akugyakumudō-悪逆無道 | gruweldaad; verraad |
gyakushin-逆心 | verraad; daad van ontrouw; verraderlijk gedrag |
hai-背 | (in kanji combinaties) rug; achterkant; achteren; tegenstand; opstand; verraad |
jungyaku-順逆 | gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid; loyaliteit en verraad |
kokujihan-国事犯 | landverraad; (politiek) misdrijf tegen de staat |
menjūfukuhai-面従腹背 | stiekem verraad; een judaskus; een dolksteek in de rug |
mikkoku-密告 | een anonieme tip; verraad |
muhon-謀反 | rebellie; opstand; verraad |
naiō-内応 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
naitsū-内通 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
uragiri-裏切り | verraad; ontrouw; bedrog |