新日蘭蘭日
辞典
home
introductie
historie
bijdragen
sponsoring
staf
contact
inloggen
日本語
Begint met
Begint met
Eindigt op
Is gelijk aan
Bevat
Login om te bewerken ...
glimlach
/ glimlach
(
de
(m)
|
znw
|
glimlachen
)
1
笑
わら
い;
笑
え
み;
微
ほほ
笑
え
み;
笑
え
顔
がお
;
微
び
笑
しょう
; スマイル
met een glimlach
笑顔で
een geforceerde glimlach
作り笑い
Kruisverwijzing
×
glimlach
lemma
meaning
aikyōwarai-愛敬笑い
een stroperige [vleiende] glimlach
aisowarai-愛想笑い
een beleefde glimlach; een vriendelijke glimlach uit beleefdheid
bishō-微笑
glimlach
egao-笑顔
glimlach
emu-笑む
glimlachen
hohoemi-微笑み
glimlach
hohoemu-微笑む
(beginnen te) glimlachen
kanji-莞爾
gelach; glimlach
kushō-苦笑
bittere [zure; geforceerde] glimlach
nakiwarai-泣き笑い
huilen en lachen tegelijk; lachen terwijl je huilt; glimlach door de tranen heen
nigawarai-苦笑い
bittere [zure; geforceerde] glimlach
nikkori-にっこり
(lieve) glimlach; brede grijns
nikkorisuru-にっこりする
glimlachen; grijnzen
nikoniko-にこにこ
(onomatopee) grinnikend; glimlachend
nikoyaka-にこやか
glimlachend [glunderend; stralend; joviaal; vrolijk] zijn
ninmari-にんまり
zelfvoldane [zelfingenomen] glimlach
sumairu-スマイル
glimlach
tsukuriwarai-作り笑い
vreemde [gemaakte; onechte] glimlach
usuwarai-薄笑い
een vage [lichte] glimlach
warai-笑い
lach; gelach; glimlach
Wijzigingsvoorstel
×