buchikomu-打ち込む | slaan; hameren; spijkeren |
daikokuten-大黒天 | Daikokuten (Mahākāla), god van rijkdom en handel (meestal afgebeeld met een houten hamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
hanmā-ハンマー | hamer |
hanmānage-ハンマー投げ | het kogelslingeren; het hamerslingeren |
kanazuchi-金槌 | hamer |
kinezuka-杵柄 | de houten hamer [stamper] waarmee rijstdeeg wordt gestampt |
mochitsuki-餅搗き | mochi slaan (het met een houten hamer tot kleverige massa slaan van rijstdeeg, voor het maken van rijst cakes) |
mozaikukanazuchi-モザイク金槌 | mozaïek hamer |
nata-鉈 | bijl; hakmes; leidekkershamer |
nobeita-延べ板 | (platgehamerd) plaatmetaal |
ramuhanmā-ラムハンマー | voorkamer; slaghamer |
saizuchi-才槌 | (kleine) houten hamer |
saizuchiatama-才槌頭 | een op een hamer lijkend hoofd (voorhoofd en achterhoofd steken uit) |
settō-石頭 | moker; breekhamer |
tatakidasu-叩き出す | beginnen te slaan [timmeren; hameren] |
tettsui-鉄槌 | grote ijzeren hamer |
tōtekikyōgi-投擲競技 | een werpnummer (bij atletiek, nl. discus, hamer, kogel of speerwerpen) |
uchidenokozuchi-打ち出の小槌 | magische [legendarische] gelukshamer |
uchikomu-打ち込む | inslaan; inhameren |
utsu-打つ | hameren; typen |