aotenjō-青天井 | het de pan uit rijzen (van prijzen); grenzeloos zijn |
bakubaku-漠漠 | uitgestrekt; grenzeloos; eindeloos |
bōbō-茫茫 | weids; uitgestrekt; grenzeloos |
bōdāresu-ボーダーレス | grenzeloos |
byōbō-渺茫 | uitgestrektheid; grenzeloosheid; weidsheid |
byōbyō-渺渺 | uitgestrektheid; grenzeloosheid; weidsheid |
kirinashi-限無し | eindeloos; grenzeloos; onbeperkt |
koudaimuhen-広大無辺 | grenzeloosheid; oneindigheid; uitgestrektheid |
manman-漫漫 | uitgestrekt [grenzeloos; onmetelijk groot] zijn |
mugen-無限 | onbegrensdheid; grenzeloosheid; onbeperktheid; oneindigheid |
muhen-無辺 | oneindigheid; grenzeloosheid |
sokonuke-底抜け | onbegrensd; grenzeloos; extreem |