banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
hazu-筈 | zou moeten [behoren]; moeten |
ichimon-一門 | (behorend tot) dezelfde boeddhistische orde [school; sekte] |
ichimon-一門 | (behorend tot) een (zelfde) familie [clan] |
ietsuki-家付き | een eigen huis hebben; aan een huis verbonden zijn; bij een huis behorend; bij een familie intrekken |
ikenai-いけない | niet mogen; niet kunnen; niet moeten; niet behoren te |
kokuyūrin-国有林 | staatsbos; aan de staat behorend bos |
kuraidaore-位倒れ | de situatie waarin iem. wel een hoge positie bezit, maar zonder de daarbij behorende inkomsten |
kyanpasu-キャンパス | campus (bij universiteit of hogeschool behorend terrein en gebouwen) |
nagare-流れ | familielijn; afstamming; (het behoren tot) een school [richting] |
pigumī-ピグミー | pygmee (persoon behorend tot de dwergvolken in Afrika en Nieuw-Guinea) |
ratenkei-ラテン系 | behorend tot Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
ressuru-列する | behoren bij; in een bepaalde positie zijn |
senzoku-専属 | exclusiviteit; exclusief behorend bij |
soto-外 | behorend tot een andere groep [familie] |
surikogi-擂り粉木 | houten stamper (behorend bij vijzel) |
toshimawari-年回り | geluk behorend bij een bepaalde leeftijd (er wordt gezegd dat de ongeluksleeftijd bij mannen 42 is en bij vrouwen 33) |
tsuin-ツイン | tegenhanger; bijbehorend deel |
tsuridōgu-釣り道具 | vistuig; visgerei; vishengel en toebehoren |
tsurigu-釣り具 | vistuig; visgerei; vishengel en toebehoren |