fukyū-不朽 | onsterfelijkheid; onvergankelijkheid |
hakanai-儚い | vluchtig; kortstondig; vergankelijk; van voorbijgaande aard; tijdelijk |
jidōshi-自動詞 | intransitief werkwoord; onovergankelijk werkwoord |
karinoyo-仮の世 | de vergankelijke [vluchtige] wereld |
mujō-無常 | veranderlijkheid; onzekerheid; vergankelijkheid |
romei-露命 | het vergankelijke leven |
shogyōmujō-諸行無常 | (boeddh.) de vergankelijkheid van alles (in de schepping); alle wereldse [aardse] dingen zijn vergankelijk |
tadōshi-他動詞 | transitief werkwoord; overgankelijk werkwoord |
ukiyo-浮き世 | deze vergankelijke wereld (waarin wij leven); het vergankelijke [voorbijgaande; mondaine] leven |
wabisabi-侘寂 | wabisabi, een Japans esthetisch concept waarin de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie centraal staat |