arekuruu-荒れ狂う | woedend zijn; razen; tekeer gaan |
atarichirasu-当たり散らす | (de eigen frustratie; woede) op anderen afreageren |
fundo-憤怒 | woede; toorn; razernij; wrok |
funman-憤懣 | woede; boosheid; nijd; wrevel; irritatie |
gekido-激怒 | woede; razernij |
gekifun-激憤 | heftige verontwaardiging [woede] |
gekihatsu-激発 | (woede)uitbarsting; vlaag van woede |
gekirin-逆鱗 | toorn [woede; gramschap] van een keizer [koning; hogere in rang] |
hassan-発散 | uiten; ventileren; lucht geven aan (woede, e.d.) |
ikari-怒り | woede; verontwaardiging; rancune; wrok |
ikaru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten; opspelen; (iem.) uitschelden |
ikidoori-憤り | woede; verontwaardiging |
ikidooru-憤る | woedend [razend; ontstemd; verontwaardigd] zijn; zich beledigd voelen |
jidandafumu-地団駄踏む | uit woede [frustratie] hard op de grond stampen |
kanshaku-癇癪 | kwaadheid; slecht humeur; geïrriteerdheid; woede-uitbarsting |
kidoairaku-喜怒哀楽 | de 4 menselijke emoties: vreugde, woede, verdriet en plezier |
mōi-猛威 | woestheid; woede; heftigheid; geweld; enorme kracht |
mukappara-向かっ腹 | woede; passie; razernij |
niyasu-煮やす | (fig.) koken van binnen; koken van woede |
okoru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten |
punpun-ぷんぷん | (onomatopee) geagiteerd; woedend; verontwaardigd |
rippuku-立腹 | woede; boosheid |
sakkidatsu-殺気立つ | bloeddorstig [razend; woedend] worden |
tsuno-角 | jaloersheid; wrok; woede |