Kruisverwijzing
gedragen
lemma | meaning |
---|---|
adaruto・chirudoren-アダルト・チルドレン | volwassen kinderen (volwassenen die zich nog als kind gedragen) |
akutare-悪たれ | met opzet kattenkwaad uithalen; een schelmenstreek uithalen; zich slecht [wild] gedragen |
amaeru-甘える | verwend willen worden; zich gedragen als een verwend kind |
amattareru-甘ったれる | je kinderachtig gedragen; je gedragen als een verwend kind; je vastklampen aan iemand; krampachtig [kruiperig] proberen vrienden te maken |
anegohada-姐御肌 | zusterlijk zijn; zich (zorgzaam) als een oudere zus gedragen |
aoyagi-青柳 | de naam van een kleurschema van verschillende kimono lagen die over elkaar gedragen worden (voor de lente) |
arakureru-荒くれる | zich ruw [gewelddadig] gedragen |
asetori-汗取り | zweet-absorberende stof (op de huid gedragen, b.v. als ondergoed) |
atarazusawarazu-当たらず障らず | zich op de vlakte houden; zich niet blootgeven; zich diplomatiek gedragen |
atsushi-あつし | kleding gemaakt van iepenschors (traditioneel gedragen door de Ainu in Japan) |
azumakōto-東コート | Azuma-jas (die over een kimono gedragen wordt) |
enjiru-演じる | een rol spelen; acteren; optreden; zich vreemde gedragen |
enzuru-演ずる | een rol spelen; acteren; optreden; zich vreemd gedragen |
fukaamigasa-深編み笠 | gevlochten kegelvormig hoofddeksel (dat deels het gezicht verborg, en werd gedragen door samoerai en komuso) |
fukuroobi-袋帯 | dubbel geweven obi (waarvan één kant mooie motieven heeft), die wordt gedragen bij dameskimono |
furumau-振る舞う | zich (goed) gedragen |
gesubaru-下種張る | onbeleefd [grof; lomp] zijn; zich op een onbetamelijke manier gedragen |
giaku-偽悪 | pseudo-slecht zijn; het zich voordoen [gedragen] als een slechte persoon; doen alsof je een slechterik bent |
hadajuban-肌襦袢 | een onderhemd met bindkoordjes dat onder de kimono wordt gedragen |
hanten-半纏 | traditionele korte jas (over een kimono gedragen) |
hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
insuru-淫する | zich laten gaan; zich te buiten gaan; zich liederlijk gedragen |
iwataobi-岩田帯 | een band [doek] die door zwangere vrouwen gedragen wordt rond de buik (vanaf de vijfde maand van de zwangerschap) |
jibutsu-持仏 | een boeddhistisch beeld dat altijd wordt gedragen of in huis bewaard, als beschermgod |
jingasa-陣笠 | strohoeden die vroeger door gewone voetsoldaten werden gedragen i.p.v. helmen |
kanben-冠冕 | kroon (hoofddeksel voorgeschreven en gedragen aan het hof) |
kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
kashikomaru-畏まる | zich respectvol [nederig; ondergeschikt] gedragen |
katabira-帷子 | luchtige, dunne kimono die in de zomer wordt gedragen |
katte-勝手 | handelwijze; weten hoe zich te gedragen; iets gebruiken naar eigen inzicht |
kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
ken'ei-献詠 | een gedicht opgedragen aan een vorst, heiligdom, e.d. |
kesa-袈裟 | brede lange sjaal, gedragen door Boeddhistische priesters |
kikuzure-着崩れ | verfomfaaid [vormeloos; versleten; afgedragen] zijn |
kōdōsuru-行動する | handelen; actie ondernemen; zich gedragen |
koiguchi-鯉口 | kledingstuk (met lange mouwen) dat ter bescherming over de kimono gedragen wordt bij huishoudelijk werk |
kosāju-コサージュ | corsage (bloemendecoratie gedragen op kleding) |
koshigatana-腰刀 | een kort zwaard (zonder stootplaat) gedragen op de heup |
koshiginchaku-腰巾着 | geldbeurs [buideltasje] (gedragen om je middel) |
koshimaki-腰巻き | Japanse onderkleding onder vrouwenkostuums gedragen in Nō-theater |
koshimaki-腰巻き | Japanse onderrok voor dames (onder kimono gedragen) |
koshimino-腰蓑 | traditionele Japanse kilt [rok] van stro of gras (vroeger gedragen door jagers en vissers) |
kote-籠手 | een handschoen die beschermd is met metaal of hard leer (wordt o.a. gedragen bij de Japanse zwaardvechtkunst Kendo) |
kyōmai-供米 | aan de overheid geleverde [afgedragen] rijst (quotum) |
minofurikata-身の振り方 | (je eigen) (toekomstige) handelwijze [gedrag]; hoe je je zal (gaan) gedragen |
monpe-もんぺ | (wijde) werkbroek (met touwtjes om de enkels, m.n. gedragen door vrouwen op het platteland en in fabrieken) |
musō-無双 | een kledingstuk dat ook binnenstebuiten gedragen kan worden |
nekonekobanten-ねんねこ半纏 | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
nenne-ねんね | het zich als een baby [klein kind] gedragen; kinderachtig doen |
nenneko-ねんねこ | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
noru-乗る | gedragen worden (op) |
nosabaru-のさばる | zich wispelturig [arrogant; eigenzinnig] gedragen |
obishin-帯芯 | een kledingstuk (m.n. van katoen) gedragen onder de obi (Japanse gordel) als opvulling bij een (dames)kimono |
omoomoshii-重重しい | zeer plechtig; (plecht)statig; gedragen (b.v. ceremonie, stem, treurige muziek) |
piasu-ピアス | (afk. van pierced earings) oorbellen die door een gaatje in het oor worden gedragen |
saitanbiraki-歳旦開き | een Nieuwjaars bijeenkomst waarbij renga en haiku gedichten worden gemaakt en voorgedragen |
samue-作務衣 | samue, werkkleding van Japanse boeddhistische monniken (tegenwoordig ook gedragen als vrijetijds- of werkkleding) |
sashizoe-差し添え | een kort zwaard (dat samen met een groot zwaard door de samoerai werd gedragen) |
sayamaki-鞘巻 | een kort zwaard zonder rand (zoals door samurai naast hun lange zwaard werd gedragen) |
shimei-使命 | missie; toegewezen [opgedragen] taak |
shosa-所作 | gedrag; hoe zich te gedragen (bij een bepaalde gelegenheid) |
sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
sutōru-ストール | stool (lange bandstrook door priesters gedragen) |
takaburu-高ぶる | zich hooghartig [bazig; trots] gedragen; uit de hoogte doen |
tenkan-天冠 | traditioneel hoofddeksel gedragen tijdens boogschieten te paard, kagura-dans, e.d. |
uchikake-打ち掛け | Japanse bruidsjapon die over de kimono wordt gedragen |
waruburu-悪ぶる | zich (ten onrechte) voordoen [gedragen] als een schurk [slechterik] |
yamaboko-山鉾 | decoratief praalstuk dat wordt rondgedragen tijdens een festival |
yūkara-ユーカラ | (Ainu: Yukar) yukar, mondeling overgedragen Ainu-legenden |