boog / boog ( de (m) | znw | bogen )
1アーチ; 弧; 円弧 [arcade; gewelf]
2弓 [wapen]
弓と矢
pijl en boog
pijl en boog
3湾曲 [curve]
Kruisverwijzing
boog
lemma | meaning |
---|---|
ācherī-アーチェリー | het boogschieten |
āchi-アーチ | boog; arcade; gewelf; triomfboog |
ageuma-上げ馬 | het laatste paard als afsluiting bij een wedstrijd boogschieten te paard |
ageuma-上げ馬 | strijdros met boogschutter tijdens ceremonieën in heiligdommen |
ākēdo-アーケード | boog; overkapping (van een winkelstraat b.v.); galerij; speelhal |
ākutō-アーク灯 | booglicht |
ākuyōsetsu-アーク溶接 | het booglassen |
bijin-美人 | (bijnaam voor) regenboog |
bōgen-ボーゲン | (bij het skiën) bocht; boog; draai |
bugiugi-ブギウギ | boogiewoogie (muziek) |
denkiyōsetsu-電気溶接 | het elektrisch lassen; booglassen |
gōkyū-強弓 | sterke boog (met een zwaar trekgewicht) |
gōkyū-強弓 | boogschutter met zo'n boog |
hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
hankyū-半弓 | een kleine boog (waarmee je ook zittend kunt schieten) |
hazu-筈 | de inkeping van een boog (waar de draad vastzit) |
hiji-肘 | elleboog |
hikide-引き手 | bij boogschieten de rechterhand (die trekt) |
itchōisshi-一張一弛 | het laten werken, dan laten rusten; de boog kan niet altijd gespannen zijn |
itchōisshi-一張一弛 | het spannen en ontspannen (van een boog) |
ite-射手 | boogschutter |
iteza-射手座 | (sterrenbeeld) Boogschutter (Sagittarius) |
katahiji-片肘 | één elleboog |
keien-敬遠 | respectvolle afstand (tussen personen); het iemand omzeilen; in een boog om iemand heen lopen |
kenwanchokuhitsu-懸腕直筆 | kalligrafietechniek met een bepaalde lhouding (penseel rechtop en elleboog opzij) |
kisha-騎射 | het boogschieten te paard |
kyū-弓 | boog |
kyū-弓 | afstandseenheid tot het doel bij boogschieten (ca. twee meter) |
kyūdō-弓道 | (Japans) boogschieten (vooral voor mentale training) |
kyūjutsu-弓術 | (Japans) boogschieten (vooral in oorlogvoering) |
kyūkei-弓形 | boog; boogvorm |
nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
nigirikawa-握り革 | het leer dat om het heft van een zwaard of de handgreep van een boog gewikkeld is |
niji-虹 | regenboog |
ogasawararyū-小笠原流 | een school die gespecialiseerd is in krijgsvoering en strategieën [of in boogschieten en paardrijden] |
oshite-押し手 | bij boogschieten de linkerhand (die duwt) |
pikotto-ピコット | picot (gekartelde band of gehandwerkte boogjes als versiering) |
serimochi-迫り持ち | (architectuur) stenen gewelf (ter ondersteuning van een boog) |
shajō-射場 | oefenterrein voor het boogschieten |
shashu-射手 | boogschieter |
shutemubōgen-シュテムボーゲン | remboog (skiën) |
sori-反り | bocht; buiging; kromming; boog |
tai-タイ | (muziek) boogje dat noten met dezelfde toonhoogte verbindt |
takkuru-タックル | boogschietgereedschap |
tenisuhiji-テニス肘 | tennisarm; tenniselleboog |
tenisu・erubō-テニス・エルボー | tenniselleboog; tennisarm |
tenkan-天冠 | traditioneel hoofddeksel gedragen tijdens boogschieten te paard, kagura-dans, e.d. |
tomoe-巴 | boogvorm; halve cirkel |
tsuchifumazu-土踏まず | voetboog; voetgewelf (welving van de voetzool) |
tsuru-弦 | snaar (van een boog, muziekinstrument, etc.) |
yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
yaba-矢場 | boogschietbaan |
yabusame-流鏑馬 | het boogschieten te paard; een boogschutter te paard |
yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
yasakebi-矢叫び | kreet die een boogschieter slaakt als hij een pijl afschiet |
yōkyū-洋弓 | het (westers) boogschieten |
yuhazu-弓弭 | de nok van een boog |
yumi-弓 | boog (voor pijlen) |
yumi-弓 | het boogschieten |
yumitori-弓取り | de boog-ceremonie; degene die boog-ceremonie doet (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
yumitori-弓取り | boogschutter |
yumitorishiki-弓取り式 | boog-ceremonie (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
yumiya-弓矢 | pijl en boog |