beweging / be-we-ging ( de (v) | znw | bewegingen )
1動き; 運動 [het bewegen]
2運動 [groep]
3移動 [verplaatsing]
4動揺 [beroering; opschudding]
Kruisverwijzing
beweging
| lemma | meaning |
|---|---|
| autokābu-アウトカーブ | (honkbal) een curveball (effectbal) met een draaibeweging naar buiten |
| betomin-ベトミン | Vietminh (Vietnamese verzetsbeweging, opgericht in 1941 door Ho Tsi Minh) |
| bidō-微動 | lichte beweging [trilling; schok] |
| burakku・pawā-ブラック・パワー | Black Power (politieke beweging onder zwarte Amerikanen) |
| buraun・pawā-ブラウン・パワー | Brown Power (Mexicaans-Amerikaanse politieke beweging) |
| bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
| buri-振り | een zwaai; slinger(beweging) |
| chikakatsudō-地下活動 | ondergrondse beweging; ondergrondse activiteiten |
| chikaundō-地下運動 | ondergrondse beweging; ondergrondse activiteiten; verzetsbeweging |
| chokushin-直進 | (voorwaartse) beweging rechtdoor [in een rechte lijn] |
| choritsusuru-佇立する | stilstaan; bewegingloos staan |
| dada-ダダ | Dada (Dadaïsme, culturele beweging van kunstenaars) |
| datchi・rōru-ダッチ・ロール | Dutch roll (een vliegtuigbeweging) |
| denpa-伝播 | voortgaande golfbeweging |
| dorifuto-ドリフト | verschijnsel waarbij deeltjes door een externe kracht in een willekeurige beweging worden gebracht (b.v. elektrische geleiding, warmtegeleiding, etc.) |
| dorifuto-ドリフト | driften, rijtechniek waarbij de bestuurder de auto in een zijdelingse beweging door een bocht stuurt |
| dorufin・kikku-ドルフィン・キック | dolfijntrap (zwembeweging met beide voeten tegelijk in een trappende beweging in het water, bij vlinderslag en rugslag) |
| dōsa-動作 | actie; beweging, gedrag; houding |
| dōsei-動静 | beweging; ontwikkeling; stroming; toestand; trend |
| ekusasaizu-エクササイズ | oefenen; oefening; lichaamsbeweging; training |
| enten-宛転 | soepel (van bewegingen); waardig; vloeiend; zoetgevooisd (van stem) |
| faiasutōmu-ファイアストーム | vuurstorm (hevige luchtbeweging ontstaan door grote brand) |
| feiku-フェイク | (sport) schijnbeweging |
| feinto-フェイント | schijnbeweging |
| fēku-フェーク | (sport) schijnbeweging |
| fujinami-藤波 | de golfbeweging van de wisteria bloemtrossen (in de wind) |
| fukubarahappu-フクバラハップ | Hukbalahap, de militaire tak van de Communistische Partij in de Filipijnen (in 1942 opgerichte verzetsbeweging om de Japanners te bevechten) |
| furakushon-フラクション | cel (groep binnen een organisatie of beweging) |
| gakuseiundō-学生運動 | studentenbeweging; studenten activisme |
| gei・pawā-ゲイ・パワー | homobeweging; homorechtenbeweging |
| gendōki-原動機 | motor [machine] (voor het aandrijven en opwekken van bewegingsenergie) |
| gyakuten-逆転 | omkering (in bewegingsrichting, situatie, e.d.) |
| haba-幅 | bewegingsvrijheid; bereik |
| hadō-波動 | golfbeweging; fluctuatie |
| hansayō-反作用 | (mechanica) reactie; tegenbeweging |
| haragonashi-腹熟し | beweging [oefeningen] na het eten ter verbetering van de spijsvertering |
| harai-払い | veeg; vegende beweging; wegvegen |
| hasamiuchi-挟み撃ち | een aanval van twee kanten [op twee flanken]; tangbeweging |
| hatarakaseru-働かせる | gebruiken; toepassen; in beweging zetten |
| hatsudō-発動 | beweging; tenuitvoeringbrenging; uitoefening; activiteit |
| heiwaundō-平和運動 | vredesbeweging |
| heto-へと | (geeft de bewegingsrichting aan) naar; in de richting (van) |
| hiashi-日脚 | de beweging van de zon (van oost naar west) |
| hitorizumō-一人相撲 | alleen bewegingen uitvoeren van een sumoworstelaar (als Shinto ritueel of als straatoptreden) |
| hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
| honsō-奔走 | het rondrennen; voortdurend in beweging zijn |
| iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| idō-移動 | verplaatsing; beweging; kentering; migratie (vogels, e.d.) |
| kainishikusu-カイニシクス | bewegingsleer; bewegingswetenschap |
| kamu-カム | nok (een mechanisch element dat de richting van de beweging verandert) |
| katsudō-活動 | activiteit; actie; beweging; inspanning; bedrijvigheid |
| kattobakku-カットバック | kapbeweging (voetbal, rugby, e.d.) |
| kidōsuru-起動する | opstarten; in beweging brengen |
| kikyo-起居 | iemands houding en gedrag [handelingen]; iemands bewegingen [staan of zitten]; iemands dagelijkse leven |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kokubi-小首 | (kleine bewegingen van) de nek; het hoofd |
| kōnichi-抗日 | anti-Japanse opstand; verzet tegen Japanse agressie (m.n. gewapende verzetsbeweging van het Chinese volk) |
| kononde-好んで | vrijwillig; uit eigen beweging; met plezier; bij voorkeur |
| kuikku・mōshon-クイック・モーション | snelle (werp)beweging |
| kyōgeki-挟撃 | aanval van twee flanken [kanten]; tangbeweging |
| mijirogi-身動ぎ | een lichte beweging (van het lichaam) |
| miugoki-身動き | lichaamsbeweging; kleine beweging van het lichaam |
| mōshon-モーション | beweging; gebaar |
| mōshon・sensā-モーション・センサー | bewegingssensor; bewegingsdetector |
| mōshon・torēsā-モーション・トレーサー | bewegingssensor; bewegingsdetector |
| mūbumento-ムーブメント | beweging; organisatie |
| mūbumento-ムーブメント | beweging; tempo; voortgang |
| myakudō-脈動 | pulserende beweging; pulsatie |
| narōdoniki-ナロードニキ | Russische revolutionaire beweging (uit de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw) |
| neguse-寝癖 | slaapgedrag; slaapgewoonte; veel bewegingen tijdens de slaap |
| norimonoyoi-乗り物酔い | bewegingsziekte; reisziekte |
| omotezukai-面使い | één van de bewegingen in Nō theater (het hoofd naar links en rechts draaien om om je heen te kijken) |
| remu-レム | rem (snelle beweging van de oogbollen tijdens de remslaap) |
| riakushon-リアクション | (mechanica) reactie; tegenbeweging |
| rōdōundō-労働運動 | arbeidersbeweging |
| rokkingu・mōshon-ロッキング・モーション | schommelende beweging; (honkbal) zwaaiende beweging van een pitcher met zijn arm en bovenlichaam bij het gooien van de bal |
| ryokkaundō-緑化運動 | campagne [promotiebeweging] voor vergroening |
| saientorojī-サイエントロジー | Scientology beweging [kerk] |
| seishi-静止 | stilstand; stagnatie; bewegingloosheid |
| seizen-西漸 | westwaartse beweging; het naar het westen gaan [trekken] |
| senkōundō-潜行運動 | ondergrondse beweging |
| seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
| shakaiundō-社会運動 | een sociale [maatschappelijke] beweging |
| shigusa-仕草 | gebaar; nonverbale communicatie; bewegingen en gezichtsuitdrukkingen (b.v. van acteurs) |
| shikkōshō-失行症 | apraxie (bewegingsstoornis) |
| shindō-振動 | vibratie; trilling; slingerbeweging |
| shindo-震度 | de intensiteit van een aardbevingsbeweging op een bepaald punt (volgens de seismische schaalverdeling in Japan uitgedrukt in de getallen 1 tot 7) |
| shinkōhōkō-進行方向 | rijrichting; beweging in een richting |
| shintai-進退 | beweging; vooruitgang; achteruitgang |
| shosa-所作 | beweging; manier van bewegen |
| shōsoku-消息 | beweging en rust; komen en gaan; eb en vloed |
| shubungu-シュブング | schwung; zwaai; draai; zwenking; ski-beweging |
| suiheidō-水平動 | horizontale beweging |
| sunappu-スナップ | snelle polsbeweging bij het gooien of slaan van een bal (honkbal, golf) |
| suraidingu-スライディング | sliding (bij sport: glijdende beweging over de grond met de benen vooruit) |
| suraido-スライド | het glijden; glijbeweging; schuiven |
| surō・mōshon-スロー・モーション | slowmotion; vertraagde beweging |
| suwarajiundō-スワラジ運動 | Swarāj, een Indiase onafhankelijkheidsbeweging |
| suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
| tachimawari-立ち回り | beweging; actie |
| tachitsukusu-立ち尽くす | stil (blijven) staan; bewegingloos staan |
| taisabaki-体捌き | (judo) draaiende beweging van het lichaam |
| teikubakku-テイクバック | (tennis) armbeweging naar achteren |
| temoto-手元 | handbeweging(en) |
| teodori-手踊り | een dans waarbij een aantal mensen tegelijk dezelfde bewegingen maken |
| tetsuki-手付き | handgebaar; handbeweging |
| tōbakuundō-倒幕運動 | beweging die streefde naar het omverwerpen van het shogunaat |
| tōshi-闘士 | vechter; strijder (b.v. in een oorlog of een maatschappelijke beweging) |
| tsuisuto-ツイスト | draai; wending; draaibeweging; kromming |
| uēbu-ウエーブ | golfbeweging; wave (van het publiek in stadions tijdens sportwedstrijden of concerten) |
| ugokasu-動かす | verplaatsen; in beweging zetten |
| ugoki-動き | beweging; activiteit |
| ūman・ribu-ウーマン・リブ | vrouwenbevrijdingsbeweging |(woman's liberation movement) |
| undō-運動 | lichaamsbeweging; (conditie)training; oefening(en) |
| undōenerugii-運動エネルギー | kinetische energie; bewegingsenergie |
| uumanribu-ウーマン・リブ | Vrouwenbevrijdingsbeweging; Vrouwenemancipatiebeweging |
| uumanribuundō-ウーマン・リブ運動 | Vrouwenbevrijdingsbeweging; Vrouwenemancipatiebeweging |
| wai・daburyū・shī・ē-ワイ・ダブリュー・シー・エー | Young Women’s Christian Association, een beweging die zich inzet voor leiderschap en rechten van vrouwen en meisjes |
| warekara-我から | uit eigen beweging; uit zichzelf |
| wareto-我と | op eigen initiatief; uit eigen beweging; uit zichzelf |
| yochi-余地 | (speel)ruimte (om iets te doen); bewegingsvrijheid |
| yokosuberi-横滑り | zijwaartse beweging [slip; schuiver]; zijslip (van auto, skiër, etc.) |
| yokuhōi-翼包囲 | tangbeweging; dubbele omvatting (militaire tactiek) |
| yutori-ゆとり | ruimte; bewegingsruimte; speelruimte; armslag |
| zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
| zenshin-前進 | vooruitgang; voorwaartse beweging; vordering; verbetering |
| zen'ei-前衛 | (binnen de revolutionaire beweging, e.d.) voorlopers; toonaangevende groep |
| zen'eitanka-前衛短歌 | avant-garde tanka (van een revolutionaire beweging in tanka-poëzie o.l.v Kunio Tsukamoto, in de vijftiger en zestiger jaren) |
| zetsesshon-ゼツェッション | Sezession of Secession, (een benaming voor verschillende kunstbewegingen aan het eind van de 19e eeuw) |