Kruisverwijzing
acht
lemma | meaning |
---|---|
abunai-危ない | onbetrouwbaar; twijfelachtig; dubieus |
aburadarakeno-油だらけの | olieachtig; vettig |
aburake-脂気 | vettigheid; olieachtigheid |
aburakkoi-脂っこい | vettig; olieachtig |
abureru-あぶれる | niet instaat zijn tot; niet bij machte zijn; niet kunnen |
acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
adokenai-あどけない | onschuldig; engelachtig |
aeka-あえか | (poëtische term) teerheid; zachtheid; vluchtigheid |
agameru-崇める | hoogachten; bewonderen; verafgoden; aanbidden |
agari-上がり | (als achtervoegsel) geworden tot; veranderd in |
agaru-上がる | nerveus [zenuwachtig] worden |
agedama-揚げ玉 | stukjes gefrituurd beslag die in de olie achterblijven na het frituren van tempura |
agekaji-上げ舵 | een ruk naar achteren aan de stuurknuppel van een vliegtuig (om het omhoog te laten vliegen) |
agemaki-揚巻 | een geknoopt koord aan de achterkant van een harnas of helm |
ahōjikara-阿呆力 | een grote lichamelijke kracht; dierlijke kracht |
aichōshūkan-愛鳥週間 | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
aidoka-アイドカ | AIDCA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), conviction (overtuiging), action (actie)) |
aidoma-アイドマ | AIDMA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), memory (geheugen), action (actie)) |
aikotoba-合い言葉 | wachtwoord; herkenningswoord |
aikyōsuru-愛敬する | liefhebben en respecteren [hoogachten] |
aisan-愛餐 | agapē, de gezamenlijke maaltijd ter nagedachtenis aan het laatste avondmaal van Jezus; een vriendenmaal |
aisuru-愛する | liefhebben; houden van; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in; belangrijk [waardevol] vinden; hoogachten; respect [bewonderi |
akami-赤み | een rode [roodachtige] tint; lichte roodheid; een zweem rood |
akanbē-あかんべえ | gezichtsuitdrukking waarbij men het onderste ooglid met een vinger naar beneden drukt en het rode gedeelte zichtbaar maakt (minachtend of afkeurend) |
akashio-赤潮 | rode vloed; rood zeewater (veroorzaakt door roodachtig fytoplankton) |
akasu-明かす | de nacht doorbrengen |
akasu-証す | nachtbraken; de nacht doorbrengen zonder te slapen [rusten] |
akeban-明け番 | een vrije dag [rustdag] (na een dag- of nachtdienst); het einde van een dag- of nachtdienst |
akeban-明け番 | de tweede helft van een nachtdienst; de werktijd vanaf het midden van een nachtdienst tot de ochtend |
akekure-明け暮れ | dag en nacht |
akewatashi-明け渡し | ontruiming; overdracht; oplevering |
akka-悪化 | achteruitgang; verslechtering; degeneratie; neergang |
akkan-圧巻 | het beste deel; het hoogtepunt (van een boek, voorstelling, voordracht, etc.) |
akubyōdō-悪平等 | gelijke behandeling van mensen ongeacht hun kwaliteiten; op valse [verkeerde] gronden gebaseerde gelijkheid |
akuekishitsu-悪液質 | cachexie; een slechte lichamelijke toestand met vermagering en verval van krachten als gevolg van ondervoeding of ziekte (b.v. kanker) |
akugyaku-悪逆 | in oude tijden één van de acht misdaden (zoals b.v. een poging tot moord op een vorst) |
akui-悪意 | kwade opzet; met voorbedachte rade |
akumu-悪夢 | nachtmerrie; nare [boze] droom |
akumu-悪夢 | iets dat zo erg is als een nachtmerrie |
akunen-悪念 | slechte dingen van plan zijn; kwade opzet [gedachten; motieven; bedoelingen]; kwaadwillendheid |
akuryoku-握力 | de (knijp)kracht van een hand |
akuryokukei-握力計 | een (hand)krachtmeter |
akutenkō-悪天候 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
amagumori-雨曇り | een bewolkte [regenachtige; dreigende] lucht |
amai-甘い | zachtaardig; mild; vleiend; (al te) toegeeflijk; meegaand |
amamoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amamoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amanojaku-天の邪鬼 | bij Japanse tempel de duivel die door de tempelwachters vertrapt wordt |
amaru-余る | overtreffen; te boven gaan; buiten je macht liggen |
amattareru-甘ったれる | je kinderachtig gedragen; je gedragen als een verwend kind; je vastklampen aan iemand; krampachtig [kruiperig] proberen vrienden te maken |
amayo-雨夜 | avond met regen; regenachtige avond |
amefuri-雨降り | regen; neerslag; regenachtig weer; regenweer |
amegachi-雨勝ち | regenachtig |
amemoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amemoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amerikashirohitori-アメリカ白火取 | nachtvlinder (Hyphantria cunea) |
ameushi-黄牛 | rund met geelbruine vacht |
an-暗 | onwetendheid; achterlijkheid; zwakzinnigheid; domheid |
an-案 | een gedachte; idee; een plan; een vooruitzicht; verwachting |
anadoru-侮る | neerkijken op; minachten; onderschatten |
anauma-穴馬 | een outsider; onverwachte kandidaat [kanshebber] |
anchō-暗潮 | een onderstroom [tij] (fig.); nauwelijks waarneembare doch aanwezige kracht in de maatschappij [wereld] |
angai-案外 | onverwacht [onvoorzien] zijn; buiten verwachting |
angō-暗号 | geheimtaal; geheime code [tekens] (letters of cijfers); wachtwoord |
angu-暗愚 | het redeloos zijn; achterlijkheid; zwakzinnigheid; imbeciliteit |
anihakaran'ya-豈図らんや | onverwacht; tegen de verwachting; verbazingwekkend |
animaru-アニマル | beestachtig [woest] persoon |
anji-暗示 | een suggestieve [hypnotische] overbrenging van gedachten [ideeën] |
anji-案じ | gedachten; idee; plan |
annojō-案の定 | zoals verwacht [gedacht]; inderdaad; zowaar |
anone-あのね | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) kijk; nou; trouwens; ik zal je eens wat vertellen; wacht even; luister; let op |
anshi-暗視 | nachtvisie; gezichtsvermogen in het donker |
anshisōchi-暗視装置 | nachtkijker |
anshō-暗誦 | recitatie; voordracht |
an'ya-暗夜 | een donkere nacht |
an'yakusuru-暗躍する | achter de schermen [in het geheim] werken |
aomi-青身 | het blauwachtige deel [vlees] van vissen |
aoppoi-青っぽい | (licht) blauwachtig [groenig] |
aori-煽り | het bumperkleven (te dicht rijden achter) |
aoru-煽る | bumperkleven (dicht achter iemand rijden) |
aouma-青馬 | een blauwachtig zwart paard; een zwart paard met blauwe glans |
apīru-アピール | aantrekkingskracht |
aragoto-荒事 | een (krachtige, zwaar aangezette) acteerstijl in Kabuki theater |
arankagiri-あらん限り | alle macht; al het mogelijke; zijn uiterste best; alles bij elkaar |
arate-新手 | een nieuwe werknemer; nieuwe kracht; versterkingen; verse troepen |
arawaza-荒技 | een gedurfde, krachtige techniek (in vechtsporten) |
are-荒れ | stormachtig [ruw; zwaar] weer |
aremoyō-荒れ模様 | stormachtig zijn [lijken] |
aruchizan-アルチザン | handwerksman; ambachtsman; vakman |
asaban-朝晩 | ochtend en avond; dag en nacht; altijd |
asainmento-アサインメント | opdracht; opgave; taak |
asayū-朝夕 | ochtend en avond; dag en nacht; altijd |
ashige-葦毛 | grijs (vachtkleur van paarden) |
ashinuki-足抜き | het zachtjes [op de tenen] lopen |
asshukukūkikikai-圧縮空気機械 | een apparaat met perslucht als krachtbron [aandrijving] |
atataka-暖か | warmte; mildheid [zachtheid] (van klimaat); warme temperatuur |
atatakai-暖かい | warm; zacht; mild; (weer; klimaat) |
ate-当て | hoop; kans; mogelijkheid; gissing; veronderstelling; verwachting; vooruitzicht |
atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
atekomi-当て込み | ergens op rekenen [hopen]; iets ergens van verwachten; verwachting; hoop |
atekomu-当て込む | rekenen op een goed resultaat; verwachten; uitzien naar |
atekoto-当て事 | verwachting(en); hoop; berekening |
atenshon-アテンション | attentie; aandacht |
ato-後 | achter; achterkant; achterst(e) |
atoaji-後味 | nasmaak (fig.); slecht gevoel achteraf |
atoashi-後足 | achterpoten; achterbenen |
atobō-後棒 | persoon die de achterkant van de draagstoel draagt |
atojisari-後退り | het terugtreden; terugtrekken; terugkrabbelen; een stap terug doen; achteruitgaan |
atooshi-後押し | het van achteren duwen (b.v. een handkar) |
atosaki-後先 | voor en achter [na]; voorkant en achterkant |
atozusari-後退り | het terugtreden; terugtrekken; terugkrabbelen; een stap terug doen; achteruitgaan |
atozusarisuru-後退りする | achteruitgaan |
atozusaru-後退る | terugdeinzen; terugwijken; achteruit deinzen [wijken] |
atsuraeru-誂える | een opdracht geven [verstrekken]; een bestelling plaatsen |
atsuryoku-圧力 | de kracht van het drukken; de (meetbare) druk |
attakai-暖かい | warm; zacht; mild (weer, klimaat) |
au-会う | iem. onverwachts tegenkomen; tegen het lijf lopen [toevallig treffen] |
au-合う | opbrengen wat werd verwacht; een goede investering blijken te zijn |
aware-哀れ | (arch.) schoonheid; elegantie; pracht |
ayashii-怪しい | louche; verdacht; twijfelachtig; onbetrouwbaar |
ayumiashi-歩み足 | (judo; kendo) stap(pen) vooruit en achteruit |
azayaka-鮮やか | helderheid; levendigheid; pracht |
a・posuteriori-ア・ポステリオリ | a posteriori; achteraf beschouwd |
ba-ば | (na de izenkei van een ww. in modern Japans en achter de mizenkei in klassiek Japans wordt er een voorwaarde [conditie] uitgedrukt) als; indien |
bādo・wīku-バード・ウィーク | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
bairitsu-倍率 | (lens, e.d.) vergroting; vergrotende kracht |
baitaritī-バイタリティー | vitaliteit; levenskracht |
bai・rain-バイ・ライン | achterlijn (voetbal) |
bakajikara-馬鹿力 | een grote lichamelijke kracht; dierlijke kracht |
bakari-ばかり | (achter een ww.) drukt een handeling uit die op het punt staat [stond] te beginnen |
bakku-バック | achter(kant) |
bakku-バック | terug; achteruit |
bakku-バック | achtergrond |
bakkubōn-バックボーン | wilskracht; pit; ruggengraat (fig.) |
bakkuguraundo-バックグラウンド | achtergrond |
bakkuguraundo・myūjikku-バックグラウンド・ミュージック | achtergrondmuziek |
bakkunetto-バックネット | een scherm [net] achter de thuisplaat (honkbal en softbal) |
bakkusu-バックス | achterhoede; verdedigers; backs (voetbal, rugby, etc.) |
bakkusupin-バックスピン | backspin (sportterm); achterwaartse rotatie |
bakkusutoppu-バックストップ | een scherm [net] achter de thuisplaat (honkbal en softbal) |
bakkuwōtā-バックウォーター | achterwater; binnenwater; teruglopend water |
bakku・mirā-バック・ミラー | achteruitkijkspiegel (auto) |
bakku・shīto-バック・シート | achterbank |
bakku・sukurīn-バック・スクリーン | een donker scherm achter het middenveld in een honkbalstadion (zodat de slagman duidelijker het veld kan overzien) |
bakoso-ばこそ | achtervoegsel gebruikt voor nadruk |
bamu-ばむ | (achtervoegsel achter zelfs.n.w., met de betekenis zoals, lijkend) -ig; -achtig |
ban-晩 | avond; nacht |
ban-番 | (op) wacht; uitkijk |
bandai-番台 | degene die op de op wacht zit in die uitkijkpost |
bangoya-番小屋 | wachtpost; wachthuisje; wachthok |
banī・gāru-バニー・ガール | serveermeisje; animeermeisje (in nachtclub) |
bannin-番人 | bewaker; wachter |
bannō-万能 | almachtig; omnipotent |
banryoku-蛮力 | brute kracht |
banryoku-蛮力 | fysieke [lichamelijke] kracht |
ban'ya-番屋 | wachtpost; wachthuis |
ban'yūinryoku-万有引力 | universele zwaartekracht |
baransu・obu・pawā-バランス・オブ・パワー | machtsevenwicht |
bariki-馬力 | paardenkracht |
basabasa-ばさばさ | vastberaden; krachtig; energiek |
batabata-ばたばた | snel achter elkaar; opeenvolgend |
battari-ばったり | plotseling; onverwacht |
batten-罰点 | (wedstrijden, e.d.) afgetrokken punt; punt in mindering gebracht |
beigun-米軍 | het Amerikaanse leger; de Amerikaanse krijgsmacht [troepen] |
beki-冪 | exponent; macht (in wiskunde) |
benrishi-弁理士 | octrooigemachtigde |
bessei-別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waar ieder zijn eigen familienaam aanhoudt) |
besshi-蔑視 | verachting; minachting |
bēsurain-ベースライン | achterlijn; baseline (sportterm) |
betsu-蔑 | (in kanji combinaties) neerkijken op; minachten; verachten |
bichū-微衷 | (nederige uitdrukking voor mijn) diepste gedachten [gevoelens] |
bifū-微風 | lichte wind; zacht briesje |
bijaku-微弱 | zwak [krachteloos] zijn |
bī・jī・emu-ビー・ジー・エム | achtergrondmuziek |
bō-望 | (in kanji combinaties) vooruit [in de verte] kijken; hopen; verwachten; verlangen |
bodīgādo-ボディーガード | lijfwacht; persoonlijke beveiliger |
bōfū-暴風 | stormachtige [harde] wind; storm |
bōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
bōihanto-ボーイハント | het op zoek [jacht] gaan naar een jongen [man; vrijer]; het oppikken [versieren] van een jongen [man; vrijer] |
bokkonrinri-墨痕淋漓 | handschrift met mooie, krachtige (penseel) streken |
bōkō-暴行 | aanranding; verkrachting |
bōrō-望楼 | wachttoren; uitkijktoren |
bōsō-暴走 | het iets doen zonder aandacht voor de omgeving; iets doen zonder rekening te houden met de gevolgen |
botsubotsu-勃勃 | (krachtig) opkomend |
bu-侮 | (in kanji combinaties) verachten; neerkijken op; minachten; bespotten |
bu-武 | legermacht |
bubetsu-侮蔑 | hoon; minachting; geringschatting; belediging |
buchiageru-打ち上げる | krachtige [brutale; gedurfde]] uitspraken doen; opscheppen |
buchōhō-不調法 | achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
budan-武断 | militarisme; militaire macht [bestuur] |
bujoku-侮辱 | belediging; minachting; geringschatting |
bukimi-不気味 | vreemdheid; griezeligheid; geheimzinnigheid; spookachtigheid |
bunchi-文治 | burgerlijke macht; civiel bestuur |
bunshikanryoku-分子間力 | intermoleculaire krachten |
buonfuresuko-ブオンフレスコ | Buon fresco is een fresco-schildertechniek (waarbij alkalibestendige pigmenten, vermalen in water, worden aangebracht op nat gips) |
burū-ブルー | neerslachtig; triest |
busshokugai-物色買い | optionele aankoop van aandelen (waarvan verwacht wordt dat ze in de toekomst zullen stijgen) |
būsutā-ブースター | hulpkrachtbron; startraket; hulpraket |
busutto-ぶすっと | het doorboren van [snijden in] een dik, zacht voorwerp |
butai-舞台 | plaats; locatie; achtergrond (van een verhaal) |
butaiura-舞台裏 | backstage; in de coulissen; achter de schermen |
butchigiru-打っ千切る | (met kracht) scheuren; verscheuren |
chakumoku-着目 | aandacht; focus (op) |
chakumokusuru-着目する | aandacht schenken aan; aandacht richten op; zich concentreren op; focussen (op) |
chami-茶味 | bruinachtige kleur |
chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
chekku・ando・baransu-チェック・アンド・バランス | controle en evenwicht in de machtsverhoudingen van een politiek bestel |
chēsā-チェーサー | achtervolger; jager |
chibu-恥部 | geslachtsdelen; edele delen |
chigyō-知行 | het uitvoeren van taken [opdrachten] |
chihō-地方 | (vaak als achtervoegsel) landstreek; gebied; regio; streek |
chihōbunken-地方分権 | decentralisatie van de macht (bestuurlijke bevoegdheden bij lokale overheden) |
chikara-力 | kracht; energie; macht; vermogen |
chikaradameshi-力試し | test van fysieke kracht [vaardigheden]; proeve van bekwaamheid |
chikaraippai-力一杯 | met man en macht; met alle [uiterste] kracht |
chikarajiman-力自慢 | het opscheppen over [trots zijn op] je kracht |
chikarajimansuru-力自慢する | opscheppen over [trots zijn op] je kracht |
chikarakurabe-力競べ | krachtmeting |
chikaramakase-力任せ | met al zijn kracht; uit alle macht |
chikaramake-力負け | verlies door krachtsverschil (met sterkere tegenstander) |
chikaramake-力負け | verlies door teveel verspilling van kracht (in het begin) |
chikaramakesuru-力負けする | verliezen door overmacht |
chikaramakesuru-力負けする | verliezen door verkeerd gebruik van je eigen kracht |
chikaraotoshi-力落とし | de moed [kracht; energie] verliezen |
chikarashigoto-力仕事 | (zwaar) lichamelijk werk; mankracht |
chikarawaza-力業 | zwaar werk; werk dat veel (lichamelijke) kracht vereist |
chikarazuku-力ずく | uiterste krachtsinspanning; brute kracht |
chikarazuyoi-力強い | sterk; krachtig; energiek; vitaal |
chikokusuru-遅刻する | (te) laat zijn [komen]; achterlopen |
chikuji-逐次 | de één na de ander; successievelijk; achtereenvolgens |
chinchin-沈沈 | stil zijn (m.n. in de nacht) |
chingashi-賃貸し | verhuur; pacht; uitleen |
chinji-珍事 | onverwachte gebeurtenis; vreemd voorval |
chinkyaku-珍客 | een welkome (onverwachte) bezoeker [gast] |
chinshakunin -賃借人 | huurder; pachter |
chintai-賃貸 | verhuur; pacht |
chintainin-賃貸人 | verhuurder; verpachter |
chintaishaku-賃貸借 | huur; verhuur; pacht; lease |
chintaisuru-賃貸する | verhuren; verpachten |
chisetsu-稚拙 | ongekunsteldheid; naïviteit; kinderachtigheid |
chītā-チーター | jachtluipaard; cheeta |
chokkanryoku-直感力 | intuïtieve kracht |
chōkō-兆候 | voorteken; omen; voorbode; indicatie; verwachting |
chōkō-長講 | lange lezing [voordracht] |
chokugo-直後 | direct achter iets |
chokusenshū-勅撰集 | poëziebloemlezing samengesteld in opdracht van de keizer |
chokusenwakashū-勅撰和歌集 | waka-gedichten verzameld in opdracht van de keizer |
chōraku-凋落 | daling; terugval; achteruitgang; verval; terugloop |
chōrō-嘲弄 | minachting; bespotting; hoon |
chōseki-朝夕 | ochtend en avond; dag en nacht; altijd |
chōsen-挑戦 | moeilijke test [opdracht] |
chōya-長夜 | lange nacht |
chūbaika-虫媒花 | insectenbloemige plant (plant waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht) |
chūi-注意 | aandacht; attentie |
chūijinbutsu-注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
chūisuru-注意する | aandacht schenken; oppassen; attenderen; waarschuwen |
chūmoku-注目 | aandacht; waarneming; observatie; herkenning |
chūō-中央 | centrum (van de macht, etc.); hoofdstad |
chūōshūken-中央集権 | centralisatie van de macht; centraal gezag |
chūsei-中性 | geslachtsloosheid; androgynie |
chūya-昼夜 | dag en nacht |
chūyakenkō-昼夜兼行 | dag-en nacht [doorgaan]; 24 uur per dag |
daihachi-第八 | de achtste; 8ste |
daika-台下 | (eretitel van een edelman) edelachtbare |
daikō-代講 | plaatsvervangende docent; invallende leerkracht |
dain-ダイン | dyne (eenheid van kracht) |
dainin-代人 | tussenpersoon; gevolmachtigde; plaatsvervanger |
daiō-大王 | eretitel voor een (machtige) koning |
daishikkō-代執行 | administratieve handhaving; uitvoering bij volmacht |
daishō-代将 | (mil.) brigadegeneraal; commodore (marine; luchtmacht) |
daki-唾棄 | verachting; minachting; afkeer; haat; afschuw |
dāku・hōsu-ダーク・ホース | (in een race) outsider; onverwachte winnaar |
dangai-弾劾 | beschuldiging; verdachtmaking; aanklaging; terechtwijzing |
danjo-男女 | man en vrouw; mannen en vrouwen; jongens en meisjes; beide geslachten |
danketsu-団結 | eenheid; eendracht; solidariteit; verbondenheid |
danketsuyoku-団結力 | solidariteit; eenheid; eendracht |
danryoku-弾力 | veerkracht; buigzaamheid |
danryokusei-弾力性 | veerkracht; buigzaamheid; soepelheid |
danseiteki-男性的 | mannelijk; manachtig (zoals een man); macho |
dappi-脱皮 | het zichzelf bevrijden; breken met (conventies, oude gedachtepatronen, gewoontes, e.d.) |
darake-だらけ | (achtervoegsel) vol [bedekt; bezaaid] met |
dasei-惰性 | macht der gewoonte |
datsu-立つ | (achtervoegsel) in staat zijn om...; worden; krijgen |
daun-ダウン | (sport) achterstand in punten |
demakase-出任せ | gedachteloze opmerking; het iets zeggen zonder nadenken |
den-殿 | achterhoede (bij legers) |
dendō-伝導 | geleiding; transmissie; overdracht |
denpō-伝法 | de overdracht [het doorgeven; onderwijzen] van de boeddhistische leer (van meester op discipel) |
denrai-伝来 | overlevering; overdracht |
denshō-伝誦 | mondeling overdracht [overlevering]; vertelling |
dentōkōgei-伝統工芸 | traditionele ambachten [kunstnijverheid] |
dirēdo・suchīru-ディレード・スチール | verlate steel-poging (bij honkbal, een verrassingstechniek waarbij de loper een honk steelt op een onverwacht moment) |
dōdan-登壇 | het podium opstappen; het spreekgestoelte beklimmen; achter de kansel gaan staan |
dogaishi-度外視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren |
dogaishisuru-度外視する | negeren; veronachtzamen; geen rekening houden met |
dokkoi-どっこい | wacht (eens) even!; niet zo snel! |
dokugin-独吟 | solo (zang of voordracht van poëzie) |
dokuryoku-独力 | eigen kracht [inspanning] |
dokushinjutsu-読心術 | gedachten lezen |
dokushō-読誦 | het reciteren [voordragen; hardop voorlezen]; recitatie; voordracht |
dokutā・sutoppu-ドクター・ストップ | (in opdracht van een arts) het staken van een wedstrijd (b.v. boksen); een technische knockout |
domo-ども | (achter een zelfst.nw.) geeft aan meervoud of nederigheid |
domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
don-ドン | erend prefix voor achternamen van mannen (b.v. Don Quichot) |
dondengaeshi-どんでん返し | plotselinge, onverwachte wending (in een verhaal, etc.) |
donto-どんと | krachtig; met een klap [dreun] |
dorifuto-ドリフト | verschijnsel waarbij deeltjes door een externe kracht in een willekeurige beweging worden gebracht (b.v. elektrische geleiding, warmtegeleiding, etc.) |
doroppu-ドロップ | val; achteruitgang; verval; laten vallen; uitvallen |
doroppu・shotto-ドロップ・ショット | (bij tennis of badminton) dropshot (zacht geslagen bal die vlak achter het net valt) |
dōryoku-動力 | (aandrijf)kracht; vermogen |
dōsei-同姓 | dezelfde achternaam |
dōsei-同性 | hetzelfde geslacht; dezelfde sekse |
dosha-土砂 | zand gezegend met speciale spirituele kracht |
dōshin-同心 | gelijkgestemdheid; dezelfde geest [mening, gedachte] |
ea・fōsu-エア・フォース | luchtmacht |
ea・kāgo-エア・カーゴ | luchtvracht |
ea・sābisu-エア・サービス | luchtdienst; vervoer (van post, passagiers, vracht) door de lucht |
eguzekutibu-エグゼクティブ | leidinggevende persoon; hoofddirecteur; uitvoerende macht |
ei-纓 | slip [reep stof] aan de achterkant van een traditioneel Japans hoofddeksel |
eihei-衛兵 | wacht; bewaker; schildwacht |
eijihappō-永字八法 | (kalligrafie) de acht basis penseelstreken van kanji (die allen in het karakter 永 voorkomen.) |
eiki-英気 | energie; vitaliteit; kracht |
eikyo-盈虚 | opkomst en verval; vooruitgang en achteruitgang |
eito-エイト | acht, roeiboot met 8 roeiers |
eiyō-栄耀 | luxe; welvaart; pracht en praal |
ekidome-駅留め | bezorging [levering] van pakjes [vracht] via afhalen op het station |
enerugī-エネルギー | (lichamelijke of mentale) energie; kracht; uithoudingsvermogen |
enkyoku-婉曲 | omslachtigheid |
ennoshita-縁の下 | (fig.) op de achtergrond; uit het zicht; onopgemerkt |
enshinryoku-遠心力 | middelpuntvliedende kracht; centrifugale kracht |
entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
entashisu-エンタシス | entasis (een lichte zwelling in een (Dorische) zuilschacht) |
enzai-冤罪 | valse [ongegronde] beschuldiging [aanklacht] |
esupowāru-エスポワール | hoop; verwachting |
fā-ファー | bont; vacht |
fakku-ファック | jargon voor geslachtsgemeenschap (ook gebruikt als scheldwoord) |
fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
fīrudo-フィールド | (natuurkunde) (kracht)veld |
forute-フォルテ | (muziekterm) forte (krachtig) |
fūbaika-風媒花 | windbloemige plant (plant waarbij het stuifmeel door de wind wordt overgebracht) |
fubuki-吹雪 | sneeuwstorm; sneeuwjacht |
fuchō-不調 | (afk. voor) achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
fuchō-符丁 | code; wachtwoord; geheimtaal |
fudōsanshutokuzei-不動産取得税 | overdrachtsbelasting |
fūfubessei-夫婦別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waarbij ieder de eigen familienaam aanhoudt) |
fufuku-不服 | ontevredenheid; onenigheid; bezwaar; klacht |
fūha-風波 | onenigheid; tweedracht; ruzie |
fui-不意 | onverwacht [plotseling] zijn |
fuito-ふいと | plotseling; onverwacht; toevallig; per ongeluk |
fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fūju-風樹 | gedachten aan de overleden ouders |
fuka-負荷 | lading; belasting (van vracht e.d.) |
fukachi-不可知 | ondoorgrondelijkheid; raadselachtigheid; onkenbaar [niet te begrijpen] zijn |
fukafuka-ふかふか | (onomatopee) zacht; donzig, pluizig; afwezig; verstrooid; achteloos; onnadenkend |
fukakōryoku-不可抗力 | overmacht; force majeure; onvermijdelijkheid |
fukaoi-深追い | (te ver) najagen; achtervolgen |
fukaoisuru-深追いする | achtervolgen; najagen |
fukidamari-吹き溜まり | dwarrelende sneeuw [bladeren]; sneeuwjacht |
fūkōmeibi-風光明媚 | schilderachtigheid; natuurschoon |
fukuhei-伏兵 | onverwachte tegenstand [hindernis]; onverwacht obstakel |
fumeirō-不明朗 | duister; somber; oneerlijk; twijfelachtig; omstreden |
fumin-不眠 | slapeloosheid; slechte nachtrust |
fumitsukeru-踏み付ける | beledigen; minachten |
funadon'ya-船問屋 | scheepsbevrachter; scheepsmakelaar |
funani-船荷 | scheepsvracht; scheepslading |
funanishōken-船荷証券 | cognossement; connossement; zeevrachtbrief |
funzukeru-踏ん付ける | een voetspoor zetten [achterlaten] in een zachte ondergrond; ergens op trappen |
funzukeru-踏ん付ける | verachten; minachten; beledigen |
furarito-ふらりと | terloops; toevallig; onverwacht |
furēto・rainā-フレート・ライナー | vrachtvervoer; containervervoer |
furidashi-振り出し | betaalopdracht; overmaking (geld); geldwisseling |
furikaeru-振り返る | (achter)omkijken; je hoofd omdraaien; over je schouder kijken; zich omdraaien |
furikaeru-振り返る | achterom kijken (fig.); terugzien; terugdenken (aan); zich herinneren |
furimuku-振り向く | achterom kijken [draaien; keren] |
furimuku-振り向く | zich [de aandacht] richten op |
furu-振る | draaien; omdraaien; achterom kijken |
furubakku-フルバック | (American football, rugby, voetbal) vleugelverdediger; achterspeler; laatste man |
furyo-不慮 | onverwacht [niet voorzien] zijn |
fūryoku-風力 | windkracht |
furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
fusagu-塞ぐ | je somber [neerslachtig] voelen |
fusakui-不作為 | nalatigheid; verzuim; onachtzaamheid |
fushin-不信 | wantrouwen; achterdocht |
fushinban-不寝番 | nachtwaker |
fushinban-不寝番 | nachtdienst; de hele nacht waken [wakker blijven] |
fushinbutsu-不審物 | een verdacht voorwerp |
fushinkan-不信感 | wantrouwen; achterdocht |
fushinsha-不審者 | een verdacht persoon (met mogelijk twijfelachtige bedoelingen) |
fushinshi-不審死 | dood met onbekende oorzaak; verdacht sterfgeval |
fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fushōsha-負傷者 | gewonde; slachtoffer |
fushozon-不所存 | ondoordachtheid; tactloosheid; onverstandigheid; onvoorzichtigheid |
futaku-付託 | toewijzing; opdracht; toevertrouwing |
futannōryoku-負担能力 | draagkracht |
futeishūso-不定愁訴 | psychosomatische symptomen; fysieke klachten (zonder aanwijsbare medisch-wetenschappelijke diagnose) |
futeki-不敵 | onoverwinnelijke kracht [sterkte] |
futo-ふと | plotseling; toevallig; onverwacht |
fuwa-不和 | onenigheid; verdeeldheid; tweedracht |
fuwari-ふわり | zachtjes |
fuyajō-不夜城 | uitgaanswijk (waar het 's nachts verlicht en levendig is en niet donker wordt) |
fuyajō-不夜城 | de naam van een stad in (wat nu nu de provincie Shandong is) in China (tijdens de Han dynastie, waarvan werd gezegd dat de zon ook 's nachts scheen) |
fuyuge-冬毛 | de wintertooi; de vacht [pels] van dieren in de winter |
fuzoku-付属 | (boeddh.) overdracht [toevertrouwen] van de leer aan een bodhisattva door de Boeddha |
ga-蛾 | mot; nachtvlinder |
gachi-勝ち | (als suffix achter zelfst.naamwoorden of de renyōkeivorm van werkwoorden) de neiging hebben om; iets frequent [vaak] doen |
gaiseiki-外性器 | uitwendige geslachtsdelen |
gakureki-学歴 | academische loopbaan [carrière]; academische achtergrond [kwalificaties; scholing] |
gakuya-楽屋 | in de coulissen; achter de schermen |
gakuyaura-楽屋裏 | in de coulissen; achter de schermen |
ganchū-眼中 | overweging; interesse; aandacht |
ganjō-頑丈 | krachtig [solide; sterk; stevig] zijn |
geigekiki-迎撃機 | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
geji-蚰蜒 | een verachtelijke [gehate] persoon; gluiperd |
geki-撃 | (in kanji combinaties) (hard) slaan; (met kracht) aanvallen; schieten; hard raken (ook fig.) zien; voelen; tasten |
gekiga-劇画 | Gekiga, een Japans stripboekgenre (met meer aandacht voor realistische afbeeldingen en het literaire aspect) |
gekigo-激語 | ferme taal; krachtige [scherpe] bewoordingen |
gekiyaku-劇薬 | krachtig [effectief] medicijn |
gendōryoku-原動力 | drijfveer; drijfkracht; motivering |
genki-元気 | gezondheid; energie; kracht; vitaliteit |
genki-元気 | oerkracht (van alles in het universum [heelal]) |
genmen-減免 | (strafrecht) kwijtschelding of strafvermindering (door verzachtende omstandigheden) |
giga-ギガ | giga-; 10 tot de macht 9 |
gigei-技芸 | kunsten; ambachten |
giketsukennodairikōshi-議決権の代理行使 | uitoefening van stemrecht bij volmacht; het stemmen bij volmacht (namens iemand anders) |
gikō-技工 | handwerk; ambacht |
gikō-技工 | ambachtsman |
ginen-疑念 | twijfel; verdenking; argwaan; achterdocht |
girudo-ギルド | gilde; ambachtsvereniging |
gisei-犠牲 | offer; slachtoffer; zondebok |
giseisha-犠牲者 | slachtoffer |
gishinanki-疑心暗鬼 | argwaan; wantrouwen door achterdocht |
gisoku-偽足 | pseudopodium; schijnvoet (voetachtige uitstulping bij cellen) |
giwaku-疑惑 | wantrouwen; achterdocht; verdenking; twijfel |
gō-号 | (als achtervoegsel) naam (voor voertuigen, schepen, vliegtuigen, dieren, etc.) |
gōjasu-ゴージャス | prachtig; schitterend; fantastisch (mooi) |
gojin-後陣 | achterhoede |
gōka-豪華 | pracht; praal; luister; luxe |
gōkan-強姦 | verkrachting |
gōkansha-強姦者 | verkrachter |
gōkansuru- 強姦する | verkrachten |
gokoku-後刻 | later; daarna; achteraf; naderhand |
gokuchū-獄中 | in gevangenschap; achter de tralies |
gokusō-獄窓 | gevangenisraam; (achter de) tralies; gevangenis |
gonen-御念 | zorg; aandacht; oplettendheid; overweging |
gōsei-豪勢 | grandeur; pracht; praal |
gōsha-豪奢 | luxe; pracht; extravagantie; weelderigheid |
goshippu-ゴシップ | (ge)roddel; kletspraat; achterklap |
gote-後手 | navolger; achterhoede; telaatkomer |
goya-後夜 | de laatste uren van de nacht (van middernacht tot 4 uur 's morgens) |
guchi-愚痴 | (ongegronde) klacht; gezeur; gemopper; gemor |
guigui-ぐいぐい | (iets) hard [krachtig; sterk] (doen) |
gūkan-偶感 | een willekeurige gedachte; een vluchtige indruk; toevallig idee |
gun-軍 | leger; krijgsmacht; strijdmacht; troepen |
gungun-ぐんぐん | snel; krachtig; gestaag |
gunkoku-軍国 | leger en staat; strijdkrachten en landsbestuur |
guntai-軍隊 | strijdkracht; leger; troepen |
gunzei-軍勢 | strijdkrachten; militaire troepen; manschappen |
gurasunosuchi-グラスノスチ | glasnost (Sovjetbeleid van openheid in de jaren tachtig) |
gusetsu-愚説 | belachelijk idee; stomme gedachte; dwaas standpunt |
gyakukōsu-逆コース | (plaats of tijd) teruggang; achteruitgang; terugkeer |
gyakumodori-逆戻り | teruggang; achteruitgang; het op zijn schreden terugkeren |
gyakuryūsuru-逆流する | terugstromen; achteruit stromen; stroomopwaarts stromen; oprispen |
gyakusatsu-虐殺 | (af)slachting; bloedbad; holocaust |
gyakusō-逆走 | het tegen de wind ingaan; (fig.) tegen de trend [verwachting] ingaan |
gyarappuyoronchōsa-ギャラップ世論調査 | galuppoll (methode voor het peilen van de publieke opinie, bedacht door George Horace Gallup in 1935) |
gyōbō-翹望 | verwachting; het ergens naar uitkijken |
gyokuan-玉案 | prachtig bureau; bureau [werktafel] belegd met edelstenen |
gyōmunaiyō-業務内容 | taakomschrijving; werkopdracht |
gyoryū-魚竜 | ichthyosaurus (een uitgestorven geslacht van zeereptielen) |
gyōseiken-行政権 | de uitvoerende macht (één van de drie machten van de staat) |
gyoshoku-漁色 | op de versiertoer zijn; achter de vrouwen aanzitten |
gyotō-漁灯 | vuur [lamp] op vissersboten om 's nachts vissen te lokken (en te vangen) |
gyūgo-牛後 | achtereinde van een rund |
gyūgo-牛後 | metafoor voor een navolger (iemand die achter iemand met macht aanloopt) |
gyūhi-求肥 | een vorm van wagashi, traditioneel Japans snoepgoed (een zachtere variant van mochi, ook gemaakt van kleefrijst) |
gyutto-ぎゅっと | (onomatopee) strak; stevig; krachtig; knijpend |
habakaru-憚る | macht [invloed] uitoefenen (op) |
habakiki-幅利き | het macht [invloed] hebben |
hachibunme-八分目 | acht tiende; 8/10 |
hachidaijigoku-八大地獄 | de acht grote hellen in het Boeddhisme |
hachidan-八段 | achtste graad [rang]; achtste dan (judo, karate, etc.) |
hachijikanrōdōsei-八時間労働制 | (het systeem van) de achturige werkdag |
hachijū-八十 | 80; tachtig |
hachimen-八面 | acht kanten [zijden; vlakken] |
hachimenreirō-八面玲瓏 | n alle opzichten [vanuit alle gezichtspunten] mooi [prachtig; helder] zijn |
hachimonji-八文字 | (de vorm van) het Japanse karakterteken (kanji) voor het getal acht |
hagemu-励む | (zich) inspannen; met alle kracht iets doen; zich inzetten voor; zich wijden aan |
hageshii-激しい | gewelddadig; krachtig; intens; heftig |
hai-はい | hé! (een uitroep om de aandacht van iem. te trekken of iem. te waarschuwen) |
hai-背 | (in kanji combinaties) rug; achterkant; achteren; tegenstand; opstand; verraad |
haigo-背後 | achter; achterkant |
haigo-背後 | achtergrond |
haigun-敗軍 | verslagen leger(macht) [generaal] |
haiiro-灰色 | verdacht; duister; geheimzinnig |
haiirokōkan-灰色高官 | een verdachte ambtenaar |
haikai-俳諧 | bijeenkomst waarbij achter elkaar Japanse gedichten worden gecomponeerd |
haikara-ハイカラ | haardracht in westerse stijl |
haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
haikei-背景 | achtergrond |
haikei-背景 | de achtergrond (fig.) |
haikeiongaku-背景音楽 | achtergrondmuziek |
haimen-背面 | achterzijde; achterkant |
hairando-ハイランド | hoogland; bergachtig gebied |
hairu-入る | van de voorkant naar achteren [naar binnen] gaan; (in bezit )krijgen; in handen krijgen; binnenkomen |
hairyo-配慮 | overweging; zorg; aandacht; bezorgdheid; toewijding |
haisō-背走 | het achteruit rennen |
haisōsuru-背走する | achteruit rennen |
haisui-背水 | achterwater; binnenwater; teruglopend water |
hajimeru-始める | (gevoegd achter de renyōkei van een ander ww.) beginnen te...; gaan... |
hakairyoku-破壊力 | vernietigende kracht |
hakarazumo-図らずも | onverwacht; toevallig; per ongeluk |
hakkō-発効 | inwerkingtreding; het van kracht worden; het ingaan (van een contract, bewijs, e.d.) |
hakkōryoku-発酵力 | fermentatiekracht |
hakkōsuru-発酵する | fermenteren; gisten; rijpen (ook fig. van gedachtenen of ideeën) |
hakuryoku-迫力 | kracht; indrukwekkendheid |
hamaogi-浜荻 | prachtriet [Amoer-zilvergras] dat langs het strand groeit |
hamaya-破魔矢 | een pijl ter verdrijving van kwade krachten (wordt met nieuwjaar door heiligdommen verkocht) |
hanahazukashii-花恥ずかしい | uitzonderlijk mooi (lett. zo mooi dat bloemen erdoor in verlegenheid gebracht worden) |
hanashi-話 | lezing; praatje; rede(voering); voordracht; speech; toespraak |
hanatsu-放つ | iem. een opdracht geven [op een missie sturen] |
hanbaiyosoku-販売予測 | verkoopprognose; verwachte verkoopcijfers |
handikurafuto-ハンディクラフト | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
hangurī-ハングリー | hunkerend; smachtend |
hanninmae-半人前 | half [matig] werk leveren; halfslachtig [halfbakken] zijn |
hanshakaitekiseiryoku-反社会的勢力 | anti-sociale krachten; georganiseerde misdaad; criminele organisaties |
hansō-搬送 | transport; (vracht)vervoer |
hanto-ハント | jacht |
han'i-犯意 | criminele bedoeling; voorbedachte raad; mens rea (Lat.: een schuldige geest) |
han'in'yō-半陰陽 | tweeslachtigheid; hermafroditisme |
happaku-八白 | de achtste van de 9 traditionele astrologische tekens (corresponderend met Saturnus en het Noordoosten) |
hapuningu-ハプニング | (onverwachte) gebeurtenis; voorval |
harahara-はらはら | (onomatopee) nerveus; zenuwachtig; gespannen |
haranbanjō-波乱万丈 | stormachtig; dramatisch; veelbewogen |
haranbanjō-波瀾万丈 | wisselvalligheid; stormachtigheid; met veel ups en downs |
harau-払う | (aandacht e.d.) geven; schenken; (respect e.d.) tonen; betonen |
hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
hare-晴れ | (na verdachtmakingen, bewezen) onschuld |
hari-玻璃 | glasachtige substantie in vulkanisch gesteente |
haritsumeru-張り詰める | gespannen [zenuwachtig] zijn; uitrekken; inspannen |
haron-ハロン | (Engelse afstandsmaat) furlong (een achtste mijl, ca. 201 m.) |
haruhayate-春疾風 | zware lentestorm; krachtige lentewind |
haruichiban-春一番 | de eerste lentestorm; krachtige zuidenwind in het begin van de lente |
harumeku-春めく | lenteachtig worden; op lenteweer lijken |
harunoyo-春の夜 | korte lentenacht |
harusame-春雨 | zachte [milde] lenteregen |
hashinakumo-端無くも | onverwacht; toevallig; per ongeluk |
hataki-叩き | (als achtervoegsel) het fel bekritiseren; afkraken |
hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
hatashite-果たして | zoals verwacht; inderdaad |
hatchibakku-ハッチバック | hatchback, auto met vijfde deur (en carrosserie met korte achterkant) |
hatsuni-初荷 | eerste verzending [vracht; transport] van het nieuwe jaar |
hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
hayabune-早船 | (Edo periode) snelle vracht- en passagier's boot (Japanse binnenzee) |
hazu-筈 | hetgeen te verwachten [waarschijnlijk] is |
heiba-兵馬 | cavalerie; manschappen; strijdkrachten |
heiken-兵権 | de militaire macht; het militaire gezag |
heikinjumyō-平均寿命 | gemiddelde levensduur; levensverwachting |
heikinyomei-平均余命 | levensverwachting |
heiryoku-兵力 | troepenmacht; strijdkrachten; militaire kracht |
heisokusen- 閉塞船 | blokschip (een schip dat met opzet tot zinken wordt gebracht om als blokkade te dienen) |
heiwaijigun-平和維持軍 | vredesmacht |
henji-変事 | ongeluk; noodgeval; onverwachte gebeurtenis |
hidarioku-左奥 | linksachter; links achterin [achteraan] |
hien-飛燕 | een eenpersoons jachtvliegtuig van het voormalige Japanse leger |
higaimōsō-被害妄想 | paranoia; achtervolgingswaan(zin); vervolgingswaan(zin) |
higaisha-被害者 | slachtoffer |
hige-卑下 | zelfverachting; een lage dunk van jezelf hebben; nederigheid; onderdanigheid |
higisha-被疑者 | (formeel) verdachte (van een misdaad) |
hikitateru-引き立てる | (iets) er beter uit laten zien; onder de aandacht brengen |
hikitsugi-引き継ぎ | overname; overdracht |
hikitsuzuki-引き続き | continu; onophoudelijk; achtereenvolgend |
hikkonuku-引っこ抜く | rukken; uitrukken; met kracht uittrekken; met kracht uitplukken ; met kracht eruit trekken |
hikoku-被告 | gedaagde; verdachte; beklaagde |
hikokunin-被告人 | beklaagde; verweerder; beschuldigde; verdachte |
hiku-引く | trekken (fig.: aandacht, etc.) |
hikuhiku-ひくひく | krampachtig; stuiptrekkend |
hikute-引く手 | iemand die de aandacht trekt; iemand die bewonderd wordt; iemand die populair [in trek] is |
himachi-日待ち | (lett.: het wachten op de zon) een bijeenkomst waarbij mensen samen bidden en wachten op de opkomst van de zon (Shinto) |
himago-曾孫 | achterkleinkind |
hinan-非難 | kritiek; klacht; beschuldiging; blaam; afkeuring |
hintārando-ヒンターランド | achterland; hinterland (gebied dat deel uitmaakt van de economische zone van een stad) |
hippu-ヒップ | heup; achterwerk; billen |
hiretsu-卑劣 | gemeenheid; laagheid; achterbaksheid |
hiriki-非力 | machteloosheid; hulpeloosheid |
hirō-披露 | aankondiging; presentatie; voordracht; introductie |
hisaisha-被災者 | het slachtoffer van een ramp |
hissageru-引っ提げる | (iets) presenteren; voorleggen; onder de aandacht brengen |
hitoban-一晩 | één avond [nacht] |
hitoban-一晩 | de hele avond [nacht] |
hitomachigao-人待ち顔 | eruitzien alsof je op iemand wacht |
hitoyo-一夜 | een nacht [avond]; de hele nacht |
hitsuatsu-筆圧 | de druk [kracht] die tijdens het schrijven op (de punt van) een pen of penseel wordt uitgeoefend |
hitsuryoku-筆力 | expressiviteit [expressieve kracht] van een penseelvoering [beschrijving] |
hittsume-引っ詰め | het haar achterover gekamd in een knot gebonden |
hiwairo-鶸色 | zacht geelgroene kleur (de kleur van de veren van de sijs) |
hiyorimi-日和見 | opportunisme; afwachtende houding; besluiteloosheid; de kat uit de boom kijken |
hoanrin-保安林 | bosbescherming; bescherming van de bossen; boswachterij |
hōchi-放置 | achterlating; het achterlaten; overlaten; loslaten; laten rusten |
hogei-捕鯨 | walvisvangst; walvisjacht |
hoīrubēsu-ホイールベース | wielbasis (afstand tussen voor-en achterwielen) |
hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
hōkai-抱懐 | het koesteren [hebben; erop na houden] van een gedachte, mening, etc |
hōkan-奉還 | teruggave (door de shogun) van een verleende (vol)macht (b.v. aan de keizer) |
hōkeru-呆ける | verstrooid [afgeleid; in gedachten verzonken] zijn |
hokuga-北画 | (afk. van) (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
hokushuga-北宗画 | (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
homaesen-帆前船 | (westers) zeilschip; zeilboot; jacht |
honeori-骨折り | moeite; krachtsinspanning; zwaar werk |
honji-本地 | oorspronkelijke vorm; (iemand's) ware aard; (iemand's) diepste gedachten |
honmatsutentō-本末転倒 | verkeerd beoordelen wat belangrijk en onbelangrijk is; het paard achter de wagen spannen |
honsei-本姓 | oorspronkelijke achternaam [familienaam]; meisjesnaam |
hon'i-翻意 | verandering van gedachten |
hon'isuru-翻意する | van gedachten veranderen |
hōpu-ホープ | hoop; verwachting |
hora-ほら | (uitroep om iemands aandacht te trekken) hé; hallo |
hōrei-豊麗 | mooi [prachtig; schitterend] zijn |
hori-堀 | kanaal; gracht; waterweg; sloot |
hori-堀 | kasteelgracht; slotgracht |
horibata-堀端 | de rand [oever] van een gracht [greppel] |
hōridasu-放り出す | verwaarlozen; achterlaten |
horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
horumon-ホルモン | (in Kansai dialect) orgaanvlees, slachtafval van koeien of varkens |
horyūsuru-保留する | voorbehoud maken; bewaren (voor later); uitstellen (tot later); achterwege laten; achterhouden |
hoshikuzu-星屑 | sterrenwolk; kosmische stof; veel sterren (aan de nachtelijke hemel) |
hoshizukiyo-星月夜 | een heldere [door de maan verlichte] sterrennacht |
hoshō-保証 | machtiging |
hoshō-歩哨 | schildwacht; wachtpost; bewaker |
hoshu-捕手 | (honkbal) catcher; achtervanger |
hotobashiru-迸る | spuiten; (opeens, krachtig) uitstromen |
hyakkiyakō-百鬼夜行 | een nachtelijke optocht van monsters, spoken, geesten, etc. |
hyōhen-豹変 | (verwijzing naar de vacht van een luipaard) plotselinge verandering van gedrag (en taalgebruik) |
hyokkori-ひょっこり | plotseling; onverwacht; opeens; toevallig |
hyonna-ひょんな | vreemd; onverwacht; toevallig; ongewoon; eigenaardig |
hyōri-表裏 | voor- en achterkant; beide kanten |
hyūzu-ヒューズ | Hughes (Engelse achternaam) |
ibyō-胃病 | maagaandoening; maagklachten |
ichamon-いちゃもん | klacht; geklaag; geruzie |
ichidai-一大 | (als voorvoegsel) belangrijk; enorm; reusachtig |
ichijitsusenshū-一日千秋 | ongeduldig (wachten); de tijd lijkt eeuwig te duren |
ichijō-一定 | zeker; werkelijk; wis en waarachtig |
ichimei-一命 | eerste (levens)taak; opdracht; aanstelling |
ichinichisenshū-一日千秋 | ongeduldig (wachten); de tijd lijkt eeuwig te duren |
ichiretsu-一列 | een (wacht)rij; queue; de eerste rij (theater e.d.); op één lijn [rij] |
ichiya-一夜 | één avond [nacht]; 's nachts |
ichiyazuke-一夜漬け | in één nacht ingemaakt [ingelegd; gepekeld] |
ichiyazuke-一夜漬け | de hele nacht door studeren [blokken] voor een examen] |
idai-偉大 | grootsheid; pracht |
idaku-抱く | koesteren (gevoelens, gedachtes, meningen) |
idē-イデー | idee; gedachte; denkbeeld |
idokoro-居所 | achterwerk; achterste; billen (van mens, dier e.d.) |
igai-意外 | het onverwacht(s) [verrassend; onvoorzien] zijn |
ihyō-意表 | verrassing; buiten verwachting [onverwacht] zijn |
iikawasu-言い交わす | een gesprek hebben met; gedachten wisselen met; beloftes uitwisselen |
iinokosu-言い残す | een boodschap achterlaten |
iinokosu-言い残す | een testament achterlaten; je laatste woorden spreken |
iisuteru-言い捨てる | bij het weggaan nog (over je schouder) iets zeggen; een laatste opmerking maken (zonder op antwoord te wachten) |
iitsukaru-言いつかる | geïnstrueerd [bevolen] worden; instructie [opdracht; bevel] krijgen |
iitsuke-言いつけ | opdracht; voorschrift; instructie; bevel |
iji-意地 | wilskracht; zelfbewustzijn; koppigheid; halsstarrigheid |
ijin-異人 | een asceet met bijzondere krachten |
ijō-委譲 | overdracht (van bevoegdheid, gezag, etc.) |
ikan-移管 | overplaatsing; verplaatsing; overbrenging; overdracht (b.v. van overheidsstukken) |
iki-息 | harmonie; eensgezindheid; eendracht |
iki-遺棄 | verlating; achterlating |
iki-遺棄 | veronachtzaming; verwaarlozing |
ikiji-意気地 | wilskracht; doortastendheid; vasthoudendheid; zelfrespect |
ikinone-息の根 | het leven; ademen; levenskracht |
ikioi-勢い | natuurkracht |
ikioi-勢い | stuwkracht |
ikioi-勢い | vitaliteit; levenskracht; levensmoed |
ikioi-勢い | macht; gezag; autoriteit; invloed |
ikioizuku-勢いづく | moed vatten; zich vermannen; kracht verzamelen |
ikizumaru-息詰まる | buiten adem [benauwd] zijn; (bijna) niet kunnen ademen (van zenuwachtigheid) |
ikō-威光 | macht; aanzien; invloed |
ikuji-意気地 | wilskracht; doortastendheid; vasthoudendheid; zelfrespect |
ikun-遺訓 | goede raad advies; [instructies] door een overledene achtergelaten voor nabestaanden |
imachizuki-居待ち月 | het wachten tot de maan opkomt |
imējimento-イメージメント | het controleren [aanpassen] van het imago [de uitstraling] van producten of diensten naar de verwachtingen van de consumenten |
in-院 | (achtervoegsel achter de naam van) een boeddhistische tempel |
in-院 | (achtervoegsel achter de naam van een teruggetreden keizer) ex-keizer |
in-院 | achtervoegsel achter postume boeddhistische namen |
infaitingu-インファイティング | (verborgen) machtsstrijd; stammenstrijd; heimelijke concurentie |
inin-委任 | opdracht; taak; mandaat |
ininjō-委任状 | (schriftelijke) volmacht [machtiging; autorisatie] |
ininkeiyaku-委任契約 | overeenkomst van opdracht; mandaatovereenkomst |
ininsuru-委任する | toevertrouwen (aan); machtigen; delegeren |
inkuburottokensa-インクブロット検査 | (psychologie) inkblot test; rorschachtest |
inokoru-居残る | achterblijven; langer doorgaan; overwerken |
inpotensu-インポテンス | impotentie; machteloosheid; onvermogen |
inryoku-引力 | aantrekkingskracht; zwaartekracht |
intāseputā-インターセプター | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
intenshibu-インテンシブ | intensief; sterk; krachtig; fel |
in'u-陰雨 | bewolkte, regenachtige lucht |
in'yō-陰陽 | yin en yang (twee tegengestelde principes of krachten) |
iomante-イオマンテ | een Ainu-ceremonie waarbij een bruine beer wordt geofferd (nadat hij een bepaalde tijd in het dorp is grootgebracht) |
ippaku-一泊 | een (hotel)overnachting |
ippakusuru-一泊する | overnachten; de nacht doorbrengen |
irai-依頼 | verzoek; opdracht; aanvraag |
iraira-苛苛 | (onomatopee) zenuwachtig; ongeduldig; geïrriteerd; geërgerd; gespannen; nerveus |
iryoku-威力 | macht; gezag; autoriteit; invloed |
iryūhin-遺留品 | (bij politieonderzoek) voorwerpen die zijn achtergelaten door de dader; eigendommen van het slachtoffer; gevonden voorwerpen |
isaribi-漁り火 | vuur [lamp] op vissersboten om 's nachts vissen te lokken (en te vangen) |
isei-威勢 | macht; invloed; autoriteit |
isei-威勢 | kracht; sterkte; energie; opgewektheid |
isei-異姓 | andere achternaam; verschillende achternamen |
isei-異性 | het andere geslacht; de andere sekse |
ishi-意思 | bedoeling; gedachte; mening; wens |
ishindenshin-以心伝心 | [考えていることが、言葉を使わないでも互いにわかること] een stilzwijgende gedachtenoverbrenging; stilzwijgend begrip; telepathie |
ishitsu-遺失 | verlies; vergetelheid; het verliezen; vergeten; (per ongeluk) achterlaten (b.v. een paraplu in de bioscoop) |
ishokusakuhin-委嘱作品 | werk in opdracht |
isogashii-忙しい | druk; bezig; druk bezet; jachtig; gejaagd; gehaast |
isoisosuru-いそいそする | vrolijk [levendig] zijn; ergens blij [vol verwachting] naar uitkijken |
isseifūbi-一世風靡 | de heerschappij voeren; overwicht [controle] hebben op de gedachten van mensen |
isshindōtai-一心同体 | hart en ziel zijn één; twee harten kloppen als één; twee zielen, één gedachte |
isshin'ittai-一進一退 | eb en vloed; voorspoed en tegenspoed; vooruitgaan en achteruitgaan; goede tijden, slechte tijden |
isshokenmei-一所懸命 | met de volle inzet [met grote moeite; uit alle macht] (iets doen) |
isshōkenmei-一生懸命 | met hart en ziel, intens; vol overgave; uit alle macht; met de volle inzet |
isshuku-一宿 | een overnachting |
itachigokko-鼬ごっこ | ratrace; felle jacht op [streven naar] een positie [resultaat]; genadeloze concurrentie; kat-en-muisspel |
itaku-委託 | het toevertrouwen; opdracht; taak |
iten-移転 | overdracht (van bezit, rechten, etc.) |
itomeru-射止める | veroveren; bemachtigen; winnen |
iwaba-岩場 | rotsachtig terrein [gebied]; plek met steile rotswand(en) |
iwaburo-岩風呂 | bad in [(temidden) van] rotsen [rotsachtig terrein] |
iwaku-曰く | reden; oorzaak; achtergrond |
iwakutsuki-曰く付き | met een verhaal [geschiedenis] erachter |
iwayama-岩山 | een rotsachtige berg |
iyashii-卑しい | gemeen; vals; grof; verachtelijk; smerig |
izayoi-十六夜 | de (maan van de) 16de nacht (van de maand in de maankalender; de nacht na volle maan) |
ī・tī・dī-イー・ティー・ディー | (estimated time of departure) verwachtte vertrektijd |
ī・tī・ē-イー・ティー・エー | (estimated time of arrival) verwachte aankomsttijd |
jakkoku-弱国 | een zwakke natie; een land met weinig macht [kracht] |
jakuon-弱音 | zacht [zwak] geluid |
jakushō-弱小 | zwak zijn; weinig kracht hebben |
janen-邪念 | slechte bedoeling(en) [gedachten]; kwade geest |
janen-邪念 | zinloze [wereldse; profane; onzedelijke] gedachten [gevoelens] |
jetto・kōsutā-ジェット・コースター | achtbaan |
jiban-地盤 | territorium; kiesdistrict; machtsbasis |
jidōfurikomi-自動振込 | automatische incasso [overschrijving] door de bank (met machtiging van de rekeninghouder) |
jigyōjōto-事業譲渡 | bedrijfsoverdracht |
jikkōyaku-実行役 | uitvoerder (van een opdracht) |
jikkyōkenbun-実況見分 | politieonderzoek op de plaats van een misdrijf met instemming van de betrokkenen (zonder een gerechtelijke of wettige machtiging) |
jikokenji-自己顕示 | het de aandacht trekken; aandacht op zichzelf vestigen; proberen op te vallen |
jikoken'o-自己嫌悪 | zelfhaat; zelfverachting |
jiku-軸 | as; spil; schacht; pin; pen |
jikuro-舳艫 | (van een schip) voorsteven [boeg] en achtersteven [spiegel] |
jimoku-耳目 | aandacht; oplettendheid |
jinkai-人海 | (lett.: zee van mensen) overmacht aan mensen [personeel, soldaten, e.d.] |
jinriki-人力 | mankracht |
jinryoku-人力 | mankracht; menselijke kracht |
jin'in-人員 | personeel; mankracht; werknemers |
jiriki-地力 | ware [eigen] kracht; ware kunnen |
jiriki-自力 | eigen kracht |
jiryoku-磁力 | magnetische kracht; magnetische aantrekkingskracht |
jison-自尊 | zelfrespect; eigenwaarde; zelfachting |
jisshō-実証 | (in de traditionele Chinese (kruiden)geneeskunde) een constitutie met een fysieke kracht en sterke weerstand tegen ziekte |
jissōkannyū-実相観入 | (poëzietheorie van Mokichi Saito) de werkelijkheid achter de waarneming [perceptie] beschrijven in tanka |
jitsuryoku-実力 | (werkelijke) kracht; vermogen; competentie; talent; vaardigheid |
jitsuryoku-実力 | militaire [politie] macht |
jiyūshisō-自由思想 | vrije gedachten [ideeën] |
jī・eito-ジー・エイト | G8 (Groep van Acht, G7 + Rusland) |
jō-乗 | (wiskunde) macht; vermenigvuldiging |
jōbu-丈夫 | kracht; stevigheid; fitheid; gezondheid |
jōkaku-城郭 | kasteel met verdedigingswerk (slotgracht, etc.) en/of versterkingen; citadel |
jōman-冗漫 | breedsprakigheid; omslachtigheid; langdradigheid |
jorunāta-ジョルナータ | hoeveelheid fresco verf die in 1 dag kan worden opgebracht (van Italiaans: giornata, een dag werk) |
jōshu-情趣 | (goede) stemming; sfeer; gevoel; (schilderachtig; romantisch) effect |
jōto-譲渡 | overdracht; levering; inbezitstelling |
jōtoteitō-譲渡抵当 | overdrachtshypotheek; overdraagbare hypotheekvordering |
jōyo-譲与 | overdracht |
jū-柔 | zachtheid; breekbaarheid; teerheid |
ju-頌 | (boeddh.) dichtwerk om de boeddhistische kerngedachte [hoofdgedachte] te beschrijven |
jūgoya-十五夜 | een nacht met een volle maan (in september) |
jūgoya-十五夜 | 15de nacht van de 8ste maand van de maankalender |
juju-授受 | geven en nemen; overdracht; overhandiging; uitwisseling |
jūjun-柔順 | gehoorzaam [volgzaam; zachtmoedig] zijn |
jukushi-熟思 | zorgvuldige overweging; weloverwogen gedachte |
jukushishugi-熟柿主義 | afwachtende houding; het principe om geduldig te wachten tot een kans zich voordoet |
jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
jūmō-絨毛 | zacht [donzig] haar |
jūnanzai-柔軟剤 | wasverzachter |
jūnen-十念 | de tien gedachten (van Boeddha) |
junpō-旬報 | publicatie [rapport; tijdschrift] dat elke 10 dagen wordt uitgebracht; tiendaagse uitgave |
junpō-遵奉 | gehoorzaamheid; inachtneming [naleving] van voorschriften [regels] |
junshu-遵守 | naleving; inachtneming; eerbiediging; gehoorzaamheid |
junwa-純和 | oprechte [ware; echte] harmonie [eendracht] |
juryoku-呪力 | magische kracht(en) |
jūryoku-重力 | zwaartekracht; gravitatie |
jūryokuba-重力場 | gravitatieveld; zwaartekrachtveld; zwaarteveld |
jūryokuhōkai-重力崩壊 | zwaartekracht(s)implosie; gravitatie-instorting |
jūryokukei-重力計 | gravimeter; zwaartekrachtmeter |
jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
jūtai-縦隊 | colonne; formatie [opstelling] achter elkaar |
jutakunin-受託人 | gevolmachtigde; bewindvoerder; trustee |
jutakusha-受託者 | gevolmachtigde; bewindvoerder; trustee |
jūya-十夜 | (boeddh. Jōdo-school) het ritueel van het zingen van Nembutsu gedurende 10 dagen en nachten (van de 6de tot 15de dag van de 10de maand (maankalender) |
juyōkoku-主要国 | de grote mogendheden; wereldmachten |
kabau-庇う | in acht nemen; ontzien |
kabushikijōto-株式譲渡 | aandelen overdracht |
kadai-課題 | taak; opdracht |
kaeru-返る | teruggebracht [hersteld] worden; terugkeren |
kagamiita-鏡板 | (achtergrond) decor (Nō theater) |
kage-陰 | de andere kant; achterkant |
kage-陰 | achtergrond; achter de schermen |
kageguchi-陰口 | kwaadsprekerij; boosaardige roddel [laster]; achterklap; geroddel achter iemand's rug |
kagemusha-影武者 | iemand (het brein, de feitelijke leider) die achter de schermen werkt en anderen als marionetten bespeelt of gebruikt |
kagenagara-陰ながら | van achter de schermen; vanaf de zijlijn; op de achtergrond; in het geheim |
kagitsukeru-嗅ぎつける | een geur waarnemen; ergens lucht van krijgen; in de gaten krijgen; ergens achter komen |
kāgo-カーゴ | vracht; lading |
kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
kagyō-課業 | taak; opdracht |
kahanshin-下半身 | geslachtsdelen; intieme delen; schaamstreek |
kahō-家法 | familietradities (m.b.t kunst, ambacht, e.d.) |
kai-下意 | gedachten [mening; gevoelens; wens] van de gewone mensen |
kaibunsho-怪文書 | een anoniem document met twijfelachtige [lasterlijke] inhoud |
kaigun-海軍 | zeemacht; marine |
kaihyō-開票 | het tellen van de (uitgebrachte) stemmen |
kaijōhoanchō-海上保安庁 | (Japanse) kustwacht |
kaikake-買い掛け | aankoop met betaling achteraf |
kairo-回路 | denkpatroon; gedachtestroom |
kaisen-回船 | vrachtschip (in lijndienst) |
kaishin-改心 | verandering van gedachten [mening] |
kaitai-懐胎 | bevruchting; zwangerschap; dracht |
kaitaisuru-懐胎する | in verwachting raken; zwanger worden |
kaiten-回天 | herwinning [hervinding] van een verloren (ziels)kracht |
kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
kakawarazu-拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
kakioki-書き置き | (achtergelaten) brief (bij zelfmoord); testament |
kakuhoyūkoku-核保有国 | kernmacht; land dat kernwapens bezit |
kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
kakusu-隠す | verstoppen; verbergen; verhullen; verzwijgen; maskeren; achterhouden; geheimhouden; bedekken |
kamau-構う | rekening houden met; aandacht hebben voor; (iets kunnen) schelen |
kamikaze-神風 | de bijnaam van het speciale luchtmacht-aanvalskorps tijdens de Tweede Wereldoorlog |
kamisabiru-神さびる | indrukwekkend [eerbiedwaardig; prachtig] zijn [eruit zien] |
kamishimo-裃 | samoeraikostuum (oude ceremoniële dracht) |
kamotsu-貨物 | vracht; goederen; cargo |
kamotsueki-貨物駅 | goederenloods; vrachtstation |
kamotsujidōsha-貨物自動車 | vrachtauto; vrachtwagen |
kamotsusen-貨物船 | vrachtschip; vrachtboot |
kamotsusen-貸物船 | vrachtschip |
kamotsuyusō-貨物輸送 | vrachttransport; vrachtvervoer; goederenvervoer |
kan-幹 | (boom)stam; steel; schacht (van een pijl) |
kan-監 | wacht; waakzaamheid; observatie; surveillance |
kanagurisuteru-かなぐり捨てる | van zich afwerpen; weggooien; opzij schuiven; achterlaten; afdanken |
kanake-金気 | metaalsmaak; metaalachtige smaak |
kanakusai-金臭い | metaalachtige geur [smaak] |
kanashibari-金縛り | (fig.) vastzitten [gebonden] zijn aan; door de macht van het geld beperkt zijn |
kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
kangae-考え | gedachte; mening; opvatting; idee |
kangaekata-考え方 | denkwijze; denkpatroon; denktrant; manier van denken; gedachtegang; opvatting |
kangaekomu-考え込む | in gedachte verzonken zijn; piekeren; peinzen; tobben; diep nadenken (over) |
kangaenaosu-考え直す | heroverwegen; opnieuw bekijken; van gedachten veranderen |
kangamiru-鑑みる | rekening houden met; in gedachten houden; overwegen |
kangetsu-寒月 | de maan op (koude) een winternacht |
kangoku-監獄 | (heden) huis van bewaring (voor kort verblijf en soms tijdelijk verblijf voor gedetineerden die op overplaatsing wachten) |
kangōshūraku-環濠集落 | nederzetting met een (vesting)gracht eromheen |
kangun-官軍 | regeringsleger; keizerlijk leger; strijdkrachten [troepen] van de regering [keizer] |
kanguru-勘ぐる | achterdochtig [wantrouwend] zijn |
kanjō-冠状 | kroonachtige vorm |
kanka-看過 | veronachtzaming; toegevendheid; oogluiking |
kanmei-官命 | overheidsbevel; opdracht [verordening] van de regering |
kanokomadara-鹿の子斑 | witgevlekt patroon (witte vlekken op een bruine achtergrond, zoals bij een hert) |
kanoto-辛 | het achtste teken van de decaden (de tien hemelstammen) van de Chinese lunisolaire kalender |
kanpasuru-看破する | doorzien; doorhebben; in de gaten hebben; (iemands) gedachten lezen |
kansō-感想 | iemands mening [indruk; gedachten; gevoelens] |
kanwa-緩和 | versoepeling; verlichting; verzachting; ontspanning |
kanwa-閑話 | rustig (informeel) gesprek; zacht gepraat |
kaomake-顔負け | in verlegenheid gebracht; beschaamd zijn |
kaomakesuru-顔負けする | in verlegenheid gebracht zijn; overschaduwd [beschaamd] zijn |
kappa-河童 | (lett. rivierkind) een (aap-kikkerachtig) watermonster uit de Japanse mythologie, met een met vocht gevulde holte op het hoofd waar hij kracht uit put |
karaseki-乾咳 | het kuchen om aandacht te trekken |
karei-華麗 | pracht; praal; grootsheid |
kareobana-枯れ尾花 | verdord Chinees prachtriet [Japans pampasgras] (Miscanthus sinensis) |
kari-狩り | jacht; het jagen; oogsten |
kariba-狩り場 | jachtterrein; jachtgebied |
kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
karinige-借り逃げ | het vluchten [ervandoor gaan] met achterlating van schuld(en) |
karisuma-カリスマ | charisma; charme; aantrekkingskracht |
kasanebashi-重ね箸 | eetstokjes waarmee men één gerecht achterelkaar opeet zonder af te wisselen met andere gerechten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
kasei-火勢 | de kracht van vlammen [vuur] |
kasha-貨車 | goederenwagen; goederentrein; vrachtwagen; vrachtauto |
kashira-かしら | ik vraag me af (of); denk je dat ...?; misschien dat ik ...; wat dacht je van ...? |
kashitsuchishi-過失致死 | doodslag; moord zonder voorbedachten rade; dood door schuld |
kashitsuchishizai-過失致死罪 | doodslag; moord zonder voorbedachten rade; dood door schuld |
kashoku-華燭 | helder [schitterend] licht; prachtige lantaarn |
kasō-家相 | de (gunstige of ongunstige) ligging, windrichting, plattegrond, etc. van een huis (in verband gebracht met geluk of pech) |
kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
katamaran・yotto-カタマラン・ヨット | catamaran jacht |
katamukeru-傾ける | zich zich cocentreren [richten] op, aandacht besteden aan |
kawarihateru-変わり果てる | geheel (in het nadeel) veranderd zijn; achteruit gegaan [verlopen] zijn |
kawatarō-河太郎 | (lett. rivierkind) een (aap-kikkerachtig) watermonster uit de Japanse mythologie, met een met vocht gevulde holte op het hoofd waar hij kracht uit put |
kayou-通う | elkaar begrijpen; overbrengen [uitdrukken; mededelen] (van een gedachte, e.d.) |
kedamono-獣 | een (viervoetig) dier [beest] met een vacht |
kegawa-毛皮 | huid; vel; vacht; bont |
keibetsu-軽蔑 | hoon; minachting; geringschatting; verachting |
keibiin-警備員 | wacht; bewaker (zonder politietaken zoals arrestaties, e.d.) |
keibu-軽侮 | minachting; hoon |
keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
keii-敬意 | (gevoel van) eerbied; hoogachting; respect |
keikai-軽快 | licht [lichtvoetig, kwiek; levendig; veerkrachtig; dartel; vrolijk] zijn |
keikan-景観 | mooi landschap [uitzicht]; schilderachtige plek |
keikandōro-景観道路 | toeristische route; schilderachtige weg |
keikeini-軽軽に | luchtig; achteloos; onvoorzichtig; gedachteloos |
keisanzuku-計算尽く | berekenend; met voorbedachten rade; overwogen |
keishō-形勝 | schilderachtig landschap [natuurschoon] |
kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
kekki-決起 | het vastbesloten [resoluut] in actie komen; daadkrachtig optreden; opspringen |
kemono-獣 | een (viervoetig) dier [beest] met een vacht |
kenami-毛並み | vacht; beharing |
kengen-権限 | macht; zeggenschap; gezag |
kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
kenjōmono-献上物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
kenkenfukuyō-拳拳服膺 | altijd in gedachten houden; in het geheugen gegrift hebben |
kenkon-乾坤 | twee van de acht elementen in de I-ching voorspelling |
kenmon-権門 | een hooggeplaatste [machtige] familie [persoon] |
kenmon-権門 | (poging tot) omkoping (van een machtige persoon) |
kenmotsu-献物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
kenmu-兼務 | het twee functies tegelijkertijd bekleden; twee taken [opdrachten] tegelijk uitvoeren |
kennō-権能 | autoriteit; macht; bevoegdheid |
kenpei-権柄 | macht; gezag; autoriteit |
kenran-絢爛 | pracht; bloemrijkheid; oogverblindendheid |
kenryoku-権力 | macht; gezag; invloed |
kenryokubunritsu-権力分立 | scheiding der machten |
kenryokuishi-権力意志 | wilskracht |
kenryokukankei-権力関係 | machtsverhoudingen |
kenryokusha-権力者 | een machtige [invloedrijke; gezaghebbende] persoon |
kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
kenzai-健在 | in goede gezondheid [conditie]; (nog steeds) krachtig [sterk; actief] |
ken'i-権威 | gezag; autoriteit; macht |
kerorito-けろりと | nonchalant; achteloos; alsof er niets was gebeurd |
ketsu-決 | (in kanji combinaties) beslissend; resoluut; daadkrachtig |
ketsu-穴 | achtereind; achterste stuk |
ki-毅 | (in kanji combinaties) sterk; krachtig; eigenzinnig |
kibō-希望 | hoop; verwachting |
kienokoru-消え残る | (over)blijven; achterblijven; blijven liggen [smeulen] |
kigai-気概 | wilskracht; pit; lef; durf; strijdlust |
kigō-揮毫 | geschrift; kalligrafie (m.n. in opdracht gemaakt) |
kihaku-希薄 | gebrek aan enthousiasme [aandacht; inhoud]; slap [ongeïnteresseerd] zijn |
kika-奇禍 | een onvoorziene [onverwachte] tegenslag [tegenspoed; ramp] |
kikihoreru-聞き惚れる | in vervoering gebracht worden (door muziek); met overgave luisteren |
kikiiru-聞き入る | aandachtig [in vervoering] luisteren naar; opgaan in |
kikimimi-聞き耳 | het aandachtig luisteren |
kikinagasu-聞き流す | niet letten op; geen aandacht schenken aan; het ene oor in en het andere oor uit laten gaan |
kikkake-切っ掛け | bezieling; ijver; vitaliteit; wilskracht |
kikubari-気配り | aandacht; waakzaamheid; zorg (voor anderen) |
kinakusai-きな臭い | er zit een luchtje aan; verdacht; dubieus; twijfelachtig; duister |
kindaishisō-近代思想 | moderne ideeën; modern gedachtengoed |
kindengyokurō-金殿玉楼 | een kostbaar gedecoreerd paleis; prachtig [majestueus] gebouw |
kindenkei-筋電計 | elektromyograaf (instrument voor spierkrachtmetingen) |
kinisuru-気にする | onnnodig veel aandacht aan iets besteden; ergens teveel mee bezig zijn |
kinkei-謹啓 | (beleefde aanhef van een brief) geachte (heer, mevrouw, etc.) |
kinken-金権 | financiële macht [invloed]; de macht van het geld |
kinkotsu-筋骨 | fysieke kracht; gespierd zijn |
kīnōto-キーノート | centraal thema; grondgedachte; uitgangspunt |
kinpaku-謹白 | (briefsluiting) hoogachtend |
kinryoku-金力 | financiële macht [kracht] |
kinuta-砧 | vollersblok (houten of stenen blok waarmee op stoffen werd geslagen om ze zacht te maken) |
kin'ōmuketsu-金甌無欠 | sterke natie die nog nooit is binnengevallen door een buitenlandse macht |
kiou-気負う | opgewonden [enthousiast; zenuwachtig] worden (alvorens iets te doen) |
kirabiyaka-煌びやか | prachtig [oogverblindend; sprankelend; schitterend] zijn |
kireisappari-奇麗さっぱり | volledig verdwenen; niets achtergelaten |
kirenaga-切れ長 | langwerpig; spleetachtig |
kiridooshi-切り通し | een weg een door bergachtig [heuvelachtig] terrein [landschap] |
kirihanasu-切り放す | (in gedachten) scheiden [uit elkaar houden]; als twee aparte dingen beschouwen |
kiryoku-気力 | energie; kracht; vitaliteit; durf; wilskracht |
kisezushite-期せずして | onverwacht; toevallig |
kiso-起訴 | strafvervolging; rechtsvervolging; prosecutie; aanklacht |
kisoyūyo-起訴猶予 | seponering; opschorting van een aanklacht |
kitai-期待 | verwachting; hoop |
kitaichi-期待値 | verwachte waarde |
kitaisuru-期待する | verwachten; hopen |
kitsui-きつい | wilskrachtig; vastberaden; streng |
kizukai-気遣い | zorg; bedachtzaamheid; attentheid; voorkomendheid |
kōbairyoku-購買力 | koopkracht |
kōbō-工房 | atelier; werkplaats (van een kunstenaar, ambachtsman, e.d.) |
kōbuzaseki-後部座席 | (van voertuig) achterbank |
kōchisho-拘置所 | huis van bewaring (voor gedaagden in hechtenis; en veroordeelden in afwachting van de hoogste strafvoltrekking in Japan) |
kōchōryoku-抗張力 | trekkracht |
kodaimurasaki-古代紫 | roodachtig paarse kleur |
kōdan-講談 | voordracht [het voordragen] van (oorlogs)verhalen [krijgsgeschiedenis] |
kodomorashii-子供らしい | kinderlijk; kinderachtig |
kōei-後衛 | achterhoede |
kōei-後衛 | (sport) achterspeler; verdediger |
kōgei-工芸 | ambacht |
kōgeihin-工芸品 | (traditionele) kunstvoorwerpen voor dagelijks gebruik; kunst- en ambachtswerk |
kogoe-小声 | zachte stem; gefluister |
kōhaichi-後背地 | achterland; hinterland (gebied dat deel uitmaakt van de economische zone van een stad) |
kōhō-後方 | achterkant |
kōi-皇威 | keizerlijke macht |
koikogareru-恋い焦がれる | verlangen [smachten; hunkeren] (naar); wanhopig verliefd zijn |
koishii-恋しい | (vurig) smachtend [verlangend] zijn (naar); (iets of iemand) erg missen |
koji-居士 | een achtervoegsel aan de postume naam van mannen |
kōjin-後人 | nageslacht; nakomeling(en) |
kōjin-後陣 | achterhoede; reservetroepen |
kōjutsuchōsho-供述調書 | verklaring (van een aangeklaagde, verdachte, getuige, e.d.) |
kōkei-後継 | achterhoede (van een leger) |
kōki-光輝 | schittering; glans; helder licht; pracht |
kokkan-骨幹 | (anatomie) dialyse (schacht van het pijpbeen) |
kokkyōkeibitai-国境警備隊 | grensbewaker; grenswachter |
kokochi-心地 | gedachte; beschouwing |
kōkon-後昆 | nageslacht; nakomeling(en); afstammeling(en) |
kokorogawari-心変わり | verandering van gedachten [ideeën] |
kokoroire-心入れ | bedachtzaamheid; behoedzaamheid; bezorgdheid |
kokorokubari-心配り | zorgzaamheid; aandacht [zorg] voor anderen |
kokoromachi-心待ち | het (verlangend) uitkijken (naar iets); het verlangend afwachten |
kokoronai-心ない | achteloos; onoplettend; gedachteloos |
kokoronikui-心憎い | bewonderenswaardig; prachtig; uitstekend; perfect |
kokuhatsu-告発 | aanklacht; beschuldiging |
kōkūkamotsu-航空貨物 | luchtvracht |
kokuryoku-国力 | (economische) macht [sterkte; kracht] van een land |
kokuso-告訴 | beschuldiging; klacht; aanklacht |
kokyaku-顧客 | klant; cliënt; opdrachtgever |
komainu-狛犬 | twee standbeelden van leeuwachtige honden bij heiligdommen of tempels (om kwade krachten en invloeden af te weren) |
komando-コマンド | opdracht; bevel; command (computer term) |
komaru-困る | in de problemen komen; in verlegenheid gebracht zijn; geen raad met iets weten; vervelend zijn |
komayaka-細やか | zacht [mild; gevoelig; bedachtzaam] zijn |
kōmon-後門 | achterpoort |
komyunikēshon-コミュニケーション | communicatie; kennisgeving; mededeling; overdracht |
kōnan-硬軟 | hardheid en zachtheid; strengheid en zachtaardigheid |
kondō-金堂 | (in een boeddhistisch tempel-complex) het hoofdgebouw waar het Boeddhabeeld is ondergebracht |
kōnenkishōgai-更年期障害 | menopauzale [climacterische] klachten; overgangsklachten |
konoshiro-鮗 | Konosirus punctatus (een vis uit de familie van Haringachtigen) |
kon'ya-今夜 | vannacht; vanavond |
kōran-高欄 | lage scheidingswand onder de voor- en achterkant van een ossenkar |
kōretsu-後列 | de achterste rij |
kōrin-後輪 | achterwiel |
kōrudo・kurīmu-コールド・クリーム | koelzalf; huidzalf; nachtcrème; coldcream |
kōryū-勾留 | inhechtenisneming; detentie (in afwachting van het proces) |
kōsaku-工作 | ambacht; handvaardigheid |
kōsei-後世 | de eeuwen hierna; toekomstige generaties; nageslacht |
kōsha-後車 | de achterste wagen [auto; wagon] |
kōshaku-講釈 | lezing; voordracht; toelichting |
kōshi-後肢 | achterpoten (dier) |
kōshi-後肢 | achterste borstpoten van een insect |
kōshi-行使 | uitoefening (van recht, macht, e.d.); gebruikmaking van |
kōshin-後進 | het achteruitgaan; omkeren |
koshio-小潮 | doodtij (getijdekrachten heffen elkaar op, zodat de getijdenverschillen minimaal zijn) |
kōshitsu-後室 | een kamer aan de achterkant van het huis |
kōshō-工匠 | handwerksman; ambachtsman; timmerman |
kosuchūmu-コスチューム | kostuum; kledij; pak; klederdracht |
kōsutā-コースター | achtbaan |
kōtai-交代 | vervanging; (plaats)vervanger; wisseling (van macht, regering, etc.) |
kōtai-後退 | het achteruitrijden (van voertuigen) |
kōten-荒天 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
kōtōbu-後頭部 | achterhoofd; achterkant van het hoofd |
kotodama-言霊 | de (spirituele) kracht [bezieling] van taal |
kotokoto-ことこと | (onomatopee) zacht rinkelend; kletterend; kloppend; pruttelend; sudderend |
kotomonage-事も無げ | op achteloze [onzorgvuldige; zorgeloze] wijze |
kōtsūsensō-交通戦争 | (het maatschappelijke probleem van) het groeiend aantal verkeersslachtoffers |
kubisuji-首筋 | achterkant van de nek; nekvel |
kubittama-首っ玉 | (achterkant van) de nek; nekvel |
kuchibashiru-口走る | achteloos [onopzettelijk; zonder er bij na te denken] iets zeggen; eruit flappen |
kuchiura-口裏 | de ware betekenis van [achter] (iemand's) woorden of gesprek |
kuchizusamu-口遊む | neuriën; zachtjes zingen |
kūgun-空軍 | luchtmacht |
kujō-苦情 | klacht; bezwaar |
kuju-口授 | mondelinge kennisoverdracht |
kumu-組む | uitgeven; overmaken (betaalopdracht) |
kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
kunpū-薫風 | zachte zomerwind; zomerbries |
kunrei-訓令 | (dienst)voorschrift; instructie; verorderning; opdracht; bevel; richtlijn |
kurafuto-クラフト | ambacht; handwerk; handgemaakt artikel [product] |
kuragari-暗がり | imbeciliteit; achterlijkheid; domheid |
kurasu・magajin-クラス・マガジン | gespecialiseerd tijdschrift, bestemd voor een specifieke groep consumenten (qua leeftijd, geslacht, interesses, etc.) |
kurawatashi-倉渡し | magazijnverkoop; (goederenoverdracht) af magazijn |
kurayamiban-暗闇番 | (in de Edo periode) een bewaker [wachter] van de keuken |
kurigoto-繰り言 | klacht; (herhaaldelijk) geklaag [gemopper] |
kurikoshi-繰り越し | het vooruit [naar voren] halen; overdracht; overbrenging; overplaatsing |
kūriku-空陸 | luchtmacht en leger(troepen) |
kuroji-黒地 | zwarte achtergrond; zwarte stof |
kuromaku-黒幕 | belangrijke figuur op de achtergrond; iemand die achter de schermen aan de touwtjes trekt |
kuroppoi-黒っぽい | donker; zwartachtig |
kurūjingu-クルージング | op de versiertoer zijn; op mannenjacht [vrouwenjacht] zijn |
kurumeku-眩く | druk [jachtig; gehaast] zijn |
kurūpu-クループ | kroep (het achterste deel van de romp van het paard) |
kurūzā-クルーザー | motorjacht; grote motorboot; cruiseschip |
kusai-臭い | verdacht; er zit een luchtje aan (fig.) |
kusaru-腐る | depressief [moedeloos; neerslachtig] zijn [worden] |
kusemono-曲者 | verdacht-uitziende [louche] persoon; (oude) sluwe [slimme] vos |
kusuriyu-薬湯 | geneeskrachtig bad |
kutakuta-くたくた | (onomatopee) zacht; papperig; (tot) moes |
kuyō-九曜 | afkorting van kuyōmon, een afbeelding van een centrale bol die omgeven is door acht andere bollen |
kyabarē-キャバレー | danszaal; nachtclub; cabaret |
kyaku-脚 | (achtervoegsel) gebruikt voor het tellen van meubels, e.d. |
kyakumachi-客待ち | het wachten van taxi's, e.d. op klanten |
kyakumachi-客待ち | (eufemisme) in de tippelzone, het wachten op klanten |
kyatchā-キャッチャー | (honkbal) catcher; achtervanger |
kyō-狂 | (achtervoegsel) -manie |
kyōchō-協調 | samenwerking; eendracht; overeenstemming |
kyōdai-強大 | macht; kracht |
kyōdasha-強打者 | (honkbal) goede [krachtige] slagman |
kyodōfushin-挙動不審 | verdacht gedrag |
kyōdōkunren-共同訓練 | (van strijdkrachten) gemeenschappelijke training [oefening] |
kyōfū-強風 | sterke [stormachtige] wind |
kyōgenmawashi-狂言回し | iemand die achter de schermen werkt [aan de touwtjes trekt] |
kyogyō-虚業 | een louche [verdachte; riskante] zaak |
kyōhakukannen-強迫観念 | obsessie; dwangmatig idee; dwanggedachte |
kyōin-教員 | docent; leerkracht; leraar |
kyōjaku-強弱 | hard [luid] en zacht; beklemtoning |
kyōkai-胸懐 | gevoelens; gedachten; (in je) hart; van binnen |
kyōkei-恭敬 | gedrag met zelfbeheersing en aandacht; respectvol gedrag |
kyōkoku-強国 | een sterke natie; een machtig land |
kyokubu-局部 | geslachtsdelen; schaamstreek |
kyokyojitsujitsu-虚虚実実 | kracht, mogelijke strategieën, trucs, geheime kneepjes en listen |
kyōretsu-強烈 | krachtigheid; intensiteit |
kyōsō-強壮 | sterkte; kracht |
kyū-キュー | wachtrij; file |
kyūban・hīru-キューバン・ヒール | Cubaanse hak (hak met schuinlopende achterkant van een schoen of laars) |
kyūni-急に | direct; meteen; plotseling; onverwacht; versneld; scherp (bocht) |
kyūsei-急逝 | plotselinge dood; onverwacht overlijden |
kyūshi-急死 | plotselinge dood; onverwacht overlijden |
kyūtenchokka-急転直下 | plotseling; onverwacht; ineens |
machiagumu-待ち倦む | moe worden van het wachten; niet langer kunnen wachten; het wachten moe zijn |
machiai-待合 | de plek waar men elkaar ontmoet [op elkaar wacht]; wachtkamer |
machiaiseiji-待合政治 | achterkamertjespolitiek |
machiaishitsu-待合室 | wachtkamer |
machiakasu-待ち明かす | (voor iemand) de hele nacht wachten [opblijven] |
machiawaseru-待ち合わせる | wachten op iemand (op de afgesproken plek) |
machibito-待ち人 | de persoon op wie je wacht; degene die je verwacht; degene die verwacht wordt |
machibito-待ち人 | degene die wacht |
machibōke-待ち惚け | het tevergeefs wachten (op iemand); niet komen opdagen (van iemand) |
machibusesuru-待ち伏せする | in hinderlaag [op de loer] liggen; (iem.) opwachten |
machidoo-待ち遠 | het ongeduldig wachten; niet kunnen wachten; lang moeten wachten |
machidooshii-待ち遠しい | ongeduldig wachten; niet kunnen wachten; lang moeten wachten |
machikaneru-待ち兼ねる | ongeduldig wachten (op); in afwachting zijn (van); staan te popelen (om) |
machikogareru-待ち焦がれる | vurig verlangen (naar); ongeduldig wachten (op) |
machikutabireru-待ち草臥れる | moe worden van het wachten; het wachten moe zijn |
machimōkeru-待ち設ける | verwachten; naar uitzien; hopen op |
machinimatta-待ちに待った | langverwacht; waarnaar reikhalzend is uitgezien |
machiukeru-待ち受ける | verwachten; wachten op |
machiwabiru-待ち侘びる | moe worden van het wachten; niet meer kunnen wachten |
madoguchi-窓口 | contactpersoon; degene die achter het loket zit |
maegeiki-前景気 | verwachting; hoop; vooruitzicht(en) |
maeushiro-前後ろ | voor- en achterkant; voor en na |
maeushiro-前後ろ | achterstevoren; (voor- en achterkant omgekeerd (van kleding) |
magunichūdo-マグニチュード | magnitude; omvang; grootte; kracht |
maiban-毎晩 | elke avond; elke nacht |
mairudo-マイルド | zacht; zachtaardig; mild |
maiya-毎夜 | elke nacht; elke avond |
maiyo-毎夜 | elke nacht; elke avond |
majogari-魔女狩り | heksenjacht |
makigari-巻き狩り | grootschalige jacht; grote jachtpartij |
makkāshizumu-マッカーシズム | Mccarthyisme (anticommunistische verdachtmakingen in Amerika in de jaren 50) |
makurasen-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
makurazeni-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
makuuchi-幕内 | het deel van het theaterpodium dat zich achter het gordijn bevindt; backstage; achter het toneel; in de coulissen |
makuuchi-幕内 | het personeel achter de schermen |
mamanaranu-儘ならぬ | niet naar wens; niet zoals gewenst [gedacht] |
man-マン | Duitse achternaam (b.v. Thomas Mann) |
man-慢 | minachting |
manba-漫罵 | belediging; beschimping; minachting; hoon |
mangūsu-マングース | mangoest (mangoeste); ichneumon (klein katachtig roofdier) |
manpawā-マンパワー | mankracht; arbeidskracht |
marīna-マリーナ | jachthaven |
maroyaka-円やか | zacht [mild; rustig; rond; afgerond] zijn |
marugai-マル害 | slachtoffer van een moord |
mataseru-待たせる | laten wachten |
matsu-待つ | wachten; afwachten; verwachten; op wacht staan |
matsuyoi-待宵 | nacht waarop men op iemand wacht (die zou komen) |
matsuyoi-待宵 | de nacht van 14 op 15 augustus (maankalender) |
mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
mawaridooi-回り遠い | omslachtig; indirect |
mawarikudoi-回りくどい | omslachtig; indirect; met een omweg |
mayonaka-真夜中 | middernacht; het holst van de nacht |
me-目 | achtervoegsel voor de vorming van rangtelwoorden |
medatsu-目立つ | opvallen; in het oog vallen; de aandacht trekken |
medo-目処 | vooruitzicht; verwachting |
meigikakikae-名義書き換え | registratie van overdracht van aandelen |
meiginin-名義人 | houder (van aandelen, effecten, pacht, etc.) |
meikyōshisui-明鏡止水 | serene [vredige] gemoedsgesteldheid (zonder slechte gedachten) |
meimeinouchi-冥冥の裡 | onbewust; onopzettelijk; onverwacht; zonder erbij na te denken |
meirei-命令 | bevel; opdracht |
meiyokisonzai-名誉毀損罪 | een aanklacht voor smaad [laster] |
meku-めく | (als achtervoegsel) tekenen vertonen van; eruit zien als |
mendō-面倒 | zorg; verzorging; aandacht |
mentooshi-面通し | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
menwari-面割り | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
merinsu-メリンス | dunne, zachte stof (van schapenwol) |
meromero-めろめろ | een zacht ei(tje); een slappeling; een zwak hebben voor iemand |
metarikku-メタリック | metallic; metaalachtig; metalen |
meyasubako-目安箱 | (Tokugawa periode) klachtenbus; ideeënbus |
mezamashii-目覚ましい | opvallend; spectaculair; prachtig |
mezasu-目指す | mikken op; op het oog hebben; in gedachten hebben |
mezopiano-メゾピアノ | mezzo piano (muziekterm: matig zacht) |
middonaito-ミッドナイト | middernacht; het holst van de nacht |
midorijūji-緑十字 | een groen kruis op een witte achtergrond (veiligheidssymbool) |
midoro-みどろ | (achtervoegsel) bedekt; besmeurd |
migarasōken-身柄送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak tezamen met de verdachte |
migioku- 右奥 | rechtsachter; rechts achterin [achteraan] |
migoto-見事 | iets dat mooi [prachtig; uitmuntend] is |
miharaikin-未払い金 | betalingsachterstand |
mihari-見張り | wacht; uitkijk; hoede; waakzaamheid |
mihariyaku-見張り役 | verspieder; uitkijk; wacht (tijdens criminele ondernemingen) |
miharu-見張る | op wacht staan; op de uitkijk staan; bewaken |
mihitsunokoi-未必の故意 | bewuste [opzettelijke] verwaarlozing; nalatigheid; onachtzaamheid |
mijikayo-短夜 | een korte (zomer)nacht |
mikaeri-見返り | het achterom kijken |
mikaeshi-見返し | de andere [achter-; voor-; binnen-;buiten-] kant |
mike-三毛 | de 3 vachtkleuren van een lapjeskat (wit, zwart en bruin) |
mikeneko-三毛猫 | lapjeskat (met een 3 kleurenvacht) |
miketsu-未決 | (afk. voor) verdachte die in hechtenis is genomen (en nog niet is veroordeeld) |
miketsushū-未決囚 | verdachte die in hechtenis is genomen (en nog niet is veroordeeld) |
mikomi-見込み | voorspelling; verwachting; berekening; (in)schatting |
mikomu-見込む | verwachten; voorspellen; berekenen; (in)schatten |
mikoshi-見越し | verwachting; vooruitzicht |
mikosu-見越す | verwachten; voorspellen; vooruitkijken |
mikudasu-見下す | neerkijken (op); afkeuren; minachten |
mimamoru-見守る | goed [aandachtig] kijken; staren naar |
mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
minaminasama-皆皆様 | (sterkere vorm van 皆様) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
minamoto-源 | familienaam van een machtige clan (Heian en Kamakura periode) |
minasama-皆様 | (formeel) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
mine-峰 | de achterkant van het lemmet van een zwaard |
minō-未納 | betalingsachterstand |
mirāju-ミラージュ | jachtbommenwerper van de Franse luchtmacht |
miritarī-ミリタリー | leger; krijgsmacht; strijdkrachten |
miryoku-魅力 | charme; aantrekkingskracht; bekoring |
misageru-見下げる | neerkijken op; minachten |
missatsu-密殺 | het illegaal slachten (van vee) |
misshon-ミッション | taak; opdracht |
mitooshi-見通し | verwachting; voorspelling |
mizuchi-蛟 | Mizuchi, een soort Japanse draak of legendarisch slangachtig wezen, verbonden met water of watergebieden |
mizugiwadatsu-水際立つ | prachtig [schitterend] zijn; opvallen |
mizuyōkan-水羊羹 | zachte (aduki)bonen jelly |
mōbu-モーブ | mauve; zachtpaars |
mochi-黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
mochiba-持ち場 | iemand's werkplek [wachtpost; standplaats] |
mochihada-餅肌 | een (fluweel)zachte huid |
modoki-擬き | (als achtervoegsel bij een zelfst. naamwoord) -achtig; pseudo-; imitatie-; nep- |
mōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
mōi-猛威 | woestheid; woede; heftigheid; geweld; enorme kracht |
mokashin-モカシン | mocassin (moderne zachte instapschoen) |
mokubu-木部 | (plantkunde) xyleem (houtachtig weefsel) |
mokusō-黙想 | meditatie; concentratie; in gedachten verzonken; mijmering in stilte |
mokutō-黙祷 | moment van stilte (ter nagedachtenis) |
momizumu-モミズム | buitensporige aandacht van een overbezorgde of aanhankelijke moeders voor haar kind |
monban- 門番 | poortwachter; portier |
mondai-問題 | opdracht; vraag (v.e.tentamen b.v.) |
mōnen-妄念 | aanhoudende [voortdurende] betwijfeling; (boeddh.) verkeerde ideeën [gedachten] |
monku-文句 | klacht |
monohoshige-物欲しげ | diep verlangen; vurige wens; smachten |
monomonoshii-物物しい | opvallend; opzichtig; de aandacht trekkend; pretentieus |
mononomigotoni-物の見事に | prachtig; schitterend |
monoomoi-物思い | meditatie; diep in gedachten; mijmerij; dagdromen |
monoosoroshii-物恐ろしい | spookachtig; griezelig; angstaanjagend |
monosugoi-物凄い | geweldig; fantastisch; prachtig |
monowasure-物忘れ | vergeetachtigheid; geheugenverlies |
monoyawaraka-物柔らか | mildheid; zachtheid; vriendelijkheid; rustig voorkomen |
monzenbarai-門前払い | afwijzing van aanvragen [verzoeken; klachten; deelnames] |
mon'ei-門衛 | bewaker; poortwachter; portier (van overheidsgebouwen, bedrijven, scholen, etc.) |
morāru-モラール | moreel; mentale veerkracht |
moriagezaishiki-盛り上げ彩色 | schildertechniek met dik opgebrachte verf |
morigaaru-森ガール | zachte, losse [wijde] stijl van vrouwenkleding (met als thema een meisje in het bos); meisje dat zulke kleding draagt |
mubō-無謀 | roekeloosheid; ondoordachtheid; onvoorzichtigheid |
mukabaki-行縢 | (his.) een van herten- of berenbont gemaakte beenbekleding (voor krijgers bij het paardrijden of de valkenjacht) |
mukae-迎え | ontmoeting; het iemand opwachten [afhalen] |
mukae-迎え | persoon [voertuig] die iemand opwacht [komt afhalen] |
mukangae-無考え | ondoordachtheid; achteloosheid; onbezonnenheid; roekeloosheid |
mukuge-尨毛 | (van een dier) ruig haar; ruwe vacht |
mukuge-尨毛 | (van een mens) dun, zacht [donzig] haar |
mukumuku-むくむく | (onomatopee) opkomend; opwellend (van gedachten, etc.) |
muma-夢魔 | nachtmerrie |
munenmusō-無念無想 | vrijheid [bevrijd] van alle wereldse gedachten |
murasame-村雨 | korte maar krachtige regenbui |
muryoku-無力 | machteloosheid |
musei-無性 | geslachtsloosheid; aseksualiteit |
mushi-無視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren (van regels, etc.); minachting |
mushisuru-無視する | negeren; veronachtzamen; minachten |
musumegokoro-娘心 | meisjesachtige geest [hart; aard]; meisjesachtige onschuld |
mūton-ムートン | schapenvacht |
muyami-無闇 | gedachteloos; zonder na te denken; roekeloos |
muzōsa-無造作 | achteloosheid; zorgeloosheid |
muzumuzusuru-むずむずする | ongeduldig [zenuwachtig; geïrriteerd] zijn |
myōji-名字 | achternaam; familienaam |
na-名 | de naam van iem.; roepnaam; voornaam; voornaam- en achternaam |
nābasu-ナーバス | zenuwachtig; nerveus |
nadaraka-なだらか | gelijkmatigheid; zachtheid; glooiend zijn; geleidelijk (oplopend) |
nadeageru-撫で上げる | (het haar) opkammen; omhoog [naar achteren] kammen |
nagaoi-長追い | een lange achtervolging |
nagaoisuru-長追いする | iem. lang [ver] achtervolgen |
nagara-ながら | (gevoegd achter een ww. geeft het aan een gelijktijdigheid van meerdere handelingen) terwijl; onder het...; al ...nde |
nagara-ながら | (gevoegd achter een zn., bijw. of adj. geeft het aan een tegenstelling) hoewel; ondanks; niettegenstaande |
nagara-ながら | (gevoegd achter een zn., bijw. of adj. geeft het een situatie aan) zo (zijnde); aldus; (zo)als |
nagara-ながら | (gevoegd achter een zn. of bijw.) alles; allen; allebei (tegelijk); geheel; totaal; compleet |
nage-無げ | achteloos; willekeurig; zomaar |
nagori-余波 | zeewater [zeewier] dat achterblijft op het strand als het eb geworden is |
nagori-名残 | rest(en); overblijfsel(en); nasleep; wat over [achter] gebleven is; tastbare herinnering |
nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
nai-無い | (achter een ww., zn. of adj., als ontkenning) niet...; geen...; on... |
naichingēru-ナイチンゲール | nachtegaal (zangvogel, Luscinia megarhynchos) |
naijūgaigō-内柔外剛 | uiterlijk hard lijken, maar van binnen zacht [vriendelijk; mild] zijn |
naishin-内心 | innerlijke gedachten; ware bedoeling; hart en ziel; diep vanbinnen |
naito-ナイト | nacht |
naitogaun-ナイトガウン | nachtjapon; nachthemd |
naitogurabu-ナイトグラブ | nachtclub |
naitokurabu-ナイトクラブ | nachtclub |
naito・hosupitaru-ナイト・ホスピタル | een ziekenhuis waar 's nachts medische hulp en onderdak wordt geboden aan patiënten die overdag in de gemeenschap kunnen werken |
nakaban-中番 | (Edo-periode) een wachthuis tussen twee kruispunten |
nakanaka-中中 | erg; behoorlijk (veel); heel wat; nogal; meer dan verwacht; boven verwachting |
nakanaka-中中 | meer dan verwacht; behoorlijk; voldoende; matig |
nakanaka-中中 | incompleet; imperfect; halfslachtig |
nakanaka-中中 | jazeker; precies; inderdaad; (je hebt gelijk) dat is zo; Nee, toch? (bij ontkenning van iets dat niet gedacht of ver |
nakusu-無くす | geen wilskracht [zin] meer hebben; het opgeven |
namagusai-生臭い | verdacht (er zit een luchtje aan) |
namahanka-生半可 | oppervlakkigheid; halfslachtigheid |
namaiki-生意気 | halfslachtigheid |
namaji-なまじ | onnadenkendheid; roekeloosheid; onbedachtzaamheid |
namimakura-波枕 | het geluid van de golven bij nacht (als je in bed ligt) |
nan-軟 | (in samenstellingen) zachtheid; zacht zijn |
nanbā・sukūru-ナンバー・スクール | (een van) de acht oudste en meest prestigieuze middelbare scholen in Japan (in de Meiji periode) |
nanchakuriku-軟着陸 | zachte landing (luchtvaartuigen) |
nanmōhitsu-軟毛筆 | zachtharige penseel |
nano-ナノ | nano (symbool: n; 10 tot de macht -9) |
nanteki-難敵 | een machtige [formidabele] vijand; een sterke tegenstander |
nantetsu-軟鉄 | zacht staal; zacht ijzer; weekijzer, |
narawasu-習わす | (als achtervoegsel aan werkwoorden) gewend [gewoon; gebruikelijk] zijn; altijd doen |
nari-なり | (achtervoegsel) of; en; met; op de manier van |
narihateru-成り果てる | (slechts) eindigen als; teruggebracht worden tot; gereduceerd worden tot, verworden tot |
naru-成る | (gebruikt als een hulpww. zonder eigen betekenis, in combinatie met ni achter een ww. , met pref. o of go), uit respect |
natsubate-夏ばて | het afnemen [verlies] van lichamelijke krachten door de zomerhitte |
natsubatesuru-夏ばてする | lichamelijke kracht verliezen door zomerhitte |
natsuge-夏毛 | zomertooi; de vacht [pels] van dieren in de zomer |
natsuge-夏毛 | de (okergele) haren van een hertenvacht, die gebruikt worden voor het maken van penselen |
natsuhaze-夏櫨 | een bladverliezende struik van de het plantengeslacht Azalea |
natsumeku-夏めく | zomers [zomerachtig] worden; op de zomer gaan lijken |
natsushirogiku-夏白菊 | witte zomerchrysant, een meerjarige plant van het plantengeslacht Matricaria |
natsutōdai-夏灯台 | een 2-jarige plant van het plantengeslacht Euphorbia |
natsuyase-夏瘦せ | gewichtsverlies (en daarmee verzwakking van de lichaamskracht) door zomerse hitte |
nease-寝汗 | nachtzweet; transpiratie tijdens de slaap |
nekonadegoe-猫撫で声 | zachte [zoete; vleiende; poeslieve] stem |
nemaki-寝巻き | pyjama; nachthemd |
nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
nen-念 | gedachte; gevoel |
nenbangan-粘板岩 | (kleiachtig) leisteen; kleisteen |
nenne-ねんね | het zich als een baby [klein kind] gedragen; kinderachtig doen |
nentō-念頭 | gedachte; geest; aandacht |
nerau-狙う | (een kans) afwachten; in de gaten houden; volgen |
neru-練る | stof [weefsel] zacht maken door het te koken |
netsuke-熱気 | koortsachtigheid; koortsig zijn |
nettaiya-熱帯夜 | zwoele [broeierige; tropische] avond [nacht] |
ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
ni-尼 | (boeddhistische) non; achtervoegsel achter de naam van een non |
ni-荷 | vracht; last; bagage |
niatsukai-荷扱い | vrachtafhandeling |
nigaoe-似顔絵 | politieschets van een verdachte |
nigate-苦手 | mysterieuze [genezende] krachten in de handen hebben |
nihonnōen-日本脳炎 | Japanse Encephalitis (JE) (veroorzaakt door een door muskieten overgebracht virus) |
nikoge-和毛 | zacht [donzig] haar |
nikugyū-肉牛 | vleesrund; slachtvee |
nikuhaku-肉薄 | het dichterbij komen; dicht benaderen; insluiten; achtervolgen; inhalen |
nikui-憎い | hatelijk; gehaat; verachtelijk; afschuwelijk; bitter; verschrikkelijk |
nikui-憎い | iets dat zo goed is dat je er jaloers van wordt; verschrikkelijk mooi [prachtig; uitmuntend] |
nikukyū-肉球 | (bij katachtige dieren, e.d.) zoolkussentjes (onder de poten) |
nikunikushii-憎憎しい | afschuwelijk; walgelijk; verachtelijk |
nikurashii-憎らしい | hatelijk; verwerpelijk; verachtelijk; afschuwelijk; vreselijk |
nikuyōshu-肉用種 | slachtvee; dier gefokt voor het vlees |
nikuzure-煮崩れ | het inkoken [zacht koken] van voedsel; het uit elkaar vallen van voedsel tijdens het koken |
nikuzure-荷崩れ | het omvallen [verschuiven] van lading [vracht] (tijdens transport) |
nimokakawarazu-にも拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
nimotsubune-荷物船 | vrachtboot |
nin-任 | taak; plicht; missie; opdracht |
ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
ningenmi-人間味 | menselijkheid; menslievendheid; zachtaardigheid |
ningyōtsukai-人形遣い | (fig.) degene die aan de touwtjes trekt; degene die (achter de schermen) de touwtjes in handen heeft |
ninjiru-任じる | (een opdracht, etc.) aannemen [op zich nemen] |
ninmenjūshin-人面獣心 | bruut; monster; wreed [harteloos; beestachtig] persoon |
ninushi-荷主 | verzender; vrachtvervoerder; expediteur |
niwaka-俄 | plotseling [onverwacht] zijn |
niyakeru-にやける | dandyachtig [verwijfd; meisjesachtig] zijn |
nodomotojian-喉元思案 | oppervlakkige [bekrompen] gedachten [denkwijze] |
nohohonto-のほほんと | nonchalant; achteloos |
nokeru-退ける | (achter een ww. in de -te vorm) lukken; kans zien (om); (iets moeilijks) klaarspelen |
nokoru-残る | achterblijven; blijven hangen |
nokoru-残る | (achter een ander ww. gevoegd:) niet (helemaal) gedaan, onafgemaakt |
nokosu-残す | iets [iem.] achterlaten; laten liggen [staan] |
nokosu-残す | bewaren; (be)houden; overhouden; achterhouden |
nomihosu-飲み干す | achter elkaar [in één keer] opdrinken; helemaal opdrinken |
nomu-飲む | neerkijken op; verachten; overweldigen; onderschatten |
nonsharan-ノンシャラン | nonchalant; achteloos; onverschillig |
nōri-脳裏 | hersenen; brein; geheugen; gedachten |
norikaeru-乗り換える | veranderen (van gedachten, e.d.); omschakelen; overgaan (op) |
nozomi-望み | hoop; verwachting |
nukaboshi-糠星 | ontelbare kleine sterren aan de nachtelijke hemel |
nukago-零余子 | broedknop (een vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij planten) |
nukegake-抜け駆け | het onverwacht [heimelijk] behalen van een voordeel; voorsprong |
nukeura-抜け裏 | korte(re) weg; vluchtroute; sluiproute; achterweg |
nuki-抜き | het weglaten; overslaan; schrappen; achtereenvolgens verslaan |
nukiashi-抜き足 | het zachtjes [op de tenen] lopen |
numachi-沼地 | moerasgrond; moerasachtig gebied |
nusumiashi-盗み足 | het zachtjes lopen [sluipen] |
nusumu-盗む | ideëen [gedachten] stelen en imiteren; zich iets toeëigenen; afkijken; plagiaat plegen; in het geheim iets van iem. leren |
nutto-ぬっと | plotseling; abrupt; onverwacht |
nyūton-ニュートン | newton (eenheid van kracht) |
oazuke-お預け | (een huisdier laten wachten op commando) wacht!; zit! |
oazuke-お預け | voorlopig; in afwachting; in de wacht; uitstel; vast gereserveerd |
obana-尾花 | Chinees prachtriet; Japans pampasgras (Miscanthus sinensis) |
ōbāsukiru-オーバースキル | overschot aan geschoolde arbeidskrachten; overgekwalificeerdheid |
oborozuki-朧月 | nevelige [wazige] maan in de lentenacht |
ōbun-応分 | geschiktheid; gepastheid; draagkracht; vermogen |
ogi-荻 | prachtriet; Amoer-zilvergras (Miscanthus sacchariflorus) |
ohon-おほん | ahum (uitroep om aandacht te trekken) |
oiesōdō-お家騒動 | machtsstrijd (binnen een bedrijf of organisatie) |
oikakeru-追いかける | achtervolgen; volgen; achter (iets of iemand) aangaan; achternazitten |
oitsumeru-追い詰める | iem. in het nauw drijven; achtervolgen; opsporen |
ojiya-おじや | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
okashii-可笑しい | verdacht; twijfelachtig; geheimzinnig |
ōken-王権 | koninklijk gezag; koninklijke macht |
oki-置き | (als achtervoegsel) om de; om en om; elke; met tussenpozen [tussenruimte] van |
okitegami-置き手紙 | een achtergelaten brief |
okizari-置き去り | het achterlaten (van iemand, iets, e.d.); in de steek laten; verlaten |
okotaru-怠る | verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; achterwege laten |
oku-奥 | (diep in) het binnenste; binnenin; achterin |
okuba-奥歯 | achterste kies; molaar; ware kies |
okuchi-奥地 | afgelegen gebied (ver weg van de zee en steden); het achterland |
okuriookami-送り狼 | een wolf die iemand die in de bergen of bossen loopt een tijd lang achtervolgt en dan plotseling aanvalt |
okuyuki-奥行き | (fig.) diepgang (van iemands persoonlijkheid, gedachten, e.d.) |
omachidoosama-お待ち遠様 | het spijt me dat ik u heb laten wachten; sorry [bedankt] voor het wachten |
omachikane-お待ちかね | (beleefde uitdrukking voor) langverwacht |
omochikaeri-お持ち帰り | (slang voor) een onenightstand (liefdesverhouding voor één nacht) |
omoi-思い | gedachte; idee; gevoel |
omoni-重荷 | een zware vracht; lading; belasting |
omoni-重荷 | berekening van vrachtkosten via vrachtgewicht |
omoteura-表裏 | voorkant en achterkant; binnenkant en buitenkant |
omoutsubo-思う壺 | zoals verwacht |
omowaku-思惑 | verwachting; anticipatie; vooruitzicht; voorspelling; prognose |
omowanu-思わぬ | onverwacht |
onbuzuman-オンブズマン | (uit het Zweeds: ombudsman) ombudsman (onafhankelijke ambtenaar voor klachten van burgers) |
ondan-温暖 | warm [mild; zacht; gematigd] zijn (van klimaat) |
onkō-温厚 | zachtaardig [vriendelijk] zijn |
onnade-女手 | vrouwelijke hulpkracht; medewerkster; werkneemster |
onnarashii-女らしい | vrouwelijk; damesachtig |
onparēdo-オンパレード | achtereenvolgens; op eenvolgende rij |
onrī-オンリー | (direct na de Tweede Wereldoorlog) een prostituee die één buitenlander (van de bezettingsmacht) als enige klant had |
oogosho-大御所 | leidende [invloedrijke; machtige] persoon |
oomono-大物 | een belangrijk [gewichtig; machtig] persoon; een zwaargewicht |
oomune-概ね | essentie; kern; hoofdgedachte |
oose-仰せ | opdracht; wensen (van een meerdere); instructie(s) |
oosetsukaru-仰せつかる | een opdracht [bevel] ontvangen [krijgen] |
oosetsukeru-仰せつける | opdracht [bevel] geven; commanderen |
ōpun・akaunto-オープン・アカウント | open rekening (waarbij transacties pas achteraf en periodiek worden verrekend) |
ōrubakku-オールバック | (helemaal) naar achteren gekamd haar (zonder scheiding) |
ōrumaiti-オールマイティ | almachtig; omnipotent |
ōrumaitī-オールマイティー | almachtig; omnipotent |
ōrumaitī-オールマイティー | enorm; geweldig; allemachtig |
ōrumaitī-オールマイティー | de Almachtige (god) |
ōrunaito-オールナイト | de hele nacht (door) |
osanai-幼い | kinderlijk; kinderachtig; onvolwassen |
ōshi-横死 | onverwachte [onnatuurlijke; plotselinge; gewelddadige] dood |
oshie-教え | onderricht; onderwijs; kennisoverdracht |
oshiroibana-白粉花 | (plant, Mirabilis jalapa) nachtschone; wonder van Peru |
ōso-応訴 | tegenaanklacht; wederbeschuldiging (van een aangeklaagde tegen de aanklager) |
otazune-御尋ね | (afk. voor) verdachte (ter opsporing); iemand die door de politie gezocht wordt; iemand die op de vlucht is |
otazunegaki-御尋書 | (schriftelijke) kennisgeving (m.b.t. de verdachte van een criminele zaak, bijzonderheden daaromtrent e.d.) |
otchokochoi-おっちょこちょい | achteloos; onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel |
otchokochoi-おっちょこちょい | een achteloos [onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel] persoon |
otenba-お転婆 | een wilde [jongensachtige] meid; wildebras |
otokode-男手 | mannelijke hulpkracht; medewerker; werknemer |
ōtomatto-オートマット | mat ter versteviging van zachte ondergrond van parkeerterreinen |
otsutome-御勤め | (beleefde vorm van 勤め) plicht; verplichting; taak; opdracht |
ottori-おっとり | zacht; kalm; rustig; onverstoorbaar |
ou-追う | (ver)volgen; achtervolgen; najagen |
oyasumi-お休み | (afk. voor) welterusten; goedenacht |
oyasuminasai-お休みなさい | welterusten; goedenacht |
pachipachi-ぱちぱち | geklik (het repeterende geluid van achter elkaar foto schieten) |
padokku-パドック | plaats achter de pits op een autoracecircuit |
pajama-パジャマ | pyjama (nachtkleding) |
pajama・kōru-パジャマ・コール | nachtelijk telefoontje; een telefoongesprek 's avonds laat |
pasuwādo-パスワード | wachtwoord |
pattari-ぱったり | onverwacht; plotseling; abrupt |
pawaasupootsu-パワースポーツ | krachtsport |
pedanchikku-ペダンチック | pedant; betweterig; schoolmeesterachtig |
penisu-ペニス | penis; lid; mannelijk geslachtsdeel |
pēpābakku-ペーパーバック | paperback (boekuitgave met zachte kaft) |
pianishimo-ピアニシモ | pianissimo; zeer zacht (muziekterm) |
pijama-ピジャマ | pyjama (nachtkleding) |
pike-ピケ | stakerspost; stakingspiket; stakingswacht (een staker die werkwilligen tegenhoudt) |
piketto-ピケット | stakingspost (wacht om stakingsbrekers tegen te houden) |
pikipiki-ピキピキ | zenuwachtig; trillerig; ongedurig; geïrriteerd |
pikkuappu-ピックアップ | kleine vrachtauto [bestelauto] |
pinpin-ぴんぴん | (onomatopee) levendig; bruisend; energiek; krachtig; springerig |
piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) nerveus; zenuwachtig; gespannen |
pitto-ピット | gat achter een bowlingbaan waar de omgevallen kegels in vallen |
pī・esu-ピー・エス | (Pferdestärke) paardenkracht |
pī・kē・efu-ピー・ケー・エフ | (peacekeeping force) vredesmacht |
pokkuri-ぽっくり | plotseling [onverwacht] overlijden |
ponītēru-ポニーテール | paardenstaart (haardracht met het haar samengebonden in een staart) |
posuto・nōtisu-ポスト・ノーティス | kennisgeving achteraf |
puraisu・rīdāshippu-プライス・リーダーシップ | prijsleiderschap (systeem waarin marktprijzen worden bepaald door toonaangevende, machtige bedrijven) |
purasshu-プラッシュ | pluche (fluweelachtige stof) |
purezentēshon-プレゼンテーション | presentatie; voordracht |
puripuri-ぷりぷり | elastisch; veerkrachtig |
puroburematikku-プロブレマティック | problematisch; twijfelachtig |
purosesu・chīzu-プロセス・チーズ | smeltkaas (kaas zachtgemaakt door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren) |
ra-等 | (achtervoegsel dat meervoud aangeeft) |
raichō-雷鳥 | lagopus; sneeuwhoen (fazantachtige vogel) |
rakugo-落伍 | het uitvallen; achterop raken; opgeven; niet meer mee kunnen doen |
rakutan-落胆 | ontmoediging; neerslachtigheid; teleurstelling |
ranki-嵐気 | vochtige [nevelachtige] berglucht |
ranpu-ランプ | achterdeel (dieren); lende (vlees, b.v. biefstuk) |
rashii-らしい | -achtig; zoals ...; lijkend op; typisch voor ...; geschikt voor ... |
rasuto・supāto-ラスト・スパート | de laatste spurt (krachtsinspanning) |
reiji-零時 | middernacht; 12 uur 's nachts |
reiken-霊剣 | heilig zwaard (met mystieke krachten) |
reipu-レイプ | verkrachting |
reishi-麗姿 | mooi [prachtig] figuur; mooie gestalte |
rekijitsu-暦日 | kalenderdag gerekend van middernacht tot de volgende middernacht |
rekkyō-列強 | de grote mogendheden; wereldmachten |
ren'ya-連夜 | avond na avond; elke avond [nacht] |
reppū-烈風 | harde [stormachtige] wind |
reshitēshon-レシテーション | recitatie; voordracht |
resu-レス | (van Engels achtervoegsel) zonder; -loos |
rettōsei-劣等生 | slechte [trage] leerling; leerling met een leerachterstand |
riabyūmirā-リアヴューミラー | achteruitkijkspiegel (auto) |
rihatsu-理髪 | kapsel; coupe; haardracht |
riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
riki-力 | kracht; sterkte; vermogen |
rikimu-力む | kracht [druk] uitoefenen op; onder druk zetten; met kracht proberen iets te doen |
rikisaku-力作 | inspannend werk; krachttoer; zwaar werk |
rikisen-力戦 | harde [felle] strijd; gevecht met volle kracht |
rikitō-力投 | (honkbal) krachtige worp |
rikugun-陸軍 | leger; krijgsmacht |
rikutsuppoi-理屈っぽい | twistziek; twistgraag; ruzieachtig |
rinbyō-淋病 | gonorroe (geslachtsziekte) |
rindoku-淋毒 | gonorroea; gonorroe (geslachtsziekte) |
ringetsu-臨月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
rinkan-輪姦 | groepsverkrachting |
rippa-立派 | pracht; grandeur; elegantie |
rippōfu-立法府 | wetgever; wetgevende macht; wetgevende instantie [orgaan; instituut] |
rippōken-立法権 | de wetgevende macht (één van de drie machten van de staat) |
rippōkikan-立法機関 | wetgevende macht; wetgevend orgaan |
rippōkon-立方根 | (wiskunde) derdemachtswortel; kubiekwortel |
rireki-履歴 | iemands voorgeschiedenis [achtergrond; verleden; carrière] |
rīsu-リース | verhuur; huurcontract; pacht |
rōbashin-老婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
rōdoku-朗読 | voordracht; het voorlezen [hardop oplezen] |
rōdōryoku-労働力 | arbeid; werk; mankracht |
rōdo・mappu-ロード・マップ | roadmap van een (technisch) product (waarin staat wat de vernieuwingen zijn en wanneer ze kunnen worden verwacht) |
rōei-朗詠 | voordracht [het voordragen] van een (klassiek) gedicht |
rōjaku-老弱 | lichamelijke zwakheid op oudere leeftijd; ouderdomsklachten |
rōnin-浪人 | iemand die het toelatingsexamen voor de universiteit niet heeft gehaald (en moet wachten op een volgende kans) |
rōnyakunannyo-老若男女 | alle mensen ongeacht leeftijd of geslacht; mannen en vrouwen van alle leeftijden |
rōrā・kōsutā-ローラー・コースター | achtbaan |
rōshi-老師 | oorlogsmoeheid (van strijdkrachten) |
rōshō-朗唱 | recitatie; voordracht |
rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
ryōchō-寮長 | conciërge; huismeester; slaapzaal opzichter [wacht] |
ryogai-慮外 | onverwacht zijn |
ryōjū-猟銃 | jachtgeweer |
ryōken-猟犬 | jachthond |
ryōki-猟期 | jachtseizoen |
ryokujūji-緑十字 | een groen kruis op een witte achtergrond (veiligheidssymbool) |
ryokusaku-力作 | inspannend werk; krachttoer; zwaar werk |
ryōnagare-両流れ | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
ryōnagarezukuri-両流造 | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
ryoryoku-膂力 | spierkracht; fysieke kracht |
ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
ryūko-竜虎 | machtige rivalen (lett. draak en tijger) |
saboru-サボる | spijbelen; (werk) veronachtzamen; onproductief zijn |
sagesumu-蔑む | minachten; verachten; neerkijken op |
sagyōyōin-作業要員 | aantal personeel; arbeiderskrachten |
saibanken-裁判権 | jurisdictie; rechtspraak; rechtsbevoegdheid; rechtsmacht |
saichi-細緻 | aandacht voor detail; zorgvuldigheid; precisie |
saika-裁可 | (keizerlijke) goedkeuring; bekrachtiging; wettiging |
saiku-細工 | vakman; vakvrouw; ambachtsman |
saizuchiatama-才槌頭 | een op een hamer lijkend hoofd (voorhoofd en achterhoofd steken uit) |
sakasama-逆様 | omgekeerd; ondersteboven; achterstevoren |
sakuragami-桜紙 | dun, zacht Japans papier; vloeipapier |
sakuya-昨夜 | gisteravond; gisternacht |
samoshii-さもしい | gemeen; laag; verachtelijk; egoïstisch; zelfzuchtig |
sangun-三軍 | het gehele leger; de gezamenlijke strijdkrachten (landmacht, marine en luchtmacht) |
sanken-三権 | de Trias Politica; de drie machten van de staatsinrichting (de wetgevende, de uitvoerende, en de rechtsprekende macht) |
sankenbunritsu-三権分立 | de scheiding der drie machten (Trias politica) in de staatsinrichting (de wetgevende, de uitvoerende, en de rechtsprekende macht) |
sankō-三更 | de derde [middelste] periode [wacht] van de nacht |
sankushon-サンクション | erkenning; goedkeuring; bekrachtiging |
sanpatsudattōrei -散髪脱刀令 | (Meiji) proclamatie in 1871, ter afschaffing van de klassieke haardracht van de samoerai en een verbod op het publiekelijk dragen van zwaarden |
sansan-潸潸 | het onophoudelijk zacht regenen; het motregenen [miezeren]; het druppelen van de regen |
saodachi-竿立ち | (van paarden, e.d.) het recht overeind staan; op de achterpoten staan; steigeren |
sashiashi-差し足 | het zachtjes op je tenen lopen |
sashigane-差し金 | aansporing; suggestie; instructie achter de schermen |
sashige-差し毛 | verschillende kleuren haar in de vacht van een dier |
sasuga-流石 | (naar) verwachting |
satan-嗟嘆 | klaagzang; treurzang; weeklacht |
satsui-殺意 | opzet te doden; met voorbedachten rade tot moord |
sayasaya-さやさや | (onomatopee) zacht geruis; een ruisend geluid |
sayo-小夜 | nacht |
sayoarashi-小夜嵐 | krachtige avondwind; stormachtige wind in de nacht [avond] |
se-背 | achterkant; rugleuning |
sedo-背戸 | achterdeur; achterpoort; achteringang; achteruitgang |
sei-勢 | (van mensen) energie; kracht; aantal (mensen) |
sei-性 | sekse; geslacht; (grammatica) genus |
seibetsu-性別 | geslachtsonderscheid |
seibyō-性病 | geslachtsziekte |
seichō-清聴 | het aandachtig beluisteren; respectvolle aandacht |
seichō-静聴 | het rustig [aandachtig] luisteren |
seii-勢威 | gezag; macht; invloed |
seiippai-精一杯 | uit alle macht; naar (iemand's) beste vermogen; zo goed mogelijk |
seiitaishōgun-征夷大将軍 | titel gegeven aan het opperhoofd van de regerende militaire macht in de Kamakura, Muromchi en Edo perioden |
seikan-静観 | het kalm afwachten; berusting |
seikansenshō-性感染症 | seksueel overdraagbare aandoening; geslachtsziekte |
seikansuru-静観する | rustig afwachten [toekijken] |
seiken-政権 | politieke macht; bewind; regering; kabinet; regime |
seikensōdatsu-政権争奪 | strijd om de (politieke) macht |
seiki-生気 | levenskracht; vitaliteit |
seikō-性交 | copulatie; geslachtsgemeenschap; paring (bij mensen) |
seikōikansenshō-性行為感染症 | seksueel overdraagbare aandoening (soa); geslachtsziekte |
seimei-姓名 | persoons naam (voor- en achternaam) |
seiryoku-勢力 | kracht; macht; energie |
seiryoku-精力 | energie; kracht; vitaliteit; potentie |
seiryokuteki-精力的 | energiek; krachtig; vitaal |
seiryokuzen’yō-勢力善用 | (judo) efficiënt [optimaal] gebruik maken van je kracht [energie] |
seisa-性差 | geslachtsonderscheid; verschil in sekse (tussen man en vrouw) |
seisai-精彩 | pracht; praal; luister |
seisei-生生 | krachtige [levendige] groei [ontwikkeling] |
seishibosatsu-勢至菩薩 | Mahāsthāmaprāpta, bodhisattva (die symbool staat voor de kracht van wijsheid en sterkte) |
seishōdō-性衝動 | geslachtsdrift; seksuele drang [impuls; behoefte] |
seitenkanshujutsu-性転換手術 | geslachtsveranderende operatie |
seiya-星夜 | sterrennacht; avond [nacht] met sterrenlicht |
seiya-晴夜 | heldere nacht |
seiya-清夜 | heldere nacht [avond] |
sekiryoku-斥力 | afstoting; afstotende kracht |
sekkusu-セックス | seks; geslacht; geslachtsgemeenschap |
sekkusu・apīru-セックス・アピール | (seksuele) aantrekkingskracht |
sekkusu・chekku-セックス・チェック | geslachtsbepaling onderzoek [medische tests] |
semeru-責める | met volle inzet [uit alle macht] iets doen |
senaka-背中 | achterkant |
senbi-船尾 | achtersteven; achterschip |
senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
senmu-専務 | een bijzondere taak; een speciale opdracht |
sennin-仙人 | taoïstische of boeddhistische asceet (woonachtig in een berggebied) |
sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
sennin-選任 | verkiezing; opdracht; benoeming; aanstelling |
sennyū-潜入 | (astronomie) het verschijnsel dat een vaste ster of planeet zich achter de maan begeeft |
senpuku-船腹 | scheepsruim; vrachtruim |
senshin-専心 | onverdeelde aandacht; concentratie; aandachtigheid |
sensōgiseisha-戦争犠牲者 | oorlogsslachtoffer |
sentā・bentsu-センター・ベンツ | een split onder de middenzoom aan de achterkant van een jas |
senzai-潜在 | potentie; latentie; potentieel vermogen; latente kracht |
sen'ya-先夜 | de afgelopen nacht; gisternacht |
seppuku-説伏 | overtuiging; overtuigingskracht |
setsu-説 | mening; gedachte; theorie; betoog |
setsubigo-接尾語 | achtervoegsel; suffix |
setsubiji-接尾辞 | achtervoegsel; suffix |
settingu-セッティング | instelling; het instellen; kader; achtergrond; omlijsting |
settokuryaku-説得力 | overtuigingskracht |
shafuto-シャフト | schacht (van speer, golfclub, etc.); steel; stok |
shafuto-シャフト | schacht (van mijn, lift, e.d.) |
shakō-斜坑 | tunnel [schacht] in een hellend vlak [berghelling] |
shakuchi-借地 | pachtgrond |
shakuryō-借料 | huurgeld; pacht |
shakyō-写経 | het overschrijven [kopiëren] van een soetra (voor studie, ter nagedachtenis van een overledene, e.d.) |
shanku-シャンク | schacht; steel; handvat |
shasai-車載 | op [in] de auto aangebracht [gemonteerd] |
shatei-射程 | reikwijdte (van kracht, macht, vermogen, e.d.) |
shatoru・rūpu-シャトル・ループ | een shuttle achtbaan |
shi-姉 | erend achtervoegsel voor een vrouw van gelijke of hogere status |
shibushibu-渋渋 | met tegenzin; onwillig; halfslachtig |
shichō-思潮 | gedachtengang in de samenleving; hoe er in het algemeen (over iets) gedacht wordt; de trend in de publieke opinie |
shichō-視聴 | aandacht; oplettendheid; observatie; herkenning |
shihai-紙背 | achterkant van een papier |
shihō-司法 | justitie; de rechterlijke macht |
shihōken-司法権 | de rechterlijke [rechtsprekende] macht (één van de drie machten van de staat) |
shii-思惟 | gedachte; overpeinzing; overweging |
shii-恣意 | willekeurigheid; eigenmachtigheid; eigenzinnigheid |
shii-私意 | eigen [persoonlijke] mening [gedachten] |
shijikiban-支持基盤 | iemands achterban [politieke machtsbasis] |
shijiyaku-指示役 | opdrachtgever |
shikan-止観 | (Tendai boeddhisme) meditatie waarbij de geest zich concentreert op een enkel object, zonder afleidende gedachten |
shikkarishita-しっかりした | sterk; krachtig; stevig; betrouwbaar |
shikkei-失敬 | jatten; klauwen; gappen; achteroverdrukken; stelen |
shikō-思考 | gedachte(n) |
shikō-至高 | suprematie; overmacht; superioriteit |
shikōkairo-思考回路 | gedachtegang |
shikon-紫紺 | blauwachtig paars; donker paars-blauw |
shikōyōshiki-思考様式 | manier van denken; denkpatroon; gedachtegang |
shimei-氏名 | achternaam [familienaam] en voornaam |
shimeitehai-指名手配 | gezocht worden door de politie; op de lijst [poster] met door de politie verdachte [gezochte] personen staan |
shina-しな | (achtervoegsel) op het moment; na; toen |
shinbō-心棒 | as (van een wiel); spil; schacht; stang; stift; steel |
shinbō-深謀 | goed doordacht plan |
shinbutsu-神物 | bovenzinnelijk [transcendent] voorwerp (met verborgen krachten); talisman |
shinchō-伸張 | uitbreiding (van macht, invloed; handel, etc.); uittrekking; verlenging |
shinden-新田 | nieuw ontgonnen [tot ontwikkeling gebracht] (rijst)veld |
shingōmachi-信号待ち | het wachten [wachtend verkeer] voor het stoplicht |
shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
shinkeishitsu-神経質 | zenuwachtigheid; nervositeit |
shinkiitten-心機一転 | van standpunt [gedachten] veranderen; een nieuwe start maken |
shinkyū-新旧 | oud en nieuw; oudejaarsnacht en nieuwjaarsdag |
shinnyo-信女 | achtervoegsel voor de postume Boeddhistische naam van een vrouw |
shinobiashi-忍び足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
shinobinaki-忍び泣き | het stilletjes [zacht; onderdrukt] snikken [huilen] |
shinri-心裏 | innerlijk gevoel; gedachte |
shinshin-深深 | stil zijn (m.n. in de nacht) |
shinsō-真相 | de werkelijke stand van zaken; de ware toedracht (van een zaak) |
shintai-進退 | beweging; vooruitgang; achteruitgang |
shinwaryoku-親和力 | affiniteit; (chemische) aantrekkingskracht |
shin'ya-深夜 | middernacht |
shiokuri-仕送り | uitbetaling; toelage; overschrijving; betalingsopdracht |
shioreru-萎れる | depressief [somber; neerslachtig] zijn |
shippū-疾風 | een sterke [krachtige] wind |
shīpusukin-シープスキン | schapenvacht |
shiri-尻 | bil(len); achterwerk; zitvlak; achterste; kont |
shiri-尻 | de laatste; achterste; onderste |
shirie-後方 | achterkant |
shirikakushi-尻隠し | achterzak; heupzak (van een broek) |
shirimochi-尻餅 | op zijn [haar] achterste [bips] vallen |
shirisubomari-尻窄まり | (geleidelijke) verzwakking; achteruitgang; uitdoving; vermindering |
shirokujichū-四六時中 | de klok rond; dag en nacht; de hele tijd; altijd |
shiroppoi-白っぽい | witachtig (kleur) |
shirubā・wīku-シルバー・ウィーク | Silver Week, in Japan een aantal officiële vakantiedagen achter elkaar |
shiryoku-資力 | (geld)middelen; kapitaal(kracht); vermogen |
shisaru-退る | achteruit stappen [lopen]; terugstappen; teruggaan |
shishigari-鹿狩り | de jacht op herten, wilde zwijnen, e.d. |
shishin-私心 | je eigen gedachten |
shishisonson-子子孫孫 | de nakomelingen; het nageslacht |
shishitsu-脂質 | lipide (vet of vetachtige stof) |
shishōsha-死傷者 | doden en gewonden; slachtoffers |
shishōshasū-死傷者数 | aantal slachtoffers |
shisshin-失神 | flauwte; onmacht; bezwijming; katzwijm |
shisshoshō-失書症 | agrafie; onvermogen om te schrijven (om gedachten op papier te zetten) |
shissoku-失速 | stagnatie; achteruitgang; afname |
shitame-下目 | het op iemand neerkijken; verachting |
shitan-紫檀 | rozenhout; paarsachtig hardhout (van de soort Pterocarpus) |
shitau-慕う | verlangen [smachten] naar; adoreren; verliefd zijn op; veel houden van |
shitoyaka-淑やか | beleefd; welgemanierd; verfijnd; elegant; damesachtig |
shitsunen-失念 | vergeetachtigheid; het vergeten |
shittori-しっとり | rustig; kalm; vredig; zacht |
shiwa-詩話 | lezing [voordracht] over poëzie |
shiyū-雌雄 | de twee seksen [geslachten]; man en vrouw |
shiyui-思惟 | (boeddh.) wijsheid verkrijgen door diepe gedachten [bedachtzaamheid] |
shiyui-思惟 | gedachte; overpeinzing; overweging |
shī・yū・ai-シー・ユー・アイ | (character user interface) gebruikersinterface die gebruik maakt van tekst om opdrachten en informatie weer te geven bij computerbewerkingen |
shōchi-勝地 | plaats met goed uitzicht; schilderachtige plek; plaats van historisch belang |
shōgaisupōtsu-生涯スポーツ | levenslang sporten; sport die je altijd kan doen (ongeacht leeftijd) voor de gezondheid en recreatie |
shokai-所懐 | iem.'s gedachten [mening; opinie; indruk] |
shōkaiki-哨戒機 | (landmacht, marine) verkenningsvliegtuig; patrouillevliegtuig |
shokan-所感 | iem.'s gedachten [mening; opinie; indruk] |
shokken-職権 | gezag; macht |
shokkenran'yō-職権乱用 | machtsmisbruik |
shokkenran'yō-職権濫用 | machtsmisbruik |
shōkō-商工 | handelaar en ambachtsman |
shōkō-将校 | officier (in het leger, de marine of de luchtmacht) |
shōkon-性根 | energie; kracht; vitaliteit; doorzettingsvermogen; vastberadenheid; vasthoudendheid |
shōku-承句 | derde of vierde regel in een Chinees gedicht van zeven of acht versregels |
shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
shokunin-職人 | ambachtsman; vakman |
shokutaku-嘱託 | onder volmacht; op verzoek; in opdracht |
shōkyokuteki-消極的 | negatief; passief; halfslachtig; weifelend |
shonbori-しょんぼり | moedeloosheid; neerslachtigheid |
shōnetsujigoku-焦熱地獄 | inferno; brandende hel (de zesde hel van de acht in het Boeddhisme) |
shōryoku-省力 | arbeidsbesparing, besparing op mankracht |
shosanpu-初産婦 | primipara; vrouw die voor het eerst een kind heeft gebaard; vrouw die in verwachting is van haar eerste kind |
shoya-初夜 | de eerste nacht; bruidsnacht; de eerste (nacht)wacht |
shu-狩 | (in kanji combinaties) de jacht; het jagen |
shubihan'i-守備範囲 | (sport) gebied dat men geacht wordt te (kunnen) verdedigen; verdedigings-reikwijdte |
shūbō-衆望 | publiek vertrouwen; publieke verwachtingen; publieke steun |
shūbun-秋分 | herfst equinox; herfstnachtevening |
shūbunnohi-秋分の日 | herfstnachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de herfst (op 22 of 23 september) |
shuei-守衛 | (hist.) schildwacht; wachthouder; wachter |
shugei-手芸 | ambacht; handwerk |
shūgin-秀吟 | een prachtig [voortreffelijk] lied [gedicht] |
shuhei-守兵 | bewaker, wachter |
shui-主意 | hoofdgedachte; hoofdonderwerp; focus; centraal idee |
shūkōgei-手工芸 | handwerk; ambacht(en) |
shukōgyō-手工業 | ambachtelijke sector |
shūku-秀句 | een uitstekend gedicht; prachtige haiku |
shukuchoku-宿直 | nachtdienst |
shukuhakuhi-宿泊費 | verblijfskosten; overnachtingskosten |
shukui-宿意 | mening [visie; gedachten] die men al lang heeft |
shumon-守門 | poortwacht; poortbewaking (van een stad, kasteel e.d.) |
shumon-守門 | poortwachter |
shunbunnohi-春分の日 | lentenachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de lente (op 20 of 21 maart) |
shuninsei-主任制 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
shuninseido-主任制度 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
shunmin-春眠 | lenteslaap; diepe slaap (in de lange lentenacht) |
shunto-しゅんと | depressief; neerslachtig; terneergeslagen; somber |
shuntō-春灯 | nachtlampjes in de lente |
shun'u-春雨 | zachte [milde] lenteregen |
shura-修羅 | felle strijd; bloedbad; slachtpartij |
shuraba-修羅場 | vechtpartij; bloedbad; afslachting |
shuryō-狩猟 | de jacht; het jagen |
shūryoku-衆力 | de kracht van vele mensen (tezamen); vereende krachten |
shūshi-愁思 | droevige [verdrietige] gedachten; droefheid; bedroefdheid; verdriet |
shuso-主訴 | belangrijkste klacht [symptoom] (van een patiënt) |
shūto-シュート | het schieten (van een geweer, een bal, een foto, etc.); schroefbal (bij honkbal); jachtpartij; schietoefening |
shutsudō-出動 | mobilisatie; uitzending (belast met een uitvoeringsopdracht, e.d.) |
shuturumu・unto・dorangu-シュトゥルム・ウント・ドラング | Sturm und Drang (een stroming in de Duitse literatuur eind achttiende eeuw) |
shūya-終夜 | de hele nacht door |
sō-壮 | kracht; dapperheid; moed; heldhaftigheid; iets magnifieks [groots] |
sō-壮 | de leeftijd vol kracht, energie en gezondheid; iemand van ca. 30 jaar; iemand in de bloei van zijn leven |
sobireru-そびれる | (als achtervoegsel bij een werkwoord) een kans [gelegenheid] missen; er niet in slagen om |
sofuto-ソフト | zacht |
sofuto-ソフト | zachte vilten hoed; gleufhoed |
sofutopasuteru-ソフトパステル | zachte pastel |
sofuto・randingu-ソフト・ランディング | zachte landing (luchtvaartuigen) |
sofuto・rōn-ソフト・ローン | zachte lening (met gunstige aflossingsvoorwaarden) |
sofuto・tatchi-ソフト・タッチ | zachtheid; zachtaardigheid; zacht aanvoelen; zachte aanpak |
sōgakari-総掛かり | het met vereende krachten ergens aan werken |
sōgū-遭遇 | onverwachte [toevallige] ontmoeting |
sōketsu-雙闕 | een poort met een wachttoren [uitkijkpost] links en rechts ervan |
soketto-ソケット | onderste deel van de schacht van een golfclub |
sōki-想起 | herinnering; voorstelling; (opgeroepen) beeld; gedachtenis |
sokkin-側近 | het dichtbij een machthebber [hoog geplaatste persoon] staan |
sōkon-爪痕 | (door vingernagel toegebracht) krab; kras; schram |
sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
sōku-走狗 | jachthond |
somenuki-染め抜き | het verven van een patroon [wapen] op een achtergrond |
somenuku-染め抜く | een patroon verven (op een achtergrond) |
sonchō-尊重 | respect; waardering; achting |
sonin-訴人 | de klager (de persoon die een klacht heeft ingediend) |
sonkei-尊敬 | respect; achting |
sonkeisuru-尊敬する | respecteren; (hoog)achten |
sōrei-壮麗 | indrukwekkend en prachtig [schitterend] zijn |
sorikaeru-反り返る | achterover buigen; het hoofd naar achter buigen |
sorosoro-そろそろ | langzaam; zachtjes; geleidelijk |
sōseki-送籍 | (door huwelijk of adoptie) overdracht van het familieregister [huishouden-registratie] van het ene naar het andere huishouden [gezin] |
sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
sōsharu・kurakkingu-ソーシャル・クラッキング | sociaal kraken; het achter iemands wachtwoord proberen te komen [een wachtwoord kraken] buiten de computerwereld om (Engels: social cracking) |
sōshin-送信 | doorzending; overdracht (bericht) |
sosogu-注ぐ | aandacht schenken aan; zich concentreren [focussen] op |
sotchinoke-其方退け | het verwaarlozen; negeren; veronachtzamen |
sōtei-想定 | veronderstelling; hypothese; aanname; verwachting; inschatting |
sōtō-総統 | alleen-heerser; opperbevelhebber; (machtige) president |
sotobori-外堀 | buitenste slotgracht [burchtgracht] |
sotsui-訴追 | vervolging; tenlastelegging; aanklacht; beschuldiging |
sotto-そっと | stilletjes; zachtjes |
soyokaze-微風 | lichte wind; zacht briesje |
soyosoyo-そよそよ | zachtjes |
sōzei-総勢 | de hele groep [partij]; de hele strijdmacht |
sōzōryoku-創造力 | scheppingskracht; creativiteit |
sōzōryoku-想像力 | verbeeldingskracht; voorstellingsvermogen |
subarashii-素晴らしい | prachtig; geweldig; voortreffelijk; schitterend |
sugiharagami-杉原紙 | dun, zacht, traditioneel Japans papier |
sui-粋 | bedachtzaamheid; consideratie; begrip |
sui-衰 | (in kanji combinaties) verzwakking; achteruitgang; verval |
suiban-推輓 | aanbeveling, aanprijzing (oorspronkelijke betekenis: een wagen vanaf de achterkant duwen, of vanaf de voorkant trekken) |
suigun-水軍 | marine; zeemacht |
suiryokuhatsuden-水力発電 | opwekking van elektriciteit uit waterkracht |
suiryokuhatsudensho-水力発電所 | waterkrachtcentrale |
suishinsha-推進者 | promotor; drijvende kracht; leider |
sujibone-筋骨 | fysieke kracht |
sukatorojī-スカトロジー | scatologie (aandacht of voorliefde voor uitwerpselen) |
sukoyaka-健やか | gezond; energiek; krachtig zijn |
sunao-素直 | mildheid; zachtaardigheid; gehoorzaamheid |
sungen-寸言 | kernachtige [korte en geestige] opmerking; kwinkslag; boutade |
supīchi-スピーチ | spraak; toespraak; rede; voordracht |
suponji・bōru-スポンジ・ボール | sponsbal (zachte stuiterbal) |
suraggā-スラッガー | (honkbal) goede [krachtige] slagman |
suramu-スラム | sloppenwijk; krottenwijk; achterbuurt |
surīkuōtā-スリークオーター | (rugby) driekwart (een van de drie spelers achter de halfback) |
susamajii-凄まじい | enorm; groots; reusachtig |
susuki-薄 | Chinees prachtriet; Japans pampasgras (Miscanthus sinensis) |
sutaru-廃る | uit de mode [in onbruik] raken; ouderwets zijn; achteruitgaan; afnemen |
suteki-素敵 | fantastisch [prachtig; geweldig zijn |
sutēshon・wagon-ステーション・ワゴン | stationcar; combi (personenauto met extra achterruimte) |
sutētomento-ステートメント | (computer) formulering van een opdracht |
sutoppuraito-ストップライト | achterlicht (voertuig) |
tachi-達 | achtervoegsel dat meervoud aangeeft |
tachiban-立ち番 | wake; het op wacht [op de uitkijk) staan |
tachiban-立ち番 | wachter; wachtpost; uitkijk |
tachibansuru-立ち番する | op wacht staan; bewaken; op de uitkijk staan |
tachigie-立ち消え | (vuur, kaars, etc.) het uitgaan voordat het goed brandt; uitgaan als een nachtkaars |
tachiokureru-立ち遅れる | achterblijven; achterop raken; laat beginnen [starten] |
taedae-絶え絶え | zwak; krachteloos; fragiel |
tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
taihō-大砲 | (honkbal) sterke slagman (met grote slagkracht) |
taiin-隊員 | korpslid (politie, brandweer, krijgsmacht., e.d.) |
taiketsu-対決 | tweegevecht; confrontatie; krachtmeting |
taiki-待機 | het een kans afwachten; paraat [stand-by] zijn; zich verdekt opstellen; in hinderlaag liggen |
taikisuru-待機する | een kans afwachten; paraat [stand-by] zijn; zich verdekt opstellen; in hinderlaag liggen |
taikoku-大国 | een groot (machtig) land |
taimei-待命 | in afwachting van orders [instructies; aanstelling] |
taimu・auto-タイム・アウト | wachttijd (computer) |
tainin-大任 | belangrijke missie [opdracht]; zware taak [verantwoording] |
tainō-怠納 | (het hebben van) een betalingsachterstand; achterstallige betaling; het in gebreke blijven |
tainō-滞納 | achterstallige betaling; betalingsachterstand |
tainōkin-滞納金 | achterstallige betalingen |
tainōshobun-滞納処分 | beslaglegging naar aanleiding van een betalingsachterstand |
tairyōgyakusatsu-大量虐殺 | massamoord; genocide; massaslachting |
tairyoku-体力 | lichaamskracht; fysieke kracht; uithoudingsvermogen |
taisei-大勢 | grote invloed [macht; gezag] |
taishin-対審 | confrontatie in een proces (tussen verdachte en aanklager) |
taiteki-大敵 | veel vijanden; vijanden in groten getale [in overmacht] |
takaagari-高上がり | hoger [duurder] worden; duurder dan verwacht |
takaburu-高ぶる | zich opwinden; zich druk [zenuwachtig] maken |
takanozomi-高望み | hoge verwachting(en) |
taku-啄 | de zevende penseelstreek (diagonaal van rechtsboven naar linksonder) van de 永字八法 (de acht basis penseelstreken van kanji) |
takumashii-逞しい | krachtig; resoluut; wilskrachtig |
tamasaka-偶さか | toevallig; onverwacht; zelden; ongewoon |
tamatama-偶 | toevallig; af en toe; onverwacht |
tanaage-棚上げ | (fig.) het op de plank houden; in de wacht zetten; uitstellen (van plannen, e.d.) |
tansaku-探索 | zoektocht; jacht; speurtocht; verkenning |
tanseki-旦夕 | ochtend en avond; dag en nacht |
taoreru-倒れる | omvallen; achterover vallen; in elkaar zakken |
tari-たり | (achtervoegsel) nu eens dit doen, dan weer dat doen |
tarumi- 弛み | slapte; krachteloosheid; verslapping |
tasogare-黄昏 | (metaforisch) achteruitgang [verval] |
tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
tayumu-弛む | verslappen (van aandacht, inspanning, etc.) |
tazei-多勢 | groot aantal (mensen); numerieke overmacht |
tebyōshi-手拍子 | een ondoordachte [domme] zet (bij schaken, etc.) |
tegome-手込め | verkrachting; aanranding |
tehaishashin-手配写真 | foto van een verdachte in het opsporingsregister |
teigen-提言 | mening; idee; gedachtegoed; voorstel |
teiginsuru-低吟する | neuriën; zachtjes [binnensmonds] zingen |
teikubakku-テイクバック | (tennis) armbeweging naar achteren |
teisenmeirei-停戦命令 | een opdracht [order] tot een staakt-het-vuren |
tekisei-敵勢 | gevechtskracht van de vijand; vijandelijke strijdkrachten |
tekketsu-鉄血 | (lett. ijzer en bloed) sterke krijgsmacht (verwijzing naar een toespraak van Bismarck van Pruisen) |
tekkusu-テックス | zachte vezelplaat |
tekuse-手癖 | diefachtig zijn; lange vingers hebben (fig.) |
temadoru-手間取る | meer tijd en moeite kosten dan verwacht |
ten-点 | onderwerp; punt (van aandacht); standpunt; aspect; opzicht |
tenaga-手長 | lange vingers; diefachtig zijn; een dief (iemand met lange vingers) |
tenanto-テナント | huurder; pachter |
tenka-天下 | de overheid [regering; regerende macht] van een land |
tenkiyohō-天気予報 | weerbericht; weersvoorspelling; weersverwachting |
tenmado-天窓 | een gerecht waarbij er op gebakken noedels (soba of udon) een (zacht) gekookt of gebakken ei wordt gelegd |
tenmei-天命 | levensduur; levensverwachting |
tenmondai-天文台 | sterrenwacht; observatorium |
tenouchi-手の内 | (onder) controle; macht |
tenrai-天籟 | prachtige [voortreffelijke] poëzie |
tenshon-テンション | (emotionele) spanning; gespannenheid; zenuwachtigheid |
tentekisenseki-点滴穿石 | met beperkte kracht [middelen] grote dingen bereiken |
tenuki-手抜き | slordigheid; nalatigheid; onachtzaamheid |
tera-テラ | tera (biljoenvoud: 10 tot de 12de macht) |
tēruraito-テールライト | achterlicht |
tēruranpu-テールランプ | achterlicht |
tēru・endo-テール・エンド | achterste deel; sluitstuk; uiteinde |
tesagyō-手作業 | handwerk; ambacht (enkel met handgereedschappen) |
tesshō-徹宵 | de hele nacht (opblijven) |
tetoriashitori-手取り足取り | aandachtig; oplettend |
tetsudōin-鉄道員 | spoorwegpersoneel; spoorwegman; spoor(weg)wachter; stationschef |
tetsuya-徹夜 | het een hele nacht opblijven [wakker blijven; waken; doorhalen; doorwerken] |
tetsuyasuru-徹夜する | de hele nacht doorwerken [doorhalen; waken; wakker blijven] |
tezaiku-手細工 | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
tōban-当番 | dienst; surveillance; (in) diensttijd; (op) wacht; wachter |
tobiiri-飛び入り | het inspringen; op het laatste moment [onverwacht] meedoen |
tobikomi-飛び込み | plotselinge [onverwachte] binnenkomst [verschijning] |
tōchakuyoteijikoku-到着予定時刻 | geschatte [verwachte] aankomsttijd |
tochikujō-屠畜場 | slachthuis; slachterij; abattoir |
tōgōsanbōhonbu-統合参謀本部 | de gezamenlijke stafchefs (van de Amerikaanse strijdkrachten) |
tōgyo-統御 | machtspositie; heerschappij; controle; beheer |
tōkan-盗汗 | (med.) nachtelijk zweten |
tōketsusuru-凍結する | (fig.) bevriezen (b.v. van tegoeden); iets in de wachtstand zetten |
tōki-陶器 | (zacht) porselein (aardewerk); keramiek |
tokoiri-床入り | de consummatie {eerste geslachtsdaad) van een huwelijk |
tokumu-特務 | bijzondere opdracht; speciale taak |
tomaru-泊まる | logeren; overnachten; verblijven |
tomo-艫 | (van een schip) achtersteven; hek; spiegel |
tomoe-巴 | een (familie)wapen met komma-achtige figuren binnen een cirkel |
tomomachi-供待ち | wachtruimte voor dienaren (die op hun meester wachten) |
tomomachi-供待ち | (ook de benaming voor) dienaren (die op hun meester wachten) |
tomomachi-供待ち | plaats waar bedienden [chauffeurs, etc.] wachten op de gasten |
ton-頓 | plotseling; snel en onverwacht |
tonchakusuru-頓着する | bezorgd zijn (over); aandacht hebben (voor); attent zijn |
tondemonai-とんでもない | buitengewoon; onverwacht; uitzonderlijk |
tondemonai-とんでもない | (de woorden van een ander krachtig ontkennend) in geen geval; dat is niet waar; echt [absoluut] niet! |
tooboe-遠吠え | achterklap; kwaadsprekerij; geroddel |
torakkuutenshu-トラック運転手 | vrachtwagenchauffeur; vrachtwagenbestuurder |
toreddo-トレッド | wielbasis (afstand tussen voor- en achterwielen) |
torikobosu-取り零す | (onverwacht) verliezen (van een makkelijke tegenstander) |
torime-鳥目 | nachtblindheid |
torimochi-鳥黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
torinokosu-取り残す | (deels) achterlaten |
toritateru-取り立てる | benadrukken; zich richten op; de aandacht richten op |
toritsuku-取り付く | bezeten [geobsedeerd] zijn; ten prooi vallen aan; het slachtoffer worden van (een ziekte, etc.) |
toruku-トルク | krachtmoment |
tosatsu-屠殺 | het slachten van dieren (voor vlees) |
toshikoshi-年越し | oudejaarsavond; oudejaarsnacht; einde van het oude jaar en begin van het nieuwe jaar |
totetsumonai-途轍もない | enorm; reusachtig; buitensporig; extreem; extravagant |
totsugu-嫁ぐ | (arch.) geslachtsgemeenschap hebben |
totsujo-突如 | plotseling; onverwachts |
totsuzen-突然 | plotseling [onverwacht] zijn |
totsuzenshi-突然死 | plotselinge dood; onverwacht overlijden |
tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
tsugitsugi-次次 | opeenvolgend; een voor een; achtereenvolgens |
tsūgyō-通暁 | de hele nacht opblijven |
tsui-追 | (in kanji combinaties) inhalen; achtervolgen; opjagen; (ver)volgen; verdrijven |
tsuibi-追尾 | achtervolging |
tsuikyū-追求 | het streven; najagen; de jacht (fig.) op |
tsuikyūsuru-追求する | (na)streven; najagen; trachten te bereiken |
tsuinin-追認 | ratificatie; bekrachtiging; bevestiging |
tsuiseki-追跡 | achtervolging; opsporing |
tsuiso-追訴 | een aanvullende aanklacht |
tsuitemawaru-付いて回る | gevolgd [vergezeld; achtervolgd; geteisterd] worden |
tsukedasu-付け出す | vracht (laden en) verzenden |
tsukedokoro-付け所 | aandachtspunt; observatiepunt |
tsukiyo-月夜 | door de maan verlichte nacht; maannacht |
tsuku-漬く | gekruid [op smaak gebracht] zijn |
tsumahajiki-爪弾き | uitsluiting; minachting; verwerping; versmading |
tsumahajikisuru-爪弾きする | schuwen; mijden; ontlopen; uitsluiten; minachten; verwerpen; versmaden |
tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
tsumesho-詰め所 | standplaats; wachtpost; kantoor; stafkamer |
tsuminokoshi-積み残し | restant; achtergebleven bagage [vracht] |
tsunoru-募る | in hevigheid [kracht] toenemen; sterker [heftiger] worden |
tsuranikui-面憎い | lelijk; walgelijk; hatelijk; verfoeilijk; verachtelijk; ergerlijk |
tsūretsu-痛烈 | scherp [hevig; krachtig; bitter; snijdend; bijtend] zijn |
tsurutsuru-つるつる | (onomatopee) glad; zacht; glibberig; vettig; slurpend |
tsutome-勤め | plicht; verplichting; taak; opdracht; werk; dienst |
tsuyoki-強気 | kracht; zelfvertrouwen |
tsuzukete-続けて | achtereen; opeenvolgend; achterelkaar |
ube-宜 | (wordt gebruikt als bevestiging) waarlijk; waarachtig; inderdaad; echt |
uchibori-内堀 | binnenste slotgracht [burchtgracht] |
uchihatasu-討ち果たす | doden; (af)slachten |
uchikasanaru-打ち重なる | opstapelen; opeenvolgen; achter elkaar komen |
uchishizumu-打ち沈む | gedeprimeerd [ontmoedigd; neerslachtig; terneergeslagen] zijn |
udedate-腕立て | pronken met je fysieke kracht; vertrouwen op je fysieke kracht (in een gevecht, b.v.) |
ueru-飢える | hunkeren; verlangen; smachten naar |
uētingu・rūmu-ウエーティング・ルーム | wachtkamer |
uētingu・sākuru-ウエーティング・サークル | in honkbal, het gedeelte van het veld (schuin achter de thuisplaat) waar de volgende slagman wacht |
ukemochi-受け持ち | opdracht; taak; opgave |
ukemotsu-受け持つ | (een taak) op zich nemen [uitvoeren]; (een opdracht) aannemen |
ukidasu-浮き出す | opvallen; afsteken tegen (b.v. een achtergrond) |
ukkari-うっかり | (onomatopee) vergeetachtig; afwezig; gedachtenloos; onbewust; ongemerkt |
ukkarimono-うっかり者 | een verstrooide [vergeetachtige] persoon |
umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
umizuki-産み月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
unaji-項 | (de achterkant van) de nek |
unchin-運賃 | vervoerstarief; verzendkosten; vrachtkosten |
undōryō-運動量 | impuls; stuwkracht; momentum |
unga-運河 | kanaal; waterweg; gracht |
un'enkagan-雲煙過眼 | vluchtige [snel voorbijgaande] dingen [gedachten] (zoals wolken en rook) |
ura-裏 | de achterkant; onderkant; binnenkant; verkeerde kant |
urabanashi-裏話 | het verhaal achter iets; inside story |
uradana-裏店 | een huis in een achterstraatje [steegje] |
uradana-裏店 | een winkelpand [handelshuis] met het woonhuis aan de achterkant |
uragawa-裏側 | de achterkant; de andere kant |
uraguchi-裏口 | achterdeur; achteringang |
uraguchi-裏口 | (fig.) achterdeur; illegaal binnenkomen; op frauduleuze wijze doen; toegang (tot universiteit, bedrijf, e.d.) zonder te voldoen aan toelatingseisen |
uraguchi-裏口 | bergbeklimming via de achterzijde van een berghelling |
urajōmen-裏正面 | achterkant; achtergevel |
urakata-裏方 | (in het theater) personeel dat achter de schermen werkt |
urakido-裏木戸 | achterpoort; achteringang; achterdeur |
uramachi-裏町 | achterafstraten; zijstraatjes; achterafsteegjes; achterbuurt |
uramigoto-恨み言 | wrok; misgunning; klacht |
uramon-裏門 | achterpoort; achteringang |
uraniwa-裏庭 | achtertuin |
uraomote-裏表 | achterkant en voorkant; binnenkant en buitenkant; twee [beide] kanten |
uraraka-麗らか | een mooie [heldere; zonnige] dag; prachtig weer |
urate-裏手 | achterkant |
urayama-裏山 | berg aan de achterzijde [achterkant] (van iemands huis, dorp, etc.) |
ūrī・nairon-ウーリー・ナイロン | wollige [wolachtige] nylon (draad) |
uron-胡乱 | verdacht [dubieus; twijfelachtig] zijn |
usa-憂さ | somberheid; zwaarmoedigheid; droefgeestigheid; neerslachtigheid; melancholie; weemoed |
ushiro-後ろ | achterkant; achter |
ushirogami-後ろ髪 | haar op de achterkant van het hoofd |
ushirogeri-後ろ蹴り | (judo) een trap naar achteren |
ushirokizu-後ろ傷 | beschadiging aan de achterzijde (b.v. van een auto) |
ushiromae-後ろ前 | achterstevoren |
ushiromigoro-後身頃 | achterpand (van Japanse kleding) |
ushiromuki-後ろ向き | achteruit; achterwaarts; rugwaarts |
ushiroukemi-後受身 | een val achterover; achterover vallen |
ushiroyubi-後ろ指 | geroddel; gepraat achter iemands rug |
usukuchi-薄口 | zachte smaak; licht op smaak gebracht |
usumeru-薄める | verzachten; afzwakken |
utagaibukai-疑い深い | achterdochtig |
utagawashii-疑わしい | twijfelachtig; verdacht; onzeker; betwistbaar; onbetrouwbaar |
uten-雨天 | regenachtig weer; regenachtige dag |
utsuribashi-移り箸 | eetstokjes waarmee achter elkaar iets uit verschillende gerechten wordt aangeraakt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
uttaeru-訴える | onder de aandacht van iemand brengen; ter sprake [te berde] brengen |
uttaeru-訴える | klagen; een klacht indienen; zich beklagen |
uwanori-上乗り | het begeleiden [de begeleider; opzichter] van goederen [vracht; lading] tijdens transport |
uwazumi-上積み | extra vracht bovenop de lading (van een schip, auto, etc); bovenste lading; deklading (van een schip) |
uyamau-敬う | respecteren; respect tonen; eren; hoogachten |
uzumaku-渦巻く | overspoelen (gevoelens, gedachten, e.d.) |
uzuuzusuru-うずうずする | (onomatopee) staan te popelen; ongeduldig wachten; je handen jeuken |
wagō-和合 | harmonie; eensgezindheid; eendracht; eenheid; vrede |
wakusei-惑星 | een outsider; onverwachte kanshebber [mededinger] |
wanman-ワンマン | één man die de leiding heeft [die alle macht naar zich toetrekt]; tiran; dictator |
wari-割り | opdracht; toewijzing |
warizerifu-割り台詞 | in Kabuki, twee acteurs die (in een monoloog) dezelfde gedachten uiten onafhankelijk [onbewust] van elkaar |
warubireru-悪びれる | (dit w.w. wordt gebruikt in ontkennende zinnen) te verlegen zijn; zich klein [minderwaardig] voelen; rusteloos [zenuwachtig] zijn |
warudome-悪止め | uit alle macht (iemand) proberen tegen te houden |
wasuremono-忘れ物 | iets dat verloren [vergeten; achtergelaten] is; gevonden voorwerp(en) |
wasureppoi-忘れっぽい | vergeetachtig |
watauchi-綿打ち | het katoen-kloppen (waarbij katoen zacht (en schoon) wordt gemaakt door erop te kloppen) |
wotchiman-ウォッチマン | wachter; bewaker; uitkijk |
wotchingu-ウオッチング | het bekijken; toekijken; de wacht houden |
wotchiwādo-ウォッチワード | wachtwoord; leuze; slogan; parool |
ya-夜 | (in kanji combinaties) nacht; avond |
ya-矢 | pijl; schacht (van een pijl) |
yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
yabuhebi-藪蛇 | (lett. slang in het struikgewas) lastige [netelige] situatie; onverwachte problemen |
yachō-夜鳥 | nachtvogel |
yachū-夜中 | middernacht; (midden) in de nacht |
yadake-矢竹 | bamboe pijlschacht |
yae-八重 | achtvoud; meerlaags [meerlagig]; dubbel (bloem) |
yagurumasō-矢車草 | schout-bij-nacht (plant: Rodgersia podophylla) |
yagyō-夜業 | nachtdienst; nachtwerk |
yahan-夜半 | middernacht; midden in de nacht |
yahari-矢張り | zoals verwacht; zoals te voorzien was; logischerwijs |
yain-夜陰 | nachtelijke duisternis |
yakan-夜間 | 's nachts (van zonsondergang tot zonsopgang) |
yakazu-矢数 | een krijgskunst waarbij zoveel mogelijk pijlen achter elkaar geschoten worden |
yakei-夜景 | aanzicht [uitzicht] bij nacht; nachtelijk aanzicht [uitzicht] |
yakei-夜警 | nachtwake; nachtwacht; nachtwaker |
yaki-夜気 | nachtlucht; koele avondlucht |
yakin-夜勤 | nachtdienst; nachtploeg |
yakitsuku-焼き付く | in het geheugen gegrift zijn; een diepe indruk achterlaten |
yakō-夜行 | nachtreis; nachtelijke reis |
yakō-夜行 | nachtronde; patrouille in de nacht |
yakō-夜行 | nachtleven; nachtelijk uitgaansleven |
yakō-夜行 | (afk. voor) nachttrein |
yakōressha-夜行列車 | nachttrein |
yakushu-薬酒 | medicijndrank; geneeskrachtige [medicinale] drank |
yakusō-薬草 | geneeskruiden; geneeskrachtige kruiden |
yakutō-薬湯 | geneeskrachtig bad |
yamaban-山番 | berggids; boswachter |
yamagari-山狩り | jacht [jagen] in de bergen |
yamamayu-山繭 | een nachtpauwoog vlinder (Antheraea yamamai) |
yamanote-山の手 | heuvelachtige buitenwijk van een stad |
yamate-山手 | heuvelachtige buitenwijk van een stad |
yamigasuri-闇絣 | een katoenen stof met een klein, onregelmatig vlekkenpatroon op een donkere achtergrond |
yaminoyo-闇の夜 | een donkere (maanloze) nacht |
yamishōgun-闇将軍 | iemand die de macht heeft in de onderwereld; de baas van de gangsters; iemand die in het geheim (achter de schermen) de macht in handen heeft |
yamiyo-闇夜 | een donkere [maanloze] nacht |
yamōshō-夜盲症 | nachtblindheid |
yangu・pawā-ヤング・パワー | de kracht van jongeren |
yangu・ritchi-ヤング・リッチ | de jonge rijken; koopkrachtige jongeren |
yappari-矢っ張り | zoals ik dacht; zoals verwacht |
yappashi-やっぱし | zoals ik dacht ; zoals verwacht |
yasaotoko-優男 | een vriendelijke [zachtaardige] man |
yasen-夜戦 | nachtelijke gevechten [oorlog] |
yaseude-瘦せ腕 | weinig levenskracht en vaardigheden hebben |
yashoku-夜色 | avondscène; nachtelijk tafereel; de kleurschakeringen van de nacht |
yashoku-夜食 | hapje [versnapering] in de avond of nacht; souper |
yashū-夜襲 | nachtaanval; aanval [overval] in de nacht |
yasoji-八十路 | 80 [tachtig] jaar |
yasume-安め | goedkoper zijn; lagere prijzen dan verwacht |
yasushi-安し | makkelijk; zacht; licht |
yasuukeai-安請け合い | een ondoordachte [lichtvaardige] belofte |
yatō-夜灯 | nachtlamp; nachtlantaarn (als straatverlichting e.d.) |
yatō-夜盗 | een nachtelijke inbraak [inbreker; indringer] |
yatsu-八つ | acht (stuks) |
yattsukeru-やっつける | en aanval plaatsen; aanvallen; achter iemand aangaan; (neer)slaan; verslaan; opruimen; vermoorden |
yawahada-柔肌 | (jonge) zachte huid |
yawarageru-和らげる | verzachten; matigen; verlichten |
yawarakai-柔らかい | zacht; buigzaam; flexibel; soepel |
yazen-夜前 | gisteravond; gisternacht |
yō-妖 | (in kanji combinaties) charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk; betoverend; mysterieus; spookachtig; verdacht |
yoasobi-夜遊び | het uitgaansleven; nachtleven |
yoban-夜番 | nachtwacht; nachtwaker |
yōchi-幼稚 | kinderachtigheid; kinderlijkheid |
yōchūijinbutsu-要注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
yodooshi-夜通し | de hele nacht; gedurende de nacht |
yofukashi-夜更かし | het nachtbraken |
yofune-夜船 | nachtboot; een schip dat in de nacht vaart |
yogake-夜駆け | nachtelijke aanval [inbraak] |
yōgi-容疑 | verdenking; aanklacht; beschuldiging |
yogiri-夜霧 | avondmist; avondnevel; nachtelijke mist |
yogisha-夜汽車 | nachttrein |
yōgisha-容疑者 | verdachte; vermoedelijke dader |
yogoto-夜毎 | elke nacht; nachtelijk |
yōhi-羊皮 | schapenvacht |
yohō-予報 | voorspelling; verwachting |
yōjinbō-用心棒 | lijfwacht; bodyguard; bewaker; uitsmijter |
yojō-余情 | implicaties; suggesties; suggestief zijn; emoties oproepen; blijvende indruk achterlaten |
yōkan'iro-羊羹色 | de (roestachtige) kleur die ontstaat wanneer kleuren als zwart en paars vervagen |
yokaze-夜風 | nachtwind; avondbries |
yoken-予見 | verwachting; voorspelling; prognose; voorkennis |
yoki-予期 | anticipatie; verwachting |
yōki-妖姫 | een sprookjesachtig mooie vrouw; een betoverende schoonheid |
yōki-妖気 | angstaanjagende [griezelige; spookachtige] sfeer |
yokotawaru-横たわる | in de weg staan; te wachten staan |
yokusan-翼賛 | krachtige ondersteuning [hulp; bijstand] |
yomatsuri-夜祭り | nachtfestival; nachtfeest |
yomawari-夜回り | nachtwacht; nachtwaker |
yome-夜目 | in het donker; in duisternis; bij nacht |
yomifukeru-読み耽る | aandachtig [geconcentreerd] lezen; verdiept zijn in het lezen |
yomitoru-読み取る | gedachten lezen; tussen de regels door lezen |
yomosugara-夜もすがら | de hele nacht (door) |
yōmuki-用向き | af te handelen taak [zaak]; opdracht |
yonaga-夜長 | een lange (herfst)nacht |
yonaka-夜中 | middernacht; (midden) in in de nacht |
yonige-夜逃げ | het in de nacht (alles in de steek laten en) op de vlucht slaan |
yoppite-夜っぴて | de hele nacht (door); gedurende de (hele) nacht |
yoru-夜 | avond; nacht |
yosamu-夜寒 | avondkou; nachtelijke kou |
yosō-予想 | verwachting; vooruitzicht; voorspelling; veronderstelling |
yosōgai-予想外 | niet verwacht; onvoorzien |
yosōhaitōritsu-予想配当率 | verwacht percentage dividend |
yosoku-予測 | voorspelling; verwachting; (in)schatting |
yosōrieki-予想利益 | geschatte [verwachte] winst |
yosōsaikōkion-予想最高気温 | verwachte maximum temperatuur |
yosōsuru-予想する | verwachten; veronderstellen; voorspellen |
yossōaiteikion-予想最低気温 | verwachte minimum temperatuur |
yotō-与党 | regeringspartij; de partij die aan de macht is |
yotsuyu-夜露 | nachtdauw |
yotteru-ヨッテル | yachtel, een hotel op een jacht (combinatie van yacht en hotel) |
yotto-ヨット | jacht (grote boot) |
yotto・hābā-ヨット・ハーバー | een jachthaven |
youchi-夜討ち | nachtelijke aanval [inbraak] |
yowa-夜半 | middernacht; midden in de nacht |
yowane-弱音 | zacht [zwak] geklaag; gejammer |
yozakura-夜桜 | (het kijken naar) kersenbloesems in de nacht |
yūdai-雄大 | groots [prachtig; majestueus; magnifiek; indrukwekkend; imposant] zijn |
yudooshi-湯通し | het weken van stof [kleding] in lauw water (om zacht te maken) |
yūfuku-裕福 | rijk [vermogend; kapitaalkrachtig] zijn |
yūhan-雄藩 | een machtige (feodale) clan (tijdens de Edo-periode) |
yūin-誘引 | aantrekkingskracht; verleiding; bekoring |
yujō-油状 | olieachtige substantie |
yūkashōkenjōtoeki-有価証券譲渡益 | winst gemaakt op overdracht van effecten |
yūkei-雄勁 | krachtig zijn |
yukimoyoi-雪催い | dreigende [verwachte] sneeuwval |
yukiusagi-雪兎 | sneeuwhaas (Lepus timidus, heeft 's winters een witte vacht) |
yūkon-雄渾 | grootsheid; kracht; pracht |
yukurinaku-ゆくりなく | onverwacht |
yunikōn-ユニコーン | eenhoorn (fabelachtig dier) |
yurugase-忽せ | onachtzaam [onzorgvuldig] zijn |
yurui-緩い | los(jes); zacht; mild; vrijgevig |
yurui-緩い | zacht [langzaam] hellend (dakvlak, helling, e.d.) |
yūryō-遊猟 | de jacht; het jagen |
yūryōchi-遊猟地 | jachtgebied |
yūryoku-有力 | daadkracht; macht; invloed; gezag |
yūsei-有性 | sekse; kunne; geslacht |
yusei-油性 | op oliebasis; olieachtig zijn |
yūseigachi-優勢勝ち | (judo) overwinning door overmacht [bij scheidsrechter's besluit] |
yushi-諭旨 | het meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
yushisuru-諭旨する | meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
yūzūmuge-融通無碍 | onbevangenheid; buigzaamheid; veerkrachtigheid; veelzijdigheid |
zaijō-罪状 | strafrechtelijke aanklacht |
zanmu-残務 | werkachterstand; werk dat is blijven liggen; resterende [ongedane] werkzaamheden; dingen die nog gedaan moeten worden |
zanryū-残留 | het resteren; overblijven; achterblijven |
zanryūsuru-残留する | resteren; overblijven; achterblijven |
zantō-残党 | de overlevenden; overgeblevenen; achterblijvers |
zashikiwarashi-座敷童 | (Tohoku-regio in de prefectuur Iwate) geestachtige wezens, vaak in de verschijning van een jong kind met een rood gezicht en kortgeknipt haar |
zeisei-税政 | Belastingdienst (de uitvoerende macht die te maken heeft met belastingen) |
zekka-絶佳 | prachtig [imposant] zijn |
zekkei-絶景 | prachtig uitzicht; schitterend landschap |
zekkō-絶好 | perfectie; pracht |
zen-前 | (als achtervoegsel) voor; voorheen; geleden |
zen-然 | (als achtervoegsel) -achtig; in de toestand van...; zoals... |
zenchizennō-全知全能 | alwetendheid en almacht; alles weten en alles kunnen |
zengo-前後 | de voor- en achterkant; rondom |
zenken-全権 | complete autoriteit; absolute macht |
zenkenkōshi-全権公使 | gevolmachtigd minister |
zenkentaishi-全権大使 | gevolmachtigd ambassadeur |
zenken'iin-全権委員 | een gevolmachtigde (persoon) |
zennō-全能 | almacht; omnipotentie |
zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
zenreki-前歴 | iemands verleden; achtergrond; historie |
zenryoku-全力 | totale kracht [energie; macht]; alle mogelijke inspanningen |
zenshinzenrei-全身全霊 | met hart en ziel; van ganser harte; met grote toewijding; uit alle macht |
zen'ya-前夜 | gisteravond; gisternacht; de vorige avond [nacht] |
zerachinshitsuno-ゼラチン質の | gelatineachtig; geleiachtig; gelatineus |
zesshō-絶勝 | prachtig landschap [natuurschoon] |
zesshō-絶勝 | weergaloos [prachtig; geweldig] zijn |
zesshō-絶唱 | prachtig [uitmuntend; mooi] gedicht of lied |
zokuji-俗耳 | de aandacht [het gehoor] van het grote publiek |
zokujinshugi-属人主義 | het principe dat het strafrecht van het land van herkomst van de dader moet worden toegepast, ongeacht waar het misdrijf heeft plaatsgevonden |
zokusei-俗姓 | seculiere [wereldse] achternaam van een monnik |
zonbun-存分 | (helemaal) zoals gewenst [gedacht; bedoeld] is |
zongai-存外 | boven verwachting; tegen de verwachting in |
zon'i-存意 | gedachte; mening |
zōsui-雑炊 | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
zuba-ずば | (achtervoegsel) als het niet...; zo niet |
zuikan-随感 | incidentele indrukken; willekeurige gedachten |
zuisō-随想 | vrije [losse] bespiegelingen [gedachten; herinneringen] |
zukeru-付ける | (achtervoegsel) drukt uit de intentie om iets te doen |
zuku-ずく | (achtervoegsel) drukt de intentie uit (om iets te doen) |
zuku-付く | (achtervoegsel) ...worden |
zukume-ずくめ | (achtervoegsel) geheel (en al); totaal; niets dan |
zume-詰め | (achtervoegsel bij werkwoord) geeft aan dat de actie [handeling; situatie] doorgaat |
zume-詰め | (achtervoegsel) ingepakt; volgepakt; gevuld |
zunba-ずんば | (achtervoegsel om de betekenis te versterken) als het niet zo is dat...; ware het niet dat... |
zuni-ずに | (achtervoegsel) zonder te; niet doende |
zurai-づらい | (achtervoegsel) moeilijk om te ... |
zurō-杜漏 | onachtzaamheid; slordigheid; nalatigheid |