bekwaamheid / be-kwaam-heid ( de (v) | znw | bekwaamheden )
1有能
Zie ook: competentie
Zie ook antoniem: onbekwaamheid
Kruisverwijzing
bekwaamheid
lemma | meaning |
---|---|
abiriti-アビリティ | bekwaamheid; vermogen |
bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
bonsai-凡才 | middelmatigheid; matige vaardigheid [bekwaamheid] |
bukiryō-不器量 | onbekwaamheid; incompetentie |
bukitcho-不器用 | onhandigheid; onbekwaamheid; stunteligheid; tactloosheid |
bukiyō-不器用 | onbekwaamheid; onhandigheid |
chikaradameshi-力試し | test van fysieke kracht [vaardigheden]; proeve van bekwaamheid |
deki-出来 | vakmanschap; bekwaamheid; goede uitvoering [afwerking] |
dōkō-同工 | dezelfde vakmanschap [bekwaamheid] |
egokoro-絵心 | talent voor [bekwaamheid in] schilderen; verstand van [interesse in] schilderkunst [schilderijen] |
fusai-不才 | onbekwaamheid; incompetentie; gebrek aan talent |
gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
gijutsu-技術 | vakmanschap; een kunst; techniek; bekwaamheid; vaardigheid; kundigheid |
giryō-技量 | vaardigheid; bekwaamheid; vermogen |
heta-下手 | onbekwaamheid; onhandigheid; ondeskundigheid |
jitsugi-実技 | praktische bekwaamheid [vaardigheid] |
jōzu-上手 | bekwaamheid; expertise |
jukuren-熟練 | vakkundigheid; bekwaamheid |
jukutatsu-熟達 | hoog ontwikkelde vakkundigheid; bekwaamheid |
jutsu-術 | een kunst; een techniek; operatie; een bekwaamheid; een vaardigheid; een kundigheid |
kiyō-器用 | bekwaamheid; handigheid |
kokoroe-心得 | kennis; begrip; bekwaamheid |
kōsha-巧者 | vakkundigheid; vaardigheid; bekwaamheid; slimheid |
kyapashitī-キャパシティー | capaciteit; hoeveelheid; bekwaamheid; vaardigheid; vermogen |
munō-無能 | onbekwaamheid; incompetentie |
munōryoku-無能力 | incompetentie; onbekwaamheid; onvermogen |
musai-無才 | onbekwaamheid; gebrek aan talent [kennis] |
neru-練る | kennis [bekwaamheid] verbeteren door oefenen [trainen] |
ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
nō-能 | talent; vaardigheid; bekwaamheid; gave |
nōhi-能否 | competentie en incompetentie; bekwaamheid en onbekwaamheid |
nōryoku-能力 | vaardigheid; bekwaamheid; competentie; vermogen; capaciteit |
nōsai-能才 | vermogen; bekwaamheid; vakkundigheid |
otemae-お手前 | bekwaamheid; talent; vakmanschap |
renjuku-練熟 | bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; behendigheid; ervaring |
saikan-才幹 | vermogen; bekwaamheid; talent; geschiktheid |
saiwan-才腕 | vaardigheid; bekwaamheid; talent |
seinō-性能 | efficiëntie; bekwaamheid; capaciteit; prestatie |
shuren-手練 | vaardigheid; bekwaamheid |
shūtoku-習得 | scholing; het verkrijgen van kennis [bekwaamheid] |
shūtokusuru-習得する | onder de knie krijgen; aanleren; kennis [bekwaamheid] verwerven |
shuwan-手腕 | talent; gave; bekwaamheid; vaardigheid |
sukiru-スキル | vaardigheid; bekwaamheid |
takumi-匠 | handvaardigheid; (vak)bekwaamheid |
tassha-達者 | ervaring; vakmanschap; bekwaamheid; meesterschap |
tegiwa-手際 | (goede) uitvoering; vakmanschap; bekwaamheid |
tekagen-手加減 | op basis van ervaring dingen (kunnen) doen; bekwaamheid |
tekiki-手利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
tekisei-適性 | geschiktheid; bekwaamheid |
tekiseikensa-適性検査 | onderzoek [test] naar geschiktheid; proeve van bekwaamheid |
tekkaku-適格 | geschiktheid; bekwaamheid; competentie |
tenami-手並み | optreden; bekwaamheid; kundigheid |
tenouchi-手の内 | bekwaamheid; kundigheid |
tsūtatsu-通達 | vakkundigheid; bekwaamheid; veel kennis [begrip] hebben |
ude-腕 | bekwaamheid; vaardigheid |
udekiki-腕利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
udemae-腕前 | bekwaamheid; vaardigheid |
umami-旨み | kennis; bekwaamheid; smaak (van kunst, etc.); winst |
utsuwa-器 | bekwaamheid; gave; aanleg; talent; vaardigheid; geschiktheid |
wan-腕 | (in kanji combinaties) arm; bekwaamheid |
yūnō-有能 | competentie; bekwaamheid |