akushū-悪臭 | vieze geur; stank |
fushū-腐臭 | rottingsgeur; stank |
gasu・tanku-ガス・タンク | gastank; gashouder; gasreservoir; gasmeter |
ishū-異臭 | stank; walgelijke [onaangename] geur |
jukushikusai-熟柿臭い | (verschaalde) dranklucht; alcohollucht (lett. de stank van een rijpe kakivrucht) |
namagusa-生臭 | vislucht; de stank van vis of vlees |
namagusai-生臭い | de geur [stank] van rauwe vis of vlees [bloed] |
nioi-匂い | geur; stank; aroma |
sakaurami-逆恨み | wrok; rancune; stank voor dank |
shishū-死臭 | de stank [doordringende geur] van een lijk [dood lichaam] |
shūki-臭気 | stank; vieze geur |
shuki-酒気 | geur [stank] van alcohol |
torappu-トラップ | sifon; stankafsluiter (in leidingen) |