| bensai-弁才 | welsprekendheid; welbespraaktheid; eloquentie |
| benten-弁天 | Benten (= Benzaiten), godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit; 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie) |
| benzaiten-弁財天 | Benzaiten, godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| benzetsu-弁舌 | welsprekendheid; welbespraaktheid |
| erokyūshon-エロキューション | spreekkunst; welsprekendheid; voordrachtskunst; redekunst |
| kuchibeta-口下手 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
| kuchibuchōhō-口不調法 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
| kuchihatchō-口八丁 | welsprekendheid; welbespraaktheid |
| nōben-能弁 | welsprekendheid; welbespraaktheid; het vlot [vloeiend] spreken |
| tōtō-滔滔 | welsprekend zijn |
| yūben-雄弁 | welbespraaktheid; welsprekendheid |