Kruisverwijzing
hit
lemma | meaning |
---|---|
aburidashi-炙り出し | geschreven [getekend] met onzichtbare inkt (wordt zichtbaar na verhitting) |
ākitekuchā-アーキテクチャー | architectuur; constructie; bouwkunst; bouwstijl |
ākitekuto-アーキテクト | architect |
asemo-汗疹 | hitte-uitslag; miliaria; gierstuitslag |
atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
atsuatsu-熱熱 | kokende hitte |
atsusa-暑さ | hitte; warmte (van het weer) |
atsusa-熱さ | warmte; hitte (van eten, drinken, etc.) |
atsusashinogi-暑さ凌ぎ | afkoeling; verkoeling; het verminderen [afnemen] van hitte |
a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
bakaatari-馬鹿当たり | een grote hit (muziek; honkbal, e.a.) |
bauhausu-バウハウス | Bauhaus (Hogeschool voor architectuur, opgericht in 1919 in Weimar) |
bigi-美技 | schitterende uitvoering; goed spel |
daida-代打 | (honkbal) pinchhitter; (sterke) vervangende slagman in de kritieke fase van de wedstrijd |
daidasha-代打者 | (honkbal) pinchhitter; (sterke) vervangende slagman in de kritieke fase van de wedstrijd |
ensho-炎暑 | intense hitte; snikheet (b.v. in de zomer) |
entenka-炎天下 | onder de brandende zon; in de zinderende hitte |
fain・purē-ファイン・プレー | (sport) goed [mooi] spel; schitterende actie |
fukaishisū-不快指数 | mate [index] van ongemak [onbehagen] (door hitte in de zomer) |
futsu-沸 | verhitten; koken; opwarmen; fermenteren; smelten |
gekiron-激論 | woordenstrijd; verhitte [felle] discussie [woordenwisseling] |
gekisho-激暑 | extreme [intense] hitte |
gōjasu-ゴージャス | prachtig; schitterend; fantastisch (mooi) |
gokusho-極暑 | extreme [intense] hitte |
hanamatsuri-花祭り | bloemenfestival in het Kitashitara-district, in de prefectuur Aichi (aan het einde van het jaar tot nieuwjaar) |
heisei-平成 | Heisei, naam van de regeringsperiode (1989-2019) van keizer Akihito (1933-) |
hikagen-火加減 | conditie van het vuur; mate van hitte van het vuur |
hinetsu-比熱 | bepaalde warmte [hitte] |
hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
hīto-ヒート | hitte; warmte |
hīto・airando-ヒート・アイランド | hitte-eiland; warmte-eiland |
hitto-ヒット | een succes; hit; succesnummer |
hitto-ヒット | (computer) hit (iets vinden dat aan de opgegeven zoekcriteria voldoet; het aantal keren dat een website wordt bezocht) |
hitto・songu-ヒット・ソング | een hit (song) |
hogaraka-朗らか | vrolijk; opgewekt; stralend; schitterend |
honenashi-骨無し | rachitis; Engelse ziekte; iem. die lijdt aan rachitis |
hōrei-豊麗 | mooi [prachtig; schitterend] zijn |
howaito・gōrudo-ホワイト・ゴールド | (Eng.: white gold) witgoud (een legering van goud met tenminste één wit metaal (b.v. nikkel, zilver of palladium) |
howaito・mīto-ホワイト・ミート | (Eng.: white meat) wit vlees (b.v. van kip of kalf) |
interia-インテリア | binnenhuisarchitectuur; interieurontwerp |
interia・dezain-インテリア・デザイン | binnenhuisarchitectuur |
interia・kurafuto-インテリア・クラフト | binnenhuisarchitectuur |
irotsuya-色艶 | glans; schittering |
jirijiri-じりじり | verschroeiende [verzengende] hitte van de zon |
kakimawasu-掻き回す | ophitsen; opporren; aanwakkeren |
kandan-寒暖 | kou en hitte; koud en warm; temperatuur |
kankangakugaku-侃侃諤諤 | verhit debat; fel betoog |
kanpatsu-煥発 | genialiteit; schittering; briljantheid |
kashoku-華燭 | helder [schitterend] licht; prachtige lantaarn |
ken-間 | telwoord voor de ruimte tussen pilaren in de Japanse architectuur |
kenchiku-建築 | bouw; constructie; architectuur; bouwkunst; bouwkunde |
kenchikugaku-建築学 | architectuur; bouwkunst |
kenchikuka-建築家 | architect |
kenchikuō-建築王 | grote bouwheer; koning der architectuur (bijnaam voor Ramses II) |
kikanshien-気管支炎 | bronchitis |
kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
kirabiyaka-煌びやか | prachtig [oogverblindend; sprankelend; schitterend] zijn |
kiton-キトン | chiton (onderkleed bij de oude Grieken) |
kōgan'en-睾丸炎 | orchitis (ontsteking van de testikel) |
kōki-光輝 | schittering; glans; helder licht; pracht |
kōnetsu-高熱 | hoge temperatuur; intense hitte |
kōrudo・pāma-コールド・パーマ | (kapsel) koude permanent (techniek met lotion zonder verhitting) |
kunetsu-苦熱 | drukkende [intense; ondraaglijke] hitte |
kurīn・hitto-クリーン・ヒット | een nieuw kassucces [hit] |
kusaikire-草熱れ | de sterke geur van gras (in de zomerhitte0) |
kyōma-京間 | standaardafmeting van de afstand tussen pilaren in de Japanse architectuur (ca. 1.95 meter) |
mabayui-目映い | schitterend; stralend; oogverblindend |
mabushii-眩しい | fel (van licht); verblindend; schitterend; stralend; glanzend |
meiji-明治 | Meiji, de regeringsperiode (1868-1912) van keizer Mutsuhito (1852-1912) |
miyadaiku-宮大工 | timmerman die gespecialiseerd is in oude architectuur (zoals heiligdommen, tempels en paleizen) |
mizubashō-水芭蕉 | Moerasaronskelk (Lysichiton camtschatcensis) |
mizugiwadatsu-水際立つ | prachtig [schitterend] zijn; opvallen |
mononomigotoni-物の見事に | prachtig; schitterend |
mōsho-猛暑 | drukkende [intense] hitte; smoorhitte |
nageshi-長押 | (decoratieve) dwarsbalk (op de muur of tussen pilaren, in traditionele Japanse architectuur) |
natsubate-夏ばて | het afnemen [verlies] van lichamelijke krachten door de zomerhitte |
natsubatesuru-夏ばてする | lichamelijke kracht verliezen door zomerhitte |
natsumake-夏負け | lichaamszwakte [ziek] door zomerhitte |
natsumakesuru-夏負けする | last hebben van [lijden onder] de zomerhitte |
natsuyase-夏瘦せ | gewichtsverlies (en daarmee verzwakking van de lichaamskracht) door zomerse hitte |
neppa-熱波 | hittegolf |
netchūshō-熱中症 | zonnesteek; hyperthermie; hitteberoerte |
netsu-熱 | hitte; warmte |
netsubunkai-熱分解 | pyrolyse; thermolyse (ontleding door verhitting) |
netsudo-熱度 | mate van warmte [hitte] |
netsurai-熱雷 | hitteonweer; warmteonweer |
netsuron-熱論 | verhitte discussie |
ōbāhīto-オーバーヒート | oververhitting; oververhitten |
ōbāhīto-オーバーヒート | oververhit worden; opgewonden [opgehitst] raken |
ōdā-オーダー | (architectuur) bouworde; bouwstijl; zuilenorde |
ooatari-大当たり | de grote prijs winnen; veel succes hebben; een klapper maken; een grote hit scoren |
pairekkusu・garasu-パイレックス・ガラス | pyrex glas (merknaam voor hittebestendig glas) |
pinchi・hittā-ピンチ・ヒッター | (honkbal) pinchhitter; (sterke) vervangende slagman in de kritieke fase van de wedstrijd |
ranran-爛爛 | schittering |
reiwa-令和 | Reiwa, naam van de regeringsperiode (vanaf 1 mei 2019 -) van keizer Naruhito |
ryūkōka-流行歌 | populair lied [nummer]; hit |
saikuru・hitto-サイクル・ヒット | (hitting for the cycle) een cycle slaan (bij honkbal, het slaan van een honkslag, een dubbeslag, een driehonkslag en een homerun in één wedstrijd) |
sanran-燦爛 | schitterend [glansrijk; luisterrijk; helder schijnend] zijn |
sanzen-燦然 | briljantie; luister; schittering |
seisho-盛暑 | hoogzomer; de heetste dagen [de hitte] van de zomer |
sendō-扇動 | ophitsing; aansporing; uitlokking |
sendōsuru-扇動する | opstoken; ophitsen; aanstichten; uitlokken; aansporen |
serimochi-迫り持ち | (architectuur) stenen gewelf (ter ondersteuning van een boog) |
shakkei-借景 | tuinarchitectuur waarbij men het omringende, natuurlijke landschap gebruikt als onderdeel van de tuin |
shikyū-死球 | (honkbal) hit by pitch (de slagman wordt direct geraakt door de worp van de pitcher) |
shitsunaisōshoku-室内装飾 | binnenhuisarchitectuur |
shitsunaisōshokuka-室内装飾家 | binnenhuisarchitect; interieurontwerper |
shonetsu-暑熱 | zomerhitte |
shōnetsu-焦熱 | verzengende [verschroeiende] hitte |
shōryōe-精霊会 | een herdenkingsdienst die wordt gehouden in de Shitennoji- tempel, op de sterfdag van prins Shotoku (22 februari volgens de maankalender) |
shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
shōwa-昭和 | Showa, de regeringsperiode (1926-1989) van keizer Hirohito (1901-1989) |
sōrei-壮麗 | indrukwekkend en prachtig [schitterend] zijn |
subarashii-素晴らしい | prachtig; geweldig; voortreffelijk; schitterend |
suitchihittā-スイッチヒッター | (Eng.: switch hitter) een honkbalspeler die zowel rechts- als linkshandig kan slaan |
sukebeikonjō-助平根性 | geilheid; hitsigheid; ontucht |
taikatebukuro-耐火手袋 | hittebestendige [vuurvaste} handschoen |
taimurī-タイムリー | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (timely hit) |
taimurī・hitto-タイムリー・ヒット | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (run-scoring hit) |
tainetsu-耐熱 | hittebestendigheid |
taisho-大暑 | extreme [intense; verzengende] hitte |
taishō-大正 | Taisho, regeringsperiode (1912-1925) van keizer Yoshihito (1879-1926) |
takitsukeru-焚き付ける | aanstichten; opruien; opstoken; ophitsen |
wasupu-ワスプ | (White Anglo-Saxon Protestant) WASP (blanke Amerikaanse protestant met Britse voorouders) |
wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
yakeishi-焼け石 | een gloeiendhete [verhitte] steen |
yaminoyononishiki-闇の夜の錦 | iets dat geen effect [succes] heeft; (lett.: in het donker valt zelfs het schitterendste brokaat niet op) |
yonetsu-余熱 | restwarmte; aanhoudende hitte |
zansho-残暑 | aanhoudende (zomer)hitte (aan het begin van de herfst) |
zekkei-絶景 | prachtig uitzicht; schitterend landschap |
zōen-造園 | landschapsarchitectuur; tuinontwerp |
zushite-ずして | (werkwoordsuitgang -zu + shite) zonder ... te doen [zijn] |