bewust / be-wust ( bn )
1意識して; 意識があって; 気づいて; 自覚して; 敏感な [besef hebbend]
彼はその危険に気づいていた。
Hij was zich bewust van het gevaar.
Hij was zich bewust van het gevaar.
2故意の [met opzet]
een bewuste daad
故意の行為
故意の行為
3当の; 問題の [deze [die] waarover gesproken is]
de bewuste persoon
当の本人
当の本人
Kruisverwijzing
bewust
lemma | meaning |
---|---|
aete-敢えて | met het doel [de intentie; bedoeling]; opzettelijk; doelbewust |
anmokuchi-暗黙知 | onbewuste [impliciete] kennis (fil.) |
azukarishiru-与り知る | op de hoogte zijn van; zich bewust zijn van; beseffen; betrokken zijn bij; te maken hebben met |
burakkuauto-ブラックアウト | black-out; verduistering; tijdelijk verlies van bewustzijn [geheugen; concentratie] |
deforume-デフォルメ | vervormen; (bewust) verkeerd weergeven |
furafura-ふらふら | zonder na te denken; ongemerkt; onbewust |
furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
gaibutsu-外物 | (filosofie) dingen die bestaan in de objectieve wereld, onafhankelijk van het bewustzijn |
hitaburu-一向 | vastberaden [doelbewust; standvastig; toegewijd] zijn |
hitasura-只管 | vastberaden [doelbewust; standvastig; toegewijd] zijn |
hitogokochi-人心地 | besef; bewustzijn; opluchting |
ichizu-一途 | toewijding; doelbewustheid; vastberadenheid; rechtlijnigheid |
ido-イド | (in psychoanalyse, het onderbewuste) id; es; het |
iji-意地 | wilskracht; zelfbewustzijn; koppigheid; halsstarrigheid |
ikidaore-行き倒れ | op straat in elkaar zakken; bewusteloos [dood] op straat liggen |
ikikaeru-生き返る | weer bijkomen (na bewusteloosheid); weer tot leven komen |
innā・supēsu-インナー・スペース | het onderbewustzijn |
ishiki-意識 | bewustzijn; besef |
ishikifumei-意識不明 | bewusteloosheid; coma |
ishikisuru-意識する | zich bewust zijn van; beseffen |
ishikiteki-意識的 | bewust; opzettelijk; met opzet |
isshinfuran-一心不乱 | met hart en ziel; doelbewust; vastberaden |
itoteki-意図的 | opzettelijk; met opzet; expres; bewust |
jiishiki-自意識 | zelfbewustzijn |
jikaku-自覚 | zelfbewustzijn; zelfbewustwording; zelfrealisatie; zelfbesef |
jikakusuru-自覚する | zich (van iets) bewust worden; beseffen |
jikoshuchō-自己主張 | zelfbewustheid; aanmatiging |
jinjifusei-人事不省 | bewusteloosheid; onderbewustzijn |
keimōkatsudō-啓蒙活動 | bewustmakingsprogramma |
kieiru-消え入る | het bewustzijn verliezen; sterven |
kitsuke-気付け | doen opleven; bij (bewustzijn) brengen |
meimeinouchi-冥冥の裡 | onbewust; onopzettelijk; onverwacht; zonder erbij na te denken |
mezameru-目覚める | (fig.) wakker worden; zich bewust worden (van) ; beseffen |
mihitsunokoi-未必の故意 | bewuste [opzettelijke] verwaarlozing; nalatigheid; onachtzaamheid |
muishiki-無意識 | bewusteloosheid; onderbewustzijn |
mujikaku-無自覚 | apathie; onbewust [onwetend; ongevoelig] zijn |
oboezu-覚えず | onbewust; onwillekeurig; spontaan; instinctief; zonder (erbij) na te denken |
omowazu-思わず | onbewust; onbedoeld; onwillekeurig; spontaan |
saburiminaru-サブリミナル | subliminaal; onderbewust |
saburiminarukōkoku-サブリミナル広告 | subliminale reclame (zonder dat de consument zich ervan bewust is) |
saikederikku-サイケデリック | psychedelisch; bewustzijnsverruimend |
satori-悟り | verlichting; verlichtend bewustzijn |
sekkyokuteki-積極的 | positief; constructief; zelfverzekerd; zelfbewust; ambitieus; ondernemend |
shinsō-深層 | diep (verborgen) in het bewustzijn [het hart; de ziel] |
shirazushirazu-知らず知らず | onbewust; onbedoeld; ongewild |
shisshinsuru-失神する | flauwvallen; het bewustzijn verliezen |
shōki-正気 | bewustzijn |
shōtai-正体 | bewustzijn |
ukkari-うっかり | (onomatopee) vergeetachtig; afwezig; gedachtenloos; onbewust; ongemerkt |
warizerifu-割り台詞 | in Kabuki, twee acteurs die (in een monoloog) dezelfde gedachten uiten onafhankelijk [onbewust] van elkaar |
wazato-態と | bewust; opzettelijk; uitdrukkelijk |
yoitsubureru-酔い潰れる | stomdronken worden; zich bewusteloos drinken; comazuipen |
yūi-有意 | opzettelijk [doelbewust] zijn; met (bij)bedoelingen |
yuishiki-唯識 | boeddhistische filosofie dat alle objecten worden gemanifesteerd door bewustzijn |
yukidaore-行き倒れ | op straat in elkaar zakken; bewusteloos [dood] op straat liggen |
zengofukaku-前後不覚 | bewusteloosheid |