en'en-炎炎 | vurig [vlammend; brandend] zijn; in vlammen [brand] staan |
giragira-ぎらぎら | vlammend; verblindend; verzengend |
hidaruma-火達磨 | vuurbal; vlammenzee |
honoo-炎 | vlam; vuur; vuurzee; vlammenzee |
inferuno-インフェルノ | hel; inferno; vlammenzee |
kachū-火中 | in het vuur; in de vlammen |
kaen-火炎 | vlammen; brand; vuurzee |
kaenhōshaki-火炎放射器 | vlammenwerper |
kaenkenshutsuki-火炎検出器 | vlammen detector |
kasei-火勢 | de kracht van vlammen [vuur] |
moeageru-燃え上がる | ontvlammen; in de brand vliegen; in vlammen opgaan |
moraibisuru-貰い火する | overslaan van vlammen; verspreiden van vuur |
sainen-再燃 | het opvlammen; terugkomen; zich opnieuw voordoen; verergering (van ziektesymptomen) |
shinka-神火 | heilige vlammen; heilig vuur |
tobihi-飛び火 | rondvliegende vonken [vlammen]; zich verspreidend [overspringend] vuur |
yakenokoru-焼け残る | ontsnappen aan de vlammen [het vuur]; onverbrand blijven |
yakeochiru-焼け落ちる | (totaal) afgebrand zijn; tot de grond toe afgebrand zijn; in vlammen tenondergaan |