halverwege / hal-ver-we-ge ( bw )
1ちゅうで; 中間ちゅうかん [afstand]
Laten we elkaar ontmoeten halverwege tussen jou huis en mijn huis.
君の家と私の家の中間で落ち合うことにしよう。
2ちゅうはんに (で) [bezigheden]
Je moet niet halverwege stoppen met je werk.
仕事を中途半端で辞めてはいけない。