chokushanikkō-直射日光 | direct zonlicht [zonnestralen] |
guroria-グロリア | gloria; glorie; stralenkrans |
haro-ハロ | stralenkrans; nimbus; aureool (op schilderijen van heiligen) |
harō-ハロー | stralenkrans; nimbus; aureool (op schilderijen van heiligen) |
hassuru-発する | uitstoten; uitstralen; uitzenden; ontladen; uitgeven; uitlaten |
hizashi-日差し | zonlicht; zonnestralen |
hizashi-陽射し | zonlicht; zonnestralen |
hogaraka-朗らか | vrolijk; opgewekt; stralend; schitterend |
ikishōten-意気衝天 | opperbeste stemming; stralend humeur; groot enthousiasme |
kishokumanmen-喜色満面 | stralen van geluk; er stralend [gelukkig] uitzien |
kōhai-光背 | nimbus; aura; aureool; stralenkrans; heiligenkrans |
mabayui-目映い | schitterend; stralend; oogverblindend |
mabushii-眩しい | fel (van licht); verblindend; schitterend; stralend; glanzend |
nikoyaka-にこやか | glimlachend [glunderend; stralend; joviaal; vrolijk] zijn |
nissha-日射 | zonnestraling; insolatie; blootstellen aan zonnestralen |
nissharyō-日射量 | hoeveelheid zonnestraling; insolatie; blootstellen aan zonnestralen |
parusā-パルサー | pulsar (een hemellichaam dat regelmatig pulsen van radiogolven en röntgenstralen uitzendt) |
rentogensen-レントゲン線 | röntgenstralen; röntgenstraling |
sansan-燦燦 | stralend [helder] zijn |
shashutsu-射出 | het afschieten (van een pijl, kogel, e.d); (uit)spuiten; uitstralen |
shigaisen-紫外線 | ultraviolette straal [stralen] |
shiranui-不知火 | bioluminescentie, het uitstralen van licht door organismen in zee |
shōsha-照射 | bestraling; irradiatie; blootstelling (aan stralen) |
shōshasuru-照射する | bestralen |
shūkō-集光 | (natuurkunde) condensatie; concentratie [focus] (van lichtstralen) |
taiyōkōsen-太陽光線 | zonnestralen |