Kruisverwijzing
egge
lemma | meaning |
---|---|
anpera-アンペラ | (Maleis) ampela, een vaste plant van de zeggefamilie |
aonokeru-仰のける | naar boven draaien; omdraaien [openleggen] (van een kaart b.v.) |
appakusuru-圧迫する | drukken; onderdrukken; dwingen; een zware druk leggen (op); onder druk zetten |
arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
atekoto-当て言 | iets op een genuanceerde manier zeggen (zonder kwade bedoelingen) |
atezuppō-当てずっぽう | een ruwe schatting; een wilde gok; willekeurig [in 't wilde weg] iets doen [zeggen] |
baiboku-売卜 | waarzeggerij; toekomstvoorspelling |
bakusuru-縛する | beperken; aan banden leggen; (vrijheid) inperken; in toom houden |
bakusuru-駁する | weerleggen; tegenspreken |
bokuzei-卜筮 | waarzeggerij |
bosshūsuru-没収する | in beslag nemen; confisqueren; beslag leggen op; verbeurdverklaren |
busso-仏祖 | de grondlegger van het boeddhisme (Shakyamuni) |
chigiru-契る | (plechtig) beloven; een gelofte doen; een eed afleggen; zweren |
chikau-誓う | zweren; plechtig beloven; een eed afleggen |
chīmumēto-チームメート | teamgenoot; ploeggenoot |
chonbo-ちょんぼ | (Mahjong) een mogelijk winnende steen verkeerd leggen |
chūryaku-中略 | inkorting van een citaat in het midden; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het middengedeelte weggelaten worden |
damarikokuru-黙りこくる | in stilzwijgen verzinken; stilvallen; niets meer zeggen |
damarikomu-黙り込む | zwijgen; de mond houden; niets (meer) zeggen |
damaru-黙る | zwijgen; niets zeggen; stil zijn [worden]; je mond houden |
danchigaiheikōbō-段違い平行棒 | brug met ongelijke leggers (turnen) |
dashiire-出し入れ | (geld) storting en opname; het inleggen en uithalen |
dasshusuru-奪取する | veroveren; gevangennemen; beslag leggen; innemen; afpakken |
deddo・bōru-デッド・ボール | (honkbal) een dode bal (het stilleggen van de wedstrijd door de scheidsrechter (b.v. als de slagman wordt geraakt door de worp van de pitcher) |
demakase-出任せ | gedachteloze opmerking; het iets zeggen zonder nadenken |
denbun-伝聞 | gerucht; informatie van horen zeggen [uit de tweede hand] |
ennogyōja-役行者 | En no Gyōja, de grondlegger van het Shugendo |
etoki-絵解き | iets uitleggen aan de hand van [met behulp van] een illustratie |
fugenfugo-不言不語 | stilte; stilzwijgen; zonder iets te zeggen |
fukitobu-吹き飛ぶ | weggeblazen worden |
furaikyū-フライ級 | (boksen) vlieggewicht |
fuseru-伏せる | ondersteboven leggen; omdraaien |
fūsetsu-風説 | gerucht; roddel; iets van horen zeggen |
fusetsusuru-敷設する | (een weg, e.d.) aanleggen; bouwen |
fushinsuru-普請する | bouwen; aanleggen; vervaardigen |
futtobu-吹っ飛ぶ | weggeblazen worden |
gakurekihenchō-学歴偏重 | overdreven nadruk leggen op [belang hechten aan] (academische) kwalificaties |
garyōtensei-画竜点睛 | de laatste hand leggen aan iets; laatste afwerking; finishing touch |
garyūtensei-画竜点睛 | de laatste hand leggen aan iets; laatste afwerking; finishing touch |
gen-言 | (on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
gon-言 | (de on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
guramā・sutokku-グラマー・ストック | glamour stock, een aandeel dat in de belangstelling staat van beleggers, media en analisten |
gyōja-行者 | (afk. voor) En no Gyōja, de grondlegger van het Shugendo |
hanashi-話 | het praten [zeggen; spreken]; gepraat; conversatie; gesprek |
hanashiau-話し合う | overleggen; discussiëren |
hanasu-話す | spreken; praten; zeggen; (in een bepaalde taal) spreken |
hanasu-話す | (iem. overreden door) het uitleggen |
hashioki-箸置き | eetstokjeslegger; eetstokjes houder |
hassei-発声 | uiting; vocalisatie; hardop zeggen |
hatsugen-発言 | spreken, zeggen; zich uiten |
hazureru-外れる | weggelaten [verwijderd] worden (uit) |
heikōbō-平行棒 | (bij turnen) brug met gelijke leggers |
heishisuru-斃死する | sterven; overlijden; doodgaan; doodvallen; het loodje leggen |
hissageru-引っ提げる | (iets) presenteren; voorleggen; onder de aandacht brengen |
hitokotosuru-一言する | wat [een paar woorden] zeggen; een korte opmerking maken |
hitosuji-一筋 | geconcentreerd zijn (op); toegewijd zijn; het zich toeleggen [richten] (op) |
hitozute-人伝 | informatie uit de tweede hand; van horen zeggen |
honke-本家 | herkomst; oorsprong; grondlegger; bedenker |
hottarakasu-ほったらかす | laten liggen; verwaarlozen; terzijde leggen; niet afmaken |
ieru-言える | (iets) kunnen (mogen) zeggen |
iiayamaru-言い誤る | zich verspreken; (iets) verkeerd [fout] zeggen |
iibun-言い分 | bewering; stelling; verklaring; wat je te zeggen hebt |
iifukumeru-言い含める | (iets) goed uitleggen; goede instructies geven |
iifurusu-言い古す | steeds hetzelfde zeggen; afgezaagde dingen zeggen; in clichés spreken |
iigakari-言いがかり | het zich verplichten (tot); iets toezeggen |
iiharu-言い張る | (stug) volhouden; beweren; blijven zeggen [herhalen] |
iikaeru-言い換える | iets anders [met andere woorden] zeggen |
iikaesu-言い返す | antwoorden; terugzeggen; een weerwoord hebben |
iikaneru-言い兼ねる | (iets) niet kunnen zeggen; (iets) niet durven te zeggen; aarzelen [twijfelen] om te zeggen |
iikikaseru-言い聞かせる | iem. iets laten doen [voorschrijven; opleggen]; iem. ergens op attenderen; waarschuwen |
iikomeru-言い籠める | de boventoon voeren (in een discussie); iem. het zwijgen opleggen |
iimorasu-言い漏らす | vergeten te vermelden; niet zeggen; iets verzwijgen |
iinasu-言い做す | iets laten klinken alsof; (iets zeggen en daarbij) de indruk wekken dat |
iinayamu-言い悩む | aarzelen [het moeilijk vinden] om te zeggen |
iinikui-言い難い | moeilijk om te zeggen; pijnlijk; delicaat; gênant |
iiotosu-言い落とす | vergeten [nalaten] te vertellen [vermelden; zeggen] |
iishiburu-言い渋る | aarzelen om te zeggen; met tegenzin spreken |
iisugiru-言い過ぎる | teveel zeggen; overdrijven |
iisuteru-言い捨てる | bij het weggaan nog (over je schouder) iets zeggen; een laatste opmerking maken (zonder op antwoord te wachten) |
iitsukeru-言いつける | gewend zijn om te zeggen; meestal zeggen |
iiwakesuru-言い訳する | zich excuseren [verdedigen; rechtvaardigen]; verantwoording afleggen |
iiwasureru-言い忘れる | vergeten te zeggen [vermelden] |
inshōteki-印象的 | veelzeggend [indrukwekkend] zijn |
iu-言う | zeggen; praten; spreken |
iunareba-言うなれば | zogezegd; bij wijze van spreken; om zo te zeggen |
iwazumogana-言わずもがな | het is beter er niets over te zeggen |
jisuru-辞する | weigeren; afzeggen |
jitsuwa-実は | in feite; feitelijk; trouwens; om de waarheid te zeggen |
jōyōkanji-常用漢字 | de officiële lijst van kanji die elke Japanse student tenminste moet kennen bij het afleggen van het examen voor het voortgezet onderwijs in Japan |
juken-受験 | het afleggen [maken] van een examen |
jukugisuru-熟議する | beraadslagen; overleggen; bespreken; te rade gaan |
kaimeisuru-解明する | ophelderen; verduidelijken; uitleggen |
kaisetsusha-解説者 | commentator; uitlegger |
kaishakusuru-解釈する | interpreteren; verklaren; uitleggen |
kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
kakuteisuru-確定する | besloten [bepaald; vastgesteld] worden; besluiten; vastleggen; ratificeren |
kangen-換言 | met ander woorden (zeggen); anders uitgedrukt |
kansō-完走 | (bij een hardlooprace) het afleggen van de gehele afstand (van startplaats tot finish); een race helemaal uitlopen |
kansuge-寒菅 | zegge (Carex morrowii) |
karanenbutsu-空念仏 | (alleen voor de vorm) een boeddhistisch gebed opzeggen zonder oprecht gevoel |
kasuru-嫁する | iemand anders de schuld geven; de verantwoording leggen bij iemand anders |
kataru-語る | voordragen; opzeggen; reciteren |
keisen-係船 | het afmeren [aanleggen] van een schip |
keisuru-刑する | (iem.) veroordelen tot [een vonnis opleggen van] een gevangenisstraf [doodstraf] |
keiyakukaijo-契約解除 | contractontbinding; opzeggen van een contract |
kengen-権限 | macht; zeggenschap; gezag |
kengenhan'i-権限範囲 | jurisdictie; binnen de zeggenschap [het gezag] van |
ketsuban-欠番 | ontbrekend [weggelaten; overgeslagen] nummer [getal] |
ketsuji-欠字 | weggelaten woord; omissie (in tekst); leemte |
kikantōshika-機関投資家 | institutionele investeerder [belegger] |
kikikajiru-聞き齧る | (iets) oppervlakkig kennen [weten]; (iets) alleen van horen zeggen weten |
kikitsutae-聞き伝え | gerucht; iets van horen zeggen |
kikitsutaeru-聞き伝える | het van anderen horen; informatie krijgen uit de tweede hand; iets weten van horen zeggen |
kizuku-築く | bouwen; oprichten; optrekken; opzetten; aanleggen; in elkaar zetten |
komichi-小道 | smalle weg; smal pad [paadje; weggetje; straatje; steegje] |
komittosuru-コミットする | zich inzetten; toegewijd zijn; zich toeleggen (op) |
kontorōru-コントロール | controle; zeggenschap; beheersing |
koroshimonku-殺し文句 | veelzeggende [beslissende] uitspraak; doorslaggevend argument |
kōryaku-後略 | inkorting van een citaat aan het eind; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen aan het einde weggelaten worden |
kōteisuru-肯定する | bevestigen; ja zeggen |
kuchibashiru-口走る | achteloos [onopzettelijk; zonder er bij na te denken] iets zeggen; eruit flappen |
kuchidomesuru-口止めする | iemand het zwijgen opleggen; iemand verbieden te spreken |
kuchifūji-口封じ | iemand laten [dwingen te] zwijgen (over iets); iemand het zwijgen opleggen |
kuchifūji-口封じ | (straattaal) iemand omleggen; laten slapen; voorgoed het zwijgen opleggen |
kuchimakase-口任せ | het iets zeggen zonder erbij na te denken; iets eruit flappen |
kūkyo-空虚 | leegte; leegheid; zinloosheid; nietszeggendheid |
kumihosu-汲み干す | droogleggen; afwateren; afvoeren; leeg hozen |
kyūkōsuru-休講する | een college [lezing] afzeggen [afgelasten] |
kyūsetsu-急設 | het snel [haastig] aanleggen [installeren] |
manbiki-万引き | winkeldief (m); winkeldievegge (v) |
matagiki-又聞き | gerucht; van horen zeggen |
mijukujishussan-未熟児出産 | vroeggeboorte; vroegtijdige geboorte |
mimau-見舞う | een ziekenbezoek [condoleancebezoek] afleggen |
mitsukurou-見繕う | voorbereiden; klaarmaken; klaarleggen |
modasu-黙す | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
mokumokuto-黙黙と | stilzwijgend; zwijgzaam; geruisloos; zonder iets te zeggen |
mokusuru-黙する | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
mōshiageru-申し上げる | (nederige vorm voor 言う) zeggen; spreken |
mōshikaneru-申し兼ねる | aarzelen [het moeilijk vinden] om iets te zeggen |
mōsu-申す | (nederig werkwoord voor 言う) zeggen; spreken |
nagasu-流す | aflasten; opzeggen |
nagedasu-投げ出す | weggeven; wegsmijten; rondstrooien |
nagekakeru-投げかける | ter sprake brengen; (aan iemand) voorleggen |
nekasu-寝かす | (iem.) neerleggen; in bed stoppen; laten slapen |
nekasu-寝かす | (iets) neerleggen; (ongebruikt) opzij zetten |
nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
nemuraseru-眠らせる | laten slapen; te slapen leggen; doen slapen |
nemurasu-眠らす | laten slapen; te slapen leggen; doen slapen |
noberu-述べる | vertellen; zeggen; vermelden; uitdrukken; verklaren |
ochiayu-落ち鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
omake-お負け | weggevertje (bv. bij een aankoop); extraatje; cadeau; bonus |
osagari-お下がり | afdankertje; afleggertje (van kledingstukken, speelgoed, e.d.)\ |
oshikiru-押し切る | tegenstand negeren; iem. zijn wil opleggen; zijn zin doordrukken |
oshitsukeru-押し付ける | iem. dwingen iets te doen; iem. zijn wil opleggen |
oshitsumeru-押し詰める | iets kort [bondig] zeggen |
ōshūsuru-押収する | confisqueren; in beslag nemen; beslag leggen (op) |
ossharu-仰る | (erend werkwoord voor 言う) zeggen; spreken |
otozureru-訪れる | bezoeken; een bezoek brengen [afleggen] |
raden-螺鈿 | raden, de techniek van het inleggen van dunne lagen parelmoer (b.v. in lakwerk) |
raitofuraikyū-ライトフライ級 | lichtvlieggewicht (gewichtsklasse boksen) |
rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
ryūshitsu-流失 | weggespoeld [meegesleurd] worden |
sadameru-定める | beslissen; besluiten; bepalen; vastleggen (datum, afspraak) |
sakimonogai-先物買い | het speculeren (bij beleggen) |
sarasu-晒す | onthullen; blootleggen |
sashidasu-差し出す | indienen; aanbieden; voorleggen |
seishi-制止 | controle; bedwang; beheersing; zeggenschap |
setsumeisuru-説明する | uitleggen; verduidelijken; aantonen |
shakusuru-釈する | uitleggen; verklaren; oplossen (raadsel); interpreteren |
shasuru-謝する | weigeren; afwijzen; afzeggen |
shibaru-縛る | beperken; aan banden leggen; (vrijheid) inperken; in toom houden |
shichiseki-七赤 | 7de van de 9 astrologische tekens in de Onmyōdō kosmologie (horoscoop en waarzeggerij; verwant aan planeet Venus, windrichting west en element metaal) |
shihōshiken-司法試験 | balie-examen (examen dat een advocaat moet afleggen om te worden toegelaten tot de balie van een rechtsgebied) |
shimau-仕舞う | opbergen; wegbergen; wegstoppen; wegleggen |
shin'yōtorihiki-信用取引 | krediettransactie; margehandel (beleggen met geleend geld) |
shiori-栞 | boekenlegger |
shishō-四生 | (boeddh.) de vier manieren van geboren worden (foetale geboorte (levendbarend); eiboorte (eierleggend), natte geboorte (uit vocht), en transformatie) |
shitajiki-下敷き | onderlegger (die je onder het papier legt om te kunnen schrijven) |
shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
shodai-初代 | de oprichter; grondlegger; stichter |
shōkodateru-証拠立てる | bewijsstuk voorleggen; bewijs leveren |
shūroku-収録 | het opnemen (muziek); vastleggen; filmen |
sōdansuru-相談する | raadplegen; bespreken; overleggen |
soemono-添え物 | gratis artikel; weggevertje |
sōgyōsha-創業者 | oprichter; stichter; grondlegger |
sōseiji-早生児 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; te vroeg geboren baby |
sōzan-早産 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; prematuur |
suge-菅 | zegge (een cypergrassoort) |
sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
tameru-貯める | sparen (geld); opzij leggen |
tanegami-種紙 | zijderups-eieren papier (papier waarop men zijderupsen eieren laat leggen) |
teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
tobokeru-惚ける | verstrooid [afwezig; vaag; nietszeggend] zijn |
tōjiru-投じる | zich toeleggen op; zich wijden aan; zich (enthousiast) ergens op storten |
tokiakasu-説き明かす | duidelijk maken; ophelderen; uitleggen |
toku-説く | uitleggen; uiteenzetten; verklaren |
torikesu-取り消す | afzeggen; opzeggen; terugtrekken; terugroepen; opheffen |
torinokeru-取り除ける | opzij leggen; reserveren |
torinozoku-取り除く | verwijderen; weghalen; wegleggen; apart leggen; opruimen |
torisageru-取り下げる | terugtrekken; afzeggen |
toritomeru-取り止める | annuleren; opzeggen; afzeggen |
toriyameru-取り止める | annuleren; afzeggen; intrekken |
tōshika-投資家 | investeerder; geldschieter; belegger |
tsukaeru-支える | (knielend) je handen voor je op de grond leggen (als groet, of voor het betonen van eer of spijt) |
tsuku-吐く | zeggen; vertellen; beweren |
tsumari-詰まり | kortom; namelijk; met andere woorden (m.a.w.); dat wil zeggen (d.w.z.) |
tsumitateru-積み立てる | (geld) sparen; verzamelen; opzij leggen |
tsutomeru-努める | pogen; wagen; zich inzetten (voor); zijn best doen; zich toeleggen op |
ukeuri-受け売り | het napraten; doorvertellen [herhalen] wat anderen zeggen |
umetateru-埋め立てる | droogleggen; inpolderen; terugwinnen |
uminooya-生みの親 | stichter; oprichter; grondlegger |
uranai-占い | waarzeggerij |
uranaishi-占い師 | waarzegger |
uranau-占う | waarzeggen; de toekomst voorspellen |
utsushi-写し | iets via een film [foto] vastleggen |
wa-話 | (in kanji combinaties) spreken; zeggen; vertellen; taal; woord; verhaall |
wakaisuru-和解する | zich verzoenen; verzoend worden (met); (ruzie) bijleggen |
yakiharau-焼き払う | (tot aan de grond toe) afbranden; geheel uitbranden; in de as leggen |
yameru-止める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
yameru-辞める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
yokotaeru-横たえる | (naast zich) neerleggen |
yudaneru-委ねる | zich inzetten (voor); zich overgeven (aan); zich toeleggen (op) |
yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
yūtai-勇退 | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillige pensioenering |
yūtaisuru-勇退する | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillig met pensioen gaan |
yuu-言う | zeggen; praten; vertellen; noemen |
zenryaku-前略 | inkorting van een citaat aan het begin; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het begin weggelaten worden |