証券化 | belegging [investering] in vastgoed |
fufufu-ふふふ | (onomatopee) gelach; gegrinnik; hahaha |
fūga-風雅 | elegantie; gratie; verfijning |
fugenfugo-不言不語 | stilte; stilzwijgen; zonder iets te zeggen |
fuhei-不平 | ontevredenheid; ongenoegen; onvrede |
fuhen-普遍 | universaliteit; algemeenheid; alomtegenwoordigheid |
fuhō-不法 | onwettig; illegaal |
fuhōkyojū-不法居住 | onwettig verblijf; kraakactie (van leegstaand huis) |
fuhōtaizai-不法滞在 | illegaal verblijf |
fuhōtaizaisha-不法滞在者 | een illegaal; illegale vreemdeling |
fuhyō-付表 | bijlage; bijgevoegde lijst [tabel] |
fūin-封印 | cachet; zegel; stempel; verzegeling |
fūin-風韻 | verfijning; elegantie |
fuiri-不入り | (in theater e.d.) kleine opkomst; weinig publiek; een lege zaal |
fuji-藤 | blauweregen; wisteria |
fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fujinami-藤波 | de golfbeweging van de wisteria bloemtrossen (in de wind) |
fujinami-藤波 | bloemen van de wisteria [Blauweregen] |
fūjiru-封じる | verzegelen (v.e. brief, e.d.); afsluiten; vastzetten |
fujitsu-不実 | onoprechtheid; bedrog; bedriegerij; misleiding |
fujūbun-不十分 | ontoereikend [onvoldoende; niet genoeg] zijn |
fujun-不順 | irregulariteit; wisselvalligheid; instabiliteit |
fuka-不可 | fout; slecht; ongepast; niet te rechtvaardigen; niet toegestaan; niet mogelijk |
fuka-付加 | toevoeging; aanhangsel; bijlage |
fukaamigasa-深編み笠 | gevlochten kegelvormig hoofddeksel (dat deels het gezicht verborg, en werd gedragen door samoerai en komuso) |
fukachi-不可知 | ondoorgrondelijkheid; raadselachtigheid; onkenbaar [niet te begrijpen] zijn |
fukai-不快 | ongenoegen; ongemak |
fukakachi-付加価値 | meerwaarde; toegevoegde waarde |
fukakai-不可解 | onbegrip; geheimzinnigheid; ondoorgrondelijkheid |
fukanzenshūgyō-不完全就業 | onderbezetting; niet voldoende werkgelegenheid |
fukatoku-不可得 | (boeddh.) onbereikbaarheid; ongrijpbaarheid van de absolute waarheid (vanwege menselijke beperkingen) |
fuki-付記 | appendix; toevoeging; supplement |
fukiburi-吹き降り | regenstorm; slagregen; striemende regen |
fukichirasu-吹き散らす | uiteen waaien [blazen]; wegblazen; verstrooien |
fukidasu-吹き出す | beginnen te waaien [blazen; ademen] |
fukigen-不機嫌 | slecht humeur; ongenoegen; norsheid |
fukiharau-吹き払う | wegblazen |
fukikomu-吹き込む | binnen waaien; inregenen |
fukinagashi-吹き流し | wimpel; vaantje; windzak (bij vliegveld) |
fukisoku-不規則 | onregelmatigheid; onstandvastigheid |
fukisokudōshi-不規則動詞 | onregelmatig werkwoord |
fukisokuhenka-不規則変化 | (grammatica) onregelmatige vervoeging |
fukitaosu-吹き倒す | overweldigen (van een tegenstander) |
fukitobasu-吹き飛ばす | wegblazen; de lucht inblazen; (iets ergens) afblazen |
fukitobu-吹き飛ぶ | weggeblazen worden |
fukitsukeru-吹きつける | tegen(aan) waaien [blazen] |
fukiyose-吹き寄せ | een vlaag (sneeuw, regen, stof, etc,) |
fukō-不幸 | ongeluk; ellende; tegenslag; pech; ongelukkigheid |
fukokukyōhei-富国強兵 | de natie welvarender maken door het leger te versterken |
fukōtsuzuki-不幸続き | opeenvolging van tegenslagen; het voortdurend pech hebben |
fuku-復 | (afk. voor) het reciteren; het herhalen van iets dat gezegd is |
fukubarahappu-フクバラハップ | Hukbalahap, de militaire tak van de Communistische Partij in de Filipijnen (in 1942 opgerichte verzetsbeweging om de Japanners te bevechten) |
fukugōseikyokushotōtsūshōkōgun-複合性局所疼痛症候群 | (CRPS) complex regionaal pijn syndroom |
fukuhei-伏兵 | leger in een hinderlaag |
fukuhei-伏兵 | onverwachte tegenstand [hindernis]; onverwacht obstakel |
fukuin-幅員 | breedte (van een weg, brug, boot, e.d.) |
fukumiwarai-含み笑い | onderdrukt gelach; gegrinnik; gegiechel |
fukurokōji-袋小路 | doodlopende weg [straat; steeg] |
fukusa-袱紗 | zijden doek om bij de theeceremonie gebruikte voorwerpen in te wikkelen of schoon te vegen |
fukushō-復唱 | het reciteren; het (voor zichzelf) herhalen wat er gezegd is |
fukyō-不興 | afkeuring; ongenoegen; misnoegen |
fukyoka-不許可 | verboden [niet toegestaan] zijn |
fuman-不満 | ontevredenheid; onvoldaanheid; ongenoegen |
fumanzoku-不満足 | ontevredenheid; ongenoegen |
fumei-不明 | onduidelijkheid; onbegrijpelijkheid; vaagheid; dubbelzinnigheid |
fumeiryō-不明瞭 | onduidelijkheid; onbegrijpelijkheid; vaagheid; duisternis |
fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
fumikiri-踏み切り | spoorweg overgang; gelijkvloerse kruising van weg en spoorlijn |
fumikiru-踏み切る | (weg)springen; afzetten (voor een sprong) |
fumikotaeru-踏み堪える | standhouden (tegen); voet bij stuk houden; standvastig zijn |
fumimayō-踏み迷う | verdwalen; de weg kwijtraken |
funade-船出 | het inschepen [aan boord gaan; wegvaren; uitvaren] (van schepen) |
funade-船出 | (iets nieuws) beginnen [starten]; een nieuw begin maken |
funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
funkyū-紛糾 | complicatie; verwarring; verstoring; ontregeling; wanorde; chaos |
furai-フライ | vlieg |
furaikyū-フライ級 | (boksen) vlieggewicht |
furaingu-フライング | vliegen; vlucht |
furaingu-フライング | (zeilen, autoracen) vliegende start (i.t.t. stilstaande start) |
furaingu-フライング | (fig.) vliegende start; goede start; goed [snel] van start gaan |
furaingu・stāto-フライング・スタート | (zeilen, autoracen) vliegende start (i.t.t. stilstaande start) |
furaingu・stāto-フライング・スタート | (fig.) vliegende start; goede start; goed [snel] van start gaan |
furaito-フライト | vlucht; vliegreis |
furaito・dekki-フライト・デッキ | vliegdek |
furaito・kontorōru-フライト・コントロール | vliegtuigbesturingssysteem |
furakushon-フラクション | cel (groep binnen een organisatie of beweging) |
furappu-フラップ | vleugelklep (vliegtuig) |
furasshubakku-フラッシュバック | flashback; terugblik (beeldende herinnering aan een vroegere gebeurtenis) |
furatto-フラット | plat; vlak; horizontaal; effen; eentonig; leeg (van band); plat, zonder koolzuur [zonder prik] (van drank) |
furebumi-触れ文 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
furegaki-触れ書き | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
furekishiburu-フレキシブル | flexibel; soepel; buigzaam; elastisch; meegaand |
fureru-触れる | (wet of regel) overtreden |
furiai-振り合い | overweging; beschouwing; afweging |
furidashi-振り出し | start; begin(punt) |
furidashinin-振出人 | degene die rekeningen en cheques uitschrijft |
furieki-不利益 | nadeel; bezwaar; tegenslag |
furigētokan-フリゲート艦 | fregat (oorlogsschip) |
furikaekyūjitsu-振替休日 | een toegewezen vrije dag (als men op de standaard vrije dag naar school of werk moet) |
furikomerareru-降り籠められる | binnen moeten blijven omdat het regent [sneeuwt] |
furikomeru-降り籠める | regenen [sneeuwen] waardoor mensen binnen blijven |
furikomu-振り込む | (bij mahjong) een steen weggooien die een tegenstander goed kan gebruiken [waarmee een tegenstander kan winnen] |
furikomu-降り込む | naar binnen regenen [sneeuwen]; inregenen |
furinsuru-不倫する | overspel [echtbreuk; ontucht] plegen |
furippu-フリップ | omslaan; omdraaien; wegtikken; boos worden |
furishikiru-降り頻る | stortregenen; hard [voortdurend] regenen [sneeuwen] |
furisosogu-降り注ぐ | stortregenen; voortdurend (hard) regenen |
furitsuzuku-降り続く | voortdurend [onophoudelijk] regenen [sneeuwen] |
furī・pasu-フリー・パス | gratis entree [toegang]; gratis ticket [toegangskaart] |
furofuki-風呂吹き | gekookte plakjes daikon (of raap, etc.) die heet worden gegeten met miso |
furōto-フロート | boei; drijvend vlot; drijver (o.a. van een watervliegtuig) |
furu-振る | weigeren; afwijzen; wegdoen |
furu-振る | een kana lezing toevoegen aan een kanji |
furu-降る | vallen (van regen, sneeuw, etc.) |
furūre-フルーレ | floret (schermdegen) |
fūryū-風流 | elegantie; gratie; verfijning |
fusagu-塞ぐ | verstoppen; blokkeren; in de weg staan; vastlopen |
fusegite-防ぎ手 | verdediger; verdedigende maatregel |
fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
fuseimyaku-不整脈 | onregelmatige polsslag [hartslag] |
fusen-不戦 | (vechtsport) niet doorgaan van het gevecht wegens afwezigheid van een deelnemer |
fusengachi-不戦勝 | (judo) overwinning wegens niet-opkomen [niet-verschijnen] van de tegenpartij [tegenstander] |
fusenshō-不戦勝 | (judo) overwinning wegens niet-opkomen [niet-verschijnen] van de tegenpartij [tegenstander] |
fuseru-伏せる | ondersteboven leggen; omdraaien |
fusetsu-付説 | aanvullende [extra] uitleg |
fusetsu-敷設 | aanleg; bouw; constructie (van een weg, e.d.) |
fusetsu-浮説 | ongegronde bewering; wilde geruchten |
fūsetsu-風説 | gerucht; roddel; iets van horen zeggen |
fūsetsu-風雪 | ontbering; beproeving; tegenspoed |
fusetsusuru-付説する | aanvullende [extra] uitleg geven |
fusetsusuru-敷設する | (een weg, e.d.) aanleggen; bouwen |
fushiawase-不幸せ | ongeluk; ellende; tegenslag; pech; ongelukkigheid |
fushin-普請 | bouw; aanleg; vervaardiging; constructie |
fushinsuru-普請する | bouwen; aanleggen; vervaardigen |
fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fūsho-封書 | verzegelde brief; verzegeld document |
fushōbushō-不承不承 | tegen zijn zin; met tegenzin; onder protest |
fusoku-付則 | supplement; toevoegsel; bijvoegsel |
fusokukin-不足金 | negatief saldo op een rekening; onvoldoende tegoed |
futaba-二葉 | eerste begin; vroeg stadium |
futeiki-不定期 | onregelmatigheid |
futobashi-太箸 | dikke, ronde eetstokjes gebruikt bij feestelijke gelegenheden |
futōitsu-不統一 | disharmonie; wanorde; ongeregeldheid; verdeeldheid |
futsūyokin-普通預金 | een gewone [algemene] storting; reguliere spaarrekening |
futtobu-吹っ飛ぶ | weggeblazen worden |
futtosaru-フットサル | een soort zaalvoetbal (5 tegen 5 spelers) |
fūu-風雨 | wind en regen |
fūu-風雨 | een hevige regenbui met veel wind; regenstorm |
fuun-不運 | tegenslag; pech; tegenspoed; ongeluk |
fuyajō-不夜城 | de naam van een stad in (wat nu nu de provincie Shandong is) in China (tijdens de Han dynastie, waarvan werd gezegd dat de zon ook 's nachts scheen) |
fuyasu-増やす | vermeerderen; toevoegen; laten toenemen |
fuyudori-冬鳥 | wintervogel; trekvogel, die in de herfst en winter verschijnt en in de lente wegtrekt naar noordelijke streken |
fuzei-風情 | elegantie; (verfijnde) smaak |
fuzoku-付属 | toevoeging; aansluiting (bij) |
fuzoroi-不揃い | onregelmatigheid; ongelijkheid; oneffenheid |
fuzu-付図 | bijgevoegde plattegrond [schets; ontwerp] |
fu'itchi-不一致 | onenigheid; verschil; inconsistentie; tegenstrijdigheid |
fyūjon-フュージョン | samenvoeging; samensmelting, |
ga-我 | ego; het zelf; het eigen wezen |
gabun-雅文 | elegante [literaire; klassieke] stijl |
gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
gādorēru-ガードレール | vangrail (op autowegen) |
gādorēru-ガードレール | contrarail (spoorwegen) |
gagen-雅言 | verfijnd [elegant] en correct taalgebruik |
gago-雅語 | elegante [poëtische] woorden |
gai-涯 | (in kanji combinaties) waterkant; oever; rand; grens; begrenzing |
gaidansu-ガイダンス | begeleiding |
gaiden-外伝 | (toegevoegde) verhalen en anekdotes, die niet in de officiële bronnen voorkomen |
gaiden-外電 | een telegram [bericht] uit het buitenland |
gaihanboshi-外反母趾 | hallux valgus (een grote teen die scheefgegroeid is) |
gaijinbutai-外人部隊 | het vreemdelingenlegioen |
gainen-概念 | concept; begrip; idee |
gairoju-街路樹 | straatboom; bomen langs de kant van de weg [straat] |
gaishutsu-外出 | het uitgaan; het naar buiten gaan; weggaan; afwezig zijn (van kantoor, e.d.) |
gakki-学期 | (school; universiteit) lesblok; collegeperiode; semester |
gakkō-学校 | school; college |
gakkyū-学級 | (privaatonderwijs) studiegroep; leergroep |
gakuchi-学知 | iets door bestudering begrijpen |
gakugyō-学業 | studie; lessen; colleges |
gakumenware-額面割れ | een lager geworden marktwaarde van obligaties en aandelen (t.o.v. de uitgegeven prijs) |
gakumu-学務 | school [onderwijs] zaken [aangelegenheden] |
gakurekihenchō-学歴偏重 | overdreven nadruk leggen op [belang hechten aan] (academische) kwalificaties |
gakuseiundō-学生運動 | studentenbeweging; studenten activisme |
gakuseki-学籍 | schoolregister; lijst van ingeschreven leerlingen |
ganchū-眼中 | overweging; interesse; aandacht |
ganjigarame-雁字搦め | ingeperkt (door restricties, regels of verboden) |
ganpeki-岸壁 | kade; wal; pier; aanlegplaats |
ganrai-元来 | in de eerste plaats; om te beginnen |
gansekiku-岩石区 | petrografische regio |
ganshū-含羞 | verlegenheid; schroom |
gansō-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
ganteikensa-眼底検査 | (oog) fundusonderzoek; oftalmoscopie; oogspiegelen |
gappei-合併 | combinatie; samenvoeging; samensmelting; fusie |
gappuri-がっぷり | stevig (vastgegrepen); vastgeklemd |
gara-柄 | karakter; aard; aanleg |
garaaki-がら空き | vrijwel [bijna] leeg zijn |
garandō-がらんどう | leegte |
garasuki-がら空き | bijna [zo goed als] leeg zijn |
garigarimōja-我利我利亡者 | een zeer egoïstische [hebzuchtige] persoon. |
garyōtensei-画竜点睛 | de laatste hand leggen aan iets; laatste afwerking; finishing touch |
garyūtensei-画竜点睛 | de laatste hand leggen aan iets; laatste afwerking; finishing touch |
gasshō-合掌 | (in gebed) de handen samenvoegen |
gassuru-合する | samenvoegen; samenkomen; samenbrengen; verenigen; combineren; het eens zijn met |
gasuketsu-ガス欠 | een (bijna) lege (benzine)tank |
gaten-合点 | instemming; goedkeuring; begrip |
gatten-合点 | instemming; goedkeuring; begrip |
gedokuyaku-解毒薬 | tegengif |
gedokuzai-解毒剤 | tegengif |
geigekiki-迎撃機 | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
geihin-迎賓 | een eregast verwelkomen |
geijutsukahada-芸術家肌 | een artistieke aard [aanleg] hebben; er schuilt een kunstenaar in (hem; haar) |
geisha-迎車 | taxi die bezet [niet vrij] is (want op weg is naar een klant) |
gei・pawā-ゲイ・パワー | homobeweging; homorechtenbeweging |
gekkei-月桂 | in een Chinese legende, een laurierboom op de maan |
gekkō-激昂 | opvliegendheid; razernij; grote opwinding |
gekkōsuru-激昂する | opvliegend [heetgebakerd] zijn; een kort lontje hebben; snel aangebrand zijn |
gekō-下向 | het van de hoofdstad naar het platteland gaan; van een hooggelegen plaats naar een lagere plaats gaan |
gen-厳 | het wordt als beleefde toevoeging gebruikt voor de vader van iemand anders |
gen-言 | (on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
genban-原板 | een negatief (fotografie) |
genbo-原簿 | register; grootboek (boekhouding) |
gendo-限度 | limiet; grens; begrenzing; (fig.) plafond |
gendōki-原動機 | motor [machine] (voor het aandrijven en opwekken van bewegingsenergie) |
gengō-元号 | (keizerlijke) regeringsperiode [tijdperk] |
genjibotaru-源氏蛍 | Japans vuurvliegje [glimworm] (Luciola cruciata) |
genkaku-幻覚 | hallucinatie; zinsbegoocheling |
genkan-玄関 | entree; toegang; ingang |
genkanguchi-玄関口 | toegangspoort; ingang; voordeur; vestibule |
genkanguchi-玄関口 | toegangspoort tot een land (b.v. een zeehaven, vliegveld, e.d.) |
genkō-言行 | woorden en daden; hetgeen gezegd en gedaan wordt |
genkouicchi-言行一致 | consistentie tussen woorden en daden; de daad bij het woord voegen |
genpū-厳封 | het verzegelen; afsluiten |
genpūsuru-厳封する | verzegelen; (compleet; stevig) afsluiten |
genri-原理 | principe; grondbeginsel |
gensoku-原則 | beginsel; principe; regel |
gentei-舷梯 | tijdelijke trap of plank (voor het in- en uitstappen van vliegtuigen en schepen); vliegtuigtrap; loopplank, valreep |
genteisuru-限定する | beperken; begrenzen; definiëren |
genten-原点 | referentiepunt; beginpunt; uitgangspunt; vertrekpunt |
genzai-現在 | thans; tegenwoordig; nu; vanaf vandaag |
genzaikei-現在形 | de tegenwoordige tijd (van een werkwoord) |
geomanshī-ゲオマンシー | geomantiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
gesewa-下世話 | algemeen gezegde; algemene uitdrukking |
geshi-夏至 | één van de 24 seizoenen van de oude maankalender, wanneer de zon staat op 90 graden (geografische) lengte; tegenwoordig is dat 22 juni; zonnewende |
gettsū-ゲッツー | (honkbal) dubbelspel (twee honklopers tegelijk uitgeschakeld) |
gi-議 | discussie; mening; opinie; raadpleging |
gibo-義母 | pleegmoeder; stiefmoeder; adoptiemoeder |
gichōshokken-議長職権 | bevoegdheden [gezag] van de voorzitter (van het Parlement, ed.) |
gigoku-疑獄 | (politiek) schandaal vanwege smeergeld [omkoping] |
gigun-義軍 | (leger voor) een goede, rechtvaardige strijd [oorlog] |
gikaiseiji-議会政治 | parlementarisme; regering met een volksvertegenwoordiging |
gikushaku-ぎくしゃく | schokkerig [stug; stram] zijn [bewegen] |
ginga-銀河 | de Melkweg |
gingakei-銀河系 | de Melkweg; het Melkwegstelsel |
ginkōken-銀行券 | bankbiljet (papiergeld door een centrale bank als betaalmiddel uitgegeven) |
gin'yoku-銀翼 | zilveren vleugels [vliegtuig] |
giridate-義理立て | Iets dat men doet uit beleefdheid [plichtsbesef]; plichtpleging; verplichting |
giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
gō-号 | (als achtervoegsel) naam (voor voertuigen, schepen, vliegtuigen, dieren, etc.) |
go-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
goaku-五悪 | de vijf hoofdzonden van het boeddhisme (doodslag, diefstal, overspel, liegen, teveel drinken) |
gobun-誤聞 | misverstand, verkeerd horen [begrijpen]; verkeerde informatie |
godan-五段 | godan, werkwoordvervoeging |
godankatsuyō-五段活用 | (Japanse) godan-werkwoordvervoeging |
godatsu-誤脱 | fouten of weglatingen (in een tekst) |
goeikan-護衛艦 | korvet; escorteschip (licht oorlogsschip ter begeleiding van konvooien) |
gogataki-碁敵 | tegenspeler (in het go-spel); iemand die regelmatig go speelt |
gogatsuningyō-五月人形 | een (samoerai) pop die wordt uitgestald in mei ter gelegenheid van het kinderfestival van jongens |
gogon-五言 | Chinees gedicht met vijf karakters per regel |
gohasan-御破算 | het helemaal opnieuw beginnen; beginnen met een schone lei; teruggaan naar af |
gōhō-合法 | wettigheid; legitimiteit; rechtmatigheid; conform de wet |
gokai-五戒 | de vijf geboden van het Boeddhisme (gij zult niet: doden, stelen, overspel plegen, liegen, of teveel drinken) |
gokai-誤解 | misverstand; onbegrip; misvatting |
gokaisuru-誤解する | verkeerd begrijpen; misverstaan |
gokigenyō-御機嫌よう | (begroeting bij een ontmoeting of afscheid) hallo; hoe gaat het?; tot ziens; tot kijk; groetjes; succes! |
gōkin-合金 | (metaal) legering |
gōkinkō-合金鋼 | gelegeerd staal |
gōkintetsu-合金鉄 | ijzerlegering |
gokudō-極道 | slechtheid; verdorvenheid; zondigheid; kwade levensweg; het slechte pad |
gokusoku-獄則 | gevangenis regels [voorschriften] |
gomakasu-ごまかす | bedriegen; vervalsen; misleiden; oplichten |
gomatsu-語末 | woordeinde; woorduitgang; (woord)vervoeging |
gomenkudasai-御免下さい | (begroeting bij het binnenkomen van iemand's huis) Hallo, is daar iemand?; Mag ik binnenkomen? |
gon-言 | (de on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
gonen-御念 | zorg; aandacht; oplettendheid; overweging |
goō-五黄 | het vijfde van de negen tekens van de Chinese dierenriem |
goriyaku-御利益 | zegening; godsgave; antwoord op je gebeden |
gōryū-合流 | samenvoeging (van autowegen, of rijstroken) |
gōryū-合流 | samenvoeging [samengaan] (van politieke partijen of facties) |
gosekke-五摂家 | de vijf regentenhuizen (voornaamste families van de Fujiwara-clan, vanaf het midden van de Kamakura-periode) |
goshaku-語釈 | uitleg [verklaring; interpretatie] van een woord [term] |
goshuin-御朱印 | brief met het (scharlaken)rode zegel van de shogun |
gosō-護送 | escorte (gewapende begeleiding) |
gote-後手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de tweede zet doet |
gōu-豪雨 | slagregen; wolkbreuk; zware [hevige] regen |
guchi-愚痴 | (ongegronde) klacht; gezeur; gemopper; gemor |
gun-軍 | leger; krijgsmacht; strijdmacht; troepen |
gunba-軍馬 | legerpaard; strijdros; oorlogspaard |
gunbō-軍帽 | militaire pet; legerpet |
gunbu-郡部 | plattelandsdistrict; provinciegebieden |
gungaku-軍学 | krijgswetenschap; de studie van militaire strategieën en tactieken |
gunjikichi-軍事基地 | legerbasis; militaire basis |
gunju-軍需 | leger goederen [bevoorrading; munitie; proviand] |
gunkoku-軍国 | leger en staat; strijdkrachten en landsbestuur |
gunkoku-軍国 | militaristisch land; land waar het leger veel invloed heeft |
gunpuku-軍服 | militair uniform; legeruniform |
guntai-軍隊 | strijdkracht; leger; troepen |
gunte-軍手 | witte, katoenen werkhandschoen (oorspronkelijk gebruikt in het leger) |
guraidā-グライダー | zweefvliegtuig |
guramā・sutokku-グラマー・ストック | glamour stock, een aandeel dat in de belangstelling staat van beleggers, media en analisten |
guratan-グラタン | gratin; gegratineerd gerecht |
gurauto-グラウト | pleisterkalk; voegspecie; mortel |
guregorioreki-グレゴリオ暦 | Gregoriaanse kalender |
gutaisaku-具体策 | concrete maatregelen |
gūwa-寓話 | fabel; legende |
guyū-具有 | voorzien van; voorbereid op; met aanleg voor |
guzuguzu-ぐずぐず | aarzelend; dralend; treuzelend; tegensputterend |
gyabajin-ギャバジン | (waterdichte) gabardine, keperstof (m.n. gebruikt voor regenjassen |
gyakkōka-逆効果 | tegengesteld effect [resultaat]; averechts effect |
gyaku-逆 | het omgekeerde; tegengestelde; tegendeel |
gyakuen-逆縁 | een oudere die begrafenisdienst voor een jong familielid leidt |
gyakufū-逆風 | tegenwind (ook fig.); ongunstige wind |
gyakugire-逆切れ | tegenaanval; tegenstoot; terugslaan (ook fig.) |
gyakuhitsu-逆筆 | (kalligrafie) tegengestelde schrijfrichting aan het begin van een penseelstreek |
gyakukōka-逆効果 | tegengesteld effect [resultaat]; averechts effect |
gyakurō-逆浪 | ruwe zee [golfslag]; kopzee; tegengolf |
gyakusenden-逆宣伝 | antipropaganda; negatieve propaganda |
gyakusetsu-逆説 | paradox; schijnbare tegenstelling |
gyakushū-逆襲 | tegenaanval |
gyakusō-逆走 | het spookrijden; in tegengestelde richting gaan [rennen; rijden] |
gyakusō-逆走 | het tegen de wind ingaan; (fig.) tegen de trend [verwachting] ingaan |
gyakute-逆手 | (sport) onderhandse greep; backhand; de arm van een tegenstander in tegengestelde richting draaien; een aanval pareren |
gyakuten-逆転 | omkering (in bewegingsrichting, situatie, e.d.) |
gyō-業 | studieveld; studiegebied |
gyō-行 | regel (tekst) |
gyōgi-凝議 | overleg; beraadslaging; raadpleging; consultatie |
gyōja-行者 | (afk. voor) En no Gyōja, de grondlegger van het Shugendo |
gyōkan-行間 | regelafstand; (wit)ruimte tussen tekstregels |
gyokuan-玉案 | prachtig bureau; bureau [werktafel] belegd met edelstenen |
gyōretsu-行列 | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
gyōseishidō-行政指導 | bestuurlijke begeleiding |
gyōseishobun-行政処分 | bestuurlijke [administratieve] regelgeving [maatregelen] |
gyōshuku-凝縮 | bundeling; samenvoeging |
gyōshukusuru-凝縮する | samenvoegen; bundelen |
gyoyu-魚油 | visolie (verkregen van sardine, haring, e.d.) |
gyōzen-凝然 | onbeweeglijkheid |
haaku-把握 | grip; begrip; bevatting |
haari-羽蟻 | vliegende [gevleugelde] mier(en) |
haba-幅 | bewegingsvrijheid; bereik |
habikoru-蔓延る | overwoekerd [begroeid] raken |
habukūkō-ハブ空港 | hub luchthaven (centraal vliegveld waar men overstapt op andere vluchten) |
hachijūhachiya-八十八夜 | de 88ste dag sinds het begin van de lente (wordt beschouwd als een goede dag om te zaaien) |
hadan-破談 | intrekking; annulering; afzegging; opzegging |
hadō-波動 | golfbeweging; fluctuatie |
hae-蠅 | vlieg |
hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
hagasu-剥がす | weghalen; wegvijlen; verwijderen; (af)pellen |
hagi-萩 | Hagi, een stad gelegen aan de Japanse Zee, in het Noorden van de prefectuur Yamaguchi |
hai-はい | ja; jazeker; ja, hoor (wordt gezegd aan het einde van een zin als extra bevestiging) |
hai-背 | (in kanji combinaties) rug; achterkant; achteren; tegenstand; opstand; verraad |
haiga-俳画 | Japanse stijl van schilderkunst (monochroom of polychroom; verfijnde of eenvoudige stijl met vaak een haiku of proza als bijschrift of legenda) |
haigō-配合 | combinatie; vermenging; samenvoeging |
haigun-敗軍 | verslagen leger(macht) [generaal] |
haihan-背反 | tegenstrijdigheid |
haiiromuzai-灰色無罪 | (lett. grijze onschuld) onschuldig ondanks verdenking (vanwege onvoldoende bewijs) |
haijakku-ハイジャック | (vliegtuig) kaping |
haikara-ハイカラ | modieus; stijlvol; elegant |
haiken-佩剣 | omgegord [aangegord] zwaard; het dragen van een zwaard |
haiki-廃棄 | het (iets) wegdoen [verwijderen; weggooien; afdanken] |
haimāto-ハイマート | geboorteplaats; geboortestreek; geboortegrond; vaderland |
hainoboru-這い登る | (op)klimmen tegen; omhoog klauteren [kruipen] |
hairu-ハイル | geluk; voorspoed; zegen |
hairu-入る | lid worden (van); zich aansluiten bij; zich in een bepaalde wereld [kring] begeven |
hairu-入る | (aan iets) beginnen; overgaan tot; een bepaalde tijd [situatie] (beginnen te) worden |
hairu-入る | (beginnen te) scheuren; barsten |
hairu-入る | (in combinatie met ogen, oren, hoofd, etc.) zien; horen; vernemen; begrijpen; zich concentreren |
hairyo-配慮 | overweging; zorg; aandacht; bezorgdheid; toewijding |
haisen-廃線 | afschaffing van een communicatiemiddel (b.v. telegrafie) |
haishakukin-拝借金 | de geldlening in de Edo periode van de bakufu regering aan daimyo, leenheren, tempels, e.d. |
haishutsuryō-排出量 | hoeveelheid uitstoot; emissiegehalte |
haiuē-ハイウェー | snelweg; autoweg; autosnelweg |
hajikidasu-弾き出す | (iem.) verdrijven; wegjagen; eruit zetten |
hajikidasu-弾き出す | afstoten; uitstoten; leegstromen |
hajimaru-始まる | beginnen; starten |
hajimaru-始まる | (steeds weer) opnieuw beginnen; van voren af aan beginnen |
hajime-初め | het begin; de oorsprong; het ontstaan |
hajimeni-初めに | (aller)eerst; in eerste instantie; om te beginnen |
hajimeru-始める | beginnen (met); starten; openen (een winkel, e.d.) |
hajimeru-始める | weer [opnieuw] beginnen (met); herstarten |
hajimeru-始める | (gevoegd achter de renyōkei van een ander ww.) beginnen te...; gaan... |
hajirau-恥じらう | verlegen [timide] zijn; blozen |
hakari-秤 | weegschaal |
hakari-計り | meting; weging |
hakarigoto-謀 | plan; strategie; list |
haken-覇権 | hegemonie; suprematie |
hakidasu-吐き出す | uitblazen; wegblazen; uitstoten (rook, e.d.) |
hakisōji-掃き掃除 | vegen; vegen en schoonmaken |
hakitate-掃きたて | net geveegd [schoongemaakt] |
hakkutsu-発掘 | (fig.) blootlegging; vondst; ontdekking |
hakogaki-箱書き | opschrift [handtekening; zegel] op een doos (ter authenticatie van de inhoud; b.v. een kunstwerk) |
hakudō-白銅 | kopernikkel; koper-nikkel legering |
hakuheisen-白兵戦 | gevecht op korte afstand van elkaar; man tegen man gevecht; lijf om lijf gevecht |
hakujin-白人 | beginneling; amateur |
hakujōsuru-白状する | bekennen; (op)biechten; toegeven |
hakumei-薄命 | tegenslag; tegenspoed; ongeluk; droevig lot |
hakuraku-剥落 | loslating (van tegels, dakpannen, e.d.) |
hakusen-白線 | (wegmarkering) witte lijn [streep] |
hakushi-白紙 | wit [blanco; leeg; onbeschreven] papier |
hakusho-白書 | een witboek (door een regering uitgegeven verklaringen) |
hamaji-浜路 | strandweg; weg [pad] langs het strand |
han-判 | zegel; stempel |
hanahazukashii-花恥ずかしい | uitzonderlijk mooi (lett. zo mooi dat bloemen erdoor in verlegenheid gebracht worden) |
hanamuko-花婿 | bruidegom |
hanarejima-離れ島 | een afgelegen eiland |
hanareru-離れる | (ver) weg [verwijderd] zijn van |
hanareru-離れる | wegvallen; verdwijnen |
hanareru-離れる | gescheiden worden [weg zijn] (van) |
hanashi-話 | het praten [zeggen; spreken]; gepraat; conversatie; gesprek |
hanashi-話 | reden(en); feit(en); begrip |
hanashiai-話し合い | overleg; discussie; consultatie; onderhandelingen; overeenkomst [akkoord] |
hanashiau-話し合う | overleggen; discussiëren |
hanashiau-話し合う | (nadat iedereen zijn mening heeft gegeven) tot een conclusie komen |
hanasu-放す | (bij het koken) stukjes [plakjes] (groente, aardappel, etc.) toevoegen aan water of bouillon |
hanasu-話す | spreken; praten; zeggen; (in een bepaalde taal) spreken |
hanasu-話す | (iem. overreden door) het uitleggen |
hanbaisenryaku-販売戦略 | verkoopsstrategie |
hanbunjokurei-繁文縟礼 | bureaucratische formaliteiten [regels]; administratieve rompslomp |
hanchū-範疇 | categorie; onderdeel van een classificatie |
haneari-羽蟻 | vliegende mier |
haneru-撥ねる | opvegen; wegvegen |
hanetobasu-撥ね飛ばす | wegdrijven; wegvegen; omvergooien; omknikkeren; tegen de grond kwakken |
hangā-ハンガー | hangaar; vliegtuigloods |
hangeki-反撃 | tegenaanval |
hangonkō-反魂香 | een legendarische wierook, waarmee bij het branden het beeld van een dode in de rook verschijnt |
hangu・guraidā-ハング・グライダー | deltavlieger |
hanikami-はにかみ | verlegenheid |
hanji-判事 | rechtelijk college |
hankai-半解 | slechts half [gedeeltelijk] begrepen |
hanko-判子 | zegel; naamstempel |
hankō-反攻 | tegenaanval |
hankō-版行 | zegel; naamstempel |
hanmi-半身 | (bij vechtsporten) de starthouding (diagonaal) tegenover de tegenstander |
hannichi-反日 | antipathie tegen Japan [Japanners] |
hanpatsu-反発 | terugslag; tegenreactie |
hanron-反論 | tegenargument; weerlegging; repliek |
hansamu-ハンサム | knap; elegant; aantrekkelijk |
hansayō-反作用 | (mechanica) reactie; tegenbeweging |
hansei-反省 | zelfonderzoek; zelfbeschouwing; bespiegeling; (her)overweging |
hanseisuru-反省する | heroverwegen; zelfonderzoek [gewetensonderzoek] doen |
hanseki-版籍 | (Edo periode) register van een grondgebied en de bewoners |
hansen-反戦 | verzet tegen de oorlog |
hanshakyō-反射鏡 | reflector; reflectie scherm [spiegel] |
hanshō-反照 | reflectie; weerspiegeling |
hanshō-反証 | weerlegging; tegenbewijs |
hansoku-反則 | overtreding van de regels; vals spel |
hansokugachi-反則勝ち | overwinning door een overtreding van de tegenstander |
hansokumake-反則負け | verliezen vanwege een overtreding van de regels (diskwalificatie) |
hantai-反対 | het tegenovergestelde; het tegendeel; andersom |
hantai-反対 | oppositie; verzet; tegenstand |
hantaijinmon-反対尋問 | kruisverhoor; wederverhoor; ondervraging door tegenpartij |
hantaisuru-反対する | (er) tegen zijn; zich verzetten (tegen); weerstand bieden (aan) |
hanten-反転 | (in) tegenstellende richting (gaan) |
hanten-反転 | (fotografie) omzetting van een negatief beeld in een positief beeld (of vice versa) |
hantokeimawari-反時計回り | draaien tegen (de wijzers van) de klok in (linksom) |
hantoki-半時 | (vroeger, in oude eenheid van tijd, een half uur) nu ca. een uur |
hanzaireki-犯罪歴 | strafblad; strafregister |
hanzaisha-犯罪者 | dader; misdadiger; pleger van een misdaad; crimineel |
hanzaiteguchi-犯罪手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
hanzei-反噬 | het zich tegen de meester [weldoener] keren; een hond die zijn baasje bijt |
han'ei-反映 | reflectie; weerspiegeling |
han'eisuru-反映する | reflecteren; weerspiegelen |
han'i-範囲 | gebied; domein; begrenzing; bereik; invloedssfeer |
happyōkai-発表会 | een school concert [recital]; een gelegenheid waarbij een reeks uitvoeringen of bevindingen openbaar wordt gemaakt |
haragonashi-腹熟し | beweging [oefeningen] na het eten ter verbetering van de spijsvertering |
harai-払い | veeg; vegende beweging; wegvegen |
harau-払う | verwijderen; wegvegen; schoonvegen; wegknippen |
harau-払う | wegsturen; wegjagen; verjagen; opjagen; verbannen |
harau-払う | overweldigen; wegvagen; iem. helemaal van zijn stuk brengen |
harau-払う | (een plek, gebouw e.d.) verlaten; vertrekken [wegtrekken] (uit) |
hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
haresugata-晴れ姿 | het verschijnen tijdens een bijzondere [formele] gelegenheid |
hariā-ハリアー | Harrier gevechtsvliegtuig (dat zowel horizontaal als verticaal kan opstijgen) |
harinezumi-針鼠 | egel |
haro-ハロ | eg (landbouwwerktuig) |
haro-ハロ | hallo (begroeting) |
harō-ハロー | eg (landbouwwerktuig) |
harō-ハロー | hallo (begroeting) |
haru-張る | (tegels, pleister, lak, etc.) aanbrengen |
haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
harubaru-遥遥 | ver weg zijn |
haruichiban-春一番 | de eerste lentestorm; krachtige zuidenwind in het begin van de lente |
harukana-遥かな | ver; veraf; ver weg; verreweg |
harusaki-春先 | het begin van de lente; het vroege voorjaar |
harusame-春雨 | zachte [milde] lenteregen |
hasamiuchi-挟み撃ち | een aanval van twee kanten [op twee flanken]; tangbeweging |
hasamu-挟む | invoegen; sandwichen; (iets) ergens tussen plaatsen |
hasamu-挟む | tegen over elkaar zijn; aan weerszijden zijn (van) |
hashigo-梯子 | (afk. voor) kroegentocht |
hashigozake-梯子酒 | kroegentocht |
hashioki-箸置き | eetstokjeslegger; eetstokjes houder |
hashiru-走る | (samen) ervandoor gaan; wegvluchten; de benen nemen; van huis weglopen |
hashiru-走る | snel bewegen; flitsen |
hashiru-走る | soepel [vrijelijk] bewegen; glijden |
hashiru-走る | (van een weg, e.d.) lopen (door) |
hassei-発声 | uiting; vocalisatie; hardop zeggen |
hasshin-発信 | het versturen van berichten (via post, telegram, e-mail, radio, etc.) |
hasshō-発症 | de aanvang [het begin; de eerste symptomen] van een ziekte |
hassō-発想 | idee; begrip; denkbeeld |
hassō-発走 | het starten; van start gaan; beginnen |
hassuru-発する | beginnen; ontstaan |
hassuru-発する | vertrekken; weggaan |
hasumukai-斜向かい | schuin tegenover |
hataage-旗揚げ | een leger op de been brengen; troepen te verzamelen |
hataki-叩き | (als achtervoegsel) het fel bekritiseren; afkraken |
hatakikomi-叩き込み | sumo techniek (de tegenstander vellen met meerdere snelle slagen) |
hataku-叩く | opmaken (geld); leegmaken (portemonnee) |
hatarakaseru-働かせる | gebruiken; toepassen; in beweging zetten |
hataraku-働く | werken; een baan hebben; zwoegen; ploeteren |
hataraku-働く | vervoegen (van woorden) |
hataraku-働く | plegen; begaan; (iets slechts) doen |
hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
hatauchi-畑打ち | het (om)ploegen van grond |
hatchakukan-発着艦 | arriverende en vertrekkende marineschepen (in een zeegebied) |
hatchi-ハッチ | vliegtuigdeur |
hatsu-初 | de eerste; het begin |
hatsuaki-初秋 | vroege herfst; het begin van de herfst |
hatsuarashi-初嵐 | eerste storm (in de vroege herfst) |
hatsudō-発動 | beweging; tenuitvoeringbrenging; uitoefening; activiteit |
hatsufuyu-初冬 | de vroege winter; het begin van de winter |
hatsugen-発言 | spreken, zeggen; zich uiten |
hatsuharu-初春 | de vroege lente; het begin van de lente |
hatsuharu-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
hatsuhikō-初飛行 | de eerste vlucht (van een bepaald vliegtuig); luchtdoop |
hatsukadango-二十日団子 | Hatsuka Dango, zoete bolletjes kleefrijst, die op 20 januari gegeten worden |
hatsunatsu-初夏 | vroege zomer; vroeg in de zomer; in het begin van de zomer |
hatsushigure-初時雨 | de eerste regen na de overgang van herfst naar winter |
haya-早 | vroeg; al; reeds; snel |
hayabamai-早場米 | vroege rijst(oogst) |
hayaban-早番 | vroege werktijd; vroege (ploegen)dienst; ochtenddienst |
hayabaya-早早 | vroeg; eerder; snel; spoedig |
hayadachi-早立ち | vroeg vertrek; vroege start; vertrek 's morgens vroeg |
hayade-早出 | vroeger (dan normaal) gaan werken [op kantoor komen] |
hayahiru-早昼 | een vroege lunch |
hayai-早い | vroeg |
hayajimai-早仕舞い | vroege (winkel)sluiting; vroeg stoppen met werken |
hayajimo-早霜 | vroege vorst; vorst vroeg in de herfst |
hayajini-早死に | vroegtijdige dood; te vroege dood |
hayajinisuru-早死にする | vroegtijdig [te vroeg] sterven |
hayaku-早く | vroeg; bijtijds |
hayamaki-早蒔き | vroeg (in het seizoen) zaaien |
hayamaru-早まる | vervroegd [versneld] worden |
hayame-早め | het vroeger [eerder] zijn (dan de vastgestelde of gebruikelijke tijd) |
hayameru-早める | vervroegen; versnellen |
hayamichi-早道 | korter(e) weg [route] |
hayane-早寝 | het vroeg naar bed gaan |
hayanesuru-早寝する | vroeg naar bed gaan |
hayaoki-早起き | het vroeg opstaan |
hayaokisuru-早起きする | vroeg opstaan |
hayashi-囃子 | muzikale begeleiding bij een toneelstuk (zoals Nō en Kabuki) |
hayatemawashi-早手回し | vroege voorbereiding(en) |
hayato-隼人 | (hist.) volkstam in Zuid Kyushu (die verzet pleegde tegen de Yamato regering van de keizer) |
hayaumare-早生まれ | geboren tussen 1 januari en 1 april ( de datum van schoolbegin); vroege leerling |
hayazaki-早咲き | vroege bloei |
hayazaki-早咲き | vroegbloeier |
hazukashigari-恥ずかしがり | een verlegen persoon |
hazukashigariya-恥ずかしがり屋 | een verlegen persoon |
hazukashigaru-恥ずかしがる | verlegen zijn |
hazukashii-恥ずかしい | verlegen; beschaamd; vernederd |
hazureru-外れる | (gericht) zijn tegen |
hazureru-外れる | weggelaten [verwijderd] worden (uit) |
hazusu-外す | verlaten; weggaan; zich verwijderen |
hazusu-外す | weghalen; verwijderen; passeren; wegsturen |
hegemonī-ヘゲモニー | hegemonie |
heichi-併置 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
heichō-兵長 | voormalige rang in het Japanse leger en de marine (de hoogste rang van soldaten) |
heidan-兵団 | legerkorps |
heidoku-併読 | het twee (of meer) boeken, kranten, of tijdschriften tegelijk lezen |
heiga-平臥 | het ziek zijn; bedlegerig zijn; aan bed gekluisterd zijn |
heigaku-兵学 | krijgswetenschap; de studie van militaire strategieën en tactieken |
heihō-兵法 | tactiek; strategie |
heihōka-兵法家 | (militair) strateeg |
heiin-閉院 | vroeger de naam voor de sluiting [sluitingsceremonie] van de parlementaire sessies |
heika-兵家 | (militair) strateeg |
heika-兵科 | onderdeel [dienstvak] van het leger |
heikōbō-平行棒 | (bij turnen) brug met gelijke leggers |
heimenzu-平面図 | plattegrond |
heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
heisei-平成 | Heisei, naam van de regeringsperiode (1989-2019) van keizer Akihito (1933-) |
heisetsu-併設 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
heishisuru-斃死する | sterven; overlijden; doodgaan; doodvallen; het loodje leggen |
heisho-兵書 | boek over de oorlogsvoering [militaire strategie; krijgskunst; krijgskunde] |
heiwaundō-平和運動 | vredesbeweging |
hejjingu-ヘッジング | indekking; afdekking (met tegengestelde posities op de financiële markt) |
heki-僻 | afgelegen; afgezonderd |
hekien-僻遠 | afgelegen [ver weg; op afstand] zijn |
hekomu-凹む | bezwijken; toegeven; de moed verliezen; gedeprimeerd worden |
henchō-変調 | afwijking; onregelmatigheid |
henka-変化 | vervoeging (grammatica) |
henkakukatsuyō-変格活用 | (taalkunde) onregelmatige vervoeging |
henkeirōdōjikansei-変形労働時間制 | systeem van variabele [onregelmatige] werktijden |
henkyō-辺境 | grensgebied; afgelegen streek |
henmoku-編目 | item vermeld in een opsomming; artikel; clausule; regel; wet |
hennyū-編入 | toelating; opneming (in een groep, e.d.); inschrijving; integratie |
henpai-返杯 | het (leeg) teruggeven van een (aangeboden) kopje sake; iem. een kopje sake (terug) aanbieden |
henpaisuru-返杯する | een (aangeboden) kopje sake (leeg) teruggeven; iem. een kopje sake (terug) aanbieden |
henpi-辺鄙 | een afgelegen [moeilijk bereikbare] plaats |
hensei-変性 | degeneratie; denaturatie (biochemie) |
hensei-編製 | het opstellen [samenstellen] van een familieregister [kiesregister, schoolkinderen register, e.d.] |
hensoku-変則 | onregelmatigheid; afwijkend [abnormaal; incorrect; onjuist] zijn |
hentai-編隊 | formatie (van vliegtuigen, e.d.) |
hentaihikō-編隊飛行 | het in formatie vliegen; formatievlucht |
hen'ai-偏愛 | partijdigheid; vooringenomenheid; begunstiging |
heriosu-ヘリオス | Helios (zonnegod uit de Griekse mythologie) |
herusu・mētā-ヘルス・メーター | personenweegschaal voor thuisgebruik |
hesaki-舳先 | (van een schip) boeg ; voorsteven |
hesomagari-臍曲がり | dwars [tegendraads; moeilijk in de omgang] zijn |
heto-へと | (geeft de bewegingsrichting aan) naar; in de richting (van) |
hi-被 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) geeft aan dat iemand (of jezelf) object van een handeling is |
hi-鄙 | (in kanji combinaties) platteland; afgelegen plek; inferieur; ik [mijzelf] (nederig) |
hiashi-日脚 | de beweging van de zon (van oost naar west) |
hichō-飛鳥 | een vliegende vogel; vogel in vlucht |
hidan-飛弾 | projectiel; rondvliegende kogels |
hidarimaki-左巻き | linksdraaien (tegen de klok in) |
hidarimawari-左回り | linksomdraaiend (tegen de wijzers van de klok in) |
hidariyotsu-左四つ | (van sumoworstelaars) greep met de linkerhand onder de rechterarm van de tegenstander |
hidarizukai-左使い | (bunraku) de assistent poppenspeler die de linker arm van de pop beweegt |
hiden-飛電 | spoedtelegram; ijltelegram; dringend telegram |
hien-飛燕 | een zwaluw tijdens de vlucht; vliegende zwaluw |
hien-飛燕 | een eenpersoons jachtvliegtuig van het voormalige Japanse leger |
hieshō-冷え性 | gevoeligheid voor kou; slecht tegen kou kunnen |
higōhō-非合法 | illegaal [onwettig; onrechtmatig] zijn |
hiiki-贔屓 | voorkeur; favoriet; lievelingetje; begunstiging |
hijōjitaiseifu-非常事態政府 | noodregering |
hika-悲歌 | elegie; treurdicht; klaagzang |
hikage-日陰 | onbekendheid; duisterheid; onbegrijpelijkheid |
hikage-日陰 | onbekendheid; onopvallendheid; duisterheid; onbegrijpelijkheid |
hiketsusuru-否決する | afwijzen; verwerpen; wegstemmen |
hikidoki-引き時 | de (juiste) tijd om op te stappen [om weg te gaan] |
hikihanasu-引き離す | wegtrekken; uit elkaar halen; scheiden |
hikiokosu-引き起こす | veroorzaken; teweegbrengen |
hikiotoshi-引き落とし | (sumo-techniek) een tegenstander naar beneden trekken |
hikishimeru-引き締める | strenger [strikter] maken (regels, etc.) |
hikite-引き手 | leider; leidinggevende; gids; degene die de touwtjes in handen heeft: |
hikitomeru-引き止める | tegenhouden; ophouden |
hikizuriorosu-引き摺り下ろす | iemand met een hoge positie afzetten [degraderen] |
hikkakaru-引っ掛かる | tegengehouden worden; gesnapt worden |
hikkonuku-引っこ抜く | aantrekken; overhalen; (van de concurrentie) weglokken; wegkopen; afpakken; afsnoepen; wegkapen; headhunten |
hikōjikan-飛行時間 | vliegtijd; vlieguur |
hikōjō-飛行場 | vliegveld; luchthaven |
hikōki-飛行機 | vliegtuig |
hikōkigumo-飛行機雲 | condensspoor (vliegtuigstrepen) |
hikōkikyōfushō-飛行機恐怖症 | aviofobie; vliegangst |
hikōkinshikūiki-飛行禁止空域 | no-fly zone; vliegverbod in bepaald gebied |
hikōshi-飛行士 | piloot; vlieger; vliegenier |
hikōtei-飛行艇 | vliegboot; vliegende boot |
hikyō-悲境 | tegenslag; slechte omstandigheden |
hikyō-秘境 | onontgonnen [onontwikkeld; onbekend; afgelegen] gebied; buiten de geijkte paden |
hima-隙 | kans; gelegenheid |
hinaarare-雛霰 | kleine, zoete, gekleurde rijstkoekjes die bij het Poppenfestival (op de Meisjesdag, 3 maart) worden gegeten |
hinji-賓辞 | het predicaat; gezegde (grammatica) |
hinkaku-品格 | waardigheid; goede smaak; elegantie |
hinkaku-賓客 | eregast; vip |
hinkonsen-貧困線 | armoedegrens; bestaansminimum |
hinpan-頻繁 | voortdurend [onophoudelijk; herhaald; regelmatig] zijn |
hirakinaoru-開き直る | zich afzetten tegen; een verdedigende houding aannemen; uitdagend [opstandig] zijn |
hiratai-平たい | simpel; eenvoudig; makkelijk (te begrijpen) |
hireidaihyōsei-比例代表制 | kiesstelsel van proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten (met meerdere zetels) |
hirezake-鰭酒 | een kop warme sake met gegrilde visvinnen (meestal van fugu) |
hīringu-ヒーリング | healing (genezing langs paranormale weg of door alternatieve therapieën) |
hisaku-秘策 | geheim plan; geheime strategie |
hisenkyoken-被選挙権 | gerechtigdheid om verkozen te worden (als volksvertegenwoordiger); verkiesbaarheid |
hissageru-引っ提げる | (iets) presenteren; voorleggen; onder de aandacht brengen |
hitaburu-一向 | vastberaden [doelbewust; standvastig; toegewijd] zijn |
hitasura-只管 | vastberaden [doelbewust; standvastig; toegewijd] zijn |
hitei-否定 | ontkenning; tegenspraak |
hiteisuru-否定する | ontkennen; tegenspreken |
hiteiteki-否定的 | negativiteit; tegenstrijdigheid |
hitō-秘湯 | (afgelegen) weinig bekende warme bron |
hitoame-一雨 | een regenbui |
hitobarai-人払い | alle mensen wegsturen (uit een kamer, zaal, etc,) |
hitodama-人魂 | een (kleding)rekwisiet bij Kabuki om de illusie te wekken dat men door de lucht vliegt |
hitojichi-人質 | gijzelaar; gegijzelde |
hitokotosuru-一言する | wat [een paar woorden] zeggen; een korte opmerking maken |
hitokudari-一行 | een zin [regel] |
hitomishiri-人見知り | verlegenheid; schuw [bang] zijn voor vreemden; eenkennig zijn |
hitomukashimae-一昔前 | lange tijd geleden; vroeger |
hitooji-人怖じ | verlegenheid; schichtigheid (bij vreemden) |
hitoributai-一人舞台 | alleen de leiding [regie] hebben; veruit de beste zijn |
hitorizumō-一人相撲 | (zinloos) gevecht zonder tegenstander; gevecht tegen windmolens |
hitorizumō-一人相撲 | alleen bewegingen uitvoeren van een sumoworstelaar (als Shinto ritueel of als straatoptreden) |
hitosuji-一筋 | geconcentreerd zijn (op); toegewijd zijn; het zich toeleggen [richten] (op) |
hitozukiai-人付き合い | het sociaal zijn; goed met mensen overweg kunnen |
hitozute-人伝 | informatie uit de tweede hand; van horen zeggen |
hitteki-匹敵 | gelijkwaardige tegenstander |
hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
hitto-ヒット | (computer) hit (iets vinden dat aan de opgegeven zoekcriteria voldoet; het aantal keren dat een website wordt bezocht) |
hittō-筆頭 | beginfase van opschrijving |
hiun-非運 | pech; tegenslag; ongeluk |
hiyō-飛揚 | het hoog in de lucht (vliegen); vlucht |
hiyoke-火除け | brandbeveiliging; bescherming tegen brand |
hizazume-膝詰め | face to face; vis-à-vis; direct [recht] tegenover elkaar; rechtstreeks [persoonlijk] contact |
hō-方 | manier; soort; categorie; klasse |
hō-法 | wet; recht; grondbeginsel; principe; (boeddhistische) doctrine; religie; rede; code |
hoanshobun- 保安処分 | maatregelen om de openbare orde te handhaven |
hōbai-朋輩 | kameraad; metgezel; collega |
hodō-補導 | begeleiding; supervisie; raadgeving |
hodōkyō-歩道橋 | hoge loopbrug voor voetgangers (over de weg heen) |
hodotooi-程遠い | ver (verwijderd) van; ver weg |
hodotooi-程遠い | te kort schietend; niet goed genoeg; niet voldoend aan |
hogo-保護 | bescherming; bewaring; instandhouding; begunstiging |
hōgo-法語 | uitleg van boeddhistische geschriften |
hogobyō-保護猫 | (uit een dierenasiel) pleegkat; adoptiekat |
hogoken-保護犬 | (uit een dierenasiel) pleeghond; adoptiehond |
hohoemu-微笑む | (beginnen te) glimlachen |
hohoemu-微笑む | (van bloemen) beginnen te bloeien; opengaan |
hōi-包囲 | (mil.) omsingeling; belegering; insluiting |
hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
hojonin-補助人 | (jur.) beperkt bevoegde voogd; assistent voogd |
hokan-補完 | aanvulling; toevoegsel; supplement |
hokenfu-保健婦 | verpleegkundige [verpleegster] (volks)gezondheidszorg |
hokenshi-保健士 | verpleegkundige [verpleger] (volks)gezondheidszorg |
hokenshi-保健師 | verpleegkundige (volks)gezondheidszorg |
hokidasu-吐き出す | uitblazen; wegblazen; uitstoten (rook, e.d.) |
hokku-発句 | de eerste regel (van 5 lettergrepen) van een haiku of tanka gedicht |
hokkyō-法橋 | (in de middeleeuwen) titel gegeven aan kunstenaars |
hōkō-方向 | weg; pad; koers |
hokō-補講 | aanvullende [extra] les [lezing; college] |
hōkōda-方向舵 | verticaal roer (in de staart van een vliegtuig) |
hokora-祠 | een kleine Shinto-schrijn (langs de kant van de weg) |
hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt; voorste legerspits |
hokujō-北上 | het (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
hokujōsuru-北上する | (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
hokurikudō-北陸道 | Hokurikudō-snelweg die door die regio loopt |
hokuteki-北狄 | noordelijke barbaren, naam die werd gegeven aan nomadische volkeren in het oude China |
hokyū-補給 | aanvulling; bijvulling; bijvoegsel; supplement |
homāte-ホマーテ | pyroclastische kegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
hōmen-方面 | richting; regio; district |
homeosutashisu-ホメオスタシス | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
homo・ekonomikusu-ホモ・エコノミクス | homo economicus (de mens die zich laat leiden door economische en rationele overwegingen) |
hōmurūmu-ホームルーム | schoollokaal waar een groep leerlingen extra begeleiding krijgt van een vaste leraar (vaak voordat de reguliere lessen beginnen) |
hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
honchi-本地 | geboortegrond; thuisland |
hondō-本道 | hoofdweg; snelweg |
hondō-本道 | de juiste weg; het goede pad; de juiste manier |
honkaku-本格 | traditionele [formele] methode [regels] |
honkakuteki-本格的 | volwaardig; volledig; totaal; volslagen; regelrecht; serieus |
honke-本家 | herkomst; oorsprong; grondlegger; bedenker |
honkī・tonku-ホンキー・トンク | ordinaire [goedkope] kroeg [bar] |
honsen-本線 | hoofdlijn (van spoorweg; waterweg) |
honsenwatashi-本船渡し | (free on board) f.o.b. (met inbegrip van vervoerkosten tot in het schip) |
honsō-奔走 | het rondrennen; voortdurend in beweging zijn |
honsō-本葬 | officiële begrafenis- of crematieplechtigheid |
hoozuri-頬擦り | (uit affectie) de wangen tegen elkaar drukken [strijken] |
hoppu-ホップ | hop (plant: Humulus lupus); vruchtkegels van de hop-plant |
hōrei-法例 | wettelijke reglementen; regels voor de toepassing van wetten |
hori-堀 | kanaal; gracht; waterweg; sloot |
hōridasu-放り出す | weggooien |
hōridasu-放り出す | wegsturen; ontslaan |
horie-堀江 | kanaal; waterweg; watergang |
hōrinageru-放り投げる | (ver) wegwerpen; gooien; smijten |
horiwari-掘り割り | kanaal; waterweg; watergang |
hōrudingu-ホールディング | (basketbal, voetbal, boksen, e.d.) een tegenstander hinderen [vasthouden] met arm of hand |
horusutain-ホルスタイン | Holstein (regio in Duitsland) |
hōryaku-方略 | plan; strategie; krijgslist |
horyūsuru-保留する | voorbehoud maken; bewaren (voor later); uitstellen (tot later); achterwege laten; achterhouden |
hōsaku-方策 | plan; schema; maatregel; beleid |
hosen-保線 | onderhoud en herstel van spoorwegen (inclusief aanverwante bouwwerken) |
hoshaku-保釈 | vrijlating tegen [onder] borgstelling; vrijstelling onder borgtocht |
hōshaseihōkai-放射性崩壊 | radioactief verval; radioactieve desintegratie |
hōshiki-法式 | reglement; voorschrift; regel(s) |
hōshoku-奉職 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
hōshōseido-報奨制度 | bonussysteem; systeem van bonusregelingen |
hosoku-捕捉 | begrip |
hossuru-欲する | willen; begeren; verlangen |
hosu-干す | (water) aftappen; afvloeien; leeg laten lopen; vasten (de maag legen) |
hosu-干す | leegdrinken; (helemaal) opdrinken |
hōsuiki-豊水期 | regenseizoen |
hosupisu-ホスピス | hospice; verpleeghuis voor terminale patiënten |
hotaru-蛍 | vuurvlieg(je); glimworm |
hotarubi-蛍火 | het licht van een vuurvliegje |
hotaruika-蛍烏賊 | (vuurvlieg-) pijlinktvis (Watasenia scintillans) |
hōtei-法定 | legaliteit; wettelijkheid |
hōteisokudo-法定速度 | wettelijk toegestane snelheid |
hōteisōzokunin-法定相続人 | wettige erfgenaam; legitimaris |
hōteki-法的 | legaal; wettelijk |
hottan-発端 | de oorsprong, het ontstaan; het begin |
hottarakasu-ほったらかす | laten liggen; verwaarlozen; terzijde leggen; niet afmaken |
hottoku-放っとく | met rust laten; laten zoals het is; negeren; verwaarlozen |
hotto・furasshu-ホット・フラッシュ | opvlieger(s) |
howaitoanken-ホワイト案件 | regulier werk (d.w.z. geen criminele activiteiten) |
howaito・gōrudo-ホワイト・ゴールド | (Eng.: white gold) witgoud (een legering van goud met tenminste één wit metaal (b.v. nikkel, zilver of palladium) |
hyōchū-氷柱 | ijspegel |
hyōimoji-表意文字 | ideogram; begripteken |
hyōkishōgun-驃騎将軍 | (Chin.) cavalerie generaal; legeraanvoerder; veldheer |
hyōryō-秤量 | de weging; het wegen met een weegschaal |
hyōryō-秤量 | het maximumgewicht dat een weegschaal kan meten |
hyōshinuke-拍子抜け | anticlimax; tegenvaller; teleurstelling |
hyōshō-氷晶 | ijskristal; ijspegel |
hyōtan-氷炭 | contradictie; tegenstelling; onverenigbaarheid; strijdigheid |
i-緯 | geografische breedte; breedtegraad |
iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
ibiridasu-いびり出す | (iem.) dwingen te vertrekken; naar buiten werken; wegpesten |
ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
ichibushijū-一部始終 | het hele verhaal, van begin tot eind; alle details [bijzonderheden] |
ichidai-一代 | heerschappij; regeringsperiode (van een vorst) |
ichidai-一大 | (als voorvoegsel) belangrijk; enorm; reusachtig |
ichidokini-一時に | tegelijkertijd; in een keer |
ichigō-一合 | 1 tiende van de weg (van de voet) naar de top van de berg Fuji |
ichiisenshin-一意専心 | volmondig; toegewijd; van ganser harte |
ichijishinogi-一時凌ぎ | noodoplossing; tijdelijke maatregel |
ichijō-一条 | één regel [lijn; streep; straal] |
ichikabachika-一か八か | (gezegde) het erop wagen; alles of niets; erop of eronder; zwemmen [pompen] of verzuipen |
ichirei-一礼 | buiging (voor begroeting); korte begroeting |
ichiro-一路 | rechte weg; rechtstreeks |
ichiyazuke-一夜漬け | in één nacht ingemaakt [ingelegd; gepekeld] |
idatsu-遺脱 | omissie; weglating; nalating; verzuim |
idea-イデア | (filosofie) denkbeeld; begrip |
idō-移動 | verplaatsing; beweging; kentering; migratie (vogels, e.d.) |
ido-緯度 | breedtegraad |
idōsuru-移動する | bewegen; (zich) verplaatsen; migreren |
iebae-家蠅 | huisvlieg (Musca domestica) |
iede-家出 | het (voorgoed) het huis verlaten [van huis weglopen] |
iedesuru-家出する | van huis weglopen; voorgoed uit huis gaan; er met iemand vandoor gaan |
ieji-家路 | de weg naar huis |
ienken-以遠権 | landingsrecht dat een luchtvaartmaatschappij toestaat om na aankomst in het land dat het reisdoel is, door te vliegen en te landen in een ander land |
ienoko-家の子 | kind geboren in een voorname [gegoede; oude] familie |
ierō・zōn-イエロー・ゾーン | zonemet verkeersverbod, aangegeven met een gele streep |
ieru-言える | (iets) kunnen (mogen) zeggen |
iesu・man-イエス・マン | jaknikker; jabroer (een man die altijd doet wat hem gezegd wordt) |
ifū-遺風 | overgeleverde traditie; lessen en kennis doorgegeven door vorige generaties |
igi-異議 | bezwaar; tegenwerping; protest; objectie |
iguana-イグアナ | leguaan |
ihan-違反 | schending; overtreding; (contract)breuk; afwijking (van de regels) |
ihintōki-遺品登記 | boedelregister |
iiayamaru-言い誤る | zich verspreken; (iets) verkeerd [fout] zeggen |
iibun-言い分 | bewering; stelling; verklaring; wat je te zeggen hebt |
iidasu-言い出す | beginnen met praten; als eerste spreken |
iifukumeru-言い含める | (iets) goed uitleggen; goede instructies geven |
iifurusu-言い古す | steeds hetzelfde zeggen; afgezaagde dingen zeggen; in clichés spreken |
iigakari-言いがかり | het zich verplichten (tot); iets toezeggen |
iigusa-言い草 | opmerking(en); commentaar; wat iemand zegt |
iiharu-言い張る | (stug) volhouden; beweren; blijven zeggen [herhalen] |
iijō-言い条 | argument; wat iemand zegt; het punt dat men maakt |
iikaeru-言い換える | iets anders [met andere woorden] zeggen |
iikaesu-言い返す | antwoorden; terugzeggen; een weerwoord hebben |
iikaesu-言い返す | herhalen (wat er gezegd is) |
iikaneru-言い兼ねる | (iets) niet kunnen zeggen; (iets) niet durven te zeggen; aarzelen [twijfelen] om te zeggen |
iikata-言い方 | spreekwijze; zegswijze; manier van praten |
iikikaseru-言い聞かせる | iem. iets laten doen [voorschrijven; opleggen]; iem. ergens op attenderen; waarschuwen |
iikomeru-言い籠める | de boventoon voeren (in een discussie); iem. het zwijgen opleggen |
iimawashi-言い回し | een uitdrukking; zegswijze |
iimorasu-言い漏らす | vergeten te vermelden; niet zeggen; iets verzwijgen |
iinagara-言いながら | met deze woorden; dit gezegd hebbende |
iinasu-言い做す | iets laten klinken alsof; (iets zeggen en daarbij) de indruk wekken dat |
iinayamu-言い悩む | aarzelen [het moeilijk vinden] om te zeggen |
iinikui-言い難い | moeilijk om te zeggen; pijnlijk; delicaat; gênant |
iiotosu-言い落とす | vergeten [nalaten] te vertellen [vermelden; zeggen] |
iishiburu-言い渋る | aarzelen om te zeggen; met tegenzin spreken |
iisugiru-言い過ぎる | teveel zeggen; overdrijven |
iisuteru-言い捨てる | bij het weggaan nog (over je schouder) iets zeggen; een laatste opmerking maken (zonder op antwoord te wachten) |
iitsukeru-言いつける | gewend zijn om te zeggen; meestal zeggen |
iitsukusu-言い尽くす | alles [het hele verhaal] vertellen; niets ongezegd laten |
iitsutae-言い伝え | legende; overlevering |
iiwake-言い訳 | excuus; verantwoording; rechtvaardiging; uitleg |
iiwakesuru-言い訳する | zich excuseren [verdedigen; rechtvaardigen]; verantwoording afleggen |
iiwasureru-言い忘れる | vergeten te zeggen [vermelden] |
ījisukan-イージス艦 | Aegis kruiser (marineschip uitgerust met het Aegis-systeem) |
ijō-委譲 | overdracht (van bevoegdheid, gezag, etc.) |
ijōsekkin-異常接近 | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
ika-以下 | al degenen onder de leiding van iem.; inclusief; vanaf.. en lager |
ikanobori-凧 | vlieger (aan een touw) |
ike-いけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
ikegaki-生け垣 | heg; haag |
ikenai-いけない | fysiek niet tegen alcohol kunnen |
ikerukuchi-いける口 | drinker; iemand die veel drinkt; iemand die goed tegen alcohol kan |
ikidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
ikigai-域外 | buiten de gebiedsgrens; buiten de regio |
ikigake-行きがけ | onderweg; en route; op weg; in het voorbijgaan |
ikijigoku-生き地獄 | helse lijdensweg |
ikinai-域内 | binnen de gebiedsgrens; binnen de regio |
ikisatsu-経緯 | verticaal en horizontaal; lengtegraad en breedtegraad; schering en inslag |
ikishina-行きしな | onderweg; en route; op weg; in het voorbijgaan |
ikitōgō-意気投合 | wederzijds begrip; op één lijn zitten; eensgezind zijn |
ikitōgōsuru-意気投合する | goed met elkaar overweg kunnen; op dezelfde golflengte zitten |
ikiume-生き埋め | levend begraven |
ikizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
ikkai-一階 | begane grond; parterre (Japan: eerste verdieping) |
ikkatsushingi-一括審議 | gezamenlijk overleg |
ikke-いっけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
ikkiuchi-一騎討ち | tweegevecht; duel; man-tegen-man gevecht |
ikkō-一行 | een groep (mensen); gevolg; begeleiders |
ikkokumono-一刻者 | heethoofd; koppig [opvliegend] persoon |
ikkyo-一挙 | alles tegelijk [in één keer] doen |
ikkyo-一挙 | het zenden van troepen [een leger] |
ikkyoni-一挙に | in één slag [klap]; in één keer; alles tegelijk |
ikkyoryōtoku-一挙両得 | twee vliegen in één klap |
ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
ikyō-異郷 | het buitenland; een vreemd land; een vreemde natie; een land ver weg; in den vreemde |
imadoki-今時 | deze dagen; heden; tegenwoordig |
imajibun-今時分 | tegenwoordig; de huidige tijd |
imanotokoro-今の所 | op dit ogenblik; tegenwoordig; momenteel; vandaag de dag |
imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
imōtobun-妹分 | protegee; beschermelinge |
in-イン | de tweede negen holes (van een golfbaan) |
in-院 | (achtervoegsel achter de naam van) een boeddhistische tempel |
in-院 | (achtervoegsel achter de naam van een teruggetreden keizer) ex-keizer |
in-院 | achtervoegsel achter postume boeddhistische namen |
in-陰 | yin; de schaduw; het negatieve; de negatieve [donkere] kant |
inaka-田舎 | afgelegen gebied |
inaka-田舎 | geboortegrond; geboorteplaats |
inasu-往なす | (bij sumo) opzij stappen om een tegenstander uit balans te brengen |
inban-印判 | zegel; stempel |
inbesutomento・anarisuto-インベストメント・アナリスト | beleggingsanalist |
inbun-韻文 | vers; versregel; dichtregel |
indō-引導 | boeddhistisch dodengebed; woorden bij boeddhistisch begrafenis ritueel |
indō-引導 | begeleiding (m.n. in de boeddhistische leer) |
infaito-インファイト | het binnen een armlengte van de tegenstander boksen |
infīrudo・furai-インフィールド・フライ | (regel bij honkbal) de scheidsrechter kan bepalen dat de slagman uit is, ook al is er geen vangbal |
infure・hejji-インフレ・ヘッジ | (Eng.: inflation hedge) bescherming tegen inflatie |
inga-因果 | pech; tegenspoed |
inga-陰画 | negatief (van een foto) |
ingō-院号 | erenaam van een keizer (tijdens het leven of postuum gegeven) |
ingotto-インゴット | (Eng.: ingot) gegoten staaf [baar] |
ingyō-印形 | zegel (in reliëf); zegelafdruk |
ingyōyubiwa-印形指輪 | zegelring |
ininsuru-委任する | toevertrouwen (aan); machtigen; delegeren |
inisharu・fī-イニシャル・フィー | (Eng.: initial fee) instapkosten; entreegeld |
inisharu・kosuto-イニシャル・コスト | aanvangskosten; beginkosten; startkosten |
inji-印璽 | keizerlijk zegel; staatszegel |
inkasuru-引火する | ontbranden; vlamvatten; in brand vliegen |
inken-陰険 | bedrieglijkheid; sluwheid |
inkoku-印刻 | zegelsnijding; het uitsnijden van een zegelreliëf |
inpōto-インポート | invoeren; importeren (van gegevens) |
inrē-インレー | inlegwerk; mozaïek |
inretto-インレット | inlaat; toegang (voor vloeistoffen) |
insāto-インサート | invoeging; invoeren |
insei-陰性 | negativiteit; het negatief zijn |
inshi-印紙 | fiscale zegel; fiscaalzegel; belastingzegel |
inshijōrei-印紙条例 | (Stamp Act) zegelwet; zegelrecht |
inshō-印章 | stempel; zegel; waarmerk |
inshōteki-印象的 | veelzeggend [indrukwekkend] zijn |
insō-印相 | toekomstvoorspelling via de bestudering van iemand's persoonlijke zegel |
intā-インター | (interchange) knooppunt (van wegen); overstapstation |
intāchenji-インターチェンジ | knooppunt (van wegen); overstapstation |
intāfea-インターフェア | hinderen; in de weg staan; belemmeren |
intāfea-インターフェア | (sport) obstructie plegen |
intākatto-インターカット | (film, televisie) een andere scène invoegen |
intario-インタリオ | intaglio (gegraveerde edelsteen) |
intāseputā-インターセプター | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
interu-インテル | interlinie (bij boekdrukkerij, metalen plaatje om regels te scheiden) |
inu-往ぬ | vertrekken; weggaan |
inukuguri-犬潜り | een gat in hek of heg, waardoor hond in en uit kan lopen |
inyū-移入 | invoering; introductie; import (van goederen, maatregelen, ideeën, etc.) |
inzai-印材 | materiaal voor het maken van zegels |
in'ei-印影 | stempelafdruk; afdruk van een zegel |
in'ion-陰イオン | anion (negatief geladen ion) |
in'u-淫雨 | lange periode van zware regenval |
in'u-陰雨 | aanhoudende regen |
in'u-陰雨 | bewolkte, regenachtige lucht |
in'yō-陰陽 | yin en yang (twee tegengestelde principes of krachten) |
in'yoku-淫欲 | lust; seksueel verlangen; begeerte |
ionbin-イ音便 | (taalkunde) eufonische verandering (waarbij de medeklinkers k, g, sh, of r voor de -i wegvallen, b.v. 聞きて wordt 聞いて) |
ippandō-一般道 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
ippandōro-一般道路 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
ippanni-一般に | in het algemeen; doorgaans; gewoonlijk; in de regel |
ippon'yari-一本槍 | het doorzetten [volharden] met slechts één methode van begin tot eind |
iran-違乱 | tegenwerking |
irebun・nain-イレブン・ナイン | elf-negen, verwijst naar een stof-zuiverheid van 99,999999999% |
irechigai-入れ違い | het elkaar tegenkomen; elkaar tegen het lijf lopen |
iregyurā-イレギュラー | ongewoon; abnormaal; onregelmatig |
ireihi-慰霊碑 | cenotaaf (leeg grafmonument); gedenkteken |
ireru-入れる | tussenvoegen; invoegen; toevoegen |
iribitaru-入り浸る | regelmatig [vaak] bezoeken (een bar, etc.) |
irīgaru-イリーガル | illegaal; onwettig; wederrechtelijk |
iriguchi-入り口 | ingang; toegang; monding (van een rivier) |
irimidareru-入り乱れる | door elkaar gehaald [gegooid] worden |
iroha-伊呂波 | het ABC; de (eerste) beginselen; grondslagen; basis(principes) |
iron-異論 | bezwaar; tegenwerping |
ironaoshi-色直し | het wisselen van kleding [kostuum] tijdens gelegenheden zoals een huwelijk |
iru-入る | ingaan; beginnen; instellen |
iryūjon-イリュージョン | illusie; hallucinatie; hersenschim; waandenkbeeld; droombeeld; fantasie; zinsbegoocheling |
isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
isan-遺産 | erfenis; nalatenschap; legaat |
isei-遺制 | uit vroeger tijden bewaard gebleven systeem; verouderde gewoonten |
isen-緯線 | parallel van de breedtegraad |
ishidai-石鯛 | vis (Oplegnathus fasciatus) |
ishidatami-石畳 | stenen bestrating; stoeptegels; tuintegels |
ishindenshin-以心伝心 | [考えていることが、言葉を使わないでも互いにわかること] een stilzwijgende gedachtenoverbrenging; stilzwijgend begrip; telepathie |
issekinichō-一石二鳥 | (spreekwoord) twee vliegen in één klap slaan |
isshin'ittai-一進一退 | eb en vloed; voorspoed en tegenspoed; vooruitgaan en achteruitgaan; goede tijden, slechte tijden |
issho-一緒 | één (passend) geheel; bij elkaar; dezelfde categorie |
isshokenmei-一所懸命 | in de middeleeuwen de plaats die samoerai kregen als thuishaven om te leven en te werken |
issuru-逸する | over het hoofd zien; vergeten; weglaten |
isukumeru-射竦める | de vijand immobiliseren [op zijn positie vastpinnen] met een regen aan pijlen |
isukumeru-射竦める | de tegenstander intimideren met een woeste [dreigende] blik |
itamiwake-痛み分け | gelijkspel in een sumo wedstrijd, omdat de tegenstander een verwonding heeft opgelopen |
itaranaiten-至らない点 | zwak punt; tekortkoming; gebrek; onvolmaaktheid (als uitdrukking ook gebruikt bij begroeting of verontschuldiging) |
itaranuten-至らぬ点 | zwak punt; tekortkoming; gebrek; onvolmaaktheid (als uitdrukking ook gebruikt bij begroeting of verontschuldiging) |
itawaru-労る | rekening houden (met); begrip tonen; meevoelen |
itawaru-労る | verzorgen; verplegen |
itazura-悪戯 | tijdverdrijf; pleziertje; amusement; hobby (dit zegt men bescheiden over zijn eigen daden) |
itazura-悪戯 | ontucht plegen |
itchihankai-一知半解 | oppervlakkige [beperkte] kennis [begrip] |
itchōittan-一長一短 | voor- en nadelen; sterke en zwakke punten; de voors en tegens van iets |
itsuwaru-偽る | liegen; bedriegen; doen alsof; veinzen; vervalsen |
ittaigata-一体型 | gecombineerde unit; geïntegreerd model |
ittaiichiro-一帯一路 | één gordel, één weg, een Chinees economisch concept over verbinding van regio's tot 1 invloedsgebied, b.v. langs de zijderoute tussen China en Europa |
ittaika-一体化 | integratie; opneming; inpassing; samenvoeging |
ittaikasuru-一体化する | integreren; samenvoegen |
ittemairimasu-行って参ります | ik ga; tot ziens; tot straks (gezegd door degene die weggaat tegen degene die thuis blijft) |
itterasshai-行ってらっしゃい | tot ziens; tot straks (gezegd door degene die thuis blijft tegen degene die weggaat) |
itto-一途 | (één) pad [weg; richting; middel]; de enige weg |
ittōryōdan-一刀両断 | resolute en snelle actie [maatregel; stap]; drastische maatregelen nemen |
ittōshin-一等親 | eerstegraads verwantschap [familiebetrekkingen]; naaste bloedverwant |
iu-言う | zeggen; praten; spreken |
iunareba-言うなれば | zogezegd; bij wijze van spreken; om zo te zeggen |
iwaba-言わば | zo gezegd; als het ware; bij wijze van spreken; in zekere zin |
iwazumogana-言わずもがな | het spreekt vanzelf [hoeft niet gezegd te worden] |
iwazumogana-言わずもがな | het is beter er niets over te zeggen |
iya-否 | nee; oftewel; in tegendeel; sterker nog |
iyagaru-嫌がる | een hekel [afkeer; tegenzin] hebben (om iets te doen) |
iyaiya-嫌嫌 | onwillig; met tegenzin |
izaisoku-居催促 | weigering om te vertrekken [weg te gaan] (tot men zijn zin [betaling] heeft gekregen |
izake-居酒 | sterke drank [alcohol] drinken in een kroeg [bar] |
izake-居酒 | de sterke drank die men drinkt in een kroeg [bar] |
izen-以前 | vroeger; voorheen |
izō-遺贈 | nalatenschap; legaat; erfenis |
izon-異存 | bezwaar; tegenwerping |
izu-出ず | (arch.) naar buiten gaan [komen]; weggaan; vertrekken, etc. |
izu-出づ | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
izu-出づ | beginnen; ontstaan; voortkomen uit |
izure-何れ | hoe dan ook, wat er ook van zijn mag; uiteindelijk; vroeg of laat |
jairokoputā-ジャイロコプター | gyrokopter; autogiro; molenvliegtuig |
jairopairotto-ジャイロパイロット | (op vliegtuigen en schepen) automatische piloot (een instrument dat automatisch een bepaalde koers aanhoudt) |
jakuhai-若輩 | beginneling; onervaren persoon |
jakunen-若年 | (vroege) jeugd; jonge jaren |
jakuteki-弱敵 | een zwakke vijand [tegenstander; opponent] |
jamadate-邪魔だて | (moedwillige) obstructie; hindering; tegenwerking; belemmering |
jiai-自愛 | egoïsme; eigenbelang |
jibunkatte-自分勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
jichiku-自治区 | autonoom [zelfbesturend] gebied; gebied [regio; wijk] met autonomie |
jidaraku-自堕落 | genotzuchtigheid; aan al zijn verlangens toegevend [verloederd] gedrag |
jiga-自我 | het ego; (zich)zelf |
jigusō・pazuru-ジグソー・パズル | legpuzzel |
jijitsumukon-事実無根 | ongegrond [ongefundeerd] zijn; in strijd zijn met de feiten |
jijo-次序 | volgorde; systeem; regeling; bestel |
jikanwari-時間割 | rooster; tijdschema; dienstregeling |
jiki-時機 | (goede) gelegenheid; kans; goede [geschikte] tijd (om iets te doen) |
jikō-事項 | zaak; aangelegenheid; kwestie; item; categorie |
jiko-自己 | (zich)zelf; ego |
jikochūshinteki-自己中心的 | egoïstisch |
jikohon'i-自己本位 | egoïsme; egocentrisme |
jikoku-時刻 | goed tijdstip; gelegenheid; kans |
jikokuhyō-時刻表 | dienstregeling; tijdschema |
jikomanzoku-自己満足 | zelfgenoegzaamheid; eigendunk; zelfbehagen; zelfingenomenheid |
jikomujun-自己矛盾 | een innerlijke tegenspraak; tegenstrijdigheid |
jikoshugi-自己主義 | egoïsme |
jikuro-舳艫 | (van een schip) voorsteven [boeg] en achtersteven [spiegel] |
jikyo-辞去 | het vertrekken; weggaan; afscheid nemen |
jikyosuru-辞去する | vertrekken; weggaan; afscheid nemen |
jimichi-地道 | ondergrondse weg |
jin-壬 | het negende zodiac teken |
jin-陣 | legerplaats; (leger)kamp |
jindoru-陣取る | een (strategische) positie innemen; (troepen) stationeren; een kamp opzetten |
jingasa-陣笠 | strohoeden die vroeger door gewone voetsoldaten werden gedragen i.p.v. helmen |
jingasa-陣笠 | een lid van het Huis van Afgevaardigden dat geen speciale (regerings- of partij)post bekleedt |
jingi-神器 | heilige schat (m.n. de drie heilige schatten van de keizerlijke troon, het zwaard, het juweel, de spiegel) |
jinkei-陣形 | slagorde; legeropstelling; gevechtsformatie |
jinkokki-人国記 | een register met biografieën van belangrijke mensen (gerangschikt per geboorteplaats) |
jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
jintēze-ジンテーゼ | synthese; samenvoeging; integratie |
jin'ei-陣営 | (militair) kamp; kampement; legerkamp; bivak |
jin'ei-陣営 | opstelling (van legers) |
jin'ya-陣屋 | legerplaats; legerkamp; kazerne |
jiomanshī-ジオマンシー | geomatiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
jippahitokarage-十把一絡げ | alles bij elkaar genomen; alles tegelijk; samenvattend geheel; generalisering |
jiritsushinkeishitchōshō-自律神経失調症 | vegetatieve stoornis |
jisatsusuru-自殺する | zelfmoord plegen |
jishaku-字釈 | verklaring [uitleg] van de betekenis van kanji |
jisshō-実証 | (in de traditionele Chinese (kruiden)geneeskunde) een constitutie met een fysieke kracht en sterke weerstand tegen ziekte |
jisuru-辞する | vertrekken; weggaan; afscheid nemen |
jisuru-辞する | weigeren; afzeggen |
jisuru-辞する | begroeten |
jitchūhakku-十中八九 | met grote waarschijnlijkheid; negen van de tien keer; in negen van de tien gevallen |
jitsugaku-実学 | praktische wetenschap; toegepaste wetenschap |
jitsuwa-実は | in feite; feitelijk; trouwens; om de waarheid te zeggen |
jitto-じっと | stil; stijf; onbeweeglijk |
jiyūka-自由化 | liberalisering; liberalisatie; versoepeling; deregulering; vrijmaking |
jiyūkasuru-自由化する | liberaliseren; dereguleren; vrijmaken |
jiyūkyōsō-自由競争 | (economie) vrije mededinging; vrije concurrentie (zonder inmenging of regulering door de staat) |
jōai-情愛 | affectie; genegenheid; liefde |
jōbako-状箱 | doos met brieven die vroeger werd meegegeven aan een bode |
joban-序盤 | beginfase (van een campagne, oorlog, etc.) |
jobiraki-序開き | begin; oorsprong |
jōbitaki-尉鶲 | spiegelroodstaart (zangvogel, Phoenicurus auroreus) |
jochō-助長 | bevordering; het bevorderen [begunstigen] |
jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
jōfu-丈夫 | talentrijke [begaafde] man |
jōha-縦波 | lengtegolf (bij schip) |
jōhin-上品 | elegantie |
jōjun-上旬 | de eerste tien dagen van de maand; het begin van de maand |
jōkyaku-乗客 | passagier (in boot, trein, vliegtuig, auto, e.d.) |
jomaku-序幕 | het begin (van iets) |
jōmu-乗務 | het dienstdoen [werkzaam zijn] als bestuurder van een voertuig (trein, vliegtuig, e.d.) |
jōmuin-乗務員 | bestuurder van een voertuig (trein, vliegtuig, e.d.) |
jonokuchi-序の口 | begin; start; opening |
jōrei-条例 | voorschrift; reglement; verorderning |
jōseki-定席 | vaste [reguliere] plek [stoel; plaats; ruimte] |
jōshigun-娘子軍 | leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
jōshūhan-常習犯 | veelpleger; recidivist; iemand die steeds dezelfde fouten maakt |
jotei-女帝 | (regerend) keizerin |
jōyokachi-剰余価値 | overwaarde; meerwaarde; toegevoegde waarde |
jōyōkanji-常用漢字 | de officiële lijst van kanji die elke Japanse student tenminste moet kennen bij het afleggen van het examen voor het voortgezet onderwijs in Japan |
jūbun-十分 | voldoende; genoeg; toereikend |
juekisha-受益者 | begunstigde |
jugyō-授業 | les; college |
jūgyūzu-十牛図 | Chinese Zen-kalligrafie (toegeschreven aan Kakuan) van de 10 stadia van verlichting (weergegeven als ossenhoeder-tekeningen van een herder en zijn os) |
jūjiro-十字路 | (weg)kruising; kruispunt |
jūjū-重重 | genoeg; erg goed; heel veel; volledig |
juken-受験 | het afleggen [maken] van een examen |
jukkei-術計 | list; strategie; intrige |
jukō-受講 | het volgen van een cursus of college |
jukugi-熟議 | beraadslaging; overleg; bespreking; discussie; (zorgvuldige) overweging [afweging] |
jukugisuru-熟議する | beraadslagen; overleggen; bespreken; te rade gaan |
jukushi-熟思 | zorgvuldige overweging; weloverwogen gedachte |
jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
jukyūsha-受給者 | begunstigde; ontvanger |
jūminhyō-住民票 | registratiebewijs als stadsbewoner; burgerschapsbewijs |
jumokui-樹木医 | boomverzorger (vroeger aanduiding voor boomchirurgie en boomchirurg, heden voor boomkwakzalverij) |
junjiru-準じる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
junkaibunko-巡回文庫 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (gedateerd, tevens ver-afgelegen plaatsen) |
junkaitoshokan-巡回図書館 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (m.n. voor ver-afgelegen plaatsen) |
junkyū-準急 | semi-sneltrein; regionale sneltrein |
junpitsu-順筆 | (kalligrafie) schrijftechniek van beginpunt tot eindpunt in volgorde zonder tegengestelde schrijfrichting |
junpō-遵奉 | gehoorzaamheid; inachtneming [naleving] van voorschriften [regels] |
junsai-蓴菜 | de waterplant Brasenia schreier (waarvan de jonge loten en bladeren in Japan gegeten worden) |
junsoku-準則 | regel; voorschrift; reglement |
junzuru-準ずる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
jun'yō-準用 | het toepassen van (bepalingen van) regelgeving [wetgeving] |
jūrai-従来 | voorheen; vroeger; tot nu toe; conventioneel; traditioneel |
jurarumin-ジュラルミン | duraluminium (aluminium legering) |
jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
jūtō-重盗 | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
jutsu-術 | een plan; een strategie |
jutsubu-述部 | (grammatica) predikaat; gezegde |
jutsugo-述語 | (grammatica) predicaat; gezegde |
kabadi-カバディ | (Hindi: kabaḍḍī) kabaddi, een nationale sport in India (waarbij 2 teams van 7 spelers tegen elkaar strijden) |
kabun-過分 | ongeschiktheid; onverdiend [niet goed genoeg] zijn |
kabushikimeigara-株式銘柄 | naamregister van aandeelhouders |
kachi-勝ち | overwinning; zege; winst |
kachihokoru-勝ち誇る | triomferen; zegevieren; overwinnen |
kachikan-価値観 | waardebegrip; normbesef |
kadō-可動 | beweeglijkheid; beweegbaarheid |
kadobi-門火 | vuur dat brand bij de ingang van huizen tijdens het Bon festival, bij begrafenissen of huwelijken |
kadode-門出 | een nieuw leven beginnen |
kādo・shisutemu-カード・システム | kaartsysteem (bij informatie- en gegevensverwerking) |
kaerigake-帰りがけ | (op) weg naar huis; terugweg |
kaerimichi-帰り道 | terugweg; weg naar huis |
kaeshiwaza-返し技 | (judo, e.d.) tegenaanval; overname-techniek |
kaette-却って | integendeel; veeleer; in plaats (daar)van |
kafuku-禍福 | geluk en ongeluk; voor- en tegenspoed; goed en kwaad; wel en wee |
kagaisha-加害者 | dader; pleger van een misdaad; misdadiger; crimineel |
kagaku-家学 | studiegebied binnen een familie (en als (familie)traditie voortgezet) |
kagami-鏡 | spiegel |
kagamibiraki-鏡開き | (lett. spiegel opening) Nieuwjaarsritueel van het snijden, eten en offeren van ronde mochi (rijst cakes) |
kagamimochi-鏡餅 | rijstcakes in de vorm van een spiegel (gebruikt als nieuwjaarsdecoratie) |
kagamimoji-鏡文字 | spiegelschrift |
kagaminoma-鏡の間 | spiegelkamer; spiegelzaal (Versailles) |
kagemusha-影武者 | (hist. bij legerleiders) dubbelganger; plaatsvervanger (om de vijand te verwarren) |
kagiri-限り | grens; begrenzing; restrictie; beperking |
kago-加護 | goddelijke bescherming; zegen |
kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
kagyō-家業 | binnen een familie (van generatie op generatie) doorgegeven beroepen en technieken |
kahei-寡兵 | klein leger; kleine militaire eenheid |
kahi-可否 | goedkeuring of afkeuring; voor- of tegenstemmen |
kahō-家法 | huisregels; regels die binnen een familie gelden |
kaibyaku-開白 | (boeddh.) het begin [de eerste dag] van de rituelen van bidden tot [het doen van geloften aan] Boeddha |
kaibyaku-開闢 | de schepping; het begin van de wereld |
kaidō-街道 | hoofdweg; verbindingsweg (tussen steden) |
kaieki-改易 | (hist.) het wegnemen van grondgebied, ambt of positie (op basis van strafrechtelijke vervolging, e.d.) |
kaien-開演 | het begin van een voorstelling [optreden] |
kaigenrei-戒厳令 | krijgswet; staat van beleg |
kaigo-介護 | verpleging; zorg; verpleegkundige zorg |
kaigo-悔悟 | berouw; wroeging |
kaigobijinesu-介護ビジネス | verpleegkundig bedrijf; zorgdienst |
kaigohoken-介護保険 | verpleegkosten verzekering; verzekering voor langdurige zorg |
kaigoiryōin-介護医療院 | verpleeghuis; verzorgingshuis |
kaigosābisu-介護サービス | verpleegkundige dienst; verpleegkundige thuiszorg |
kaigunhikōyokarenshūsei-海軍飛行予科練習生 | de aspirant piloot of leerling vlieger op die opleiding |
kaigyō-改行 | een nieuwe regel [paragraaf] |
kaigyōsuru-改行する | met een nieuwe regel [paragraaf] beginnen |
kaihi-回避 | (jur.) onthouding; ontwijking (in de uitoefening van gerechtelijke plichten en taken van een rechter of griffier vanwege persoonlijke redenen) |
kaiiki-海域 | zeegebied; territoriale wateren |
kaijin-海神 | zeegod; god van de zee |
kaijo-海女 | dochter van de zeegod |
kaikeichōbo-会計帳簿 | rekeningenboek; de boeken (van de boekhouding); register |
kaikeishi-会計士 | (register)accountant |
kaiko-解雇 | ontslag; opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werkgever |
kaikō-開口 | de mond opendoen; beginnen met spreken |
kaikō-開講 | het begin [de openingswoorden] van een lezing |
kaikōichiban-開口一番 | eerste woorden; openingswoorden; begin van een toespraak |
kaikon-悔恨 | spijt; berouw; wroeging |
kaikyū-懐旧 | nostalgie; verlangen naar vroeger; terugblik |
kaimei-解明 | verduidelijking; opheldering; uitleg |
kaimeisuru-解明する | ophelderen; verduidelijken; uitleggen |
kaimenjōshō-海面上昇 | zeespiegelstijging |
kainishikusu-カイニシクス | bewegingsleer; bewegingswetenschap |
kairitsu-戒律 | Boeddhistisch voorschrift [gebod]; Boeddhistische regel [richtlijn] |
kairo-海路 | zeeweg; zeeroute |
kaisen-海戦 | zeeslag; zeegevecht; oorlogvoering op zee |
kaisetsu-解説 | commentaar; uitleg; verklaring |
kaisetsusha-解説者 | commentator; uitlegger |
kaishakusuru-解釈する | interpreteren; verklaren; uitleggen |
kaishi-開始 | begin; start; aanvang; opening; introductie |
kaishiki-開式 | het begin [de opening] van een ceremonie [plechtigheid] |
kaishisuru- 開始する | beginnen; starten; aanvangen; openen |
kaisō-会葬 | het bijwonen van een begrafenis |
kaisō-改葬 | herbegrafenis |
kaisoku-会則 | voorschriften; reglementen (van een club, vereniging, etc.) |
kaisōsuru-会葬する | een begrafenis bijwonen |
kaiyaku-解約 | opzegging [ontbinding] van een contract [overeenkomst] |
kaizan-改竄 | falsificatie; verdraaiing (van de feiten); onbevoegde [onrechtmatige] verandering (van tekst) |
kaizokuban-海賊版 | illegale [geplagieerde] uitgave [kopie]; piratenuitgave |
kaizokuhansofutowea-海賊版ソフトウェア | illegale software |
kakawarazu-拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
kakedashi-駆け出し | beginneling; nieuweling; groentje |
kakedasu-駆け出す | wegrennen; beginnen te rennen |
kakehiki-駆け引き | tactiek; strategie; diplomatie |
kakejaya-掛け茶屋 | (eenvoudig) theehuis [café] langs de weg of in een park |
kakeochi-駆け落ち | het weglopen (met); ervandoor gaan |
kakeru-欠ける | niet voldoen aan; te kort schieten; niet genoeg zijn |
kakidashi-書き出し | de eerste zin [alinea]; het begin van een (geschreven) tekst; openingswoord(en) |
kakidasu-書き出す | beginnen te schrijven; uitschrijven; exporteren (computerbestand) |
kakihan-書き判 | geschreven zegel; monogram; handtekening |
kakikesu-掻き消す | uitvegen; uitwissen; overstemmen (geluid) |
kakikomibashi-かき込み箸 | eetstokjes gebruikt om (met de kom tegen de mond gedrukt) eten in de mond te schuiven [lepelen] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
kakinarasu-掻き均す | glad harken; egaliseren |
kakine-垣根 | heg; haag; omheining; hek |
kakiokoshi-書き起こし | (begin van) de eerste zin; openingswoord(en) |
kakiokosu-書き起こす | beginnen te schrijven [opschrijven; noteren] |
kakiotosu-書き落とす | bij het schrijven iets (per abuis) weglaten [overslaan] |
kakisoeru-書き添える | iets erbij schrijven [toevoegen] |
kakki-画期 | overgang van het ene tijdperk naar het andere; verandering van tijdperk; begin van een nieuw tijdperk |
kakkoii-かっこ好い | stijlvol; elegant; modieus |
kakkūki-滑空機 | zweefvliegtuig |
kakochō-過去帳 | (familie) overlijdensregister |
kakomu-囲む | belegeren; omsingelen |
kakon-禍根 | wortel [bron; oorsprong] van het kwaad [van rampspoed; onheil; tegenspoed] |
kaku-隔 | (voorvoegsel) afwisselend; om de [het] |
kakugen-格言 | spreekwoord; gezegde; spreuk; aforisme |
kakugo-覚悟 | (boeddh.) de verlichting; staat van totaal begrip |
kakugo-覚悟 | het weten en begrijpen (van iets) |
kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
kakujitsu-確実 | deugdelijk [absoluut; zeker; positief; betrouwbaar; degelijk; solide] zijn |
kakunōko-格納庫 | hangaar; vliegtuigloods |
kakusage-格下げ | degradatie; verlaging in rang |
kakuseiki-拡声器 | megafoon; luidspreker |
kakushi-客思 | gemoedstoestand van een reiziger (op weg naar een bestemming) |
kakushiki-格式 | formaliteit; (persoonlijke, familie, etc.) gedragsregels; gedragscode |
kakushō-確証 | doorslaggevend [onweerlegbaar] bewijs; bevestiging |
kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
kakutei-確定 | besluit; beslissing; bepaling; vastlegging; vaststelling |
kakuteisuru-確定する | besloten [bepaald; vastgesteld] worden; besluiten; vastleggen; ratificeren |
kakutoshita-確とした | ferm; zeker; resoluut; onweerlegbaar; onbetwist |
kakuyaku-確約 | expliciete [zekere; definitieve] toezegging [belofte] |
kamibana-紙花 | papieren bloem (vaak gebruikt bij begrafenissen) |
kamigata-上方 | Kyoto en het omringende gebied; de Kansai regio |
kaminidankatsuyō-上二段活用 | vervoeging [verbuiging] van de tweede groep (nidan) werkwoorden |
kaminoku-上の句 | de eerste drie versregels van een waka [tanka; renga] gedicht |
kamitsuku-噛み付く | iem. afsnauwen [aanvallen]; uitvaren tegen iemand |
kamiwakeru-噛み分ける | onderscheid maken; begrijpen |
kamoru-鴨る | een tegenstander makkelijk [listig] verslaan |
kamoshidasu-醸し出す | een bepaalde stemming [sfeer] creëren [teweegbrengen]; een bepaald gevoel geven |
kamosu-醸す | veroorzaken; tot stand brengen; aanleiding geven tot; teweegbrengen |
kamu-カム | nok (een mechanisch element dat de richting van de beweging verandert) |
kan-款 | een post [item] op een begroting of berekening (accountants) |
kan-款 | letters [karakters] in reliëf graveren; gegraveerde letters [karakters] |
kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
kanagurisuteru-かなぐり捨てる | van zich afwerpen; weggooien; opzij schuiven; achterlaten; afdanken |
kanashibari-金縛り | als verlamd zijn; niet kunnen bewegen (door schrik of angst) |
kanata-彼方 | ver weg; de verte; de overkant |
kanau-適う | vergelijkbaar zijn; tegen elkaar op kunnen; tegen elkaar opgewassen zijn |
kanawanai-敵わない | niet opgewassen zijn tegen; geen partij zijn voor |
kanazōshi-仮名草子 | Japans literair proza (uit de vroege Edo-periode), vrijwel geheel geschreven in kana |
kanbai-寒梅 | vroegbloeiende pruimenboom |
kanban-看板 | woordvoerder; aanspreekpunt; boegbeeld (fig.) |
kanbatsu-旱魃 | (lange) periode van droogte [gebrek aan regen]; droge periode |
kanbyō-看病 | verzorging [verpleging; medische behandeling] (van een zieke) |
kanchi-寒地 | koude streek [regio]; gebied met een koud klimaat |
kandō-間道 | zijweg; zijstraat |
kānegī・hōru-カーネギー・ホール | Carnegie Hall (theater in America) |
kangaedasu-考え出す | beginnen (na) te denken |
kangaekata-考え方 | denkwijze; denkpatroon; denktrant; manier van denken; gedachtegang; opvatting |
kangaenaosu-考え直す | heroverwegen; opnieuw bekijken; van gedachten veranderen |
kangaeru-考える | nadenken; vermoeden; overwegen |
kangamiru-鑑みる | rekening houden met; in gedachten houden; overwegen |
kangen-換言 | met ander woorden (zeggen); anders uitgedrukt |
kango-看護 | verpleging; ziekenverzorging |
kangofu-看護婦 | (tot 2001 de term voor) verpleegster; zuster; verpleegkundige |
kangoshi-看護師 | verpleegster; zuster |
kangoshi-看護師 | verpleger; broeder |
kangun-官軍 | regeringsleger; keizerlijk leger; strijdkrachten [troepen] van de regering [keizer] |
kanjin-閑人 | iemand die alleen ver weg [teruggetrokken van de wereld] leeft |
kanjōdōro-環状道路 | ringweg; randweg |
kanka-看過 | veronachtzaming; toegevendheid; oogluiking |
kankan-看貫 | weging; het wegen van iets |
kankan-看貫 | (afk. voor) platformweegschaal |
kankanbakari-看貫秤 | platformweegschaal |
kankatsu-寛闊 | verdraagzaamheid; meegaandheid; mildheid |
kankatsu-管轄 | jurisdictie; (rechts)bevoegdheid; controle |
kanki-官紀 | ambtelijke discipline; regels die ambtenaren moeten volgen |
kankōmokusetsu-款項目節 | begrotingsposten van de oude Japanse belastingwet |
kankonsōsai-冠婚葬祭 | belangrijke ceremoniële gelegenheden in het leven (zoals bruiloften, begrafenissen en andere rituelen) |
kanmei-官命 | overheidsbevel; opdracht [verordening] van de regering |
kannen-観念 | idee; begrip; notie |
kannoiri-寒の入り | het begin van de midwinter periode (6 januari) |
kannyūsō-陥入爪 | ingegroeide nagel |
kanō-嘉納 | het (met genoegen) aannemen [accepteren] van iets (een geschenk, suggestie, advies, etc.) |
kano-彼の | degene; die persoon [plaats] |
kanpa-寒波 | koudegolf |
kanpō-官報 | Staatsblad; Staatscourant; officieel telegram |
kanraku-陥落 | degradatie; verlaging (rang, positie, e.d.) |
kanranryō-観覧料 | toegangsprijs; entreegeld (museum e.d.) |
kanryōseiji-官僚政治 | bureaucratie; bureaucratische regering |
kansai-関西 | de regio rond Kyoto, Osaka en Kobe |
kansaiheri-艦載ヘリ | marinehelikopter; vliegdek(schip) helikopter |
kansaiki-艦載機 | marinevliegtuig; vliegdek(schip) vliegtuig |
kansatsuka-監察課 | afdeling inspectie politieambtenaren (politiegedrag) |
kansayaku-監査役 | registeraccountant; bedrijfsrevisor |
kansei-官制 | regelgeving voor nationale bestuursorganen |
kanseitō-管制塔 | verkeerstoren (vliegveld) |
kansendōro-幹線道路 | hoofdweg; verkeersader; verbindingsweg; snelweg |
kansendōrobangō-幹線道路番号 | snelwegnummer; nummer van een snelweg |
kansentaisaku-感染対策 | infectiebestrijdingsmaatregelen |
kansetsu-官設 | opgericht [gevestigd; ingesteld] door de regering [staat] |
kanshi-漢詩 | poëzie in klassieke Chinese stijl (op rijm en vaak volgens dichtregels) |
kansō-完走 | (bij een hardlooprace) het afleggen van de gehele afstand (van startplaats tot finish); een race helemaal uitlopen |
kansō-観相 | fysionomie; iemands gezicht of uiterlijk beschouwd als spiegel van zijn aard en karakter |
kansuge-寒菅 | zegge (Carex morrowii) |
kansuru-冠する | benoemen; een naam [titel] toevoegen aan |
kantai-寒帯 | de poolgebieden (extreem koude zones op breedtegraden hoger dan de poolcirkel) |
kantai-款待 | vriendelijke bejegening; gastvrijheid; hartelijkheid |
kantaku-干拓 | landwinning door drooglegging |
kanten-干天 | droog weer; droogte (lange droge periode zonder regen) |
kantō-関東 | de regio rond Tokio |
kantoku-監督 | opzichter; (film) regisseur; (sport) trainer |
kanzenkoyō-完全雇用 | volledige werkgelegenheid [tewerkstelling] |
kan'an-勘案 | overweging; beschouwing; overdenking |
kan'ansuru-勘案する | overwegen, in overweging [aanmerking] nemen |
kan'yōshokubutsu-観葉植物 | bladplant; sierplant (decoratief vanwege mooie bladeren) |
kan'yū-官有 | staatseigendom; rijkseigendom; regeringseigendom |
kaō-花押 | geschreven zegel; monogram; handtekening |
kao-顔 | gezicht (fig.); representant; vertegenwoordiger |
kaomake-顔負け | in verlegenheid gebracht; beschaamd zijn |
kaomakesuru-顔負けする | in verlegenheid gebracht zijn; overschaduwd [beschaamd] zijn |
kaotsunagi-顔繋ぎ | het (regelmatig) contact houden [bij elkaar komen] |
kara-から | omdat; daarom; vanwege |
kara-空 | leegte |
karaguruma-空車 | lege [onbezette] taxi; vrije zitplaatsen (in voertuig) |
karaguruma-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
karakau-からかう | redetwisten; debatteren; tegenspreken; ruzie maken |
karanenbutsu-空念仏 | (alleen voor de vorm) een boeddhistisch gebed opzeggen zonder oprecht gevoel |
karanenbutsu-空念仏 | holle frase; lege woorden; bluf; opschepperij |
karappo-空っぽ | zonder inhoud; leegte |
karappo-空っぽ | een leeghoofd |
karasuki-唐鋤 | ploeg (getrokken door een os of paard) |
karate-空手 | (met) lege handen; zonder iets in handen (te hebben) |
karatsuyu-空梅雨 | een droog regenseizoen; regenseizoen met bijna geen regen |
karazao-殻竿 | dorsvlegel |
karioya-仮親 | pleegouder |
karisashiosae-仮差押え | conservatoire beslaglegging |
karoyaka-軽やか | luchtigheid; elegantie; lichtheid |
karubunkeru-カルブンケル | karbonkel; steenpuist; negenoog |
karukaya-刈萱 | de fictionele hoofdpersoon Karukaya Dōshin van de Buddhistische legende Karukaya. |
karuyaka-軽やか | luchtigheid; elegantie; lichtheid |
kasa-笠 | hoofddeksel (voor bescherming tegen sneeuw, regen, sterk zonlicht, e.d.) |
kasaikyū-火砕丘 | pyroclastische kegel' scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
kasan-加算 | toevoeging van een vastgesteld bedrag aan een ander bedrag |
kasanaru-重なる | tegelijkertijd gebeuren; elkaar overlappen |
kasanegasane-重ね重ね | herhaaldelijk; vaak; regelmatig; steeds weer |
kasha-火車 | (boeddh.) vuurwagen (vervoert dode mensen die tijdens hun leven slechte daden hebben begaan naar de hel) |
kashiramoji-頭文字 | beginletter; hoofdletter |
kashoku-家職 | een beroep dat (van generatie op generatie) is doorgegeven in de familie; familiebedrijf |
kasō-仮葬 | provisorische begrafenis- of crematieplechtigheid |
kasō-家相 | de (gunstige of ongunstige) ligging, windrichting, plattegrond, etc. van een huis (in verband gebracht met geluk of pech) |
kasshōsuru-滑翔する | (door de lucht) zweven; zweefvliegen |
kassō-滑走 | het taxiën (van een vliegtuig |
kasumeru-掠める | stelen; wegnemen; roven; plunderen |
kasumeru-掠める | misleiden; bedriegen; om de tuin leiden; (iets) stiekem doen |
kasuru-嫁する | iemand anders de schuld geven; de verantwoording leggen bij iemand anders |
kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
katae-片方 | regio; platteland |
katagata-旁 | af en toe; tegelijkertijd; voordien; voordat; en |
katainaka-片田舎 | een afgelegen plek; in de binnenlanden; in de rimboe [bushbush] |
katakata-片方 | zijkant; hoek; afgelegen plek |
kataki-敵 | vijand; tegenstander |
kataru-語る | voordragen; opzeggen; reciteren |
kataru-騙る | misleiden; bedriegen |
katasaki-肩先 | topje [punt; uiteinde] van de schouder (begin van de bovenarm) |
katashiki-型式 | type; model (vliegtuig, auto, machine, e.d.) |
katasumi-片隅 | hoek(je); afgelegen locatie |
katatataki-肩叩き | iemand lichtjes op de schouders kloppen (tegen stijfheid) |
katatataki-肩叩き | in een bedrijf iemand met een schouderklopje aansporen om vervroegd met pensioen te gaan [ ontslag te nemen] |
kategorī-カテゴリー | categorie; soort; klasse |
katen-加点 | toevoeging van leestekens voor Japanse lezingen van Chinese (kanbun) teksten |
katen-加点 | toevoeging van lettertekens of schriftsymbolen in een tekst (ter aanduiding van bevestiging of instemming) |
kāton-カートン | een schaal [schaaltje; dienblad] (waar geld op wordt gelegd bij betaling) |
katsu-且つ | tegelijkertijd; bovendien |
katsudō-活動 | activiteit; actie; beweging; inspanning; bedrijvigheid |
katsudō-活動 | bewegende beelden [film] |
katsudōshashin-活動写真 | bewegende beelden [flim] |
katsuro-活路 | overlevingsstrategie; ontsnappingswijze; uitweg (uit moeilijkheden, impasse, e.d.) |
katsute-嘗て | eens; eerder; vroeger; voorheen; ooit |
katsuyō-活用 | (grammatica) vervoeging; conjugatie |
katsuyōgo-活用語 | een vervoegd [verbogen] woord |
katsuyōgobi-活用語尾 | (grammatica) verbuigingsuitgang; vervoegingsuitgang |
katsuyōkei-活用形 | vervoegingsvorm; conjugatie vorm |
kattobakku-カットバック | kapbeweging (voetbal, rugby, e.d.) |
kattogurasu-カットグラス | geslepen glas; gegraveerd glas |
kattoin-カットイン | (basketbal) door de verdedigingslinie van de tegenstander snijden |
kattoin-カットイン | het invoegen van een korte scène in een bij film of televisie |
katto・gurasu-カット・グラス | geslepen [gegraveerd] glas; techniek van het glas slijpen [graveren] |
kaunseringu-カウンセリング | counseling; advisering; hulpverlening; begeleiding |
kauntā-カウンター | aanval; tegenaanval |
kauntāburō-カウンターブロー | tegenstoot; terugslag |
kauntāpanchi-カウンターパンチ | tegenstoot |
kawakiri-皮切り | begin; start |
kawanagare-川流れ | het meegesleurd worden door de rivier |
kawarake-土器 | (ongeglazuurd) aardewerk |
kawarihateru-変わり果てる | geheel (in het nadeel) veranderd zijn; achteruit gegaan [verlopen] zijn |
kawaru-代わる | vervangen worden; invallen; de plaats innemen (van); vertegenwoordigen |
kawasegaki-川施餓鬼 | herdenkingsdienst (bij of op een rivier) voor diegenen die daar zijn verdronken |
kayaku-加薬 | kruiden; specerijen; additiva (vaak bijgevoegd bij instantvoedsel) |
kayaku-加薬 | adjuvans [adjuvant] (niet werkzame stof die wordt toegevoegd aan medicijnen om hun werking te verbeteren) |
kayoi-通い | (vaste) route; weg; traject |
kayoiji-通い路 | (hist.) hoofdweg met poststations en pleisterplaatsen |
kayou-通う | elkaar begrijpen; overbrengen [uitdrukken; mededelen] (van een gedachte, e.d.) |
kazayoke-風除け | windscherm; beschutting tegen de wind |
kazegusuri-風邪薬 | medicijn tegen verkoudheid |
kazoe-数え | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
kazoedoshi-数え年 | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
kē-ケー | k, afk. voor keuken (op de plattegrond van een woning) |
kea-ケア | kea (Nieuw-Zeelandse papegaai, Nestor notabilis) |
kebin-ケビン | cabine (in een vliegtuig) |
kēburukā-ケーブルカー | kabelspoorweg; funiculaire; kabelbaan |
kedo-けど | maar; echter; hoewel; alhoewel; toch; niettemin; niettegenstaande |
kei-卿 | (arch.) jij (gebruikt door een heer of vorst tegen zijn vazallen) |
keido-経度 | lengtegraad |
keieisenryaku-経営戦略 | managementstrategie |
keigai-形骸 | een lege huls |
keii-経緯 | lengtegraad en breedtegraad |
keiin-契印 | een contractzegel (stempel) dat over twee bladzijden wordt gedrukt om aan te tonen dat ze één document vormen |
keijō-経常 | gewoon [normaal; regulier; actueel; huidig] zijn |
keijōrieki-経常利益 | reguliere [terugkerende] winsten (voortvloeiend uit de gewone bedrijfsactiviteiten van een onderneming) |
keikandōro-景観道路 | toeristische route; schilderachtige weg |
keikasochi-経過措置 | overgangsmaatregel |
keiki-契機 | gelegenheid; kans |
keikikanjū-軽機関銃 | licht machinegeweer; lichte mitrailleur |
keikishigekisaku-景気刺激策 | maatregelen om de economie te stimuleren |
keikitaisaku-景気対策 | (economie) stimulerende maatregelen |
keikō-経口 | via de mond ingegaan zijn; oraal zijn |
keikōhosuieki-経口補水液 | orale rehydratieoplossing (tegen uitdroging) |
keikoku-経国 | het regeren [besturen] van een land [staat] |
keikōtō-蛍光灯 | iemand die traag van begrip is [traag reageert] |
keimei-鶏鳴 | hanengekraai (vroeg in de ochtend); dageraad; zonsopgang; ochtendgloren |
keimu-警務 | politie zaken [aangelegenheden] |
keimukan-刑務官 | cipier; gevangenisbewaarder; detentiebegeleider |
keirishi-計理士 | boekhouder (zonder de formele certificering van registeraccountant) |
keiryaku-経略 | regeren [heersen] (over een land of gebied) |
keiryaku-経略 | regeren [heersen] over de wereld (in alle vier windrichtingen) |
keiryaku-計略 | tactiek; (krijgs)list; plan; strategie |
keisatsutechō-警察手帳 | politiepenning; politie ID-bewijs; politiekaart; legitimatiekaart van een politieambtenaar |
keisen-係船 | het afmeren [aanleggen] van een schip |
keisen-経線 | parallel van de lengtegraad [meridiaan] |
keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
keisuru-刑する | (iem.) veroordelen tot [een vonnis opleggen van] een gevangenisstraf [doodstraf] |
keitōdateru-系統立てる | systematiseren; (ideeën, kennis, informatie. etc.) ordenen volgens een bepaald principe of bepaalde regel |
keitōsuru-傾倒する | bewonderen; zich wijden aan; toegewijd zijn aan |
keiyakukaijo-契約解除 | contractontbinding; opzeggen van een contract |
keiyōdōshi-形容動詞 | zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord; Japans na-adjectief |
keiyōshi-形容詞 | bijvoeglijk naamwoord; Japans i-adjectief (verbaal adjectief) |
keiyōshiku-形容詞句 | bijvoeglijke bepaling |
keiyōshisetsu-形容詞節 | bijvoeglijke bijzin |
keiyu-経由 | route; weg; doorgang |
kekkōchi-血糖値 | bloedsuikergehalte; bloedsuikerspiegel |
kemudashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
kemuridashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
ken-けん | omdat; vanwege; daarom |
ken-兼 | (in kanji combinaties) en; daarbij; daarnaast; tegelijkertijd |
kenban-検番 | een geregistreerde [ervaren] geisha |
kenbangeisha-検番芸者 | een geregistreerde [ervaren] geisha |
kendō-県道 | provinciale weg |
kengaku-兼学 | het tegelijkertijd bestuderen van de leer van verschillende scholen of sekten |
kengen-権限 | macht; zeggenschap; gezag |
kengen-権限 | bevoegdheid; jurisdictie |
kengen-献言 | het advies [voorstel] (gegeven aan een meerdere) |
kengenhan'i-権限範囲 | jurisdictie; binnen de zeggenschap [het gezag] van |
keni-けに | (geeft reden of oorzaak aan) daarom; vanwege |
kenjitsu-堅実 | stabiel [betrouwbaar; degelijk] zijn |
kenkan-顕官 | (onder het Ritsuryo-systeem) lagere regeringsposities [functies] die als belangrijk werden beschouwd |
kenkenfukuyō-拳拳服膺 | altijd in gedachten houden; in het geheugen gegrift hebben |
kenkō-兼行 | het meerdere dingen tegelijkertijd doen |
kenko-眷顧 | gunst; begunstiging; steun |
kenmei-件名 | onderwerp; onderwerpregel (b.v. van een e-mail); naam of trefwoord (voor index of classificatie) |
kenmon-検問 | politie ondervraging [inspectie] van voorbijgangers op straat, bij een tijdelijke wegversperring e.d. |
kenmu-兼務 | het twee functies tegelijkertijd bekleden; twee taken [opdrachten] tegelijk uitvoeren |
kennin-兼任 | het tegelijkertijd dienen; twee posten tegelijk bekleden |
kennō-権能 | autoriteit; macht; bevoegdheid |
kenpoku-硯北 | en woord dat naast het adres van een brief wordt toegevoegd om respect te tonen |
kensetsu-建設 | bouw; aanleg; constructie; oprichting; stichting |
kenshinteki-献身的 | toegewijd; onbaatzuchtig |
ken'yo-権輿 | begin; oorsprong |
keppaku-潔白 | onschuldigheid; integriteit; puurheid |
keppan-血判 | met bloed bezegelen (om trouw en saamhorigheid te zweren) |
keppitsu-欠筆 | weglating van een gedeelte van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
kerun-ケルン | kegelvormige steen; pre-Keltisch gedenkteken |
ketobasu-蹴飛ばす | wegschoppen; (er)uit schoppen |
ketsuban-欠番 | ontbrekend [weggelaten; overgeslagen] nummer [getal] |
ketsuji-欠字 | weggelaten woord; omissie (in tekst); leemte |
ketsurei-欠礼 | het nalaten iemand te begroeten [te complimenteren]; gebrek aan respect [beleefdheid; manieren] |
ketsuro-血路 | uitweg; ontsnappingsroute |
kettō-決闘 | duel; tweegevecht |
kezuritoru-削り取る | afvijlen; afschaven; wegvijlen; afschrapen |
ki- 軌 | wagenspoor; wielspoor; wagenpad; wagenweg; karrenweg |
ki-棄 | (in kanji combinaties) weggooien; wegwerpen; verwerpen; afdanken |
ki-機 | kans; gelegenheid |
ki-機 | vliegtuig |
kibaru-気張る | zich (tot het uiterste) inspannen; zwoegen |
kibataraki-気働き | tact; meelevendheid; (snel van) begrip; inzicht |
kibaya-気早 | opvliegend [ongeduldig] karakter |
kibidango-黍団子 | zoete deegballetjes gemaakt van gierstmeel |
kidentai-紀伝体 | Chinese biografische geschiedschrijving; Chinese historische legendes |
kidō-軌道 | spoorweg; rails |
kidōsuru-起動する | opstarten; in beweging brengen |
kieiru-消え入る | geleidelijk vervagen [verdwijnen; afnemen]; wegsterven |
kieiru-消え入る | zich zwakker voelen (vanwege schaamte, pijn, e.d.) |
kieuseru-消え失せる | (uit het zicht) verdwijnen; spoorloos verdwijnen; vervliegen |
kifuda-木札 | toegangsbewijs (na betaling) |
kigake-来掛け | onderweg; heenweg; op weg (hierheen) |
kigami-生紙 | ongelijmd [ongegomd] papier |
kigo-綺語 | (boedddh., een van de tien kwaden) loze woorden die indruisen tegen de waarheid; iets mooier voorstellen dat het is |
kigyōsuru-起業する | een nieuw bedrijf beginnen [starten; oprichten] |
kihin-気品 | elegantie; gratie; (goede) stijl |
kihin-貴賓 | een vooraanstaande [hooggeplaatste] gast [klant]; eregast |
kihitsu-起筆 | beginpunt van een penseelstreek (bij het kalligraferen) |
kiji-生地 | eigen [natuurlijke] eigenschap(pen) [aanleg] |
kiji-生地 | deeg; beslag |
kijō-机上 | iets dat op tafel ligt; iets dat ter discussie staat; een plan dat nog niet uitgevoerd [toegepast] is |
kika-奇禍 | een onvoorziene [onverwachte] tegenslag [tegenspoed; ramp] |
kikai-機会 | gelegenheid; kans |
kikanjū-機関銃 | machinegeweer |
kikantōshika-機関投資家 | institutionele investeerder [belegger] |
kikengachi-棄権勝ち | (judo) overwinning door terugtrekking van de tegenstander |
kikidasu-聞き出す | beginnen te luisteren |
kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
kikikaesu-聞き返す | een tegenvraag stellen; een vraag met een wedervraag beantwoorden |
kikikajiru-聞き齧る | (iets) oppervlakkig kennen [weten]; (iets) alleen van horen zeggen weten |
kikisugosu-聞き過ごす | niet (willen) horen; negeren |
kikitodokeru-聞き届ける | toestaan; toegeven; accepteren; aanhoren |
kikitogameru-聞き咎める | terechtwijzen; berispen; aanmerkingen hebben (op); in twijfel trekken (wat iemand zegt) |
kikitori-聞き取り | luistervaardigheid in [auditief begrip van] een vreemde taal |
kikitoru-聞き取る | horen [begrijpen; verstaan] wat iemand zegt |
kikitsutae-聞き伝え | gerucht; iets van horen zeggen |
kikitsutaeru-聞き伝える | het van anderen horen; informatie krijgen uit de tweede hand; iets weten van horen zeggen |
kikkake-切っ掛け | signaal [teken; aanwijzing; gelegenheid] om iets te beginnen; oorzaak; motief |
kikkutsu-詰屈 | moeilijk te begrijpen zijn |
kikō-寄港 | aanleghaven (voor schepen); tussenlanding (voor vliegtuigen) |
kikyō-帰郷 | terugkeer (naar geboortehuis, geboortestreek, geboortegrond) |
kimari-決まり | regel; voorschrift |
kimariwarui-決まり悪い | zich schamen; verlegen [beschaamd] zijn |
kimedokoro-決め所 | het belangrijkste [cruciale] punt, het punt dat de doorslag kan geven; de perfecte gelegenheid [kans] |
kimeifutsūkabu-記名普通株 | geregistreerde aandelen |
kimeikabu-記名株 | geregistreerde aandelen |
kimeiyūsenkabu-記名優先株 | geregistreerd preferente aandelen |
kimijika-気短 | opvliegendheid; lichtgeraaktheid; ongeduldigheid |
kimitsuhi-機密費 | geheime begroting [fondsen] |
kimuchi-キムチ | kimchi (groentegerecht uit de Koreaanse keuken) |
kinbae-金蠅 | een bromvlieg, Chrysomya megacephala |
kinchō-金打 | een plechtige belofte [eed] (afgelegd door samoerai met hun zwaarden tegen elkaar gedrukt, en door vrouwen met spiegels) |
kinchoku-謹直 | plichtsgetrouwheid; zorgvuldigheid; nauwgezetheid; eerlijkheid; integriteit |
kindai-近代 | tegenwoordig; de [recente] moderne tijd |
kinetikku・āto-キネティック・アート | kinetische kunst (bewegende kunstobjecten) |
kinezuka-杵柄 | de houten hamer [stamper] waarmee rijstdeeg wordt gestampt |
kingen-金言 | een wijs gezegde; gouden spreuk |
kingō-近郷 | aangrenzende districten; nabijgelegen dorpen; omringend platteland |
kingoku-近国 | (in het Ritsuryō-systeem) de regio's [gebieden] rond Kyoto |
kinjiru-禁じる | (met negatie) niet te bedwingen; (zichzelf) niet in bedwang kunnen houden: |
kinkagyokujō-金科玉条 | gouden regel; belangrijkste voorschrift |
kinki-近畿 | Kinki (regio dichtbij de hoofdstad) |
kinku-禁区 | gebied verboden voor onbevoegden; spergebied |
kinohayai-気の早い | opvliegend; kortaangebonden; kortaf; lichtgeraakt |
kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
kinsei-近世 | de (vroeg)moderne tijd |
kinshukuseisaku-緊縮政策 | bezuinigingsbeleid; bezuinigingsmaatregelen |
kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
kiō-既往 | het verleden; verleden tijd; vroegere tijden |
kiokure-気後れ | verlegenheid; gêne; schroom; gebrek aan zelfvertrouwen |
kiomote-木表 | de voorkant van hout (die het dichtst tegen de bast heeft gezeten) |
kiōshō-既往症 | ziektegeschiedenis (van iemand); anamnese |
kippari-きっぱり | resoluut; beslist; botweg; direct; eerlijk; duidelijk |
kippu-切符 | kaartje; entreebiljet; toegangsbewijs; bon; coupon; bekeuring |
kirā-キラー | meedogenloze tegenstander |
kirai-嫌い | hekel hebben; tegenstaan; vies vinden (van eten) |
kirau-嫌う | niet bestand tegen iets zijn; niet tegen iets kunnen |
kiriau-切り合う | de degens kruisen (met); vechten met zwaarden |
kiridooshi-切り通し | een weg een door bergachtig [heuvelachtig] terrein [landschap] |
kiriharau-切り払う | weghakken; wegsnoeien; wieden; (grond) vrijmaken (van bomen, onkruid, etc.) |
kirihitoha-桐一葉 | één (vallend) blad van de Anna Paulownaboom (als teken van het begin van de herfst) |
kirikaeshi-切り返し | tegenaanval; terugslag; terugvechten |
kirikaeshi-切り返し | (bij sumo) een beenveeg |
kirikaesu-切り返す | (een tegenstander) pootje haken |
kirimusubu-切り結ぶ | duelleren; de degens kruisen (met); strijden |
kirinukeru-切り抜ける | zich een weg banen [vechten] door; een uitweg vinden; hindernissen overwinnen |
kirisame-霧雨 | motregen; lichte regen |
kiritsu-規律 | tucht; discipline; tuchtregel |
kiritsusuru-規律する | regelen; toezicht houden op |
kiro-岐路 | tweesprong; wegsplitsing; kruising |
kirokusuru-記録する | registreren; optekenen; notuleren |
kiru-切る | starten; beginnen; aanzetten |
kisai-機才 | gevatheid; spitsvondigheid; vlugheid van begrip |
kisai-鬼才 | genie; uitzonderlijk talent; bijzonder begaafd iemand |
kisei-規制 | regulering; regel; voorschrift; reglement |
kiseikanwa-規制緩和 | deregulatie; deregulering; versoepeling van regelgeving |
kiseki-鬼籍 | overlijdensregister; necrologie |
kishō-気性 | temperament; aard; karakter (vaak met negatieve connotatie) |
kishuzandaka-期首残高 | beginsaldo |
kisoku-規則 | voorschrift; regelgeving |
kisokukanwa-規則緩和 | deregulering (vermindering van officiële regelingen) |
kitei-規定 | voorschrift; regel; bepaling; regelgeving |
kitei-規程 | voorschrift; regelgeving |
kiten-基点 | beginpunt; uitgangspunt |
kiten-起点 | beginpunt; startpunt |
kito-帰途 | terugkeer; op weg naar huis |
kitsu-詰 | (on-lezing; in kanji combinaties) vooroverbuigen; bukken; krom [moeilijk te begrijpen] zijn |
kitsunenoyomeiri-狐の嫁入り | regenbui terwijl de zon schijnt |
kitte-切手 | postzegel |
kittearubumu-切手アルバム | postzegelalbum |
kittechō-切手帳 | postzegelalbum |
kitteshūshūka-切手収集家 | postzegelverzamelaar |
kiyaku-規約 | overeenkomst; regel; statuten |
kiyomizunobutai-清水の舞台 | het (hooggelegen) platform van de Kiyomizu tempel in Kyoto |
kiyū-杞憂 | ongegronde bezorgdheid; onnodige angst [vrees] |
kizamu-刻む | verstrijken [wegtikken] van tijd; de maat slaan |
kizuku-築く | bouwen; oprichten; optrekken; opzetten; aanleggen; in elkaar zetten |
ko-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
ko-股 | (van een weg, boom, e.d.) vork; vertakking |
kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
kōban-降板 | (honkbal) de werper [pitcher] van de werpheuvel wegsturen en vervangen door een andere werper |
kōbin-幸便 | een uitgelezen kans; goede gelegenheid [mogelijkheid] |
kobukusha-子福者 | een persoon die gezegend is met veel kinderen |
kobun-子分 | volgeling; aanhanger; protegé; handlanger; ondergeschikte |
koburi-小降り | lichte regenval [sneeuwval] |
kōchingu-コーチング | coaching; begeleiding |
kodaimōsōkyō-誇大妄想狂 | grootheidswaan; megalomanie |
kodashi-小出し | een beetje; kleine hoeveelheid (tegelijk) |
kōden-公電 | officieel telegram |
koden-古伝 | legende; (volks)overlevering |
kōden-香典 | geschenk bij condoleance op een begrafenis (meestal geld); begrafenisoffer |
kōdō-公道 | openbare weg |
kōdō-坑道 | mijngang; ondergrondse weg; tunnel |
kōdō-講堂 | collegezaal; gehoorzaal |
kodoku-孤独 | eenzelvig mens; iemand die zijn eigen weg gaat [zich afzondert] |
kōdoku-講読 | leescollege (met tekstverklaring en discussie als onderdelen); het gezamenlijk een tekst lezen en bespreken |
kōensha-後援者 | supporter; fan; sponsor; begunstiger; patroon; mecenas |
kōensuru-後援する | (financieel) steunen; ondersteunen; helpen; bijstaan; financieren; sponsoren; begunstigen |
kōfuku-口腹 | wat je zegt en wat je denkt |
koga-個我 | het ik; het zelf; het ego |
kogarashi-木枯らし | koude wind (aan het einde van de herfst tot begin van de winter) |
kogatana-小刀 | klein mes dat als onderdeel aan een zwaardschede is toegevoegd |
kogen-古諺 | een oud spreekwoord [gezegde] |
kōgen-抗言 | protest; weerwoord; tegenspraak |
kōgi-広義 | bredere [ruimere] interpretatie van een woord, begrip, theorie, etc. |
kōgi-抗議 | protest; tegenwerping; bezwaar |
kōgi-講義 | (hoor)college; lezing |
koguchi-小口 | begin |
kōgun-皇軍 | het keizerlijke leger (vroeger de algemene benaming voor leger en marine van Japan) |
kōgyōchitai-工業地帯 | industriegebied |
kōhai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
koharu-小春 | warme nazomer; warme [zonnige] dag in (het begin van de) winter |
kōhatsu-後発 | het later vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; volgen |
kōhi-工費 | bouwkosten; aanlegkosten |
kōho-候補 | mededinger; rivaal; tegenstander |
kōi-好意 | vriendelijkheid; welwillendheid; tegemoetkoming |
kōi-好意 | genegenheid; sympathie |
kōji-公事 | publieke zaak; overheidsaangelegenheid |
kōji-小路 | kleine [smalle] weg [straat]; steeg; laantje |
koji-居士 | een achtervoegsel aan de postume naam van mannen |
kojinjōhō-個人情報 | persoonsgegevens; persoonlijke informatie |
kojinshugi-個人主義 | individualisme; zelfzuchtigheid; egotisme |
kojō-孤城 | een eenzaam [geïsoleerd gelegen] kasteel [vesting] |
kojō-孤城 | een belegerd kasteel (omringd door vijanden) |
kōjō-攻城 | belegering; beleg |
kōjōsei-恒常性 | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
kōjōsen-攻城戦 | belegeringsoorlog; beleg; belegering |
kōkai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
kōkei-後継 | achterhoede (van een leger) |
kōki-校規 | schoolreglement |
kokin-古今 | verleden en heden; vroeger en nu; oud en modern |
kōkin-抗菌 | antibacterieel; tegen bacteriën |
kokkai-国会 | parlement; volksvertegenwoordiging (van Japan) |
kokkakōmuin-国家公務員 | (nationale) overheidsfunctionaris; regeringsbeambte; staatsambtenaar |
kokkan-骨幹 | basis; grondbeginsel; bron |
kōkō-後攻 | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
kōkoku-抗告 | (jur.) hoger beroep (tegen het vonnis van de eerste aanleg) |
kokon-古今 | verleden en heden; vroeger en nu; oud en modern |
kokonotsu-九つ | negen (stuks) |
kokoroe-心得 | kennis; begrip; bekwaamheid |
kokoroe-心得 | een belangrijk punt; regel; richtlijn |
kokoroechigai-心得違い | misverstand; onbegrip |
kokoroeru-心得る | weten; begrijpen; beschouwen [opvatten] (als) |
kokoronikui-心憎い | (wordt gezegd van iets dat juist heel goed is) irritant; verschrikkelijk |
kokoroyasudate-心安だて | openheid; toegankelijkheid; ongereserveerdheid |
kokozotobakarini-ここぞとばかりに | de kans benutten [aangrijpen]; van de gelegenheid gebruik maken |
koku-古句 | oude uitdrukking; oud gezegde; versregel van een dichter (uit een ver verleden) |
kōkūbokan-航空母艦 | vliegdekschip; vliegkampschip |
kokudō-国道 | rijksweg |
kokuhakusuru-告白する | bekennen; erkennen; toegeven; (op)biechten |
kokuheisha-国幣社 | een (door de overheden gesubsidieerde) regionale tempel |
kokuin-刻印 | een gesneden [gegraveerd] zegel [stempel] |
kokuji-刻字 | uitgesneden [gegraveerde] karakters [letters] |
kokuji-国事 | staatszaken; staatsaangelegenheden |
kokuji-国璽 | het grootzegel (van een land) |
kokujihan-国事犯 | landverraad; (politiek) misdrijf tegen de staat |
kokujin-黒人 | zwarte persoon; neger; kleurling |
kōkūki-航空機 | luchtvaartuig (zoals luchtballon, luchtschip, vliegtuig e.d.) |
kōkūkōgaku-航空工学 | luchtvaarttechniek; vliegtuigbouwkunde |
kokumu-国務 | staatsaangelegenheid; staatszaken |
kokuritsu-国立 | natie; staat; regering; rijk |
kōkūro-航空路 | luchtweg; (aan)vliegroute |
kokuru-告る | zijn liefde bekennen [toegeven] |
kokusaikūkō-国際空港 | internationaal vliegveld; internationale luchthaven |
kokusaitōshishintaku-国際投資信託 | internationale beleggingsfonds |
kokusho-国初 | het begin [ontstaan] van een natie |
kokusō-国葬 | staatsbegrafenis |
kokuyūtetsudō-国有鉄道 | nationale spoorweg |
kōkyū-考究 | onderzoek; studie; overweging |
kōkyūhin-高級品 | luxegoederen; luxeartikel |
komakusa-駒草 | dicentra (peregrina) |
komaru-困る | in de problemen komen; in verlegenheid gebracht zijn; geen raad met iets weten; vervelend zijn |
kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
komemono-込め物 | holwit (zetmateriaal voor het maken van lege marges bij letterzetten) |
komeru-込める | (zich) concentreren op; betrekken (bij); invoegen; bijvoegen; bijtellen; meetellen |
komi-込み | inclusief; inbegrepen |
komichi-小道 | smalle weg; smal pad [paadje; weggetje; straatje; steegje] |
komitto-コミット | inzet; betrokkenheid; toegewijd zijn |
komittosuru-コミットする | zich inzetten; toegewijd zijn; zich toeleggen (op) |
kōmoku-項目 | onderdeel; categorie |
kōmoku-項目 | (in woordenboeken, e.d.) lemma [trefwoord] met uitleg [woordverklaring] |
kōmoku-項目 | uitsplitsing in begrotingen |
kōmu-公務 | overheidszaak; staatszaken; openbare aangelegenheden |
kōmuru-被る | ontvangen (van een gunst; vriendelijkheid; rechtvaardige bejegening) |
kōn-コーン | kegel; hoorntje |
konashi-熟し | (lichaams)houding; tred; manier van bewegen |
konekuru-捏ねくる | (klei, deeg, etc.) kneden |
kōnenreishakoyōanteihō-高年齢者雇用安定法 | Wet stabilisering werkgelegenheid voor oudere werknemers (Eng,: Elderly Persons Employment Stabilization Law) |
koneru-捏ねる | (klei, deeg, etc.) kneden; boetseren |
kōngyōyōchi-工業用地 | industriegrond; industriegebied |
kōnin-降任 | degradatie; verlaging in rang |
konnan-困難 | tegenspoed; ontberingen; last; moeilijkheden |
kononde-好んで | vrijwillig; uit eigen beweging; met plezier; bij voorkeur |
konosai-此の際 | op dit moment; bij deze gelegenheid; in deze omstandigheden |
konseputo-コンセプト | concept; begrip; idee |
kontorōru-コントロール | controle; zeggenschap; beheersing |
kontororu・tawaa-コントロール・タワー | verkeerstoren (vliegveld) |
korewa-これは | hé, zeg!; meen je dat?; is het echt waar? |
korewakorewa-これはこれは | (versterkende uitdrukking van これは) hé, zeg!; meen je dat?; is het echt waar? |
kōri-行李 | (mil.) legereenheid die munitie, voedsel, uitrusting etc. vervoert |
kōrishugi-功利主義 | utilitarisme; utilisme; nuttigheidssysteem; utiliteitsbeginsel |
koritsugo-孤立語 | isolerende taal (zonder verbuigingen, vervoegingen of gebonden morfemen) |
kōron'otsubaku-甲論乙駁 | argumenten voor en tegen |
koroshimonku-殺し文句 | veelzeggende [beslissende] uitspraak; doorslaggevend argument |
koru-凝る | opgaan in; bezeten zijn van; toegewijd zijn aan; gek zijn van, zich helemaal storten op |
kōrubakku-コールバック | terugroeping (van artikelen vanwege productiefouten) |
kōrubakku-コールバック | uitnodiging om terug te komen (voor een tweede sollicitatiegesprek, auditie, etc.) |
kōrurōn-コールローン | call-lening (dagelijks opzegbare lening) |
kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
kōru・manē-コール・マネー | daggeld; callgeld (geld van een lening die elke dag opgezegd kan worden) |
kōryaku-後略 | inkorting van een citaat aan het eind; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen aan het einde weggelaten worden |
kōryō-亢竜 | hemelse [vliegende] draak |
kōryo-考慮 | overweging; overdenking; beschouwing |
kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
koryo-顧慮 | overweging; beschouwing |
kōryosuru-考慮する | overwegen; beschouwen; nadenken |
koryosuru-顧慮する | in overweging nemen; overwegen; rekening houden met |
kōryū-亢竜 | hemelse [vliegende] draak |
kosame-小雨 | motregen; lichte regen |
kōsaten-交差点 | (weg)kruising; kruispunt |
koseki-戸籍 | familieregister |
kosekigenpon-戸籍原本 | origineel familieregister (zoals het in de burgerlijke stand is opgenomen) |
kosekihō-戸籍法 | Wet op het Familieregister |
kosekishōhon-戸籍抄本 | uittreksel van het familieregister (m.b.t. gegevens van één familielid daarin) |
kosekitōhon-戸籍謄本 | officiële kopie van het originele familieregister (van alle gegevens) |
kosenjō-古戦場 | een oud slagveld; de plek waar vroeger een slag heeft plaatsgevonden |
kōshasaitōshishintaku-公社債投資信託 | obligatiebeleggingsfonds |
koshikata-来し方 | het verleden; vroeger; in vroeger tijd |
kōshikisen-公式戦 | reguliere wedstrijd; competitiewedstrijd; kampioenswedstrijd; play-offs; eindronde (honkbal) |
kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
koshimino-腰蓑 | traditionele Japanse kilt [rok] van stro of gras (vroeger gedragen door jagers en vissers) |
kōshimoyōno-格子模様の | (fijn) gegroefd [gestreept] |
koshitsuki-腰つき | (lichaams)houding; manier van bewegen [lopen] |
kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
kōshō-公証 | authenticatie, legalisatie |
kōshūdōtoku-公衆道徳 | sociale etiquette; welvoeglijkheid; fatsoen; moraal |
kōsoku-校則 | schoolreglement; schoolregels |
kōsokubasu-高速バス | expresbus (tussen steden, meestal via snelwegen) |
kōsokudōro-高速道路 | snelweg; autoweg; autosnelweg |
kōsōun-高層雲 | altostratus (egale grijze wolkenlaag) |
kōsu-コース | koers; route; weg; pad; richting |
kōsui-降水 | neerslag (regen, sneeuw, etc.) |
kōtai-交代 | vervanging; (plaats)vervanger; wisseling (van macht, regering, etc.) |
kōtei-航程 | (van een vliegtuig) vliegafstand; vlucht |
kōteisuru-肯定する | bevestigen; ja zeggen |
kotō-孤島 | een afgelegen eiland |
koto-糊塗 | het verdoezelen; wegpoetsen; verhullen; verbloemen |
kotobajiri-言葉尻 | einde van een zin; (vervoegde) woorduitgang |
kotohajime-事始め | begin; start; eerste opzet; eerste stap |
kotosuru-糊塗する | verdoezelen; wegpoetsen; verhullen; verbloemen |
kototariru-事足りる | volstaan; genoeg [voldoende] zijn |
kotowaza-諺 | spreekwoord; gezegde |
kotozuke-言付け | (mondeling) bericht; (doorgegeven) boodschap |
kōtsū-交通 | communicatie; uitwisseling (gegevens; ideeën) |
kōtsūkisei-交通規制 | verkeersbeperkende maatregelen; verkeersregelingen |
kotsuzai-骨材 | aggregaat (toeslagstof bij betonbereiding) |
kōu-降雨 | regen; regenval; neerslag |
kōunryūsui-行雲流水 | meebewegen met het tij; met de stroming meegaan; dingen nemen zoals ze komen |
kōwa-高話 | met eerbied refereren aan wat iemand anders zegt |
kōza-講座 | serie colleges; cursus |
kubetsu-区別 | verschil; onderscheid; tegenstelling |
kubihiki-首引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
kubippiki-首っ引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
kubitsuka-首塚 | begraafplaats [grafheuvel] voor de hoofden van gevallen strijders of veroordeelden |
kubukurin-九分九厘 | tien tegen een; negen van de tien keer; bijna altijd; zo goed als zeker |
kūbun-空文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
kuchiake-口開け | begin; start; opening |
kuchibashiru-口走る | achteloos [onopzettelijk; zonder er bij na te denken] iets zeggen; eruit flappen |
kuchidomesuru-口止めする | iemand het zwijgen opleggen; iemand verbieden te spreken |
kuchifūji-口封じ | iemand laten [dwingen te] zwijgen (over iets); iemand het zwijgen opleggen |
kuchifūji-口封じ | (straattaal) iemand omleggen; laten slapen; voorgoed het zwijgen opleggen |
kuchigotae-口答え | weerwoord; tegenspraak |
kuchigotaesuru-口答えする | tegenspreken; weerwoord geven |
kuchiguse-口癖 | (door iemand) veel gebruikte uitdrukking [zegswijze]; iets dat iemand graag zegt |
kuchihateru-朽ち果てる | wegrotten; vergaan |
kuchija-口茶 | nieuwe theeblaadjes toevoegen aan de thee(pot) |
kuchikiri-口切り | begin; start |
kuchimae-口前 | manier van spreken; wat er gezegd is [wordt] |
kuchimakase-口任せ | het iets zeggen zonder erbij na te denken; iets eruit flappen |
kuchiutsushi-口写し | het iemand napraten; herhalen wat iemand zegt |
kūchūbenkai-空中分解 | het uiteenvallen (desintegreren) in de lucht |
kūchūburanko-空中ブランコ | (vliegende) trapeze |
kūchūkyokugeishi-空中ブランコ曲芸師 | (vliegende) trapezeartiest |
kūchūkyūyuyōhikōki-空中給油用飛行機 | tankvliegtuig |
kudan-九段 | negende graad [rang]; negende dan (judo, karate, etc.) |
kudaru-下る | weggaan uit de hoofdstad |
kūfuku-空腹 | honger; lege maag |
kūgeki-空隙 | lege ruimte (tussen twee dingen); opening; gat; spleet |
kugokoro-句心 | aanleg [gevoel] voor poëzie [gedichten] (m.n. voor haiku) |
kuhō-句法 | de conventies [regels] voor het componeren van (Japanse) poëzie |
kuiakiru-食い飽きる | overeten; teveel gegeten hebben; vol zitten; niet meer lusten |
kuiamasu-食い余す | het bord niet leegeten; eten laten staan |
kuiaratameru-悔い改める | berouw hebben; tot inkeer komen; een nieuw begin maken; met een schone lei beginnen |
kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
kuide-食いで | genoeg gegeten hebben; vol zitten |
kuikake-食い掛け | half opgegeten voedsel |
kuiki-区域 | zone; streek; (begrensd) gebied |
kuikiru-食い切る | (alles) opeten; zijn bord leegeten |
kuikku・mōshon-クイック・モーション | snelle (werp)beweging |
kuikomu-食い込む | wegvreten; verteren; aantasten; verweren; roesten |
kuikomu-食い込む | wegstromen; (geld) verliezen |
kuinige-食い逃げ | (in een restaurant) het niet betalen van je consumpties (eten en drinken); weglopen zonder de rekening te betalen |
kuinigesuru-食い逃げする | (in een restaurant) je consumpties (eten en drinken) niet betalen; weglopen zonder de rekening te betalen |
kuitarinai-食い足りない | niet genoeg gegeten hebben; nog hongerig zijn |
kuitomeru-食い止める | tegenhouden; weerhouden; weerstaan; standhouden |
kuji-公事 | (arch.) publieke [politieke] ceremonie [aangelegenheid] |
kūji-空字 | weglating van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
kujiramaku-鯨幕 | (lett. walvisgordijn) een gordijn met brede, verticale zwart-witte strepen gebruikt bij begrafenisplechtigheden |
kūkan-空間 | ruimte; open [lege] plek |
kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
kūkei-空閨 | eenzame slaapkamer, lege slaapkamer (als je geen partner meer hebt) |
kūkō-空港 | vliegveld; luchthaven |
kūkūbakubaku-空空漠漠 | uitgestrekt en leeg [eindeloos] zijn |
kūkyo-空虚 | leegte; leegheid; zinloosheid; nietszeggendheid |
kumaso-熊襲 | Kumaso (vroegere provincie, nu de prefectuur Miyazaki) |
kumiageru-汲み上げる | rekening houden met; in aanmerking [overweging] nemen |
kumiawase-組み合わせ | combinatie; samenvoeging; sortering |
kumiawaseru-組み合わせる | combineren; samenvoegen |
kumichō-組長 | ploegleider; opzichter |
kumihosu-汲み干す | droogleggen; afwateren; afvoeren; leeg hozen |
kumiireru-汲み入れる | in overweging nemen |
kumiireru-組み入れる | invoegen; verwerken; opnemen; onderbrengen |
kumikomu-組み込む | invoegen; verwerken |
kumishiku-組み敷く | iemand tegen de grond drukken (en zo in bedwang houden) |
kumitate-組み立て | assemblage; montage; samenvoeging |
kumitateru-組み立てる | assembleren; monteren; samenvoegen; in elkaar zetten [passen] |
kumiuchi-組み打ち | handgemeen; gevecht van man tegen man; het worstelen |
kumoyuki-雲行き | bewegen [voorbijtrekken; overdrijven; naderbijkomen] van wolken |
kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
kundō-訓導 | begeleiding; onderricht; onderwijs |
kuniku-苦肉 | wanhopige poging [maatregel]; zichzelf kwellen om de vijand te misleiden |
kunrin-君臨 | heerschappij; het heersen; regeren |
kuraikomu-食らい込む | in de gevangenis gegooid worden |
kuraimake-位負け | het diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een ander [een tegenstander] |
kuraimakesuru-位負けする | diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een tegenstander |
kuraizuke-位付け | het indelen in klassen [rangorden] van Kabuki acteurs; de toegekende classificaties van Kabuki acteurs |
kūran-空欄 | lege [nog niet ingevulde] regel (in een tekst of op een formulier) |
kurejitto-クレジット | krediet; (bank)tegoed |
kureuchi-塊打ち | het fijnmaken van de plaggen die bij het omploegen van aarde zijn ontstaan |
kuriaransu-クリアランス | opruiming; het opruimen [schoonvegen] |
kuriaransu・sēru-クリアランス・セール | uitverkoop; leegverkoop |
kuriawaseru-繰り合わせる | plannen; organiseren; regelen |
kuriireru-繰り入れる | (iets ergens) in doen; toevoegen; overbrengen |
kurikomu-繰り込む | bevatten; insluiten; inbegrepen zijn |
kūriku-空陸 | luchtmacht en leger(troepen) |
kuriwata-繰り綿 | ontkorreld [geëgreneerd] katoen (waarbij de katoenvezels al van de zaden zijn ontdaan) |
kūro-空路 | luchtroute; (aan)vliegroute |
kurō-苦労 | moeite; pijn; ontbering; tegenslag |
kuronbō-黒ん坊 | iemand met een donkere huid; neger; iemand die bruinverbrand is (door de zon) |
kurosu・gēmu-クロス・ゲーム | spannende wedstrijd (waarbij de tegenstanders gelijk opgaan); nek-aan-nek race |
kurosu・kauntā-クロス・カウンター | tegenaanval |
kurū-クルー | bemanning; ploeg; team |
kuru-繰る | omslaan (bladzijde); (naslagwerk) raadplegen; opzoeken (in een boek, e.d.) |
kurui-狂い | onregelmatigheid; wanorde; ongeregeldheid |
kurumeru-包める | samenklonteren; samenvoegen; opstapelen; optellen |
kusabukai-草深い | met gras begroeid [overwoekerd] |
kusakagerō-草蜉蝣 | gaasvlieg (Chrysopidae) |
kusakari-草刈り | degene die het gras maait |
kusaki-草木 | bomen en planten; vegetatie |
kusanaginotsuruki-草薙の剣 | Kusanagi no Tsurugi (andere naam voor) het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
kusaru-腐る | degenereren; verdorven [ontaard; corrupt] worden |
kūseki-空席 | lege [onbezette] stoel [plek]; vacature; vrije positie |
kūsha-空車 | lege [onbezette] taxi; vrije zitplaatsen (in voertuig) |
kūsha-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
kushigaki-串柿 | gedroogde kaki's op pinnen geregen |
kussō-屈葬 | het iemand begraven in gehurkte [gebogen; zittende] houding |
kutsugaesu-覆す | omverwerpen (van een regime, e.d.) |
kūtū-クートゥー | #KuToo (een woordspeling van kutsu = schoenen en kutsū = pijn), protest van Japanse vrouwen tegen het moeten dragen van hoge hakken op het werk |
kuwaeru-加える | (bij elkaar) optellen; toevoegen |
kūyanenbutsu-空也念仏 | invocatie van Amida Boeddha volgens de leer van Kūya (een Tendai monnik, 903 - 972) met behulp van instrumentale begeleiding (kalebas of bel) en dans |
kuyō-九曜 | (in de Hindoe astrologie) de Navagraha, negen planeten |
kuzushi-崩し | (worstelen, judo, etc.) het uit balans brengen van een tegenstander |
kū・kurakkusu・kuran-クー・クラックス・クラン | Ku Klux Klan (geheime blanke organisatie in de Verenigde Staten vooral bekend vanwege hun racistisch geweld) |
kyabin-キャビン | cabine (in een vliegtuig) |
kyabinetto-キャビネット | kabinet (regering) |
kyadī-キャディー | (golf) degene die de golftas van een speler draagt |
kyaku-脚 | (achtervoegsel) gebruikt voor het tellen van meubels, e.d. |
kyakudo-客土 | aarde van een andere plek die wordt toegevoegd om de bodemgesteldheid te verbeteren |
kyakudome-客止め | het wegsturen [weigeren] van klanten omdat het te druk is |
kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | het aansteken van kaarsen door de bruid en de bruidegom bij een huwelijksreceptie |
kyanpu-キャンプ | kamp; kampement; legerplaats |
kyaputen-キャプテン | aanvoerder (van een sportploeg); hoofd (van een kleine organisatie) |
kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (reflector in wegdek om rijstroken te markeren) |
kyō-今日 | vandaag; tegenwoordig; heden |
kyo-去 | (in kanji combinaties) het weggaan; voorbijgaan; wegnemen |
kyō-狂 | (achtervoegsel) -manie |
kyōben-教鞭 | stok [staf] van een docent (vroeger om lijfstraffen te geven, nu symbolisch voorwerp) |
kyodai-巨大 | macro-; mega- |
kyōetsu-恐悦 | (bescheiden) genot; genoegen |
kyōfu-教父 | kerkvader; vroegchristelijke theoloog |
kyōgai-境界 | grens; afbakening; begrenzing |
kyōgeki-挟撃 | aanval van twee flanken [kanten]; tangbeweging |
kyōgi-協議 | overleg; beraadslaging; onderhandeling; discussie |
kyōhei-強兵 | sterke soldaat; sterk leger |
kyōhei-強兵 | het versterken van het leger |
kyōiki-境域 | grens; begrenzing |
kyōjakuhō-強弱法 | dynamiek (muziek, leer der sterktegraden) |
kyōji-驕児 | een egoïstische [losbandige] jonge man [vrouw] |
kyōju-教授 | onderwijs; college |
kyōkaiseijinkakushōgai-境界性人格障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
kyōkaiseipāsonaritishōgai-境界性パーソナリティ障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
kyōkatabira-経帷子 | witte lijkwade (kimono, met soetra's erop geschreven) van een overledene (bij een boeddhistische begrafenis) |
kyōkō-強硬 | (negatief) halsstarrig [weerspannig; hardnekkig] zijn |
kyokyojitsujitsu-虚虚実実 | kracht, mogelijke strategieën, trucs, geheime kneepjes en listen |
kyomu-虚無 | het niets; de leegte; zinloosheid |
kyōseishikkō-強制執行 | (jur.) gedwongen executie [beslaglegging] |
kyōshitsu-教室 | klaslokaal; collegezaal; leslokaal |
kyōsōaite-競争相手 | concurrent; rivaal; tegenstander |
kyoyōgosa-許容誤差 | de toegestane foutmarge |
kyozen-居然 | stil [rustig; vredig] zijn; zonder te bewegen; zonder iets te doen |
kyū-九 | (het getal) negen |
kyūaku-旧悪 | misdaad [misdrijf] in het verleden gepleegd |
kyūdan-球団 | honkbalploeg |
kyūjō-宮城 | (vroeger) keizerlijk paleis en in de directe omgeving daarvan de gebouwen om het rijk te besturen |
kyūkeijo-休憩所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
kyūkō-休航 | opschorting [uitstel] van een veerdienst [vliegdienst] |
kyūkō-休講 | afgelasting van een college [lezing]; (er is) geen college |
kyūkōsuru-休講する | een college [lezing] afzeggen [afgelasten] |
kyūmeiikada-救命筏 | vlot; opblaasboot; reddingsvlot; (opblaasbare) reddingsboot (van vliegtuigen of schepen) |
kyūseigun-救世軍 | het Leger des Heils; heilsleger |
kyūsetsu-急設 | het snel [haastig] aanleggen [installeren] |
kyūsokujo-休息所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
maai-間合い | gelegenheid; kans; het juiste moment |
māchandaijingu-マーチャンダイジング | merchandising; marktonderzoek; productstrategie |
machibito-待ち人 | de persoon op wie je wacht; degene die je verwacht; degene die verwacht wordt |
machibito-待ち人 | degene die wacht |
machigaeru-間違える | een fout begaan; zich vergissen |
madaki-未だき | heel kort geleden; (in) een vroeg stadium; (op) een vroeg moment |
madō-魔道 | het slechte pad; de weg van het kwaad; ketterij |
madoguchi-窓口 | contactpersoon; degene die achter het loket zit |
madoguchihanbai-窓口販売 | balieverkoop (verkoop rechtstreeks aan de balie, met name van verzekeringsproducten, beleggingsfondsen, staatsobligaties, etc. in bank of postkantoor) |
madoromu-微睡む | in slaap vallen; wegdoezelen |
madou-惑う | verbaasd [verward; in de war; verdwaald] zijn; de weg kwijt zijn |
mae-前 | voor; eerder; vroeger |
maedaoshi-前倒し | het naar voren brengen [bewegen; gaan]; vooruitschuiven; bespoedigen |
maeuriken-前売券 | (vooraf) besproken [gereserveerde] (toegangs)kaartjes [tickets] |
magarikado-曲がり角 | hoek [bocht] in een gang; straathoek; bocht in de weg; keerpunt |
magomagosuru-まごまごする | de kluts [weg] kwijt zijn; zich geen raad weten |
maguwa-馬鍬 | eg (landbouwwerktuig) |
mahha-マッハ | mach (verhouding tussen stromingssnelheid (b.v. bij het vliegen) en de snelheid van het geluid; vernoemd naar Ernst Mach) |
mai-まい | (negatieve veronderstelling) (dat) zal (waarschijnlijk) niet |
mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
maido-毎度 | (zeer) vaak; regelmatig |
maigo-迷子 | een bepaalde variant van begeleidende kabuki muziek [geluidseffecten] |
mainasuseichō-マイナス成長 | negatieve groei |
maisō-埋葬 | begrafenis; teraardebestelling |
maisu-売僧 | een bedrieger |
maizō-埋蔵 | het begraven in de grond |
maizō-埋蔵 | het ondergronds opgeslagen [begraven] zijn |
maizōsuru-埋蔵する | begraven; ingraven; ondergronds opgeslagen [begraven] zijn |
majieru-交える | combineren; (ver)mengen; opnemen; toevoegen |
majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
makeoshimi-負け惜しみ | een slechte verliezer; onwil [tegenzin] om je nederlaag toe te geven |
māketto・segumentēshon-マーケット・セグメンテーション | marktsegmentatie (onderverdeling van de doelmarkt in subgroepen van consumenten) |
makezuotorazu-負けず劣らず | aan elkaar gewaagd; tegen elkaar opgewassen |
makiageru-巻き上げる | wegnemen; afpakken; stelen |
makikaeshi-巻き返し | zich herstellen (van tegenslag); zich vermannen; het terugdraaien; terugspoelen |
makikomu-巻き込む | meegesleurd [ondergedompeld] worden; verstrengeld [betrokken] raken |
makishimu-マキシム | grondregel; stelregel; principe |
makishimu-マキシム | gezegde; uitdrukking; spreekwoord |
makkintosshu-マッキントッシュ | mackintosh, regenjas |
makkō-真っ向 | voorkant; voorste kant; direct tegenover |
makuake-幕開け | (fig.) het begin van iets |
makuaki-幕開き | (fig.) het begin van iets |
makuragi-枕木 | dwarsligger; biels (van spoorwegen) |
makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
mamako-継粉 | een klomp deeg; deegklomp |
mame-忠実 | oprecht [trouw; nauwgezet; ijverig; vlijtig; hardwerkend; toegewijd] zijn |
manbiki-万引き | winkeldief (m); winkeldievegge (v) |
manekineko-招き猫 | gelukskatje (beeldje van een kat die met een bewegende voorpoot klanten binnen wenkt (li-poot) of voorspoed en rijkdom binnenhaalt (re-poot)) |
mania-マニア | manie; voorliefde, bevlieging |
mankimaehensaihoshōryō-満期前返済保償料 | obligatielening met vervroegde aflossing |
mankitsu-満喫 | voldoende [genoeg; veel] eten en drinken |
mannaka-真ん中 | precies halverwege |
manseki-満席 | vol(geboekt) zijn; alle stoelen bezet (in theater, trein, vliegtuig, e.d.) |
mantsūman-マンツーマン | man tegen man; man tot man; één-op-één |
manzai-万歳 | entertainers, die vroeger bij Nieuwjaarsfeesten van deur tot deur gingen om de mensen te vermaken |
mappiragomen-真っ平御免 | botte weigering; genoeg hebben van |
mappu-マップ | kaart; plattegrond; landkaart |
maruanki-丸暗記 | het domweg [zonder nadenken] uit het hoofd leren; (tekst) in je hoofd stampen |
marubōzu-丸坊主 | een kale berg (zonder begroeiing) |
maruchipurukōkoku-マルチプル広告 | multi-advertising (adverteren voor meerdere vestigingen tegelijk) |
marunomi-丸呑み | iets (voor waar) aannemen zonder het te begrijpen |
marunomi-丸呑み | iets accepteren zoals het is; een gegeven paard niet in de mond kijken |
massaki-真っ先 | het begin; hoofdeinde |
massatsusuru-抹殺する | elimineren; liquideren; vermoorden; uitwissen; uitvegen; ontkennen; negeren |
masse-末世 | een gedegenereerde wereld; tijdperk zonder moraal |
masseki-末席 | zitplaats aan het eind van de tafel (het verst verwijderd van de eregast) |
masshiro-真っ白 | leeg; ongebruikt; onbeschreven |
masu-増す | uitbreiden; verhogen; toevoegen |
masutā-マスター | academische graad (master's degree) |
mata-股 | (van een weg, etc.) vork; vertakking |
matagiki-又聞き | gerucht; van horen zeggen |
matorikkusu-マトリックス | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
matsugaku-末学 | jonge [beginnende; onervaren] student [wetenschapper] |
matsuro-末路 | het einde van de weg |
mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
mau-舞う | dwarrelen; ronddraaien; rondvliegen |
mawari-回り | omweg |
mawarikudoi-回りくどい | omslachtig; indirect; met een omweg |
mawarimichi-回り道 | omleiding; omweg |
mayoibashi-迷い箸 | eetstokjes die men besluiteloos van gerecht naar gerecht beweegt zonder iets te nemen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
mayoke-魔除け | talisman [amulet] (ter bescherming tegen het kwaad) |
mazeawaseru-混ぜ合わせる | samenvoegen; bij elkaar voegen; (ver)mengen |
mazuwa-先ずは | allereerst; ten eerste; om te beginnen |
me-目 | achtervoegsel voor de vorming van rangtelwoorden |
medama-目玉 | spiegelei (met hele dooier) |
medamayaki-目玉焼き | spiegelei (met hele dooier) |
medokku-メドック | Médoc (regio in Frankrijk) |
mega-メガ | mega (10⁶) |
megafon-メガフォン | megafoon; luidspreker |
megaherutsu-メガヘルツ | megahertz |
megahon-メガホン | megafoon; luidspreker |
megaroporisu-メガロポリス | megalopolis (een groot stedelijk gebied van aan elkaar gegroeide steden) |
megasaikuru-メガサイクル | (andere naam voor) megahertz |
megaton-メガトン | megaton (eenheid van massa, gelijk aan 1 miljoen ton |
megaton-メガトン | megaton (1 miljoen ton TNT, de energie die vrijkomt bij het ontploffen van waterstofbommen) |
megire-目切れ | tegen de nerf in (van hout); tegen de draad |
megumi-恵み | zegen; zegening; genade |
meguōmu-メグオーム | megohm, 1 miljoen ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
mehashi-目端 | het vlug van begrip; gevat; scherp; tactvol zijn |
meibo-名簿 | naamlijst [namenlijst] (van leden, inclusief adresgegevens e.d.) |
meigen-名言 | een wijze uitspraak; wijsheid; beroemd gezegde |
meigikakikae-名義書き換え | registratie van overdracht van aandelen |
meigikakikaedairinin-名義書き換え代理人 | beheerder van het aandeelhoudersregister |
meihaku-明白 | (over)duidelijk; onmiskenbaar; zonneklaar; klinkklaar; onomstotelijk; ondubbelzinnig; onweerlegbaar |
meiji-明治 | Meiji, de regeringsperiode (1868-1912) van keizer Mutsuhito (1852-1912) |
meikai-明解 | heldere [duidelijke] uitleg [verklaring] |
meikyō-明鏡 | een heldere [goed reflecterende] spiegel |
meimei-冥冥 | onduidelijk; moeilijk te begrijpen |
meisai-迷彩 | camouflage (van een uniform, schip, tank, vliegtuig, etc.) |
meishi-名刺 | vissitekaartje; naamlkaartje (ook met beroep-, contactgegevens e.d.) |
mekakushi-目隠し | vitrage (tegen inkijk van buitenaf) |
meku-めく | (als achtervoegsel) tekenen vertonen van; eruit zien als |
mekuraban-盲判 | ondertekening [verzegeling; afstempeling] van een document zonder de inhoud ervan te kennen |
men-免 | ontslag; ontheffing uit (regerings)functie |
menbō-麺棒 | deegroller |
menshoku-免職 | ontheffing van een taak; ontslag; verlof [bevel] om weg te gaan (van een officiële positie) |
menuri-目塗り | bepleistering; verzegeling |
meshiudo-囚人 | een persoon die werd uitgekozen om een waka-gedicht te componeren aan het begin van een poëzieceremonie aan het keizerlijk hof |
meshūdo-召人 | een persoon die werd uitgekozen om een waka-gedicht te componeren aan het begin van een poëzieceremonie aan het keizerlijk hof |
metsukeyaku-目付役 | waakhond (ook fig.) bewaker; beschermer; begeleider |
miageru-見上げる | bewonderen; (tegen iemand) opzien |
miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
miataru-見当たる | vinden; tegenkomen |
miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
mibunshōmeisho-身分証明書 | identiteitsbewijs; identiteitskaart; legitimatiebewijs |
michi-道 | weg; straat, baan; laan; route |
michiannai-道案内 | bewegwijzering; routeaanduiding |
michiannai-道案内 | gids; iemand die de weg wijst |
michibata-道端 | (langs) de kant van de weg; berm; wegberm |
michibiku-導く | leiden; begeleiden; loodsen; de weg wijzen |
michibushin-道普請 | wegwerkzaamheden; reparaties aan de weg |
michihaba-道幅 | wegbreedte |
michikusa-道草 | gras langs de kant van de weg; bermgras |
michimichi-道道 | onderweg; op weg |
michinaka-道中 | onderweg |
michinaka-道中 | op de weg; in het midden van de weg |
michinakaba-道半ば | halverwege; halfweg |
michinobe-道の辺 | berm; (langs) de kant van de weg |
michishirube-道標 | wegwijzer; richtingbord |
michisū-未知数 | onbekend aantal; onbekende hoeveelheid [kwantiteit; kwaliteit]; onbekend gegeven |
michisugara-道すがら | onderweg; op weg |
michizure-道連れ | het iemand tegen zijn zin meenemen |
midareru-乱れる | ontregeld [verstoord] zijn; in de war [chaotisch] zijn |
midasu-乱す | verstoren; ontregelen |
midi-ミディ | midi (roklengte halverwege de kuit, tussen mini en maxi) |
midoro-みどろ | (achtervoegsel) bedekt; besmeurd |
migatte-身勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
migiyotsu-右四つ | (van sumoworstelaars) greep met de rechterhand onder de linkerarm van de tegenstander |
mihoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
mīizumu-ミーイズム | zelfzuchtigheid; egoïsme |
mijukuji-未熟児 | prematuurtje; te vroeg geboren kind |
mijukujishussan-未熟児出産 | vroeggeboorte; vroegtijdige geboorte |
mijukumono-未熟者 | nieuweling; beginner; beginneling |
mikaiketsu-未解決 | iets dat nog niet opgelost [nog niet geregeld] is |
mikajimeryō -みかじめ料 | protectiegeld |
mikata-味方 | legereenheden van het keizerlijk hof of de overheid |
mikiri-見切り | opgave; verzaking; in de steek laten; genoeg hebben van |
mikiwameru-見極める | doorzien; doorgronden; helemaal begrijpen |
mikudarihan-三下り半 | echtscheidingsbrief (in de Edo periode geschreven in drie en een halve regel) |
mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
mimau-見舞う | een ziekenbezoek [condoleancebezoek] afleggen |
mimizu-蚯蚓 | regenworm; pier; aardworm |
mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
mimore-ミモレ | midi (roklengte tot halverwege de kuit) |
mimoza-ミモザ | mimosa (plant, Leguminosae) |
minaosu-見直す | heroverwegen; herzien |
minasu-見做す | overwegen; beschouwen; vergelijken |
minkandenshō-民間伝承 | folklore; legende |
minkansetsuwa-民間説話 | volksverhaal; overlevering; legende |
mino-蓑 | traditioneel Japans regenjasje [cape] gemaakt van stro |
minshuseitai-民主政体 | democratische regeringsvorm |
miokuru-見送る | iemand uitgeleide doen [uitzwaaien; wegbrengen] |
mirā-ミラー | spiegel |
mirāju-ミラージュ | luchtspiegeling; fata morgana |
mirāju-ミラージュ | hallucinatie; zinsbegoocheling; illusie |
mirā・bōru-ミラー・ボール | spiegelbol; discobal |
miren-未練 | blijvende [kwijnende] affectie [genegenheid]; niet willen opgeven; niet kunnen loslaten; spijt |
miritarī-ミリタリー | leger; krijgsmacht; strijdkrachten |
misedokoro-見せ所 | plek [gelegenheid] waar je laat zien wat je kunt |
missatsu-密殺 | het illegaal slachten (van vee) |
missen-密栓 | het afdoppen [hermetisch afsluiten; verzegelen]; luchtdichte stop |
missensuru-密栓する | afdoppen; (hermetisch) afsluiten; verzegelen |
misshon-ミッション | delegatie; afvaardiging; gezantschap |
misshū-密集 | massa; concentratie; samenvoeging; menigte; zwerm; (rugby) scrum |
misueru-見据える | (met een onbeweeglijke blik) staren [turen] (naar); de blik gevestigd houden (op) |
mitetoru-見て取る | opmerken; bemerken; begrijpen; beseffen |
mitome-認め | (afk. voor) persoonlijk [privé] zegel |
mitomein-認め印 | persoonlijk [privé] zegel |
mitoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
mitoru-見取る | bemerken; opmerken; beseffen; begrijpen |
mitsubai-密売 | een illegale [clandestiene] verkoop [handel]; smokkelarij |
mitsugi-密議 | geheim overleg; conclaaf; vertrouwelijk gesprek |
mitsuke-見付 | toegangsweg [oprit] (naar een kasteel) |
mitsukurou-見繕う | voorbereiden; klaarmaken; klaarleggen |
mitsunyūkoku-密入国 | heimelijk [stiekem; illegaal] het land binnenkomen |
mitsuryōsuru-密猟する | stropen; illegaal jagen [vissen] |
mitsushukkoku-密出国 | heimelijk [stiekem; illegaal] het land verlaten |
mitsuzō-密造 | illegale vervaardiging [productie]; illegaal distilleren [stoken] van sterke drank |
miukeru-見受ける | zien; in het ogg krijgen; tegenkomen; vinden |
miyage-土産 | souvenir, aandenken meegenomen van een reis; cadeautje; presentje |
miyamagarasu-深山烏 | roek (vogel, Corvus frugilegus) |
miyasui-見易い | duidelijk; helder; makkelijk te zien [begrijpen] |
miyoshi-舳 | (van een schip) boeg; voorsteven |
mizenkei-未然形 | (taalkunde) mizenkei (irrealis vorm; gebruikt als aansluitvorm voor optatief, negatief, passief, causatief) |
mizuchi-蛟 | Mizuchi, een soort Japanse draak of legendarisch slangachtig wezen, verbonden met water of watergebieden |
mizukagami-水鏡 | waterspiegel; spiegelend wateroppervlak |
mizunoe-壬 | het negende zodiac teken |
mizuzeme-水攻め | (de tactiek van) inundatie; het onder water zetten (van een kasteel bij een belegering) |
mizuzeme-水攻め | (de tactiek van) het afsnijden van de watertoevoer (van een kasteel bij een belegering) |
mobīru-モビール | mobiel; mobile (decoratief hangend, bewegend voorwerp) |
mochi-黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
mochinige-持ち逃げ | weglopen; (met iets) ervandoor gaan; stelen |
mochinoki-黐の木 | een hulstboom (Ilex integra, ook wel mochi-boom genoemd) |
mochisaru-持ち去る | iets wegnemen (en naar een andere plaats brengen); ervandoor gaan met iets |
mochitsuki-餅搗き | mochi slaan (het met een houten hamer tot kleverige massa slaan van rijstdeeg, voor het maken van rijst cakes) |
mochiyoru-持ち寄る | (lasten; kosten) bundelen; samenvoegen; verdelen |
modasu-黙す | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
modoki-擬き | (als achtervoegsel bij een zelfst. naamwoord) -achtig; pseudo-; imitatie-; nep- |
modori-戻り | terugweg |
moeageru-燃え上がる | ontvlammen; in de brand vliegen; in vlammen opgaan |
moetsuku-燃え付く | in de brand vliegen; ontsteken; ontbranden; vuur [vlam] vatten |
mojika-文字化 | overzetting [registratie] van gesproken woord in geschreven woord |
mokka-目下 | nu; tegenwoordig; op dit moment |
mokkō-黙考 | overdenking; overpeinzing; bespiegeling |
mokumokuto-黙黙と | stilzwijgend; zwijgzaam; geruisloos; zonder iets te zeggen |
mokusatsu-黙殺 | het negeren; voorbijgaan aan; (ergens) niet op letten; vermijden |
mokusuru-黙する | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
momu-揉む | (het lichaam) hevig bewegen (in dans e.d.) |
monchaku-悶着 | problemen; moeilijkheden; sores; tegenspoed |
monchō-紋帳 | een boek [register] met familiewapens |
monde-もんで | omdat; vanwege; doordat |
monka-門下 | onder begeleiding van |
mono-物 | categorie; klasse |
monode-もので | omdat; vanwege; doordat |
monogokoro-物心 | besef; begrip; inzicht |
monoguramu-モノグラム | monogram (dooreengevlochten letters; samengevoegde letters of karakters) |
monooji-物怖じ | verlegenheid; bedeesdheid |
monoojisuru-物怖じする | verlegen [bedeesd] zijn |
monowakari-物分り | begrip; medeleven; sympathie |
monozuki-物好き | grilligheid; bevlieging; rage |
monsūn-モンスーン | regentijd; regenseizoen |
monsūn-モンスーン | slagregens; stortbuien |
monteneguro-モンテネグロ | Montenegro |
monukenokara-蛻の殻 | verlaten (huis, bed, e.d.); totale leegte |
monukenokara-蛻の殻 | (lett.) het (lege) afgeworpen vel van een reptiel of insect |
monzenbarai-門前払い | weigering om binnen te laten [wegsturing] van een bezoeker aan de deur |
monzenbarai-門前払い | (Edo periode) wegsturing van criminelen [veroordeelden] bij de poort van een magistraat |
morasu-漏らす | weglaten |
moru-漏る | lekken; wegvloeien; ontsnappen (gas, b.v.) |
mosamosa-もさもさ | behaard (persoon); dichtbegroeid (planten) |
mōshiageru-申し上げる | (nederige vorm voor 言う) zeggen; spreken |
mōshikaneru-申し兼ねる | aarzelen [het moeilijk vinden] om iets te zeggen |
mōshikomu-申し込む | indienen; inschrijven; registreren |
mōshon-モーション | beweging; gebaar |
mōshon・sensā-モーション・センサー | bewegingssensor; bewegingsdetector |
mōshon・torēsā-モーション・トレーサー | bewegingssensor; bewegingsdetector |
mōshū-孟秋 | het begin van de herfst; het vroege najaar |
mōshun-孟春 | begin van de lente; vroege lente |
mōsu-申す | (nederig werkwoord voor 言う) zeggen; spreken |
mōtō-孟冬 | begin van de winter; de vroege winter |
motte-以て | vanwege; wegens; doordat; aangezien |
mūbumento-ムーブメント | beweging; organisatie |
mūbumento-ムーブメント | beweging; tempo; voortgang |
muchū-夢中 | verdiept in; in beslag genomen door; bezeten zijn van; toegewijd |
muden-無電 | radiotelegrafie; draadloze telefonie; radiotelefoon |
muenbochi-無縁墓地 | een begraafplaats voor mensen zonder nabestaanden |
mugei-無芸 | zonder (verworven) talent [begaafdheid] |
mugen-無限 | onbegrensdheid; grenzeloosheid; onbeperktheid; oneindigheid |
mujin-無尽 | onuitputtelijkheid; onbegrensdheid; onbeperktheid |
mujinfumikiri-無人踏切 | onbemande [onbewaakte] spoorwegovergang |
mujun-矛盾 | tegenstelling; discrepantie; tegenstrijdigheid; inconsistentie |
mujunsuru-矛盾する | tegenstrijdig [inconsistent] zijn; conflicteren |
mukaebi-迎え火 | ceremonieel vuur [fakkels] om de zielen van de overledenen bij hun aankomst te begroeten |
mukaeru-迎える | ontmoeten; (iem.) afhalen; tegemoetkomen; verwelkomen; groeten |
mukaezake-迎え酒 | een drankje [kopje sake] (in de ochtend) tegen een kater |
mukaiau-向かい合う | tegenover elkaar staan |
mukaiawase-向かい合わせ | het tegenover elkaar [oog in oog} staan; van aangezicht tot aangezicht |
mukaikaze-向かい風 | tegenwind |
mukashi-昔 | vroeger; in het verleden |
mukashibanashi-昔話 | oude legende; volksverhaal; sprookje |
mukashigatari-昔語り | legende; oud verhaal |
mukashinagara-昔ながら | traditioneel; onveranderd; net als vroeger |
mukau-向かう | uitzien op; zich bevinden tegenover |
mukau-向かう | ontmoeten; staan tegenover; trotseren |
mukiau-向き合う | tegenover elkaar [oog in oog] (komen te) staan |
mukimeiyūsenkabu-無記名優先株 | niet-geregistreerde preferente aandelen |
muko-婿 | bruidegom |
mukōgawa-向こう側 | de tegenpartij; tegenstander |
mukōgishi-向こう岸 | tegenoverliggende oever; oever aan de overkant |
mukōjōmen-向こう正面 | (in stadions) zitplaatsen tegenover de hoofdtribune |
munashii-空しい | leeg; inhoudsloos; ijdel |
munashii-空しい | zonder begeerte [verlangens] |
munimusan-無二無三 | (Boeddh.) de enige (goede) leer [weg] |
murasame-村雨 | korte maar krachtige regenbui |
murashigure-村時雨 | (voorbijtrekkende) hevige herfstregen (van korte duur) |
murikaranu-無理からぬ | redelijk; begrijpelijk |
muriyari-無理やり | tegen iemands zin [wil]; geforceerd; gedwongen |
musaku-無策 | zonder plan [maatregelen; middelen] |
musasabi-鼯鼠 | witkelige vliegende eekhoorn (Petaurista leucogenys) |
museki-無籍 | zonder vaste woon- of verblijfsplaats; niet in een familieregister opgenomen zijn |
musendenshin-無線電信 | radiotelegrafie |
musensōjū-無線操縦 | (van een vliegtuig) radiografisch bestuurd zijn; radiografische besturing |
musen'inshoku-無銭飲食 | weggaan (na eten en drinken) zonder te betalen (horeca) |
mushi-無死 | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
mushi-無視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren (van regels, etc.); minachting |
mushifūji-虫封じ | bezwering [spreuk; amulet] tegen ziekte (door insecten of bacteriën) bij kinderen |
mushisuru-無視する | negeren; veronachtzamen; minachten |
musō-無双 | (sumo) werptechniek door het dijbeen van de tegenstander beet te pakken |
mutekatsuryū-無手勝流 | winnen zonder te vechten (door strategie) |
muyō-無用 | nutteloos [onbruikbaar; onnodig; overbodig; onbevoegd] zijn |
myakudō-脈動 | pulserende beweging; pulsatie |
naa-なあ | (in het begin van de zin) kijk [luister] (eens); zeg, ...; hoor eens even; tja... |
nadegiri-撫で切り | het verslaan [vernietigen] van vele tegenstanders tegelijk |
nado-など | bij citaten wordt tegenwoordig vaak nado to gebruikt |
nagamochisuru-長持する | lang bewaren; lang volhouden [doorstaan]; houdbaar [sterk] zijn; lang meegaan (niet gauw slijten) |
nagara-ながら | (gevoegd achter een ww. geeft het aan een gelijktijdigheid van meerdere handelingen) terwijl; onder het...; al ...nde |
nagara-ながら | (gevoegd achter een zn., bijw. of adj. geeft het aan een tegenstelling) hoewel; ondanks; niettegenstaande |
nagara-ながら | (gevoegd achter een zn., bijw. of adj. geeft het een situatie aan) zo (zijnde); aldus; (zo)als |
nagara-ながら | (gevoegd achter een zn. of bijw.) alles; allen; allebei (tegelijk); geheel; totaal; compleet |
nagaredasu-流れ出す | uitstromen; uitschenken; uitgieten; (weg)lekken |
nagareru-流れる | stromen; circuleren; leeglopen; wegdrijven |
nagashiba-流し場 | douchehoek of wasgelegenheid (zoals in Japan voorafgaand aan het baden) |
nagashikomu-流し込む | (iets ergens) ingieten; iets wegspoelen [doorspoelen] |
nagashiuchisuru-流し打ちする | (bij honkbal) naar het tegenovergelegen veld slaan |
nagasu-流す | afspoelen; wegspoelen; lozen |
nagasu-流す | aflasten; opzeggen |
nagate-長手 | een lange weg |
nagatsuki-長月 | september (de negende maand van de maankalender) |
nagauta-長唄 | nagauta, een (lange) ballade gezongen met begeleiding van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
nagebumi-投げ文 | een anonieme brief bij een huis naar binnen gegooid |
nagedasu-投げ出す | (halverwege) opgeven; ergens halverwege mee stoppen; ergens de brui aan geven |
nagedasu-投げ出す | weggeven; wegsmijten; rondstrooien |
nagekakeru-投げかける | ter sprake brengen; (aan iemand) voorleggen |
nagekakeru-投げかける | leunen tegen [op] |
nagekomu-投げ込む | (iets ergens in) gooien; werpen; weggooien |
nagesuteru-投げ捨てる | weggooien; wegwerpen |
nagetobasu-投げ飛ばす | weggooien; wegwerpen; van zich afgooien; de lucht ingooien |
nageutsu-擲つ | weggooien; opgeven; laten gaan; afzien van |
nagorioshii-名残惜しい | terughoudend; onwillig; met tegenzin |
nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
nai-無い | niet genoeg zijn; minder zijn |
naichingēru-ナイチンゲール | nachtegaal (zangvogel, Luscinia megarhynchos) |
naichingēru-ナイチンゲール | Florence Nightingale (beroemde Britse verpleegster en wetenschapper, 1820-1910) |
naien-内縁 | (huwelijk zonder wettelijke registratie) de facto huwelijk; gewoonterecht huwelijk |
naikaku-内閣 | het kabinet (regering) |
nain-ナイン | negen; 9 |
naiyō-内用 | [私用] privé [particuliere; interne] zaken [aangelegenheid] |
naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
naiyōshōmei-内容証明 | een speciale postzending, zoals een aangetekende brief of een brief [pakket] met bijgevoegde inhoudsverklaring |
naiyōshōmeiyūbin-内容証明郵便 | een speciale postzending, zoals b.v. een aangetekende brief [pakket] of een brief [pakket] met bijgevoegde inhoudsverklaring |
nakadachi-仲立ち | bemiddeling; tussenkomst; vertegenwoordiging |
nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
nakajiki-中敷き | (bij schoenen) binnenzool; inlegzool |
nakama-仲間 | kameraad; vriend; metgezel; collega; partner |
nakanaka-中中 | halverwege; in het midden; neutraal |
nakanaka-中中 | halfweg; onderweg |
nakayasumi-中休み | pauze; koffiepauze; lunchpauze; korte onderbreking (van werkzaamheden, maar ook van regen, etc.) |
nakiwarai-泣き笑い | huilen en lachen tegelijk; lachen terwijl je huilt; glimlach door de tranen heen |
nakkurubōru-ナックルボール | (honkbal) een bal die met een speciaal effect wordt gegooid door de pitcher |
nakunaku-泣く泣く | in tranen; met grote tegenzin |
nakunaru-無くなる | verdwijnen; weg [verloren] raken; vermist worden |
nakunaru-無くなる | niet meer zijn; ontbreken; weg zijn; niet meer doen |
namakeru-怠ける | (werk, studie, e.d.) verwaarlozen; lui zijn; niet hard genoeg werken |
namakeru-怠ける | spijbelen; wegblijven van werk [school] |
namakoita-海鼠板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
namameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
namarigōkin-鉛合金 | een metaalmengsel dat [een legering die] lood bevat |
namidaame-涙雨 | de tranen die worden vergoten als regen; een stortvloed van tranen; een tranenregen |
namidaame-涙雨 | een klein (regen)buitje |
namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
namiita-波板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
namikaze-波風 | (fig.) zwaar weer; tegenspoed; ontberingen |
namiki-並木 | rij bomen langs een straat [weg] |
nanakusanosekku-七種の節句 | festival op de zevende dag van het nieuwe jaar (waarbij zeven soorten rijstepap worden gegeten) |
nanatsu-七つ | werd vroeger gebruikt voor tijdsaanduidingen: ca. 4 uur in de morgen of middag |
nandemo-何でも | het schijnt dat; men zegt dat; ik heb gehoord dat |
nandesuka-何ですか | wat is er (aan de hand)?; pardon?; wat zegt u? |
nani-何 | wat (zeg je)?; Wat! |
naniganandemo-何が何でも | tegen elke prijs; hoe dan ook; wat er ook gebeurt; op alle mogelijke manieren |
nanjō-何じょう | (lit.) wat zeg je?; hè, dat meen je niet!; nee, toch?; wat erg! |
nanka-何か | (negatief bedoeld) dit soort; zulke |
nanteki-難敵 | een machtige [formidabele] vijand; een sterke tegenstander |
narabu-並ぶ | gelijk zijn; evenredig zijn; opgewassen zijn (tegen) |
narasu-均す | effenen; glad maken; egaliseren; glad strijken |
narawasu-習わす | (als achtervoegsel aan werkwoorden) gewend [gewoon; gebruikelijk] zijn; altijd doen |
naresome-馴れ初め | het begin van een romance [liefde] |
nari-なり | (achtervoegsel) of; en; met; op de manier van |
narōdoniki-ナロードニキ | Russische revolutionaire beweging (uit de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw) |
naru-成る | bereikt [behaald; verkregen] worden; succesvol zijn |
naruhodo-成る程 | (een uitroep ter instemming van wat een ander zegt) jazeker; inderdaad; vanzelfsprekend; natuurlijk |
naruko-鳴子 | een ratel (van bamboestokjes op een houten plank, en door eraan te trekken komt er geluid uit), wordt gebruikt om vogels weg te jagen van de velden |
narukoyuri-鳴子百合 | (lett. ratel-lelie) Salomonszegel (plant: Polygonatum falcatum) |
nasaru-為さる | (gebruikt als hulp-ww. om beleefdheid uit te drukken; wordt niet vertaald of uitgedrukt door de toevoeging: alstublieft) |
nashikuzushi-済し崩し | (schulden) afbetalen in termijnen; aflossingsplan; afbetalingsregeling |
nāshingu・hōmu-ナーシング・ホーム | (Eng.: nursing home) verpleeghuis; verzorgingshuis |
nāsu-ナース | verpleegster; verpleegkundige |
nāsu-ナース | verplegen; verpleging |
nasuriai-擦り合い | tegenbeschuldiging, recriminatie; wederzijdse beschuldigingen; het elkaar de schuld geven |
nāsu・banku-ナース・バンク | uitzendbureau voor verpleegkundigen |
nāsu・senta-ナース・センタ | uitzendbureau voor verpleegkundigen |
natanezuyu-菜種梅雨 | lange periode van regen in de vroege lente |
natsu-夏 | zomer (in Japan tegenwoordig van juni tot augustus, vroeger toen men uitging van de maankalender was het van april tot juni) |
natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
natsugo-夏蚕 | een zijderups, die vanaf de vroege zomer wordt gekweekt |
natsuin-捺印 | verzegeling |
natsuinsuru-捺印する | verzegelen |
natsukodachi-夏木立 | een bos dat in de zomer dicht begroeid is |
natsumatsuri-夏祭り | een zomerfestival om de goden te verzoeken de oogsten te beschermen tegen insectenplagen, overstromingen, e.d. |
natsumushi-夏虫 | een vuurvliegje |
natsuyama-夏山 | bergen met de weelderige begroeiing van de zomer |
nattoku-納得 | instemming; aanvaarding; volgzaamheid; toegeeflijkheid; meegaandheid |
nattokusuru-納得する | overtuigd worden [zijn]; toegeven |
nega-ネガ | negatief (fotografie) |
negatibu-ネガティブ | negatief (fotografie) |
negatibu-ネガティブ | negatief (elektrische polariteit) |
negatibu-ネガティブ | negatief (denken) |
neguse-寝癖 | slaapgedrag; slaapgewoonte; veel bewegingen tijdens de slaap |
nehan'e-涅槃会 | jaarlijkse ceremonie op 15 maart voor de sterfdag van Boeddha (was vroeger 15 februari op de oude maankalender) |
neishin-佞臣 | een verraderlijke hoveling [vazal]; verrader; bedrieger |
nekasu-寝かす | (iem.) neerleggen; in bed stoppen; laten slapen |
nekasu-寝かす | (iets) neerleggen; (ongebruikt) opzij zetten |
nekkara-根っから | vanaf het begin; oorspronkelijk |
nekojita-猫舌 | niet tegen heet voedsel kunnen |
nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
nemuraseru-眠らせる | laten slapen; te slapen leggen; doen slapen |
nemurasu-眠らす | laten slapen; te slapen leggen; doen slapen |
nemuru-眠る | sterven; doodgaan; overlijden; begraven zijn |
nendai-年代 | vroeger tijdperk; oudheid |
nenshi-年始 | Nieuwjaarsdag; het begin van het (nieuwe) jaar |
nensho-年初 | Nieuwjaarsdag; het begin van het (nieuwe) jaar |
nentei-拈提 | (zen boedddhisme) publieke uitleg [commentaar] over een voorval en de koan |
neppa-熱波 | hittegolf |
netsudendō-熱伝導 | warmtegeleiding; thermische geleiding |
nettaiurin-熱帯雨林 | tropisch regenwoud |
nezumitori-ネズミ捕り | (politieterm) autoval (voor het registreren van snelheidsovertredingen) |
ni-に | (geeft aan de oorzaak of reden van iets) door; met; vanwege |
ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
ni-尼 | (boeddhistische) non; achtervoegsel achter de naam van een non |
niamisu-ニアミス | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
nibui-鈍い | bot (fig.); gevoelloos; traag van begrip |
nichibeichiikyōtei-日米地位協定 | Japans-Amerikaanse "Status-of-Forces" Overeenkomst (hierbij zijn in 1960 de condities vastgesteld voor het Amerikaanse leger gestationeerd in Japan) |
niganrefu-二眼レフ | spiegelreflexcamera met dubbele lens |
nigeashi-逃げ足 | het snel wegrennen; te voet wegvluchten [ontsnappen] |
nigedasu-逃げ出す | wegvluchten; ontsnappen (uit) |
nigekakure-逃げ隠れ | het vluchten [weglopen] en zich verbergen |
nigemawaru-逃げ回る | op de vlucht zijn; (ont)vluchten; wegrennen; ontwijken |
nigeru-逃げる | ontsnappen; vluchten; wegrennen; ontwijken |
nigirikobushi-握り拳 | met lege handen staan; geen geld op zak hebben; met blote handen [ongewapend] zijn |
nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
niguro-ニグロ | neger; zwarte persoon |
nīhao-ニーハオ | (Chinese begroeting) hallo; goedendag; hoe gaat het? |
nihondaihyō-日本代表 | Japanse vertegenwoordiging [delegatie] |
niji-虹 | regenboog |
nijimideru-滲み出る | wegsijpelen; lekken; doorsijpelen; doorweken |
niku-肉 | zegel-inkt; stempelkussen |
nikuchi-肉池 | een stempelkussen [zegel-inkt] houder |
nikui-難い | (wordt toegevoegd aan een werkwoord) moeilijk [lastig] om te.... |
nikukarazu-憎からず | liefdevol; teder; warm; toegenegen |
nikuyoku-肉欲 | vleselijke [dierlijke] lusten; zinnelijke begeerte |
nikyūdōro-二級道路 | secundaire weg |
nimokakawarazu-にも拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
ninga-人我 | (boeddh.) zelfzuchtigheid; egoïsme |
ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
ningyōtsukai-人形遣い | (fig.) degene die aan de touwtjes trekt; degene die (achter de schermen) de touwtjes in handen heeft |
ninmeiken-任命権 | bevoegd gezag; bevoegde autoriteiten |
ninoashi-二の足 | aarzeling; heroverweging; bedenking |
ninshiki-認識 | begrip; besef; perceptie |
ninshikisuru-認識する | beseffen; inzien; begrijpen; zich realiseren |
nippondaihyō-日本代表 | Japanse vertegenwoordiging [delegatie] |
nippondenshindenwakōsha-日本電信電話公社 | NTT, Nippon Telegraph and Telephone Public Corporation |
nishijin-西陣 | de naam van een wijk in Kyoto, vroeger het centrum van de zijdeweverij |
nishitsunomedori-西角目鳥 | papegaaiduiker |
nitchi-ニッチ | niche (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
nitchisangyō-ニッチ産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
nitchishijō-ニッチ市場 | nichemarkt (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
nitōryū-二刀流 | goed zijn in twee tegengestelde disciplines (b.v. in honkbal zowel goed kunnen slaan als werpen) |
niwakaame-俄雨 | plotselinge [heftige] regenbui |
niwatsukuri-庭作り | tuinaanleg |
niyori-により | volgens; door (middel); vanwege |
niyotte-によって | door; vanwege; volgens |
no-の | die [dat] (van)...; (substantivering) degene die; dat wat; die ...is; de ... |
nōauto-ノーアウト | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
noberu-述べる | vertellen; zeggen; vermelden; uitdrukken; verklaren |
nobori-上り | perron waar de treinen naar de stad vertrekken; een weg richting de stad |
noboriryū-昇り竜 | een draak die omhoog de lucht in vliegt |
node-ので | omdat; doordat; vanwege het feit dat |
nōdō-農道 | boerenlandpad; boerderijweg |
nōgēmu-ノーゲーム | (honkbal) gestaakte wedstrijd (b.v. vanwege regen) |
nōha-脳波 | elektro-encefalografie (eeg) |
nōhakei-脳波計 | elektro-encefalografie (eeg) |
noji-野路 | weg [pad] door de velden; veldweg |
nokeru-退ける | uitsluiten; wegnemen; weglaten |
nokke-のっけ | de start; het begin |
nokoru-残る | (achter een ander ww. gevoegd:) niet (helemaal) gedaan, onafgemaakt |
nomichi-野道 | weg [pad] door de velden; veldweg |
nomide-飲みで | genoeg [veel] te drinken |
nomikomu-飲み込む | begrijpen; bevatten; beseffen |
nomu-飲む | inhouden; tegenhouden |
nomu-飲む | met tegenzin accepteren; slikken |
noni-のに | (drukt meestal een tegenstelling uit) hoewel; terwijl |
noriba-乗り場 | opstapplaats; halte; perron; aanlegsteiger; (taxi)standplaats |
noridasu-乗り出す | uitvaren (schip); vertrekken; op weg [pad] gaan; van start gaan |
noridasu-乗り出す | beginnen met rijden; een ritje maken |
norikakaru-乗りかかる (乗り掛かる) | beginnen [aanstalten maken] iets te doen |
norimonoyoi-乗り物酔い | bewegingsziekte; reisziekte |
noru-載る | gedrukt worden; uitgegeven worden; (in druk) verschijnen |
noruma-ノルマ | (toegewezen) quotum |
noruma-ノルマ | (toegewezen) taak |
noruwē-ノルウェー | Noorwegen |
nōshoka-能書家 | vakkundige [begaafde] kalligraaf |
notarejini-野垂れ死に | sterven als een hond; sterven in de goot [aan de kant van de weg] |
nōtatchi-ノータッチ | (honkbal) het niet aanraken met de bal van een honk of tegenstander door een veldspeler |
nozoku-除く | verwijderen; wegnemen; weghalen; elimineren |
nozoku-除く | uitzonderen; uitsluiten; weglaten; overslaan; (fig.) aan de kant zetten |
nozomu-臨む | geconfronteerd worden (met); tegenkomen; het hoofd bieden (aan); weerstaan |
nozue-野末 | uithoeken van het platteland; verafgelegen velden |
nuguu-拭う | afvegen; wegvegen |
nukaame-糠雨 | motregen; lichte regen |
nukaru-抜かる | een misstap [blunder; vergissing] begaan; een fout maken |
nukasu-抜かす | weglaten; overslaan |
nukayorokobi-糠喜び | het te vroeg juichen; voorbarige vreugde |
nukeana-抜け穴 | geheime doorgang; ondergrondse doorgang [passage]; uitweg |
nukedasu-抜け出す | wegglippen; wegkruipen |
nukederu-抜け出る | stilletjes [heimelijk] weggaan [wegglippen] |
nukemichi-抜け道 | zijweg; kortere weg; vluchtweg; uitweg; ontsnappingsroute |
nukeura-抜け裏 | korte(re) weg; vluchtroute; sluiproute; achterweg |
nuki-抜き | het weglaten; overslaan; schrappen; achtereenvolgens verslaan |
nuku-抜く | pikken; stelen; wegnemen |
nuku-抜く | weglaten; overslaan |
nuranura-ぬらぬら | (onomatopee) langzaam bewegend [voortglijdend] |
nusumu-盗む | stelen; wegpakken; afpakken; wegnemen |
nusumu-盗む | ideëen [gedachten] stelen en imiteren; zich iets toeëigenen; afkijken; plagiaat plegen; in het geheim iets van iem. leren |
nusumu-盗む | in het geheim iets doen; in het geheim trouwen; iem. bedriegen |
nyozegamon-如是我聞 | woorden aan het begin van een soetra: Aldus heb ik gehoord |
nyūgakusuru-入学する | zich inschrijven (bij een school); met een opleiding beginnen |
nyūjitotsuzenshishōkōgun-乳児突然死症候群 | wiegendood |
nyūjō-入場 | toegang |
nyūjōryō-入場料 | toegangsprijs; entreegeld; entreeprijs |
nyūkanken-入館券 | entreebiljet; toegangskaart(je) |
nyūkanryō-入館料 | entreeprijs; toegangsprijs (voor museum, bioscoop, e.d.) |
nyūkin-入金 | ontvangen geld [betaling]; tegoed; ontvangsten |
nyūkō-入校 | inschrijving [registratie; toelating] (bij een school, universiteit e.d.) |
nyūseki-入籍 | inschrijving in het familieregister (b.v. bij huwelijk) |
nyūsui-入水 | in het water gaan; zich te water begeven |
nyūtai-入隊 | in militaire dienst gaan; indiensttreding (leger) |
nyū・dīru-ニュー・ディール | reeks economische maatregelen van de Amerikaanse president F. Roosevelt om de Grote Depressie van 1929 te overwinnen |
nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
nyū・furontia-ニュー・フロンティア | New Frontier, de naam die John F. Kennedy gaf aan zijn regeringsprogramma tijdens de presidentsverkiezingen in 1960 |
o-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
o-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
ōbābaransu-オーバーバランス | overwicht; opwegen tegen |
ōbābukkingu-オーバーブッキング | overboeking (te vol boeken, b.v. vliegtuig) |
ōbāran-オーバーラン | het doorschieten van een vliegtuig op een landingsbaan |
obujekushon-オブジェクション | bezwaar; tegenwerping; afkeuring |
ochiayu-落ち鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
ochiyuku-落ち行く | wegvluchten (van een strijdperk, slagveld, etc.) |
ochō-御帳 | (openbaar) register; lijst |
ochō-御帳 | register [lijst] van de magistraat (m.b.t. de misdaden, verblijfplaats, e.d. van criminelen en ex-gevangenen) |
ochō-御帳 | register [lijst] van uitgeschreven personen (m.b.t. erfenis e.d.) |
ōdā-オーダー | (klooster) orde; congregatie |
odamaki-苧環 | akelei (Aquilegia flabellata) |
odateru-煽てる | aanzetten; aansporen; opstoken; ertoe bewegen; vleien |
odoriba-踊り場 | overloop (halverwege een trap) |
ofisharu・rekōdo-オフィシャル・レコード | officieel rapport [register; document] |
ōfuku-往復 | heen-en-terug; heen-en-weer; heenweg en terugweg |
ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
ofuregaki-御触書 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
ofu・rimitto-オフ・リミット | verboden (toegang) |
ogasawararyū-小笠原流 | (traditioneel) een school die gespecialiseerd is in etiquette (en in de gedragsregels binnen de krijgselite van Japan) |
ogasawararyū-小笠原流 | een school die gespecialiseerd is in krijgsvoering en strategieën [of in boogschieten en paardrijden] |
ōhanhensei-黄斑変性 | maculadegeneratie (oogziekte) |
oharaibako-お払い箱 | ontslag; wegwerping |
oi-おい | (uitroep) hé!; hé zeg!; let op! |
oichirasu-追い散らす | wegjagen; verjagen; uiteendrijven; verspreiden |
oidasu-追い出す | wegjagen; verjagen; uit (huis) zetten; iem. (er) uitsturen |
oidasu-追い出す | ontslaan; (iem.) wegsturen |
oiharau-追い払う | wegjagen; uiteendrijven; verspreiden |
ōin-押印 | het verzegelen; stempelen; aanbrengen van een zegel |
oiru・fensu-オイル・フェンス | oliegiek (drijvende barrière om olielekkage op te vangen) |
oitateru-追い立てる | wegjagen; wegsturen; voor zich uit drijven |
oiwake-追分 | een wegsplitsing |
ōji-往事 | eerdere [vroegere] gebeurtenissen [voorvallen] |
ōji-王事 | vorstelijke [keizerlijke; koninklijke] aangelegenheden [zaken] |
ōjitsu-往日 | vroegere tijd; oude tijden |
okaerinasai-お帰りなさい | welkom thuis; welkom terug (gezegd door degene die thuis is tegen degene die thuis komt) |
okami-御上 | (keizerlijk; koninklijk) hof; regering; shogunaat |
ōkan-往還 | een (hoofd)weg [straat] |
oki-沖 | de open zee (ver weg van de kust); de verte; het verschiet |
oki-置き | (als achtervoegsel) om de; om en om; elke; met tussenpozen [tussenruimte] van |
okiji-置き字 | literaire schrijfstijl in brieven waarin bijwoorden, voegwoorden, e.d. in kanji worden geschreven (b.v. oyoso 凡, mata 又) |
okite-掟 | regel; voorschrift; regelgeving; verordening; wet |
ōkō-横行 | het doelloos rondlopen [zich verplaatsen; zich voortbewegen]; het zijwaarts zich verplaatsen [voortbewegen] |
okotaru-怠る | verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; achterwege laten |
okuchi-奥地 | afgelegen gebied (ver weg van de zee en steden); het achterland |
okumaru-奥まる | (diep) binnenin (een huis) gelegen zijn |
okumaru-奥まる | bescheiden [verlegen] zijn |
okuri-送り | het wegbrengen; sturen; zenden; overbrengen |
okutsuki-奥津城 | begraafplaats; graftombe |
okuyukashii-奥ゆかしい | mooi; gracieus; elegant; smaakvol; verfijnd; bescheiden; teruggetrokken |
omake-お負け | weggevertje (bv. bij een aankoop); extraatje; cadeau; bonus |
omega-オメガ | omega, de laatste letter van het Griekse alfabet (Ω, ω) |
ōmenkyō-凹面鏡 | een concave [holle] spiegel |
ometsukeyaku-お目付役 | (beleefd) waakhond (ook fig.) bewaker; beschermer; begeleider |
omisshon-オミッション | omissie; weglating; verzuim |
omiyage-御土産 | souvenir, aandenken meegenomen van een reis; geschenk; cadeau; presentje |
omohayui-面映ゆい | verlegen; beschaamd |
omoichigai-思い違い | misverstand; misvatting; verkeerde inschatting [interpretatie]; onbegrip |
omori-重り | gewicht (voor weegschaal) |
omotekata-表方 | (in het theater) personeel dat in direct in contact staat met de bezoekers (kaartverkopers, begeleiders etc) |
omoteura-表裏 | hypocriet; oneerlijk; bedrieglijk |
omotezukai-面使い | één van de bewegingen in Nō theater (het hoofd naar links en rechts draaien om om je heen te kijken) |
omozukai-主使い | (bunraku) de hoofdpoppenspeler die het hoofd en de rechterarm van een pop beweegt |
ōmu-鸚鵡 | papegaai |
ōmubyō-オウム病 | papegaaienziekte; psittacosis |
ōmugaeshi-鸚鵡返し | het (iemand) napraten; papegaaien |
ōmugaeshi-鸚鵡返し | bijJapanse waka (gedichten) een versregel van een ander herhalen met een kleine wijziging daarin |
on-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
onagare-お流れ | annulering; opzegging; opgave |
onagare-お流れ | beleefde zegswijze waarbij de gastheer aan de eregast om diens sakekopje vraagt (om zelf uit te drinken) |
ōnatsu-押捺 | het verzegelen; stempelen |
onbō-隠亡 | medewerker van een crematorium; bewaker van een begraafplaats |
ōnen-往年 | eens; voorheen; vroeger; voorbije jaren |
onga-温雅 | warmte en sierlijkheid; sereniteit en elegantie |
ongoku-遠国 | een verafgelegen; land [gebied] |
ongyoku-音曲 | Japanse traditionele liedjes, begeleid door shamisen muziek |
onigawara-鬼瓦 | een daktegel met een demonen-masker erop |
onreko-オンレコ | officieel vermeld; geregistreerd |
onrimitto-オンリミット | toegankelijk [toegestaan] voor bepaalde personen |
onten-恩典 | voorrecht; privilege; dispensatie |
on・rain・riaru・taimu・shisutemu-オン・ライン・リアル・タイム・システム | OLRT, een software systeem met gecombineerde reactie- en uitvoertijd van een taak die korter is dan de maximale toegestane tijd |
ōō-往往 | vaak; af en toe; bij gelegenheid |
ooame-大雨 | stortregen; zware regenval |
oodoori-大通り | hoofdstraat; hoofdweg; brede straat [weg; laan] |
ooji-大路 | hoofdweg; hoofdstraat; verbindingsweg; een grote [brede] weg [straat]; boulevard |
ooyoso-大凡 | basis; grondslag; (bij) benadering; in grote trekken; in het algemeen; ruwweg |
operēshonzu・risāchi-オペレーションズ・リサーチ | operationeel onderzoek; toegepaste bedrijfsresearch |
operētā-オペレーター | iemand die een machine [toestel) bedient [bestuurt]; operateur; bedieningstechnicus; telegrafist |
opojishon-オポジション | oppositie; weerstand; verzet; tegenstand |
ōpun-オープン | open; geopend; vrij toegankelijk; openstaand; openbaar |
ōpuningu-オープニング | opening; start; beginfase |
ōpuningu-オープニング | kans; gelegenheid |
ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
ōpun・kōsu-オープン・コース | open (toegankelijke) cursus |
ōpun・sando-オープン・サンド | open sandwich (belegde boterham) |
ōpun・sandoitchi-オープン・サンドイッチ | open sandwich (belegde boterham) |
ōrai-往来 | weg; straat |
oregano-オレガノ | oregano (tuinkruid) |
ōrenzu-凹レンズ | concave [holle; negatieve] lens |
oresama-俺様 | (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord voor) een egoïst; egocentrische [arrogante] man |
oriashiku-折悪しく | helaas; ongelegen; slecht uitkomend; op een ongelukkig moment; jammer genoeg |
oriau-折り合う | goed overweg kunnen met (elkaar); goede relatie [verstandhouding] hebben met |
orifushi-折節 | (op) dat moment; (bij) die gelegenheid |
orihime-織り姫 | Wega (alpha Lyrae of Vega), een ster in het sterrenbeeld Lier |
orikomi-折り込み | tussenvoeging; inzetstuk; inlegvel |
orikomikōkoku-折り込み広告 | bijgevoegde reclamefolder; inlegvel met reclame |
orikomu-折り込む | invoegen; naar binnen vouwen; plooien; zomen (kleding) |
oriru-下りる | beginnen; neerdalen; invallen (vorst; dooi; duisternis) |
orutānatibu-オルターナティブ | alternatief; optie; keuze(mogelijkheid); uitweg |
ōru・in・wan-オール・イン・ワン | alles-in-één (geïntegreerd) |
osaekomi-抑え込み | (judo) houdgreep door de tegenstander op de grond te drukken |
osagari-お下がり | afdankertje; afleggertje (van kledingstukken, speelgoed, e.d.)\ |
osagari-お下がり | term gebruikt voor de regen of sneeuw die valt tijdens de eerste drie dagen van het nieuwe jaar |
osameru-治める | regeren; heersen; besturen |
ōsen-応戦 | reactie op een aanval; tegenaanval |
ōsensuru-応戦する | terugvechten; een tegenaanval uitvoeren |
ōshi-王師 | leger van de keizer |
oshiego-教え子 | iemands (oud-)leerling [(oud-)student; vroegere discipel] |
oshige-惜しげ | tegenzin; spijt; terughoudendheid |
oshikakeru-押しかける | (van mensen) te hoop lopen; toestromen; met z'n allen tegelijk naar binnen gaan |
oshikiru-押し切る | tegenstand negeren; iem. zijn wil opleggen; zijn zin doordrukken |
oshinokeru-押し退ける | (iets of iem.) (weg)duwen; (weg)schuiven; verschuiven |
oshite-押し手 | bewijszegel |
oshitsukeru-押し付ける | duwen [vastzetten; houden] (tegen); (ergens) tegenaan drukken |
oshitsukeru-押し付ける | iem. dwingen iets te doen; iem. zijn wil opleggen |
oshitsumeru-押し詰める | iets kort [bondig] zeggen |
oshiwakeru-押し分ける | opzij drukken; uit elkaar duwen; zich een weg banen (door) |
oshiyaru-押し遣る | wegduwen; opzij duwen |
oshiyoseru-押し寄せる | voortbewegen; oprukken; toestromen |
ōshū-押収 | confiscatie; (gerechtelijke) inbeslagneming; beslaglegging |
ōshūsuru-押収する | confisqueren; in beslag nemen; beslag leggen (op) |
ōso-応訴 | tegenaanklacht; wederbeschuldiging (van een aangeklaagde tegen de aanklager) |
ōsō-押送 | escorte (gewapende begeleiding); overplaatsing (v.e. gevangene) |
osoban-遅番 | late (ploegen)dienst; avonddienst |
ossharu-仰る | (erend werkwoord voor 言う) zeggen; spreken |
ōsui-王水 | koningswater; aqua regia (mengsel van zoutzuur en salpeterzuur) |
otasshisho-御達書 | wetgeving; (schriftelijk) bevel (afgegeven door een hoge overheidsinstantie) |
ōte-王手 | schaak (positie waarbij de koning van de tegenstander direct wordt aangevallen; bij schaakspel, shogi, e.d.) |
otemae-お手前 | de regels [handelingen] bij een theeceremonie |
otemori-お手盛り | de dingen doen zoals jezelf het beste uitkomt; ten gunste van jezelf dingen regelen |
otosu-落とす | missen; weghalen; verwijderen; weglaten |
otozureru-訪れる | bezoeken; een bezoek brengen [afleggen] |
ottsukeru-押っ付ける | duwen; drukken (op; tegen) |
ottsukeru-押っ付ける | bij Sumo de arm van de tegenstander vastklemmen zodat die de gordel niet kan pakken |
ou-追う | opjagen; doen vliegen (van vogels e.d.) |
oyaomoi-親思い | liefde [genegenheid] voor je ouders |
ōyōkagaku-応用化学 | toegepaste chemie [scheikunde] |
ozuozu-怖ず怖ず | verlegen; bedeesd; angstig; aarzelend |
pāfekuto・gēmu-パーフェクト・ゲーム | perfecte wedstrijd (een honkbalwedstrijd waarin de tegenstander geen enkele run heeft gemaakt) |
paionia-パイオニア | pionier; baanbreker; wegbereider |
pairēto・edishon-パイレート・エディション | illegale [geplagieerde] editie [uitgave] |
pairotto-パイロット | piloot; vlieger; vliegenier |
pākingu-パーキング | het parkeren; parkeergelegenheid |
pakuru-ぱくる | stelen; wegpakken; afhandig maken (van geld of goederen); zwendelen |
papakatsusuru-パパ活する | het suikerpapa zijn; het tegen betaling (of cadeaus) daten (van een oudere man) met een jonge vrouw |
paradokkusu-パラドックス | paradox; schijnbare tegenstelling |
parusā-パルサー | pulsar (een hemellichaam dat regelmatig pulsen van radiogolven en röntgenstralen uitzendt) |
pāsā-パーサー | hoofd van het cabinepersoneel (in een vliegtuig) |
patapata-ぱたぱた | (geluid van) gekletter (regen); getrippel (voeten); geklapper (doek, etc.); geflapper (vleugels) |
pegasasu-ペガサス | Pegasus (gevleugeld paard in de Griekse mythologie) |
pegasosu-ペガソス | Pegasus (gevleugeld paard in de Griekse mythologie) |
penihi-ペニヒ | pfennig (vroegere Duitse munt, 1/100 mark) |
pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
peseta-ペセタ | peseta (vroegere Spaanse munteenheid) |
peso-ペソ | peso (munteenheid, tegenwoordig van diverse Zuid-Amerikaanse landen en de Filipijnen) |
pēsuto-ペースト | (computer) plakken; invoegen |
pēsutorī-ペーストリー | deeg; pasteideeg; brooddeeg; taartendeeg |
petenshi-ペテン師 | (Chin.: bēngzi) zwendelaar; oplichter; bedrieger |
pike-ピケ | stakerspost; stakingspiket; stakingswacht (een staker die werkwilligen tegenhoudt) |
piketto-ピケット | stakingspost (wacht om stakingsbrekers tegen te houden) |
pitchi-ピッチ | regelmatige afstand [verhouding] van omwentelingen [perforaties; steken van een tandwiel, etc.] |
pitchi-ピッチ | het aantal keren dat de armen en benen bewegen tijdens het zwemmen |
pitto-ピット | gat achter een bowlingbaan waar de omgevallen kegels in vallen |
pī・etchi-ピー・エッチ | pH, maat voor de zuurtegraad |
pī・ō・esushisutemu-POSシステム | (point of sale system) computergestuurd kasregister |
poisute-ポイ捨て | het weggooien van (klein) afval op de openbare weg (b.v. van sigarettenpeuken, e.d.) |
pokanto-ぽかんと | afwezig; leeg; wazig |
pokarito-ぽかりと | leeg; afwezig; wezenloos |
pokatto-ぽかっと | leeg; afwezig; wezenloos |
poppoya-鉄道員 | (in dialect, onomatopee: tjoeketjoeke, voor) spoorwegman |
porishī-ポリシー | beleid; politieke maatregelen |
pōtā-ポーター | kruier; drager van bagage (station, hotel, vliegveld, etc.) |
pōtā-ポーター | valet (iemand belast met het parkeren en ophalen van auto's van gasten van restaurants, hotels, vliegvelden, etc.) |
puran-プラン | ontwerp; plattegrond; blauwdruk |
purasu・arufa-プラス・アルファ | plus daarbij toegevoegd; plus extra |
purau-プラウ | ploeg (landbouwwerktuig) |
pure-プレ | pre- (voorvoegsel aan z.n.w, met de toegevoegde betekenis: voor) |
purē-プレー | (afk. van play ball) oproep van de scheidsrechter bij balsporten, zoals b.v. honkbal, om te beginnen |
purēbōru-プレーボール | oproep van de scheidsrechter bij balsporten, zoals b.v. honkbal, om te beginnen |
purēn-プレーン | eenvoudig; gewoon; zonder toevoegingen; puur; niet versierd |
purēsu・kikku-プレース・キック | trap tegen de bal vanuit een stilstaande positie (sportterm) |
purē・bōru-プレー・ボール | (honkbal, tennis, etc.) aankondiging dat een wedstrijd kan beginnen |
purē・bōru-プレー・ボール | (figuurlijk) beginnen; aan het werk gaan |
purinshipuru-プリンシプル | grondbeginsel; principe |
puromunādo-プロムナード | wandelweg; promenade; boulevard; wandelgang |
purosesu・chīzu-プロセス・チーズ | smeltkaas (kaas zachtgemaakt door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren) |
pūrunetsu-プール熱 | faryngo-conjunctieve koorts (lett. zwembadkoorts, vanwege vaak voorkomen van besmetting via zwembaden) |
ra-等 | (achtervoegsel dat meervoud aangeeft) |
rabu・gēmu-ラブ・ゲーム | (Eng.: love game) game gewonnen zonder dat de tegenstander scoort (tennis, badminton) |
rachi-埒 | begrenzing; omheining |
raden-螺鈿 | raden, de techniek van het inleggen van dunne lagen parelmoer (b.v. in lakwerk) |
raichō-来朝 | (hist. China, Japan) bezoek aan het hof van een buitenlandse delegatie |
raidingu-ライディング | houding bij worstelen waarbij men boven op een tegenstander ligt en ervoor zorgt dat die niet kan bewegen |
raitofuraikyū-ライトフライ級 | lichtvlieggewicht (gewichtsklasse boksen) |
rakuchaku-落着 | overeenkomst; akkoord; regeling; schikking; afwikkeling |
rakugan-落雁 | een wilde gans die komt aanvliegen en neerstrijkt op een veld |
ramune-ラムネ | Ramune, Schots-Japanse koolzuurhoudende frisdrank in een glazen flesje, verzegeld met een knikker |
ran-藍 | indigo, donkerblauwe kleur (verkregen uit de Chinese indigo plant, Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
ranbō-乱暴 | geweld(pleging); mishandeling |
randamu・akusesu-ランダム・アクセス | random access; willekeurige toegang |
ranpu-ランプ | helling, talud, schans; oprit naar snelweg |
ran'un-乱雲 | regenwolk; nimbus |
rapukon-ラプコン | radar approach control (controleert aanvlieg- en vertrekroutes van het luchtverkeer) |
rasotsu-邏卒 | politieagent (begin Meiji tijdperk |
refarensu-レファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
refarensu・guruppu-レファレンス・グループ | referentiegroep |
regee-レゲエ | reggae (muziek) |
rei-礼 | begroeting; groet; buiging; reverence |
reijō-令嬢 | dochter van een gegoede familie |
reikai-例会 | reguliere vergadering; regelmatige ontmoeting [bijeenkomst] |
reikai-例解 | illustratie; toelichting; uitleg (met voorbeelden) |
reiki-例規 | vastgestelde regel; conventie; statuut; precedentregel |
reimeiki-黎明期 | (fig.) dageraad; eerste begin; geboorte |
reinuea-レインウェア | regenkleding |
rein・shūzu-レイン・シューズ | regenschoenen; waterbestendig schoeisel; regenlaarzen |
reiu-冷雨 | koude regen |
reiwa-令和 | Reiwa, naam van de regeringsperiode (vanaf 1 mei 2019 -) van keizer Naruhito |
reiwa-例話 | verklarende uitleg; illustratief voorbeeld |
rejendo-レジェンド | legende; legendarische figuur |
rejendo-レジェンド | legenda; inscriptie; opschrift |
rejion・donūru-レジオン・ドヌール | (Frans: Légion d’honneur) Legioen van Eer (ridderorde) |
rejisutā-レジスター | register; lijst; archief; registratie |
rejisutā-レジスター | (muziek) register |
rekidai-歴代 | opeenvolgende generaties; van vroeger tot nu; |
rekka-劣化 | verval; aantasting; verslechtering; degeneratie |
rekkitoshita-歴とした | echt; onmiskenbaar; duidelijk; onweerlegbaar; wettelijk |
rekuchā-レクチャー | (hoor)college; lezing |
rekuchā-レクチャー | instructie; voorlichting; uitleg |
rēn-レーン | rijstrook; baan (auto, bus, etc.; ook bij sport: zwemmen, kegelen, etc.) |
rēn-レーン | regen |
ren-聯 | twee bij elkaar horende regels in een lüshi, een klassiek-Chinese dichtvorm; stanza; strofe |
ren-連 | telwoord voor aaneengeregen dingen (kralen, etc.) |
renbo-恋慕 | liefde; tedere gevoelens; genegenheid |
renchi-廉恥 | eer; integriteit |
renkō-連行 | begeleiding naar een politiebureau (niet geheel op vrijwillige basis) |
rensai-連載 | publicatie als serie [feuilleton]; een reeks van artikelen [verhalen] die in afleveringen worden uitgegeven (in kranten, tijdschriften, e.d.) |
rensei-連星 | dubbelster (twee sterren die om een gemeenschappelijk zwaartepunt bewegen) |
rentaishūshokugo-連体修飾語 | (taalkunde) een bepaling [bepalend woord] bij een niet-infecterend [onvervoegbaar] woord |
renzutsukifirumu-レンズ付きフィルム | wegwerpcamera |
ren'on-連音 | (taalkunde) sandhi (gelijkwording van eind- en beginklank van opeenvolgende delen) |
ren'yōshūshokugo-連用修飾語 | (taalkunde) een bepaling [bepalend woord] bij een inflecterend [vervoegbaar] woord |
rēruwē-レールウェー | spoor; spoorweg; spoorlijn; spoorbaan |
resu-レス | (van Engels achtervoegsel) zonder; -loos |
resukyūtai-レスキュー隊 | reddingsploeg; reddingsteam |
resuto'eria-レストエリア | rustplaats [parkeerplaats] langs de snelweg |
reten-レ点 | vinkje (voor het aanmerken tekstregels) |
retsu-列 | rij; regel; kolom |
retsu-列 | rang; categorie |
ri-理 | principe; beginsel; wet |
riabyūmirā-リアヴューミラー | achteruitkijkspiegel (auto) |
riakushon-リアクション | (mechanica) reactie; tegenbeweging |
rifarensu-リファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
rījonarizumu-リージョナリズム | regionalisme |
rikai-理解 | begrip; inzicht; doorzicht |
rikaisuru-理解する | begrijpen; bevatten; doorhebben; inzien |
rikkenseitai-立憲政体 | constitutionele regering; constitutioneel staatsbestel |
rikkensuru-立件する | een rechtszaak aanspannen [beginnen]; procederen; een vervolging instellen |
riko-利己 | eigenbelang; zelfzucht; egoïsme |
rikoshugi-利己主義 | egoïsme |
rikoteki-利己的 | zelfzuchtig; egoïstisch |
rikugun-陸軍 | leger; krijgsmacht |
rikusho-六書 | de zes categorieën van de samenstelling en het gebruik van Chinese karakters [kanji] |
rīkusuru-リークする | lekken; weglekken; doorlekken; (laten) uitlekken |
rimujin-リムジン | pendelbus (b.v. van vliegveld of hotel) |
rin-鈴 | belletje om begin of eind van iets aan te geven |
rindō-林道 | bosweg; bospad |
ringisho-稟議書 | een voorstel dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de betrokken bestuurders |
rinsetsu-隣接 | aangrenzend [naastgelegen] zijn; nabijheid |
rippa-立派 | pracht; grandeur; elegantie |
rippōtai-立方体 | kubus; regelmatig veelvlak [zesvlak] |
rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
riseki-離籍 | het verwijderen van een naam uit het familieregister |
risshū-立秋 | het begin [de eerste dag] van de herfst (volgens de maankalender op 8 augustus) |
risshun-立春 | het begin van de lente; de dag waarop de lente begint (4 febr.) |
risui-離水 | het opstijgen uit [vanaf] het water (van een watervliegtuig, e.d.) |
ritō-離島 | een afgelegen eiland |
rittō-立冬 | het begin van de winter; de eerste winterdag (volgens de maankalender) |
roban-路盤 | wegverharding (basislaag en onderste oppervlaktelaag, onder het wegdek) |
roban-路盤 | de grond die geëgaliseerd is om spoorrails te ondersteunen |
robō-路傍 | de kant van de weg [straat]; berm |
rōdo-ロード | weg; straat |
rōdōundō-労働運動 | arbeidersbeweging |
rōdowāku-ロードワーク | wegtraining; looptraining op de weg |
rōdo・mappu-ロード・マップ | wegenkaart |
rōdo・mirā-ロード・ミラー | verkeersspiegel |
rōdo・mūbī-ロード・ムービー | roadmovie (filmgenre waarin de hoofdpersonen onderweg zijn) |
rōdo・rēsu-ロード・レース | wegrace; wegwedstrijd; autorace op de (openbare) weg |
roji-路地 | laan; tuinpad; steeg |
rojin-ロジン | colofonium; spiegelhars; vioolhars; pijnhars (natuurlijke hars gewonnen uit naaldbomen, Pinus) |
rōjō-籠城 | het verdedigen van een kasteel (tijdens een belegering); verschansing |
rojō-路上 | wegdek; op straat |
rojō-路上 | op weg (naar een bestemming, levensdoel, e.d.) |
rokkotsu-肋骨 | benaming voor decoratief lint op legeruniformen (tijdens de Russisch-Japanse Oorlog 1904-1905) |
rokuga-録画 | video-opname; videoregistratie |
rokumentai-六面体 | (regelmatig) zesvlak; hexaëder |
rokuna-碌な | goed; genoeg; voldoende; bevredigend |
rokuni-碌に | voldoende; genoeg; behoorlijk; juist; correct (vaak gebruikt met negatie) |
rokuroku-碌碌 | voldoende [genoeg] zijn |
rokuroku-碌碌 | (met negatie) niet voldoende [genoeg] zijn |
rokusuppo-碌すっぽ | voldoende; genoeg; behoorlijk; juist; correct (vaak gebruikt met negatie) |
romen-路面 | wegdek; bestrating; plaveisel |
romentōketsu-路面凍結 | het bevriezen van het wegdek |
ronbaku-論駁 | weerlegging; tegenargument(en) |
ronjiru-論じる | overwegen; in aanmerking nemen |
ronpa-論破 | bestrijding van een theorie, opvatting e.d.; het met tegenargumenten komen |
ronteki-論敵 | opponent [tegenstander] in een debat |
ronzuru-論ずる | overwegen; in aanmerking nemen |
rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
rosen-路線 | route (voor autorit, treinrels, vliegbestemming e.d.) |
rōsuto・chikin-ロースト・チキン | grillkip; grillhaantje; braadkip; gebraden [gegrilde] kip |
rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
rōtīn-ローティーン | vroege tienerjaren (10 t/m 14) |
rotō-路頭 | kant van de weg; berm |
ruibetsu-類別 | classificatie; categorisering |
ruigainen-類概念 | (logica) een generiek begrip [concept] |
ruihan-累犯 | een herhaalde misdaadpleging [overtreding]; recidive |
rūpusen-ループ線 | spiraalvormige spoorlijn (b.v. om tegen een steile helling op te rijden) |
rūru-ルール | regel; voorschrift |
rusetsu-流説 | ongegrond verhaal [gerucht; verslag] |
ryakkai-略解 | korte toelichting [verklaring; uiteg] |
ryaku-略 | omissie; weglating |
ryakusetsu-略説 | korte uitleg; samenvatting; (kort) overzicht |
ryakusu-略す | afkorten; verkorten; inkorten; weglaten |
ryakusuru-略する | afkorten; inkorten; verkorten; weglaten |
ryakuzu-略図 | ruwe schets; plattegrond (zonder details); eenvoudige tekening; contouren |
ryō-両 | een ryō [tael], een weeg-eenheid (voor goud, zilver, etc.) |
ryōjo-諒恕 | acceptatie; inwilliging (in overweging van iemand's situatie); consideratie |
ryokakuki-旅客機 | passagiersvliegtuig |
ryokkaundō-緑化運動 | campagne [promotiebeweging] voor vergroening |
ryokudo-緑土 | gebied met weelderige vegetatie |
ryōshō-了承 | erkenning; begrip; besef |
ryōtō-両刀 | (afk. voor) het met twee zwaarden tegelijk vechten |
ryōtōzukai-両刀遣い | met twee zwaarden tegelijk kunnen vechten; iemand die met twee zwaarden tegelijk vecht |
ryūdōsei-流動性 | vloeibaarheid; beweeglijkheid |
ryūgen-流言 | (ongegrond) gerucht; verzonnen bericht [verhaal]; verzinsel; kletspraatje |
ryūsetsu-流説 | ongegrond verhaal [gerucht; verslag] |
ryūshitsu-流失 | weggespoeld [meegesleurd] worden |
ryūtōdabi-竜頭蛇尾 | een veelbelovend begin dat uitloopt op een teleurstellend einde; een anticlimax |
sāba-サーバ | degene die serveert (tennis, etc.) |
sābā-サーバー | degene die serveert (tennis, etc.) |
sābisu・eria-サービス・エリア | wegrestauratie (met tankstation) |
sadame-定め | wetgeving; regelgeving; bepaling; regulering |
sadameru-定める | beslissen; besluiten; bepalen; vastleggen (datum, afspraak) |
sadameru-定める | voorschrijven; regels [wetten] vaststellen [maken] |
sagekaji-下げ舵 | het omlaag duwen van de stuurknuppel van een vliegtuig |
sageru-下げる | degraderen |
sagishi-詐欺師 | fraudeur; bedrieger; oplichter; zwendelaar |
sagyōkantokusha-作業監督者 | ploegbaas; voorman |
sagyōkōtai-作業交替 | ploegendienst |
sai-才 | (aangeboren) talent; aanleg (voor iets) |
sai-最 | (voorvoegsel) beste; meeste; maximum; belangrijkste |
saibanken-裁判権 | jurisdictie; rechtspraak; rechtsbevoegdheid; rechtsmacht |
saibōbunkai-細胞分解 | putrefactie; celdesintegratie; ontbinding |
saibunka-細分化 | onderverdeling; segmentatie; fractionering; versnippering |
saibunkasuru-細分化する | onderverdelen; segmenteren; fractioneren; versnipperen |
saibutsu-才物 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
saidaikyū-最大級 | hoogste [grootste] niveau [klasse]; topcategorie |
saido-サイド | team; ploeg; partij |
saidokumoji-再読文字 | kanji met toegevoegde [tweede] lezing (m.n. in Kanbun teksten) |
saido・suteppu-サイド・ステップ | opzijgaan; uit de weg gaan; ontwijken |
saientorojī-サイエントロジー | Scientology beweging [kerk] |
saigen-際限 | eindpunt; grens; beperking; begrenzing |
saigokusanjūsansho-西国三十三所 | Saikoku pelgrimage naar 33 tempels gewijd aan Kanon (in de Kansai regio van Japan) |
saihan-再犯 | herhaalde misdaadpleging [overtreding]; recidive |
saihate-最果て | de verste [meest afgelegen] (plek) |
saijin-才人 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
saika-裁可 | (onder de Meiji grondwet) officiële goedkeuring van de keizer voor wetsvoorstellen en begrotingen |
saikei-歳計 | jaarrekening; begroting |
saikeikoku-最恵国 | meest begunstigde natie (voor handel) |
saiken-細見 | gedetailleerde kaart [plattegrond; gids] |
saikentōsuru-再検討する | herzien; heroverwegen; opnieuw onderzoeken |
saikyōyaki-西京焼き | gegrilde, in miso gemarineerde visfilet |
saimarukyasuto-サイマルキャスト | simulcasten (afk. van simultaneous broadcast; een uitzending tegelijk over meerdere media uitzenden) |
sainō-才能 | begaafdheid; aanleg; talent; gave |
sairoku-採録 | transciptie; registratie; optekening |
sairoku-載録 | transcriptie; registratie; optekening |
sairon-細論 | gedetailleerde uitleg [bespreking] |
sairyaku-才略 | intelligentie en tactiek [strategie]; vindingrijkheid |
sairyō-宰領 | het organiseren [verzorgen; begeleiden] van groepsreizen; reisleider; gids |
sairyō-裁量 | (discretionaire) beslissingsbevoegdheid |
saisai-再再 | vaak; regelmatig; frequent |
saisansei-採算制 | systeem van aparte winstberekening (per afdeling of regio) |
saisei-再生 | reanimatie; regeneratie |
saisetsukyū-噴石丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
saisho-最初 | het begin; de start; aanvang; het eerst; de eerste |
saishokushugi-菜食主義 | vegetarisme |
saishokushugisha-菜食主義者 | vegetariër |
saitanchō-歳旦帳 | saitan-chō, een gedichtenbundel uitgegeven ter gelegenheid van de saitan-biraki bijeenkomst |
saiu-細雨 | lichte regen; motregen |
saiuyoku-最右翼 | dominant persoon; sterkste mededinger [deelnemer]; degene met de meeste kans (om te winnen) |
saiwa-再話 | het opnieuw vertellen (van een legende, oud verhaal, e.d.); een nieuwe [eigentijdse] versie van een oud verhaal |
sajikagen-匙加減 | rekening houdend (met); overweging; beoordeling |
sakarau-逆らう | indruisen tegen; ingaan tegen |
sakazuki-杯 | een drinkgelag; banket; huwelijksdronk (het drinken uit elkaars glazen door bruid en bruidegom op hun huwelijk) |
sakazukigoto-杯事 | met een drankje [een toost] een gelofte [afspraak] bezegelen |
sakeru-避ける | vermijden; ontwijken; uit de weg gaan; ontlopen |
saki-左記 | (verwijzing links van een verticale Japanse tekst, van rechts naar links geschreven) zoals volgt; zoals hierna aangegeven |
sakibashiru-先走る | op de zaken vooruit lopen; te snel handelen; te vroeg starten; voor de troepen uitlopen (fig.) |
sakigake-先駆け | pionier; wegbereider; initiatiefnemer; voorloper; voorbode; leider |
sakimonogai-先物買い | het speculeren (bij beleggen) |
sakkaku-錯覚 | waanvoorstelling; zinsbegoocheling; hallucinatie |
sakki-数奇 | ongeluk; tegenspoed; tegenslag; pech |
sakkon-昨今 | tegenwoordig;; heden; momenteel |
saku-朔 | de kalender voor het nieuwe jaar die de keizer in China (in vroegere tijden) aan het eind van het jaar aan vorsten gaf |
saku-策 | plan; strategie; maatregel; list; intrige |
sakugen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
sakui-作為 | het begaan [bedrijven] (van een misdaad); doen; uitvoeren |
sakuin-索引 | index; trefwoordenregister |
sakujō-作条 | ploegsnede; geul; greppel |
sakujo-削除 | doorhaling; wegstreping; geschrapt woord; geschrapte passage |
sakujosuru-削除する | wegstrepen; doorhalen; schrappen |
sakuryaku-策略 | strategie; tactiek; list |
sakusen-作戦 | strategie; tactiek; strijdplan |
sakutei-策定 | het opstellen van een plan [strategie; beleid] |
sakuteisuru-策定する | een plan [strategie; beleid] opstellen |
samidare-五月雨 | vroege zomerregen |
samoarinan-然もありなん | begrijpelijk (zijn); niet meer dan logisch (zijn) |
samoshii-さもしい | gemeen; laag; verachtelijk; egoïstisch; zelfzuchtig |
samue-作務衣 | samue, werkkleding van Japanse boeddhistische monniken (tegenwoordig ook gedragen als vrijetijds- of werkkleding) |
sandō-参道 | de toegangsweg naar een tempel of heiligdom |
sandō-山道 | bergweg; bergpad |
sangai-三界 | (boeddh.) de drie werelden van transmigratie (de wereld van wezens met begeerten, van wezens met vorm en van wezens zonder vorm) |
sangaku-参学 | gezamelijk hoorcollege over de boeddhistische leer |
sangun-三軍 | het gehele leger; de gezamenlijke strijdkrachten (landmacht, marine en luchtmacht) |
sangyō-三業 | 3 soorten horeca gelegenheden (restaurants, geishahuizen en bordelen) |
sangyōritchi-産業立地 | geschikte locatie voor industrie; goed industriegebied |
sangyōyobigun-産業予備軍 | industrieel reserveleger (Marxistische term voor de grote groep werkelozen, die door kapitalisten gebruikt werden om werkenden onder druk te zetten) |
sanjūrokkei-三十六計 | 36 oude Chinese militaire strategieën [tactieken] |
sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
sankō-参考 | verwijzing; referentie; raadpleging |
sankushon-サンクション | sanctie; dwangmaatregel |
sanmon-三門 | driedelige toegangspoort bij een tempel (m.n. een grote in het midden met twee kleine ernaast) |
sannyū-参入 | toegang (tot) |
sanpeijiru-三平汁 | gerecht uit Hokkaido, een soep met rijstzemelen, vis en ingelegde groenten |
sanpiryōron-賛否両論 | voor- en tegenargumenten; pro en contra |
sanro-山路 | bergweg; bergpad |
sansan-潸潸 | het onophoudelijk zacht regenen; het motregenen [miezeren]; het druppelen van de regen |
sansaro-三差路 | driesprong; drievoudige wegkruising; kruising van 3 wegen |
sanseiu-酸性雨 | zure regen |
sansha-三舎 | in historisch China de afstand van een 3 daagse marstocht door een leger (ca. 36km) |
sanshō-参照 | consultatie; raadpleging; verwijzing |
sanshōsuru-参照する | consulteren; raadplegen; verwijzen naar; refereren aan |
sanshunojingi-三種の神器 | de drie heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
santōshin-三等親 | derdegraadsverwantschap; familieverwantschap van de derde graad |
sanzai-散在 | diffuus [verspreid] gelegen |
sanzen-参禅 | beoefening van zen-meditatie (onder begeleiding van een zen-meester) |
san'u-山雨 | regenval in [uit] de bergen; bergregen |
sarasu-晒す | onthullen; blootleggen |
saru-去る | vertrekken; (ver) weggaan |
sasagani-細蟹 | spin (zo genoemd vanwege de gelijkenis met een kleine krab); spinnenweb |
sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
sashidasu-差し出す | indienen; aanbieden; voorleggen |
sashigane-差し金 | een stok met een touwtje, om de handen van marionetten [bunraku poppen] te laten bewegen |
sashikomi-差し込み | insertie; tussenvoeging; tussenzetsel |
sashiosae-差し押え | inbeslagname; beslaglegging; (financiële) executie |
sashō-詐称 | een valse [onjuiste] voorstelling van zaken [verklaring; gegevens] |
satogo-里子 | pleegkind |
satoi-聡い | snel (van begrip); scherp |
satokata-里方 | familie van een schoondochter of pleegkind |
satooya-里親 | pleegouder(s) |
satori-悟り | begrip; inzicht |
satoru-悟る | (be)merken; zich realiseren; begrijpen; gewaarworden |
satsukibare-五月晴れ | mooi weer in mei (tijdens het regenseizoen) |
sawagaseru-騒がせる | verstoren; ontregelen; overlast [een sensatie] veroorzaken |
sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
sazukarimono-授かり物 | zegen; (gods)geschenk; meevaller |
se-瀬 | kans; gelegenheid |
segurigēshon-セグリゲーション | afzondering; afscheiding; segregatie |
seiatsu-制圧 | overwicht; (overwegende) invloed; overheersing |
seibutsu-静物 | niet bewegend voorwerp |
seichi-生地 | geboorteplaats; geboortegrond |
seichō-政庁 | regeringszetel; rijksbureau |
seifu-政府 | de regering; het kabinet |
seiga-清雅 | sierlijkheid; elegantie |
seigen-制限 | beperking; restrictie; begrenzing |
seigensuru-制限する | beperken; begrenzen; terugdringen |
seigō-整合 | afstemming; regeling; aanpassing; instelling; harmonisering |
seihangō-正反合 | (in filosofie, drie stadia van dialectische logica geformuleerd door Hegel) these, antithese, synthese |
seihansha-正反射 | spiegelende reflectie |
seiheki-性癖 | natuurlijke aanleg; aard; karakter |
seihen-政変 | regeringswisseling; politieke omwenteling; omverwerping van een regering; staatsgreep |
seihyō-青票 | tegenstem; stem tegen; stem van afkeuring (in Japan blauw stembiljet) |
seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
seiitaishōgun-征夷大将軍 | titel gegeven aan het opperhoofd van de regerende militaire macht in de Kamakura, Muromchi en Edo perioden |
seika-正課 | (vak uit) het reguliere leerplan [curriculum) |
seiken-政権 | politieke macht; bewind; regering; kabinet; regime |
seikendatō-政権打倒 | omverwerping van een regering |
seikenjuritsu-政権樹立 | vorming [samenstelling] van een regering; kabinetsformatie |
seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
seikurabe-背比べ | het met de ruggen tegen elkaar aan gaan staan om te kijken wie het grootste [langste] is |
seikyō-清興 | elegant [stijlvol] vermaak [plezier] |
seimoku-星目 | (bij het go-spel) sterpunten (aangegeven met een stip op het bord) |
seimoku-星目 | (bij het go-spel) een handicap (voor een betere speler) van negen zwarte stenen op de sterpunten |
seimu-政務 | overheidsaangelegenheid; regeringszaken |
seirei-政令 | regeringsverordening; kabinetsbesluit |
seireishiteitoshi-政令指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
seiren-清廉 | eerlijkheid; integriteit; onkreukbaarheid |
seirenkeppaku-清廉潔白 | absolute eerlijkheid; onberispelijke integriteit |
seiri-整理 | het reguleren; op orde brengen |
seirifujun-生理不順 | onregelmatige menstruatie |
seiriken-整理券 | toegangskaart(je) (met zitplaats nummer); instapkaart |
seirikyūka-生理休暇 | verlof vanwege de menstruatie; menstruatieverlof |
seisaku-政策 | beleid; politieke maatregelen |
seisanzai-生産財 | productiegoederen |
seisatsu-省察 | reflectie; overweging; beschouwing |
seisei-整斉 | orde; regeling; samenstelling; rangschikking |
seishi-制止 | controle; bedwang; beheersing; zeggenschap |
seishi-青史 | geschiedenis; kroniek; jaarboek (vroeger op bamboe schrijfplankjes geschreven) |
seishi-静思 | overdenking; meditatie; bespiegeling; beschouwing; contemplatie; reflectie |
seishi-静止 | stilstand; stagnatie; bewegingloosheid |
seishiki-制式 | iets dat gedefinieerd [vastgelegd; officieel; voorgeschreven; reglementair] is |
seisoku-正則 | regelmatigheid; correct [juist; regulier; gebruikelijk; normaal] zijn |
seitō-正当 | iets dat rechtvaardig [rechtmatig; legitiem; terecht] is |
seitō-正統 | legitimiteit; wettigheid; orthodoxie |
seiu-晴雨 | goed of slecht weer; zon of regen |
seizen-西漸 | westwaartse beweging; het naar het westen gaan [trekken] |
seken-世間 | de wereld; de toestand in de wereld; hoe het er in de wereld aan toegaat; de mensen (in de wereld) |
seki-席 | plaats [plek] waar een ontmoeting [gebeurtenis; gelegenheid] zal plaatsvinden; kamer; zaal |
seki-昔 | (in kanji combinaties) vroeger; in het verleden; lang geleden |
seki-籍 | familieregister |
sekiaku-積悪 | opeenstapeling van zonden [slechte daden} (in de loop der jaren begaan) |
sekiban-石盤 | leisteen (tegel) |
sekibetsu-惜別 | het verdriet [leedwezen] bij het afscheid nemen; met tegenzin afscheid nemen |
sekibun-積分 | integraal berekening |
sekigun-赤軍 | Het Rode Leger (Rusland) |
sekijitsu-昔日 | vroegere tijd; oude tijden |
sekininsha-責任者 | de verantwoordelijke (degene die de verantwoordelijkheid draagt); leidinggevende; supervisor |
sekkan-摂関 | regenten en raadslieden |
sekushon-セクション | sectie; afdeling; segment; district |
semeotosu-攻め落とす | een vijandelijk leger aanvallen en verslaan |
seminā-セミナー | werkgroep; studiegroep; cursus |
senakaawase-背中合わせ | rug tegen rug; met de ruggen tegen elkaar |
senegaru-セネガル | Senegal |
sengi-詮議 | discussie; beraadslaging; overleg; bespreking; overweging |
senjutsu-戦術 | tactiek; strategie; krijgskunst |
senkai-仙界 | plek waar kluizenaars wonen; afgelegen retraite |
senkan-専管 | exclusieve bevoegdheid [controle]; alleenrecht |
senkōundō-潜行運動 | ondergrondse beweging |
senkusha-先駆者 | pionier; baanbreker; wegbereider |
senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
sennō-先王 | deugdzame koning in vroegere tijden |
sennyū-潜入 | (astronomie) het verschijnsel dat een vaste ster of planeet zich achter de maan begeeft |
senpatsu-先発 | het als eerste vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; voor(af)gaan |
senpō-戦法 | tactiek; strategie; plan de campagne |
senrei-洗礼 | ervaring die een grote spirituele verandering teweegbrengt |
senro-線路 | spoorweg; spoorbaan |
senryaku-戦略 | aanpak; strategie; tactiek |
senryakubōeikōsō-戦略防衛構想 | Strategisch Defensie-initiatief (SDI) |
senshibankō-千思万考 | overdenking; overpeinzing; overweging |
sentā・pōru-センター・ポール | elektriciteitspaal tussen twee spoorwegen |
sente-先手 | initiatiefnemer; degene die de eerste stap doet |
sente-先手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de eerste zet doet |
sentetsu-先哲 | oude [vroegere] wijze man [wijsgeer] |
sentō-銭湯 | openbare badgelegenheid; badhuis |
sentōki-戦闘機 | gevechtsvliegtuig |
sen'ō-先王 | deugdzame koning in vroegere tijden |
seppaku-雪白 | onschuldigheid; puurheid; integriteit |
serifu-台詞 | een vaste uitdrukking; gezegde; cliché |
sērusu・enjinia-セールス・エンジニア | technisch (verkoop) vertegenwoordiger |
seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
sesshō-摂政 | regentschap; regent |
sesshusuru-窃取する | stelen; diefstal plegen |
sessō-節操 | bestendigheid; standvastigheid; trouw; integriteit |
sesuna-セスナ | Cessna, (Amerikaans) licht vliegtuig |
setsubigo-接尾語 | achtervoegsel; suffix |
setsubiji-接尾辞 | achtervoegsel; suffix |
setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
setsudo-節度 | gematigdheid; matiging; standaard; norm; regel(s) |
setsuji-接辞 | (taalkunde) toevoegsel (affix) |
setsumei-説明 | uitleg; beschrijving; verduidelijking |
setsumeisuru-説明する | uitleggen; verduidelijken; aantonen |
setsurin-節臨 | het overschrijven van een passage [versregel] van een originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
setsuwa-説話 | verhaal; vertelling; fabel; legende |
setsuzokujoshi-接続助詞 | partikel als voegwoord (ba, ya, ga, te, noni, node, kara, tokoroga, keredomo, kuseni) |
setsuzokushi-接続詞 | voegwoord; conjunctie |
setsuzokusuru-接続する | verbinden; aansluiten; samenvoegen; vastmaken |
settōgo-接頭語 | voorvoegsel; prefix |
settōji-接頭辞 | voorvoegsel; prefix |
sewanin-世話人 | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
sewanyōbō-世話女房 | een goede [zorgzame; toegewijde] echtgenote |
sewayaki-世話焼き | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
shā-シャー | Shah (vroegere Perzische heerser) |
shadō-車道 | rijweg; autoweg |
shai-シャイ | verlegen; schuw; schuchter; timide; terughoudend; bedeesd |
shakaisei-社会性 | sociaal karakter; sociale aanleg [aard] |
shakaiundō-社会運動 | een sociale [maatschappelijke] beweging |
shakō-遮光 | bescherming tegen licht; verduistering |
shakudō-赤銅 | goud-koper legering. |
shakujō-錫杖 | boeddhistische gebedszang met de staf als begeleiding |
shakuryō-酌量 | afweging; overweging; het rekening houden met |
shakusuru-釈する | uitleggen; verklaren; oplossen (raadsel); interpreteren |
shashindensō-写真電送 | beeldtelegrafie; faxtransmissie |
shasuru-謝する | weigeren; afwijzen; afzeggen |
shi-姉 | erend achtervoegsel voor een vrouw van gelijke of hogere status |
shian-思案 | overdenking; overweging; reflectie; bespiegeling; beschouwing |
shibaru-縛る | beperken; aan banden leggen; (vrijheid) inperken; in toom houden |
shibirehime-痺れ姫 | (Kabuki) rol waarbij de acteur lange tijd beweegt noch spreekt in de rol van een prinses |
shibirian・kontorōru-シビリアン・コントロール | civiele [burgerlijke] controle over het leger |
shibomu-萎む | verwelken; verschrompelen; leeglopen |
shiboriben-絞り弁 | regelklep; smoorklep |
shiboru-絞る | een uitbrander [berisping] geven; tekeergaan tegen iemand |
shibun-死文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
shibushibu-渋渋 | met tegenzin; onwillig; halfslachtig |
shichigochō-七五調 | afwisselende regels van 7 -en 5 lettergrepen (in Japanse poëzie zoals tanka en haiku) |
shichigon-七言 | Chinees gedicht waarbij elke regel uit 7 karakters bestaat |
shichiseki-七赤 | 7de van de 9 astrologische tekens in de Onmyōdō kosmologie (horoscoop en waarzeggerij; verwant aan planeet Venus, windrichting west en element metaal) |
shiden-紫電 | gevechtsvliegtuig van de voormalige Keizerlijke Japanse Marine |
shidō-市道 | stadsweg; straat; gemeentelijke weg; weg binnen de bebouwde kom |
shidō-指導 | advies; raad; instructie; begeleiding |
shidō-斯道 | onderwerp; studiegebied; vakgebied |
shidō-私道 | eigen weg |
shidō-私道 | (fig.) de eigen weg [het eigen pad] (kiezen) |
shidōan-指導案 | leerbegeleidingsplan; onderwijsbegeleidingsplan |
shidōgenri-指導原理 | leidend principe [grondbeginsel]; richtlijn; leidraad |
shidōhōshin- 指導方針 | leidend principe [grondbeginsel]; richtlijn; leidraad |
shidokoro-為所 | geschikt moment [goede gelegenheid] om (iets) te doen |
shidōshuji-指導主事 | begeleider in het (school)onderwijs; docenten begeleider [adviseur] |
shifuto-シフト | dienst; ploeg; werkschema |
shigen-至言 | een waar woord; goed gezegde; toepasselijke [juiste] beschrijving |
shigeshige-繁繁 | heel vaak; frequent; regelmatig; herhaaldelijk |
shigō-諡号 | postuum toegekende naam [titel] |
shigokinshi-私語禁止 | verbod op privégesprekken op het werk |
shigure-時雨 | korte (zware) regenbui (in late herfst of vroege winter) |
shigureru-時雨れる | motregenen; miezeren; zo nu en dan regenen |
shigusa-仕草 | gebaar; nonverbale communicatie; bewegingen en gezichtsuitdrukkingen (b.v. van acteurs) |
shihei-私兵 | privé leger; huursoldaten |
shihōshiken-司法試験 | balie-examen (examen dat een advocaat moet afleggen om te worden toegelaten tot de balie van een rechtsgebied) |
shii-思惟 | gedachte; overpeinzing; overweging |
shii-私意 | eigenzinnigheid; egoïsme; zelfzuchtigheid |
shiin-私印 | persoonlijk zegel; privé zegel |
shiji-私事 | een persoonlijke [privé] zaak; persoonlijke aangelegenheid |
shijōkinrirendōgatayokin-市場金利連動型預金 | aan de marktrente gekoppelde deposito; deposito tegen marktrente |
shijū-始終 | de hele tijd; van begin tot eind; altijd |
shijutsu-施術 | tweegbrenging van hypnose of toediening van moksa therapie |
shikakeru-仕掛ける | beginnen; starten |
shikamo-然も | niettemin; niettegenstaande; en toch |
shikatabanashi-仕方話 | gesticulatie; het praten en tegelijk gebaren maken; spreken met veel lichaamstaal |
shikatosuru-シカトする | negeren |
shiki-始期 | startdatum; beginperiode |
shiki-始期 | (jur.) begintermijn (voor een rechtshandeling) |
shikikan-指揮官 | (leger)aanvoerder; commandant |
shikiken-識見 | inzicht; begripsvermogen |
shikirini-頻りに | vaak; herhaaldelijk; regelmatig |
shikiru-仕切る | organiseren; regisseren |
shikisokuzekū-色即是空 | vorm [materie] is leegte (boeddhisme); alles is ijdelheid |
shikkei-失敬 | (eerder dan anderen) weggaan |
shikkei-失敬 | pardon; sorry; groet van degene die weggaat (gebruikt meestal door mannen) |
shikken-識見 | inzicht; begripsvermogen |
shikkō-膝行 | het voortbewegen [lopen] op de knieën |
shikkōshō-失行症 | apraxie (bewegingsstoornis) |
shikku-シック | chic; deftig; elegant |
shikkusu・nain-シックス・ナイン | (seksstandje) negenenzestig |
shikō-試航 | (bij schepen) proefvaart; (bij vliegtuigen) proefvlucht; testvlucht |
shikōkairo-思考回路 | gedachtegang |
shikōyōshiki-思考様式 | manier van denken; denkpatroon; gedachtegang |
shikuhakku-四苦八苦 | ellende; leed; angst; verdriet; pijn; grote tegenspoed |
shikukatsuyō-シク活用 | de klassieke shiku-vorm van bijvoeglijke naamwoorden (b.v. utsukushiku 'mooi') (in Modern Japans utsukushii) |
shikyūdenpō-至急電報 | spoedtelegram; ijltelegram; dringend telegram |
shimanagashi-島流し | (historisch) verbanning naar een afgelegen eiland of een plaats ver weg |
shimau-仕舞う | opbergen; wegbergen; wegstoppen; wegleggen |
shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
shimau-仕舞う | (arch.) een zaak beëindigen door je tegenstander te vermoorden |
shimei-使命 | missie; toegewezen [opgedragen] taak |
shimenawa-注連縄 | gevlochten touw dat gebruikt wordt om een heilige plek af te bakenen of een plek te beschermen tegen kwade invloeden |
shimideru-滲み出る | wegsijpelen; lekken; doorsijpelen; doorweken |
shimogakoi-霜囲い | vorstbescherming; beschermlaag tegen de vorst (b.v. stro) |
shimoichidankatsuyō-下一段活用 | vervoeging [verbuiging] van ichidan werkwoorden eindigend op: -eru |
shimonoku-下の句 | de laatste twee regels van een wake [tanka; renga] gedicht |
shin-新 | (afk. van) de nieuwe Japanse (Gregoriaanse) zonnekalender |
shina-しな | (achtervoegsel) op het moment; na; toen |
shinayaka-しなやか | elegant; verfijnd; sierlijk |
shinbochi-新発意 | pas ingewijde [toegetreden] persoon (b.v. in boeddhisme) |
shinchintaisha-新陳代謝 | vernieuwing; regeneratie |
shindō-振動 | vibratie; trilling; slingerbeweging |
shinesain-シネサイン | lichtreclamebord met bewegend beeld |
shingeki-進撃 | (leger) opmars; aanval; bestorming |
shingun-進軍 | opmars; het oprukken (van een leger) |
shiniisogu-死に急ぐ | zich haasten naar de dood; snel op weg zijn naar de dood; op weg naar een voortijdige dood zijn |
shinji-新字 | kanji die voor het eerst in lesboeken worden gegeven |
shinkabu-新株 | nieuw (uitgegeven) aandeel |
shinkanazukai-新仮名遣い | de nieuwe kana schrijfwijze [spelling]; de nieuwe regels voor het gebruik van kana, met name de regels zoals vastgesteld door het kabinet in 1964 |
shinken-神剣 | het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
shinkensha-親権者 | ouderlijk gezaghebbende; voogd; wettelijk vertegenwoordiger |
shinkinkan-親近感 | genegenheid; affiniteit; sympathie |
shinkirō-蜃気楼 | luchtspiegeling; fata morgana |
shinkōhōkō-進行方向 | rijrichting; beweging in een richting |
shinkū-真空 | vacuüm; luchtledigheid; leegte |
shinmai-新米 | beginneling; beginner; nieuweling; novice |
shinnyo-信女 | achtervoegsel voor de postume Boeddhistische naam van een vrouw |
shinnyū-進入 | toegang; doorgang |
shinobinai-忍びない | het niet kunnen opbrengen om; met tegenzin iets doen; (iets) niet kunnen verdragen |
shinobiwarai-忍び笑い | gegiechel; gegniffel; onderdrukt gelach; binnenpretje |
shinpatsu-進発 | start; begin; opmars |
shinpatsusuru-進発する | starten; vertrekken; op weg gaan; opmarcheren |
shinreki-新暦 | de nieuwe Japanse (Gregoriaanse) zonnekalender |
shinrō-新郎 | bruidegom |
shinro-進路 | pad; weg; route |
shinryō-新涼 | de nieuwe (eerste) koelte van het begin van de herfst |
shinryoku-新緑 | lentegroen; jonge [frisgroene] bladeren |
shinsei-新政 | nieuwe regering |
shinsei-親政 | persoonlijke regering [heerschappij; bestuur] van een keizer of koning |
shinseifu-新政府 | nieuwe regering |
shinsetsu-新説 | een nieuwe theorie [uitleg; versie] |
shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
shintai-進退 | beweging; vooruitgang; achteruitgang |
shintaishi-新体詩 | nieuwe stijl (Japanse) poëzie (door Westerse invloeden in de vroege Meiji-periode) |
shinwa-神話 | mythe; mythologie; legende |
shin'etsu-信越 | regio aan de Japanse Zee (ten westen van Tokio; Nagano en Niigata) |
shin'yōtorihiki-信用取引 | krediettransactie; margehandel (beleggen met geleend geld) |
shiori-栞 | boekenlegger |
shiozake-塩鮭 | gezouten zalm (vaak gegrild gegeten bij een traditioneel Japans ontbijt, samen met een kom rijst en misosoep) |
shippaisuru-失敗する | mislukken; zakken (voor een examen, etc.); tekortschieten; iets verknallen [verknoeien]; een flater slaan; een domme fout begaan |
shirikon・barē-シリコン・バレー | Silicon Valley (in California, regio zijn veel technologiebedrijven) |
shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
shiringu-シリング | schilling (vroegere Oostenrijkse munt) |
shiringu-シリング | shilling (vroegere Engelse munt) |
shīringu-シーリング | plafond; zoldering; bovengrens; hoogtegrens; maximum |
shīringu-シーリング | verzegeling; afsluiting |
shīringuhōshiki-シーリング方式 | maximum prijsregeling; preferentieel tariefstelsel |
shirouto-素人 | amateur; leek; beginneling |
shīru-シール | zegel |
shiryo-思慮 | overweging; behoedzaamheid; voorzichtigheid; discretie |
shiryō-思量 | (zorgvuldige) afweging [overweging] |
shiryō-資料 | materiaal; gegevens; bronnen |
shiryōhensan-史料編纂 | bundeling, samenvoeging historisch materiaal |
shisaku-施策 | maatregel; beleid |
shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
shisei-施政 | regering; beleid |
shiseihōshin-施政方針 | bestuurlijk beleid; regeringspolitiek |
shisen-支線 | zijlijn (van een spoorweg); toevoerleiding; aanvoerroute |
shisetsudan-使節団 | delegatie; afvaardiging; gezantschap |
shishikababu-シシカバブ | shish kebab, een Turks [Perzisch] gerecht (gegrild vlees op een spies) |
shishin-私心 | egoïsme; eigenbelang |
shishiodoshi-鹿威し | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
shishitsu-資質 | aard; aanleg; karakter; eigenschappen |
shishō-四生 | (boeddh.) de vier manieren van geboren worden (foetale geboorte (levendbarend); eiboorte (eierleggend), natte geboorte (uit vocht), en transformatie) |
shishō-私娼 | niet erkende [niet geregistreerde; illegale] prostitutie [prostituee] |
shishōbō-四攝法 | (boeddh.) de 4 methoden die de bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha |
shisō-志操 | beginselvastheid; integriteit; standvastigheid; het vasthouden aan je principes |
shissei-執政 | beheerder; bestuurder; regent; consul |
shissoku-失速 | overtrokken vlucht (van een vliegtuig) |
shisutā-シスター | non; verpleegster |
shitajiki-下敷き | onderlegger (die je onder het papier legt om te kunnen schrijven) |
shitamachi-下町 | benedenstad; het lagergelegen deel van een stad |
shitamu-湑む | tot de laatste druppel leegschenken |
shitashimi-親しみ | vertrouwdheid; intimiteit; genegenheid; affectie |
shitatameru-認める | (zich) voorbereiden; zich klaarmaken; regelen |
shitatarazu-舌足らず | krom praten; slecht woordgebruik; onduidelijke uitleg |
shiteyaru-為て遣る | (arch.) eten; wegwerken; verorberen |
shitoyaka-淑やか | beleefd; welgemanierd; verfijnd; elegant; damesachtig |
shitsu-質 | aard [karakter]; (aangeboren) aanleg [talent] |
shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
shiuchi-仕打ち | behandeling; bejegening |
shiun-紫雲 | (in Boeddhisme) de wolk waarop de boeddha Amida gelovigen op hun sterfbed tegemoet treedt |
shiwabara-皺腹 | het seppuku plegen; een oude man die seppuku pleegt |
shiyui-思惟 | gedachte; overpeinzing; overweging |
shizumu-沈む | naar beneden gaan; ondergaan; zinken; onder water komen te staan; wegzakken; verzakken |
shī・hairu-シー・ハイル | ski veilig (begroeting van skiërs) |
shī・jī-シー・ジー | computer-gegenereerde beelden |
shō-小 | (voorvoegsel) klein; kort; kleiner; jonger; lager |
shoboshobo-しょぼしょぼ | miezerig; druilerig (van regen) |
shobun-処分 | het afstand doen [zich ontdoen] van; (uit)verkopen; opruimen; weggooien; verwijderen |
shochi-処置 | maatregel; regeling; afhandeling |
shōchūhaibōru-焼酎ハイボール | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
shodai-初代 | de oprichter; grondlegger; stichter |
shogaku-初学 | iemand die voor het eerst studeert; iemand die begint met leren |
shogakusei-初学者 | beginneling; nieuweling; eerstejaars student |
shogū-処遇 | behandeling; bejegening |
shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
shōhinaridakachō-商品有高帳 | voorraadregister |
shoho-初歩 | de basis; de grondbeginselen; het beginstadium; de eerste stappen; het ABC (van) |
shōhyōtōroku-商標登録 | handelsmerk registratie |
shōjinryōri-精進料理 | vegetarische gerechten; Boeddhistische keuken |
shōjiru-生じる | produceren; opbrengen; genereren; voortkomen uit; veroorzaken; teweegbrengen; verwekken |
shojoenzetsu-処女演説 | maidenspeech (eerste redevoering als volksvertegenwoordiger) |
shoka-初夏 | vroege zomer; vroeg in de zomer; in het begin van de zomer |
shōkafuryō-消化不良 | onbegrijpelijkheid; (fig.) moeilijk te verteren; moeilijk te begrijpen |
shōkai-照会 | onderzoek; navraag; raadpleging |
shōkai-詳解 | gedetailleerde uitleg; uitvoerige toelichting |
shōkaiki-哨戒機 | (landmacht, marine) verkenningsvliegtuig; patrouillevliegtuig |
shokan-所管 | rechtsbevoegdheid; jurisdictie |
shokatsu-所轄 | rechtsbevoegdheid; jurisdictie |
shōkei-捷径 | een kortere weg |
shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
shōkendaikō-証券代行 | effectenbureau (doet administratief werk voor het bedrijf dat de aandelen heeft uitgegeven) |
shōkentōshi-証券投資 | beleggingseffecten; portefeuillebeleggingen |
shoki-初期 | de beginfase; het beginstadium; de eerste periode |
shokijōken-初期条件 | de beginvoorwaarde; de initiële voorwaarde |
shōkō-将校 | officier (in het leger, de marine of de luchtmacht) |
shōkodateru-証拠立てる | bewijsstuk voorleggen; bewijs leveren |
shōku-承句 | tweede regel in een Chinees gedicht van vier versregels |
shōku-承句 | derde of vierde regel in een Chinees gedicht van zeven of acht versregels |
shokubutsu-植物 | plant(en); vegetatie; gewas |
shokubutsujōtai-植物状態 | vegetatieve staat [toestand] |
shokubutsusei-植物性 | het vegetatief [plantaardig] zijn |
shokuten-食店 | (term uit de Meiji periode) eethuis; eetgelegenheid; restaurant |
shōkyokuteki-消極的 | negatief; passief; halfslachtig; weifelend |
shokyū-初級 | het beginnersniveau; de introductiecursus |
shōma-消磨 | slijtage; het verslijten; wegslijten; afslijten |
shōmakyō-照魔鏡 | een magische spiegel (uit Chinese en Japanse volksverhalen) die de ware aard van de duivel onthult |
shōmakyō-照魔鏡 | een spiegel die ware aard van de mens [samenleving] onthult |
shōmeisha-証明者 | getuige (iemand die getuigenis aflegt) |
shōmōhin-消耗品 | consumptiegoederen |
shōmu-商務 | (commerciële) zaken; handelsaangelegenheid |
shōnan-小難 | kleine tegenslag [tegenvaller}; ongelukje |
shonen-初年 | het eerste jaar; de eerste jaren; de beginjaren |
shoninkyū-初任給 | het beginsalaris; startsalaris |
shoppana-初っ端 | het begin; de (aller)eerste |
shōrai-招来 | het veroorzaken [teweeg brengen] |
shōraisuru-招来する | veroorzaken; teweeg brengen; aanleiding geven tot; leiden tot |
shōri-勝利 | overwinning; zege; triomf |
shōrisuru-勝利する | winnen; zegevieren; triomferen |
shorō-初老 | de middelbare leeftijd; begin van de ouderdom; vroegoud zijn |
shōron-詳論 | gedetailleerde uitleg [bespreking] |
shōryaku-商略 | bedrijfsbeleid; zakelijke strategie |
shōryaku-省略 | weglating; omissie |
shosa-所作 | gedrag; hoe zich te gedragen (bij een bepaalde gelegenheid) |
shosa-所作 | beweging; manier van bewegen |
shōsen-省線 | nationale spoorweg (onder het beheer van het spoorweg ministerie van 1920 tot 1943) |
shōsenkyokuhireidaihyōheiritsusei-小選挙区比例代表並立制 | kiesstelsel bestaande uit kiesdistricten met één zetel en proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten met meerdere zetels |
shōsha-小社 | ons bedrijf; wij (bescheiden wijze om tegen een ander over je eigen bedrijf te spreken) |
shōsha-瀟洒 | elegantie; verfijning |
shoshi-書誌 | uitleg en beschrijving van boeken (over formaat, materiaal (grondstoffen) en productiewijze) |
shoshinsha-初心者 | de beginneling |
shōshitsusuru-消失する | (geleidelijk) verdwijnen; vervagen; wegsterven |
shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
shōsho-小暑 | het (milde) begin van de steeds warmer wordende zomerperiode (rond 7 juli) |
shoshū-初秋 | de vroege herfst; het begin van de herfst |
shoshun-初春 | de vroege lente; het begin van de lente |
shoshun-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
shosoku-初速 | de beginsnelheid; aanvangssnelheid |
shōsoku-消息 | beweging en rust; komen en gaan; eb en vloed |
shosokudo-初速度 | beginsnelheid |
shotchū-しょっちゅう | de hele tijd; van begin tot eind; altijd |
shote-初手 | het begin; de start; de eerste zet (bij schaken, go, etc.) |
shōteki-小敵 | kleine [onbeduidende] vijand; zwakke tegenstander |
shōteki-小敵 | gering aantal tegenstanders [vijanden] |
shotō-初冬 | de vroege winter; het begin van de winter |
shotō-初等 | elementair onderdeel; het beginnersniveau |
shotō-初頭 | het begin; de start |
shotōka-初等科 | de basiscursus; de beginnersklas |
shōto・katto-ショート・カット | kortere weg |
shōu-小雨 | lichte regen; motregen |
shōwa-昭和 | Showa, de regeringsperiode (1926-1989) van keizer Hirohito (1901-1989) |
shoyo-所与 | feit; gegeven |
shōzuru-生ずる | produceren; opbrengen; genereren; voortkomen uit; veroorzaken; teweegbrengen; verwekken |
shubi-首尾 | begin en einde; van het begin tot het einde |
shubi-首尾 | omstandigheden optimaal regelen om zaken tot een goed einde te brengen |
shubungu-シュブング | schwung; zwaai; draai; zwenking; ski-beweging |
shūbunnohi-秋分の日 | herfstnachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de herfst (op 22 of 23 september) |
shūchishin-羞恥心 | schaamtegevoel |
shūchūgōu-集中豪雨 | plaatselijke stortbui [regenval] |
shūchūshingi-集中審議 | intensief overleg |
shudōken-主導権 | hegemonie |
shugainen-種概念 | (logica) een specifiek begrip [concept] |
shugi-主義 | principe; beginsel; dogma; -isme; doctrine |
shūgi-衆議 | publieke discussie; volksraadpleging; meerderheidsbesluit |
shūgiin-衆議院 | het (Japanse) Lagerhuis; Kamer van volksvertegenwoordigers; Tweede Kamer (der Staten-Generaal) |
shūgyō-就業 | werk; werkgelegenheid; het aan het werk gaan |
shuhan-主犯 | leider (m.b.t. een misdaad of misdrijf); voornaamste pleger [dader; schuldige] |
shuhin-主賓 | eregast |
shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
shūin-衆院 | het (Japanse) Lagerhuis; Kamer van volksvertegenwoordigers |
shuji-種子 | (shingon boeddhisme) sanskriet letter (het zaad, dat een boeddha of bodhisattva vertegenwoordigt) (ook 種子-しゅうじ) |
shuka-酒家 | slijterij; drankenhandel; kroeg |
shūkaidō-秋海棠 | begonia (grandis) |
shukka-出火 | het begin [uitbreken] van een brand; branduitbraak |
shukkasuru-出火する | brand uitbreken; vlam vatten; in brand vliegen; ontbranden |
shūkō-就航 | in gebruiksname [in werkingstelling] (van b.v. schepen, vliegtuigen) |
shuku-淑 | (in kanji combinaties) deugdzaam; elegant |
shukuaku-宿悪 | misdaad [misdrijf] in het verleden gepleegd |
shukuaku-宿悪 | (boeddh.) slechte daden gepleegd in een vorig leven |
shukuden-祝電 | felicitatietelegram |
shukufuku-祝福 | zegen; zegening; viering |
shukufuku-祝福 | zegen [genade] van God |
shunbunnohi-春分の日 | lentenachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de lente (op 20 of 21 maart) |
shunchō-春潮 | lentegetij(de) |
shuninsei-主任制 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
shuninseido-主任制度 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
shunken-峻険 | (fig.) strikt [streng] en ontoegankelijk zijn |
shunōkaidan-首脳会談 | topoverleg; topberaad |
shunōkaigi-首脳会議 | topoverleg |
shunpō-皴法 | in oosterse schilderijen een techniek waarbij extra inkt wordt toegevoegd om de oneffenheden van bergen, rotsen, e.d. realistischer weer te geven |
shūnyūinshi-収入印紙 | belastingzegel |
shun'u-春雨 | zachte [milde] lenteregen |
shuppatsugakari-出発係 | starter (bij een wedstrijd, degene die het startschot geeft) |
shuppatsusuru-出発する | vertrekken; op weg gaan; weggaan (uit); afreizen |
shuppei-出兵 | het sturen van troepen; mobilisatie van het leger |
shūrin-秋霖 | lange regenperiode in de herfst |
shūroku-収録 | het opnemen (muziek); vastleggen; filmen |
shurui-種類 | soort; type; variëteit; categorie |
shūsen-周旋 | bemiddeling; tussenkomst (om iets te regelen); aanbeveling |
shūshi-終始 | het einde en het begin; de hele tijd |
shūshi-終始 | van begin tot eind; voortdurend; onveranderlijk; altijd |
shūshiikkan-終始一貫 | consequent [standvastig] zijn (van begin tot eind) |
shūshinkoyō-終身雇用 | vaste aanstelling; levenslange werkgelegenheid [tewerkstelling] |
shūsho-秋暑 | aanhoudende (zomer)warmte in (het begin van) de herfst |
shūshokuguchi-就職口 | werkplek; werkgelegenheid; vacature |
shūshokunan-就職難 | moeilijk werk kunnen vinden (door een tekort aan werkgelegenheid) |
shūshokuritsu-就職率 | werkgelegenheidsgraad; werkgelegenheidspercentage |
shussatsu-出札 | kaartverkoop; het verkopen van toegangskaarten [kaartjes] |
shusshinchi-出身地 | geboorteplaats; bakermat; plaats waar men is opgegroeid |
shusshinsha-出身者 | afgestudeerde; alumnus; vroegere inwoner |
shutchōjo-出張所 | bijkantoor; filiaal; lokale [plaatselijke] vertegenwoordiging; agentschap |
shutsudohin-出土品 | archeologische vondst; opgegraven voorwerp |
shūu-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
shūu-驟雨 | (plotselinge) regenbui; stortbui |
sō-早 | (in kanji combinaties) vroeg; spoedig; snel |
sō-然う | (met negatie) niet zo veel; niet zo |
sōbai-早梅 | vroege pruimenbloesems |
sobireru-そびれる | (als achtervoegsel bij een werkwoord) een kans [gelegenheid] missen; er niet in slagen om |
sochi-措置 | stap; maatregel; actie |
sōchi-葬地 | begraafplaats; kerkhof |
sōchō-早朝 | de vroege ochtend |
sōdai-総代 | vertegenwoordiger; afgevaardigde; gedelegeerde; plaatsvervanger |
sōdairiten-総代理店 | vertegenwoordigend agentschap; alleenvertegenwoordiger |
sōdan-相談 | overleg; consultatie; raadpleging |
sōdansuru-相談する | raadplegen; bespreken; overleggen |
sodatenooya-育ての親 | pleegouders; adoptieouders |
sodekabā-袖カバー | mouwbeschermer (tegen vervuiling, zoals inktvlekken e.d., bij kantoorwerk) |
soegaki-添え書き | bijgevoegde notitie; postscriptum (PS) |
soejō-添え状 | begeleidende [bijgevoegde] brief |
soemono-添え物 | toevoeging; aanhangsel; bijvoegsel; supplement; appendix |
soemono-添え物 | gratis artikel; weggevertje |
soeru-添える | aanhechten; toevoegen; bijvoegen |
sofisutikēshon-ソフィスティケーション | verfijning; raffinement; elegantie; chic |
sogai-疎外 | het negeren [op afstand houden] van iemand; iemand koeltjes behandelen |
sogaisuru-疎外する | iemand op afstand houden [negeren; koeltjes behandelen; met de nek aankijken] |
sōgakari-総掛かり | frontale [grootscheepse] aanval (van een leger) |
sogekijū-狙撃銃 | scherpschuttersgeweer; precisiegeweer |
sogen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
sōgi-葬儀 | begrafenis(ritueel); uitvaartplechtigheid; afscheid (van een overledene) |
sōgō-総合 | synthese; samenvoeging; integratie |
sogo-齟齬 | onenigheid; discrepantie; tegenspraak |
sōgyōsha-創業者 | oprichter; stichter; grondlegger |
sōhan-相反 | tegenstrijdigheid; tegenspraak; contradictie |
sōhitsu-送筆 | penseelstreek interim beginpunt en eindpunt (bij het kalligraferen) |
soin-素因 | aanleg; vatbaarheid (voor ziekten) |
sōji-掃除 | schoonmaak; het schoonmaken [vegen; schrobben; boenen] |
sōjisuru-掃除する | schoonmaken; vegen; poetsen; schrobben; boenen |
sōjūshi-操縦士 | piloot; vliegenier |
sōkei-早計 | vroegtijdigheid; voorbarigheid |
sōki-早期 | in een vroeg stadium |
sōkō-走行 | het rijden [voortbewegen] van voertuigen |
sōkoku-相克 | tegenstrijdigheid |
sōkon-早婚 | een vroeg huwelijk; huwelijk op jonge leeftijd |
sōkon-爪痕 | (door vingernagel toegebracht) krab; kras; schram |
sokonuke-底抜け | onbegrensd; grenzeloos; extreem |
sokoshirenai-底知れない | bodemloos; onbegrensd; onmetelijk |
sokudohyōgo-速度標語 | (muziek) tempo-instructie (b.v. allegro, アレグロ) |
sōmen-素麵 | zomernoedels (dunne noedels die in de zomer koud worden gegeten) |
someru-初める | beginnen (te...) |
sōmō-草莽 | onbegaanbaar [onherbergzaam] terrein zoals bergen en rivieren |
sōmoku-草木 | bomen en planten; vegetatie |
somosomo-抑 | ten eerste; om te beginnen |
sōnen-想念 | idee; begrip; denkbeeld |
songaibaishō-損害賠償 | schadevergoeding; schadeloosstelling; tegemoetkoming [vergoeding; compensatie] voor geleden schade |
sonobashinogi-其の場凌ぎ | een tijdelijke maatregel; noodoplossing; een aktie ondernemen voor een tijdelijke oplossing |
sonoseika-そのせいか | kwam het daardoor?; is dat vanwege …? |
sonotsudo-その都度 | bij elke gelegenheid; telkens weer; elke keer |
sōnyū-挿入 | plaatsing; invoeging; tussenvoeging |
sōnyūsuru-挿入する | plaatsen; invoegen; tussenvoegen; inlassen |
soranenbutsu-空念仏 | lege [zinloze] woorden; holle frase |
sōrā・mirā-ソーラー・ミラー | zonnespiegel; helioscoop |
sorengun-ソ連軍 | Sovjetleger; Sovjettroepen |
sorenimokakawarazu-其れにも拘わらず | niettemin; desondanks; niettegenstaande; toch |
sōretsu-葬列 | begrafenisstoet; uitvaartstoet |
soriddo-ソリッド | solide; vast; stevig; massief; degelijk |
sōrin-叢林 | dichte bebossing; dichtbegroeid bos |
soro-候 | gebruikt als hulpwerkwoord, voegt het beleefdheid toe van de spreker voor de toehoorder |
sorufēju-ソルフェージュ | solfège; notenleer |
sōru・ējento-ソール・エージェント | alleenvertegenwoordiger |
sōsei-早生 | snelle groei; vroegrijpheid; prematuur |
sōseiji-早生児 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; te vroeg geboren baby |
sōseki-送籍 | (door huwelijk of adoptie) overdracht van het familieregister [huishouden-registratie] van het ene naar het andere huishouden [gezin] |
soshaku-咀嚼 | het verteren; in zich opnemen; begrijpen |
soshakusuru-咀嚼する | verteren; in zich opnemen; verwerken; begrijpen |
sōshi-相思 | wederzijdse liefde [vriendschap; genegenheid] |
soshi-阻止 | blokkering; obstructie; versperring; het tegenhouden; voorkomen |
sōshiki-葬式 | begrafenis; teraardebestelling; uitvaart; begrafenisplechtigheid |
sōshisōai-相思相愛 | wederzijdse liefde [vriendschap; genegenheid] |
sōshun-早春 | vroeg in de lente; in het vroege voorjaar |
sotchinoke-其方退け | het verwaarlozen; negeren; veronachtzamen |
sōto-ソート | sortering; categorisering |
sōto-ソート | sorteren; categoriseren |
sōtō-掃討 | (totale) wegvaging vernietiging] van de vijand |
sotomawari-外回り | de buitenste sporen van een ringspoorweg [cirkellijn]; de buitenste rijstroken van een ringweg |
sotsū-疎通 | wederzijds begrip |
sotsui-訴追 | vervolging; tenlastelegging; aanklacht; beschuldiging |
sowaru-添わる | toevoegen; verhogen; toenemen |
sōzan-早産 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; prematuur |
sozeitokubetsusochihō-租税特別措置法 | de wet inzake bijzondere belastingmaatregelen |
sōzu-添水 | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
subekukuru-統べ括る | samenvoegen; samenbrengen; bijeenvoegen |
suberidashi-滑り出し | aanvang; begin; start |
subomu-窄む | nauwer worden; verschrompelen; leeglopen (van een ballon) |
sugatami-姿見 | kleedspiegel; passpiegel |
suge-菅 | zegge (een cypergrassoort) |
sugureru-優れる | (met negatie) niet goed (voelen, eruitzien, etc.) |
sui-粋 | elegantie; goede stijl |
sui-粋 | bedachtzaamheid; consideratie; begrip |
suidō-水道 | (scheepvaart) waterweg |
suiheidō-水平動 | horizontale beweging |
suijaku-衰弱 | zwakte; uitputting; uitmergeling; wegtering |
suijōki-水上機 | watervliegtuig |
suimyaku-水脈 | waterweg; vaarroute; kanaal |
suīpā-スイーパー | (Eng.: sweeper) veger; bezem |
suiro-水路 | waterweg; kanaal; aquaduct |
suisō-水葬 | begrafenis op zee |
suisoionshisū-水素イオン指数 | pH, maat voor de zuurtegraad |
suitai-衰退 | atrofie; degeneratie |
suitchibakku-スイッチバック | zigzagspoorweg (op een berghelling) |
suji-筋 | natuurlijke aanleg; gave |
suji-筋 | hoofdweg; route |
sujichigai-筋違い | onredelijkheid; een tegenargument dat geen stand houdt |
sujimukai-筋向かい | schuin tegenover |
sukaijakku-スカイジャック | (vliegtuig) kaping |
sukaimeito-スカイメイト | skymate is een kortingssysteem (voor jongeren) op vliegtarieven van Japanse luchtvaartmaatschappijen |
sukaisupōtsu-スカイスポーツ | luchtsport(en) (zweefvliegen, ballonvaren, etc.) |
sukēru-スケール | weegschaal; graadverdeling; schuifmaat |
sūki-数奇 | ongeluk; tegenspoed; tegenslag; pech |
suki-鋤 | ploeg |
sukige-梳き毛 | haarextensie; een haarstuk dat aan en kapsel wordt toegevoegd |
sukījī-スキージー | (Eng.: squeegee) een (rubber) ruitenwisser [vloerenwisser]; (water) trekker |
sukimasangyō-隙間産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
sukoriakyū-スコリア丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
sukōru-スコール | storm; (zware) regenbui |
suku-空く | leeg raken |
suku-空く | leger [minder druk; onbezet] worden |
suku-鋤く | ploegen; de grond bewerken [omploegen] |
sukuinage-掬い投げ | (sumo) worp door een arm onder de oksel van de tegenstander te steken (een van de worptechnieken zonder de band van de tegenstander vast te pakken) |
sukuranburu-スクランブル | opstijgen wegens alarm (gevechtsvliegtuigen) |
sukurappu・ando・birudo-スクラップ・アンド・ビルド | methode bij het maken van een nieuwe begroting van een organisatie (inefficiënte onderdelen worden geschrapt en vervangen door nieuwe) |
sukuriputā-スクリプター | regie-assistent (film en tv) |
sumitsuki-墨付き | begroeting |
sunappu-スナップ | (American football) beginpass (door de benen van de center naar de back) |
sunappu-スナップ | snelle polsbeweging bij het gooien of slaan van een bal (honkbal, golf) |
sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
sunēku・auto-スネーク・アウト | wegsluipen; naar buiten sluipen |
sūpā-スーパー | (aan beeld toegevoegde) ondertitels |
sūpāinpōzu-スーパーインポーズ | (aan beeld toegevoegde) ondertitels |
supan・obu・kontorōru-スパン・オブ・コントロール | spanwijdte (een management-begrip dat aangeeft aan hoeveel ondergeschikten een manager moet leidinggeven) |
supāringu-スパーリング | het sparren; oefenen met een tegenstander (b.v. bij boksen) |
supattsu-スパッツ | strakke elastische broek; legging; maillot |
supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
supin-スピン | (vliegtuig) tolvlucht; duik |
supōkusuman-スポー クスマン | woordvoerder; zegsman |
suponji・kēki-スポンジ・ケーキ | biscuitgebak; cake [taart] van biscuitdeeg |
supotto-スポット | (biljarten) zwarte stip waar de bal op wordt gelegd |
supuringubōdo-スプリングボード | gelegenheid; kans; springplank (fig.) |
supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
supurōru-スプロール | wildgroei; onregelmatige [onordelijke] uitgroei [uitbreiding] |
surā-スラー | (muziek) legato uitgevoerd fragment |
suraidingu-スライディング | sliding (bij sport: glijdende beweging over de grond met de benen vooruit) |
suraido-スライド | het glijden; glijbeweging; schuiven |
sureau-擦れ合う | tegen elkaar schuren [dringen; duwen] |
surēto-スレート | leisteen (tegel) |
surottoru-スロットル | regelklep; smoorklep |
surottoru・barubu-スロットル・バルブ | regelklep; smoorklep |
surō・mōshon-スロー・モーション | slowmotion; vertraagde beweging |
surumeika-鯣烏賊 | vliegende inktvis (Todarodes pacificus) |
sutanpu-スタンプ | postzegel |
sutātingu・menbā-スターティング・メンバー | (sport) deelnemer die meedoet aan het begin van een wedstrijd (in de startopstelling) |
sutāto-スタート | START, Strategic Arms Reduction Treaty |
sutā・wōzukeikaku-スター・ウォーズ計画 | Star Wars Initiative, beter bekend als Strategisch Defensie-initiatief (SDI) |
suteoku-捨て置く | iets laten zoals het is; door de vingers zien; negeren |
suteru-捨てる | weggooien; wegwerpen |
suterusugijutsu-ステルス技術 | stealth-technologie (om een vliegtuig of een voertuig minder makkelijk detecteerbaar te maken) |
sutēshon-ステーション | spoorwegstation; radiostation |
sutoppu-ストップ | registerknop (orgel) |
sutoraiku-ストライク | (bowlen) strike (het omverwerpen van alle kegels met een bal) |
sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
sutoringu-ストリング | (biljarten) voorstoot (om te bepalen wie er begint) |
sutōru-ストール | overtrokken vlucht van een vliegtuig (door vergroting van de invalshoek van een vleugel); het afslaan van een motor |
suwarajiundō-スワラジ運動 | Swarāj, een Indiase onafhankelijkheidsbeweging |
suyaki-素焼き | ongeglazuurd (keramiek) |
suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
suzumeyaki-雀焼き | een gerecht van gegrilde mussenvlees |
suzumeyaki-雀焼き | een gerecht van kleine gegrilde visjes op een spies |
tabakaru-謀る | misleiden; bedriegen |
tabekake-食べ掛け | half opgegeten voedsel |
tabenokosu-食べ残す | je bord niet leegeten; eten laten staan |
tābopuroppu-ターボプロップ | turbopropvliegtuig |
taburakasu-誑かす | bedriegen; oplichten; iem. verleiden (om iets te doen) |
taburetto-タブレット | plaquette; (gegraveerde) plaat |
tachi-達 | achtervoegsel dat meervoud aangeeft |
tachiageru-立ち上げる | beginnen; starten; opzetten |
tachiai-立ち合い | opstaan (uit de hurkzit) om te beginnen met worstelen |
tachifurumai-立ち振る舞い | manier van bewegen; houding |
tachifusagaru-立ち塞がる | het in de weg [voor iemand] gaan staan; met gespreide handen staan; iem. blokkeren [tegenhouden] |
tachihadakaru-立ちはだかる | tegemoet treden; tegenover (iem.) staan; confronteren |
tachiifurumai-立ち居振る舞い | gedrag; houding; manier van bewegen |
tachiirikinshi-立ち入り禁止 | verboden toegang |
tachimawari-立ち回り | beweging; actie |
tachimawaru-立ち回る | bewegen; manoeuvreren |
tachimochi-太刀持ち | (bij sumo) een van de twee worstelaars die een yokozuna begeleiden bij de ringceremonie |
tachimukau-立ち向かう | tegenover iemand staan; tegenstand [weerstand] bieden |
tachinoku-立ち退く | weggaan; verlaten; evacueren |
tachiokureru-立ち遅れる | achterblijven; achterop raken; laat beginnen [starten] |
tachisaru-立ち去る | vertrekken; weggaan |
tachishōben-立ち小便 | het buiten (op de openbare weg) urineren |
tachitsukusu-立ち尽くす | stil (blijven) staan; bewegingloos staan |
tachiuchi-太刀打ち | gevecht; strijd; het duelleren; de degens kruisen (met) |
tachiuchisuru-太刀打ちする | duelleren; de degens kruisen (met); strijden; vechten |
tachiuo-太刀魚 | haarstaartdegenvis (Trichiurus lepturus) |
tadaima-ただいま | hallo, daar ben ik weer; ik ben thuis (gezegd door degene die thuis komt tegen degene die thuis is) |
tadashii-正しい | volgens de norm; legitiem |
tagaeshi-耕し | het ploegen [land bewerken] |
tagayasu-耕す | ploegen; het land bewerken |
tahōtō-多宝塔 | een pagode, bestaande uit (slechts) twee verdiepingen (begane grond en bovenverdieping) (voornamelijk bij Shingon en Tendai Boeddhistische tempels) |
tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
tai-対 | tegenover(gestelde); contra; versus; tegen |
tai-耐 | (in kanji combinaties) bestendig; bestand (tegen); -proof |
taian-対案 | tegenvoorstel; tegenbod |
taiatari-体当たり | het met het volle gewicht er tegenaan gaan; zich storten op |
taibetsusuru-大別する | ruwweg [algemeen] onderverdelen [classificeren] |
taidan-退団 | het weggaan [verlaten] van een groep [team; organisatie; bedrijf] |
taidō-胎動 | het bewegen van een foetus in de baarmoeder |
taido・rōn-タイド・ローン | een lening waarbij vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
taigaku-退学 | het vroegtijdig de school [universiteit] verlaten (de opleiding niet afmaken) |
taihi-対比 | contrast; tegenstelling; vergelijking |
taihō-大法 | de belangrijke wet- en regelgeving |
taihojutsu-逮捕術 | arrestatietechniek voor politie (om iemand die zich verzet tegen arrestatie de handboeien aan te doen) |
taihoreki-逮捕歴 | arrestatie verleden; arrestatie register |
taiji-対峙 | het tegenover elkaar staan; confrontatie |
taijin-退陣 | terugtrekking (van een leger) |
taijisuru-対峙する | tegenover elkaar staan; het hoofd bieden aan; niet wijken voor |
taikai-退会 | opzegging; terugtrekking; beëindiging (van een lidmaatschap) |
taiketsu-対決 | tweegevecht; confrontatie; krachtmeting |
taikoban-太鼓判 | groot zegel |
taikōsha-対向車 | tegemoetkomend voertuig; tegenligger |
taikyo-太虚 | de grote leegte (Chin. filosofie) |
taikyoku-対極 | tegenpool |
taimen-対面 | tegenover elkaar staan; confrontatie |
taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
taimu・rekōdā-タイム・レコーダー | prikklok; tijdregistratie |
taimu・sukejūru-タイム・スケジュール | tijdschema; rooster; dienstregeling |
taimu・tēburu-タイム・テーブル | dienstregeling; tijdschema |
tainōshobun-滞納処分 | beslaglegging naar aanleiding van een betalingsachterstand |
tairei-大礼 | een belangrijke ceremonie (zoals huwelijk, begrafenis, etc.) |
tairitsu-対立 | tegenstand; confrontatie; tegenstelling |
tairitsusuru-対立する | tegen [afkerig] zijn; tegengesteld zijn |
tairu-タイル | tegel |
taisabaki-体捌き | (judo) draaiende beweging van het lichaam |
taisaku-対策 | maatregel; tegenmaatregel; tegenzet |
taisei-体制 | de gevestigde orde; de autoriteiten; het regime; het bewind |
taisei-太清 | de weg [wetten] van de hemel |
taisei-太清 | levenswandel; levenspad; levensweg; Tao |
taisei-耐性 | resistentie (b.v. tegen antibiotica); weerstand; tolerantie |
taiseki-退席 | vertrek; (zich) terugtrekken; opstaan (uit je stoel); weggaan |
taishō-大正 | Taisho, regeringsperiode (1912-1925) van keizer Yoshihito (1879-1926) |
taishō-対照 | contrast; tegenstelling; vergelijking |
taishokudaikō-退職代行 | het ontslag regelen (voor iemand); ontslaghulp |
taishōteki-対照的 | tegenovergesteld; contrasterend |
taishūka-大衆化 | popularisatie; het populair [algemeen begrijpelijk] maken (van wetenschap b.v.) |
taisō-大葬 | keizerlijke begrafenis(dienst) |
taiteki-大敵 | geduchte [geweldige] vijand [tegenstander] |
taiten-退転 | terugval; verval; degradatie |
taiyōshin-太陽神 | zonnegod; zonnegodin |
taiza-対座 | het tegenover elkaar zitten |
taizasuru-対座する | tegenover elkaar zitten |
takana-高菜 | Japanse grote rode mosterdplant (Brassica juncea var. integrifolia) |
takikomigohan-炊き込みご飯 | Takikomi gohan (rijst met verschillende meegekookte ingrediënten) |
takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
takkuru-タックル | (sport) het stoppen en onderuithalen van de tegenstander |
tako-凧 | vlieger (aan een touw) |
takoku-他国 | buitenland; een ander land; een andere plaats] [regio] (dan waar je bent geboren) |
takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
takuhon-拓本 | (archeologie) rubbing; wrijfsel (door wrijving verkregen kopieën op papier van reliëfversieringen) |
takuwan-沢庵 | ingelegde [gepekelde] daikon (radijs) |
tamanori-玉乗り | het balanceren [voortbewegen] op een grote bal |
tamarikaneru-堪り兼ねる | onverdraaglijk zijn; (iets) niet langer kunnen verdragen; er niet meer tegen kunnen |
tamaya-霊屋 | ruimte waar een overledene tijdelijk ligt opgebaard tot de begrafenis |
tameni-為に | vanwege; omdat |
tameru-貯める | sparen (geld); opzij leggen |
tāminaru-ターミナル | (vliegveld) vertrekhal; aankomsthal |
tāminaru・biru-ターミナル・ビル | (vliegveld) terminalgebouw |
tamurosuru-屯する | gestationeerd [gelegerd; ingekwartierd] zijn |
tanegami-種紙 | zijderups-eieren papier (papier waarop men zijderupsen eieren laat leggen) |
tanka-短歌 | een Japans gedicht bestaande uit vijf regels met 31 lettergrepen (5-7-5-7-7) |
tānkī-ターンキー | gebruiksklaar; kant-en-klaar; alles inbegrepen |
tanki-短気 | opvliegend [driftig; ongeduldig] karakter [humeur] |
tankōbon-単行本 | een los boek (als zelfstandig werk gepubliceerd, in tegenstelling tot een boek dat deel uitmaakt van een serie) |
tanpa-短波 | kortegolf (hoge radiofrequentie) |
tanpahōsō-短波放送 | kortegolfuitzending |
tānpaiku-ターンパイク | tolweg (autoweg) |
tanpajushinki-短波受信機 | kortegolfontvanger (radio) |
tanpasōshinki-短波送信機 | kortegolfzender |
tanpatsu-単発 | eenmotorig (vliegtuig) |
tanpatsuki-単発機 | eenmotorig toestel (vliegtuig) |
tanpotsuki-担保付き | met (gegarandeerde) zekerheid |
tanrei-端麗 | schoonheid; bekoorlijkheid; elegantie |
tanshin-単身 | alleen; zonder begeleiding; op eigen houtje; in je eentje |
tantan-淡淡 | rustig bewegend [stromend] (water) |
taoyaka-たおやか | elegant; sierlijk; gracieus |
taoyame-手弱女 | elegante [gracieuze] vrouw |
tarento-タレント | talent; aanleg; vakmanschap |
tari-たり | (achtervoegsel) nu eens dit doen, dan weer dat doen |
tariru-足りる | voldoende [genoeg] zijn; de moeite waard zijn |
tashu-多種 | veelheid aan categorieën |
tasu-足す | toevoegen |
tatakiageru-叩き上げる | zichzelf opwerken; van onderaf beginnen |
tatakidaiku-叩き大工 | een beginnende [slechte; onhandige] timmerman |
tatakidasu-叩き出す | beginnen te slaan [timmeren; hameren] |
tatakidasu-叩き出す | verdrijven; wegsturen; verjagen |
tataru-祟る | een slecht resultaat [slechte situatie] teweegbrengen [veroorzaken] |
tatekakeru-立て掛ける | laten steunen [leunen]; ergens (rechtop) tegenaan zetten |
tatenami-縦波 | lengtegolf (bij een schip) |
tatenuki-経緯 | verticaal en horizontaal; lengtegraad en breedtegraad; schering en inslag |
tatoe-例え | vergelijking; metafoor; allegorie |
tatsui-達意 | begrijpelijkheid; duidelijkheid; klaarheid |
tau-多雨 | hevige [zware] regenval [neerslag] |
tauchi-田打ち | het bewerking [omploegen] van de rijstvelden |
tawayame-手弱女 | elegante [gracieuze] vrouw |
teatarishidai-手当たり次第 | lukraak; in het wilde weg; van de hak op de tak |
tebakari-手秤 | kleine hand-weegschaal |
tebiki-手引き | begeleiding; hulp; advies |
tebura-手ぶら | (met) lege handen |
tedate-手立て | maatregel; manier; methode |
tegotae-手応え | weerstand; verzet; (tegen)reactie |
teguchi-手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
tehai-手配 | voorbereiding(en); voorzorg; maatregel |
tehaishashin-手配写真 | foto van een verdachte in het opsporingsregister |
tehajime-手始め | begin; start; aanvang |
tehazu-手筈 | plan; programma; maatregelen |
tei-廷 | (in kanji combinaties) plaats van overheidsaangelegenheden |
teien-庭園 | mooi aangelegde tuin; privé park |
teigaku-停学 | (tijdelijke) schorsing voor het volgen van klassen [colleges] |
teigen-提言 | mening; idee; gedachtegoed; voorstel |
teikettō-低血糖 | hypoglykemie; sterke daling van de bloedsuikerspiegel |
teikettōshō-低血糖症 | hypoglykemie; sterke daling van de bloedsuikerspiegel |
teikō-抵抗 | weerstand; tegenstand |
teikubakku-テイクバック | (tennis) armbeweging naar achteren |
teikuofu-テイクオフ | het opstijgen (vliegtuig) |
teinentaishoku-定年退職 | pensionering; het met pensioen gaan vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd |
teiritsu-定律 | vastgestelde wet [regelgeving] |
teiritsuhō-定率法 | degressieve afschrijvingsmethode |
teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
teisetsu-定説 | algemeen geaccepteerde [gangbare] verklaring [uitleg; theorie] |
tejun-手順 | procedure; proces; stappen (fig.); maatregelen |
tekagami-手鏡 | handspiegel |
teki-敵 | vijand; tegenstander |
tekihatsu-摘発 | ontmaskering; blootlegging; onthulling |
tekiseigo-敵性語 | de taal van de vijand [tegenpartij] (m.n. het Engels tijdens WOII) |
tekishin-摘心 | het dieven [weghalen] van takken [knoppen] van een plant (om de groei van vruchten te bevorderen) |
tekishisuru-敵視する | vijandig staan tegenover; iemand als vijand beschouwen [tegemoet treden] |
tekishitsu-敵失 | fout gemaakt door een tegenstander [vijand] |
tekishu-敵手 | rivaal; tegenstander; vijand |
tekisuru-敵する | zich verzetten tegen; bezwaar maken tegen; dwarsbomen; tegenwerken |
tekitaisha-敵対者 | tegenstander; vijand |
tekitaisuru-敵対する | vijandig staan (tegenover); strijden; vechten |
tekiya-的屋 | straatventer; sjacheraar; oplichter; bedrieger |
tekizen-敵前 | voor [tegenover] de vijand |
tekketsu-剔抉 | een fraudegeval [schandaal] aan het licht brengen. |
tekki-敵機 | vijandelijk vliegtuig |
tekkyo-撤去 | verwijdering; wegruiming |
tekkyosuru-撤去する | verwijderen; weghalen; wegruimen |
tekubari-手配り | voorbereiding; maatregel |
tekunoekonomisuto-テクノエコノミスト | techno-econoom (een technologisch onderlegd econoom) |
tekunosutoresu-テクノストレス | technostress (de negatieve invloed die het gebruik van computers heeft op de mens) |
temaegatte-手前勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
temawashi-手回し | voorbereiding(en); maatregel(en) |
temori-手盛り | de dingen doen zoals jezelf het beste uitkomt; ten gunste van jezelf dingen regelen |
temoto-手元 | handbeweging(en) |
temukau-手向かう | weerstand [tegenstand] bieden; de hand opheffen (tegen iemand) |
ten-典 | principe; regels |
ten-篆 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
tenbin-天秤 | balans; weegschaal |
tenbin-天秤 | (afk. voor) (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
tenbinkyū-天秤宮 | (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
tenbinza-天秤座 | (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
tenbun-天分 | (natuurlijk; aangeboren) talent; gave; aanleg |
tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
tenjō-添乗 | jet vergezellen; begeleiden; meerijden |
tenjōura-天井裏 | een (lege) vliering (zonder vloerdelen, enkel met constructie-balken) |
tenka-天下 | de overheid [regering; regerende macht] van een land |
tenka-天下 | (erenaam voor) keizerlijke prins [prinses]; prins-regent |
tenka-添加 | toevoeging (aan een substantie, ter verbetering van kwaliteit of smaak) |
tenkabutsu-添加物 | additief; toevoeging; toevoegingsmiddel; hulpstof |
tenkai-展開 | (wiskunde) desintegratie; uitwerking |
tenkara-てんから | vanaf het begin |
tenkei-点景 | (in een landschapschilderij) een bijschildering [toevoeging] van mensen of dieren |
tenken-天険 | ruig [moeilijk begaanbaar] terrein (als natuurlijke verdediging) |
tenki-天機 | aanleg; karakter; aard; aangeboren kwaliteiten; natuurtalent |
tenkiame-天気雨 | regen bij mooi weer; regen terwijl de zon schijnt |
tenkoku-篆刻 | ingegraveerd karakter op een zegel |
tenmado-天窓 | een gerecht waarbij er op gebakken noedels (soba of udon) een (zacht) gekookt of gebakken ei wordt gelegd |
tenpan-典範 | regels; wet; voorschrift |
tenpyōbunka-天平文化 | de Tenpyō cultuur (van de regeerperiode van keizer Shoyu in Nara, 729 - 749) |
tenraku-転落 | degradatie; neergang |
tenrei-典麗 | elegantie; netheid |
tenseki-転籍 | registratie van overplaatsing (van woonplaats, studierichting, school, etc.) |
tenshi-天資 | aard; ongeboren aanleg, natuurlijke gave(n) |
tenshin-転進 | verandering van positie (troepen; leger) |
tensho-篆書 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
tenteki-点滴 | druppelend water; regendruppels |
tenurui-手緩い | laks; nonchalant; mild; toegeeflijk; meegaand |
teodori-手踊り | een dans waarbij een aantal mensen tegelijk dezelfde bewegingen maken |
terakotta-テラコッタ | terracotta (ongeglazuurde klei) |
terekakushi-照れ隠し | het verbergen van schaamte [verlegenheid] |
tereru-照れる | verlegen [in verlegenheid] zijn; zich opgelaten voelen |
tereya-照れ屋 | een verlegen [bedeesde; schuwe] persoon |
teriyaki-照り焼き | teriyaki: gegrilde vis of vlees in gezoete sojasaus |
tēru-テール | tael (Chinese weeg-eenheid) |
tesuji-手筋 | aanleg; talent |
tetorapoddo-テトラポッド | tetrapod, golfbrekerelement (vierpotig betonblok, gebruikt om de kust te beschermen tegen de zee) |
tetsu-鉄 | spoorbaan; spoorweg |
tetsudō-鉄道 | spoorweg; spoorbaan; spoorlijn |
tetsudōin-鉄道員 | spoorwegpersoneel; spoorwegman; spoor(weg)wachter; stationschef |
tetsudōkyō-鉄道橋 | spoorbrug; spoorwegbrug |
tetsudōmō-鉄道網 | spoorwegnet; spoorwegstelsel |
tetsudōshokuin-鉄道職員 | spoorwegpersoneel |
tetsuide-手序で | tegelijkertijd; ... terwijl je toch bezig bent |
tetsuki-手付き | handgebaar; handbeweging |
tetsuri-哲理 | filosofie; filosofische begrippen [principes] |
tetsuro-鉄路 | spoorweg; spoorbaan; spoorlijn |
tetsuzuki-手続き | procedure(s); proces; stappen; maatregelen |
tetteiteki-徹底的 | grondig; diepgaand; volledig; compleet; intensief; van begin tot eind; van onder tot boven |
tettōtetsubi-徹頭徹尾 | grondig; door en door; van begin tot eind |
tikkā-ティッカー | tikker (toestel dat berichten telegrafisch op papierstroken overbrengt); elektronisch prikbord voor nieuws en beursberichten |
tī・guraundo-ティー・グラウンド | de afslagplaats (voor het begin van een hole bij golf) |
tī・pī・ō-ティー・ピー・オー | passende kleding voor de tijd, plaats en gelegenheid |
tōbaku-倒幕 | het omverwerpen van het shogunaat (regering van de shogun) |
tobakuchi-とば口 | begin; start |
tōbakuundō-倒幕運動 | beweging die streefde naar het omverwerpen van het shogunaat |
tōbatsu-盗伐 | illegale houtkap; het illegaal kappen en stelen van bomen |
tobiagari-飛び上がり | sprong; het opspringen; opstijgen; opvliegen; start (van vliegtuig) |
tobiagaru-飛び上がる | springen; opspringen; opschrikken; opstijgen; opvliegen; starten (van vliegtuig) |
tobichi-飛び地 | afgelegen [geïsoleerd] gebied; enclave |
tobichigau-飛び違う | rondvliegen; rondfladderen |
tobichiru-飛び散る | wegvliegen; rondvliegen; alle kanten opvliegen |
tobidasu-飛び出す | wegvliegen; uitvliegen |
tobidasu-飛び出す | wegrennen; naar buiten rennen |
tobihi-飛び火 | rondvliegende vonken [vlammen]; zich verspreidend [overspringend] vuur |
tobikau-飛び交う | rondvliegen; rondfladderen |
tobiko-飛子 | vliegviskuit; vliegviskaviaar |
tobimawaru-飛び回る | rondvliegen; rondcirkelen (in de lucht) |
tobinoku-飛び退く | terugspringen; opzij springen; wegspringen |
tobitatsu-飛び立つ | wegvliegen; opvliegen; de lucht invliegen |
tobiuo-飛び魚 | vliegende vis |
tobokeru-惚ける | verstrooid [afwezig; vaag; nietszeggend] zijn |
tōbyō-闘病 | de strijd tegen een ziekte |
tōbyōsuru-闘病する | strijden [vechten] tegen een ziekte |
tochi-土地 | plaats; gebied; district; regio |
tochū-途中 | onderweg; al doende; halverwege |
todokedenin-届出人 | degeen die aangifte doet (van geboorte, huwelijk, etc.) |
togaki-ト書き | regieaanwijzing |
tōgekō-登下校 | het van en naar school gaan (met het huis als beginpunt of eindpunt) |
togeru-遂げる | volbrengen; bereiken; uitvoeren; plegen (misdaad); voor elkaar krijgen |
tōgō-統合 | eenwording; unificatie; integratie |
tōgoku-東国 | oostelijk land; oostelijke provincie [regio] |
tōgōsuru-統合する | unificeren; tot eenheid brengen; integreren |
tōgyosuru-統御する | heersen; regeren; besturen; controle hebben (over) |
toh-取っ | voorvoegsel (afgeleid van 取り), gebruikt om de betekenis van werkwoorden te intensiveren [versterken] |
tōhikō-逃避行 | vlucht; ontsnapping; weglopen |
tōhoku-東北 | de noordoostelijke regio van (het hoofdeiland) Honshu in Japan |
tōhon-謄本 | officiële kopie van een familie-register |
toikaesu-問い返す | opnieuw vragen; terugvragen; een tegenvraag stellen |
toikakeru-問い掛ける | een vraag stellen; beginnen te vragen |
toiuto-と言うと | als het gaat om; wanneer met spreekt van; als je het hebt over; als je ... zegt, bedoel je ... |
tojikomu-綴じ込む | samenbinden tot één geheel; invoegen |
tōjiru-投じる | zich toeleggen op; zich wijden aan; zich (enthousiast) ergens op storten |
tōjō-搭乗 | boarding (instappen in vliegtuig) |
tōjōguchi-搭乗口 | (vliegveld) boarding gate; instapbalie |
tōjōken-搭乗券 | instapkaart (vliegtuig); boardingpass |
tōjōsuru-搭乗する | baarden (instappen in vliegtuig) |
tōkaku-倒閣 | omverwerping van een regering |
tōkatsu-統括 | vereniging; samenvoeging |
tōkei-統計 | statistiek(en); statistische gegevens |
tōketsusuru-凍結する | (fig.) bevriezen (b.v. van tegoeden); iets in de wachtstand zetten |
tōki-登記 | registratie; inschrijving |
tokiakasu-説き明かす | duidelijk maken; ophelderen; uitleggen |
tokiokosu-説き起こす | beginnen te bespreken [vertellen] |
tokken-特権 | privilege; voorrecht |
tokkyodaichō-特許台帳 | octrooiregister |
tōkon-当今 | tegenwoordig; dezer dagen; momenteel; nu |
tokoro-所 | plaats; plek; regio; gebied; ruimte |
tokorogaki-所書き | (geschreven; opgegeven) adres |
toku-説く | uitleggen; uiteenzetten; verklaren |
tokubetsushoku-特別職 | hoge regeringsfunctie die niet onder de ambtenarenwet valt |
tokubetsuyōgorōjinhōmu-特別養護老人ホーム | verpleeghuis voor ouderen |
tokuhain-特派員 | afvaardiging; delegatie; vertegenwoordiger |
tokuhon-読本 | leerboek; lesboek; tekstboek; boek voor beginners |
tokui-得意 | trots; zelfgenoegzaamheid |
tokureishi-特例市 | (Japans systeem) classificatie als kernstad (met speciale administratieve bevoegdheden) voor steden met minstens 20.000 inwoners |
tokusan-特産 | lokale specialiteit; lokaal product (dat m.n. in een bepaalde regio wordt geproduceerd) |
tokusei-徳政 | goede [deugdzame] regering |
tokusha-特赦 | amnestie; speciale pardonregeling |
tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
tōkutsu-盗掘 | illegale opgraving (van grondstoffen, historische kostbaarheden e.d.) |
tomadou-戸惑う | de kluts [weg] kwijt zijn; zich geen raad weten; verbijsterd [in de war; verbluft; perplex; beduusd] zijn |
tomedate-止め立て | poging om iem. te weerhouden [tegenhouden; beletten; verhinderen] |
tomedatesuru-止め立てする | stoppen; tegenhouden; weerhouden; beletten; verhinderen |
tomeru-止める | tegenhouden |
tomo-艫 | (van een schip) achtersteven; hek; spiegel |
tomobiki-友引 | een dag (in de zesdaagse cyclus) waarop iemands geluk dat van zijn vrienden beïnvloedt (daarom gunstig voor bruiloften, maar niet voor begrafenissen) |
tomonau-伴う | volgen; meegaan; vergezellen; meenemen |
tōnokuni-遠の国 | een ver [afgelegen] land |
tooi-遠い | ver; veraf; afgelegen |
toome-遠め | ver weg |
toori-通り | straat; weg; doorgang |
toori-通り | begrip |
toorima-通り魔 | een crimineel die in het wilde weg [blindelings] passanten aanvalt en vernielingen aanricht |
toorinukeru-通り抜ける | door iets (bijvoorbeeld een tunnel) heengaan; doorsteken (een kortere weg nemen) |
tooshi-通し | helemaal van begin tot eind |
tooshikyōgen-通し狂言 | de opvoering van een heel kyōgen stuk (van begin tot eind) |
toozakaru-遠ざかる | zich verwijderen; verder weggaan; vervagen; wegsterven |
toozakeru-遠ざける | vermijden; weghouden van; zich onthouden van; uit de buurt blijven; op afstand houden; zich afzijdig houden |
toppana-突端 | het begin |
toramaeru-捕らまえる | arresteren; staande houden; tegenhouden; (laten) stoppen |
toranomaki-虎の巻 | boek met geheimen [strategieën] |
toransufā-トランスファー | transfer; overstap (bij vliegreis) |
tori-取り | het nemen; degene die neemt |
tori-取り | (judo) degene die de aanvalstechniek gebruikt |
toriageru-取り上げる | wegnemen |
toriatsukai-取り扱い | behandeling; bejegening; dienstverlening |
torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
toriharau-取り払う | weghalen; opruimen; afruimen |
torihazusu-取り外す | weghalen; afhalen; loshalen; uit elkaar halen |
torii-鳥居 | toegangspoort tot een Shintō heiligdom |
torikakaru-取りかかる | beginnen; starten; gaan doen; aan het werk gaan |
torikakomu-取り囲む | omringen; omcirkelen; belegeren |
torikeshi-取り消し | afzegging; opzegging; terugtrekking; terugroeping; opheffing |
torikesu-取り消す | afzeggen; opzeggen; terugtrekken; terugroepen; opheffen |
torikime-取り決め | regeling; overeenkomst; afspraak; belofte |
torikimeru-取り決める | regelen; overeenkomen; afspreken; vaststellen |
torikkusutā-トリックスター | bedrieger; oplichter; zwendelaar; goochelaar |
toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
torikobosu-取り零す | (onverwacht) verliezen (van een makkelijke tegenstander) |
torikumu-取り組む | worstelen (met een tegenstander); strijden |
torimochi-鳥黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
torimonaosazu-取りも直さず | namelijk; anders gezegd; met andere woorden |
torinokeru-取り除ける | verwijderen; weghalen; wegvegen; opruimen |
torinokeru-取り除ける | opzij leggen; reserveren |
torinokomochi-鳥の子餅 | witte en (roze)rode rijstcakes (in de vorm van een vogelei), uitgedeeld bij feestelijke gelegenheden |
torinozoku-取り除く | verwijderen; weghalen; wegleggen; apart leggen; opruimen |
torippingu-トリッピング | (sportterm) tripping (het laten struikelen van een tegenstander) |
torisabaku-取り捌く | regelen; beheren; behandelen |
torisageru-取り下げる | terugtrekken; afzeggen |
torisaru-取り去る | weghalen; verwijderen |
torishikiru-取り仕切る | een zaak runnen; alles zelf regelen; alles onder controle hebben |
torisuteru-取り捨てる | weggooien |
toritate-取り立て | selectie; promotie; begunstiging |
toritateru-取り立てる | selecteren; promoten; begunstigen |
toritome-取り止め | annulering; opzegging; afzegging |
toritomeru-取り止める | annuleren; opzeggen; afzeggen |
toritsugiten-取り次ぎ店 | vertegenwoordiger; agent; distributeur |
toritsukeru-取り付ける | regelen; beheren; verkrijgen |
toriyameru-取り止める | annuleren; afzeggen; intrekken |
tōroku-登録 | registratie; inschrijving |
tōrokushōhyō-登録商標 | geregistreerd handelsmerk |
toru-取る | weghalen; wegnemen; verwijderen |
toru-取る | begrijpen; vatten |
tōsandō-東山道 | Tōsandō, een van de zeven oude wegen in het gebied tussen de Tōkaidō en de Hokurikudō, en onderdeel van de Gokishichidō (五畿七道) |
tōshi-闘士 | vechter; strijder (b.v. in een oorlog of een maatschappelijke beweging) |
toshidensetsu-都市伝説 | broodjeaapverhaal; stadslegende |
tōshigaisha-投資会社 | beleggingsmaatschappij; investeringsmaatschappij |
tōshika-投資家 | investeerder; geldschieter; belegger |
tōshikeikaku-投資計画 | investeringsplan; beleggingsplan |
tōshikomon-投資顧問 | beleggingsadviseur |
toshikoshi-年越し | oudejaarsavond; oudejaarsnacht; einde van het oude jaar en begin van het nieuwe jaar |
toshimawari-年回り | geluk behorend bij een bepaalde leeftijd (er wordt gezegd dat de ongeluksleeftijd bij mannen 42 is en bij vrouwen 33) |
tōshishintaku-投資信託 | beleggingsfonds; investeringsfonds |
tōshiyūkashōken-投資有価証券 | beleggingen in effecten |
tōsho-当初 | begin |
toshoku-徒食 | lui [leeg] leven (zonder iets nuttigs te doen) |
toshu-徒手 | lege [blote] handen |
tōshuku-投宿 | hotelinschrijving; registratie [het inchecken] in een hotel |
tōshukusuru-投宿する | registreren [inchecken; inschrijven] in een hotel |
tōsōsuru-逃走する | vluchten; ontsnappen; wegrennen |
tōsuisō-透水層 | (geologie, hydrologie) onbegrensde aquifer (watervoerende laag in de ondergrond) |
totan-トタン | golfplaat (golvend gegalvaniseerd metaal) |
totsumenkyō-凸面鏡 | een convexe [bolvormige; bolle] spiegel |
tōyōsuru-盗用する | zich toe-eigenen; plagiaat plegen; plagiëren; frauderen |
tōze-党是 | beginselprogramma van een politieke partij; partijprincipes |
tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
tsu-つ | (herhaling bij parallelle acties; klassiek literair, in Modern Japans wordt tari gebruikt) en; heen en weer; over en weer; tegelijkertijd |
tsū-通 | brief [document, etc.] (woord voor het tellen van brieven, documenten, telegrammen, etc.) |
tsuba-鍔 | stootplaat [handbeschermer] van een zwaard [degen] |
tsuchifuru-土降る | zand [stof] regenen; zand stormen |
tsuchikau-培う | kweken; opvoeden; verplegen; verzorgen |
tsūdoku-通読 | volledig lezen (van begin tot eind); uitlezen |
tsugaru-津軽 | Tsugaru, de westelijke regio van de prefectuur Aomori |
tsugarujamisen-津軽三味線 | Tsugaru-jamisen (een type shamisen afkomstig uit de Tsugaru regio) |
tsugarushamisen-津軽三味線 | Tsugaru-jamisen (een type shamisen afkomstig uit de Tsugaru regio) |
tsugime-継ぎ目 | naad; las; voeg |
tsugō-都合 | omstandigheid; situatie; gelegenheid |
tsuideni-序でに | terloops; bij gelegenheid; terwijl; tegelijk; tegelijkertijd; en passant |
tsuigō-追号 | postume titel [naam]; titel [naam] die na iemands dood wordt toegekend (b.v. aan een overleden keizer) |
tsuika-追加 | toevoeging; supplement; appendix |
tsuikasuru-追加する | toevoegen; bijvoegen; aanvullen; van een supplement voorzien |
tsuin-ツイン | tegenhanger; bijbehorend deel |
tsūin-通院 | regelmatig naar het ziekenhuis gaan (voor een behandeling) |
tsuishi-追試 | een extra controle [tegencontrole] van een experiment [proef] |
tsuishi-追試 | (afk. voor) inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
tsuishiken-追試験 | inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
tsuisuto-ツイスト | draai; wending; draaibeweging; kromming |
tsuiyasu-費やす | uitgeven; consumeren; verspillen; weggooien; verkwisten |
tsūjōkokkai-通常国会 | normale [reguliere] sessie van het Parlement |
tsūjōyūbin-通常郵便 | normale [reguliere] post |
tsūjunkyō-通潤橋 | aquaduct; waterweg voor landbouwdoeleinden |
tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
tsukaeru-支える | (knielend) je handen voor je op de grond leggen (als groet, of voor het betonen van eer of spijt) |
tsukaisute-使い捨て | het eenmalig gebruiken van iets (en dan weggooien); wegwerp product |
tsukaisutebunka-使い捨て文化 | wegwerpcultuur |
tsukaisutechūshaki-使い捨て注射器 | wegwerp injectiespuit |
tsukaisutejidai-使い捨て時代 | wegwerp tijdperk |
tsukaisuteshugi-使い捨て主義 | wegwerp principe |
tsukekuwaeru-付け加える | toevoegen |
tsukeru-付ける | aanhechten; toevoegen; bijvoegen; vastmaken |
tsuketari-付けたり | toevoeging; aanvulling; aanhangsel; appendix |
tsukiatari-突き当たり | eind (v.e. weg, straat, etc.) |
tsukikiru-突き切る | oversteken (een weg, een veld e.d.) |
tsukisusumu-突き進む | zich een weg banen; voorwaarts stormen [rennen] |
tsukkomu-突っ込む | (snel of hard) induiken; invliegen; inrammen; opbotsen; bestormen; aanvallen |
tsukkomu-突っ込む | alles tezamen nemen (zonder onderscheid te maken); alles tegelijk in aanmerking nemen; overal rekening mee houden |
tsuku-付く | bijgevoegd [aangehecht; vastgemaakt] zijn |
tsuku-吐く | zeggen; vertellen; beweren |
tsukuneru-捏ねる | (klei, deeg, etc.) kneden; boetseren |
tsuma-妻 | (meestal geschreven in hiragana) garnering (van sashimi met groenten, zeewier, e.d.); versiering; opmaak; toevoeging |
tsumagake-爪掛け | een hoesje over het uiteinde van geta (houten sandalen), om de tenen te beschermen tegen regen en sneeuw |
tsumamidasu-摘まみ出す | (iets) met je vingers [(eet)stokjes] weghalen [ergens uithalen] |
tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
tsumari-詰まり | kortom; namelijk; met andere woorden (m.a.w.); dat wil zeggen (d.w.z.) |
tsumazuku-躓く | (halverwege) falen; mislukken; gehinderd worden; ergens tegenaan lopen |
tsumein-爪印 | duimafdruk; vingerafdruk; nagelafdruk als zegel |
tsumeshōgi-詰め将棋 | een shogi-probleem (een gegeven schaakstelling waarbij het doel is de koning van de tegenstander schaakmat te zetten) |
tsumitateru-積み立てる | (geld) sparen; verzamelen; opzij leggen |
tsunagiawaseru-繋ぎ合わせる | samenbrengen; samenbundelen; samenbinden; verbinden; (verschillende zaken) samenvoegen tot een eenheid |
tsurara-氷柱 | ijspegel |
tsuredatsu-連れ立つ | samen (ergens heen) gaan; meegaan met |
tsūrei-通例 | regel; gewoonte; gebruik |
tsuriaiomori-釣り合いおもり | tegengewicht; tegenwicht |
tsuridasu-釣り出す | uitlokken; weglokken; uit zijn tent lokken; verleiden |
tsuridasu-釣り出す | (bij sumo) de tegenstander uit de ring (dohyō) tillen |
tsūro-通路 | gang; hal; doorgang; passage; gangpad; weg; straat |
tsūsetsu-通説 | (uitgebreide) uitleg [verklaring] |
tsutankāmen-ツタンカーメン | Toetanchamon (of: Toetankhamon, een farao in het oude Egypte) |
tsūtatsu-通達 | vakkundigheid; bekwaamheid; veel kennis [begrip] hebben |
tsutau-伝う | meegaan; (ergens) langs [over] gaan; volgen |
tsutawaru-伝わる | doorgegeven [bekend] worden |
tsūtoiebakā-つうと言えばかあ | elkaar snel begrijpen; op één lijn [op dezelfde golflengte] zitten |
tsutomeru-努める | pogen; wagen; zich inzetten (voor); zijn best doen; zich toeleggen op |
tsutoni-夙に | vroeg in de morgen [ochtend] |
tsutsushimi-慎み | (Edo periode) strafmaatregel in de vorm van huisarrest bij de hofadel en krijgsadel |
tsuyameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
tsuyu-梅雨 | regenseizoen |
tsuyuake-梅雨明け | na (afloop van) het regenseizoen |
tsuyubare-梅雨晴れ | zonnige periode tijdens het regenseizoen |
tsuyubie-梅雨冷え | koud weer [koudegolf] tijdens het regenseizoen |
tsuyuharai-露払い | heraut; de persoon die vooruit loopt en de weg vrijmaakt voor een hooggeplaatste persoon [stoet] |
tsuyuiri-梅雨入り | begin van de regentijd; begin van het regenseizoen |
tsuyuzamu-梅雨寒 | kou tijdens het regenseizoen |
u-雨 | (in kanji combinaties) regen |
ubazakura-姥桜 | een vroeg bloeiende kersenboom |
uchiawaseru-打ち合わせる | van te voren [vooraf] regelen [beslissen] |
uchibenkei-内弁慶 | iemand die thuis bazig is [de flinke held uithangt], maar daarbuiten verlegen is |
uchidasu-打ち出す | beginnen met slaan [met de slagbeurt] (honkbal, e.d.); serveren (tennis); beginnen met typen |
uchidenokozuchi-打ち出の小槌 | magische [legendarische] gelukshamer |
uchigake-内掛け | (sumo-techniek) binnen-beenworp (een been aan de binnenkant van een been van de tegenstander zetten om hem omver te werpen) |
uchiharau-打ち払う | (van zich af) slaan; wegslaan; wegvegen; wegjagen |
uchikaesu-打ち返す | omploegen (van akker) |
uchikata-打ち方 | manier van slaan (b.v. bij tennis); manier van spelen; spelregels |
uchikesu-打ち消す | ontkennen; tegenspreken |
uchiki-内気 | verlegenheid; terughoudendheid |
uchimata-内股 | judoworp (het omverwerpen van je tegenstander door je been tussen zijn benen te steken) |
uchimizu-打ち水 | het water geven; bewateren; begieten |
uchinomesu-打ちのめす | (iem.) neerslaan; tegen de grond slaan; in elkaar slaan |
uchisuteru-打ち捨てる | negeren; verwaarlozen |
uchitaosu-打ち倒す | neerslaan; tegen de grond slaan; omverwerpen |
uchitsukeru-打ち付ける | (steentjes) gooien tegen |
uchitsureru-打ち連れる | samen (ergens heen) gaan; meegaan (met) |
uchiyoseru-打ち寄せる | slaan [rollen] tegen; overspoelen; breken (golven) |
uchū-雨中 | in de regen |
uchū-雨中 | een regendag |
udonge-優曇華 | (Sanskriet) udumbara (een mythische plant die zogezegd eens in de 3000 jaar bloeide), wordt gebruikt als metafoor voor iets dat uiterst zeldzaam is |
udonge-優曇華 | de eitjes van de gaasvlieg |
uēbu-ウエーブ | golfbeweging; wave (van het publiek in stadions tijdens sportwedstrijden of concerten) |
ufufu-うふふ | hihi (geluid van gegrinnik) |
ugai-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
ugai-嗽 | gegorgel; mondspoeling |
uganda-ウガンダ | Oeganda |
ugo-雨後 | na regen |
ugokasu-動かす | verplaatsen; in beweging zetten |
ugoki-動き | beweging; activiteit |
ugoku-動く | bewegen |
ui-初 | (in samenstellingen) begin; eerste |
uingu-ウイング | (vogel; vliegtuig) vleugel |
uingu-ウイング | (van sportploeg) vleugel |
uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
ukai-迂回 | omweg; omleiding |
ukairo-迂回路 | omweg; wegomlegging; alternatieve route |
ukegoshi-受け腰 | een verdedigende [negatieve] houding |
ukeru-受ける | vangen (een bal, etc.); opvangen; tegenhouden |
uketomeru-受け止める | stoppen; tegenhouden; afweren; ontwijken; opvangen |
uketoru-受け取る | begrijpen; geloven; (voor waar) aannemen |
ukeuri-受け売り | het napraten; doorvertellen [herhalen] wat anderen zeggen |
uki-雨季 | regenseizoen |
ukiagaru-浮き上がる | opvallen; afsteken tegen |
ukiashidatsu-浮き足立つ | klaar staan om te vluchten [weg te rennen]; onrustig worden; wankelen |
ukidasu-浮き出す | opvallen; afsteken tegen (b.v. een achtergrond) |
ukyaku-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
ūman・ribu-ウーマン・リブ | vrouwenbevrijdingsbeweging |(woman's liberation movement) |
umaru-埋まる | begraven worden |
umeru-埋める | begraven |
umetateru-埋め立てる | droogleggen; inpolderen; terugwinnen |
umibiraki-海開き | opening [begin] van het strandseizoen |
umibōzu-海坊主 | Umibōzu, een legendarisch zeemonster (met een geschoren hoofd zoals een Boeddhistische monnik) |
uminooya-生みの親 | stichter; oprichter; grondlegger |
umoreru-埋もれる | begraven [bedekt; afgedekt; verborgen] worden |
unaden-ウナ電 | spoedtelegram; ijltelegram; dringend telegram |
unadon-鰻丼 | (Japans traditioneel gerecht) een (donburi-stijl) kom rijst met gegrilde paling erop |
unajū-鰻重 | gegrilde paling en rijst geserveerd in (op elkaar gestapelde) lakdozen |
unari-唸り | gekreun; gekerm; gebrul; gegrom; gejank; gezoem; gesuis; slagtoon |
undō-運動 | lichaamsbeweging; (conditie)training; oefening(en) |
undōenerugii-運動エネルギー | kinetische energie; bewegingsenergie |
undōsuru-運動する | bewegen; sporten; oefenen; oefeningen doen |
uneri-うねり | het golven; heen en weer bewegen; slingeren; omwentelen (ook figuurlijk) |
unga-運河 | kanaal; waterweg; gracht |
uni-海胆 | zee-egel |
unkō-運航 | verbinding; (lijn)dienst (vliegtuigen, schepen, bussen, etc.) |
unkōsuru-運行する | bewegen; omwentelen; roteren |
unzarisuru-うんざりする | (onomatopee) ziek [moe] worden van; het zat zijn; tegenstaan; een aversie hebben tegen; tegen de borst stuiten; vervelen |
uradana-裏店 | een huis in een achterstraatje [steegje] |
uradoori-裏通り | zijstraat; steeg |
uragiru-裏切る | verraden; bedriegen; ontrouw zijn |
uraguchi-裏口 | (fig.) achterdeur; illegaal binnenkomen; op frauduleuze wijze doen; toegang (tot universiteit, bedrijf, e.d.) zonder te voldoen aan toelatingseisen |
urahara-裏腹 | het tegendeel; tegen(over)gestelde; omgekeerde |
uramachi-裏町 | achterafstraten; zijstraatjes; achterafsteegjes; achterbuurt |
uramichi-裏道 | secundaire weg |
uramichi-裏道 | zijweg; sluipweg (bij verkeersopstoppingen e.d.) |
uramu-恨む | een wrok koesteren (tegen iemand); rancune voelen jegens iemand |
uranagaya-裏長屋 | rijtjeshuis (in een steegje) |
uranai-占い | waarzeggerij |
uranaishi-占い師 | waarzegger |
uranau-占う | waarzeggen; de toekomst voorspellen |
uranihon-裏日本 | kustgebieden van Honshu gelegen aan de Japanse Zee |
urikehai-売り気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
uryō-雨量 | hoeveelheid regen [neerslag] |
uryōkei-雨量計 | regenmeter; pluviometer |
usei-雨声 | het geluid van regen |
ushiromuki-後ろ向き | regressie; terugval |
usu-臼 | usu, grote Japanse vijzel (o.a. gebruikt om het deeg te stampen voor mochi, Japanse balletjes van kleefrijst) |
usui-雨水 | regenwater |
uteki-雨滴 | regendruppel |
uten-雨天 | regenachtig weer; regenachtige dag |
utoutosuru-うとうとする | (onomatopee) (weg) dutten; soezen; (in) dommelen; een hazenslaapje doen; sluimeren |
utōyasukata-善知鳥安方 | een mythische [legendarische] vogel |
utsuro-空ろ | zonder inhoud; leegte |
utsuru-写る | gefotografeerd [afgebeeld; weerspiegeld; gereflecteerd] worden |
utsuru-映る | zich weerspiegelen; gereflecteerd worden |
utsushi-写し | iets via een film [foto] vastleggen |
utsusu-映す | weerspiegelen; reflecteren |
utsuwa-器 | bekwaamheid; gave; aanleg; talent; vaardigheid; geschiktheid |
uumanribu-ウーマン・リブ | Vrouwenbevrijdingsbeweging; Vrouwenemancipatiebeweging |
uumanribuundō-ウーマン・リブ運動 | Vrouwenbevrijdingsbeweging; Vrouwenemancipatiebeweging |
uwa-上 | (in kanji combinaties) boven; op; hoog; daarbij; toegevoegd |
uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
uwanori-上乗り | het begeleiden [de begeleider; opzichter] van goederen [vracht; lading] tijdens transport |
uzumoreru-埋もれる | begraven [bedekt; afgedekt; verborgen] worden |
wa-話 | (in kanji combinaties) spreken; zeggen; vertellen; taal; woord; verhaall |
wabishii-侘しい | stil; eenzaam; afgelegen |
wabisuke-侘助 | Wabisuke camelia (een variëteit van de Camellia Japonica, met kleine enkele bloemen; vanwege hun eenvoud vaak gebruikt bij theeceremonies) |
wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
wagamama-我が儘 | egoïsme; zelfzuchtigheid; ongehoorzaamheid |
waingumi-ワイングミ | winegum (snoepje) |
waipu-ワイプ | het wissen van gegevens van opnamebanden en hardeschijven |
wai・daburyū・shī・ē-ワイ・ダブリュー・シー・エー | Young Women’s Christian Association, een beweging die zich inzet voor leiderschap en rechten van vrouwen en meisjes |
wakahage-若禿 | vroegtijdige kaalheid; kaalheid op jonge leeftijd |
wakaisuru-和解する | zich verzoenen; verzoend worden (met); (ruzie) bijleggen |
wakajini-若死に | vroege dood; jong overleden |
wakajinisuru-若死にする | jong [vroeg] overlijden [sterven] |
wakareji-別れ路 | wegsplitsing; kruising; aftakking |
wakarejimo-別れ霜 | late [laatste] vorst (voor de lente begint) |
wakaremichi-分かれ道 | zijweg; kruising; splitsing; tweesprong |
wakaru-分かる | duidelijk zijn; begrijpen; zich realiseren |
wakashiraga-若白髪 | vroeg grijs; grijs haar op jonge leeftijd |
wakōdōjin-和光同塵 | (boeddh.) de Boeddha en Bodhisattva versluieren hun wijsheid om op toegankelijke wijze de lijdende mensheid te kunnen redden |
wankosoba-椀子蕎麦 | een kom bouillon met soba-noedels, die steeds wordt bijgevuld tot de klant genoeg heeft |
wansutoppu・shoppingu-ワンストップ・ショッピング | koopgedrag waarbij consumenten tegelijkertijd boodschappen en andere diensten doen op één locatie |
wantan-ワンタン | wantan (Chinees gevuld deegballetje) |
waraitobasu-笑い飛ばす | iets weglachen; zich er met een (glim)lach vanaf maken |
wariate-割り当て | toegewezen deel; quotum; rantsoenering |
waribashi-割り箸 | wegwerp eetstokjes (die je zelf splijt) |
warichū-割り注 | ingevoegde aantekeningen |
waridasu-割り出す | berekenen; uitrekenen; begroten; afleiden (uit) |
wariguriishi-割り栗石 | macadam (wegverharding van twee lagen steengruis) |
waruagaki-悪足掻き | nutteloos [vergeefs] verzet [tegenstribbeling] |
warubireru-悪びれる | (dit w.w. wordt gebruikt in ontkennende zinnen) te verlegen zijn; zich klein [minderwaardig] voelen; rusteloos [zenuwachtig] zijn |
warudome-悪止め | uit alle macht (iemand) proberen tegen te houden |
wase-早稲 | rijstvariëteit die vroeg rijpt; vroeg rijpende gewassen [vruchten] |
wase-早稲 | vroeg volwassen worden |
wasshoi-わっしょい | (tussenwerpsel; uitroep) hup, hup!; allemaal tegelijk! (trekken; tillen); (scheepvaart) anker op! |
wasuru-和する | passende dichtregels maken als antwoord op een andere dichtregels [verzen] |
watakuri-綿繰り | egrenering [ontkorreling] van katoen; katoenzuivering |
watakushigoto-私事 | privé zaak [aangelegenheid] |
watashibashi-渡し箸 | eetstokjes die op de kom gelegd zijn (onjuist gebruik van eetstokjes) |
watatsumi-海神 | zeegod; (Gr.) Poseidon; (Rom.) Neptunus |
wayō-和様 | (elegante) Japanse kalligrafiestijl |
yaburan-藪蘭 | leliegras (Liriope muscari) |
yadochō-宿帳 | hotelregister |
yagate-軈て | momenteel; tegenwoordig |
yaiyai-やいやい | (uitroep) hé, hé!; hé, zeg!; hallo! |
yaji-野次 | boegeroep; hoongelach; gejoel; luide kritiek |
yaka-やか | gekoppeld aan een zelfstandige naamwoord vormt het een bijvoeglijk naamwoord (met な) |
yakibata-焼き畑 | brand-landbouwgrond; akkers die door hakken en branden (van de begroeiing) zijn aangelegd |
yakibuta-焼き豚 | gegrild [geroosterd] varkensvlees |
yakidōfu-焼き豆腐 | gegrilde [geroosterde] tofu [tahoe] |
yakiharau-焼き払う | (tot aan de grond toe) afbranden; geheel uitbranden; in de as leggen |
yakimono-焼き物 | gegrild gerecht (vis, vlees, etc.) |
yakin-夜勤 | nachtdienst; nachtploeg |
yakiniku-焼き肉 | (op houtskool) gegrild vlees |
yakitsuku-焼き付く | in het geheugen gegrift zijn; een diepe indruk achterlaten |
yakkodako-奴凧 | een (traditionele) Japanse vlieger in de vorm van een man met uitgespreide armen (als vleugels) |
yakudoku-訳読 | mondelinge vertaling; lezen en vertalen tegelijk |
yakudokusuru-訳読する | mondeling vertalen; lezen en vertalen tegelijk |
yakuin-役印 | een officieel zegel [stempel]; ambtstempel |
yakunan-厄難 | ramp; tragedie; onheil; tegenspoed; ongeluk |
yakusokugoto-約束事 | belofte; overeenkomst; toezegging |
yakusokugoto-約束事 | conventie; regel |
yakusu-扼す | tegenhouden |
yakusu-約す | verminderen; verkorten; afkorten; weglaten |
yakutaku-役宅 | woning toegewezen aan iemand op basis van zijn functie (m.n. bij de overheid) |
yamabiraki-山開き | het begin [de opening] van het klimseizoen (in de bergen) |
yamaji-山路 | bergweg; bergpad |
yamamichi-山路 | bergweg; bergpad |
yamatoshimane-大和島根 | Yamato-shima; Yamato no Kuni; Gebied rondom Yamato (een voormalige provincie van Japan, gelegen in de huidige prefectuur Nara) (arch.) |
yamatouta-大和歌 | volkslied uit de Yamato-regio |
yameru-止める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
yameru-辞める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
yami-闇 | in de war [in verlegenheid] zijn; zonder onderscheid |
yami-闇 | donker, geheim of illegaal |
yamiakinai-闇商い | illegale [zwarte] handel |
yamibaito-闇バイト | zwartwerk; illegaal deeltijdwerk (soms met criminele doeleinden) |
yamiburōkā-闇ブローカー | een illegaal handelende makelaar |
yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
yamigasuri-闇絣 | een katoenen stof met een klein, onregelmatig vlekkenpatroon op een donkere achtergrond |
yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
yamiji-闇路 | een donkere weg; een weg in het donker |
yamiji-闇路 | in een toestand zijn waar men geen onderscheidingsvermogen meer heeft; van de goede weg afgedwaald zijn |
yamiji-闇路 | (de weg naar) de onderwereld |
yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
yamitorihiki-闇取引 | illegale transacties |
yamiyami-闇闇 | in de war; vol onbegrip |
yamunaku-已むなく | onvrijwillig; tegen wil en dank; met tegenzin; ongaarne |
yamuniyamarenu-已むに已まれぬ | gedwongen; tegen wil en dank; met tegenzin |
yani-やに | Zeg...?; ..., zeg! (is een uitdrukking die alleen wordt gebruikt indien de spreker de luisteraar iets vertelt wat hij/zij nog niet wist en is dialect |
yani-やに | ongewenst; met tegenzin; onacceptabel (is een verbastering van iya ni) |
yaridasu-遣り出す | beginnen (te doen) |
yarikehai-ヤリ気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
yarinaosu-遣り直す | opnieuw [weer] doen; overdoen; opnieuw beginnen |
yarisokonau-遣り損なう | tekortschieten; falen; mislukken; slecht werk leveren; een blunder begaan |
yasakebi-矢叫び | het geschreeuw van twee legers die op elkaar schieten |
yasaotoko-優男 | een slanke [elegante] man |
yasashii-優しい | lief; vriendelijk; aardig; elegant |
yasashikusuru-優しくする | aardig [vriendelijk] zijn tegen iemand |
yasukata-安方 | een mythische [legendarische] vogel |
yasunokawa-安の河 | de mythologische (hemel)rivier; de Melkweg |
yasuppoi-安っぽい | vulgair; onelegant; grof; laag (-bij-de-gronds) |
yasuyasu-易易 | (vaak gebruikt in combinatie met to) heel gemakkelijk, eenvoudig, simpel; met groot gemak; erg toegankelijk (fig.) |
yatchaba-やっちゃ場 | markt voor groente en fruit in Tokio (zo genoemd vanwege de uitroepen tijdens de veiling: yatcha, yatcha) |
yō-よう | (vervoeging van klassiek Japanse hulpwerkwoorden) om het vermoeden of de wil van de spreker uit te drukken) laten we; ik denk; zou het zo zijn |
yō-癰 | karbonkel; steenpuist; negenoog |
yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
yobijio-呼び塩 | het ontzouten (van zout voedsel door mengen met water; hierbij wordt een beetje speciaal zout toegevoegd om te voorkomen dat het waterig wordt) |
yobimizu-呼び水 | een waterpomp in werking zetten; water dat in een (water)pomp wordt gegoten (om hem in werking te krijgen) |
yobitomeru-呼び止める | iem. (roepen en) stoppen [tegenhouden]; (een taxi) aanhouden |
yobōsen-予防線 | voorzorgsmaatregelen |
yochi-余地 | (speel)ruimte (om iets te doen); bewegingsvrijheid |
yōgen-用言 | (taalkunde) een verbuigbaar woord; woord dat men kan vervoegen |
yōgo-養護 | bescherming; verpleging; verzorging |
yoha-余波 | boeggolven; (secundaire) golven ontstaan door schepen |
yohaku-余白 | blanco; lege ruimte; marge; kantlijn |
yohaku-余白 | witruimte; negatieve ruimte (in kunst en design) |
yohodo-余程 | veel; heel wat; in grote mate; genoeg; voldoende |
yoi-宵 | de vroege avond; het begin van de avond (net na zonsondergang) |
yoinokuchi-宵の口 | de vroege avond; net na zonsondergang |
yōji-用事 | zaak; zaken; aangelegenheid; werk; bezigheid |
yōjo-養女 | pleegdochter; stiefdochter |
yōka-養家 | adoptiefamilie; adoptiegezin; familie waarin men geadopteerd is |
yokan-余寒 | aanhoudende kou; de (winter)kou die blijft voortduren tot in de (vroege) lente; een koude lentedag |
yokei-余慶 | geluk dat nakomelingen ontvangen vanwege de goede daden van hun voorouders |
yōken-用件 | zaak; kwestie; aangelegenheid; dingen die gedaan moeten worden |
yokin-預金 | banktegoed(en); deposito |
yokka-翼下 | onderzijde van vleugels (van een vogel of vliegtuig) |
yokkai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
yōkō-要綱 | hoofdpunt; kernpunt; (grond)beginsel; overzicht |
yokochō-横町 | zijstraat; steeg |
yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
yokomichi-横道 | zijweg; zijstraat |
yokosuberi-横滑り | zijwaartse beweging [slip; schuiver]; zijslip (van auto, skiër, etc.) |
yokotaeru-横たえる | (naast zich) neerleggen |
yokotawaru-横たわる | in de weg staan; te wachten staan |
yokoyure-横揺れ | het slingeren [rollen] (van een schip, vliegtuig, e.d.) |
yokoyure-横揺れ | het heen-en-weer bewegen (van gebouwen, e.d. bij aardbevingen) |
yokuhōi-翼包囲 | tangbeweging; dubbele omvatting (militaire tactiek) |
yokukai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
yokuke-欲気 | grote hebzucht; inhaligheid; begeerte |
yometoome-夜目遠目 | (gezegde) Bij duisternis kan men geen onderscheid maken tussen mooi en lelijk. (lett. een vrouw in het donker, in de verte) |
yomikana-読み仮名 | lezing van kanji (in kana ernaast of erboven gegeven) |
yomikata-読み方 | (inhoudelijk) leesbegrip (van een tekst, e.d.) |
yomikomu-読み込む | (computer) gegevens vanaf een extern apparaat (b.v. USB-stick) inlezen en opslaan |
yomikonasu-読み熟す | begrijpend lezen; de inhoud van de tekst begrijpen |
yomitoru-読み取る | gedachten lezen; tussen de regels door lezen |
yomoya-よもや | (met negatie) haast ondenkbaar; onwaarschijnlijk |
yonmaruichi・kē-よんまるいち・ケー | een pensioenregeling op basis van vaste bijdragen in de Verenigde Staten |
yoō-余殃 | onheil dat nakomelingen overkomt vanwege slechte daden van hun voorouders |
yoō-餘殃 | tegenspoed; rampspoed (als bestraffing voor wandaden) |
yoppodo-余っ程 | veel; heel wat; in grote mate; genoeg; voldoende |
yōran-揺籃 | wieg |
yorisou-寄り添う | dicht tegen elkaar aan zitten [kruipen; blijven]; zich tegen elkaar aan nestelen |
yorokobi-喜び | blijdschap; vreugde, genoegen; plezier; voldoening; vervoering; extase |
yoromeku-蹌踉めく | zich misdragen; het slechte pad opgaan; overspel plegen |
yosan-予算 | budget; begroting |
yosanshingi-予算審議 | begrotingsoverleg |
yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
yosegi-寄木 | mozaïek van hout; inlegwerk van hout |
yōshi-養子 | geadopteerd kind; pleegkind (meestal mannelijk) |
yōshin-養親 | adoptieouder(s); pleegouder(s) |
yōshō-要衝 | een (strategisch) belangrijke positie [plaats]; essentieel punt; zaak van levensbelang |
yoshoku-余色 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
yotō-与党 | regeringspartij; de partij die aan de macht is |
yotōgiin-与党議員 | lid van de regeringspartij |
yotsutsuji-四つ辻 | kruispunt; (weg)kruising |
yoyatō-与野党 | regeringspartijen [coalitiepartijen] en oppositiepartijen |
yoyū-余裕 | marge; overschot; (genoeg) ruimte [tijd; geld] |
yūbenka-雄弁家 | een begaafd redenaar; een goede [vlotte] spreker |
yūbi-優美 | gratie; elegantie; verfijning |
yūbinkitte-郵便切手 | postzegel |
yūbinshokan-郵便書簡 | postblad (invouwbaar postpapier met opgedrukte postzegel) |
yūdachi-夕立 | avondregen; plotselinge regenbui (in de avond) |
yūdachikumo-夕立雲 | regenwolk(en) (in de avond) |
yudaneru-委ねる | zich inzetten (voor); zich overgeven (aan); zich toeleggen (op) |
yūdō-有道 | (het volgen van) de juiste weg; deugdzaam levenspad |
yūdō-誘導 | aanmoediging; aansporing; begeleiding; beïnvloeding |
yueki-輸液 | vochttoevoeging; infusie; transfusie |
yūfō-ユーフォー | ongeïdentificeerd vliegend voorwerp (unidentified flying object) |
yūga-優雅 | elegantie; verfijning; gratie |
yugamu-歪む | pervers [gedegenereerd; ontaard] zijn; koppig [tegendraads] zijn |
yūgata-夕方 | schemering; (vroege) avond |
yūgen-幽玄 | subtiele eenvoud [elegantie]; pure [verborgen] schoonheid |
yūgō-融合 | fusie; samenvoeging; samensmelting |
yūgōsuru-融合する | fuseren; samenvoegen; samensmelten |
yūgun-友軍 | geallieerd leger; bevriende [vriendschappelijke] troepen |
yūgun-遊軍 | reservetroepen; mobiele eenheid; vliegende brigade |
yūhatsu-誘発 | veroorzaking; tweegbrenging |
yūhatsusuru-誘発する | teweegbrengen |
yūhisuru-雄飛する | (energiek; voortvarend) van start gaan; beginnen |
yuinōkin-結納金 | gift van de familie van de a.s. bruidegom aan de familie van de a.s. bruid bij een verloving |
yukaihan-愉快犯 | een misdrijf gepleegd voor de lol [grap; sensatie] |
yukaihan-愉快犯 | een persoon die voor de lol [grap; sensatie] een misdrijf pleegt |
yukan-湯灌 | lijkwassing; het wassen van het lichaam van een overledene (voor de begrafenis) |
yūkara-ユーカラ | (Ainu: Yukar) yukar, mondeling overgedragen Ainu-legenden |
yukashii-床しい | verfijnd; elegant; gracieus |
yūkei-夕景 | schemering; vroege avond |
yūken-郵券 | postzegel |
yukiau-行き合う | iemand (toevallig) tegenkomen [tegen het lijf lopen; ontmoeten] |
yukidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
yukigake-行きがけ | route; op weg; onderweg (naar; daarheen) |
yukigakoi-雪囲い | sneeuwdak; overkapping [omheining] vanwege sneeuw |
yukikau-行き交う | regelmatig bezoeken |
yūkin-遊金 | ongebruikt [onbelegd; inactief] geld |
yukishina-行きしな | onderweg; en route; op weg; in het voorbijgaan |
yukizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
yukuyuku-行く行く | onderweg; op weg (naar) |
yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
yumitori-弓取り | de boog-ceremonie; degene die boog-ceremonie doet (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
yuna-湯女 | een vrouw die vroeger voor badgasten zorgde in een onsen (warmwaterbron) |
yunittogatatōshishintaku-ユニット型投資信託 | unit investment trust, Amerikaans beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld en een vaste effectenportefeuille heeft met een vaste levensduur |
yunyūkisei-輸入規制 | invoerbeperking; import regulering |
yunyūseigen-輸入制限 | invoerbeperking; import regulering |
yūrei-優麗 | elegantie; gratie |
yurikago-揺り籠 | wieg |
yurusu-許す | toegeven; bekennen |
yuruyaka-緩やか | los [vrij; ongedwongen; laks; toegeeflijk] zijn |
yūryō-有料 | tegen betaling; niet gratis |
yūryōdōro-有料道路 | tolweg (autoweg) |
yūsei-幽棲 | afgezonderd leven (weg van de mondaine wereld) |
yūseidaijin-郵政大臣 | vroeger: Minister van post en telecommunicatie, tegenwoordig: Minister van binnenlandse zaken en communicatie |
yūseishō-郵政省 | vroeger: Ministerie van post en telecommunicatie, tegenwoordig geïntegreerd in Mnisterie van binnenlandse zaken en communicatie |
yushi-諭旨 | het meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
yushisuru-諭旨する | meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
yūshō-優勝 | overwinning; eindzege; kampioenschap |
yūshōreppai-優勝劣敗 | het recht van de sterkste; natuurlijke selectie (overleving van degenen die het best aan de omgeving aangepast zijn) |
yūshōsuru-優勝する | overwinnen; zegevieren; overwinning [kampioenschap] behalen |
yūsui-幽邃 | afgelegen [sereen; rustig; diep] zijn |
yūtai-勇退 | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillige pensioenering |
yūtaisuru-勇退する | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillig met pensioen gaan |
yūtiritarianizumu-ユーティリタリアニズム | utilitarisme; utilisme; nuttigheidssysteem; utiliteitsbeginsel |
yutori-ゆとり | ruimte; bewegingsruimte; speelruimte; armslag |
yutori-ゆとり | genoeg tijd [tijd over] (hebben) |
yuu-言う | zeggen; praten; vertellen; noemen |
yūwa-融和 | harmonie; verzoening; samenvoeging; vermenging |
yūzansu-ユーザンス | reguliere betalingstermijn |
yū・āru・eru-ユー・アール・エル | wegpagina-adres (uniform resource locator) |
za-挫 | (in kanji combinaties) tegenslag ontmoeten |
zaazaa-ざあざあ | (geluid van) harde regen [hard stromend water] |
zagaku-座学 | studie [les; onderricht e.d.] in de collegebanken (i.t.t. praktijkles) |
zaii-在位 | heerschappij [regeringsperiode] (van een vorst, koning, keizer) |
zaijōninpi-罪状認否 | voorgeleiding met het schuldig of onschuldig pleiten (van de tenlastelegging) |
zaimunaiyō-財務内容 | financiële gegevens; financiële situatie |
zairyō-材料 | gegevens; data; informatie; bronmateriaal |
zaiseiakaji-財政赤字 | begrotingstekort |
zaitai-罪体 | het voorwerp waarmee het misdrijf is gepleegd |
zangaku-残額 | (van een rekening) saldo; tegoed |
zange-懺悔 | berouw; schuldbesef; spijt; wroeging |
zangen-讒言 | laster; kwaadsprekerij; belastering; ongegronde beschuldiging |
zansho-残暑 | aanhoudende (zomer)hitte (aan het begin van de herfst) |
zanteki-残敵 | de overgebleven vijand; het resterende vijandelijke leger |
zāsai-ザーサイ | ingelegde mosterdkool uit Sichuan (Chinese provincie); ingemaakte Sichuan groente; (Eng. Szechuan [Szechwan] pickles); (Chn. zhacai) |
zashikiwarashi-座敷童 | (Tohoku-regio in de prefectuur Iwate) geestachtige wezens, vaak in de verschijning van een jong kind met een rood gezicht en kortgeknipt haar |
zatsuki-座付き | toegewezen zitplaats |
zatto-ざっと | (onomatopee) ongeveer; ruwweg; min of meer |
zāzā-ざーざー | (onomatopee) (het geluid van) gekletter van harde regen |
zebura・zōn-ゼブラ・ゾーン | zebrapad (op straat of weg) |
zeinuki-税抜 | exclusief belasting; belasting niet inbegrepen |
zeirishi-税理士 | geregistreerde belastingadviseur [belastingaccountant] |
zemi-ゼミ | werkgroep; studiegroep; cursus |
zemināru-ゼミナール | werkgroep; studiegroep; cursus |
zen-前 | (als voorvoegsel) vorige; voormalige; ex-; oud- |
zen-前 | (als achtervoegsel) voor; voorheen; geleden |
zen-然 | (als achtervoegsel) -achtig; in de toestand van...; zoals... |
zenchishiki-善知識 | (boeddh.) iem. die de Boeddhistische leer uitlegt en mensen leidt naar de juiste (Boeddhistische) weg |
zendai-前代 | vorige generatie; vroeger [eerder] tijdperk |
zendō-善道 | (boeddh.) de goede [juiste] weg; de weg van rechtschapenheid [deugdzaamheid] |
zeneraru・mōgēji-ゼネラル・モーゲージ | algemene bedrijfsobligaties (uitgegeven door bedrijven die bij speciale wetgeving zijn opgericht, zoals elektriciteitsbedrijven, e.d.) |
zeneraru・sutaffu-ゼネラル・スタッフ | generale staf (officieren van het leger) |
zengen-前言 | eerdere opmerkingen; wat [zoals] eerder gezegd is |
zengo-善後 | het zorgvuldig [correct} regelen [afhandelen] |
zengosaku-善後策 | herstelmaatregel; remedie |
zengun-全軍 | het hele leger; alle troepen |
zenka-前科 | strafregister; strafblad |
zenkai-前回 | de vorige keer; de vorige gelegenheid |
zenki-前期 | eerste termijn [beginperiode] (van een wisseltentoonstelling) |
zenkikurikoshirieki-前期繰越利益 | ingehouden winsten aan het begin van een periode |
zenko-前古 | vroeger; oude tijden; oudheid |
zennichisei-全日制 | systeem van regulier dagonderwijs (op weekdagen); voltijd opleiding |
zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
zenryaku-前略 | inkorting van een citaat aan het begin; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het begin weggelaten worden |
zensei-善政 | een goede regering; goed bestuur [beleid] |
zensen-全線 | (van trein, tram, bus) de hele lijn (van begin tot eind); alle lijnen [routes] |
zensen-全線 | alle verkeersroutes; alle wegen |
zensha-前者 | de eerstgenoemde; voormalige; vroegere |
zenshin-前進 | vooruitgang; voorwaartse beweging; vordering; verbetering |
zenshō-前哨 | buitenpost; afgelegen standplaats |
zensho-善処 | passende maatregelen; het beste (doen); de beste manier |
zenshū-全州 | de hele staat [regio]; het hele gebied; alle staten [regio's; gebieden] |
zentai-全体 | het geheel; totaliteit; van begin tot eind |
zentoryōen-前途遼遠 | een lange weg (te gaan); het doel [de bestemming] is ver weg |
zenzai-善哉 | (in de Kansai regio) zoete bonensoep met mochi (rijstcake) |
zenzai-善哉 | (in de Kantō regio) mochi met zoete bonenpasta erop |
zenzen-全然 | (met negatie) helemaal niet |
zen'eitanka-前衛短歌 | avant-garde tanka (van een revolutionaire beweging in tanka-poëzie o.l.v Kunio Tsukamoto, in de vijftiger en zestiger jaren) |
zetsesshon-ゼツェッション | Sezession of Secession, (een benaming voor verschillende kunstbewegingen aan het eind van de 19e eeuw) |
zōbin-増便 | toename van openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig) |
zōeki-増益 | grotere [toegenomen] winst [opbrengst] |
zōgan-象眼 | inlegwerk (hout, e.d.); damasceren (in metaal) |
zōhei-増兵 | versterking; vergroting van het leger [de troepen] |
zōka-雑歌 | diverse [gevarieerde] (waka) gedichten, die niet in een seizoen categorie vallen |
zōkei-造詣 | geleerdheid; diepgaande kennis [begrip]; verworvenheid; kundigheid |
zōketsu-増結 | het toevoegen [aankoppelen] van treinwagons aan een trein |
zokkai-俗解 | populaire [algemene; oppervlakkige] uitleg [interpretatie] |
zokkyoku-俗曲 | Japanse populaire volksliedjes (m.n. met shamisen begeleiding) |
zokuchishugi-属地主義 | territorialiteitsbeginsel |
zokuden-俗伝 | populaire legende; algemeen gezegde; volksgeloof |
zokuen-続演 | heropvoering [continuering] van een toneelstuk of voorstelling (vanwege succes) |
zokugen-俗諺 | spreekwoord; populair gezegde |
zokugun-賊軍 | rebellerende leger; rebellenleger |
zokujinshugi-属人主義 | het principe dat het strafrecht van het land van herkomst van de dader moet worden toegepast, ongeacht waar het misdrijf heeft plaatsgevonden |
zokuju-俗儒 | een middelmatige geleerde; een confucianist met weinig inzicht [begrip] |
zokumu-俗務 | wereldlijke zaken [belangen; aangelegenheden] |
zokusai-続載 | publicatie als serie [feuilleton]; een reeks van artikelen [verhalen] die in afleveringen worden uitgegeven (in kranten, tijdschriften, e.d.) |
zokusetsu-俗説 | algemeen [populair] gezegde [idee; geloof]; folklore; traditie; legende |
zongai-存外 | boven verwachting; tegen de verwachting in |
zuba-ずば | (achtervoegsel) als het niet...; zo niet |
zui-随 | (in kanji combinaties) het volgen; navolgen; begeleiden |
zuihansen-随伴船 | volgboot; begeleidend schip |
zuiin-随員 | lid van een entourage [gevolg; staf]; begeleidend personeel |
zuikō-随行 | het begeleiden; vergezellen |
zuikōsuru-随行する | begeleiden; vergezellen |
zuisō-随想 | vrije [losse] bespiegelingen [gedachten; herinneringen] |
zukazuka-ずかずか | (onomatopee) direct (zonder plichtplegingen); bot; grof |
zukeru-付ける | (achtervoegsel) drukt uit de intentie om iets te doen |
zuku-ずく | (achtervoegsel) drukt de intentie uit (om iets te doen) |
zuku-付く | (achtervoegsel) ...worden |
zukume-ずくめ | (achtervoegsel) geheel (en al); totaal; niets dan |
zume-詰め | (achtervoegsel bij werkwoord) geeft aan dat de actie [handeling; situatie] doorgaat |
zume-詰め | (achtervoegsel) ingepakt; volgepakt; gevuld |
zumen-図面 | blauwdruk; cyanotypie; plattegrond; (bouw)tekening |
zunba-ずんば | (achtervoegsel om de betekenis te versterken) als het niet zo is dat...; ware het niet dat... |
zuni-ずに | (achtervoegsel) zonder te; niet doende |
zunō-頭脳 | hoofd; hersenen; intellect; begrip |
zurai-づらい | (achtervoegsel) moeilijk om te ... |
zurakaru-ずらかる | weglopen; vluchten; ontsnappen |
zurasu-ずらす | bewegen; verschuiven; (van plaats) veranderen; wijzigen |
zureru-ずれる | wegglijden; naar beneden glijden; verschuiven |
zuriochiru-ずり落ちる | wegglijden; naar beneden glijden |
zuru-ずる | (weg)glijden |