| fukinukeru-吹き抜ける | doorheen [overheen] waaien [blazen] |
| fumikoeru-踏み越える | overheen stappen; overschrijden |
| kigake-来掛け | onderweg; heenweg; op weg (hierheen) |
| konata-此方 | deze kant (op); hierheen |
| mikoshi-見越し | het overheen kijken; uitkijken (over) |
| miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
| nuritsubusu-塗り潰す | overschilderen; (ergens) overheen schilderen; volledig met verf bedekken |
| ōro-往路 | heenreis; heenweg; de weg erheen [naar een bestemming] |
| uōsaō-右往左往 | verward ronddwalen; alle kanten opgaan; dan weer hierheen dan weer daarheen |