Kruisverwijzing
blind
lemma | meaning |
---|---|
akaritori-明かり取り | een opening [gat] om licht binnen te laten; dakraam; (schepen) stormblind |
anshō-暗礁 | een rots onder water; een blinde klip |
anten-暗点 | een gedeeltelijke uitval van het gezichtsveld; blinde vlek; scotoom |
buraindo-ブラインド | blind (niet kunnen zien) |
buraindo・dēto-ブラインド・デート | blind date |
buraindo・tatchi-ブラインド・タッチ | het blind typen |
buraindo・tesuto-ブラインド・テスト | blindtest |
chijō-痴情 | blinde hartstocht; waanzinnige [dwaze] verliefdheid |
chikachika-ちかちか | helder [verblindend] lichtgeflikker; lichtflitsen |
chūsuien-虫垂炎 | blindedarmontsteking; appendicitis |
chūsuisetsujojutsu-虫垂切除術 | blindedarmoperatie |
damī-ダミー | de blinde (bij kaartspelen) |
en'yō-艶容 | een aantrekkelijke [charmante; oogverblindende] verschijning (van een vrouw) |
fuwaraidō-付和雷同 | (iemand) blindelings volgen (zonder zelf na te denken); afgaan op het oordeel van een ander |
giragira-ぎらぎら | vlammend; verblindend; verzengend |
haiwē・hipunōshisu-ハイウェー・ヒプノーシス | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
hakujō-白杖 | (witte) blindenstok |
kengyō-検校 | (hist.) hoogste officiële rang van een blinde |
kenran-絢爛 | pracht; bloemrijkheid; oogverblindendheid |
kirabiyaka-煌びやか | prachtig [oogverblindend; sprankelend; schitterend] zijn |
kōsokudōrosaimingenshō-高速道路催眠現象 | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
kukenui-絎縫い | blinde [onzichtbare] steek (bij naaien van stoffen) |
kurayamizaiku-暗闇細工 | spelletje waarbij men geblinddoekt de verschillende delen van een papieren gezicht op een plaat prikt (traditioneel gespeeld op Nieuwjaarsdag) |
mabayui-目映い | schitterend; stralend; oogverblindend |
mabushii-眩しい | fel (van licht); verblindend; schitterend; stralend; glanzend |
mekakushi-目隠し | (kinderspel) blindemannetje |
mekakushi-目隠し | blinddoek; oogklep; ooglap |
mekura-盲 | blinde |
mekura-盲 | blindheid |
mekurumeku-目眩く | verblinden |
mōai-盲愛 | blinde liefde; adoratie; verafgoding |
mōchō-盲腸 | blindedarm; appendix |
mōchōen-盲腸炎 | blindedarmontsteking; appendicitis |
mōdōken-盲導犬 | blindengeleidehond |
mōgakkō-盲学校 | blindenschool; school voor blinden |
mōjin-盲人 | een blinde; iemand die blind is |
mōmoku-盲目 | blindheid; blind zijn (ook fig.) |
mōmokuteki-盲目的 | blindelings; blind (fig.) |
mōsha-盲者 | een blinde; iemand die blind is |
mōten-盲点 | (med.) een blinde vlek (in het gezichtsveld); een scotoom |
mōten-盲点 | (fig.) een blinde vlek; iets dat men vaak over het hoofd ziet |
oyabaka-親馬鹿 | iemand die (overdreven) dol is op zijn kind(eren) (en blind is voor de tekortkomingen) |
raidō-雷同 | volgzaamheid (zonder zelf na te denken blind navolgen wat anderen doen) |
raidōsuru-雷同する | napraten; (blind) navolgen (zonder nadenken) |
setsumō-雪盲 | sneeuwblindheid |
shikaku-死角 | dode hoek; blinde hoek (m.n. bij voertuigen) |
shitsudokushō-失読症 | dyslexie; woordblindheid |
shitsumeisuru-失明する | blind worden |
toorima-通り魔 | een crimineel die in het wilde weg [blindelings] passanten aanvalt en vernielingen aanricht |
torime-鳥目 | nachtblindheid |
yamōshō-夜盲症 | nachtblindheid |
yukime-雪眼 | sneeuwblindheid |
zenshikimō-全色盲 | achromatopsie; volledig kleurenblindheid |