baikan-陪観 | het bekijken [bijwonen] van iets met een meerdere [een superieur]; aanwezigheid (bij een keizerlijk bloemenfeest) |
baikansuru-陪観する | iets bekijken [bijwonen] met een meerdere [een superieur]; (een keizerlijk bloemenfeest) bijwonen |
byūā-ビューアー | viewer (voor het bekijken van dia's) |
fukansuru-俯瞰する | overzien; van bovenaf bekijken |
gyōshisuru-凝視する | staren; turen; nauwkeurig bekijken |
haikan-拝観 | bezichtiging; bezoek; het (respectvol) bekijken [aanschouwen] |
haikensuru-拝見する | zien; kijken naar; bekijken |
jaken-邪見 | slechte [verkeerde] manier van bekijken [denken] |
jirojiro-じろじろ | (onomatopee) starend; nauwkeurig bekijkend |
kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
kangaenaosu-考え直す | heroverwegen; opnieuw bekijken; van gedachten veranderen |
kanran-観覧 | bezichtiging; bezoek; het gaan bekijken; toeschouwen |
maikurorīdā-マイクロリーダー | microreader (projectieapparaat voor het bekijken van microfilms of microkaarten) |
miiru-見入る | bekijken; kijken [staren; turen] naar; gadeslaan; observeren |
mikuraberu-見比べる | (dingen bekijken en) met elkaar vergelijken; |
mimono-見物 | bezoek; het bekijken; toekijken; beschouwen; bijwonen |
mimonosuru-見物する | bezoeken; bekijken; toekijken; beschouwen; bijwonen |
minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
miru-見る | bekijken; gadeslaan; nakijken |
nozoku-覗く | een glimp opvangen (van); vluchtig bekijken |
rekiran-歴覧 | het (dingen) een voor een (de een na de ander) bekijken [onderzoeken] |
shichō-視聴 | het beluisteren en bekijken (film, video, e.d.) |
wotchi-ウオッチ | uitkijken; bekijken |
wotchingu-ウオッチング | het bekijken; toekijken; de wacht houden |