atara-可惜 | helaas; spijtig; betreurenswaardig |
fushōji-不祥事 | betreurenswaardig incident; vervelend voorval; schandaal |
hinikunotan-髀肉の嘆 | spijt over het verspillen van tijd; het betreuren van het niets doen |
ikan-遺憾 | teleurstelling; betreurenswaardig zijn |
kōkaisuru-後悔する | betreuren; berouwen; spijt hebben |
kuchioshii-口惜しい | ergerlijk; irritant; vervelend; spijtig; betreurenswaardig; jammerlijk |
kuiru-悔いる | betreuren; spijt [berouw] hebben (van) |
kuyamu-悔やむ | betreuren; spijt betuigen; spijt hebben |
nagekawashii-嘆かわしい | betreurenswaardig; triest; beklagenswaardig; ellendig |
nageku-嘆く | betreuren |
nasakenai-情けない | schandelijk; jammerlijk; betreurenswaardig |
oshii-惜しい | spijtig; betreurenswaardig; teleurstellend |