eshaku-会釈 | knikje; begroeting; lichte buiging |
ichirei-一礼 | buiging (voor begroeting); korte begroeting |
intonēshon-イントネーション | intonatie; stembuiging |
jigi-辞儀 | een buiging (maken) |
kagameru-屈める | buigen; bukken; een buiging maken |
kaminidankatsuyō-上二段活用 | vervoeging [verbuiging] van de tweede groep (nidan) werkwoorden |
katsuyōgobi-活用語尾 | (grammatica) verbuigingsuitgang; vervoegingsuitgang |
kihai-跪拝 | kniebuiging; teraardewerping; prosternatie; knielend aanbidden [vereren] |
kogomeru-屈める | buigen; bukken; een buiging maken |
koritsugo-孤立語 | isolerende taal (zonder verbuigingen, vervoegingen of gebonden morfemen) |
kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
kukkyoku-屈曲 | gebogen [krom] zijn; buiging; bocht |
mokurei-黙礼 | stilzwijgende groet [buiging] (vooral tijdens een plechtigheid) |
nukazuku-額ずく | en diepe buiging maken; knielen |
ojigi-御辞儀 | een (beleefde) buiging (maken) |
orei-御礼 | groet; buiging |
rei-礼 | begroeting; groet; buiging; reverence |
ritsurei-立礼 | staande groet (buiging) |
saikeirei-最敬礼 | meest respectvolle [diepste] buiging |
shimoichidankatsuyō-下一段活用 | vervoeging [verbuiging] van ichidan werkwoorden eindigend op: -eru |
sori-反り | bocht; buiging; kromming; boog |
yokuyō-抑揚 | intonatie; inflexie; stembuiging; modulatie |