strijden / strij-den ( ww. )
1戦う; 戦闘する; 闘争する [vechten]
2試合をする; 対戦する [wedijveren]
Kruisverwijzing
strijden
| lemma | meaning |
|---|---|
| arasou-争う | bestrijden; betwisten |
| arasou-争う | strijden; vechten; wedijveren; ruzie maken |
| bante-番手 | teller voor de startvolgorde bij wedstrijden |
| batten-罰点 | (wedstrijden, e.d.) afgetrokken punt; punt in mindering gebracht |
| chiagāru-チアガール | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
| chiarīdā-チアリーダー | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
| chinpei-鎮兵 | soldaten die worden uitgezonden om lokale conflicten te bestrijden |
| chūkyori-中距離 | middellange afstand (wedstrijden) |
| daburuheddā-ダブルヘッダー | (honkbal) twee wedstrijden na elkaar tegen dezelfde tegenstander |
| entorī-エントリー | registratie; inschrijving (voor deelname aan sportwedstrijden, e.d.) |
| entorī・shīto-エントリー・シート | registratieformulier; inschrijvingsformulier (voor sportwedstrijden, e.d.) |
| genpei-源平 | twee elkaar bestrijdende partijen |
| ierō・kādo-イエロー・カード | (in sportwedstrijden) gele kaart |
| intāhai-インターハイ | sportwedstrijden tussen middelbare scholen |
| kabadi-カバディ | (Hindi: kabaḍḍī) kabaddi, een nationale sport in India (waarbij 2 teams van 7 spelers tegen elkaar strijden) |
| kanteki-監的 | (bij schietwedstrijden) dicht bij het doel [de schietschijf] staan en kijken of er raak geschoten is |
| katen-加点 | de optelling en notering van scores en punten van testen, examens, wedstrijden, etc. |
| kirimusubu-切り結ぶ | duelleren; de degens kruisen (met); strijden |
| kisou-競う | wedijveren; strijden (om een titel, trofee, etc.) |
| kubihiki-首引き | het met elkaar wedijveren [strijden] |
| kyappusū-キャップ数 | aantal interlandwedstrijden (Eng.: caps) van een speler |
| kyōsōsuru-競争する | wedijveren; strijden; concurreren |
| masu-升 | zitplaats (bij sumo wedstrijden) |
| mukaibi-向かい火 | vuur dat wordt aangestoken om bosbranden te bestrijden |
| otokodate-男伊達 | het opkomen [strijden] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| purēofu-プレーオフ | een serie wedstrijden om het kampioenschap |
| rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
| sadon・desu-サドン・デス | (bij sportwedstrijden) verlenging bij gelijke eindstand tot er door een van beiden partijen wordt gescoord |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
| seiseidōdō-正正堂堂 | een eerlijk gevecht; met open vizier strijden |
| sekkō-拙攻 | slecht opgezette [voorbereidde] aanval; zwak offensief (bij sportwedstrijden) |
| senseki-戦績 | resultaten [uitslagen] van wedstrijden |
| seriau-競り合う | concurreren [wedijveren; strijden] met |
| setto-セット | set (in sportwedstrijden) |
| shōbō-消防 | het blussen van branden; de brand bestrijden |
| shokkiri-初っ切り | komische act van sumoworstelaars van lagere rang (bij demonstratiewedstrijden) |
| sutātā-スターター | starter (persoon die het startsein geeft, bij sportwedstrijden) |
| tachiuchisuru-太刀打ちする | duelleren; de degens kruisen (met); strijden; vechten |
| tagu・matchi-タグ・マッチ | professionele worstelwedstrijden van tagteams |
| tekitaisuru-敵対する | vijandig staan (tegenover); strijden; vechten |
| tōbyōsuru-闘病する | strijden [vechten] tegen een ziekte |
| toriau-取り合う | concurreren; strijden |
| torikumu-取り組む | worstelen (met een tegenstander); strijden |
| ubaiau-奪い合う | onderling strijden [vechten; worstelen] om iets te veroveren [grijpen] (b.v. de vlag van een ander team) |
| uēbu-ウエーブ | golfbeweging; wave (van het publiek in stadions tijdens sportwedstrijden of concerten) |
| wairudo・kādo-ワイルド・カード | (bij sportwedstrijden) wildcard |
| wari-割り | een sumo partij; programma van sumo wedstrijden |
| yariau-遣り合う | wedijveren; strijden; vechten; ruziën (met) |
| zenpai-全敗 | totale nederlaag; alle wedstrijden verliezen |
| zenshō-全勝 | alle wedstrijden gewonnen hebben; het behalen van een volledige overwinning zonder verliespunten |