Kruisverwijzing
vluchten
lemma | meaning |
---|---|
atenige-当て逃げ | het doorrijden [wegvluchten] na een aanrijding te hebben veroorzaakt |
bōmeisuru-亡命する | zijn land ontvluchten; asiel zoeken; in ballingschap gaan; een (politieke) vluchteling worden; emigreren (om politieke redenen) |
dassōsuru-脱走する | deserteren; ontsnappen; vluchten |
habukūkō-ハブ空港 | hub luchthaven (centraal vliegveld waar men overstapt op andere vluchten) |
hashiru-走る | (samen) ervandoor gaan; wegvluchten; de benen nemen; van huis weglopen |
hashiru-走る | vluchten; op de vlucht slaan |
hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
karaabooru-カラーボール | kleurende (met verf gevulde) bal om naar een vluchtende dief of overvaller te gooien |
karinige-借り逃げ | het vluchten [ervandoor gaan] met achterlating van schuld(en) |
miyakoochi-都落ち | de hoofdstad (Tokio) verlaten [ontvluchten]; overgeplaatst worden van Tokio naar de provincie [naar een plek buiten de hoofdstad] |
nigeashi-逃げ足 | het snel wegrennen; te voet wegvluchten [ontsnappen] |
nigedasu-逃げ出す | wegvluchten; ontsnappen (uit) |
nigejitaku-逃げ支度 | zich klaarmaken om te vluchten |
nigekakure-逃げ隠れ | het vluchten [weglopen] en zich verbergen |
nigemawaru-逃げ回る | op de vlucht zijn; (ont)vluchten; wegrennen; ontwijken |
nigeru-逃げる | ontsnappen; vluchten; wegrennen; ontwijken |
nogareru-逃れる | ontsnappen; (ont)vluchten; ontwijken; vermijden; ontlopen |
nukeru-抜ける | verlaten; opgeven; terugtrekken; ontvluchten |
ochiyuku-落ち行く | wegvluchten (van een strijdperk, slagveld, etc.) |
tōbōsuru-逃亡する | vluchten; ontsnappen |
ton-遁 | (in kanji combinaties) vluchten; ontsnappen; ontwijken; vermijden |
tōsōsuru-逃走する | vluchten; ontsnappen; wegrennen |
ukiashidatsu-浮き足立つ | klaar staan om te vluchten [weg te rennen]; onrustig worden; wankelen |
ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
zurakaru-ずらかる | weglopen; vluchten; ontsnappen |