chōkaku-弔客 | iemand die een begrafenis bijwoont; iemand die komt condoleren |
dōshi-導師 | dienstdoende priester [monnik] (m.n. tijdens een begrafenis) |
gyakuen-逆縁 | een oudere die begrafenisdienst voor een jong familielid leidt |
honsō-本葬 | officiële begrafenis- of crematieplechtigheid |
indō-引導 | boeddhistisch dodengebed; woorden bij boeddhistisch begrafenis ritueel |
kadobi-門火 | vuur dat brand bij de ingang van huizen tijdens het Bon festival, bij begrafenissen of huwelijken |
kaisō-会葬 | het bijwonen van een begrafenis |
kaisō-改葬 | herbegrafenis |
kaisōsuru-会葬する | een begrafenis bijwonen |
kamibana-紙花 | papieren bloem (vaak gebruikt bij begrafenissen) |
kankonsōsai-冠婚葬祭 | belangrijke ceremoniële gelegenheden in het leven (zoals bruiloften, begrafenissen en andere rituelen) |
kasō-仮葬 | provisorische begrafenis- of crematieplechtigheid |
kōden-香典 | geschenk bij condoleance op een begrafenis (meestal geld); begrafenisoffer |
kokusō-国葬 | staatsbegrafenis |
kujiramaku-鯨幕 | (lett. walvisgordijn) een gordijn met brede, verticale zwart-witte strepen gebruikt bij begrafenisplechtigheden |
kyōkatabira-経帷子 | witte lijkwade (kimono, met soetra's erop geschreven) van een overledene (bij een boeddhistische begrafenis) |
maisō-埋葬 | begrafenis; teraardebestelling |
sōgi-葬儀 | begrafenis(ritueel); uitvaartplechtigheid; afscheid (van een overledene) |
sōretsu-葬列 | begrafenisstoet; uitvaartstoet |
sōshiki-葬式 | begrafenis; teraardebestelling; uitvaart; begrafenisplechtigheid |
suisō-水葬 | begrafenis op zee |
tairei-大礼 | een belangrijke ceremonie (zoals huwelijk, begrafenis, etc.) |
taisō-大葬 | keizerlijke begrafenis(dienst) |
tamaya-霊屋 | ruimte waar een overledene tijdelijk ligt opgebaard tot de begrafenis |
tomobiki-友引 | een dag (in de zesdaagse cyclus) waarop iemands geluk dat van zijn vrienden beïnvloedt (daarom gunstig voor bruiloften, maar niet voor begrafenissen) |
yukan-湯灌 | lijkwassing; het wassen van het lichaam van een overledene (voor de begrafenis) |