Kruisverwijzing
eer
lemma | meaning |
---|---|
a-阿 | transliteratie van de eerste letter van het Sanskriet |
abaredasu-暴れ出す | onrustig [wild] (beginnen te) worden; beginnen tekeer te gaan |
abauto-アバウト | ongeveer; bij benadering |
abekobe-あべこべ | omgekeerd; binnenstebuiten; tegenovergesteld |
abura-油 | olie; vet; smeersel |
aburaderi-油照り | drukkend [zwoel; benauwd] zomerweer (zonder een zuchtje wind) |
aburagusuri-膏薬 | zalf; smeersel |
aburatsubo-油壺 | oliekan; oliebusje; smeerbus |
abusoryūtizumu-アブソリューティズム | absolutisme; alleenheerschappij |
adamu-アダム | Adam (naam van de eerste mens in de Bijbel) |
adoribu-アドリブ | (naar Latijn: ad libitum) ad lib; naar eigen believen [keuze]; improvisatie (zn); geïmproviseerd (bnw) |
aeka-あえか | (poëtische term) teerheid; zachtheid; vluchtigheid |
aenteppan-亜鉛鉄板 | gegalvaniseerd [verzinkt] plaatijzer |
agari-上がり | groene thee (geserveerd in een kop) |
agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
agaru-上がる | ontstaan; geproduceerd worden |
ageru-上げる | (aan een meerdere) geven; overhandigen |
agesage-上げ下げ | het op en neer gaan [halen; bewegen]; verhogen en verlagen |
agezen-上げ膳 | een maaltijd geserveerd krijgen |
agumu-倦む | het moe [zat] worden; interesse verliezen; er genoeg van hebben; er geen zin meer in hebben |
agura-胡坐 | kleermakerszit; lotushouding; met gekruiste benen (zitten) |
ahorichigi-阿呆律儀 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
ai-愛 | (boeddh.) begeerte; lust; gehechtheid aan wereldse dingen |
aideshi-相弟子 | medeleerling; medestudent; studiegenoot; jaargenoot |
aijaku-愛着 | (boeddh.) in de ban van [het niet kunnen loslaten van] begeerte [lust; verlangens] |
aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
aiken-愛犬 | het zeer goed verzorgen [vertroetelen] van een hond; het dol zijn op honden |
aikurushii-愛くるしい | zeer lieftallig; mooi; aantrekkelijk; lief(lijk); schattig |
aimatte-相俟って | samen; in samenwerking met; gecombineerd met |
ainori-相乗り | het met iemand meerijden; een gedeelde rit (in een taxi b.v.) |
aisai-愛妻 | de liefde [toewijding] (van een man) voor zijn echtgenote; zeer gesteld zijn op zijn echtgenote |
aishū-愛執 | (boeddh.) het te sterk gehecht zijn aan iets of iem.; begeerte |
aisozukashi-愛想尽かし | weerzin; aversie; afwijzing |
aisu-愛す | liefhebben; houden van; beminnen; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in |
aisuru-愛する | liefhebben; houden van; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in; belangrijk [waardevol] vinden; hoogachten; respect [bewonderi |
aiwa-哀話 | een droevig [triest] verhaal; een tragische episode [geschiedenis]; een zielig [deerniswekkend] verhaal |
aiyoku-愛欲 | passie; lust; (sexuele) begeerte; lichamelijke liefde |
aiyoku-愛欲 | (boeddh.) tezeer gehecht zijn aan wereldse zaken (o.a. familie) |
ai・shī-アイ・シー | (computerterm) IC, geïntegreerde schakeling (Integrated circuit) |
aka-赤 | (afk. voor) rood stoplicht [verkeerslicht] |
akagi-赤木 | een boom met rood hout (zoals pruim, palissander, kweepeer, e.d.) |
akakippu-赤切符 | proces verbaal (bij zware verkeerovertredingen) met mogelijke strafvervolging |
akaranpu-赤ランプ | rood (verkeers)licht; rode lamp |
akarasama-あからさま | op een openhartige [eerlijke; directe] manier |
akarui-明るい | goed geïnformeerd zijn |
akashingō-赤信号 | rood (stop)licht [verkeerslicht]; waarschuwingssignaal |
akatsuki-暁 | (in) het geval; wanneer |
akaunto・manējā-アカウント・マネージャー | account manager; account beheerder |
akesuke-明け透け | eerlijk [oprecht; openhartig] zijn |
akiaji-秋味 | zalm die in de herfst langs de kust wordt gevangen, vlak voordat hij terugkeert naar de rivieren om te paaien |
akibare-秋晴れ | helder herfstweer |
akinoōgi-秋の扇 | een waaier die niet meer wordt gebruikt wanneer het herfst wordt |
akka-悪化 | achteruitgang; verslechtering; degeneratie; neergang |
aku-悪 | afkeer; hekel; haat |
akubyōdō-悪平等 | gelijke behandeling van mensen ongeacht hun kwaliteiten; op valse [verkeerde] gronden gebaseerde gelijkheid |
akuchi-悪血 | slecht bloed (bloed dat door ziekte een verkeerde samenstelling heeft) |
akufū-悪風 | een storm; zeer harde wind |
akuhō-悪法 | (boeddh.) een slechte leer |
akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
akuseku-齷齪 | het zich bezig houden (met); druk in de weer zijn (met) |
akusekusuru-齷齪する | zich bezig houden (met); druk in de weer zijn (met) |
akusen-悪銭 | kwaad geld, d.w.z. geld dat op een verkeerde [misdadige; illegale] manier is verkregen [verdiend] |
akushu-悪手 | een verkeerde [slechte] zet bij een spel (bv. schaken of go) |
akusō-悪僧 | een monnik die zeer goed is in de krijgskunsten |
akuten-悪天 | slecht weer |
akutenkō-悪天候 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
akutoku-悪徳 | een oneerlijke [onrechtvaardige] daad; corruptie; verdorvenheid; onzedelijkheid |
akutokugyōsha-悪徳業者 | een corrupte [oneerlijke] handelaar |
akutokushōhō-悪徳商法 | een oneerlijke handelwijze |
akuyō-悪用 | misbruik; verkeerd gebruik |
akuyōsuru-悪用する | misbruiken; verkeerd gebruiken |
amacha-甘茶 | een Japanse kruidenthee gemaakt van gefermenteerde bladeren van Hydrangea macrophylla |
amakudari-天下り | neerdalen uit de hemel |
amamoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amamoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amari-余り | te; te zeer; zo(veel); meer dan (na getallen); buitengewoon; uiterst |
amazarashi-雨曝し | verweerd; aangetast [kaal geworden] door de regen |
amefuri-雨降り | regen; neerslag; regenachtig weer; regenweer |
amemoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
amemoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
an-案 | een ontwerp; concept; schets; klad (eerste versie) |
anadoru-侮る | neerkijken op; minachten; onderschatten |
anata-彼方 | eerder; vroeger; voorheen |
anbishasu-アンビシャス | ambitieus; eerzuchtig |
anbishon-アンビション | ambitie; eerzucht |
anda-安打 | (honkbal) een honkslag (die de slagman in staat stelt het eerste honk te bereiken, zelfs als er geen fout wordt gemaakt door de andere partij) |
ando-安堵 | erkenning van het recht op grondbezit van een samoerai (door een shogun of een feodale heer) |
anfea-アンフェア | oneerlijk |
anideshi-兄弟子 | ouderejaars; leerling [student] in hogere klas |
ankatto-アンカット | onverkort; ongecensureerd (film) |
ankun-暗君 | een domme heerser [vorst] |
annaisha-案内者 | gids; degene die voorgaat [leidt; de weg wijst]; iem. die goed geïnformeerd is |
anokata-彼の方 | (beleefd) die meneer; hij; die mevrouw; zij |
anshu-暗主 | een domme [dwaze] heerser [vorst] |
anten-暗転 | een verduistering op het toneel bij een scène- [decor] wisseling zonder het doek neer te laten |
anza-安座 | kleermakerszit; met gekruide benen [de benen over elkaar] zitten |
anzenkamisori-安全剃刀 | veiligheidsscheermes |
an・tsū・kā-アン・ツー・カー | all-weather wegdek [oppervlak]; (kunststof) baan die bestand is tegen alle weersinvloeden |
aokippu-青切符 | bekeuring (zonder strafvervolging) voor een lichte verkeersovertreding |
aomuke-仰向け | het naar boven gekeerd zijn; rugligging |
aotagai-青田買い | studenten een baan aanbieden al voordat zij afgestudeerd zijn |
araara-粗粗 | ongeveer; ruwweg; over het algemeen; min of meer |
arafō-アラフォー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
aragane-粗金 | erts; ongeraffineerd [ruw] metaal |
aragau-抗う | vechten tegen; weerstand [het hoofd] bieden aan; trotseren |
aragoto-荒事 | een (krachtige, zwaar aangezette) acteerstijl in Kabuki theater |
araiguma-洗い熊 | wasbeer |
araihari-洗い張り | een kimono eerst uit elkaar halen en dan de delen apart wassen en uitgespreid [uitgerekt] laten drogen |
arakabe-粗壁 | een muur die (na de eerste laag) nogmaals geschilderd moet worden |
arakajime-予め | van tevoren; vooraf al (reeds); al eerder |
arakezuri-粗削り | ruw; ongeraffineerd |
aramashi-あらまし | in grote lijnen; ongeveer; vrijwel |
aranami-荒波 | (fig.) tegenslagen; zwaar weer |
aranu-有らぬ | verkeerd; fout; ongegrond; irrelevant |
aranuri-粗塗り | eerste pleisterlaag; eerste laag (grond)verf |
arasā-アラサー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
arashi-嵐 | storm; zwaar weer |
arashigumo-嵐雲 | onweerswolk; regenwolk; donderwolk |
araundo・fōtī-アラウンド・フォーティー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
araundo・sātī-アラウンド・サーティー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
arawasu-現す | uiten; weergeven; voorstellen |
are-荒れ | stormachtig [ruw; zwaar] weer |
arekore-彼是 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
arekuruu-荒れ狂う | woedend zijn; razen; tekeer gaan |
ariamaru-有り余る | voldoende [overvloedig; meer dan genoeg] zijn |
arinomi-有りの実 | (oud woord voor: 梨の実) (de vrucht van de) Japanse peer |
ārubui-アールブイ | RV; kampeerauto; camper |
arumaito-アルマイト | alumiet (geanodiseerd aluminium) |
asanagi-朝凪 | kalmte in de vroege ochtend aan de kust (als het even stopt met waaien, wanneer de landbries verandert in een zeebries) |
asenburā-アセンブラー | assembleerprogramma (computer) |
asenburigengo-アセンブリ言語 | assembleertaal (programmeertaal) |
ashigakari-足掛かり | steunpunt; voetsteun; houvast; plek om je voet neer te zetten |
assenshūwaizai-斡旋収賄罪 | smeergeld aannemen; corruptie |
asshi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
atakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
atamadekkachi-頭でっかち | boekenwijsheid; boekengeleerde; intellectueel; theoreticus |
atamakara-頭から | vanaf het (allereerste) begin |
atashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
atatakai-暖かい | warm; zacht; mild; (weer; klimaat) |
ate--宛 | geadresseerd (aan) |
atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
atekosuri-当て擦り | een beledigende opmerking; sneer; insinuatie; sarcasme |
atekoto-当て言 | iets op een genuanceerde manier zeggen (zonder kwade bedoelingen) |
ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
atetsukegamashii-当て付けがましい | zeer insinuerend [hatelijk; gemeen] |
atomikku・sabumarin-アトミック・サブマリン | kernonderzeeër; atoomonderzeeër |
atomosufea-アトモスフェア | atmosfeer |
atomosufia-アトモスフィア | atmosfeer |
atozeme-後攻め | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
atsuryokuteikō-圧力抵抗 | de drukweerstand |
atsusa-暑さ | hitte; warmte (van het weer) |
attakai-暖かい | warm; zacht; mild (weer, klimaat) |
awaawashii-淡淡しい | ongeïnteresseerd; onverschillig; vaag |
awamori-泡盛 | awamori, gedestilleerde drank uit Okinawa op basis van rijst |
awasekagami-合わせ鏡 | Infinity spiegel; oneindige spiegel (twee of meerdere spiegels die steeds hetzelfde beeld weerkaatsen) |
awatefutameku-慌てふためく | in paniek [verward; geagiteerd] raken |
ayamaritsutaeru-誤り伝える | iets verdraaien (b.v. de werkelijkheid); een verkeerde voorstelling [indruk] geven (van iets) |
ayamatta-誤った | fout; verkeerd; vals; misleidend |
ba-ば | (drukt uit een oorzaak of gevolg) wanneer; toen |
ba-ば | (bij een opsomming van 2 of meer dingen) en (ook); noch; en ook niet |
ba-ば | zo (zeer) als; naarmate; in dezelfde mate als |
ba-羽 | (in kanji-combinaties) veer; vleugel |
bai-倍 | twee keer [maal]; het dubbele |
bai-倍 | keer [maal]; -voud |
baibaigēmu-倍倍ゲーム | verdubbelspel (waarbij je score verdubbelt elke keer dat je wint) |
baidai-倍大 | dubbele grootte; twee keer zo groot |
baikan-陪観 | het bekijken [bijwonen] van iets met een meerdere [een superieur]; aanwezigheid (bij een keizerlijk bloemenfeest) |
baikansuru-陪観する | iets bekijken [bijwonen] met een meerdere [een superieur]; (een keizerlijk bloemenfeest) bijwonen |
baikorojī-バイコロジー | fiets ecologie (beter klimaat door meer fietsen) |
baiosufia-バイオスフィア | biosfeer |
baisūsei-倍数性 | polyploïdie (in erfelijkheidsleer) |
baita-売女 | neerbuigende uitdrukking; scheldwoord |
bakari-ばかり | (geeft aan dat iets is gelimiteerd tot en bepaalde handeling [plaats; ding]): slechts, alleen (maar) |
bakari-ばかり | ongeveer; ca. |
bakashōjiki-馬鹿正直 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
bakkari-ばっかり | slechts; net meer dan; alleen omdat; ongeveer |
bakkashi-ばっかし | ongeveer; slechts; alleen maar |
bakko-跋扈 | dominantie; overheersing |
bakkusukin-バックスキン | geitenleer; schapenleer; bokkenvel |
baku-漠 | vaag [wazig; onduidelijk; ondefinieerbaar] zijn |
bakuron-駁論 | weerlegging; tegenbewijs; tegenspraak |
bakusuru-駁する | weerleggen; tegenspreken |
bakuzen-漠然 | vaag [onduidelijk; ongedefinieerd] zijn |
bane-発条 | metalen veer; springveer |
banī・gāru-バニー・ガール | serveermeisje; animeermeisje (in nachtclub) |
banpaia-バンパイア | vampier vleermuis |
banpaia・batto-バンパイア・バット | vampier vleermuis |
banzai-万歳 | gejuich (met handen in de lucht); hoera; gefeliciteerd; lang zal ze leven |
barubu-バルブ | (gloei)lamp; (licht)peertje |
baton-バトン | dirigeerstok; tamboer-majoorstok |
batsugun-抜群 | weergaloos [uitstekend; subliem; ongeëvenaard] zijn |
batsuichi-バツイチ | Iemand die 1 keer gescheiden is |
battei-末弟 | jongste discipel [leerling; volgeling] |
baute-場打て | je ergens terneergeslagen [ontmoedigd] voelen |
bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
beniya-ベニヤ | fineer |
beniyaita-ベニヤ板 | multiplex; triplex (plaat); fineerblad |
benmei-弁明 | rechtvaardiging; verontschuldiging; verweer; rehabilitatie |
benso-弁疏 | verweer; pleidooi; verdediging |
betabome-べた褒め | zeer lovende [lyrische] kritiek; jubelrecensie |
betsu-蔑 | (in kanji combinaties) neerkijken op; minachten; verachten |
bettari-べったり | geplakt; uitgesmeerd; gelijmd; gekleefd |
bigaku-美学 | esthetica; esthetiek; schoonheidsleer |
bigināzu・rakku-ビギナーズ・ラック | meer geluk dan wijsheid |
bijin-美人 | (erenaam voor) vorst of wijsgeer |
binsen-便船 | (reizen met) de (eerste) beschikbare boot |
bintēji-ビンテージ | oud; antiek; ouderwets; gedateerd |
bitō-微糖 | zeer laag suikergehalte |
biwako-琵琶湖 | het Biwa meer |
biyōshi-美容師 | kapper; schoonheidsspecialist (zonder scheervergunning) |
bōbō-某某 | (meneer of mevrouw) zus-en-zo |
bōeki-貿易 | (internationale) handel; handelsverkeer; import en export |
bogo-母語 | moedertaal; eerste taal |
boiki-墓域 | begraafplaats; kerkhof; stuk grond gereserveerd als begraafplaats |
boikotto-ボイコット | boycot; uitsluiting van maatschappelijk of handelsverkeer |
bōkū-防空 | luchtafweer; luchtverdediging |
bōkun-亡君 | (iemands) overleden meester [heer] |
bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
bōryokudan-暴力団 | georganiseerde misdaadsyndicaat |
bosutōku-ボストーク | Vostok, Sovjet-bemande kunstmatige satelliet (in 1961 voor het eerst gelanceerd) |
botsuraku-没落 | neergang; val; ineenstorting; ondergang |
bu-侮 | (in kanji combinaties) verachten; neerkijken op; minachten; bespotten |
bui・tān-ブイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken, daarna weer elders buiten de stad gaan werken |
bukkai-仏界 | één van de 10 werelden in de Boeddhistische leer (van de hel oplopend tot rijk van de Boeddha's) |
bunja -文者 | geleerde; wetenschapper; academicus |
bunjin-文人 | klerk; geleerde; intellectueel |
bunkiten-分岐点 | kruispunt; keerpunt |
bunpō-文法 | grammatica; spraakleer |
bunryū-分留 | fractionering; gefractioneerde distillatie |
buppōsō-仏法僧 | de drie boeddhistische juwelen [schatten], n.l. Boeddha, Dharma (de boeddhistische leer), en Sangha (de boeddhistische gemeenschap) |
burabura-ぶらぶら | (geluid van) heen- en-weer slingeren; bungelen; slenteren |
buranchi-ブランチ | brunch; gecombineerde ontbijt-lunch maaltijd |
buranketto・eria-ブランケット・エリア | gebieden waar radio-ontvangstproblemen kunnen optreden als gevolg van overlappende radiogolven van meerdere zenders |
bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
burōnīban-ブローニー判 | 120 film (formaat filmrolletje), voor het eerst gemaakt voor de Brownie No.2 camera van Eastman Kodak (1901) |
burōranpu-ブローランプ | soldeerlamp |
burū-ブルー | neerslachtig; triest |
bushō-武将 | militair leider; generaal; (opperste) krijgsheer; opperbevelhebber |
butsudeshi-仏弟子 | leerling [volgeling] van Boeddha |
butsuji-仏事 | boeddhistische prediking [leer] |
butsumon-仏門 | boeddhistische leer; boeddhisme; intreding tot het boeddhisme |
butteki-仏敵 | vijand [tegenstander] van de boeddhistische leer |
byōsha-描写 | beschrijving; weergave; afbeelding; voorstelling |
byuran-ビュラン | graveernaald; graveerstift |
byūrō-ビューロー | kantoor; werkkamer; studeerkamer |
chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
channeru-チャンネル | knop waarmee je een tv- of radio kanaal selecteert |
chansu・mēkā-チャンス・メーカー | (sport) kansenschepper; speler die kansen creëert |
chekku-チェック | teken(tje); vinkje (dat iets gecontroleerd is) |
chiagāru-チアガール | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
chiarīdā-チアリーダー | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
chīfu・mēto-チーフ・メート | eerste stuurman |
chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
chihōshoku-地方色 | lokale kleur [atmosfeer]; plaatselijke [karakteristieke] bijzonderheden |
chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
chiin-知音 | zeer intieme vriend |
chikaramakesuru-力負けする | verliezen door verkeerd gebruik van je eigen kracht |
chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
chinden-沈殿 | neerslag; afzetting; bezinksel |
chippoke-ちっぽけ | zeer klein; onbeduidend; nietig |
chirashi-散らし | chirashi-sushi (sushigerecht gereserveerd in een kom waarbij de ingrediënten los en gemengd bovenop de sushirijst liggen) |
chiru-散る | vallen; neerdwarrelen; verstrooien |
chishitsukōzō-地質構造 | tektoniek; (leer van) geologische structuren |
chishō-池沼 | vijver [meertje] en moeras |
chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
chōda-長打 | (honkbal) (lange) honkslag (waarbij de slagman meerdere honken kan bereiken) |
chōeki-懲役 | (onbeleefd taalgebruik) aanspreektitel van gedetineerden |
chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
chokkeisonzoku-直系尊属 | lineaire afstamming; afstamming in rechte lijn [van de eerste graad] (b.v. vader op zoon) |
chōkō-朝貢 | eerbetoon; hulde |
chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
choku-直 | direct [eerlijk; oprecht] zijn |
chokuei-直営 | direct beheer (bv. van een winkel) |
chokusai-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
chokusetsu-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
chokushinsha-直進車 | (recht)doorgaand voertuig [verkeer] |
chōnan-長男 | oudste (eerstgeboren) zoon |
chonbo-ちょんぼ | (Mahjong) een mogelijk winnende steen verkeerd leggen |
chōonpa-超音波 | ultrasonische golf; golf met een zeer hoge frequentie |
chosakubutsu-著作物 | een geschreven [gecomponeerd] werk (boek, muziekstuk, e.d.) |
chōshisōzokuken-長子相続権 | eerstgeboorterecht; primogenituur |
chōtei-朝廷 | het hof waar de keizer [keizerin; koning; koningin] regeert |
chōteki-朝敵 | een vijand van het hof; iemand die tegen de keizer keert |
chūgakusei-中学生 | leerling op middenschool (van hoogste klassen basisschool t/m brugklassen van middelbare school) |
chūgen-忠言 | goed [eerlijk] advies; goede raad |
chūi-中尉 | (eerste) luitenant; onderluitenant |
chūihō-注意報 | weerswaarschuwing |
chūkun-忠君 | loyaliteit aan de heerser |
chūmonnagare-注文流れ | een afgezegde [geannuleerde] bestelling [order] |
chūsei-忠誠 | loyaliteit; trouw; oprechtheid; eerlijkheid |
chūshaihan-駐車違反 | het foutparkeren; parkeerovertreding |
chūshajō-駐車場 | parkeerplaats; parkeerterrein |
chūshakinshi-駐車禁止 | parkeerverbod; verboden te parkeren |
chūzai-駐在 | het in het buitenland gestationeerd zijn; baan [verblijf] in het buitenland |
daburu-ダブる | nagemaakt [gedupliceerd; verdubbeld] worden |
dahasuru-打破する | neerslaan; vernietigen; slopen; omverwerpen |
daibubun-大部分 | meerderheid; meer dan de helft; het grootste deel |
daidōmyaku-大動脈 | verkeersader |
daiga-題画 | een gedicht dat wordt toegevoegd aan een prent of schilderij; een afbeelding die de inhoud van een bijgevoegd gedicht weergeeft |
daigo-醍醐 | de leer van Boeddha |
daigomi-醍醐味 | de leer van Boeddha |
daiichigi-第一義 | eerste [originele] betekenis [principe; overweging]; basisprincipe |
daiichii-第一位 | eerste plaats [positie] |
daiichiinshō-第一印象 | eerste indruk |
daiichijisekaitaisen-第一次世界大戦 | de Eerste Wereldoorlog |
daiichininshō-第一人称 | (taalkunde) eerste persoon |
daiikka-第一課 | de eerste les; les 1 |
daiikkyū-第一級 | eersteklas; eersterangs; topniveau |
daiippo-第一歩 | de eerste stap; het begin |
daijiri-台尻 | de kolf (van een pistool, geweer, etc.) |
daijōbu-大丈夫 | veilig [gezond; ongedeerd] zijn |
daikirai-大嫌い | een sterke afkeer [hekel] hebben; verafschuwen; haten |
daikō-代講 | plaatsvervangende docent; invallende leerkracht |
daimyō-大名 | daimyo (leenheer in de Edo periode) |
daino-大の | bijzonder [zeer; extreem; ongewoon] zijn |
dairekuto・mēru-ダイレクト・メール | postreclame; persoonlijk geadresseerde reclamepost |
daisuki-大好き | zeer geliefd; favoriet |
daitai-大体 | ongeveer; globaal; over het algemeen; voornamelijk |
daki-唾棄 | verachting; minachting; afkeer; haat; afschuw |
damarikokuru-黙りこくる | in stilzwijgen verzinken; stilvallen; niets meer zeggen |
damarikomu-黙り込む | zwijgen; de mond houden; niets (meer) zeggen |
damashie-騙し絵 | een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd |
danchō-断腸 | hartzeer; innig leed; smart; ziek van verdriet |
danryoku-弾力 | veerkracht; buigzaamheid |
danryokusei-弾力性 | veerkracht; buigzaamheid; soepelheid |
danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
dappan-脱藩 | het verlaten van een clan door een samoerai (die daarna een rōnin (samoerai zonder heer) werd) |
dātī・furōto-ダーティー・フロート | een systeem waarbij beleidsautoriteiten ingrijpen wanneer er ongewenste fluctuaties optreden op de wisselkoersen |
daun-ダウン | dons; veertjes |
daun-ダウン | naar beneden; omlaag; neergaand |
daun-ダウン | neergegaan bij het boksen |
daun・burō-ダウン・ブロー | (golf) neerwaartse slag |
daun・jaketto-ダウン・ジャケット | donsjas; gewatteerde jas (gevuld met dons) |
daun・suingu-ダウン・スイング | (golf of honkbal) neerwaartse slag |
dāwinizumu-ダーウィニズム | darwinisme; evolutieleer |
deashi-出足 | de eerste aanval (bij sumo worstelen, e.d.) |
debyū-デビュー | debuut; aanvang; eerste optreden |
deforume-デフォルメ | vervormen; (bewust) verkeerd weergeven |
dei-泥 | (in kanji combinaties) modder; modderige substantie; gefixeerd; vasthoudend |
demodori-出戻り | gescheiden vrouw (die weer bij haar ouders woont) |
demodori-出戻り | terugkeer naar het oude [vorige] bedrijf |
demodori-出戻り | terugkeer van een schip naar de vertrekhaven (vanwege verslechterde weersomstandigheden) |
denaosu-出直す | weer [opnieuw] (langs) komen |
denkikamisori-電気剃刀 | elektrisch scheerapparaat |
denkiteikō-電気抵抗 | elektrische weerstand; resistentie |
denkyū-電球 | gloeilamp; peer(tje) |
denpō-伝法 | de overdracht [het doorgeven; onderwijzen] van de boeddhistische leer (van meester op discipel) |
denshin-田紳 | een landheer; herenboer |
derishasu-デリシャス | heerlijk; lekker |
deru-出る | uitkomen; verschijnen; gepubliceerd worden |
deshi-弟子 | leerling; volgeling |
deshiiri-弟子入り | leerlingschap; stage |
desuku・puran-デスク・プラン | nog niet uitgevoerd [geïmplementeerd] plan; plan in de ontwerpfase; het plan op tafel |
desupotto-デスポット | despoot; absoluut vorst; tiran; alleenheerser; autocraat; dictator |
dikutafon-ディクタフォン | dictafoon; dicteermachine |
dinā・kurūzu-ディナー・クルーズ | dinner cruise (een boottocht waarbij gasten genieten van heerlijk eten aan boord) |
dionisosuteki-ディオニソス的 | dionysisch; creatief; gepassioneerd |
disendā-ディセンダー | neerhaal (van een letter); staartletter |
disupurē-ディスプレー | weergave; vertoning |
dō-同 | herhaling (van iets dat eerder is genoemd) |
do-度 | (aantal) keer; maal |
dō-道 | (fig.) weg; pad; leer; doctrine |
dōbutsuaigoshūkan-動物愛護週間 | een week waarin het beschermen van dieren wordt gepropageerd |
dōbutsukōdōgaku-動物行動学 | ethologie; gedragsbiologie; gedragsleer |
dōdan-同断 | hetzelfde als voorheen [eerder]; dito; idem |
dodo-度度 | vaak; telkens weer; herhaaldelijk; iedere keer |
dōdōmeguri-堂堂巡り | alsmaar maar weer op hetzelfde terugkomen (in gesprekken); in herhalingen vallen |
dōdōto-堂堂と | ronduit; eerlijk |
dōgane-胴金 | metalen ring om het handvat van een zwaard of speer |
dogeza-土下座 | knielen (voor iemand, om eerbied te tonen, een verzoek te doen, iets af te dwingen, of ter verontschuldiging) |
dōgi-胴着 | gewatteerd, mouwloos onderhemd |
dōi-胴衣 | gewatteerd, mouwloos onderhemd |
dōikaku-同位角 | (wiskunde) corresponderende hoeken (wanneer 1 rechte lijn 2 rechte lijnen snijdt) |
dōjiru-動じる | van streek [geschokt; ongerust; geagiteerd; in de war; uit zijn doen] zijn |
dōjō-同乗 | het meerijden |
dojō-泥鰌 | Chinese weeraal (Aziatische modderkruiper; Misgurnus anguillicaudatus) |
dōjō-道場 | tempel [plek] om de boeddhistische leer te doorgronden |
dōkizuke-動機付け | motivatie; drijfveer |
dokkato-どっかと | het neerploffen van iets |
dokkoidokkoi-どっこいどっこい | ongeveer hetzelfde [bijna gelijk; 50-50] zijn |
dokkyobō-独居房 | isoleercel; eenpersoonscel |
dokkyokanbō-独居監房 | isoleercel; eenpersoonscel |
dokubō-独房 | isoleercel |
dokuganryū-独眼竜 | bijnaam van Date Masamune (伊達政宗), een feodale heer |
dokuro-髑髏 | (verweerde) schedel |
dokusai-独裁 | dictatuur; despotisme; alleenheerschappij; tirannie |
dokutāierō-ドクターイエロー | een gele onderhoudstrein, die de shinkansen spoorlijnen controleert op gebreken van apparatuur, rails, en bovenleidingen |
dokutorin-ドクトリン | doctrine; leerstelling |
domo-ども | (achter een zelfst.nw.) geeft aan meervoud of nederigheid |
donā-ドナー | donor (iem. die iets doneert, zoals organen of beenmerg) |
donaru-怒鳴る | schreeuwen; gillen; krijsen; te keer gaan; brullen; tieren |
dorafuto-ドラフト | (Eng.: draft) eerste schets [ontwerp]; kladje |
doramatsurugī-ドラマツルギー | dramaturgie (de leer van de dramatische kunst) |
dōrokōtsū-道路交通 | wegverkeer |
dōrokōtsūhō-道路交通法 | wegenverkeerswet |
doroppu-ドロップ | (computer term) een document in een map zetten (door het eerst met de muis op te pakken en dan te laten vallen in de juiste map) |
doroppuauto-ドロップアウト | drop-out; voortijdige schoolverlater; iem. die de samenleving de rug toekeert |
doruman・surību-ドルマン・スリーブ | vleermuismouw |
dōryū-道流 | (China) Taoïstische leer |
dōsa-礬水 | (voor papier) planeerwater (lijmwater met aluin) |
doshaburi-土砂降り | zware regenval [neerslag]; plensbui; stortbui |
dōshi-同氏 | de (al eerder) genoemde [desbetreffende] persoon |
doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
doshigatai-度し難い | niet (meer) te redden; onverbeterlijk; onherstelbaar |
dosshiri-どっしり | waardig; beheerst |
dosū-度数 | frequentie; het aantal keer |
dosukin-ドスキン | glanzende stof die lijkt op hertenleer |
dōten-動転 | het van slag [verbijsterd; geshockeerd] zijn |
doyomeku-響めく | (na)galmen; weerklinken; resoneren |
doyomosu-響もす | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
dōzuru-動ずる | van streek [geschokt; ongerust; geagiteerd; in de war; uit zijn doen] zijn |
ea・doa-エア・ドア | een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
ea・kāten-エア・カーテン | luchtgordijn, een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
ea・kondishoningu-エア・コンディショニング | air conditioning; airco; klimaatbeheersing |
eba・miruku-エバ・ミルク | gecondenseerde melk; koffiemelk |
ebisu-夷 | iemand uit ongecultiveerd gebied (ver van de hoofdstad) |
echūdo-エチュード | (Frans: étude) etude (muziek); studie; voorstudie (schilderkunst); geïmproviseerd theater |
edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
eigyōken-営業権 | goodwill (immateriële vastgoedwaarde van een bedrijf gebaseerd op zijn traditie en sociaal vertrouwen) |
eijoku-栄辱 | eer en schande |
eikō-栄光 | glorie; eer; roem |
eimai-英邁 | getalenteerdheid; wijsheid |
eirin-営林 | bosbouw; bosbeheer |
eiten-栄典 | eervolle behandeling |
eiten-栄典 | eer; ereteken; onderscheiding |
eiten-栄転 | (eervolle) promotie |
eiyo-栄誉 | glorie; eer; roem |
ekisupandā-エキスパンダー | een veer om de spieren te trainen |
ekonomī・kurasu-エコノミー・クラス | economyclass (goedkoopste klasse in vliegverkeer) |
endaka-円高 | waardevermeerdering van de yen; een sterke yen |
engurēbingusareta-エングレービングされた | ingegraveerd |
enikki-絵日記 | geïllustreerd dagboek |
enkinhō-遠近法 | perspectiefweergave; scenografie |
enko-塩湖 | zoutmeer; zoutwatermeer |
enmachō-閻魔帳 | cijferlijst; notitieboek met cijfers van leerlingen |
enpitsu-円筆 | rond [cirkelvormig] schrift in kalligrafie (meer vloeiend in het geheel) |
enrai-遠雷 | rommelend onweer [het gerommel van onweer] in de verte |
enriedo-厭離穢土 | (boedd.) afschuw [afkeer] van de (corrupte; verdorven] wereld |
enryobukai-遠慮深い | zeer ingetogen [bescheiden; terughoudend] |
ensuiko-塩水湖 | zoutwatermeer; zoutmeer |
en'o-厭悪 | (sterke) afkeer,; walging; aversie; weerzin; haat |
erabutsu-偉物 | een groot man; een getalenteerd [bekwaam; begaafd] persoon |
erai-偉い | beroemd; voornaam; eminent; gedistingeerd; voortreffelijk |
etsukerokuro-絵付けろくろ | boetseerschijf; draaischijf voor beschilderen van keramiek |
ē・kurasu-エー・クラス | eersteklas |
fakutaringu-ファクタリング | factoring (het beheer van de debiteurenadministratie van bedrijven door een financiële onderneming) |
famirī・burando-ファミリー・ブランド | familiemerk; paraplumerk (één merknaam die wordt gebruikt voor de verkoop van twee of meer gerelateerde producten) |
fāsuto-ファースト | de eerste |
fāsuto-ファースト | (honkbal) eerste honk; eerste honkman |
fāsuto・inpuresshon-ファースト・インプレッション | eerste indruk |
fāsuto・kurasu-ファースト・クラス | eersteklas; topniveau |
fāsuto・kurasu-ファースト・クラス | eersteklas; eersterangs |
fea-フェア | eerlijk; sportief |
fea・purē-フェア・プレー | eerlijk spel |
feikurezā-フェイクレザー | imitatieleer; kunstleer |
ferībōto-フェリーボート | veerboot |
feromon-フェロモン | feromoon (door dieren geproduceerde (geur)stof, afgegeven aan de omgeving) |
fezā-フェザー | veer (van een vogel) |
fezaringugihō-フェザリング技法 | veervormige techniek (tekenen; schilderen) |
fikisachīfu-フィキサチーフ | fixatief; fixeermiddel (tekenen; schilderen) |
fīto-フィート | (meervoud van foot, lengtemaat) voet (ca. 30 cm) |
fōdo・shisutemu-フォード・システム | massaproductiesysteem in een autofabriek, geïntroduceerd door de Ford Motor Company in de jaren 1910 |
forutishimo-フォルティシモ | fortissimo; zeer luid (muziekterm) |
fōtoran-フォートラン | (formula translation) computer programmeertaal |
fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
fūbi-風靡 | dominantie; overheersing |
fūbisuru-風靡する | overheersen; domineren; veroveren |
fūbutsushi-風物詩 | iets dat de sfeer [het gevoel] van een seizoen weergeeft [karakteriseert] |
fudegashira-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst; eerstgenoemde in een naamlijst |
fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
fueru-増える | toenemen; vermeerderen; groeien; zich vermenigvuldigen |
fūga-フーガ | fuga (een meerstemmig muziekstuk waarin verschillende stemmen elkaar imiteren) |
fugiri-不義理 | oneerlijkheid; onrechtvaardigheid; oneer; onrecht; ondankbaarheid |
fuhatsu-不発 | het ketsen [niet afgaan] (van een pistool, geweer, bom, etc.) |
fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fuka-負荷 | (elektrisch) lading; weerstand |
fukabukato-深深と | heel [erg; zeer] diep |
fukagyaku-不可逆 | onomkeerbaar zijn |
fukagyakuhannō-不可逆反応 | onomkeerbare reactie |
fukagyakuhenkō-不可逆変更 | onomkeerbare aanpassing [verandering; wijziging] |
fukagyakusei-不可逆性 | onomkeerbaarheid |
fukakachi-付加価値 | meerwaarde; toegevoegde waarde |
fukaketsu-不可欠 | onontbeerlijkheid; onmisbaar [essentieel] zijn |
fuki-不帰 | het niet meer terugkomen; doodgaan |
fukiritsu-不規律 | wanorde; gebrek aan discipline; ongedisciplineerdheid |
fukki-復帰 | terugkeer; comeback; rehabilitatie |
fukubukuro-福袋 | tas met geschenken (die winkels bij de eerste verkoopdag in het nieuwe jaar aan klanten uitdelen) |
fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
fukugaku-ふくがく | terugkeer naar school; hertoelating tot de universiteit [hogeschool] |
fukumenpatokā-覆面パトカー | politieauto zonder politie kenmerken; ongemarkeerde personenwagen gebruikt als politieauto |
fukusō-輻輳 | opstopping (verkeer); opeenhoping; stagnatie |
fukusū-複数 | (grammatica) meervoud; meerdere (in aantal); meer dan een |
fukusūkei-複数形 | meervoudsvorm |
fumajime-不真面目 | onstandvastigheid; gebrek aan eerlijkheid [ernst] |
fumeirō-不明朗 | duister; somber; oneerlijk; twijfelachtig; omstreden |
fumeiyo-不名誉 | schande; oneer; beschaming; blamage |
fumiba-踏み場 | plaats om je voeten neer te zetten [om te lopen] |
fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
fumihazusu-踏み外す | van het goede pad af raken; op het verkeerde pad zijn |
funabin-船便 | scheepvaart [veerboot] dienst |
funachin-船賃 | tarief voor een overtocht per boot; veerprijs; passagekosten [verzendkosten] (per boot) |
funatabi-船旅 | zeereis; scheepsreis |
funaya-船屋 | botenhuis [boothuis; schuitenhuis] aan een meer (al dan niet met woongedeelte erboven); visserhut (tijdens bevriezing op of aan het water) |
funin-赴任 | start van een nieuwe baan; het voor het eerst naar het werk gaan |
funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
fun'iki-雰囲気 | sfeer; stemming; atmosfeer |
fun'in-分陰 | een zeer korte tijd (als een lichtflits); moment |
furaito・kontorōru-フライト・コントロール | vluchtleiding; luchtverkeersleiding |
furanku-フランク | eerlijk; oprecht; openhartig |
furasshu-フラッシュ | zeer korte scène in film of tv |
furēmu・appu-フレーム・アップ | complot; valstrik; gearrangeerde beschuldiging |
furesshuman-フレッシュマン | eerstjaarsstudent |
furikakaru-降りかかる | neervallen [neerkomen; uitstorten] (over; op) |
furīku-フリーク | (Eng.: freak) iemand die gek is op [enthousiast; geobsedeerd door] iets (b.v. film, computer, snelheid, etc.) |
furonto・rō-フロント・ロー | voorste [eerste] rij; vooraan; voorste gedeelte |
furō・chāto-フロー・チャート | stroomschema; een grafische weergave van workflow |
fusagaru-塞がる | geblokkeerd [verstopt] zijn [worden] |
fusagu-塞ぐ | je somber [neerslachtig] voelen |
fusai-夫妻 | echtpaar; man en vrouw; meneer en mevrouw |
fusegu-防ぐ | (zich) verdedigen; beschermen; weerstand bieden |
fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
fuseji-伏せ字 | een teken (spatie, cirkel, X, asterisk, e.a.) in plaats van een gecensureerd woord |
fūshi-夫子 | wijze man; geleerde; meester |
fūshi-夫子 | eerbiedige naam voor Confucius |
fushi-節 | punt; item; sectie; keerpunt (fig.) |
fushimatsu-不始末 | mislukking; fiasco; wanbeheer; onzorgvuldigheid; nalatigheid; wangedrag |
fushime-伏し目 | teneergeslagen blik |
fushime-節目 | keerpunt; kritiek moment |
fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
fushōjiki-不正直 | oneerlijkheid; onoprechtheid |
fūsui-風水 | feng shui (Chinese kunst van het creëren van harmonieuze, natuurlijke, inrichtingen van ruimten) |
fusuma-衾 | gewatteerde deken; dekbed |
futaba-二葉 | eerste begin; vroeg stadium |
futatabi-再び | opnieuw; weer; nog een keer |
futekusareru-不貞腐れる | koppig [nukkig; chagrijnig] worden; gefrustreerd raken |
futeru-不貞る | koppig [nukkig; chagrijnig] worden; gefrustreerd raken |
futokugi-不徳義 | immoraliteit; oneerlijkheid; onoprechtheid |
futokutei-不特定 | niet gespecificeerd zijn |
fuyasu-増やす | vermeerderen; toevoegen; laten toenemen |
fuyubare-冬晴れ | heldere winterdag; helder winterweer |
fuyuzora-冬空 | winterhemel; winterlucht; winterweer |
fuzei-風情 | verschijning; voorkomen; sfeer |
fuzoku-付属 | (boeddh.) overdracht [toevertrouwen] van de leer aan een bodhisattva door de Boeddha |
fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
gabunomi-がぶ飲み | opslurpen; (in één keer) opdrinken |
gahō-画報 | rijk geïllustreerd tijdschrift of boek |
gaida-咳唾 | de woorden die een meerdere spreekt |
gaika-外貨 | geïmporteerde goederen |
gaikokusan-外国産 | geproduceerd in het buitenland |
gaimai-外米 | niet-Japanse rijst; (in Japan geïmporteerde) buitenlandse rijst |
gairai-外来 | buitenlands [vreemd; geïmporteerd; van buiten] zijn |
gakidaishō-ガキ大将 | snotaap generaal; kinderbende leider; kind dat de buurt terroriseert |
gakkyū-学級 | (privaatonderwijs) studiegroep; leergroep |
gakudō-学道 | studie [bestudering] en naleving van de boeddhistische leer |
gakugeikai-学芸会 | schoolevenement waarbij kinderen van de lagere school en van (de eerste jaren van) de middelbare school hun muziek- en theaterkunsten vertonen |
gakujutsu-学術 | wetenschap; (wetenschappelijke) kennis; geleerdheid |
gakumon-学問 | kennis; geleerdheid |
gakunen-学年 | academisch jaar; leerjaar; studiejaar |
gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
gakusei-学生 | student; leerling |
gakuseki-学籍 | schoolregister; lijst van ingeschreven leerlingen |
gakusetsu-学説 | (wetenschappelijke) theorie; leer |
gakusha-学者 | een geleerde; wetenschapper; academicus |
gakushiki-学識 | wetenschappelijke kennis; geleerdheid |
gakyō-画境 | gevoel dat een schilderij uitdrukt; sfeer [stemming] van een schilderij |
ganjitsu-元日 | Nieuwjaarsdag; eerste dag van het nieuwe jaar |
gannen-元年 | het eerste jaar van een nieuwe keizer periode |
ganrai-元来 | in de eerste plaats; om te beginnen |
gansekigaku-岩石学 | petrologie; leer der gesteenten |
gansekiken-岩石圏 | lithosfeer; aardkorst |
gantan-元旦 | Nieuwjaarsochtend; de ochtend van de eerste dag van het jaar |
garaaki-がら空き | onbeschermd [weerloos] zijn |
garami-搦み | ongeveer; zoiets als; gerelateerd aan; te maken hebbend met |
gari-ガリ | dungesneden gemarineerde gemberplakjes |
gariben-がり勉 | iemand die hard studeert |
garigarimōja-我利我利亡者 | een zeer egoïstische [hebzuchtige] persoon. |
gasō-画僧 | schilder-priester (m.n. van door Zen geïnspireerde inkt-schilderijen) |
gasupacho-ガスパチョ | (uit het Spaans) gazpacho (koud geserveerde tomatensoep) |
gei・bōi-ゲイ・ボーイ | een man die het uiterlijk en de taal van vrouwen imiteert (m.n. als beroep) |
gekiga-劇画 | Gekiga, een Japans stripboekgenre (met meer aandacht voor realistische afbeeldingen en het literaire aspect) |
gekitaisuru-撃退する | verdrijven; afweren; terugdringen; verjagen; weerstaan |
gekō-下向 | terugkeer na een bezoek aan een heiligdom [tempel] |
gendōryoku-原動力 | drijfveer; drijfkracht; motivering |
gengokōgaku-言語工学 | (language engineering) taaltechnologie (gericht op het efficiënter en effectiever laten verlopen van taalprocessen) |
genjin-原人 | de eerste mens (Pithecanthropus-Erectus of Javamens) |
genrōin-元老院 | senaat; Eerste Kamer; Hogerhuis |
genseidai-原生代 | proterozoïcum (geologisch tijdperk van ongeveer 2500 tot 541 miljoen jaar geleden) |
genshiryokusensuikan-原子力潜水艦 | kernonderzeeër; atoomonderzeeër |
gensōkyoku-幻想曲 | fantasie; een instrumentaal muziekstuk met een ongedefinieerde [vrije] vorm |
geshi-夏至 | één van de 24 seizoenen van de oude maankalender, wanneer de zon staat op 90 graden (geografische) lengte; tegenwoordig is dat 22 juni; zonnewende |
gesu-下種 | vulgair persoon; uitschot; smeerlap; lomperik; schoft |
getsuyōbyō-月曜病 | maandagziekte (moeite om na het vrije weekend weer aan het werk te gaan) |
gezai-下剤 | laxeermiddel; laxans; purgeermiddel |
gezerushafuto-ゲゼルシャフト | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
gibu・ando・teiku-ギブ・アンド・テイク | geven en nemen; eerlijk verdelen |
giga-ギガ | gigabyte (comp.); dataverkeer in GBs |
gigoku-疑獄 | (politiek) schandaal vanwege smeergeld [omkoping] |
gikaku-擬革 | imitatieleer |
gimukyōiku-義務教育 | verplicht onderwijs; leerplichtig onderwijs |
gimuron-義務論 | deontologie; plichtenleer |
gishi-義子 | geadopteerd kind; adoptiekind; adoptiefkind |
gobun-誤聞 | misverstand, verkeerd horen [begrijpen]; verkeerde informatie |
goden-誤伝 | onjuiste [verkeerde] informatie |
godoku-誤読 | het verkeerd lezen [interpreteren]; misinterpretatie |
gohō-誤報 | verkeerd bericht; foute [verkeerde] informatie [inlichtingen] |
gojitsu-後日 | later; een andere keer [dag]; in de toekomst |
gokaisuru-誤解する | verkeerd begrijpen; misverstaan |
gōkinkō-合金鋼 | gelegeerd staal |
goku-極 | topkwaliteit; eerste klas |
goku-極 | (als bijwoord) zeer; erg |
gokubi-極微 | geheime leer; verborgen mysterie |
gomasuri-胡麻擂り | vleierij; hielenlikkerij; stroopsmeerderij |
gomen-御免 | pardon; sorry; excuseer mij |
gomenkudasai-御免下さい | (verontschuldiging) sta mij toe; excuseer mij |
gonichi-後日 | later; een andere keer [dag]; in de toekomst |
gonin-誤認 | fout; misvatting; verkeerde interpretatie [opvatting; aanname] |
gōnō-豪農 | een rijke boer; heerboer |
goro-頃 | rond de tijd dat; ongeveer |
gorotsuki-ごろつき | onweer; donder |
gosai-後妻 | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
gōsarashi-業曝し | schande; oneer; schaamte |
gōshi-合祀 | de verering van twee of meer goden in een shinto heiligdom [schrijn] |
gōshi-合祀 | de verering van eenzelfde god in meerdere shinto heiligdommen [schrijnen] |
gōshi-合資 | joint venture (samengaan van twee of meer ondernemingen) |
gōshi-郷士 | (Edo periode) landedelman (uit de samurai klasse); landjonker; jonkheer |
goshin-誤信 | denkfout; misvatting; verkeerde aanname |
goshin-誤審 | beoordelingsfout; verkeerd oordeel [vonnis] |
goshin-誤診 | verkeerde [foute] diagnose |
goten'i-御殿医 | (in de Edo-periode) de arts [geneesheer] van de shoguns en leenheren |
gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) ruw; oneffen; ruig; verweerd; hoekig; stijf |
goyō-誤用 | misbruik; verkeerd [onjuist] gebruik |
gō・sutoppu-ゴー・ストップ | (kruising met) verkeerslicht; stoplicht |
guchoku-愚直 | simpele [ongecompliceerde] eerlijkheid [openhartigheid] |
guddobai-グッドバイ | vaarwel; tot (weer)ziens |
guhō-弘法 | het verspreiden van de boeddhistische leer |
gunshin-軍神 | in Japan een vereerde [vergoddelijkte} oorlogsheld |
gurasu・ūru-グラス・ウール | glaswol (filtreer- en isolatiemateriaal) |
guratan-グラタン | gratin; gegratineerd gerecht |
gureru-ぐれる | afdwalen van het goede pad; het verkeerde pad opgaan |
gurīsu-グリース | vet; smeerolie |
guru-ぐる | handlanger (bij een misdaad); samenzweerder |
gūsaku-偶作 | een werkstuk dat toevallig tot stand komt; een geïmproviseerd stuk |
gushin-具申 | gedetailleerd rapport [verslag] |
gyaku-逆 | het omgekeerde; tegengestelde; tegendeel |
gyakuen-逆縁 | slechte daad die iemand uiteindelijk tot de Boeddhistische leer leidt |
gyakukōsu-逆コース | (plaats of tijd) teruggang; achteruitgang; terugkeer |
gyakusankakkei-逆三角形 | omgekeerde driehoek |
gyakusū-逆数 | het reciproque [omgekeerd evenredige] getal |
gyakuyō-逆用 | misbruik; verkeerd gebruiken; gebruik van iets op een andere manier [met een andere reden] dan de bedoeling is |
gyaroppingu・infurēshon-ギャロッピング・インフレーション | (Eng.: galloping inflation) gierende inflatie; zeer snel stijgende inflatie |
gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
gyokuanka-玉案下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
gyomi-魚味 | (afk. voor) Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
gyominoiwai-魚味の祝い | Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
gyoryū-魚竜 | ichthyosaurus (een uitgestorven geslacht van zeereptielen) |
gyōsei-行政 | bestuur; beheer; administratie |
gyoshō-魚醤 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
gyosuru-御する | hanteren; controleren; behandelen; beheersen |
gyōten-暁天 | dageraad; ochtendgloren; de hemel bij zonsopgang (wanneer de sterren vervagen) |
gyou-御宇 | het keizerlijk bewind; de heerschappij van de keizer |
habikoru-蔓延る | (over)woekeren; zich verspreiden; overheersen |
habucha-波布茶 | sennathee (een soort thee die wordt gebruikt als laxeermiddel, voor ontgiften of gewichtsverlies) |
hadaare-肌荒れ | droge ruwe [schilferige] huid; geïrriteerde huid; slechte [ongezonde] huid |
hāfu-ハーフ | (bij voetbal e.d.) speelperiode: (eerste of tweede) helft |
hāfutaimu-ハーフタイム | rust; pauze (tussen de eerste en de tweede helft van een wedstrijd) |
hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
hagoita-羽子板 | gedecoreerde houten peddels (die traditioneel werden gebruikt om hanetsuki, een soort badminton, te spelen) |
hagyō-覇業 | overheersing; suprematie; heerschappij |
haiban-廃盤 | een uitverkochte [niet meer leverbare] plaat [LP; CD] |
haiekikanri-廃液管理 | het beheer [beheersen] van afvalvloeistoffen |
haifai-ハイファイ | natuurgetrouwe weergave |
haihan-背反 | weerspannigheid; opstandigheid |
haiiroguma-灰色熊 | grizzlybeer; grizzly |
haikai-俳諧 | bijeenkomst waarbij achter elkaar Japanse gedichten worden gecomponeerd |
haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
haikurasu-ハイクラス | hoogwaardig; eersteklas; vooraanstaand |
haipā・infurēshon-ハイパー・インフレーション | hyperinflatie; zeer hoge inflatie |
haipo-ハイポ | hypo; fixeerzout (fotografie) |
hairu-入る | geïnstalleerd worden; (ergens) in zitten [ingekomen zijn]; een inhoud hebben (van); bevatten |
hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
haiteku-ハイテク | hightech; hoogtechnologisch; geavanceerde technologie |
haiwē・hipunōshisu-ハイウェー・ヒプノーシス | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
haiwē・patorōru-ハイウェー・パトロール | verkeerspolitie |
hai・tekunorojī-ハイ・テクノロジー | geavanceerde technologie |
haji-恥 | gezichtsverlies; schande; oneer; schaamte |
hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
hajimaru-始まる | (steeds weer) opnieuw beginnen; van voren af aan beginnen |
hajime-初め | de eerste |
hajimeni-初めに | (aller)eerst; in eerste instantie; om te beginnen |
hajimeru-始める | weer [opnieuw] beginnen (met); herstarten |
hajimete-初めて | (voor) de eerste keer |
hajimete-初めて | niet eerder dan; pas nadat |
hakabu-端株 | kleiner aantal aandelen dan door de handelsbeurs gespecificeerd |
hakase-博士 | expert; kenner; deskundige; geleerde; academicus |
hakidasu-吐き出す | verspillen; in één keer uitgeven (geld) |
hakkai-発会 | de eerste vergadering [bijeenkomst] (van een jaar, semester, etc.) |
hakkōcha-発酵茶 | gefermenteerde thee |
hakkōnyū-発酵乳 | gefermenteerde melk |
hakkōshokuhin-発酵食品 | gefermenteerde voedingsmiddelen (zoals soja, kaas, e.d.) |
hakubi-白眉 | (fig.) iets van weergaloze kwalitieit; toonbeeld |
hakuchizu-白地図 | een blanco kaart [basiskaart] (een kaart die alleen de omtrek van landen, eilanden, etc. weergeeft, zonder plaatsnamen, e.d.) |
hakunetsudenkyū-白熱電球 | gloeilamp; peer(tje) |
hakurai-舶来 | buitenlands fabrikaat; geïmporteerd artikel |
hakushi-博士 | geleerde; kenner; expert |
hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
hanabie-花冷え | een (korte) periode van koud weer in de lente (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
hanagumori-花曇り | bewolkt [mistig] lenteweer (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
hanagusuri-鼻薬 | smeergeld; zwijggeld |
hanamagari-鼻曲がり | iemand met een slecht humeur; brombeer; chagrijn |
hanamochinaranai-鼻持ちならない | stinkend; walgelijk; weerzinwekkend |
hanamuke-餞 | teerspijs; teerspijze; viaticum |
handa-半田 | soldeersel; soldeermetaal |
hane-羽 | veer; pluim; pluimage |
hanepen-羽ペン | ganzenveer |
hangā-ハンガー | kleerhanger |
hangawaki-半乾き | leerhard; halfdroog zijn |
hankan-反感 | antipathie; afkeer; aversie; vijandigheid |
hankō-反抗 | opstand; weerstand; verzet; insubordinatie; ongehoorzaamheid |
hankō-藩侯 | (feodale) leenheer; hoofd van een domein [clan] |
hankyō-反響 | (fig.) echo; weerklank; repercussie; reactie |
hankyū-半球 | hemisfeer; halfrond |
hanmen-反面 | de andere kant; keerzijde |
hanpatsu-反発 | afkeer; walging |
hanron-反論 | tegenargument; weerlegging; repliek |
hansha-反射 | reflectie; weerkaatsing |
hanshakaitekiseiryoku-反社会的勢力 | anti-sociale krachten; georganiseerde misdaad; criminele organisaties |
hanshazai-反射材 | reflecterend materiaal [reflecterende producten] (voor verkeersveiligheid) |
hanshi-藩士 | vazal van een daimyo [leenheer] |
hanshinron-汎心論 | panpsychisme (filosofische leer) |
hanshinron-汎神論 | pantheïsme (filosofische leer) |
hanshō-反照 | reflectie; weerspiegeling |
hanshō-反証 | weerlegging; tegenbewijs |
hanshoku-繁殖 | voortplanting; fokkerij; vermeerdering; vermenigvuldiging |
hanshu-藩主 | leenheer; hoofd van een feodale clan |
hansokukin-反則金 | bekeuring voor (lichte) verkeersovertredingen; verkeersboete |
hantaisuru-反対する | (er) tegen zijn; zich verzetten (tegen); weerstand bieden (aan) |
hanzatsu-繁雑 | ingewikkeld [moeilijk; gecompliceerd] zijn |
han'ei-反映 | reflectie; weerspiegeling |
han'eisuru-反映する | reflecteren; weerspiegelen |
han'i-範囲 | gebied; domein; begrenzing; bereik; invloedssfeer |
happō-発砲 | het afvuren; schieten (van een geweer, pistool, etc.) |
happōsuru-発砲する | afvuren; (af)schieten (geweer, pistool, of andere geladen wapens) |
hapuningu-ハプニング | geïmproviseerde manisfestatie; spontane kunstactiviteit |
haragoshirae-腹拵え | iets eten voorafgaand aan werkzaamheden; eerst eten voordat je iets gaat doen |
harahara-はらはら | (onomatopee) neerdwarrelend |
haraimono-払い物 | iets [een artikel] dat je wilt verkopen; iets dat je niet meer nodig hebt] |
harau-払う | (met een zwaard, stok e.d.) heen en weer zwaaien |
hare-晴れ | opklaring(en); helder [zonnig; mooi] zijn (van de lucht, het weer, e.d.) |
hareagaru-晴れ上がる | opklaren (van het weer) |
harema-晴れ間 | opklaring (van het weer); open [blauwe] plek in het wolkendek |
hareru-晴れる | opklaren (van het weer) |
haritaosu-張り倒す | (iem.) neerslaan; omverlopen; vloeren; onderuithalen |
haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
haruichiban-春一番 | de eerste lentestorm; krachtige zuidenwind in het begin van de lente |
harumeku-春めく | lenteachtig worden; op lenteweer lijken |
hasamu-挟む | tegen over elkaar zijn; aan weerszijden zijn (van) |
hashigo-梯子 | (afk. voor) ladder-vasthouder (historische brandweertaak) |
hashigomochi-梯子持 | ladder-vasthouder (historische brandweertaak) |
hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
hashiri-走り | primeur; de [het] eerste van het seizoen |
hassei-発声 | de eerste spreker; voorzanger |
hasshadai-発射台 | lanceerplatform |
hasshō-発症 | de aanvang [het begin; de eerste symptomen] van een ziekte |
hassuru-ハッスル | hard werken; druk in de weer zijn |
hatakikomi-叩き込み | sumo techniek (de tegenstander vellen met meerdere snelle slagen) |
hataku-叩く | neerslaan; naar beneden slaan (sumo) |
hātobureiku-ハートブレイク | liefdesverdriet; hartzeer |
hatsu-初 | de eerste; het begin |
hatsuarashi-初嵐 | eerste storm (in de vroege herfst) |
hatsubasho-初場所 | eerste sumo toernooi van het jaar (januari in Tokio) |
hatsubon-初盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
hatsubutai-初舞台 | debuut; de eerste keer dat men op het podium verschijnt |
hatsugatsuo-初鰹 | de eerste bonito (vis) van het (zomer)seizoen |
hatsuhana-初花 | de eerste bloei |
hatsuharu-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
hatsuhi-初日 | nieuwjaarsochtend; de eerste zonsopgang van het jaar |
hatsuhikō-初飛行 | de eerste vlucht (van een bepaald vliegtuig); luchtdoop |
hatsuhinode-初日の出 | de eerste zonsopgang van het jaar; zonsopgang op nieuwjaarsdag |
hatsukaoawase-初顔合わせ | eerste ontmoeting; eerste treffen |
hatsukoi-初恋 | eerste liefde |
hatsumago-初孫 | eerste kleinkind |
hatsumimi-初耳 | iets voor het eerst [de eerste keer] horen |
hatsumōde-初詣で | het eerste bezoek aan een heiligdom in het nieuwe jaar |
hatsumono-初物 | de eerste oogst (b.v. graan, fruit, vis, etc.) van het seizoen |
hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
hatsunari-初生り | de eerste vruchten van het seizoen |
hatsune-初値 | de eerste beurskoers van het nieuwe jaar |
hatsune-初音 | eerste vogelgezang [vogelenzang] in het nieuwe jaar |
hatsuni-初荷 | eerste verzending [vracht; transport] van het nieuwe jaar |
hatsunori-初乗り | de eerste rit (paard, auto, trein, etc.) in het nieuwe jaar |
hatsushigure-初時雨 | de eerste regen na de overgang van herfst naar winter |
hatsushimo-初霜 | de eerste vorst (van het seizoen) |
hatsuuri-初売り | eerste verkoopdag [openingsdag] van winkels (in het nieuwe jaar) |
hatsuyu-初湯 | eerste bad van het nieuwe jaar; eerste bad van een pasgeboren baby |
hatsuyuki-初雪 | de eerste sneeuw (van het seizoen); eerste sneeuwval |
hatsuyume-初夢 | je eerste droom in het (nieuwe) jaar |
hatsuzan-初産 | eerste bevalling; bevalling van het eerste kind |
hatsuzekku-初節句 | (de viering van) het eerste jongens- [meisjes-] festival van een baby |
hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
hausukīpā-ハウスキーパー | beheerder [beheerster] van een gebouw |
hayabaya-早早 | vroeg; eerder; snel; spoedig |
hayame-早め | het vroeger [eerder] zijn (dan de vastgestelde of gebruikelijke tijd) |
hayauchi-早打ち | spoedkoerier; een zeer snel postpaard; het snel verzenden [bezorgen] {van een boodschap) |
hayaumare-早生まれ | geboren tussen 1 januari en 1 april ( de datum van schoolbegin); vroege leerling |
hazumu-弾む | gestimuleerd [bemoedigd; aangespoord; opgevrolijkt] worden |
hazumu-弾む | geld verspillen [verkwisten]; veel geld neertellen; dokken |
heidoku-併読 | het twee (of meer) boeken, kranten, of tijdschriften tegelijk lezen |
heiki-平気 | kalmte; sereniteit; zelfbeheersing |
heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
heiro-閉炉 | (in Zen tempels, op eerste dag van de 2de maand van de maankalender) het doven [uitdoen] van de van de vuurhaard [open haard] |
heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
hekomu-凹む | bezwijken; toegeven; de moed verliezen; gedeprimeerd worden |
henkō-偏光 | polarisatie; gepolariseerd licht |
henpin-返品 | retourzending; geretourneerde goederen [artikelen] |
henseiarukōru-変性アルコール | gedenatureerde alcohol (onbruikbaar gemaakt voor consumptie) |
henseifū-偏西風 | de (heersende) westenwinden |
henshinyōfūtō-返信用封筒 | retourenveloppe; gefrankeerde en geadresseerde enveloppe |
henshō-返照 | reflectie; weerkaatsing (licht) |
henshoku-偏食 | ongevarieerd dieet [voedingspatroon]; eenzijdige voeding |
hentaigana-変体仮名 | hentaigana (oud-Japans schrift: gerelateerd aan: katakana en hiragana) |
herikutsu-屁理屈 | gebekvecht; haarkloverij; drogreden; verkeerde redenering; slecht argument |
hibiki-響き | echo; weerklank; weerkaatsing |
hibiku-響く | (van verre) weerklinken; weergalmen; echoën; ver reiken (geluid) |
hibiku-響く | weerkaatsen; schudden; trillen |
hidarimae-左前 | de verkeerde kant (van een kimono overslag) |
hidarimuki-左向き | de verkeerde kant (van een kimono overslag) ; slechte financiële situatie; (economische) recessie |
hideri-日照り | droogte; droog weer |
higuchi-火口 | mond [tromp] van de loop van een geweer |
higuma-羆 | de bruine beer (Ursus arctos) |
hikeshi-火消し | brandweerman; brandweerbrigade |
hikiage-引き上げ | verhoging; vermeerdering; toename |
hikinaosu-引き直す | (een lijn) opnieuw trekken; herzien; weer veranderen |
hikinaosu-引き直す | weer [opnieuw] verkouden worden [kou vatten] |
hikizome-弾き初め | de eerste keer dat een instrument wordt bespeeld in het nieuwe jaar |
hikizome-弾き初め | een instrument voor de eerste keer bespelen na aankoop ervan |
hikokunin-被告人 | beklaagde; verweerder; beschuldigde; verdachte |
hiku-轢く | (iem.) overrijden; aanrijden; neerslaan |
hikyō-秘教 | esoterische religie [leer] |
himegimi-姫君 | eerbiedige term voor een prinses of de dochter van een hooggeplaatst persoon |
hin-賓 | geëerde gast |
hinawajū-火縄銃 | musket; haakbus (ouderwets geweer met een lont) |
hippō-筆法 | compositieleer van teksten |
hireidaihyōsei-比例代表制 | kiesstelsel van proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten (met meerdere zetels) |
hishūyōsha-被収容者 | (form.) gedetineerde |
hitodoori-人通り | voetgangers verkeer; komen en gaan van mensen |
hitohashiri-一走り | een stukje [een keer] rennen [hardlopen] |
hitoichibai-人一倍 | meer dan anderen; meer dan gewoonlijk; met extra [meer] inzet; (ver)dubbel(d); twee keer (zo hard, veel, etc.) |
hitomebore-一目惚れ | liefde op het eerste gezicht |
hitomukashi-一昔 | lang geleden; (ongeveer) tien jaar (geleden) |
hitonanoka-一七日 | de zevende dag na het overlijden; de eerste zeven dagen na het overlijden |
hitoshio-一入 | nog meer; des te meer; in het bijzonder; vooral |
hitosuji-一筋 | geconcentreerd zijn (op); toegewijd zijn; het zich toeleggen [richten] (op) |
hittō-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst |
hiyamugi-冷や麦 | koud geserveerde udon noedels |
hiyayakko-冷や奴 | een Japans gerecht met koud geserveerde tahoe [tofoe] |
hiyori-日和 | mooi weer; mooie dag |
hiyorimi-日和見 | weersvoorspelling |
hiyowai-ひ弱い | zwak; broos; teer; ziekelijk |
hō-奉 | (in combinatie met andere karakters) toewijding; offer; eerbied; gehoorzaamheid |
ho-穂 | (speer)punt; punt van een kwast |
hōeikisei-防衛機制 | afweermechanisme |
hōgakubu-法学部 | Faculteit der Rechtsgeleerdheid |
hōgan-砲眼 | de mond [tromp] van de loop van een geweer |
hogosha-保護者 | voogd; beschermheer |
hōjō-法城 | de sterke rots [burcht] van de boeddhistische leer |
hōjū-放獣 | het vangen van een dier (b.v. een beer) en elders (in een natuurgebied) uitzetten; het per ongeluk vangen van een dier en weer vrijlaten; bijvangst |
hōken-宝剣 | een kostbaar [belangrijk; eervol] zwaard. |
hokidasu-吐き出す | verspillen; in één keer uitgeven (geld) |
hokku-発句 | de eerste regel (van 5 lettergrepen) van een haiku of tanka gedicht |
hokku-発句 | het eerste vers (van 17 lettergrepen) van een renga gedicht |
hokkyokuguma-北極熊 | ijsbeer; poolbeer (Ursus maritimus) |
hoko-矛 | lans; spies; speer |
hoko-矛 | (met lantaarns) gedecoreerde paal (voor optochten en festivals) |
hōkō-砲口 | de mond [tromp] van de loop van een geweer |
hokosaki-矛先 | speerpunt; de punt van een speer |
hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt; voorste legerspits |
hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt (leidend element) |
hokōshatengoku-歩行者天国 | (lett. voetgangersparadijs) voetgangerszone; voetgangersgebied (ook een rijbaan die (tijdelijk) wordt gesloten voor autoverkeer) |
hōkōtenkan-方向転換 | verandering van richting [koers] (ook fig.); ommekeer; radicale verandering |
hokuto-北斗 | (afk. van) het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
hokutoshichisei-北斗七星 | het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
homare-誉れ | eer; glorie; roem |
homeru-褒める | prijzen; bewonderen; ophemelen; verheerlijken |
homogyūnyū-ホモ牛乳 | gehomogeniseerde melk |
hōmon-法門 | boeddhistische leer; poort naar de boeddhistische [spirituele] verlichting |
hōmon-砲門 | de mond [tromp] van de loop van een geweer |
hōmu-法務 | zaken die te maken hebben met de boeddhistische leer |
hōmurūmu-ホームルーム | schoollokaal waar een groep leerlingen extra begeleiding krijgt van een vaste leraar (vaak voordat de reguliere lessen beginnen) |
honkan-本館 | hoofdgebouw; eerste gebouw (bij oprichting van een bedrijf, organisatie, etc.) |
honke-本家 | hoofdplaats; de naam van een domeinheer |
honmatsutentō-本末転倒 | verkeerd beoordelen wat belangrijk en onbelangrijk is; het paard achter de wagen spannen |
honne-本音 | oprechte [eerlijke] (persoonlijke) mening [bedoeling] |
honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
hon'i-本意 | oorspronkelijke [ware] bedoeling [drijfveer] |
hoozuki-酸漿 | een kelkblad van de lampionplant dat fungeert als fluitje waar kinderen op blazen |
horekomu-惚れ込む | gecharmeerd zijn van; verliefd zijn op |
horishi-彫り師 | tatoeëerder; tattoo artiest |
hōritsugaku-法律学 | rechtswetenschap(pen); rechtsgeleerdheid |
horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
horobu-滅ぶ | verwoest [geruïneerd] worden; te gronde gaan |
hōshaseikōkabutsu-放射性降下物 | radioactieve neerslag |
hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
hōshin-砲身 | geweerloop; de loop van een geweer |
hōshin-芳信 | (beleefde term) uw (vriendelijke; gewaardeerde] brief |
hōshō-奉唱 | eerbiedig zingen; religieuze gezangen |
hōshō-褒賞 | lof; eer; onderscheiding |
hosuto-ホスト | gastheer |
hōtō-法灯 | de leer [het licht] van Boeddha |
hoyahoya-ほやほや | pas; vers; nieuw (b.v. pas getrouwd of net afgestudeerd) |
hōyō-法要 | kernpunt [hoofdpunt] van de boeddhistische leer |
hōzō-宝蔵 | (een woord dat verwijst naar) de leer van Boeddha |
hyakka-百家 | vele geleerden |
hyakubai-百倍 | honderdmaal; honderd keer (zoveel) |
hyakubun-百聞 | (lett.) iets honderd keer horen |
hyakudomairi-百度参り | het 100 keer bezoeken van een schrijn of tempel (om te bidden) |
hyakuyōsō-百葉箱 | huisje [hokje] voor meetapparatuur van weersomstandigheden (thermometer, hygrometer, e.d.) |
hyōji-表示 | weergave (op een computerscherm, e.d.) |
hyōkei-表敬 | eerbetuiging; eerbetoon; hulde; tribuut |
hyōkishōgun-驃騎将軍 | (Chin.) cavalerie generaal; legeraanvoerder; veldheer |
hyōshiki-標識 | verkeersbord; verkeersteken; markering; baken |
iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
iatsukan-威圧感 | bedreigende sfeer; gevoel van intimidatie |
ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
ibushigin-燻し銀 | geoxideerd zilver |
ichi-一 | eerste; beste |
ichiban-一番 | de eerste [beste]; nummer 1; -ste (overtreffende trap) |
ichibandori-一番鶏 | het eerste kraaien van de haan (bij zonsopgang) |
ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
ichidai-一代 | heerschappij; regeringsperiode (van een vorst) |
ichidan-一段 | nog (veel) meer; behoorlijk veel |
ichido-一度 | een keer |
ichidokini-一時に | tegelijkertijd; in een keer |
ichidoku-一読 | het snel [een keer] doorlezen |
ichidokusuru-一読する | snel [een keer] doorlezen |
ichigakki-一学期 | eerste semester (school) |
ichigen-一見 | eerste bezoek (van een klant, b.v. in een restaurant) |
ichigō-一号 | nummer 1; de eerste |
ichigoichie-一期一会 | ieder moment; eenmalig; één keer in je leven (en nooit weer) |
ichii-一位 | eerste positie [plaats; rang] |
ichii-一位 | eerste cijfer van een getal |
ichiji-一次 | de eerste (rang; keer); oorspronkelijke; primaire |
ichijibarai-一時払い | volledige betaling in een keer; betaling van de lumpsum [het hele bedrag ineens] |
ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
ichijiteishi-一時停止 | (verkeerswet) verplichte stop (bij een stopbord, e.d.) |
ichijitsu-一日 | de eerste dag (van de maand) |
ichimei-一命 | eerste (levens)taak; opdracht; aanstelling |
ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
ichimon-一門 | leerlingen van dezelfde meester (van een school der kunsten, vechtsporten, e.d.) |
ichinensei-一年生 | eerstejaars student [scholier] |
ichinichi-一日 | de eerste dag (van de maand) |
ichininshō-一人称 | (taalkunde) de eerste persoon; (in literatuur) de ik-persoon; ik-vorm |
ichinotori-一の酉 | de eerste Dag van de Haan in de elfde maand; het festival van de Ōtori-schrijn gehouden op die dag |
ichiō-一応 | voorlopig; zo'n beetje; min of meer |
ichiō-一応 | (nog) een keer |
ichioshi-一押し | iets dat zeer aangeraden [aanbevolen; aangeprezen] wordt |
ichiretsu-一列 | een (wacht)rij; queue; de eerste rij (theater e.d.); op één lijn [rij] |
ichiryū-一流 | top; eerste [hoogste] klas [niveau]; unieke kwaliteit |
ichiryūkigyō-一流企業 | toponderneming; eersteklas bedrijf |
ichishichinichi-一七日 | de zevende dag na het overlijden; de eerste zeven dagen na het overlijden |
ichiyaku-一躍 | met één sprong; in één keer; in één klap |
idengaku-遺伝学 | genetica; erfelijkheidsleer |
ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
ierō・zōn-イエロー・ゾーン | zonemet verkeersverbod, aangegeven met een gele streep |
iiayamaru-言い誤る | zich verspreken; (iets) verkeerd [fout] zeggen |
iidasu-言い出す | beginnen met praten; als eerste spreken |
iikaesu-言い返す | antwoorden; terugzeggen; een weerwoord hebben |
iitsukaru-言いつかる | geïnstrueerd [bevolen] worden; instructie [opdracht; bevel] krijgen |
ijō-以上 | ... en [of] meer [hoger] |
ijō-以上 | meer dan; hoger; boven |
ikaiyō-胃潰瘍 | maagzweer |
ikani-如何に | hoe (veel, etc.) ook; hoezeer (ook) |
ikazuchi-雷 | onweer; donder(slag); bliksem(schicht) |
ikei-畏敬 | eerbied; ontzag; respect |
ikihaji-生き恥 | de schaamte die men tijdens zijn leven moet verduren; leven [voortbestaan] in schaamte [schande; oneer] |
ikikaeru-生き返る | weer bijkomen (na bewusteloosheid); weer tot leven komen |
ikkai-一回 | één keer; eens |
ikkai-一階 | begane grond; parterre (Japan: eerste verdieping) |
ikkaisei-一回生 | eerstejaarsstudent |
ikkakusenkin-一攫千金 | in één klap rijk worden; in één keer enorme winst behalen |
ikkatsubarai-一括払い | het alles in één keer betalen; het hele bedrag ineens betalen |
ikkikasei-一気呵成 | iets in een keer afmaken; iets afmaken zonder pauze te houden |
ikkyo-一挙 | alles tegelijk [in één keer] doen |
ikkyoni-一挙に | in één slag [klap]; in één keer; alles tegelijk |
ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
ikyosuru-依拠する | afhankelijk zijn van; gebaseerd zijn op; steunen op; zich toeverlaten op |
imasara-今更 | opnieuw; weer |
imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
imiron-意味論 | semantiek; betekenisleer |
indian・samā-インディアン・サマー | nazomer; warm [mooi] herfstweer |
indō-引導 | begeleiding (m.n. in de boeddhistische leer) |
inginburei-慇懃無礼 | gespeelde [niet gemeende] beleefdheid; verborgen afkeer |
inisharu-イニシャル | (Eng.: initials) initiaal; initialen; eerste letter(s) |
inishiachibu-イニシアチブ | (Eng.: initiative) initiatief; eerste stap |
inkyo-隠居 | gepensioneerde |
innā・supēsu-インナー・スペース | de stratosfeer |
innen-因縁 | eerdere [oude] relatie [band; verbinding]; oorsprong; oorzaak; karma |
inpakuto-インパクト | schok; invloed; effect; weerslag |
inparusu-インパルス | drijfveer; prikkel; stimulans |
inrē-インレー | (tandheelkunde) inlay; vulling; plombeersel |
inshōhihyō-印象批評 | subjectieve [op indrukken gebaseerde] kritiek |
insutorakutā-インストラクター | instructeur; docent; leermeester; trainer |
intābijon-インタービジョン | intervisie (een georganiseerd gesprek tussen een kleine groep vakgenoten) |
intāfēsu-インターフェース | interface (waarmee twee of meer computersystemen met elkaar communiceren) |
intaku-隠宅 | woning van een gepensioneerde |
intario-インタリオ | intaglio (gegraveerde edelsteen) |
interi-インテリ | intellectueel; geleerd person; intelligentsia |
in'yōku-引用句 | citaat; geciteerde passage |
in'yoku-淫欲 | lust; seksueel verlangen; begeerte |
in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
iomante-イオマンテ | een Ainu-ceremonie waarbij een bruine beer wordt geofferd (nadat hij een bepaalde tijd in het dorp is grootgebracht) |
ippa-一波 | de eerste golf (van een reeks) |
ippanron-一般論 | heersende mening; algemene opvatting; generalisatie |
ippantōshika-一般投資家 | particuliere investeerder |
ippatsu-一発 | (gebruikt als bijwoord) één keer; eenmalig |
ippen-一遍 | eens; een keer |
ippitsugaki-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
ippitsusho-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
ippon'yari-一本槍 | een beslissende actie (b.v. met een speer) |
ippōtsūkō-一方通行 | eenrichtingsverkeer |
ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
iradatsu-苛立つ | geïrriteerd raken; het geduld verliezen |
iraira-いらいら | (onomatopee) nerveus; geïrriteerd |
iraira-苛苛 | (onomatopee) zenuwachtig; ongeduldig; geïrriteerd; geërgerd; gespannen; nerveus |
iratsuku-苛つく | geïrriteerd raken; zich ergeren aan |
irechigaeru-入れ違える | misplaatsen; verkeerd (terug)zetten |
irechigau-入れ違う | op de verkeerde plek zijn; verwisseld [omgekeerd] zijn |
irikumu-入り組む | gecompliceerd [ingewikkeld] worden |
irimuko-入り婿 | een man die wordt geadopteerd door zijn schoonfamilie |
iroha-伊呂波 | het ABC; de (eerste) beginselen; grondslagen; basis(principes) |
isaku-遺作 | postuum werk (gepubliceerd na de dood van de auteur) |
isamitatsu-勇み立つ | gestimuleerd [bemoedigd; opgefleurd; geprikkeld] zijn [worden] |
iseitai-異性体 | een isomeer |
isha-医者 | arts; dokter; geneesheer; medicus |
isōrō-居候 | iemand die parasiteert (zonder te betalen kost en inwoning geniet); uitvreter; parasiet |
issakujitsu-一昨日 | eergisteren |
issakunen-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
issei-一世 | de eerste van een koning of keizer waarbij de naam van de vorst tevens in de volgende generaties voorkomt (b.v.: Willem I der Nederlanden) |
isseichidai-一世一代 | één keer in je leven; uniek; eenmalig |
isseifūbi-一世風靡 | de heerschappij voeren; overwicht [controle] hebben op de gedachten van mensen |
isseki-一席 | eerste plaats; eerste prijs |
isshin-一新 | totale verandering; ommekeer; ommezwaai; vernieuwing; restauratie |
isshintō-一親等 | eerste graad van bloedverwantschap |
isshūki-一周忌 | iemands eerste sterfdag |
isso-いっそ | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
issonokoto-いっその事 | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
issui-一炊 | (de tijd voor) één keer rijst koken |
itakedaka-居丈高 | aanmatigend [dominant; overheersend; hooghartig] zijn |
itan-異端 | ketterij; dwaalleer; heidendom |
itchōyūji-一朝有事 | wanneer de noodzaak zich voordoet; in geval van nood |
ite-射手 | scherpschutter; schutter (pistool; geweer) |
itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
itomeru-射止める | doodschieten; neerschieten; raak schieten |
itsu-何時 | wanneer |
itsudemo-何時でも | te allen tijde; wanneer (dan) ook; altijd; wanneer je maar wilt |
itsumade-何時まで | hoe lang; tot wanneer |
itsumadeni-何時までに | tot en met wanneer |
itsumo-何時も | altijd; ieder keer; gewoonlijk; constant; voortdurend |
itsunomani-いつの間に | wanneer; in hoeveel tijd |
itsuzai-逸材 | een opmerkelijk talent; een uitzonderlijk getalenteerd persoon |
ittaigata-一体型 | gecombineerde unit; geïntegreerd model |
ittenki-一転機 | keerpunt |
ittetsu-一徹 | koppigheid; weerspannigheid; halsstarrigheid |
ittō-一等 | eersteklas; eersterangs; de beste |
ittōshin-一等親 | eerstegraads verwantschap [familiebetrekkingen]; naaste bloedverwant |
iwan'ya-況んや | nog (veel) meer; laat staan dat, om maar niet te spreken van; om nog maar te zwijgen over |
iya-弥 | meer en meer; in toenemende mate |
iyagaru-嫌がる | een hekel [afkeer; tegenzin] hebben (om iets te doen) |
iyagaueni-弥が上に | hoe langer hoe meer; des te meer; steeds meer; nog eens erbovenop |
iyaki-嫌気 | hekel; afkeer |
iyamasaru-弥増さる | alsmaar meer [groter; talrijker] worden |
iyokuteki-意欲的 | ambitieus; zeer gedreven [gemotiveerd] |
iyū-畏友 | gewaardeerde [gerespecteerde] vriend |
izakaya-居酒屋 | Japanse bar waar hapjes en drankjes worden geserveerd |
jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbaar [weerspannig] paard |
jaken-邪見 | slechte [verkeerde] manier van bekijken [denken] |
jakyoku-邪曲 | verdorvenheid; gemeenheid; oneerlijkheid |
janken-じゃん拳 | het steen, papier, schaar spel (gebruikt om te loten of om te bepalen wie er eerst aan de beurt is) |
jankushon-ジャンクション | (verkeer) knooppunt |
jidaishoku-時代色 | de sfeer [kenmerken; trends] van een bepaalde tijd [periode] |
jidōshōjū-自動小銃 | automatisch geweer |
jijitsumukon-事実無根 | ongegrond [ongefundeerd] zijn; in strijd zijn met de feiten |
jikai-次回 | de volgende keer |
jikideshi-直弟子 | directe [persoonlijke] leerling [volgeling] (van een meester) |
jikkyō-実教 | (boeddh.) de ware leer die tot verlichting leidt |
jiko-事故 | (verkeers)ongeluk |
jikoru-事故る | (informele term voor) het veroorzaken van een ongeval (m.n. een verkeersongeval) |
jikuashi-軸足 | (honkbal) pivotvoet; steunvoet (het standbeen wanneer een speler draait) |
jikyūsuru-持久する | volharden; volhouden; doorzetten; weerstaan |
jimejime-じめじめ | (onomatopee) terneergeslagen; somber; gedeprimeerd; melancholisch |
jimichi-地道 | stabiel [gestaag; oprecht; eerlijk] zijn |
jingi-仁義 | gedragscode; eerbewijs (van yakuza) |
jinjō-尋常 | eerlijk [prijswaardig; stijlvol] zijn |
jinketsu-人傑 | een intelligent [getalenteerd] persoon; een groot mens |
jinkun-仁君 | een welwillende [genadige] vorst [heerser] |
jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
jinshinjiko-人身事故 | een (verkeers)ongeval met letsel of de dood tot gevolg |
jinzai-人材 | een bekwaam [kundig; getalenteerd] persoon |
jippahitokarage-十把一絡げ | zonder onderscheid; ongenuanceerd; lukraak |
jirijiri-じりじり | ongeduldig; geïrriteerd |
jirijirisuru-じりじりする | ongeduldig worden; geïrriteerd raken |
jirō-耳漏 | oorsmeer; afscheiding uit het oor |
jisei-自制 | zelfbeheersing |
jisei-辞世 | doodsgedicht; gedicht gecomponeerd op het sterfbed |
jisshō-実証 | feitelijk [op feiten gebaseerd] bewijs; solide [door feiten ondersteund; aangetoond] bewijs |
jisshō-実証 | (in de traditionele Chinese (kruiden)geneeskunde) een constitutie met een fysieke kracht en sterke weerstand tegen ziekte |
jitchoku-実直 | eerlijkheid; betrouwbaarheid |
jitchūhakku-十中八九 | met grote waarschijnlijkheid; negen van de tien keer; in negen van de tien gevallen |
jitsueki-実益 | netto winst; gerealiseerde winst |
jiyūhōninshugi-自由放任主義 | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
jō-乗 | (boeddh.) de leer van Boeddha |
jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
jōge-上下 | onder en boven; hoog en laag; op en neer; heen en terug |
jōgen-上弦 | het eerste kwartier van de maanstand; maansikkel |
jōhōkōgaku-情報工学 | informatica; computer techniek; information engineering |
jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
jōin-上院 | de Eerste Kamer; het Hogerhuis; de Senaat |
jōji-畳字 | kanji-idioom (een uitdrukking met meerdere kanji) |
jōjun-上旬 | de eerste tien dagen van de maand; het begin van de maand |
jōkenhansha-条件反射 | een geconditioneerde [voorwaardelijke] reflex |
jokyū-女給 | serveerster; barmeisje |
jomaku-序幕 | de openingsakte [eerste akte] van een toneelstuk. |
jōryūki-蒸留器 | distilleerketel |
jōryūsho-蒸溜所 | distilleerderij |
jōryūshu-蒸留酒 | gedistilleerde dranken; sterke drank |
jōshu-城主 | kasteelheer; burchtheer; slotheer |
jōshu-情趣 | (goede) stemming; sfeer; gevoel; (schilderachtig; romantisch) effect |
josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
jōyokachi-剰余価値 | overwaarde; meerwaarde; toegevoegde waarde |
jū-柔 | zachtheid; breekbaarheid; teerheid |
jūbako-重箱 | een doos met meerdere lagen; stapeldoos |
jūdan-銃弾 | (geweer)kogel; patroon |
judōkitsuen-受動喫煙 | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
jūgōtai-重合体 | (chemie) polymeer |
jugyōryō-授業料 | schoolgeld; leergeld |
jūgyūzu-十牛図 | Chinese Zen-kalligrafie (toegeschreven aan Kakuan) van de 10 stadia van verlichting (weergegeven als ossenhoeder-tekeningen van een herder en zijn os) |
jūka-銃火 | geweervuur |
jūkō-重厚 | diepgaand [sereus; kalm; oprecht; eerlijk] zijn |
jūkō-銃口 | mond; tromp (voorste opening van de loop van een geweer) |
junansetsu-受難節 | het (grote) vasten (veertigdaagse vasten, van Aswoensdag tot Pasen) |
jūnen-十念 | de Nembutsu (naam van Amitabha Boeddha) 10 keer reciteren |
jungyaku-順逆 | goed en fout; correcte volgorde en omgekeerde volgorde |
junjitsu-旬日 | periode van (ongeveer) tien dagen |
junkaibunko-巡回文庫 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (gedateerd, tevens ver-afgelegen plaatsen) |
junkatsu-潤滑 | gesmeerd [soepel] zijn |
junkatsuyu-潤滑油 | smeerolie |
junkyosuru-準拠する | zich conformeren aan; gebaseerd zijn op |
junpō-遵法 | eerbiediging [naleving] van de wet |
junryō-順良 | goedaardigheid en deugdzaamheid; eerlijkheid |
junshoku-殉職 | overlijden tijdens de uitoefening van zijn beroep [dienst] (b.v. brandweer of politie) |
junshu-遵守 | naleving; inachtneming; eerbiediging; gehoorzaamheid |
junshusuru-遵守する | naleven; gehoorzamen; zich houden aan; eerbiedigen |
junsui-純水 | zuiver [gezuiverd; gedestilleerd] water |
jun'en-順縁 | (boedd.) de Boeddhistische leer ingaan met een goed karma |
jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
jūsei-銃声 | geweerschot; (pistool)schot |
jushinnin-受信人 | geadresseerde; ontvanger |
jussaku-述作 | de leer [theorie] van iemand |
jūtai-渋滞 | file; verkeersopstopping |
jūtensuru-充塡する | vullen; laden (van een geweer, e.d.) |
jūtenteki-重点的 | gefocust; geconcentreerd; met hoge prioriteit |
ka-苛 | geïrriteerd (huid); ontstoken |
kaburitsuki-齧り付き | stoelen op de eerste [voorste] rij (in theater) |
kabushikigaisha-株式会社 | beursgenoteerd bedrijf; naamloze vennootschap |
kabushikiginkō-株式銀行 | aandelenbank (een bank die eigendom is van en wordt gecontroleerd door aandeelhouders) |
kachō-花鳥 | de stemming [het gevoel] wanneer je geniet van het zien van bloemen en het horen van het gezang van vogels |
kadai-架台 | steunbeer; draagbalk; bruggenhoofd; spoorbiels |
kaeba-替え刃 | reservemesje (b.v. bij scheermes) |
kaeri-帰り | terugkeer; terugreis |
kaeri-返り | terugkeer; wending; omdraaiing |
kaeri-返り | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
kaeribana-返り花 | terugkeer in het werk na gestopt te zijn (b.v. van een prostituee of een acteur) |
kaeriten-返り点 | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
kaeshi-返し | weerhaak (vislijn) |
kaette-却って | integendeel; veeleer; in plaats (daar)van |
kaette-却って | des te meer [beter; slechter]; juist daarom; als reactie daarop |
kafeore-カフェオレ | koffie verkeerd; (sterke) koffie met (veel) melk |
kafēpaurisuta-カフェーパウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
kāfusukin-カーフスキン | kalfsleer; kalfshuid |
kagehinata-陰日向 | oneerlijkheid; onoprechtheid; twee kanten hebben |
kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
kagyaku-可逆 | omkeerbaar zijn |
kahan-過半 | het grootste deel; de meerderheid; meer dan de helft |
kahansū-過半数 | de meerderheid; het grootste aantal |
kahōshūsei-下方修正 | neerwaartse herziening [aanpassing; correctie] |
kai-回 | keer; maal |
kaibun-回文 | palindroom; keerwoord |
kaibyaku-開白 | (boeddh.) het begin [de eerste dag] van de rituelen van bidden tot [het doen van geloften aan] Boeddha |
kaidō-海道 | zeeroute |
kaigunhikōyokarenshūsei-海軍飛行予科練習生 | de aspirant piloot of leerling vlieger op die opleiding |
kaiji-開示 | onthulling; weergave; presentatie; verslaggeving |
kaiki-回帰 | terugkeer; ommekeer; comeback; herstel; revival (weer in de mode komen) |
kaikisen-回帰線 | keerkring |
kaikō-開講 | de eerste lezing [cursus] van een reeks |
kaikōichiban-開口一番 | eerste woorden; openingswoorden; begin van een toespraak |
kaimaki-掻い巻き | een gewatteerde kimono; een (gewatteerde) deken met mouwen |
kainishikusu-カイニシクス | bewegingsleer; bewegingswetenschap |
kairo-海路 | zeeweg; zeeroute |
kairo-海路 | zeereis (per boot of schip) |
kairo-開炉 | (in Zen tempels, op de eerste dag van de 10de maand van de maankalender) het aansteken van de vuurhaard [open haard] |
kaisaku-改作 | het herschrijven (van een eerdere versie); revisie (van een eerdere publicatie) |
kaisei-快晴 | mooi [helder] weer; een wolkenloze hemel |
kaiseki-懐石 | eenvoudige gerechtjes geserveerd bij de theeceremonie |
kaisekiryōri-懐石料理 | eenvoudige gerechtjes geserveerd bij de theeceremonie |
kaisha-膾炙 | iets dat algemeen bekend [geliefd; gewaardeerd] is |
kaiyō-潰瘍 | zweer; ulcus |
kaizoku-海賊 | piraat; zeerover |
kaizokuban-海賊版 | illegale [geplagieerde] uitgave [kopie]; piratenuitgave |
kaizokuki-海賊旗 | piratenvlag; zeeroversvlag |
kaizokusen-海賊船 | piratenschip; zeeroversschip |
kaizome-買い初め | de eerste aankoop van het jaar |
kakehashi-懸け橋 | een tijdelijke [geïmproviseerde] brug; noodbrug; hangbrug |
kakemawaru-駆け回る | rondrennen; heen-en-weer rennen |
kakera-欠けら | zeer kleine hoeveelheid |
kakeru-掛ける | (iets) ophangen; neerzetten |
kaketsukeru-駆けつける | ergens haastig heen gaan [heensnellen]; uitrukken met spoed (van politie, brandweer, ambulance e.d.) |
kakidashi-書き出し | de eerste zin [alinea]; het begin van een (geschreven) tekst; openingswoord(en) |
kakiokoshi-書き起こし | (begin van) de eerste zin; openingswoord(en) |
kakizome-書初め | eerste kalligrafie van het jaar |
kakō-下降 | daling; afgang; val; duik; neergang |
kakō-華甲 | iemand van 61 jaar oud (het eerste karakter kan worden opsplitst in een zes, een tien, en een één) |
kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
kakudai-拡大 | uitbreiding; vermeerdering; (uit)vergroting |
kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
kakusanhansha-拡散反射 | diffuse weerkaatsing van licht |
kakushō-確証 | doorslaggevend [onweerlegbaar] bewijs; bevestiging |
kakutoshita-確とした | ferm; zeker; resoluut; onweerlegbaar; onbetwist |
kamaboko-蒲鉾 | surimi van gepureerde witvis (in de vorm van een boomstammetje) |
kamei-家名 | familie-eer |
kamera・ai-カメラ・アイ | observatie [reportage] (gedetailleerd) als door het oog van een camera |
kamihanki-上半期 | het eerste halfjaar; de eerste helft van het (fiscale) jaar |
kaminari-雷 | onweer; donder(slag); bliksem(schicht) |
kaminarigumo-雷雲 | onweerswolk |
kaminoku-上の句 | de eerste drie versregels van een waka [tanka; renga] gedicht |
kamisabiru-神さびる | indrukwekkend [eerbiedwaardig; prachtig] zijn [eruit zien] |
kamishimo-上下 | boven en onder; op en neer; hoog en laag |
kamisori-剃刀 | scheermes; scheerapparaat |
kamitsu-過密 | (overmatige) gedetailleerdheid |
kamoshidasu-醸し出す | een bepaalde stemming [sfeer] creëren [teweegbrengen]; een bepaald gevoel geven |
kan-款 | letters [karakters] in reliëf graveren; gegraveerde letters [karakters] |
kanba-悍馬 | een onstuimig [onhandelbaar; weerbarstig] paard |
kanben-冠冕 | hoogste rang; eerste klasse |
kanden-感電 | het een elektrische schok krijgen; geëlektrocuteerd worden |
kandōsuru-感動する | ontroerd worden; geëmotioneerd [opgewonden] raken |
kanete-予て | al; eerder, voortijdig; eerder; voordien; vooraf |
kangaechigai-考え違い | misverstand; misvatting; vergissing; verkeerde veronderstelling |
kange-勧化 | de prediking van de boeddhistische leer |
kangoku-監獄 | (heden) huis van bewaring (voor kort verblijf en soms tijdelijk verblijf voor gedetineerden die op overplaatsing wachten) |
kanjō-感状 | eervolle vermelding; aanbevelingsbrief |
kanka-干戈 | wapens; wapenuitrusting (m.n. speer en schild) |
kankan-漢奸 | een Chinese landverrader (iemand die collaboreerde met de Japanners) |
kankeisuru-関係する | gerelateerd zijn aan; betrekkingen hebben; verwant zijn |
kanki-寒気 | kou; koud weer; koud aanvoelen |
kankiwamaru-感極まる | zeer geëmotioneerd raken; overmand worden door emoties |
kankō-還幸 | terugkeer van een Keizer naar het paleis |
kankō-還幸 | terugkeer van een heilig voorwerp (shintai) naar een shinto tempel |
kanko-鹹湖 | zoutmeer; zoutwatermeer |
kannomodori-寒の戻り | koude dag(en) in de lente; een (tijdelijke) terugkeer van de winterkou in de lente |
kanon-カノン | canon, (christelijke) kerkelijke leerstelling |
kanpon-刊本 | een gedrukt en gepubliceerd boek |
kanrengaisha-関連会社 | een geaffilieerd bedrijf; dochterbedrijf; zustermaatschappij |
kanri-管理 | beheer; management; controle; toezicht; supervisie |
kanrikeiei-管理経営 | beheer; management; administratie |
kansan-閑散 | een stille, rustige sfeer |
kanseitō-管制塔 | verkeerstoren (vliegveld) |
kansendōro-幹線道路 | hoofdweg; verkeersader; verbindingsweg; snelweg |
kansensuru-感染する | geïnfecteerd worden; ontstoken raken; een ziekte oplopen |
kanshaku-癇癪 | kwaadheid; slecht humeur; geïrriteerdheid; woede-uitbarsting |
kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
kanshō-癇性 | geïrriteerdheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid; slechtgehumeurd zijn |
kansuiko-鹹水湖 | zoutwatermeer; zoutmeer |
kantan-簡単 | eenvoud; ongecompliceerdheid |
kanten-干天 | droog weer; droogte (lange droge periode zonder regen) |
kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
kaoawase-顔合わせ | eerste ontmoeting; introductie |
kaomise-顔見せ | debuut; eerste verschijning [optreden] |
kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
karaage-唐揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in tarwebloem gerolde en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
karadeppō-空鉄砲 | een ongeladen geweer |
karaguruma-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
karekore-彼此 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
karigane-雁が音 | een familiewapen, een gestileerde versie van een gans |
karikyuramu-カリキュラム | curriculum; leerplan; lespakket |
karin-花梨 | Chinese kweepeer (Chaenomeles sinensis) |
kasan-加算 | optelling; vermeerdering |
kasanegasane-重ね重ね | herhaaldelijk; vaak; regelmatig; steeds weer |
kashitsukeshintaku-貸付信託 | geldtrust (beheert het geld bij een trustbank) |
kata-潟 | wad; strandmeer; haf |
katai-固い | betrouwbaar; eerlijk |
kataru-騙る | zichzelf verkeerd voorstellen |
katateochi-片手落ち | oneerlijk [eenzijdig; partijdig; vooringenomen] zijn |
kāten・rēzā-カーテン・レーザー | (theater) voorprogramma; eerste artiest |
katōrennyū-加糖練乳 | (gezoete) gecondenseerde melk |
katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
katsute-嘗て | eens; eerder; vroeger; voorheen; ooit |
katsuzai-滑剤 | smeermiddel |
kattogurasu-カットグラス | geslepen glas; gegraveerd glas |
katto・gurasu-カット・グラス | geslepen [gegraveerd] glas; techniek van het glas slijpen [graveren] |
kawa-皮 | vel; huid; leer; schil |
kawa-革 | leer; dierenhuid |
kawago-皮籠 | een mand bekleed met leer (of met papier) |
kawarime-変わり目 | keerpunt; overgang; verandering |
kawarime-替わり目 | keerpunt; verandering; overgang |
kawato-革砥 | aanzetriem (voor een scheermes) |
kayoi-通い | het komen en gaan; verkeer |
kayoi-通い | woon-werkverkeer |
kayou-通う | heen- en weer gaan [reizen]; pendelen; forenzen |
kazamidori-風見鶏 | windhaan; weerhaan |
kazoechigaeru-数え違える | zich verrekenen [vertellen]; verkeerd berekenen |
kā・ferī-カー・フェリー | ferry; autoveerboot; autoveer; rij-op-rij-afschip |
kegi-化儀 | onderwijsmethode van de boeddhistische leer |
kegirai-毛嫌い | een (instinctive) hekel [afkeer] hebben; bevooroordeeld zijn |
kehō-化法 | boeddhistische leer; boeddhisme |
kei-卿 | heer; lord; meester |
kei-卿 | (arch.) jij (gebruikt door een heer of vorst tegen zijn vazallen) |
keibai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
keiei-経営 | bestuur; beheer; management |
keigo-敬語 | beleefd taalgebruik; eerbiedige uitdrukkingen |
keihōgakusha-刑法学者 | strafrechtwetenschapper; geleerde in het strafrecht |
keii-敬意 | (gevoel van) eerbied; hoogachting; respect |
keikai-軽快 | licht [lichtvoetig, kwiek; levendig; veerkrachtig; dartel; vrolijk] zijn |
keiken-敬虔 | vroomheid; eerbiedigheid; devotie |
keikikanjū-軽機関銃 | licht machinegeweer; lichte mitrailleur |
keikōtō-蛍光灯 | iemand die traag van begrip is [traag reageert] |
keiretsugaisha-系列会社 | gelieerd bedrijf; moeder-, dochter-, of zustermaatschappij |
keiryaku-経略 | regeren [heersen] (over een land of gebied) |
keiryaku-経略 | regeren [heersen] over de wereld (in alle vier windrichtingen) |
keisanpu-経産婦 | multipara; vrouw die meerdere kinderen heeft gebaard |
keisenfuhyō-係船浮標 | meerboei; tuiboei (scheepvaart) |
keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
keitairon-形態論 | morfologie; vormleer |
kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
kekorobasu-蹴転ばす | neerschoppen; onderuit schoppen |
kenban-検番 | een geregistreerde [ervaren] geisha |
kenbangeisha-検番芸者 | een geregistreerde [ervaren] geisha |
kenchikuō-建築王 | grote bouwheer; koning der architectuur (bijnaam voor Ramses II) |
kengaku-兼学 | het tegelijkertijd bestuderen van de leer van verschillende scholen of sekten |
kengen-献言 | het geven van een mening [voorstel; advies] (aan een meerdere) |
kengen-献言 | het advies [voorstel] (gegeven aan een meerdere) |
kengensuru-献言する | een mening [voorstel; advies] geven (aan een meerdere) |
kenja-賢者 | een wijze; wijsgeer |
kenji-検字 | index in kanji woordenboeken gebaseerd op het totale aantal penseelstreken |
kenjin-賢人 | een wijze; wijsgeer |
kenjiru-献じる | iets aanbieden [geven] aan een meerdere [hoger geplaatste] |
kenjōgo-謙譲語 | eerbiedig [nederig] taalgebruik |
kenjōmono-献上物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
kenki-嫌忌 | hevige afkeer; aversie; hekel |
kenkō-兼行 | het meerdere dingen tegelijkertijd doen |
kenmotsu-献物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
kenninjigaki-建仁寺垣 | omheining van bamboe (zoals voor het eerst gebruikt bij de Kenninji-tempel) |
kenpei-権柄 | overheersend [bazig] zijn |
kensaku-献策 | suggestie; voorstel (aan een meerdere; hogere in rang) |
kenshō-乾象 | hemel; astronomisch verschijnsel; weersomstandigheden (over tijdsduur en plaats) |
kenshō-顕彰 | (publieke) bekendmaking; publieke eerbewijzen |
kenzai-顕在 | duidelijke zichtbaarheid [aanwezigheid]; onmiskenbaarheid; gemanifesteerd [geopenbaard] zijn |
kenzuru-献ずる | iets aanbieden [geven] aan een meerdere [hoger geplaatste] |
ken'o-嫌悪 | afkeer; aversie; haat |
keosareru-気圧される | geïmponeerd [geintimiteerd] worden; zich (door iemand) overweldigd [overrompeld voelen] |
kessō-傑僧 | een uitmuntende [zeer verdienstelijke] monnik |
ketaosu-蹴倒す | neerschoten; onderuit trappen |
ketsumyaku-血脈 | lijn van instructie van leraar naar leerling [discipel] |
ki-気 | lucht; atmosfeer |
kibera-木べら | houten modelleergereedschap voor klei; modelleerhoutje |
kibo-規模 | eer; reputatie; roem |
kibo-規模 | basis; grondslag; fundering; referentie; hoofdpunt; keerpunt |
kichaku-帰着 | terugkeer; terugkomst; thuiskomst |
kidoru-気取る | gemaakt [gekunsteld; geaffecteerd] zijn; zich aanstellen; zich een houding geven |
kigōron-記号論 | semiotiek; tekenleer |
kihaku-希薄 | gebrek aan enthousiasme [aandacht; inhoud]; slap [ongeïnteresseerd] zijn |
kiippon-生一本 | zuiverheid; puurheid; eerlijkheid; rechtlijnigheid |
kijutsu-既述 | het eerder [hierboven] genoemde |
kika-机下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
kikajin-帰化人 | genaturaliseerde inwoner [burger] |
kikan-季刊 | kwartaalpublicatie; publicatie [uitgave] 4 keer per jaar (van een tijdschrift, magazine, e.d.) |
kikanjū-機関銃 | machinegeweer |
kikantōshika-機関投資家 | institutionele investeerder [belegger] |
kikichigai-聞き違い | het verkeerd horen [verstaan] |
kikioboe-聞き覚え | herinnering aan wat je eerder hebt gehoord |
kikioboeru-聞き覚える | je iets herinneren dat je (eerder) hebt gehoord |
kikisokonau-聞き損なう | verkeerd [niet goed] horen [verstaan] |
kikō-季候 | het weer [klimaat] van een seizoen |
kikō-気候 | klimaat; het weer; meteorologische omstandigheden |
kikoku-帰国 | remigratie; terugkeer naar eigen land; thuiskomst |
kikokushijo-帰国子女 | een kind dat na een lang verblijf in het buitenland is teruggekeerd naar Japan |
kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
kikyō-帰郷 | terugkeer (naar geboortehuis, geboortestreek, geboortegrond) |
kimeifutsūkabu-記名普通株 | geregistreerde aandelen |
kimeikabu-記名株 | geregistreerde aandelen |
kimeiyūsenkabu-記名優先株 | geregistreerd preferente aandelen |
kimekomu-決め込む | veronderstellen; zonder meer aannemen; overtuigd zijn van; voorbarige conclusies trekken |
kimerashōhin-キメラ商品 | een product met meerdere functies (b.v. een radiowekker) |
kimi-君 | vorst; heerser; monarch |
kimitsuseinotakai-気密性の高い | zeer [in hoge mate] luchtdicht |
kin-均 | de eerste noot van de Chinese toonladder |
kinakusai-きな臭い | dreigende [gespannen] sfeer (fig. de geur van buskruit, doet denken aan oorlog) |
kinchoku-謹直 | plichtsgetrouwheid; zorgvuldigheid; nauwgezetheid; eerlijkheid; integriteit |
kindengyokurō-金殿玉楼 | een kostbaar gedecoreerd paleis; prachtig [majestueus] gebouw |
kindenzu-筋電図 | elektromyogram (weergave van de elektrische stromen in spieren door een elektromyograaf) |
kininaru-気になる | geïnteresseerd zijn in; nieuwsgierig zijn naar |
kinkan-近刊 | publicatie in de nabije toekomst; boek dat binnenkort gepubliceerd zal worden |
kinkan-近刊 | recente publicatie; boek dat onlangs gepubliceerd is |
kinkei-謹啓 | (beleefde aanhef van een brief) geachte (heer, mevrouw, etc.) |
kinkin-僅僅 | slechts; alleen maar; niet meer dan |
kinkoku-謹告 | beleefde [eerbiedige] aankondiging [mededeling] |
kinori-気乗り | geïnteresseerd zijn (in); zin hebben om iets te doen; enthousiasme |
kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
kinshin-謹慎 | zelfdiscipline; zelfbeheersing |
kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
kippari-きっぱり | resoluut; beslist; botweg; direct; eerlijk; duidelijk |
kirai-帰来 | terugkeer; thuiskomst |
kiraku-帰洛 | het terugkeren naar de hoofdstad; terugkeer naar Kyoto |
kirikaesu-切り返す | terugslaan; terugvechten; weerwoord geven |
kirikorosu-切り殺す | (iem.) doodsteken; neersabelen; doden met een zwaard of mes |
kirimori-切り盛り | beheer; bestuur; management |
kiro-岐路 | (fig.) keerpunt; kruispunt |
kisan-帰参 | terugkeer (in dienst van de voormalige heer) |
kisan-帰山 | de terugkeer van een monnik naar zijn tempel |
kisei-帰省 | terugkeer naar geboortestreek of ouderlijk huis |
kishō-気象 | het weer; de weersomstandigheden |
kishōeisei-気象衛星 | weersatelliet |
kishōgaku-気象学 | meteorologie; weerkunde |
kishōkansokujinkōeisei-気象観測人口衛星 | weersatelliet |
kishōkansokusen-気象観測船 | weerschip (schip gebruikt voor meteorologische waarnemingen) |
kishōkeihō-気象警報 | weerswaarschuwing |
kishōyohōshi-気象予報士 | weersvoorspeller; weerprofeet |
kisō-起草 | het maken [opstellen] van een (eerste) ontwerp [voorstel; plan; wet, etc.] |
kisuru-記する | opschrijven; neerschrijven; noteren; optekenen; aantekenen |
kitakaikisen-北回帰線 | kreeftskeerkring; noorderkeerkring |
kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
kito-帰途 | terugkeer; op weg naar huis |
kiwamete-極めて | zeer (veel); uiterst; in hoge mate; buitengewoon; buitensporig |
kiwametsuki-極めつき | gewaarmerkt, gecertificeerd |
kiyō-紀要 | door universiteiten of onderzoeksinstellingen gepubliceerde uitgave (met artikelen, onderzoeksverslagen, etc.) |
kizoku-帰属 | teruggave; terugkeer |
kizu-傷 | vlek (op iem.'s reputatie); schande; oneer |
kō-侯 | markies; (krijgs)heer; leenheer |
kō-校 | (in kanji combinaties) drukproef; revisie; gecorrigeerde proef (van een boek, document, etc.); telwoord voor het aantal revisies |
kō-江 | (oude naam voor) het Biwa meer |
kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
koara-コアラ | koala (buidelbeer) |
koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
kōbō-弘法 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
kōbōdaishi-弘法大師 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
koboru-コボル | (common business oriented language) COBOL, een computer programmeertaal |
kōbu-荒蕪 | wildernis; ongecultiveerd [onbebouwd] zijn |
kōbutsu-貢物 | eerbetoon; eerbetuiging |
kōei-光栄 | eer; glorie; voorrecht |
kōge-高下 | omhoog en omlaag; op en neer |
kōge-高下 | stijgen en dalen; opgang en neergang |
kōgen-抗言 | protest; weerwoord; tegenspraak |
kogetsukishikin-焦げ付き資金 | slechte [niet meer te vorderen] lening |
kogetsuku-焦げつく | niet meer invorderbaar [inbaar] worden (van schuld of lening) |
kōgyōkai-工業界 | de industriële [geïndustrialiseerde] wereld |
kōhai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
kōhan-孔版 | mimeograaf; stencilmachine; kopieermachine |
kohan-湖畔 | waterkant [oever] van een meer |
kōheimushi-公平無私 | onpartijdigheid; eerlijk spel |
kōhi-高批 | (beleefd ontvangen) kritiek van anderen; uw gewaardeerde kritiek |
kōhochi-候補地 | geselecteerde [gekozen] landstreek [gebied; terrein] (om iets op te bouwen) |
kōhon-校本 | gannoteerde uitgave; variantenuitgave |
kojinsūhai-個人崇拝 | persoonsverheerlijking |
kojireru-拗れる | ingewikkeld [lastig; gecompliceerd] worden |
kojō-孤城 | een eenzaam [geïsoleerd gelegen] kasteel [vesting] |
kojō-湖上 | op het meer |
kōkai-航海 | zeereis; zeescheepvaart; zeevaart |
kōkai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
kōkaiiki-降灰域 | gebied waar vulkanische as is neergedaald |
kōkaikabu-公開株 | beursgenoteerd aandeel |
kōkakuhō-高角砲 | krombaangeschut; luchtafweergeschut |
kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
kōkō-後攻 | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
kokō-虎口 | (lett. mond van de tijger) een zeer gevaarlijke plek [plaats] of situatie |
kōkoku-抗告 | (jur.) hoger beroep (tegen het vonnis van de eerste aanleg) |
kōkoku-皇国 | het Japanse keizerrijk (onder de heerschappij van de keizer) |
kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
kokora-此処ら | (ongeveer) hier; (ongeveer) nu |
kokoroechigai-心得違い | fout; vergissing; (je) misdragen; verkeerd reageren |
kokoroyasudate-心安だて | openheid; toegankelijkheid; ongereserveerdheid |
kōkōsei-高校生 | leerling (in de hoogste klassen) van de middelbare school |
kokudokōtsūshō-国土交通省 | het Japanse ministerie van Verkeer en Waterstaat (Ministerie van Land, Infrastructuur, Transport en Toerisme) |
kokufuku-克服 | overwinning; onderwerping; beheersing |
kokuheisha-国幣社 | een (door de overheden gesubsidieerde) regionale tempel |
kokui-国威 | nationaal prestige [gezag]; nationale eer [waardigheid] |
kokuin-刻印 | een gesneden [gegraveerd] zegel [stempel] |
kokuji-刻字 | uitgesneden [gegraveerde] karakters [letters] |
kōkūkanseitō-航空管制塔 | luchtverkeerstoren |
kōkūkōtsūkansei-航空交通管制 | luchtverkeersleiding |
kokuō-国王 | heerser; monarch; vorst |
kokusaikaiyōhōsaibansho-国際海洋法裁判所 | Internationaal Zeerechttribunaal; Internationaal Hof voor het recht van de zee |
kōkyō-交響 | resonantie; weergalm; weerklank |
kōkyū-後宮 | harem; binnenste paleis (gereserveerd voor vrouwen) |
kōkyūryōtei-高級料亭 | eersteklas restaurant; kwaliteitsrestaurant; gourmet restaurant |
komakai-細かい | gedetailleerd; precies |
komayaka-細やか | fijn [delicaat; subtiel; gedetailleerd] zijn |
kōmei-公明 | rechtvaardigheid; gerechtigheid; eerlijkheid |
kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
komen-湖面 | het wateroppervlak van een meer |
komi-込み | handicap van extra punten (voor de eerste speler in het go-spel) |
komiageru-込み上げる | geëmotioneerd [ontroerd] raken; volschieten |
kōmori-蝙蝠 | vleermuis |
kōmotsu-貢物 | eerbetoon; eerbetuiging |
konareru-熟れる | verteren; verteerd worden |
konbāto-コンバート | bekeerling |
kondensu・miruku-コンデンス・ミルク | gecondenseerde melk |
kondo-今度 | dit keer; recent |
kondo-今度 | de volgende keer |
konohodo-此の程 | nu; op dit moment; deze keer |
konotabi-此の度 | deze keer |
konotsugi-此の次 | de volgende keer |
konoue-此の上 | bovendien; verder; meer dan dat |
konseikyōgi-混成競技 | (atletiek) meerkamp |
kontorōru-コントロール | controle; zeggenschap; beheersing |
kontororu・tawaa-コントロール・タワー | verkeerstoren (vliegveld) |
kopīki-コピー機 | (foto)kopieerapparaat; kopieermachine |
kopīyōshi-コピー用紙 | kopieerpapier; fotokopieerpapier |
koredake-此れだけ | in deze mate; alleen maar [beperkt tot] dit; niets meer dan dit |
kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
koritsu-孤立 | geïsoleerdheid; alleen(staand) zijn; op zichzelf aangewezen zijn; eenzaamheid |
koritsumuen-孤立無援 | alleen; geïsoleerd; totaal zonder steun van anderen |
koritsusuru-孤立する | geïsoleerd raken |
korona-コロナ | (astronomie) zonnecorona (buitenste atmosfeer van de zon) |
koroshimonku-殺し文句 | wervende openingszin (bij een eerste ontmoeting); vlotte uitspraak om iemand de versieren |
korui-孤塁 | geïsoleerde vesting; laatste bolwerk |
kōru・tāru-コール・タール | koolteer; steenkoolteer |
kōryoku-抗力 | (lucht)weerstand |
kōryūsha-拘留者 | geïnterneerde persoon [militair; soldaat] |
kōseikanō-構成可能 | configureerbaar; instelbaar |
kōseinenkin-厚生年金 | (door de overheid beheerde) werknemerspensioenen |
kōseinenkinhoken-厚生年金保険 | (een door de overheid beheerde) pensioenverzekering voor werknemers |
kōseitorihikiiinkai-公正取引委員会 | Japanse Commissie voor Eerlijke Handel (Japan Fair Trade Commission) |
kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
kōshin-後身 | gereorganiseerde vereniging [organisatie]; de opvolger van een vorige organisatie |
koshin-湖心 | het midden van een meer |
kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
koshōsuru-故障する | kapotgaan; fout gaan; niet meer functioneren [werken] |
kōsoku-高足 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
kōsokudōrosaimingenshō-高速道路催眠現象 | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
kōsui-降水 | neerslag (regen, sneeuw, etc.) |
kōsuiiki-降水域 | neerslaggebied; neerslagzone |
kōsuikakuritsu-降水確率 | kans op neerslag |
kōsuiryō-降水量 | hoeveelheid neerslag |
kotaerarenai-堪えられない | onweerstaanbaar; geweldig; fantastisch (goed) |
kōtai-抗体 | antilichaam; antistof; afweerstof |
kōtaisuru-後退する | zich terugtrekken; teruggaan; rechtsomkeer maken |
kote-籠手 | een handschoen die beschermd is met metaal of hard leer (wordt o.a. gedragen bij de Japanse zwaardvechtkunst Kendo) |
kōtei-公定 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
kōtei-孝悌 | (confucianisme) eerbied voor ouderen; kinderlijke gehoorzaamheid; vroomheid; broederliefde |
kotei-湖底 | de bodem van een meer |
kōtei-航程 | (van een schip) vaarafstand; vaartijd; zeereis; cruise |
kōten-荒天 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
kotoatarashii-事新しい | nieuw; vers; niet eerder vertoond |
kotogaaru-ことがある | (geeft een ervaring weer) het is gebeurd (dat); ik ben een keer geweest; ik heb een keer gedaan |
kotogadekiru-ことができる | (geeft een mogelijkheid weer) het zou kunnen (dat); het is mogelijk (dat) |
kotoganai-ことがない | het is niet (eerder) gebeurd (dat); het komt niet voor (dat) |
kotogotoni-事毎に | in alles; altijd; iedere keer |
kotohajime-事始め | begin; start; eerste opzet; eerste stap |
kōtsū-交通 | verkeer; transport |
kōtsūanzen-交通安全 | verkeersveiligheid |
kōtsūhansokukin-交通反則金 | bekeuring voor (lichte) verkeersovertredingen; verkeersboete |
kōtsūhyōshiki-交通標識 | verkeersbord |
kōtsūihan-交通違反 | verkeersovertreding |
kōtsūjiko-交通事故 | verkeersongeluk |
kōtsūkikan-交通機関 | verkeersmiddelen; transportmiddelen |
kōtsūkippu-交通切符 | bekeuring voor een verkeersovertreding |
kōtsūkisei-交通規制 | verkeersbeperkende maatregelen; verkeersregelingen |
kōtsūsensō-交通戦争 | (het maatschappelijke probleem van) het groeiend aantal verkeersslachtoffers |
kōtsūshingō-交通信号 | stoplicht; verkeerslicht |
kōu-降雨 | regen; regenval; neerslag |
kōwa-高話 | met eerbied refereren aan wat iemand anders zegt |
kowamote-強持て | ontzag; respect; eerbiedige vrees |
kōyahijiri-高野聖 | monnik die vanuit de berg Koya wordt uitgezonden om de leer te verspreiden en donaties te verzamelen |
kōyu-香油 | geparfumeerde [geurige] olie |
kōza-広座 | ruime zitplaats; zitplaats waar meerdere mensen kunnen zitten; sofa |
kōza-講座 | leerstoel |
kubukurin-九分九厘 | tien tegen een; negen van de tien keer; bijna altijd; zo goed als zeker |
kūbun-空文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
kuchibeta-口下手 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
kuchibuchōhō-口不調法 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
kuchigotae-口答え | weerwoord; tegenspraak |
kuchigotaesuru-口答えする | tegenspreken; weerwoord geven |
kuchiguruma-口車 | vleierij; stroopsmeerderij |
kudanno-件の | eerder [hierboven] genoemd [vermeld]; ... in kwestie |
kugyō-恭敬 | (boeddh.) eerbied; verering; respect |
kuiage-食い上げ | je baan verliezen; geen inkomsten meer hebben; niet meer in je levensonderhoud kunnen voorzien |
kuiakiru-食い飽きる | overeten; teveel gegeten hebben; vol zitten; niet meer lusten |
kuiaratameru-悔い改める | berouw hebben; tot inkeer komen; een nieuw begin maken; met een schone lei beginnen |
kuidame-食い溜め | het zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
kuidamesuru-食い溜めする | zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
kuikku・tān-クイック・ターン | (zwemmen) snel (rol of tuimel) keerpunt |
kuitomeru-食い止める | tegenhouden; weerhouden; weerstaan; standhouden |
kuitsumeru-食い詰める | niet meer kunnen overleven; niet meer kunnen voorzien in je levensonderhoud; tot armoede vervallen |
kūkei-空閨 | eenzame slaapkamer, lege slaapkamer (als je geen partner meer hebt) |
kūki-空気 | lucht; atmosfeer |
kuma-熊 | beer |
kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
kumichigaeru-組み違える | verkeerd combineren [verbinden] |
kumifuseru-組み伏せる | (iemand) neerdrukken [vastklemmen] (op de grond) |
kumiko-組子 | lid van het brandweerkorps |
kumishiyasui-与し易い | handelbaar; hanteerbaar |
kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
kunigarō-国家老 | hooggeplaatste samoerai-ambtenaar in dienst van een daimyō (die in diens afwezigheid het domein beheert) |
kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
kuniiri-国入り | een bezoek brengen aan het kiesdistrict; terugkeer van politici of beroemdheden naar hun geboorteplaats |
kunpu-君父 | de vorst [heer; meester] en [of] de vader |
kunrin-君臨 | heerschappij; het heersen; regeren |
kunshu-君主 | koning; keizer; heerser; vorst (die in familielijn heerst over een rijk) |
kunwa-訓話 | een leerzaam [waarschuwend] verhaal |
kuraimake-位負け | het diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een ander [een tegenstander] |
kuraimakesuru-位負けする | diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een tegenstander |
kurasu・magajin-クラス・マガジン | gespecialiseerd tijdschrift, bestemd voor een specifieke groep consumenten (qua leeftijd, geslacht, interesses, etc.) |
kurayashiki-蔵屋敷 | (Edo periode) pakhuis van een daimyo (Japanse krijgsheer) |
kureguremo-呉呉も | herhaaldelijk; keer op keer; telkens weer |
kureguremo-呉呉も | oprecht; eerlijk |
kuretabunmei-クレタ文明 | Kretenzer beschaving (op Kreta, tussen ongeveer het derde millennium v.Chr. en 1200 v.Chr.) |
kuridasu-繰り出す | een uitval doen; vooruit stoten (met een speer, e.d.) |
kuriēto-クリエート | het creëren |
kuriwata-繰り綿 | ontkorreld [geëgreneerd] katoen (waarbij de katoenvezels al van de zaden zijn ontdaan) |
kurokuma-黒熊 | zwarte beer |
kurosu・raisensu-クロス・ライセンス | wederzijdse licentieovereenkomst tussen twee of meer partijen |
kurōto-玄人 | geisha; animeermeisje; prostituee |
kurozatō-黒砂糖 | ruwe (ongeraffineerde) bruine suiker |
kurōzetto-クローゼット | kast; linnenkast; kleerkast |
kusaru-腐る | depressief [moedeloos; neerslachtig] zijn [worden] |
kuseni-癖に | (grammaticale constructie die een gevoel van ontevredenheid of beschuldiging insinueert) ondanks; hoewel |
kūsha-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
kushi-駆使 | geode beheersing; goed gebruik (van) |
kushō-苦笑 | bittere [zure; geforceerde] glimlach |
kutsunugi-靴脱ぎ | pplek (in huis) om je schoenen uit te trekken (en neer te zetten) |
kutsuzumi-靴墨 | schoensmeer; schoenpoets; schoencrème |
kuwashii-詳しい | gedetailleerd; uitvoerig |
kuwashii-詳しい | goed geïnformeerd [ingevoerd] zijn, veel kennis hebben |
kuwasu-クワス | kvas, een traditioneel Russische drank op basis van gefermenteerde roggemeel en mout |
kuwazugirai-食わず嫌い | iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben; een instinctieve afkeer [vooroordeel] hebben; niet bereid zijn iets (eerst) te proberen |
kūyanenbutsu-空也念仏 | invocatie van Amida Boeddha volgens de leer van Kūya (een Tendai monnik, 903 - 972) met behulp van instrumentale begeleiding (kalebas of bel) en dans |
kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
kyakushitsu-客室 | logeerkamer; gastenkamer; passagiershut |
kyakuzen-客膳 | laag serveertafeltje; dienblad met pootjes |
kyanpingu-キャンピング | camping; kampeerterrein; het kamperen |
kyanpingu・kā-キャンピング・カー | camper; kampeerwagen; kampeerauto |
kyanpusaito-キャンプサイト | kampeerplaats; kampeerterrein |
kyassuru-キャッスル | Compact Application Solution Language (programmeertaal) |
kyatatsu-脚立 | trapleer; trap(ladder) |
kyatchi・ando・rirīsu-キャッチ・アンド・リリース | (een vis, o.a.) vangen en weer loslaten [vrijlaten] |
kyatchi・furēzu-キャッチ・フレーズ | bekende zin [frase; uitspraak] (vaak geassocieerd met een beroemde persoon) |
kyōbai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
kyōchōkainyū-協調介入 | gezamenlijk optreden; gecoördineerde interventie [tussenkomst] |
kyōdōkeiei-共同経営 | gezamenlijk beheer [management] |
kyōgaku-教学 | godsdienstleer; theologie |
kyōgu-教具 | leermiddelen; onderwijsmiddelen |
kyōhō-教法 | de Leer van Boeddha |
kyōhon-教本 | leerboek; lesboek; cursusboek; handboek; handleiding |
kyōikuteki-教育的 | educatief; leerzaam; instructief |
kyōin-教員 | docent; leerkracht; leraar |
kyōjakuhō-強弱法 | dynamiek (muziek, leer der sterktegraden) |
kyojō-居城 | woonkasteel van een kasteelheer [domeinvorst; daimyō] |
kyōkei-恭敬 | gedrag met zelfbeheersing en aandacht; respectvol gedrag |
kyōken-恭謙 | nederigheid; bescheidenheid; eerbiedigheid (naar anderen toe) |
kyōkō-強硬 | (negatief) halsstarrig [weerspannig; hardnekkig] zijn |
kyōkun-教訓 | leer; les; instructie; onderwijzing |
kyokusui-曲水 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
kyokusuinoen-曲水の宴 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
kyoman-巨万 | zeer groot aantal; enorme som [hoeveelheid] |
kyōmibukai-興味深い | zeer [hoogst] interessant |
kyōri-教理 | doctrine; leerstuk; dogma; leer |
kyoseigyū-去勢牛 | gecastreerde stier; os |
kyosetsu-虚説 | onwaar (niet op feiten gebaseerd) verhaal [verslag; rapport] |
kyoshutsugatanenkinseido-拠出型年金制度 | op contributies gebaseerd pensioensysteem |
kyōtōho-橋頭堡 | (fig.) speerpunt; uitgangspunt |
kyozai-巨材 | een groot talent; getalenteerd persoon |
kyozetsuhannō-拒絶反応 | (na orgaantransplantatie) afweerreactie; afstotingreactie |
kyū-宮 | de eerste stem in het vijf-stemmen systeem van Chinese en Japanse muziek |
kyūhō-旧法 | (inmiddels niet meer geldende) oude wetgeving [bepaling; verordening] |
kyūkeijo-休憩所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
kyūkō-休航 | opschorting [uitstel] van een veerdienst [vliegdienst] |
kyūkyū-救急 | eerste hulp (medisch); EHBO |
kyūkyūiryōshitsu-救急医療室 | eerste hulpafdeling; EHBO-post; spoedeisende hulppost |
kyūpī-キューピー | Kewpie (figuur gebaseerd op Cupido, in 1909 gecreëerd door Rose O'Neill; als logo gebruikt door Kewpie Corporation, producent van o.a. mayonaise) |
kyurētā-キュレーター | curator; (museum)beheerder |
kyūsokujo-休息所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
machibari-待ち針 | markeerspeld |
machiwabiru-待ち侘びる | moe worden van het wachten; niet meer kunnen wachten |
madamada-未だ未だ | nog; nog meer; nog steeds |
mae-前 | voor; eerder; vroeger |
maedate-前立て | veer; (helm)pluim |
maeuriken-前売券 | (vooraf) besproken [gereserveerde] (toegangs)kaartjes [tickets] |
maeushiro-前後ろ | achterstevoren; (voor- en achterkant omgekeerd (van kleding) |
magarikado-曲がり角 | hoek [bocht] in een gang; straathoek; bocht in de weg; keerpunt |
magarikado-曲がり角 | keerpunt (fig.) |
magaru-曲がる | afslaan (in het verkeer) |
magatta-曲がった | oneerlijk; verdorven; slecht; kwaadaardig |
magokoro-真心 | oprechtheid; eerlijkheid |
mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
maido-毎度 | (zeer) vaak; regelmatig |
maido-毎度 | elke keer; altijd; constant |
maikotsu-埋骨 | (na de crematie) bijzetting van de urn met gecremeerde botten in het familiemausoleum |
maindo・kontorōru-マインド・コントロール | zelfbeheersing; controle over de geest van iemand anders; hersenspoeling |
maisu-売僧 | een monnik die oneerlijke wijze zaken doet (met misbruik van zijn boeddhistische status) |
majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
majoritī-マジョリティー | meerderheid |
mākā-マーカー | (schrijfgerei) markeerstift; markeerpen; marker |
makekosu-負け越す | meer verliezen hebben dan overwinningen |
makijita-巻き舌 | met trilling geproduceerde r-klank (een rollende r) |
makoto-誠 | eerlijkheid; oprechtheid; trouw(hartig)heid; toewijding |
makotoni-誠に | zeer; enorm; extreem |
makuro・enjiniaringu-マクロ・エンジニアリング | macro-engineering |
māmeido-マーメイド | zeemeermin |
manadeshi-愛弟子 | lieveling van de juf [meester; docent]; favoriete leerling |
manatsubi-真夏日 | een tropische (zomer)dag; een dag met een temperatuur van meer dan 30 graden |
manejimento-マネジメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
manējimento-マネージメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
mansha-満車 | vol [volledig bezet zijn] (van een parkeerplaats) |
maotaishu-マオタイ酒 | maotai, Chinese gedestilleerde drank, gemaakt van sorgo (Sorghum) |
mappō-末法 | het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken; boeddhistische eschatologie |
mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
marine-マリネ | marinade; gemarineerd |
maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
maruchianpuhōshiki-マルチアンプ方式 | systeem met meerdere versterkers; multi-channel versterker |
maruchibokkusu-マルチボックス | multibox (draagbare aansluitingsdoos met meerdere connectoren) |
maruchichanneru-マルチチャンネル | multichannel; via meerdere kanalen |
maruchipurukōkoku-マルチプル広告 | multi-advertising (adverteren voor meerdere vestigingen tegelijk) |
maruchipuru・choisu-マルチプル・チョイス | meerkeuze; multiple choice |
maruchisukurīnhōshiki-マルチスクリーン方式 | systeem met meerdere schermen |
maruchoi-マルチョイ | meerkeuze; multiple choice |
maruhadaka-丸裸 | geen bezittingen meer hebben; alles kwijtgeraakt zijn |
marumero-マルメロ | (uit het Portugees: marmelo) kweepeer; kweeappel; kwee (Cydonia oblonga) |
maruzome-丸染め | een complete kimono verven (zonder hem eerst uit elkaar te halen) |
masatsuteikō-摩擦抵抗 | wrijvingsweerstand |
masse-末世 | een gedegenereerde wereld; tijdperk zonder moraal |
massugu-真っ直ぐ | eerlijk; rechtdoorzee |
masu-増す | groeien; toenemen; opzwellen; vermeerderen; aankomen (in gewicht) |
masumasu-益益 | steeds meer; in toenemende mate |
masutā-マスター | zich bekwamen; beheersen |
mata-又 | voorts; verder; weer; opnieuw; ook |
matazoro-又ぞろ | alweer; opnieuw; nogmaals |
matomo-正面 | eerlijkheid; oprechtheid |
matsugaku-末学 | (bescheiden zelf-aanduiding van een) wetenschapper [geleerde] |
matsunouchi-松の内 | de eerste 7 dagen van het nieuwe jaar |
matsuru-祭る | verheerlijken; aanbidden; verafgoden; toewijden |
mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
mattei-末弟 | jongste discipel [leerling; volgeling] |
mattō-全う | correct; fatsoenlijk; eerlijk; oprecht |
mazu-先ず | eerst; ten eerste; in eerste instantie |
mazuru-マズル | mond [tromp] van de loop van een geweer |
mazuwa-先ずは | allereerst; ten eerste; om te beginnen |
me-奴 | vent; heerschap; mens |
mechigai-目違い | verkeerde [foute] beoordeling |
media・mikkusu-メディア・ミックス | productie- [advertentie] middelen bij meerdere soorten media |
megafurōto-メガフロート | zeer grote drijvende constructie |
meguōmu-メグオーム | megohm, 1 miljoen ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
mei-名 | (als prefix) beroemd; befaamd; gerenommeerd |
meigikakikaedairinin-名義書き換え代理人 | beheerder van het aandeelhoudersregister |
meihaku-明白 | (over)duidelijk; onmiskenbaar; zonneklaar; klinkklaar; onomstotelijk; ondubbelzinnig; onweerlegbaar |
meihitsu-名筆 | meesterlijk [uitmuntend] kalligrafeerwerk |
meihō-盟邦 | geallieerden; bondgenoten; geallieerde mogendheden |
meikun-名君 | een wijze [goede] vorst [koning]; een verlicht heerser |
meikun-明君 | een goede [wijze] heerser [vorst] |
meisaisho-明細書 | specificatie; gedetailleerde verklaring |
meiseki-名跡 | (geërfde) familienaam |
meishu-明主 | een wijze vorst [heerser] |
meisō-名僧 | een eminente [bekende; geleerde] priester |
meiwakusuru-迷惑する | geërgerd [bezorgd] zijn |
meiyo-名誉 | eer; glorie; faam; reputatie; goede naam; prestige; waardigheid |
meiyokison-名誉棄損 | laster; belastering; smaad; eerroof |
meiyoshin-名誉心 | verlangen [streven] naar roem [eer] |
mejā・rīgu-メジャー・リーグ | (sport) hoofdklasse; eerste divisie; eredivisie |
mekimeki-めきめき | opvallend; duidelijk zichtbaar; steeds meer |
memeshii-女女しい | laf; verwijfd; teer |
menboku-面目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; aanzien; eer; reputatie; prestige; waardigheid |
menmitsu-綿密 | gedetailleerd [precies; nauwkeurig] zijn |
mentenansu-メンテナンス | onderhoud (van een huis, machine, etc.); beheer |
mentsu-メンツ | aanzien; eer |
mēn・tēburu-メーン・テーブル | hoofdtafel; tafel met de belangrijkste gasten en/of gastheer [gastvrouw] |
meshūdo-囚人 | gevangene; gedetineerde |
messō-滅相 | (één van de vier fasen in het boeddhisme) de vorm [verschijning) van wanneer karma uitgeput is en het leven eindigt |
metakurirujushi-メタクリル樹脂 | polymethylmethacrylaat (een polymeer van methylmethacrylaat); perspex; plexiglas |
metate-目立て | het slijpen; weer scherp maken (van een zaag, vijl, etc.) |
mētorusei-メートル制 | systeem gebaseerd op het metrieke stelsel |
meue-目上 | (iemand's) meerdere; hogere in rang |
meutsuri-目移り | geïnteresseerd zijn in meerdere dingen |
mēzā-メーザー | (microwave amplification by stimulated emission of radiation) een apparaat dat microgolven kan versterken door gestimuleerde emissie van straling |
miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
michaku-未着 | nog niet aangekomen [gearriveerd] zijn |
michiito-道糸 | vislijn (met name het eerste stuk dat aan de hengel zit) |
migi-右 | het voorafgaande [eerdergenoemde] (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
mihoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
mikakedaoshi-見かけ倒し | verkeerde [misleidende] indruk; niet zo goed zijn als het er uitziet; klatergoud |
mikata-味方 | vriend; bondgenoot; medestander; geallieerde |
mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
mikubiru-見縊る | onderschatten; neerkijken op |
mikudasu-見下す | neerkijken (op); afkeuren; minachten |
mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
mimagau-見紛う | verkeerd beoordelen [zien; interpreteren] |
mimiaka-耳垢 | oorsmeer |
mimiatarashii-耳新しい | nieuw; nog niet eerder gehoord |
mimidare-耳垂れ | oorsmeer; afscheiding uit oor |
mimikuso-耳糞 | oorsmeer |
minamikaikisen-南回帰線 | steenbokskeerkring; zuiderkeerkring |
minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
minarai-見習い | leertijd; stage; proeftijd |
minarai-見習い | stagiair(e); aspirant; leerling |
minoabunmei-ミノア文明 | Minoïsche beschaving (op Kreta, tussen ongeveer het derde millennium v.Chr. en 1200 v.Chr.) |
minshu-民主 | democratie; volksheerschappij |
mirinboshi-味醂干し | vis gemarineerd in mirin (met olie en sojasaus) en dan gedroogd |
mirion・serā-ミリオン・セラー | iets dat een miljoen keer is verkocht |
miruku-ミルク | melk; koemelk; gecondenseerde melk |
misageru-見下げる | neerkijken op; minachten |
misao-操 | trouw; standvastigheid; eer |
mishō-未詳 | onbekend; [niet vastgesteld; niet geïdentificeerd] zijn |
miso-味噌 | miso (pasta van gefermenteerde sojabonen) |
misokonau-見損なう | over het hoofd zien; verkeerd inschatten [beoordelen] |
misomeru-見初める | (op het eerste gezicht) verliefd worden |
misukyasuto-ミスキャスト | het verkeerd casten van een acteur [actrice] voor een bepaalde rol |
misumatchi-ミスマッチ | verkeerde [slechte] combinatie; wanverhouding |
misutā-ミスター | meneer; de heer; dhr. |
mitoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
mitsuga-密画 | gedetailleerde tekening [afbeelding] |
mitsugimono-貢ぎ物 | eerbetoon; eerbetuiging |
miyadaiku-宮大工 | timmerman die gespecialiseerd is in oude architectuur (zoals heiligdommen, tempels en paleizen) |
miyoi-見好い | fatsoenlijk; eerbaar; netjes |
mizou-未曾有 | ongekend [ongehoord; uniek; zonder weerga] zijn; iets dat nooit eerder voorgekomen is |
mizugai-水貝 | plakjes abalone geserveerd in koud water |
mizugo-水子 | foetus; doodgeboren [geaborteerd] kind |
mizugokoro-水心 | het midden van het water (van een rivier, meer, vijver, etc.] |
mizuko-水子 | foetus; doodgeboren [geaborteerd] kind |
mizukusai-水臭い | afstandelijk; gereserveerd |
mizutaki-水炊き | een gerecht van kip en groente gekookt in water, geserveerd met een dipsaus (meestal ponzu) |
mizuumi-湖 | een meer (binnenwater) |
mō-もう | reeds; al; (niet) langer; nog (meer) |
mōbo-孟母 | de moeder van Mencius (Chinese wijsgeer, 372 v.Chr. - 289 v.Chr.) |
mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
mochikotaeru-持ち堪える | doorstaan; weerstaan; verduren |
mochikuzusu-持ち崩す | geruïneerd worden; naar de haaien gaan |
moderu・gan-モデル・ガン | modelgeweer; model van een pistool [geweer] |
modori-戻り | terugkeer; herstel; reactie; opleving (van een markt) |
modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
mohaya-最早 | niet meer; niet langer |
mōichido-もう一度 | opnieuw; weer; nog een keer |
mōja-亡者 | iemand die bezeten [geobsedeerd] is |
mojūru-モジュール | module (gestandariseerd bouwmateriaal) |
momo-百 | (meer poëtische lezing) honderd; een groot aantal |
momohajimetesaku-桃始笑 | de eerste perzikbloesems |
mon-門 | volgeling; discipel; leerling |
mondo-モンド | Mondo (wereld), een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
mondoeiga-モンド映画 | Mondo, een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
mōnen-妄念 | aanhoudende [voortdurende] betwijfeling; (boeddh.) verkeerde ideeën [gedachten] |
monjin-門人 | leerling; pupil; discipel; volgeling |
monka-門下 | leerling; pupil; volgeling; discipel |
monkasei-門下生 | leerling; pupil; volgeling; discipel |
monogatai-物堅い | eerlijk; betrouwbaar |
monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
monrōshugi-モンロー主義 | monroeleer (genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe) |
monzeki-門跡 | (de priester die verantwoordelijk is voor) een tempel waar de leerstellingen van de stichter van de sekte zijn overgeleverd |
moraigo-貰い子 | een geadopteerd kind; adoptiefkind |
morāru-モラール | moreel; mentale veerkracht |
moshika-若しか | mogelijk; waneer; in [voor] het geval |
mōshiwakenai-申し訳ない | het spijt mij zeer; ik voel mij bezwaard; verontschuldiging; dank voor uw hulp |
mōshō-猛将 | dappere [moedige; onverschrokken] generaal [krijgsheer] |
mōshun-孟春 | eerste maand van de maankalender |
mōtāpūru-モータープール | parkeerplaats; parkeerterrein |
motozuku-基づく | ergens zijn basis in vinden; gebaseerd zijn op |
motsu-持つ | op zich nemen; houden (vergadering, etc); goed houden; weerstaan; verdragen |
mottainai-勿体ない | oneerbiedig; respectloos; goddeloos |
motto-もっと | (nog) meer; -er (vergelijkende trap) |
moyaibune-舫い船 | een aangemeerde boot |
mūdo-ムード | stemming; humeur; sfeer |
mūdo・kondishoningu-ムード・コンディショニング | conditionering van stemming [sfeer] |
mūdo・myūjikku-ムード・ミュージック | sfeermuziek |
muen-無縁 | geen [zonder] relatie; geen [zonder] verbindenis; niet verwant; onverschillig; ongeïnteresseerd |
muhōnnin-謀反人 | rebel; verrader; muiter; samenzweerder |
mujina-狢 | Japanse das; wasbeerhond |
mujinka-無人化 | onbemand; volledig geautomatiseerd |
mujinzō-無尽蔵 | onuitputtelijke [ongelimiteerde] hoeveelheid [voorraad] |
mukamuka-むかむか | (onomatopee) misselijk; beroerd; geïrriteerd |
mukansa-無鑑査 | niet geselecteerd zijn |
mukatsuku-むかつく | geïrriteerd [boos] zijn; zich beledigd voelen |
mukimeiyūsenkabu-無記名優先株 | niet-geregistreerde preferente aandelen |
mukinaoru-向き直る | zich omdraaien [omkeren]; rechtsomkeert maken |
mukyū-無給 | onbetaald zijn; zonder salaris; niet gesalarieerd |
mumei-無銘 | ongesigneerd zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.); niet ondertekend; anoniem |
munashii-空しい | zonder begeerte [verlangens] |
munimusan-無二無三 | (Boeddh.) de enige (goede) leer [weg] |
muriyari-無理やり | tegen iemands zin [wil]; geforceerd; gedwongen |
muryo-無慮 | ongeveer; bij benadering |
mushakusha-むしゃくしゃ | geërgerd; geïrriteerd; humeurig; slecht-gehumeurd |
mushakushasuru-むしゃくしゃする | geërgerd [geïrriteerd; humeurig; slecht-gehumeurd] zijn |
mushimushi-むしむし | (onomatopee) benauwd; drukkend (weer) |
mushiro-寧ろ | liever; beter; bij voorkeur; eerder |
musō-無双 | ongeëvenaard [weergaloos; zonder weerga] zijn |
musshū-ムッシュー | (Frans: monsieur) meneer; de heer |
muzamuza-むざむざ | gemakkelijk; zomaar; zonder weerwerk |
muzumuzusuru-むずむずする | ongeduldig [zenuwachtig; geïrriteerd] zijn |
myōdō-冥道 | opperrechter(s) die heerst [heersen] over dat gebied |
myōseki-名跡 | (geërfde) familienaam |
na-名 | een reputatie; naam; een goede naam; faam; beroemdheid; eer; glorie; een slechte reputatie; gerucht; roddel; kletspraatjes |
nachuraru・chīzu-ナチュラル・チーズ | natuurkaas (op natuurlijke wijze geproduceerd en gerijpt} |
nagara-ながら | (gevoegd achter een ww. geeft het aan een gelijktijdigheid van meerdere handelingen) terwijl; onder het...; al ...nde |
nagarazoku-ながら族 | mensen (leeringen; studenten) die de gewoonte hebben tijdens het studeren te luisteren naar muziek, radio enz. |
nagashio-長潮 | getijde wanneer het verschil tussen eb en vloed het kleinst is |
nagedasu-投げ出す | (nonchalant) neergooien; neersmijten |
nagetsukeru-投げつける | tekeergaan; razen; tieren; (iem. verwijten) naar het hoofd slingeren |
nageyari-投げ槍 | speer; werpspies |
naību-ナイーブ | naïef; eenvoudig; onnozel; ongecompliceerd |
naitsūsha-内通者 | samenzweerder; collaborateur; verrader |
naiyōkyōka-内容教科 | vakken die worden bestudeerd om kennis op een bepaald gebied te verwerven; inhoudsvakken |
nakabi-中日 | de middelste dag van een meerdaags evenement of sporttoernooi |
nakanaka-中中 | erg; behoorlijk (veel); heel wat; nogal; meer dan verwacht; boven verwachting |
nakanaka-中中 | liever; eerder; veeleer; bij voorkeur |
nakanaka-中中 | meer dan verwacht; behoorlijk; voldoende; matig |
nakanaori-仲直り | verzoening; herstel van de relatie; het (weer) goed maken |
naku-泣く | onwaardig [niet netjes; verkeerd] zijn |
nakunaru-無くなる | niet meer zijn; ontbreken; weg zijn; niet meer doen |
nakusu-無くす | geen wilskracht [zin] meer hebben; het opgeven |
namakoita-海鼠板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
namari-訛り | accent; verkeerde uitspraak; verbastering; dialect |
namaru-訛る | met een accent spreken [praten]; verbasteren; iets verkeerd uitspreken |
namidagumashii-涙ぐましい | (lit.) pathetisch; aandoenlijk; ontroerend; deerniswekkend; erbarmelijk |
namiita-波板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
namikaze-波風 | (fig.) zwaar weer; tegenspoed; ontberingen |
namimakura-波枕 | een zeereis |
nanako-魚子 | een metaalgraveertechniek (met korrels die op viseieren lijken) |
nanakorobiyaoki-七転び八起き | (spreekwoord) met vallen en opstaan (leren); al doende leert men (lett. 7 keer vallen, 8 keer opstaan) |
nanbā・disupurē-ナンバー・ディスプレー | nummerweergave (telefoon) |
nanbā・wan-ナンバー・ワン | nummer één, de eerste; de beste |
nandoki-何時 | (om) hoe laat?; wanneer (arch.) |
nanigashikaregashi-某某 | (meneer; mevrouw) zus-en-zo |
nankai-何回 | hoe vaak; hoeveel keer? |
naoru-直る | hersteld [gerepareerd; verbeterd] worden |
naosu-直す | ergens anders neerzetten; verplaatsen; vervangen |
narejji・manejimento-ナレッジ・マネジメント | kennismanagement; kennisbeheer |
naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
narihateru-成り果てる | (slechts) eindigen als; teruggebracht worden tot; gereduceerd worden tot, verworden tot |
narihibikaseru-鳴り響かせる | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
narihibiku-鳴り響く | weerklinken; weergalmen; resoneren |
narisagaru-成り下がる | aan lager wal raken; status verliezen; geruïneerd zijn; laag vallen |
narōkyasutingu-ナローキャスティング | narrowcasting, een internetcommunicatie-model, gebaseerd op een verspreidingsmechanisme en een gefragmenteerd gebruik van de inhoud |
naru-鳴る | weerklinken; bekend worden [zijn] (om) |
nashi-梨 | Japanse peer |
nashi-梨子 | Japanse peer |
nashinomi-梨の実 | (de vrucht van de) Japanse peer |
nashonaru・torasuto-ナショナル・トラスト | (National Trust for Places of Historic Interest or Natural Beauty) Britse organisatie voor monumentenzorg en landschapsbeheer |
nata・de・koko-ナタ・デ・ココ | kokosgel (gelei uit gefermenteerd kokoswater) |
natsujikan-夏時間 | zomertijd (in de zomer wordt de klok 1 uur vooruitgezet om meer profijt te hebben van het lange licht) |
natsukaze-夏風邪 | een zomer- [warm weer] verkoudheid |
natsushirogiku-夏白菊 | witte zomerchrysant, een meerjarige plant van het plantengeslacht Matricaria |
natsuyase-夏痩せ | gewichtsverlies in de warme zomer (door gebrek aan eetlust, slaap, e.d.); afvallen in de zomer wanneer het warm [heet] is |
nattō-納豆 | gefermenteerde sojabonen |
nawabari-縄張り | het gebied [invloedssfeer] (van iemand); territorium |
neesan-姉さん | (een woord waarmee men aanspreekt) een serveerster in een restaurant of hotel |
neesan-姉さん | een woord waarmee een geisha een meer ervaren geisha boven zich aanspreekt |
neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
neji-螺子 | (spring)veer |
nekasu-寝かす | (iem.) neerleggen; in bed stoppen; laten slapen |
nekasu-寝かす | (iets) neerleggen; (ongebruikt) opzij zetten |
nekojita-猫舌 | afkeer van heet voedsel of drank |
nenki-年季 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
nenki-年期 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
nenkibōkō-年季奉公 | stage; leercontract |
nen'yo-年余 | meer dan een jaar; ruim een jaar |
neru-練る | leer bewerken; leer looien |
nessei-熱誠 | totale [warme] eerlijkheid [oprechtheid] |
netsuen-熱演 | een gepassioneerd [enthousiast] optreden |
netsurai-熱雷 | hitteonweer; warmteonweer |
ni-二 | twee keer |
niban-二番 | tweemaal; twee keer |
nichibeichiikyōtei-日米地位協定 | Japans-Amerikaanse "Status-of-Forces" Overeenkomst (hierbij zijn in 1960 de condities vastgesteld voor het Amerikaanse leger gestationeerd in Japan) |
nigate-苦手 | afkeer [angst] hebben voor |
nigawarai-苦笑い | bittere [zure; geforceerde] glimlach |
nigemadou-逃げ惑う | (in paniek) proberen te ontsnappen; ongecoördineerd rondrennen om te ontsnappen |
nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
nigirikawa-握り革 | het leer dat om het heft van een zwaard of de handgreep van een boog gewikkeld is |
niibon-新盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
nikai-二階 | eerste verdieping (Japan: tweede verdieping) |
nikuyoku-肉欲 | vleselijke [dierlijke] lusten; zinnelijke begeerte |
nimaijita-二枚舌 | oplichterij; oneerlijkheid; bedrog; onbetrouwbaarheid |
ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
ningyo-人魚 | zeemeermin (v); zeemeerman (m) |
ninku-忍苦 | uithoudingsvermogen; weerstand; lijdzaamheid |
nitchi-ニッチ | niche (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
nitchisangyō-ニッチ産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
nitchishijō-ニッチ市場 | nichemarkt (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
nitensanten-二転三転 | heen-en-weer [op-en-neer] (gaan); fluctueren |
nīto-ニート | (not in employment, education or training) een jongere die niet studeert of werkt |
no-の | (dit partikel geeft aan het verband tussen 2 woorden, waarbij het eerste woord een (bijv.) bepaling is van het woord dat na no staat) |
noborikudari-上り下り | op en neer gaan |
noborizaka-上り坂 | opwaartse [oplopende] helling; bergopwaarts; groeiend; herstellend (economie); verbetering (weer, gezondheid) |
noboru-上る | opgewonden [geagiteerd] raken [worden] |
nochizoi-後添い | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
nodoka-長閑 | kalm [rustig] weer |
nōhei-農兵 | boerenmilitie; georganiseerde militie bestaande uit boeren |
nokkudaun-ノックダウン | (boksen) knockdown; (tijdelijk) neergaan |
nōkō-濃厚 | gepassioneerd [vol passie; hartstochtelijk] zijn |
nōkyō-納経 | het offeren in een tempel van een handmatig gekopieerde soetra |
nomihosu-飲み干す | achter elkaar [in één keer] opdrinken; helemaal opdrinken |
nōmitsu-濃密 | volheid; diepte (van smaak, b.v.); gedetailleerdheid |
nōmoa-ノーモア | nooit meer |
nomu-飲む | neerkijken op; verachten; overweldigen; onderschatten |
noni-のに | toen; wanneer; terwijl; tijdens |
noppikinaranai-退っ引きならない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onweerstaanbaar |
noshibukuro-熨斗袋 | een mooi gedecoreerde enveloppe [omslag] om geld cadeau te doen |
nottoru-則る | nakomen; naleven; eerbiedigen; respecteren; navolgen; corresponderen; overeenkomen; overeenstemmen; stroken met; zich conformeren aan |
nōyōeki-濃溶液 | geconcentreerde oplossing |
nozarashi-野晒し | verweerd |
nozomu-臨む | zich als heerser richten op (iets) |
nozomu-臨む | geconfronteerd worden (met); tegenkomen; het hoofd bieden (aan); weerstaan |
nue-鵺 | mythische vogel met het hoofd van een aap, het lichaam van een wasbeer, de staart van een slang, en de poten van een tijger |
nuigurumi-縫い包み | een opgezet dier; een knuffel (gevuld voorwerp van stof, b.v. een teddybeer) |
nukazuke-糠漬け | groenten geconserveerd met gefermenteerde rijstzemelen |
nureginu-濡れ衣 | valse [gearrangeerde] beschuldiging |
nyohō-如法 | naleving van de leer van de Boeddha |
nyūshitsu-入室 | (boeddh.) het betreden van de kamer van de leermeester om onderricht te ontvangen |
nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
ō-王 | vorst; heerser; koning; monarch |
oazuke-お預け | voorlopig; in afwachting; in de wacht; uitstel; vast gereserveerd |
ōbāfurō-オーバーフロー | (scheepvaart) overflow (wanneer een schip brandstof verliest bij het laden of lossen) |
ōbāfurō-オーバーフロー | (informatica) overloop; overflow (wanneer een berekend getal te groot is om te kunnen worden opgeslagen) |
ōbārōn-オーバーローン | overtollige lening, het verschijnsel dat banken in Japan meer uitleenden dan de som van hun kapitaal en deposito's |
ōbāsukiru-オーバースキル | overschot aan geschoolde arbeidskrachten; overgekwalificeerdheid |
obenchara-おべんちゃら | vleierij; stroopsmeerderij |
obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
ochitsuita-落着いた | rustig; kalm; zelfverzekerd; beheerst |
ōendan-応援団 | (groep) cheerleaders |
ōfuku-往復 | heen-en-terug; heen-en-weer; heenweg en terugweg |
ōfukusuru-往復する | heen-en-terug gaan; heen-en-weer gaan |
ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
ofu・ofu・burōdowē-オフ・オフ・ブロードウェー | avant-garde [zeer experimenteel] theater (Engels: off-off-Broadway) |
ogamu-拝む | bidden; eerbied bewijzen (aan) |
ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
ogasawararyū-小笠原流 | (traditioneel) een school die gespecialiseerd is in etiquette (en in de gedragsregels binnen de krijgselite van Japan) |
ogasawararyū-小笠原流 | een school die gespecialiseerd is in krijgsvoering en strategieën [of in boogschieten en paardrijden] |
ōgi-奥義 | geheime kennis [leer]; mysterie |
ogosoka-厳か | plechtig [eerbiedwaardig; deftig; indrukwekkend] zijn |
oha-尾羽 | staartveer; roer; stuurpen |
ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
oie-お家 | de familie van de heer [meester] |
oiru・sando-オイル・サンド | oliezand; teerzand |
oishii-美味しい | lekker; smakelijk; heerlijk |
ōja-王者 | koning; heerser; vorst |
ōjī-オージー | oud-studente; afgestudeerde vrouw; alumna |
ōji-往事 | eerdere [vroegere] gebeurtenissen [voorvallen] |
ojiisan-お爺さん | meneer; mijnheer |
ojikezuku-怖じ気づく | schrikken; bang [angstig] worden; niet meer durven |
ojisan-小父さん | oude(re) man; meneer |
ōjōgiwa-往生際 | tijd om [weten wanneer] op te geven |
okadochigai-お門違い | naar het verkeerde adres [huis; gebouw] gaan; het bij het verkeerde eind hebben |
okami-御上 | leenheer |
ōkamiotoko-狼男 | (mannelijke) weerwolf |
okata-御方 | (respectvol) die persoon; heer; dame |
okawari-お代わり | een tweede [volgende] portie [kopje] (rijst, thee, koffie, etc.); repasse van gerechten; tweede keer bedienen |
okiagaru-起き上がる | weer op [hersteld] zijn (na een ziekte) |
oku-置く | plaatsen; neerzetten |
okugi-奥義 | geheime overlevering [kennis, leer] in de uitoefening van beeldende kunsten, traditionele vechtkunsten e.d. |
ōkyūteate-応急手当 | eerste hulp (behandeling); eerstehulpverlening |
omāji-オマージ | hommage; eerbetoon; hulde; complimenten |
omedetō-おめでとう | Gefeliciteerd!; Goed gedaan! |
omemie-御目見得 | eerste optreden; debuut; eerste verschijning |
omoiamaru-思い余る | niet meer weten wat te doen; besluiteloos zijn; iets niet meer kunnen volhouden |
omoichigai-思い違い | misverstand; misvatting; verkeerde inschatting [interpretatie]; onbegrip |
omoomoshii-重重しい | zeer plechtig; (plecht)statig; gedragen (b.v. ceremonie, stem, treurige muziek) |
omotase-お持たせ | een klein geschenk dat een gastheer [gastvrouw] aan een gast geeft om mee naar huis te nemen |
omoteura-表裏 | hypocriet; oneerlijk; bedrieglijk |
ōmu-オーム | Ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
onagare-お流れ | beleefde zegswijze waarbij de gastheer aan de eregast om diens sakekopje vraagt (om zelf uit te drinken) |
onajiku-同じく | op dezelfde manier; net zo; evenzo; evenzeer |
ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door eigenaars beheerd (flat)gebouw |
ongakusenmonten-音楽専門店 | (gespecialiseerde) muziekwinkel |
onnamusubi-女結び | vrouwenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop elkaar kruisen (komt sneller los dan de mannenknoop) |
onreko-オンレコ | officieel vermeld; geregistreerd |
ontorojī-オントロジー | ontologie; zijnsleer |
ōnusa-大幣 | een houten staf met meerdere slingers van stof of papier (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
onushi-御主 | jij, u (wanneer je verwijst naar gelijken of minderen) |
on・rain・riaru・taimu・shisutemu-オン・ライン・リアル・タイム・システム | OLRT, een software systeem met gecombineerde reactie- en uitvoertijd van een taak die korter is dan de maximale toegestane tijd |
ooawate-大慌て | zeer gehaast; gejaagd; in aller ijl |
oofū-大風 | verwaand [neerbuigend] gedrag; arrogantie |
oofū-大風 | kalm [evenwichtig] zijn en niet geobsedeerd zijn door kleine dingen |
ooguchitōshika-大口投資家 | grote [belangrijke] investeerder |
ooini-大いに | zeer (veel); aanzienlijk; in hoge mate |
oose-仰せ | opdracht; wensen (van een meerdere); instructie(s) |
ooya-大家 | huisbaas; waard; herbergier; gastheer |
oozappa-大ざっぱ | ruw (schatting); ongeveer; bij benadering |
opojishon-オポジション | oppositie; weerstand; verzet; tegenstand |
ōrai-往来 | het verkeer; het komen en gaan |
orikaeshi-折り返し | keerpunt (zwemmen, hardlopen) |
oriru-下りる | beginnen; neerdalen; invallen (vorst; dooi; duisternis) |
oroshitate-下ろしたて | het voor het eerst gebruiken [dragen] van een nieuw artikel |
ōrudo・bōi-オールド・ボーイ | oudje; oude man; oudeheer; ouwe reus; oude vriend |
ōrudo・bōi-オールド・ボーイ | alumnus; reünist; oud-leerling |
ōrudo・gāru-オールド・ガール | oud-leerlinge; reüniste |
ōru・in・wan-オール・イン・ワン | alles-in-één (geïntegreerd) |
ōru・wezā-オール・ウエザー | (geschikt voor) alle weersomstandigheden |
ōru・wezā-オール・ウエザー | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
ōru・wezā・torakku-オール・ウエザー・トラック | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
osae-押さえ | het naar beneden drukken; neerwaartse druk |
osae-押さえ | controle; beheer; discipline |
osaekomi-押さえ込み | het iemand (op de grond) neerdrukken; iemand (op de grond) vasthouden [vastpinnen] |
osaekomu-押さえ込む | iemand (op de grond) neerdrukken; iemand (op de grond) vasthouden [vastpinnen] |
osagari-お下がり | term gebruikt voor de regen of sneeuw die valt tijdens de eerste drie dagen van het nieuwe jaar |
osakini-お先に | sorry (dat ik voorga; dat ik iets eerst doe) |
osameru-治める | regeren; heersen; besturen |
oshie-教え | leer; leerstelling; doctrine; geloof; filosofie |
oshiego-教え子 | iemands (oud-)leerling [(oud-)student; vroegere discipel] |
ōshu-王者 | koning; heerser; vorst |
ōsodokkusu-オーソドックス | orthodox; rechtzinnig; strikt in de leer |
osutoritchi・fezā-オストリッチ・フェザー | struisvogelveer; struisveer |
otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
otokomusubi-男結び | mannenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop evenwijdig lopen (is niet makkelijk los te trekken) |
ōtomatto-オートマット | mat ter versteviging van zachte ondergrond van parkeerterreinen |
ototoi-一昨日 | eergisteren |
ototoshi-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
oyaji-親字 | het eerste karakter [de basis kanji] van een lemma in een kanji woordenboek |
oyaji-親父 | (mijn) vader; mijn ouwe heer |
oyakodonburi-親子丼 | een kom rijst geserveerd met een soort dikke soep van kip, ei, ui en paddenstoelen erover |
oyamoji-親文字 | eerste (opzoek) kanji in een kanji woordenboek |
oyoso-凡そ | ongeveer; bij benadering |
ōza-王座 | eerste positie [rang] |
ō・bī-オー・ビー | alumnus; afgestudeerde; reünist; senioren lid |
pairēto-パイレート | geplagieerd |
pairēto・edishon-パイレート・エディション | illegale [geplagieerde] editie [uitgave] |
pākingu-パーキング | het parkeren; parkeergelegenheid |
pākingu・eria-パーキング・エリア | parkeerplaats |
panda-パンダ | panda(beer) |
parachion-パラチオン | parathion (zeer giftig insecticide) |
paurisuta-パウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
pēzurī-ペーズリー | paisley, abstract kleurenpatroon in stoffen (genoemd naar de plaats Paisley in Schotland, waar kasjmier sjaals met paisley motief werden gefabriceerd) |
pianishimo-ピアニシモ | pianissimo; zeer zacht (muziekterm) |
pikipiki-ピキピキ | zenuwachtig; trillerig; ongedurig; geïrriteerd |
pin-ピン | eerste; beste |
pisuton'yusō-ピストン輸送 | pendeldienst (steeds heen en weer gaande trein, bus of boot) |
pitto-ピット | de pits (bij autocircuit); smeerkuil [werkkuil] (in autowerkplaats) |
pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
pōchido・eggu-ポーチド・エッグ | gepocheerd ei |
porimā-ポリマー | polymeer |
pottode-ぽっと出 | voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaan |
pottode-ぽっと出 | iemand die voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaat |
punpun-ぷんぷん | (onomatopee) geagiteerd; woedend; verontwaardigd |
puraibashī-プライバシー | privacy; privésfeer; persoonlijke levenssfeer |
puraibēto・ofāringu-プライベート・オファーリング | privé [onderhands] aanbod, een investering aangeboden aan een kleine groep investeerders |
puraimarī・kea-プライマリー・ケア | eerstelijnsgezondheidszorg |
purasu・mainasu-プラス・マイナス | plusminus; ongeveer |
pureppī-プレッピー | leerling van een (op de universiteit) voorbereidende school |
purima・donna-プリマ・ドンナ | prima donna, eerste zangeres aan een opera |
puripuri-ぷりぷり | elastisch; veerkrachtig |
puripuri-ぷりぷり | boos; geïrriteerd |
puroguramingugengo-プログラミング言語 | programmeertaal |
puropā-プロパー | (gespecialiseerde) verkoper; propagandist; artsenbezoeker |
pyonpyon-ぴょんぴょん | (onomatopee voor) het (op-en-neer) springen; huppelen |
ra-等 | (achtervoegsel dat meervoud aangeeft) |
raifuru-ライフル | geweer |
raifurujū-ライフル銃 | geweer |
raiu-雷雨 | onweersbui |
raiun-雷雲 | onweerswolk |
rakka-落下 | val; neergang; daling |
rakugan-落雁 | een wilde gans die komt aanvliegen en neerstrijkt op een veld |
rakugo-落伍 | het uitvallen; achterop raken; opgeven; niet meer mee kunnen doen |
rakutan-落胆 | ontmoediging; neerslachtigheid; teleurstelling |
ranningu・kosuto-ランニング・コスト | algemene, lopende (bedrijfs)kosten (kosten voor onderhoud, beheer en exploitatie) |
rapukon-ラプコン | radar approach control (controleert aanvlieg- en vertrekroutes van het luchtverkeer) |
ratekase-ラテカセ | ratecase is een samengesteld woord voor een audioapparaat dat de drie functies van radio, televisie en cassettedeck combineert |
reiki-冷気 | kou(de); koud weer; koude lucht |
reiki-霊気 | spirituele [heilige; mysterieuze] sfeer |
reimeiki-黎明期 | (fig.) dageraad; eerste begin; geboorte |
reisaikigyō-零細企業 | zeer klein bedrijf |
reiseichinchaku-冷静沈着 | rustig en beheerst zijn |
rejion・donūru-レジオン・ドヌール | (Frans: Légion d’honneur) Legioen van Eer (ridderorde) |
rejisutansu-レジスタンス | (Frans: résistance) weerstand; verzet |
rekisei-瀝青 | asfalt; bitumen; pek; (kool)teer |
rekkitoshita-歴とした | gerespecteerd; respectabel |
rekkitoshita-歴とした | echt; onmiskenbaar; duidelijk; onweerlegbaar; wettelijk |
renchi-廉恥 | eer; integriteit |
renchishin-廉恥心 | eergevoel |
renrakusen-連絡船 | (binnen of buiten de landsgrenzen) veerboot; beurtschip |
rensaku-連作 | gezamenlijk auteurschap (met meerdere auteurs die ieder een deel van het boek schrijven) |
resse・fēru-レッセ・フェール | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
resuto'eria-レストエリア | rustplaats [parkeerplaats] langs de snelweg |
reten-レ点 | teken dat aangeeft dat de volgorde van karakters moet worden omgekeerd (bij het lezen van Chinese of klassiek Japanse teksten) |
retoruto-レトルト | retort; distilleerkolf |
rettōsei-劣等生 | slechte [trage] leerling; leerling met een leerachterstand |
rezā-レザー | leer [leder] |
rezā-レザー | kunstleer; imitatieleer |
rezā-レザー | scheermes |
rezākurosu-レザークロス | leerdoek; imitatieleer |
rezā・katto-レザー・カット | haarstijl, waarbij het haar niet met een schaar maar met een scheermes wordt geknipt |
ribēto-リベート | commissie; provisie; smeergeld |
riekishakai-利益社会 | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
rifujin-理不尽 | onredelijkheid; oneerlijkheid; onwettelijkheid |
riji-理事 | directeur; bestuurder; bewindvoerder; beheerder |
riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
rikka-立夏 | eerste dag van de zomer (ca. 6 mei, volgens de oude maankalender) |
rinrigaku-倫理学 | ethica; studie van de ethiek; zedenleer |
rinto-凛と | plechtig; statig; gereserveerd |
rinto-凛と | (geluid) resonerend; weerklinkend; helder |
risshū-立秋 | het begin [de eerste dag] van de herfst (volgens de maankalender op 8 augustus) |
risuku・manējimento-リスク・マネージメント | risicomanagement; risicobeheer |
ritsuryōsei-律令制 | Ritsuryō-systeem, rechtssysteem van gecentraliseerde overheid gebaseerd op de ritsuryō-wetboeken |
rittō-立冬 | het begin van de winter; de eerste winterdag (volgens de maankalender) |
roban-路盤 | de grond die geëgaliseerd is om spoorrails te ondersteunen |
rōdo・mappu-ロード・マップ | roadmap van een (technisch) product (waarin staat wat de vernieuwingen zijn en wanneer ze kunnen worden verwacht) |
rōdo・mirā-ロード・ミラー | verkeersspiegel |
rojikku-ロジック | logica; denkleer |
rōkaru・karā-ローカル・カラー | lokale kleur [atmosfeer]; plaatselijke [karakteristieke] bijzonderheden |
rōkō-老巧 | ervaren [volleerd; geroutineerd] zijn |
ron-論 | leer; theorie |
ronbaku-論駁 | weerlegging; tegenargument(en) |
rōnin-浪人 | een samoerai zonder meester [leenheer] |
ronrigaku-論理学 | (studie van de) logica; denkleer |
rōren-老練 | het ervaren [geroutineerd; bekwaam] zijn |
rōshi-浪士 | een samoerai zonder meester [leenheer] |
rōshi-老師 | oude leermeester [priester] |
rōsō-老荘 | de eerste karakters van de twee namen van de Chinese filosofen (in the Taoïstische traditie) Lao Zi (老子) en Zhuang Zi (荘子) |
rosuto・jenerēshon-ロスト・ジェネレーション | verloren generatie (m.n. na de eerste WO) |
rōtaika-老大家 | ervaren [gerespecteerde] autoriteit (op een bepaald vakgebied) |
rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
rōtoyu-ロート油 | Roth olie (sulfateerde ricinusolie) |
runin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
ryōbun-領分 | (fig.) gebied; invloedssfeer |
ryōjū-猟銃 | jachtgeweer |
ryōshu-領主 | daimyo; domeinheer; (feodale) heer (van een bepaald gebied) |
ryūjin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
ryūkeisha-流刑者 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
ryūma-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
ryūme-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
ryūō-竜王 | (boeddh.) drakenkoning (de beschermer van de boeddhistische leer) |
sāba-サーバ | degene die serveert (tennis, etc.) |
sāba-サーバ | ober; kelner; kelnerin; serveerster |
sābā-サーバー | degene die serveert (tennis, etc.) |
sābā-サーバー | ober; kelner; kelnerin; serveerster |
sabayomi-鯖読み | smokkelen met cijfers (in eigen voordeel); met opzet verkeerd (op)tellen |
sābisueria-サービスエリア | (lett.) service gebied (gewoonlijk plek met tankstation, parkeerplaats, winkeltjes en een restaurant) |
sābisu・māku-サービス・マーク | servicemerk (op service gebaseerd handelsmerk) |
saekaeru-冴え返る | helder en koud weer zijn |
sagarime-下がり目 | neerwaartse trend (handelsmarkt) |
sagesumu-蔑む | minachten; verachten; neerkijken op |
sai-宰 | rentmeester, feodaal heer; minister |
saibānēshon-サイバーネーション | geautomatiseerde besturing (procesbeheersing) |
saibutsu-才物 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
saihitsu-細筆 | gedetailleerde beschrijving |
saijin-才人 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
saiken-細見 | gedetailleerde kaart [plattegrond; gids] |
saiki-再起 | terugkeer; comeback; herstel |
saiko-最古 | oeroud [zeer oud; oudste] zijn |
saikyōyaki-西京焼き | gegrilde, in miso gemarineerde visfilet |
saimarukyasuto-サイマルキャスト | simulcasten (afk. van simultaneous broadcast; een uitzending tegelijk over meerdere media uitzenden) |
saimitsu-細密 | gedetailleerdheid; precisie; nauwgezetheid |
sairai-再来 | terugkeer; wederkomst (van Christus) |
sairon-細論 | gedetailleerde uitleg [bespreking] |
saisan-再三 | telkens weer; twee of drie keer; vele malen |
saisansaishi-再三再四 | herhaaldelijk; keer op keer; steeds maar weer |
saisho-最初 | het begin; de start; aanvang; het eerst; de eerste |
saishō-細小 | minuscuul; (zeer) klein; (haar)fijn |
saisho-細書 | gedetailleerde beschrijving |
saitan-歳旦 | afkorting voor saitan-biraki (een bijeenkomst van dichters en hun leerlingen in januari om gedichten te maken over nieuwjaarsdag) |
saitaru-最たる | (bnw) beste; eerste; belangrijkste |
saizenretsu-最前列 | voorste rij; eerste rij |
saka-逆 | omgekeerd; omgedraaid; ondersteboven |
sakasa-逆さ | omkering; inversie; omgekeerd zijn |
sakasama-逆様 | omgekeerd; ondersteboven; achterstevoren |
sakekuse-酒癖 | gewoontes [gedrag] wanneer men dronken is |
saki-先 | voorste; eerste; voorop; eerder |
saku-朔 | de eerste dag van de maand (maankalender) |
sakujitsu-朔日 | de eerste dag van de maand |
sakujitsu-朔日 | (arch.) de eerste tien dagen van de maanmaand |
sakusō-錯綜 | ingewikkeldheid; gecompliceerdheid |
sakusōsuru-錯綜する | ingewikkeld [gecompliceerd] worden; verstrikt raken |
sakuzatsu-錯雑 | complexiteit; ingewikkeldheid; gecompliceerdheid |
sakuzen-索然 | saaiheid; ongeïnteresseerdheid |
sama-様 | (beleefde vorm voor さん) meneer; mevrouw; juffrouw |
sameru-覚める | gedesillusioneerd worden [raken] |
sāmisutā-サーミスター | thermistor (een elektrische weerstand component) |
samoarinan-然もありなん | begrijpelijk (zijn); niet meer dan logisch (zijn) |
san-さん | meneer; mevrouw; mejuffrouw (erend suffix) |
san-讃 | lof; eerbetoon |
san-賛 | lof; eerbetoon |
sanchi-産地 | gebied [streek] waar een lokaal product (wijn, vruchten, kunstnijverheid, e.d.) wordt geproduceerd |
sando-三度 | driemaal; drie keer |
sangai-三界 | (boeddh.) de drie werelden van transmigratie (de wereld van wezens met begeerten, van wezens met vorm en van wezens zonder vorm) |
sangaku-参学 | gezamelijk hoorcollege over de boeddhistische leer |
sangyō-讃仰 | eerbied; eerbiedigheid; verering; lofrede; lofspraak |
sankakukankei-三角関係 | driehoeksverhouding (in de relationele sfeer) |
sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
sanpō-算法 | rekenkunde; getallenleer; algoritme |
sansankudo-三三九度 | (bij Shinto-huwelijksritueel) het drinken van kopjes sake door het bruidspaar (eerst de man 3, dan de vrouw 3, dan de man weer 3 kopjes, totaal 9) |
sansei-三省 | overpeinzing; meditatie (3 keer per dag) |
sansei-参政 | (Meiji-periode) leenheer van een domein |
sansen-三遷 | drie keer verhuizen [van woonplaats veranderen] |
sansen-三遷 | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
sansennooshie-三遷の教え | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
sappitsu-擦筆 | een doezelaar (puntig opgerold stuk papier of zeemleer, gebruikt om kleuren in te wrijven op papier of fresco) |
sarani-更に | meer nog; sterker nog |
sarau-復習う | herzien; opnieuw beoordelen [leren]; herhalen (van gestudeerde materialen) |
sashiashi-差し足 | (bij paardenraces) de laatste spurt waarmee een paard de anderen inhaalt en net als eerste over de finish komt |
sashichigaeru-刺し違える | (bij sumo, verkeerde beslissing van de scheidsrechter) de verkeerde worstelaar als winnaar aanwijzen |
sashichigaeru-差し違える | op de verkeerde plaats zetten |
sashihikaeru-差し控える | afzien van; zich onthouden [weerhouden] van |
satsukibare-五月晴れ | mooi weer in mei (tijdens het regenseizoen) |
satsumanokami-薩摩守 | een gratis ritje; iemand die gratis meerijdt |
sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
seiatsu-制圧 | overwicht; (overwegende) invloed; overheersing |
seichi-生地 | onbekende plek; plaats waar iemand voor het eerst komt |
seichō-成長 | groei; toename; vergroting; vermeerdering |
seidō-精銅 | geraffineerd koper (metaal met meer dan 97,5 % koper) |
seigyo-制御 | controle; beheersing; onderdrukking |
seiha-制覇 | verovering; overheersing; suprematie |
seihangō-正反合 | (in filosofie, drie stadia van dialectische logica geformuleerd door Hegel) these, antithese, synthese |
seihasuru-制覇する | veroveren; domineren; overheersen |
seihen-正編 | het eerste boekdeel van een serie |
seihin-製品 | product; (geproduceerd) artikel |
seii-誠意 | oprechtheid; eerlijkheid; goede trouw |
seiin-正員 | volwaardig lid; formeel gekwalificeerd lid |
seijitsu-誠実 | oprechtheid; eerlijkheid; te goeder trouw |
seika-正課 | (vak uit) het reguliere leerplan [curriculum) |
seikatsushūkanbyō-生活習慣病 | levensstijl gerelateerde ziekte |
seikōhō-正攻法 | frontale [openlijke] aanval; eerlijke tactiek |
seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
seikyō-聖教 | de heilige leer; Confucianisme; Boeddhisme |
seikyō-聖教 | de christelijke [orthodoxe] leer; het Christendom |
seimen-生面 | eerste ontmoeting |
seimitsu-精密 | precisie; nauwkeurigheid; nauwgezetheid; accuratesse; gedetailleerdheid |
seimitsukensa-精密検査 | gedetailleerde inspectie [controle]; minutieus [grondig] onderzoek |
seinen-成年 | (wettelijke) meerderjarigheid |
seireishiteitoshi-政令指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
seiren-清廉 | eerlijkheid; integriteit; onkreukbaarheid |
seirenkeppaku-清廉潔白 | absolute eerlijkheid; onberispelijke integriteit |
seiryokuhan'i-勢力範囲 | invloedssfeer |
seisai-正妻 | eerste vrouw (bij polygamie) |
seisai-精細 | gedetailleerdheid; precisie |
seisankanri-生産管理 | productie management [beheer] |
seisankyoten-生産拠点 | productiebasis (locatie waar de productie is geconcentreerd) |
seiseidōdō-正正堂堂 | eerlijk; oprecht; rechtdoorzee |
seiseidōdō-正正堂堂 | een eerlijk gevecht; met open vizier strijden |
seishi-制止 | controle; bedwang; beheersing; zeggenschap |
seishiki-制式 | iets dat gedefinieerd [vastgelegd; officieel; voorgeschreven; reglementair] is |
seishineiseigaku-精神衛生学 | geestelijke gezondheidsleer |
seiskaisha-清算会社 | bedrijf dat geliquideerd wordt |
seiso-精粗 | fijnheid of ruwheid; gedetailleerdheid of grofheid |
seisui-清水 | eerlijk en oprecht zijn |
seiten-晴天 | mooi weer; blauwe [heldere] hemel [lucht] |
seitō-征討 | onderwerping; verovering; overheersing |
seito-生徒 | leerling(e); scholier; student(e) |
seitō-精到 | nauwkeurig [precies; nauwgezet; gedetailleerd] zijn |
seitō-精糖 | geraffineerde suiker |
seitsū-精通 | het goed bekend [geïnformeerd] zijn; diepgaande kennis hebben (van) |
seitsū-精通 | eerste ejaculatie (sperma) |
seiu-晴雨 | goed of slecht weer; zon of regen |
seiun-青雲 | eruditie; geleerdheid; hoge status |
sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
sekiran'un-積乱雲 | cumulonimbus; onweerswolk; buienwolk |
sekuto-セクト | sekte (groep aanhangers van een bepaalde leer of overtuiging) |
semantikkusu-セマンティックス | semantiek; betekenisleer |
semiotikusu-セミオティクス | semiotiek; tekenleer |
sen-専 | onontbeerlijk; onmisbaar; essentieel; noodzakelijk; eerste |
senchaku-先着 | het als eerste aankomen |
sendō-船頭 | stuurman; kapitein; schipper; veerman |
sengokubune-千石船 | een schip dat ongeveer 1000 koku rijst kan vervoeren |
sengyō-専業 | voltijdbaan; hoofdberoep; gespecialiseerd beroep |
senju-専修 | bestudering [beoefening] van de boeddhistische leer; het reciteren van de nenbutsu |
senjunenbutsu-専修念仏 | aanroeping van de Amida Boeddha (de dagelijkse obesrvatie van de boeddhistische leer in de Jōdo-sekte) |
senka-専科 | gespecialiseerde vakstudie |
senka-選歌 | selectie gedichten; bloemlezing; een geselecteerd gedicht |
senkai-旋回 | rotatie; ommekeer; draaiing |
sennen-千年 | zeer lange tijd |
senpatsu-先発 | het als eerste vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; voor(af)gaan |
senrei-先例 | precedent; eerder voorbeeld |
senseikunsha-専制君主 | absolute vorst [heerser]; despoot |
senshinkoku-先進国 | de geavanceerde [ontwikkelde] landen; de industrielanden; de G7 |
senshinteki-先進的 | geavanceerd |
senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
sensuikan-潜水艦 | onderzeeboot; onderzeeër; duikboot |
sentangijutsu-先端技術 | hoogwaardige technologie; geavanceerde technologie |
sentansangyō-先端産業 | hightechindustrie (geavanceerd technische industrie) |
sentanzairyō-先端材料 | hoogwaardige [geavanceerde] materialen |
sente-先手 | initiatiefnemer; degene die de eerste stap doet |
sente-先手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de eerste zet doet |
sentetsu-先哲 | oude [vroegere] wijze man [wijsgeer] |
sentō-先頭 | eerste lijn; voorhoede; front |
senyōru-セニョール | meneer; de heer |
senzogaeri-先祖返り | atavisme; erfelijke terugslag (genetische eigenschappen die generaties overslaan en dan weer terugkomen) |
sen'yaku-先約 | eerdere verplichting [afspraak] |
separētsu-セパレーツ | (dames)kleding die uit afzonderlijke delen bestaat, zodat ze combineerbaar zijn (en apart kunnen worden gekocht) |
seppō-説法 | preek; leerrede; prediking |
serufu・kontorōru-セルフ・コントロール | zelfbeheersing |
setsujoku-雪辱 | eerwraak; eerherstel; wraakneming; represaille |
shā-シャー | Shah (vroegere Perzische heerser) |
shabudome-しゃぶ止め | (politieterm) parkeerstijl over meerdere parkeervakken, waarbij de bestuurder mogelijk onder invloed is van drugs en de auto schade en deuken heeft |
shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
shafuto-シャフト | schacht (van speer, golfclub, etc.); steel; stok |
shaikaitsūnen-社会通念 | algemeen (maatschappelijk) geaccepteerde ideeën en waarden |
shakaika-社会科 | sociale wetenschappen; maatschappijleer |
shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
shakkyō-釈教 | de leer [leerstellingen] van Boeddha |
shākusukin-シャークスキン | haaienhuid; haaienleer; haaienvel |
shāringu-シャーリング | het scheren; scheerbeurt (schapen) |
shasai-車載 | op [in] de auto aangebracht [gemonteerd] |
shāshī-シャーシー | een behuizing waarin het moederbord, geheugen, diskettes en andere onderdelen van een computer zijn gemonteerd |
shashu-射手 | scherpschutter; schutter (pistool; geweer) |
shatoru-シャトル | ruimteveer |
shēbā-シェーバー | (elektrisch) scheerapparaat |
shēbingu・kurīmu-シェービング・クリーム | scheerschuim; scheercrème |
shiben-至便 | zeer handig [geschikt; gunstig] |
shibirenamazu-痺れ鯰 | siddermeerval (Malapterurus electricus) |
shibo-私募 | verkoop van aandelen buiten de beurs om (aan klein aantal potentiële investeerders) |
shiboru-絞る | een uitbrander [berisping] geven; tekeergaan tegen iemand |
shibun-死文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
shichihenge-七変化 | een Kabuki dans waarbij de acteur zeven keer van kostuum wisselt |
shiden-師伝 | het onderricht van de meester aan zijn leerlingen [volgelingen]; onderricht [les] krijgen van de meester zelf |
shidō-士道 | krijgseer; ridderlijkheid; gedragscode van de samoerai |
shidō-祠堂 | in huis de plek waar de zielen van voorouders worden geëerd; in (boeddh.) tempels de plek met gedenkplaten voor familieleden van de locale bevolking |
shidō-祠堂 | een kleine constructie [klein gebouw] waar Shinto goden of Boeddha's worden geëerd |
shidōan-指導案 | leerbegeleidingsplan; onderwijsbegeleidingsplan |
shidōhō-指導法 | leermethode; onderwijsmethode |
shiei-市営 | gemeentelijk beheer [exploitatie] |
shigaku-詩学 | poëtica; theorie van de dichtkunst; poëzieleer |
shigaku-詩学 | Poëtica (leerboek over de dichtkunst van Aristoteles) |
shīgengo-シー言語 | programmeertaal C |
shigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
shihai-支配 | leiding; bestuur; beheer; controle |
shihaikaikyū-支配階級 | de heersende klasse |
shihainin-支配人 | manager; beheerder |
shihaisha-支配者 | heerser; bestuurder |
shihaisō-支配層 | de heersende klasse; gevestigde orde |
shihatsu-始発 | de eerste trein [bus] die vertrekt (van het station; de halte) |
shihonkin-資本金 | aandelenkapitaal; geïnvesteerd vermogen |
shiigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
shiisuru-弑する | het vermoorden van de vader [heer; vorst] |
shiitageru-虐げる | onderdrukken; vervolgen; overheersen; tiranniseren |
shiji-指事 | ideogram; een Chinees karakter dat een abstract idee symboliseert, waarbij de betekenis af valt te leiden uit de vorm |
shikan-止観 | (Tendai boeddhisme) meditatie waarbij de geest zich concentreert op een enkel object, zonder afleidende gedachten |
shikenkan-試験管 | reageerbuis |
shikenkanbebī-試験管ベビー | reageerbuisbaby |
shikibō-指揮棒 | baton; dirigeerstok |
shikin-至近 | zeer nabij; dicht in de buurt; in de directe omgeving |
shikin'un'yō-資金運用 | vermogensbeheer |
shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
shikkaku-失格 | ongeschiktheid; niet gekwalificeerd zijn |
shikkei-失敬 | (eerder dan anderen) weggaan |
shikyū-四球 | (honkbal) vrije loop naar eerste honk |
shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
shincha-新茶 | nieuwe, vers geplukte thee; eerste thee van het seizoen |
shindeshi-新弟子 | nieuwe leerling [student] |
shingaku-神学 | (studie) theologie; godgeleerdheid |
shingō-信号 | verkeerslicht; stoplicht; sein |
shingōmachi-信号待ち | het wachten [wachtend verkeer] voor het stoplicht |
shinia-シニア | oudere leerling [student] |
shinibana-死に花 | postume eer; eer [erkenning] op het einde van het leven |
shinihaji-死に恥 | een oneervolle [schandelijke] dood |
shinji-新字 | kanji die voor het eerst in lesboeken worden gegeven |
shinjikēto・rōn-シンジケート・ローン | gesyndiceerde lening; syndicaatlening |
shinjitsu-信実 | eerlijkheid; oprechtheid; (te) goeder trouw |
shinjū-心中 | de zelfmoord van twee of meer familieleden |
shinju-真儒 | een goede [ware] geleerde; een echte confucianist |
shinkaron-進化論 | evolutietheorie; evolutieleer |
shinkisannyū-新規参入 | nieuwe (markt)toetreding; voor het eerst toetreden tot (de markt of een beroep) |
shinmai-新米 | nieuwe rijst, de eerste rijst(oogst) van het jaar |
shinmiri-しんみり | somber; troosteloos; gedeprimeerd |
shinohai-死の灰 | (dodelijke) radioactieve neerslag; fall-out |
shinpa-新派 | nieuwe school [leer; stroming] |
shinpon-新本 | nieuw [pas gekocht; net gepubliceerd] boek |
shinrai-新来 | iets nieuws; iets dat zojuist aangekomen [net gearriveerd] is |
shinryō-新涼 | de nieuwe (eerste) koelte van het begin van de herfst |
shinsei-親政 | persoonlijke regering [heerschappij; bestuur] van een keizer of koning |
shinsen-新選 | (op)nieuw samengesteld [geselecteerd; bewerkt] zijn |
shinshin-真心 | oprechtheid; eerlijkheid |
shinsho-新書 | nieuw (gepubliceerd) boek |
shinshutsu-侵出 | binnendringen (in een ander land of invloedssfeer); grensoverschreiding |
shinshutsu-新出 | het voor het eerst voorkomen [verschijnen] (b.v. van een woord of kanji in een studieboek) |
shinsotsu-新卒 | een pas [recent] afgestudeerd iemand; iemand die net zijn (school, universiteit, etc.) opleiding heeft voltooid |
shintakkusu-シンタックス | syntaxis; zinsleer; zinsbouw |
shioji-潮路 | zeeroute |
shiokara-塩辛 | een pasta van gedroogde en gefermenteerde vis (inktvis, schaaldieren, visingewanden, etc.) |
shioreru-萎れる | depressief [somber; neerslachtig] zijn |
shirabasu-シラバス | syllabus; leerplan |
shirakeru-白ける | bedorven [verpest] worden (sfeer); verveeld raken; saai worden; lusteloos worden |
shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
shirokuma-白熊 | ijsbeer; poolbeer (Ursus maritimus) |
shirozumi-白炭 | witte steenkool (gefabriceerd door het drogen van gehakt hout boven een vuur, zonder carboniseren) |
shisan-試算 | proefberekening; voorlopige [eerste] berekening |
shiseki-咫尺 | zeer korte afstand |
shishi-師資 | meester en leerling; leraar en student; de relatie tussen meester en leerling |
shishō-私娼 | niet erkende [niet geregistreerde; illegale] prostitutie [prostituee] |
shisō-師僧 | een leidende [de leer onderwijzende] boeddhistische monnik |
shisō-詩宗 | een gerenommeerd dichter |
shīsō・gēmu-シーソー・ゲーム | een heen-en-weer gaande strijd; getouwtrek om de overwinning; strijd waarbij dan weer de ene partij de overhand heeft, dan weer de andere |
shissei-執政 | beheerder; bestuurder; regent; consul |
shissei-失政 | verkeerd beleid; slecht bestuur; wanbestuur; wanbeheer |
shitame-下目 | neerwaartse blik |
shitame-下目 | het op iemand neerkijken; verachting |
shitami-下見 | een eerste inspectie [onderzoek]; vooronderzoek |
shitamuki-下向き | neerwaartse tendens |
shitayaku-下訳 | ruwe [eerste] vertaling |
shitei-師弟 | meester en leerling; leraar en student |
shittsui-失墜 | verlies; neergang; val; het verliezen [verbeuren; verspelen] |
shiuchi-仕打ち | uitvoering; acteerkunst |
shiwa-史話 | verhaal gebaseerd op een historische gebeurtenis |
shiyōshisan-使用資産 | geïnvesteerd vermogen |
shī・ai-シー・アイ | geconvergeerde infrastructuur (Converged Infrastructure) |
shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
shī・emu-シー・エム | (customer management) klantenbeheer; relatiebeheer |
shī・jī-シー・ジー | computer-gegenereerde beelden |
shī・tī・shī-シー・ティー・シー | (centralized traffic control) centrale verkeersleiding |
shī・yū・ai-シー・ユー・アイ | (character user interface) gebruikersinterface die gebruik maakt van tekst om opdrachten en informatie weer te geven bij computerbewerkingen |
shō-頌 | stijlvorm (soms ook in dichtvorm) in kanbun ter verheerlijking [lofprijzing] van keizers en edelen |
shōbainin-商売人 | animeermeisje; geisha |
shobō-書房 | studeerkamer |
shōbō-正法 | de ware leer van Boeddha |
shōbō-正法 | de Periode van de Ware Leer van Boeddha (de periode van vijfhonderd of duizend jaar na de dood van Sakyamuni) |
shōbō-消防 | brandweer; afkorting voor brandweerman [brandweervrouw] of brandweerwagen |
shōbōdan-消防団 | brandweerbrigade |
shōbōenshū-消防演習 | brandoefening; brandweeroefening |
shōbōi-消防衣 | brandweertenue; brandweerpak |
shōbōjōrei-消防条例 | brandweervoorschrift |
shōbōsha-消防車 | brandweerauto; brandweerwagen |
shōbōsharyō-消防車両 | brandweerauto; brandweerwagen |
shōbōshi-消防士 | brandweerman; brandweervrouw |
shōbōsho-消防署 | brandweerkazerne |
shōbōshoin-消防署員 | brandweerman; brandweervrouw |
shōbōtei-消防艇 | brandweerboot |
shochō-初潮 | de eerste menstruatie |
shochō-署長 | hoofd [leider; chef, e.d.] (van een politiebureau, brandweer, belastingdienst, e.d.) |
shodai-初代 | de eerste generatie |
shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
shodan-初段 | de eerste rang [graad]; de eerste dan (judo, karate, etc.) |
shodō-初動 | de eerste schok (van een aardbeving) |
shodōsōsa-初動捜査 | het eerste onderzoek; initieel onderzoek (door de politie); vooronderzoek |
shoen-初演 | de eerste uitvoering; het eerste optreden; première |
shōgaikyōiku-生涯教育 | permanente educatie; levenslange leergang |
shogaku-初学 | de eerste keer studeren; de eerste studie |
shogaku-初学 | iemand die voor het eerst studeert; iemand die begint met leren |
shogakusei-初学者 | beginneling; nieuweling; eerstejaars student |
shōgakutōshika-少額投資家 | kleine investeerder |
shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
shōgyō-商業 | handel; zaken; handelsverkeer |
shohan-初版 | de eerste druk [uitgave] (van een boek) |
shohan-初犯 | de eerste overtreding [misdaad]; het eerste vergrijp |
shohi-諸費 | diverse [niet-gespecificeerde] uitgaven |
shoho-初歩 | de basis; de grondbeginselen; het beginstadium; de eerste stappen; het ABC (van) |
shohō-書法 | compositieleer van het schrijven; schrijfstijl |
shoin-書院 | studiezaal; studeerkamer; leeszaal |
shōjiki-正直 | eerlijkheid; oprechtheid |
shojo-処女 | Iets dat nieuw [vers] is; iets dat de eerste keer is |
shojoenzetsu-処女演説 | maidenspeech (eerste redevoering als volksvertegenwoordiger) |
shojoshuppan-処女出版 | iemands eerste publicatie; debuutwerk |
shojun-初旬 | de eerste tien dagen van de maand |
shōjutsu-詳述 | gedetailleerde beschrijving |
shokai-初会 | eerste ontmoeting; het voor de eerste keer bijeenkomen |
shokai-初回 | de eerste keer; de eerste poging; eerste inning |
shōkai-詳解 | gedetailleerde uitleg; uitvoerige toelichting |
shōkaisha-紹介者 | een persoon die iemand [iets] introduceert |
shokan-初刊 | eerste editie [druk; oplage] |
shokan-初巻 | eerste (boek)deel van een serie; deel één; eerste hoofdstuk (van een boek) |
shōkaryōku-消化力 | verteerbaarheid |
shōkaseikaiyō-消化性潰瘍 | maagzweer; ulcus pepticum |
shokei-初経 | menarche; eerste menstruatie |
shoken-初見 | iets voor het eerst [de eerste keer] zien |
shoken-初見 | muziek (voor het eerst) spelen direct van bladmuziek |
shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
shoki-初期 | de beginfase; het beginstadium; de eerste periode |
shokibidō-初期微動 | (aardbeving) eerste [inleidende; aanvangs-] trillingen |
shokishōjō-初期症状 | het eerste symptoom |
shokkingu-ショッキング | schokkend; stuitend; weerzinwekkend; vreselijk |
shokō-初校 | de eerste drukproef; de eerste drukproeflezing |
shokō-諸侯 | leenheer (Edo periode) |
shokō-諸公 | (term voor het respectvol aanspreken van een aantal mensen) dames en heren; hooggeëerd publiek |
shokon-初婚 | het eerste huwelijk |
shokunōkyū-職能給 | salaris [loon] dat is gebaseerd op de functiebeoordeling [functiewaardering; werk evaluatie]] |
shokyū-初球 | (honkbal) de eerste worp van de pitcher |
shōmitsu-詳密 | gedetailleerd zijn; details |
shōmon-蕉門 | leerlingen [volgelingen] van Matsuo Bashō (1644 - 1694), een dichter uit de Edo-periode) |
shōmyō-小名 | (Kamakura- en Muromachi-periodes) een feodale leenheer (daimyo) van lagere rang |
shōmyō-小名 | (Edo-periode) een feodale heer met een relatief klein grondgebied |
shonbori-しょんぼり | moedeloosheid; neerslachtigheid |
shonen-初年 | het eerste jaar; de eerste jaren; de beginjaren |
shōnen-正念 | de zuivere boeddhistische leer (volgen) |
shōnenba-正念場 | het moment van de waarheid; een keerpunt (in het leven); alles-of-niets [erop-of-eronder] situatie |
shonenhei-初年兵 | een nieuwe rekruut; soldaat in zijn eerste jaar in militaire dienst |
shonichi-初日 | de eerste dag; openingsdag; de première (van een voorstelling) |
shonin-初任 | eerste benoeming [functie]; het voor het eerst in dienst zijn |
shonyū-初乳 | colostrum; biest; voormelk (de eerste melk na een bevalling) |
shoppana-初っ端 | het begin; de (aller)eerste |
shōroku-詳録 | gedetailleerd verslag; uitgebreide documentatie [informatie] |
shōron-詳論 | gedetailleerde uitleg [bespreking] |
shosai-書斎 | studeerkamer, annex privé bibliotheek |
shosaku-初作 | het eerste geproduceerde item [product] |
shosaku-初作 | het eerste werk van een kunstenaar [schrijver] |
shosanpu-初産婦 | primipara; vrouw die voor het eerst een kind heeft gebaard; vrouw die in verwachting is van haar eerste kind |
shosei-書生 | student; geleerde |
shosen-初戦 | de eerste wedstrijd; het eerste treffen; de eerste slag [strijd] |
shōsen-省線 | nationale spoorweg (onder het beheer van het spoorweg ministerie van 1920 tot 1943) |
shōsenkyokuhireidaihyōheiritsusei-小選挙区比例代表並立制 | kiesstelsel bestaande uit kiesdistricten met één zetel en proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten met meerdere zetels |
shoshin-初審 | het eerste proces; de eerste hoorzitting |
shoshin-初診 | het eerste medisch onderzoek |
shoshinryō-初診料 | de vergoeding voor het eerste consult (van een patiënt) |
shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
shoshun-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
shoshutsu-初出 | eerste verschijning; eerste optreden |
shotaiken-初体験 | de eerste ervaring [belevenis]; de eerste keer dat men iets doet |
shotaiken-初体験 | de eerste seksuele ervaring |
shotaimen- 初対面 | de eerste ontmoeting (met iemand) |
shote-初手 | het begin; de start; de eerste zet (bij schaken, go, etc.) |
shotokuwari-所得割 | inkomensafhankelijke [inkomensgerelateerde] (belasting)heffing |
shotto-ショット | schot (uit een geweer) |
shoya-初夜 | de eerste nacht; bruidsnacht; de eerste (nacht)wacht |
shōyō-称揚 | bewondering; lof; eerbetoon; compliment; applaus |
shudai-首題 | titel [eerste zin} van een (Boeddhistische) soetra |
shūgi-衆議 | publieke discussie; volksraadpleging; meerderheidsbesluit |
shuheki-酒癖 | gewoontes [gedrag] wanneer men dronken is |
shui-首位 | eerste plek; koppositie; leidende positie |
shuin-主因 | hoofdoorzaak; belangrijkste factor; drijfveer |
shujin-主人 | gastheer; echtgenoot, man; de heer des huizes |
shūjin-囚人 | gevangene; gedetineerde (door de strafrecht herziening van 1995 formeel niet langer in gebruik) |
shujinkō-主人公 | (erenaam) echtgenoot; familiehoofd; heer des huizes |
shukaku-主客 | de gastheer en zijn gast(en) |
shukaku-主格 | het nominatief; de eerste naamval |
shuki-酒器 | sake-serveerset (fles of kannetje + kopjes) |
shukushu-宿主 | (biologie) gastheer (van parasieten, e.a.) |
shumei-主命 | bevel van de heerser [meester] |
shuninsei-主任制 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
shuninseido-主任制度 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
shunpō-皴法 | in oosterse schilderijen een techniek waarbij extra inkt wordt toegevoegd om de oneffenheden van bergen, rotsen, e.d. realistischer weer te geven |
shunrai-春雷 | lente onweer; onweer in de lente |
shunto-しゅんと | depressief; neerslachtig; terneergeslagen; somber |
shun'in-春陰 | bewolkt lenteweer |
shuppinbutsu-出品物 | een geëxposeerd stuk [werk]; een expositiestuk |
shūron-修論 | (master) afstudeerscriptie |
shuryū-主流 | (fig.) hoofdstroom; heersende stroming; voornaamste trend [richting] (in kunst, cultuur, e.d.) |
shūsai-秀才 | (de meest) getalenteerde [briljante] persoon [student] |
shūshironbun-修士論文 | (master) afstudeerscriptie |
shushō-首相 | premier; minister-president; eerste minister |
shussha-出車 | een auto uit een parkeerplaats [garage] rijden (na betaling) |
shusshikin-出資金 | geldinvestering; geïnvesteerd geld |
shusshin-出身 | afgestudeerd zijn |
shusshinsha-出身者 | afgestudeerde; alumnus; vroegere inwoner |
shutchōkyōju-出張教授 | het lesgeven bij een leerling thuis |
shutchōkyōju-出張教授 | docent die les geeft bij een leerling thuis |
shūto-シュート | het schieten (van een geweer, een bal, een foto, etc.); schroefbal (bij honkbal); jachtpartij; schietoefening |
shutsurui-出塁 | (honkbal) het eerste honk bereiken na een honkslag |
shūwaisuru-収賄する | smeerdgeld aannemen; zich laten omkopen |
so-ソ | so (5e noot in de notenleer) |
sobayōnin-側用人 | opperkamerheer van een shogun of daimyo |
sochikochi-其方此方 | ongeveer |
sōdai-総代 | vertegenwoordiger; afgevaardigde; gedelegeerde; plaatsvervanger |
sofutonomikkusu-ソフトノミックス | economische beleid dat meer gericht is op informatie en de software industrie |
sofuto・baiku-ソフト・バイク | lichte motorfiets; bromscooter (gemotoriseerde tweewieler met een cilinderinhoud van 50 cc of minder) |
sogekijū-狙撃銃 | scherpschuttersgeweer; precisiegeweer |
sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
sohikihanzai-組織犯罪 | georganiseerde misdaad |
sōjō-相乗 | meerdere elementen versterken elkaars werking |
sokkōjo-測候所 | weerstation; meteorologisch station |
sokkyō-即興 | geïmproviseerd zijn; improvisatie |
sōkō-草稿 | een eerste [ruwe; voorlopige] versie; kladversie (van een document, manuscript, etc.) |
sokusu-即す | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
sokusuru-即する | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
somo-抑 | voor het eerst; de eerste keer |
somosomo-抑 | ten eerste; om te beginnen |
sonokurai-其の位 | (ongeveer) zoveel; in die mate; een dergelijke hoeveelheid |
sonotsudo-その都度 | bij elke gelegenheid; telkens weer; elke keer |
sonzairon-存在論 | ontologie; zijnsleer |
sōon-宋音 | Song-lezing (de Japanse uitspraak van Chinese karakters uit de Song dynastie; vooral van woorden gerelateerd aan het Zen Boeddhisme) |
soraai-空合い | het weer; atmosferische conditie |
sorame-空目 | hallucinatie; verkeerd zien; iemand aanzien voor iemand anders |
soramimi-空耳 | verkeerd horen; niet goed verstaan |
soramoyō-空模様 | hoe de lucht eruit ziet; het weer |
sorarizēshon-ソラリゼーション | solarisatie (fotografische inversie, waarbij zwart-wit in fotografisch werk wordt omgekeerd door tijdens het ontwikkelen enigszins te overbelichten) |
soredake-其れだけ | des te meer [minder]; zoveel als; in verhouding |
soredake-其れだけ | dat is alles; alleen dat; niet meer dan dat |
soregashikaregashi-某彼某 | (meneer; mevrouw) zus-en-zo |
sōrifu-総理府 | kabinet van een premier of eerste minister |
sorufēju-ソルフェージュ | solfège; notenleer |
sōseisuru-創製する | uitvinden; scheppen; creëren |
soseki-礎石 | hoeksteen; eerste steen; basis |
sōsha-掃射 | beschieting; geweervuur; spervuur; mitraillade |
sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
soshikigaku-組織学 | histologie; weefselleer |
soshikirōdōsha-組織労働者 | arbeiders georganiseerd in een vakbond |
soshikiteki-組織的 | systematisch; stelselmatig; georganiseerd; organisatorisch |
sōshu-宗主 | opperleenheer; opperheer; suzerein |
sotchoku-率直 | eerlijkheid; oprechtheid |
sōto-ソート | sorteeralgoritme |
sotō-粗糖 | ruwe [niet geraffineerde] suiker |
sōtō-総統 | alleen-heerser; opperbevelhebber; (machtige) president |
sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
sotsugyōronbun-卒業論文 | eindscriptie; afstudeerscriptie |
sotsugyōsei-卒業生 | afgestudeerde |
sotsugyōseisaku-卒業制作 | afstudeerwerkstuk (gedaan op een Kunstacademie in plaats van een scriptie) |
sotsugyōshiki-卒業式 | diploma uitreiking; afstudeerceremonie |
sōyū-曾遊 | eerder bezoek |
sōzarai-総浚い | repeteren [herhalen; opnieuw bestuderen] (hetgeen men geleerd heeft) |
sozō-塑造 | modellering; boetseerkunst; afgietsel (een beeld (maken) van klei of brons, etc) |
sozōdai-塑造台 | modelschijf; modelleer standaard |
sōzōsuru-創造する | creëren; scheppen |
suberidome-滑り止め | tweede keuze school [universiteit e.d.] (als men is gezakt voor het toelatingsexamen van de eerste keuze) |
sudeni-既に | voorheen; eerder |
sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
sugina-杉菜 | (paardenstaart) Heermoes (een plant, Equisetum arvense) |
sugiru-過ぎる | overschrijden; meer [teveel] zijn dan; te ver gaan |
suibō-衰亡 | verval; neergang; ondergang |
suimetsu-衰滅 | verval; neergang, ondergang |
sūji-数次 | aantal keren; meerdere malen |
suji-筋 | een gerelateerde kwestie [zaak] |
sujigumo-筋雲 | cirrus; vederwolk; windveer |
sukaipākingu-スカイパーキング | (Eng.: sky parking) parkeergarage met meerdere verdiepingen |
sukimasangyō-隙間産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
sukin-スキン | huid; leer |
sukūru・zōn-スクール・ゾーン | gebied rond een school met een snelheidsbeperking voor verkeer |
sukuryūbōru-スクリューボール | (werptechniek bij honkbal) een bal geworpen met omgekeerde curve |
sumaki-簀巻き | een hek in het ondiepe water van een meer of rivier om vis te vangen |
sunameno-砂目の | gestippeld; gepointilleerd |
sunawachi-即ち | precies; niets anders dan; niet meer en niet minder |
sunekajiri-脛齧り | klaploper; iemand die profiteert van een ander |
sunzenshakuma-寸善尺魔 | Er is meer kwaad dan goed in deze wereld. (lett. een sun (ca. 3 cm) goed en een shaku (ca. 30 cm) kwaad) |
sun'in-寸陰 | een zeer korte tijd; moment |
supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
superingu-スペリング | spelling; spellingwijze; spellingleer; orthografie |
supēsushatoru-スペース・シャトル | spaceshuttle; ruimteveer |
supēsu・shatoru-スペース・シャトル | ruimteveer; spaceshuttle |
supirittsu-スピリッツ | sterkedrank (gedistilleerde drank) |
suponsā-スポンサー | investeerder; financier |
supureddo-スプレッド | smeersel (op brood, e.d.) |
supuringu-スプリング | springveer |
supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
surikku-スリック | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
surikkutaiya-スリックタイヤ | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
surī・futto・rain-スリー・フット・ライン | (honkbal) drie-voet-lijn, de lijn die het slagveld verbindt met het eerste honk |
sutaru-廃る | beschadigd worden (eer, reputatie, e.d.) |
suterusugijutsu-ステルス技術 | stealth-technologie (om een vliegtuig of een voertuig minder makkelijk detecteerbaar te maken) |
sutēshon-ステーション | politiebureau; brandweerkazerne; centrale; basis (b.v. marine) |
sutēto・amachua-ステート・アマチュア | door de overheid gesubsidieerde amateursporter |
sutoppuraito-ストップライト | stoplicht; verkeerslicht |
sutorakuchādo・puroguramingu-ストラクチャード・プログラミング | gestructureerd programmeren |
sutorēto-ストレート | rechtdoorzee; eerlijk; correct; fatsoenlijk |
sutorēto-ストレート | in één keer; winnen zonder verliespunt |
suwaru-座る | vast [stil; gefixeerd] zijn [zitten] |
suwaru-据わる | vast [stlstaand; gefixeerd] zijn |
suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
tabi-度 | (aantal) keer; maal |
tabi-度 | wanneer; elke keer; telkens |
tabitabi-度度 | vaak; telkens weer; herhaaldelijk; iedere keer |
taburetto-タブレット | plaquette; (gegraveerde) plaat |
tachi-達 | achtervoegsel dat meervoud aangeeft |
tachiita-裁ち板 | kleermakers (knip)tafel |
tachimukau-立ち向かう | tegenover iemand staan; tegenstand [weerstand] bieden |
tachinaoru-立ち直る | zich herstellen; zit vermannen; terugveren; er weer bovenop komen |
tachisabaki-太刀捌き | (de wijze van) het hanteren van een zwaard; hoe iemand zijn zwaard hanteert; schermkunst |
tadai-多大 | groot in aantal [talrijk; enorm; zeer omvangrijk] zijn |
tadaima-ただいま | hallo, daar ben ik weer; ik ben thuis (gezegd door degene die thuis komt tegen degene die thuis is) |
tadareru-爛れる | pijnlijk [ontstoken; geïnfecteerd; branderig] zijn |
tadashii-正しい | eerlijk; oprecht |
taeru-耐える | weerstaan; trotseren; doorstaan; weerstand bieden |
taigaijusei-体外受精 | in-vitrofertiliatie (IVF); reageerbuisbevruchting |
taihaku-太白 | geraffineerde (witte) suiker |
taihan-大半 | meerderheid; het grootste deel |
taiin-隊員 | korpslid (politie, brandweer, krijgsmacht., e.d.) |
taika-大家 | meester; expert; eminent geleerde [vakman] |
taiki-大気 | lucht; atmosfeer |
taikomochi-太鼓持ち | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten en geisha tijdens een feest; stemmingmaker; animator |
taikyū-耐久 | weerstand; duurzaamheid; volharding |
taimen-体面 | eer, reputatie; waardigheid; prestige |
taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
tairageru-平らげる | onderdrukken; de kop indrukken; beteugelen; neerslaan; stuiten |
taisei-大聖 | vooraanstande wijsgeer; verheven heilige (met een deugdzaam leven) |
taisei-耐性 | resistentie (b.v. tegen antibiotica); weerstand; tolerantie |
taisenshahō-対戦車砲 | antitankgeschut; antitankgeweer |
taishakuten-帝釈天 | (boeddh.) een beschermgod, Sakra devānām Indra (Śakra, Heer van de Devas) |
taishi-大志 | ambitie; eerzucht; streven |
taisuiseibeniya-耐水性ベニヤ | (water -en weerbestendig) multiplex |
taitei-大帝 | God; Heer in de Hemel; de Schepper |
taizen-泰然 | kalmte; ingetogenheid; zelfbeheersing |
tajūjinkaku-多重人格 | meervoudige [gespleten] persoonlijkheid |
takaashi-高足 | serveertafeltje [eettafeltje] op poten |
takaku-高く | zeer; uiterst; hoog; in hoge mate |
takeochiba-竹落葉 | het (af)vallen van (oude) bamboebladeren (in de zomer wanneer er nieuwe jonge bladeren komen) |
takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
takuto-タクト | (Taktstock) dirigeerstok; baton |
tamarikaneru-堪り兼ねる | onverdraaglijk zijn; (iets) niet langer kunnen verdragen; er niet meer tegen kunnen |
tamokuteki-多目的 | multipurpose; voor meerdere doeleinden geschikt; multifunctioneel |
tamurosuru-屯する | gestationeerd [gelegerd; ingekwartierd] zijn |
tanbi-度 | (informele vorm van: tabi) keer; maal; telkens |
tanda-単打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
tanda-短打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
tāningu・pointo-ターニング・ポイント | keerpunt; omslagpunt |
tankashita-炭化した | gecarboniseerd; verkoold |
tanko-淡湖 | zoetwatermeer |
tankōbon-単行本 | een los boek (als zelfstandig werk gepubliceerd, in tegenstelling tot een boek dat deel uitmaakt van een serie) |
tanpatsu-単発 | één schot per keer afvuren |
tanpotsuki-担保付き | met (gegarandeerde) zekerheid |
tanshin-丹心 | oprechtheid, eerlijkheid; trouw |
tansuiko-淡水湖 | zoetwatermeer |
tantakatan-鍛高譚 | een soort shōchū (Japanse gedistilleerde drank) gemaakt met perilla (shiso) bladeren |
tanuki-狸 | (Japanse) wasbeer; wasbeerhond |
tān'araundo・taimu-ターンアラウンド・タイム | doorlooptijd; omlooptijd; keertijd |
taosu-倒す | omverwerpen; neerslaan |
tareme-垂れ目 | ogen met neergaande [hangende] ooghoeken |
tari-たり | (achtervoegsel) nu eens dit doen, dan weer dat doen |
tāru-タール | teer |
tasai-多彩 | veelzijdig [gevarieerd; divers] zijn |
tashisentakushiki-多肢選択式 | multiple choice; meerkeuze |
tashisentakushikimondai-多肢選択式問題 | meerkeuzevragen; multiplechoicevragen |
tashisentakushikitesuto-多肢選択式テスト | multiplechoicetest; multiplechoicetoets; meerkeuzetoets |
tasū-多数 | groot aantal; meerderheid |
tasūha-多数派 | meerderheid; meerderheidsgroepering |
tata-多多 | hoe meer hoe (beter) |
tataeru-称える | loven; prijzen; verheerlijken; lofprijzen; bewonderen |
tatai-多胎 | meerlingzwangerschap; meervoudige zwangerschap |
tataiji-多胎児 | meerling |
tatakinomesu-叩きのめす | neerslaan |
tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
tau-多雨 | hevige [zware] regenval [neerslag] |
teaka-手垢 | handsmeer; vuil op de handen |
tebanare-手離れ | (van een kind) het niet meer constante zorg van de moeder nodig hebben |
tebanare-手離れ | iets dat klaar is (waar niet meer aan gewerkt hoeft te worden) |
tegaru-手軽 | eenvoud; ongecompliceerdheid |
tegotae-手応え | weerstand; verzet; (tegen)reactie |
tegusu-天蚕糸 | wilde zijde (van niet-gecultiveerde zijderupsen) |
teichakueki-定着液 | een fixatief; fixeermiddel |
teigakunen-低学年 | de onderbouw {eerste en tweede klassen] van de lagere school |
teihon-底本 | manuscript; eerste (werk)versie van een geschrift |
teiketsu-貞潔 | eerlijk en zuiver [rein] zijn |
teikō-抵抗 | weerstand; tegenstand |
teikōki-抵抗器 | (elektrische component) weerstand |
teisei-帝政 | monarchistisch (keizer of koning) bewind [bestuur; heerschappij] |
teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
teisetsu-定説 | algemeen geaccepteerde [gangbare] verklaring [uitleg; theorie] |
teishu-亭主 | herbergier; eigenaar (van horeca); gastheer |
tekikakutegata-適格手形 | een bankaccept (gekwalificeerd door de Bank van Japan) |
tekisasu・hitto-テキサス・ヒット | (honkbal) een hoge bal die tussen een infielder en een outfielder neerkomt |
tekisei-適正 | redelijk [passend; juist; eerlijk] zijn |
tekisuto-テキスト | tekstboek; leerboek; schoolboek |
tekitai-敵対 | vijandigheid; verzet; weerstand |
tekiyaku-適訳 | een goede [juiste] vertaling; een juiste weergave |
tekka-鉄火 | geweervuur |
tekkō-手甲 | handbescherming (van leer of katoen) |
tekunikaru・nokkuauto-テクニカル・ノックアウト | technische knockout (wanneer een scheidsrechter bepaalt dat één van de deelnemers aan een gevecht niet in staat is verder te gaan) |
tekunoporisu-テクノポリス | technopolis (een technologisch geavanceerde stad) |
temadoru-手間取る | meer tijd en moeite kosten dan verwacht |
temaemiso-手前味噌 | zelfverheerlijking; zelfingenomenheid; opschepperij |
temukau-手向かう | weerstand [tegenstand] bieden; de hand opheffen (tegen iemand) |
ten-篆 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
tenbaisuru-転売する | doorverkopen; opnieuw [weer] verkopen |
tenjihin-展示品 | tentoongesteld [geëxposeerd] voorwerp [kunstwerk] |
tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
tenjō-添乗 | jet vergezellen; begeleiden; meerijden |
tenkai-転回 | ommekeer; wending; omkering (180°) |
tenkaippin-天下一品 | uniek [bijzonder, weergaloos; ongeëvenaard] zijn |
tenkanshasai-転換社債 | converteerbare obligatie (obligatie die kan worden omgezet in aandelen) |
tenkanten-転換点 | keerpunt; omslagpunt |
tenki-天気 | het weer (weersgesteldheid) |
tenki-転機 | keerpunt |
tenkiame-天気雨 | regen bij mooi weer; regen terwijl de zon schijnt |
tenkiyohō-天気予報 | weerbericht; weersvoorspelling; weersverwachting |
tenkizu-天気図 | weerkaart |
tenkō-天候 | het weer; weersomstandigheden |
tenkoku-篆刻 | ingegraveerd karakter op een zegel |
tennōzan-天王山 | cruciaal moment; keerpunt |
tenpyōbunka-天平文化 | de Tenpyō cultuur (van de regeerperiode van keizer Shoyu in Nara, 729 - 749) |
tenraku-転落 | degradatie; neergang |
tenshō-天象 | het weer |
tensho-篆書 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
tenshu-天主 | (Christendom) God; de Heer |
tenshu-天主 | (Boeddhisme) de heer [heerser] over de hemelen [goden] |
tentan-恬淡 | onverschilligheid; ongeïnteresseerdheid; onbekommerdheid |
tentō-転倒 | omgekeerd [ondersteboven] liggen |
tentōmushi-天道虫 | lieveheersbeestje |
tenzen-恬然 | kalmte; sereniteit; bedaardheid; zelfbeheersing |
teppō-鉄砲 | vuurwapen (pistool, geweer, kanon, e.d.) |
tērā-テーラー | kleermaker |
teri-照り | zonneschijn; mooi [zonnig] weer |
teruterubōzu-照る照る坊主 | pop van wit papier of katoen, opgehangen aan de dakrand in de hoop om daardoor de volgende dag mooi weer te krijgen |
tesha-手者 | een bekwaam [kundig; getalenteerd; rijk] persoon; meester |
tetsujin-哲人 | wijze man; filosoof; wijsgeer |
teuchi-手打ち | (Edo periode) dankbetuiging van een kabuki-acteur aan een beschermheer [patroon] |
teuchi-手打ち | een samurai die eigenhandig iemand lager in rang executeerde |
tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
tobae-鳥羽絵 | karikatuur (Japanse schilderstijl gebaseerd op werk van de schilder Toba Sōjō (12de eeuw)) |
tobichi-飛び地 | afgelegen [geïsoleerd] gebied; enclave |
tobihaneru-飛び跳ねる | op-en-neer springen |
tōchakuressha-到着列車 | aankomende [binnenkomende] trein; trein die arriveert [aankomt] |
tōchi-統治 | heerschappij; bewind |
tōfū-東風 | (volgens de leer van de vijf elementen) lentewind; voorjaarswind |
tōgoron-統語論 | syntaxis; zinsleer; zinsbouw |
tōgyo-統御 | machtspositie; heerschappij; controle; beheer |
tōgyosuru-統御する | heersen; regeren; besturen; controle hebben (over) |
toiuto-と言うと | als het gaat om; wanneer met spreekt van; als je het hebt over; als je ... zegt, bedoel je ... |
tojibuta-綴じ蓋 | een kapotte deksel die is gerepareerd |
tokai-渡海 | overtocht (via zeereis) |
tokai-渡海 | (afk. van) beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
tokaibune-渡海船 | beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
tōkashihonriekiritsu-投下資本利益率 | rendement op geïnvesteerd kapitaal |
toki-時 | tijd; tijdstip; wanneer; toen |
tokkenteki-特権的 | bevoorrecht; gepriviligieerd |
tokkyū-特級 | hoogwaaridig [eersteklas; van goede kwaliteit] zijn |
tokobanare-床離れ | het weer beter [hersteld] zijn (van een ziekte) |
tokoiri-床入り | de consummatie {eerste geslachtsdaad) van een huwelijk |
tokubetsukaikei-特別会計 | speciale rekening (staat los van de algemene rekening en wordt beheerd door de nationale of lokale overheid in Japan) |
tokuhon-読本 | leerboek; lesboek; tekstboek; boek voor beginners |
tokuibi-特異日 | (meteorologie) singulariteit: een specifieke dag waarop een bepaald weertype zich met grote waarschijnlijkheid voordoet |
tokusan-特産 | lokale specialiteit; lokaal product (dat m.n. in een bepaalde regio wordt geproduceerd) |
tokusen-特選 | het maken van een speciale selectie; speciaal geselecteerde zaken [goederen] |
tokusen-特選 | eervolle onderscheiding (door een jury tijdens een wedstrijd) |
tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
tomedate-止め立て | poging om iem. te weerhouden [tegenhouden; beletten; verhinderen] |
tomedatesuru-止め立てする | stoppen; tegenhouden; weerhouden; beletten; verhinderen |
tomegu-留め具 | sluiting; gesp; haak; knip; grendel; veerslot (van een deur) |
tomozuna-纜 | tros; kabeltouw; meertros |
ton-頓 | (boeddh.) in één keer de verlichting bereiken (zonder voorproces van studie en training) |
tono-殿 | heer; meester |
tono-殿 | aanspreektitel voor iemands (leen)heer, meester of echtgenoot |
tonza-頓挫 | gefrustreerd worden (van plannen) |
tonzasuru-頓挫する | plotseling tot stilstand komen; gefrustreerd worden (van plannen); niet doorgaan |
toori-通り | verkeer; komen en gaan |
toppu-トップ | top; toppositie; topniveau; hoogste; beste; eerste |
toranokuchi-虎の口 | (lett. mond van de tijger) een zeer gevaarlijke plek [plaats] of situatie |
torawareru-捕らわれる | gevangen [opgepakt; gearresteerd] worden |
toribashi-取り箸 | serveer eetstokjes |
torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
torichigaeru-取り違える | de verkeerde nemen [pakken[ |
torihakarau-取り計らう | weloverwogen iets doen; eerst denken en dan doen |
torikata-捕り方 | agent; diender; politieman (die iemand arresteert) |
torikowasu-取り壊す | neerslaan; neerhalen; vernielen; afbreken; slopen |
torimidasu-取り乱す | verward [geagiteerd; in de war] zijn |
torite-捕り手 | diender; agent; politieman (die iemand arresteert) |
toritsu-都立 | onder beheer van de hoofdstad Tokio; hoofdstedelijk |
toritsuku-取り付く | bezeten [geobsedeerd] zijn; ten prooi vallen aan; het slachtoffer worden van (een ziekte, etc.) |
tōrokushōhyō-登録商標 | geregistreerd handelsmerk |
toronpu・ruiyu-トロンプ・ルイユ | een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd |
tōryō-統領 | leider; heerser |
tōshika-投資家 | investeerder; geldschieter; belegger |
toshikakkō-年格好 | schijnbare leeftijd; ongeveer zo oud |
toshinokoro-年の頃 | geschatte leeftijd; ongeveer zo oud |
toshizuyo-年強 | geboren in de eerste helft van het jaar |
totan-トタン | golfplaat (golvend gegalvaniseerd metaal) |
tōtekikyōgi-投擲競技 | een werpnummer (bij atletiek, nl. discus, hamer, kogel of speerwerpen) |
totō-徒党 | samenzwering; samenzweerder |
toyomosu-響もす | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
tozama-外様 | een daimyō (leenheer) die geen bloedverwant van de Tokugawa shogun was |
tozamadaimyō-外様大名 | een daimyō (leenheer) die geen bloedverwant van de Tokugawa shogun was |
tsu-つ | (herhaling bij parallelle acties; klassiek literair, in Modern Japans wordt tari gebruikt) en; heen en weer; over en weer; tegelijkertijd |
tsūbō-痛棒 | stok gebruikt tijdens Zen meditatie training (om onoplettende leerlingen een tik te geven) |
tsudo-都度 | elke [iedere] keer; telkens |
tsugimono-継ぎ物 | reparatie; iets dat gerepareerd [in elkaar geflanst] is |
tsūgyō-通暁 | een grondige kennis hebben (van); goed geïnformeerd zijn |
tsūhō-通報 | melding; aangifte (b.v. bij de politie of brandweer) |
tsuiraku-墜落 | val; tuimeling; neerstorting |
tsuirakusuru-墜落する | vallen; tuimelen; neerstorten |
tsuiren-対聯 | duilian (Chinese nieuwjaarsversiering, bestaande uit twee rode langwerpige stroken met kalligrafie die aan weerszijden van een deur worden gehangen) |
tsuitachi-一日 | de eerste dag van de maand |
tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
tsukaeru-支える | gehinderd worden; geblokkeerd worden; verstopt zijn |
tsukaeru-支える | (knielend) je handen voor je op de grond leggen (als groet, of voor het betonen van eer of spijt) |
tsukaite-使い手 | (schermen, speerwerpen, e.d.) meester |
tsukamaru-捕まる | (op)gepakt [gearresteerd] worden |
tsukamaru-掴まる | gepakt [gearresteerd; gevangen] worden |
tsukareru-憑かれる | bezeten [geobsedeerd] zijn (door) |
tsukatsuka-つかつか | (onomatopee) gedecideerd; zonder aarzeling |
tsukemono-漬け物 | Japanse geconserveerde groenten |
tsukimairi-月参り | een bezoek aan een heiligdom of tempel één keer per maand op een vaste dag |
tsūkin-通勤 | het forenzen; pendelen (woon-werkverkeer) |
tsukuridasu-作り出す | maken; produceren; creëren; ontwerpen; uitvinden |
tsukushi-土筆 | een nieuwe scheut [loot] van de heermoes (Equisetum arvense) |
tsuma-妻 | (arch.) één van twee dingen die sterk aan elkaar gerelateerd zijn (bv. een hert en hagi (Japanse struikklaver) zijn beiden symbool voor de herfst) |
tsumabiraka-詳らか | gedetailleerd; duidelijk |
tsumitsukuri-罪作り | handelingen die in strijd zijn met de boeddhistische leer (zoals het doden of verwonden van levende wezens) |
tsunade-綱手 | een aanmeerlijn; een touw om boot af te meren |
tsunagibune-繋ぎ船 | veerpont (tussen oevers op rivieren, meren e.d.) |
tsunbosajiki-聾桟敷 | ongeïnformeerd zijn; ergens buiten gehouden worden |
tsundoku-積ん読 | meer boeken kopen dan je leest; boeken kopen en ongelezen laten |
tsureko-連れ子 | stiefkind; kind uit een eerder huwelijk |
tsuridana-吊り棚 | een hangend schap [rek] (met één of meerdere planken) |
tsutsumashii-慎ましい | bescheiden; gereserveerd; terughoudend |
tsutsumashiyaka-慎ましやか | bescheiden; gereserveerd; terughoudend |
tsutsuoto-筒音 | geluid van een geweerschot |
tsuyubie-梅雨冷え | koud weer [koudegolf] tijdens het regenseizoen |
tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
ubugoe-産声 | eerste geluid [kreet] van een pasgeboren baby |
ubugoe-産声 | iets dat voor het eerst gedaan wordt (door een organisatie, systeem, e.d.) |
ubuyu-産湯 | het eerste bad van een pasgeboren baby |
uchiakebanashi-打ち明け話 | bekentenis; open en eerlijk verhaal [gesprek] |
uchichigaeru-打ち違える | verkeerd doen; een fout maken; zich vergissen |
uchideshi-内弟子 | bij een leermeester inwonende student (die huistaken verricht als betaling voor onderwijs) |
uchikomu-打ち込む | slaan (een bal. etc.); iem. (neer)slaan |
uchinomesu-打ちのめす | (iem.) neerslaan; tegen de grond slaan; in elkaar slaan |
uchiotosu-打ち落とす | neerslaan; neerschieten; afschieten |
uchishizumu-打ち沈む | gedeprimeerd [ontmoedigd; neerslachtig; terneergeslagen] zijn |
uchitaosu-打ち倒す | neerslaan; tegen de grond slaan; omverwerpen |
uchitokeru-打ち解ける | openhartig [eerlijk] zijn |
uchiwa-内輪 | (voet met) naar binnen gekeerde tenen |
uchūrenrakusen-宇宙連絡船 | spaceshuttle; ruimteveer |
ue-上 | hoger; eerder; vorige |
ueitoresu-ウエイトレス | serveerster |
ueshita-上下 | op en neer; boven en onder |
ui-初 | (in samenstellingen) begin; eerste |
uijin-初陣 | eerste gevecht [optreden]; eerste poging |
uimago-初孫 | eerste kleinkind |
uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
uizan-初産 | voor de eerste keer een kind baren |
uketorinin-受取人 | ontvanger; geadresseerde |
ukewaza-受け技 | afweertechnieken |
uma-馬 | een trap(leer) |
umagaeshi-馬返し | het punt op een bergpas waar het te steil wordt, waardoor een paard niet meer verder kan en moet omkeren |
umai-旨い | lekker; smakelijk; heerlijk |
umami-旨み | goede [heerlijke; lekkere] smaak (van voedsel) |
umō-羽毛 | veer (van een vogel) |
unajū-鰻重 | gegrilde paling en rijst geserveerd in (op elkaar gestapelde) lakdozen |
uneri-うねり | het golven; heen en weer bewegen; slingeren; omwentelen (ook figuurlijk) |
unkyū-運休 | staking [onderbreking] (b.v. van treinverkeer, e.d.) |
un'ei-運営 | beheer; bestuur; besturing; management |
un'yō-運用 | beheer |
un'yōshūeki-運用収益 | rendement op [inkomsten uit] vermogensbeheer; investeringsrendement; investeringsopbrengst |
uojōyu-魚醤油 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
uōsaō-右往左往 | verward ronddwalen; alle kanten opgaan; dan weer hierheen dan weer daarheen |
ura-裏 | de achterkant; onderkant; binnenkant; verkeerde kant |
uragane-裏金 | smeergeld; steekpenning; omkoopsom |
urahara-裏腹 | het tegendeel; tegen(over)gestelde; omgekeerde |
uramichi-裏道 | zijweg; sluipweg (bij verkeersopstoppingen e.d.) |
uramichi-裏道 | slechte [oneerlijke] handelswijze [methode; levenswijze] |
uraraka-麗らか | een mooie [heldere; zonnige] dag; prachtig weer |
ureāze-ウレアーゼ | urease (ureum amidohydrolase, een enzym dat de hydrolyse van ureum naar koolstofdioxide en ammoniak katalyseert) |
urouro-うろうろ | (geagiteerd) heen en weer [op en neer] lopen zonder te weten wat te doen; ijsberen |
urouronamida-うろうろ涙 | geagiteerde tranen in de ogen hebben |
urutoramontanizumu-ウルトラモンタニズム | ultramontanisme (leer binnen de katholieke kerk met nadruk op de autoriteit van de paus) |
uryō-雨量 | hoeveelheid regen [neerslag] |
usa-憂さ | somberheid; zwaarmoedigheid; droefgeestigheid; neerslachtigheid; melancholie; weemoed |
ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
utata-転た | meer en meer; steeds meer; in toenemende mate |
utau-謳う | lof zingen; prijzen; ophemelen; verheerlijken |
uten-雨天 | regenachtig weer; regenachtige dag |
utsuru-写る | gefotografeerd [afgebeeld; weerspiegeld; gereflecteerd] worden |
utsuru-映る | zich weerspiegelen; gereflecteerd worden |
utsuru-移る | aangestoken [geïnfecteerd] worden |
utsusu-映す | weerspiegelen; reflecteren |
uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
uwayaku-上役 | leidinggevende; chef; baas; meerdere |
wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
wairo-賄賂 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
wakadanna-若旦那 | jongeheer; jonge meester; jonge echtgenoot |
wakagaeru-若返る | verjongen; jonger worden; weer jong worden |
wakamizu-若水 | het eerste verse water op Nieuwjaarsdag |
wakareme-分かれ目 | scheidslijn; tweesprong; splitsing; keerpunt |
wakatono-若殿 | jonge heer; jonge meester |
waregachini-我勝ちに | het streven [dringen] om de eerste te zijn; ieder voor zich |
waresakini-我先に | het streven [dringen] om de eerste te zijn; ieder voor zich |
waribikitegata-割引手形 | een rekening met korting; een gereduceerde rekening |
warudassha-悪達者 | iets dat zeer bekwaam is uitgevoerd, maar stijl of verfijning mist |
warui-悪い | slecht; verkeerd; onjuist; fout; inferieur; zwak |
waruimen-悪い面 | keerzijde; nadeel |
warunasubi-悪茄子 | een meerjarige plant van de plantensoort aubergine |
wasai-和裁 | Japanse kleermakerij; het maken van Japanse kleding [kimono] |
waseieigo-和製英語 | Japans pseudo-Engels woord (een Japans woord samengesteld uit één of meerdere Engelse leenwoorden) |
wataire-綿入れ | kledingstuk met katoenen vulling; gewatteerde kleding |
watakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
watashi-渡し | oversteek (rivier); veerboot; (veer)pont |
watashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
watashiba-渡し場 | veerhaven; landingsplaats voor veerboten |
watashibune-渡し船 | veerboot; (veer)pont |
watashimori-渡し守 | veerman |
wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
wazatogamashii-態とがましい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
wazatorashii-態とらしい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
webumasutā-ウェブマスター | webmaster; webbeheerder |
wezā-ウェザー | het weer |
wezākokku-ウェザーコック | weerhaan |
wōkingu・dikushonarī-ウォーキング・ディクショナリー | een wandelend woordenboek (iemand met een zeer grote woordenschat) |
yabō-野望 | eerzucht; ambitie |
yaburekabure-破れかぶれ | wanhoop; verlies aan zelfbeheersing |
yachiyo-八千代 | (lett. 8000 jaar) zeer lange periode; eeuwigheid |
yadonushi-宿主 | waard; herbergier; (hotel)eigenaar; hospita; gastheer |
yadonushi-宿主 | (biologie) gastheer (van parasieten) |
yae-八重 | achtvoud; meerlaags [meerlagig]; dubbel (bloem) |
yaei-野営 | bivak; het kamperen; kampeerterrein; camping |
yaeichi-野営地 | kampeerterrein; camping |
yahari-矢張り | ook; eveneens; evenzo; evenzeer; evenmin |
yahi-野卑 | (iemand met) een zeer lage status |
yajirobee-弥次郎兵衛 | balanceer pop; balanceer speelgoed |
yajirobee-弥次郎兵衛 | één van de twee hoofdpersonen uit het boek Tōkaidōchū Hizakurige (Jippensha Ikku, gepubliceerd 1802-1822) |
yakata-屋形 | daimyo (Japanse leenheer in de Edo periode) |
yakigote-焼き鏝 | brandijzer; pook; soldeerijzer |
yaku-約 | ongeveer; bij benadering |
yakunitatsu-役に立つ | nuttig zijn; leerzaam zijn |
yakurigaku-薬理学 | farmacologie; geneesmiddelenleer |
yamabiko-山彦 | echo; weerklank |
yamanari-山形 | de vorm van een berg; een chevron (een omgekeerde V als onderscheidingsteken, b.v. op de mouw van een officier) |
yamanekosuto-山猫スト | een wilde staking (d.w.z. niet door de vakbonden georganiseerd) |
yamazaru-山猿 | lomperik; ongelikte beer |
yameru-止める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
yameru-辞める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
yamiji-闇路 | in een toestand zijn waar men geen onderscheidingsvermogen meer heeft; van de goede weg afgedwaald zijn |
yamitsuki-病み付き | het verslaafd [geobsedeerd; bezeten] zijn |
yamuoenai-已むを得ない | onvermijdelijk; onweerstaanbaar |
yana-梁 | fuik; visdam; visweer (om een vis door de rivier te geleiden) |
yannurukana-已んぬるかな | alles is afgelopen; dit is het einde; er is niets meer aan te doen |
yari-槍 | lans; speer |
yarikaesu-遣り返す | (be)antwoorden; weerwoord geven; terugkaatsen; terugschieten |
yarikomeru-遣り込める | iem. neerbuigend toespreken; iem. tot zwijgen brengen |
yarinage-槍投げ | het speerwerpen |
yarinaosu-遣り直す | opnieuw [weer] doen; overdoen; opnieuw beginnen |
yashikibōkō-屋敷奉公 | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
yashikizutome-屋敷勤め | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
yashin-野心 | eerzucht; ambitie |
yashiro-社 | plaats waar een god(heid) ter aarde komt; plaats waar deze god(heid) wordt vereerd |
yasudaiji-易大事 | iets dat er eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid zeer belangrijk is |
yatara-矢鱈 | roekeloosheid; willekeur; lukraak [ongenuanceerd] zijn |
yatsu-奴 | vent; heerschap; mens |
yattsukeru-やっつける | en aanval plaatsen; aanvallen; achter iemand aangaan; (neer)slaan; verslaan; opruimen; vermoorden |
yayakoshii-ややこしい | ingewikkeld; complex; gecompliceerd; onoverzichtelijk; verwarrend |
yo-余 | (eerste persoon enkelvoud) ik |
yōfukukake-洋服掛け | kleerhanger |
yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
yōhon-洋本 | een westers boek; boek gepubliceerd in het Westen |
yoin-余韻 | weergalm; resonantie; echo; nagalm |
yojōhan-四畳半 | een Japanse kamer met een oppervlakte van 4,5 tatami matten (ongeveer 2,7 m. x 2,7 m.) |
yōka-養家 | adoptiefamilie; adoptiegezin; familie waarin men geadopteerd is |
yōkan'iro-羊羹色 | de (roestachtige) kleur die ontstaat wanneer kleuren als zwart en paars vervagen |
yōki-妖気 | angstaanjagende [griezelige; spookachtige] sfeer |
yōki-陽気 | seizoen; weer |
yokkai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
yokomichi-横道 | de verkeerde kant; het verkeerde pad; afdwaling; uitweiding |
yokotaeru-横たえる | (naast zich) neerleggen |
yokoyure-横揺れ | het heen-en-weer bewegen (van gebouwen, e.d. bij aardbevingen) |
yokukai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
yokuke-欲気 | grote hebzucht; inhaligheid; begeerte |
yōkun-幼君 | een jonge heer [meester; prins] |
yokuryūsha-抑留者 | een gedetineerde; een gevangene |
yokusuru-浴する | (fig.) baden; zich blootstellen aan; de eer krijgen |
yomiayamari-読み誤り | het verkeerd lezen; misinterpretatie |
yomiayamaru-読み誤る | verkeerd lezen; misinterpreteren |
yomichigai-読み違い | het verkeerd lezen; misinterpretatie |
yomifukeru-読み耽る | aandachtig [geconcentreerd] lezen; verdiept zijn in het lezen |
yori-より | (bijwoord) meer; des te meer |
yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
yōshi-養子 | geadopteerd kind; pleegkind (meestal mannelijk) |
yudayakyō-ユダヤ教 | judaïsme; de joodse leer; het jodendom |
yūeki-有益 | voordelig [nuttig; winstgevend; leerzaam] zijn |
yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
yūfō-ユーフォー | ongeïdentificeerd vliegend voorwerp (unidentified flying object) |
yugamu-歪む | pervers [gedegenereerd; ontaard] zijn; koppig [tegendraads] zijn |
yūgun-友軍 | geallieerd leger; bevriende [vriendschappelijke] troepen |
yūi-優位 | overheersing; superioriteit; overwicht; dominantie; suprematie |
yūin-誘因 | oorzaak; motief; (directe) aanleiding; drijfveer |
yuishiki-唯識 | boeddhistische filosofie dat alle objecten worden gemanifesteerd door bewustzijn |
yūki-結城 | (afk. van Yūki-tsumugi) Yūki-tsumugi zijde (stof geproduceerd in de buurt van Yuki, Ibaraki prefectuur) |
yukikau-行き交う | komen en gaan; heen en weer gaan |
yukiokoshi-雪起こし | onweer voorafgaand aan een sneeuwstorm |
yūkitsumugi-結城紬 | Yūki-tsumugi zijde (stof geproduceerd in de buurt van Yuki, Ibaraki prefectuur) |
yukiyake-雪焼け | zonnebrand in de sneeuw (door weerkaatsing van zonlicht op sneeuw of ijs) |
yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
yunikōn-ユニコーン | een startende onderneming die (al snel) een marktwaardering heeft bereikt van meer dan 1 miljard dollar |
yunitto・kitchin-ユニット・キッチン | keuken bestaande uit vaste keukenblokken; kleine geprefabriceerde keuken |
yunyūkachōkin-輸入課徴金 | (heffing van) speciale tarieven en toeslagen op geïmporteerde goederen |
yurasu-揺らす | (iets) heen-en-weer schommelen [zwaaien; slingeren] |
yureru-揺れる | trillen; vibreren; flikkeren; heen-en-weer gaan |
yūsei-優勢 | superioriteit; overheersing; dominantie; overwicht |
yūseishō-郵政省 | vroeger: Ministerie van post en telecommunicatie, tegenwoordig geïntegreerd in Mnisterie van binnenlandse zaken en communicatie |
yūshi-有志 | geïnteresseerde; voorstander; medestander; vrijwilliger |
yūshiki-有識 | geleerdheid; goede algemene ontwikkeling; deskundigheid |
yūshō-優賞 | aanprijzing; eervolle vermelding; hoofdprijs; bijzondere onderscheiding |
yūshōsha-優勝者 | (eerste prijs) winnaar; kampioen |
yūsoku-有職 | iemand die geleerd is [kennis heeft] |
yutōyomi-湯桶読み | gemengde leeswijze binnen één woord, waarbij het eerste karakter de kun'yomi (Japanse lezing) heeft en het tweede de on'yomi (Chinese lezing) |
yūyō-悠揚 | sereen [kalm; beheerst; rustig] zijn |
yūyo-有余 | (iets) meer dan... ; ... en meer; ruim ... |
yūyūjiteki-悠悠自適 | een rustig, teruggetrokken leven leiden; eervolle rust na een welbesteed leven |
yūzūmuge-融通無碍 | onbevangenheid; buigzaamheid; veerkrachtigheid; veelzijdigheid |
yū・bōto-ユー・ボート | U-boot (Unterseeboot, Duitse onderzeeboot [onderzeeër] in gebruik tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog) |
yū・tān-ユー・ターン | omkeer; u-bocht; ommekeer |
zaifu-在府 | (Edo-periode) het verplichte verblijf in de hoofdstad van een leenheer en zijn vazallen |
zaigaku-在学 | (op een school) ingeschreven zijn (als leerling of student) |
zaii-在位 | heerschappij [regeringsperiode] (van een vorst, koning, keizer) |
zaimei-在銘 | gesigneerd ondertekend] zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.) |
zaiō-在欧 | verblijvend [gevestigd; gestationeerd] in Europa |
zaisanka-財産家 | een rijke [welgestelde; gefortuneerde] persoon |
zaisankanri-財産管理 | beheer van onroerend goed; vastgoedbeheer |
zakkuri-ざっくり | (onomatopee) ruw; ongeveer |
zankyō-残響 | echo; weerkaatsing; nagalm |
zaraba-ザラ場 | (op de handelsbeurs) continue handel; doorlopende sessie (van de eerste transactie tot de sluiting) |
zarusoba-笊蕎麦 | soba (boekweit) noedels met gedroogd zeewier (meestal geserveerd op een bamboerekje) |
zatsu-雑 | mengeling; varia; ongesorteerde artikelen |
zatsugaku-雑学 | gevarieerde kennis (over uiteenlopende onderwerpen) |
zatta-雑多 | divers [ongeordend; ongeorganiseerd; ongesorteerd] zijn |
zatto-ざっと | (onomatopee) ongeveer; ruwweg; min of meer |
zattō-雑踏 | drukte; menigte; mensenmassa; verkeersopstopping |
zeirishi-税理士 | geregistreerde belastingadviseur [belastingaccountant] |
zenchishiki-善知識 | (boeddh.) iem. die de Boeddhistische leer uitlegt en mensen leidt naar de juiste (Boeddhistische) weg |
zendai-前代 | vorige generatie; vroeger [eerder] tijdperk |
zendaimimon-前代未聞 | ongekend [buitengewoon] zijn; nooit eerder voorgekomen |
zeneraru-ゼネラル | generaal; veldheer |
zengaku-禅学 | de leer [doctrines] en training van het zenboeddhisme |
zengen-前言 | eerdere opmerkingen; wat [zoals] eerder gezegd is |
zengo-前後 | om en nabij; ongeveer |
zengo-前後 | omkering; verkeerde volgorde; door elkaar |
zenhan-前半 | eerste helft; eerste deel (van twee) |
zenhansei-前半生 | de eerste helft van iemand's leven |
zenhansen-前半戦 | eerste helft van een wedstrijd [gevecht] |
zenjutsu-前述 | het eerder genoemde [vermelde] |
zenkai-前回 | de vorige keer; de vorige gelegenheid |
zenki-前期 | eerste semester; vorige semester; vorige periode |
zenki-前期 | eerste termijn [beginperiode] (van een wisseltentoonstelling) |
zenmai-発条 | metalen veer; springveer |
zenmondō-禅問答 | zen raadsel (in gesprek tussen zenmeester en leerling) |
zennin-善人 | een rechtschapen [deugdzaam; eerlijk] mens |
zenpen-前編 | eerste deel; prequel |
zensen-全線 | alle verkeersroutes; alle wegen |
zensha-前者 | de eerstgenoemde; voormalige; vroegere |
zensho-前書 | het vorige boek; het eerder geschreven [gepubliceerde] boek |
zenshutsu-前出 | het bovengenoemde [bovenstaande; eerdergenoemde] |
zensō-禅僧 | monnik die zenboeddhisme bestudeert, en zenmeditatie (zazen) beoefent |
zen'yaku-前約 | eerdere verplichting [afspraak] |
zeppan-絶版 | (van boeken) niet meer gedrukt worden; niet meer in de handel zijn |
zesshō-絶勝 | weergaloos [prachtig; geweldig] zijn |
zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |
zetsugo-絶後 | (iemand of iets) zonder weerga; iets ongekends [unieks] |
zettaishugi-絶対主義 | absolutisme; alleenheerschappij |
zettaitasū-絶対多数 | een absolute meerderheid |
zezehihi-是是非非 | onbevooroordeeld [eerlijk en rechtvaardig] zijn |
zō-増 | vergroting; verhoging; toename; vermeerdering |
zō-憎 | (in kanji combinaties) haten; hekel; afkeer |
zō-雑 | gevarieerde gedichten |
zōchi-増置 | het vestigen van meer bedrijven [kantoren; organisaties] |
zōdai-増大 | vermeerdering; vergroting; verhoging |
zōdaisuru-増大する | vermeerderen; vergroten; verhogen |
zōgen-増減 | vermeerdering en vermindering; opkomst en ondergang; schommeling; fluctuatie |
zōka-増価 | waardevermeerdering |
zōka-雑歌 | diverse [gevarieerde] (waka) gedichten, die niet in een seizoen categorie vallen |
zōkei-造詣 | geleerdheid; diepgaande kennis [begrip]; verworvenheid; kundigheid |
zokkan-続刊 | voortzetting van de publicatie; een reeds gepubliceerd boek of tijdschrift blijven uitgeven |
zokuju-俗儒 | een middelmatige geleerde; een confucianist met weinig inzicht [begrip] |
zokushi-賊子 | rebel; oproerkraaier; samenzweerder |
zokushin-賊臣 | rebel; opstandeling; verrader; samenzweerder |
zōo-憎悪 | haat; afschuw; afkeer; gruwel; walging |
zoroasutākyō-ゾロアスター教 | zoroastrianisme (leer van Zarathoestra) |
zōryō-増量 | toename; verhoging; vermeerdering |
zubazuba-ずばずば | (onomatopee) uitgesproken; eerlijk; recht op de man af |
zufu-図譜 | geïllustreerd boek [naslagwerk]; prentenboek |
zukan-図鑑 | prentenboek; plaatjesboek; geïllustreerd boek |
zuke-漬け | gepekeld; ingemaakt; geconserveerd |
zuroku-図録 | prentenboek; plaatjesboek; geïllustreerd boek [verslag] |
zushi-図示 | het illustreren; grafisch weergeven; diagram [grafiek; tekening; schema] maken |
zushisuru-図示する | illustreren; grafisch weergeven; tonen in een grafiek |
zutsu-ずつ | elk; per stuk; per keer |