fushō-負傷 | wond; blessure; verwonding |
hason-破損 | schade; beschadiging; breuk; blessure |
kega-怪我 | wond; verwonding; blessure |
kizu-傷 | wond; verwonding; blessure |
kōshō-公傷 | beroepsletsel; blessure opgelopen tijdens het werk |
rosu・taimu-ロス・タイム | blessuretijd (sport) |
shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |