Kruisverwijzing
smaak
lemma | meaning |
---|---|
aji-味 | smaak |
ajinomoto-味の素 | Ajinomoto, merknaam voor de smaakversterker MSG (monosodium glutamaat) |
ajitsuke-味付け | gekruid; met toevoeging van smaakmakers |
ajiwai-味わい | smaak |
aku-灰汁 | een scherpe [bittere] smaak |
akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
akushumi-悪趣味 | slechte [goedkope] smaak; wansmaak |
amai-甘い | zoet (van smaak) |
amakarai-甘辛い | zout en zoet (van smaak); bitterzoet |
amami-甘み | zoetheid; zoete smaak |
amattarui-甘ったるい | te zoet (van smaak) |
anbai-塩梅 | smaak |
anbai-塩梅 | (lett. zout en pruimazijn) smaakmaker |
atoaji-後味 | nasmaak (fig.); slecht gevoel achteraf |
atoaji-後味 | nasmaak |
atokuchi-後口 | nasmaak |
botsushumi-没趣味 | smakeloosheid; gebrek aan smaak [manieren]; vulgair [alledaags] zijn |
chami-茶味 | de smaak van vers gezette groene thee |
chōmiryō-調味料 | smaakstof; kruiderij; condiment |
dōkō-同好 | dezelfde voorkeur [smaak; hobby] |
enritchi-エンリッチ | de smaak [kwaliteit; voedingswaarde] (van voedsel) verhogen |
fugu-不具 | (lichamelijke) afwijking; handicap; misvorming; mismaaktheid |
fumi-不味 | niet lekker (van smaak) |
fūmi-風味 | smaak; aroma |
fuzei-風情 | elegantie; (verfijnde) smaak |
gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
gomashio-胡麻塩 | een smaakmaker uit de Japanse keuken gemaakt van fijngemalen sesamzaad en een kleine hoeveelheid zout |
goshin-五辛 | de 5 soorten groenten met een sterke smaak (knoflook, ui, lenteuitjes, prei en bieslook) |
gyomi-魚味 | vissmaak; de smaak van vis |
gyomi-魚味 | (afk. voor) Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
gyominoiwai-魚味の祝い | Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
haisensu-ハイセンス | goede smaak; verfijnd gevoel |
hinkaku-品格 | waardigheid; goede smaak; elegantie |
ichimi-一味 | een bepaalde smaak; een bepaald (medicijn) ingrediënt |
jūnintoiro-十人十色 | (spreekwoord) zoveel hoofden zoveel zinnen; smaken verschillen; over smaak valt niet te twisten |
kagakuchōmiryō-化学調味料 | smaakversterker (zoals b.v. MSG, monosodium glutamaat) |
kanake-金気 | metaalsmaak; metaalachtige smaak |
kanakusai-金臭い | metaalachtige geur [smaak] |
kanbi-甘美 | zoet (van smaak) zijn |
kanmi-甘味 | zoetheid; zoete smaak |
karai-辛い | (smaak) pittig; kruidig; scherp; zoutig |
kitsui-きつい | sterk; scherp (van smaak, geur, etc.) |
koi-濃い | dik (vloeistof); donker; diep (van kleur); sterk (van smaak) |
koime-濃いめ | sterk (van smaak); diep [donker] (van kleur) zijn |
kokunoaru-酷のある | rijke [volle; robuuste] smaak (van wijn, e.d.) |
kōmi-香味 | geur [aroma] en smaak |
kōryō-香料 | smaakstof; geurstof |
kuchi-口 | smaak |
kuchiatari-口当たり | mondgevoel; smaak |
kuchinaoshi-口直し | iets eten of drinken om de vieze (na) smaak uit de mond te krijgen |
kuchinarashi-口慣らし | het wennen aan [aanleren van] een bepaalde smaak |
kuchizawari-口触り | gevoel in de mond [op de tong]; smaak |
kumi-苦味 | bittere smaak |
mattari-まったり | (van smaak) vol; rijk |
mikaku-味覚 | een fijne [scherpe] smaak hebben; (verschillende smaken) goed kunnen proeven |
mikaku-味覚 | smaak (zintuig); smaakvermogen |
mikakushōgai-味覚障害 | smaakstoornis (dysgeusie) |
mochiaji-持ち味 | karakteristieke [natuurlijke; bijzondere] smaak |
nitsukeru-煮付ける | (groente en vis) goed (laten) doorkoken (in bouillon of sojasaus, zodat de smaak er goed intrekt) |
nōkō-濃厚 | sterk zijn (van geur; aroma; smaak); diep zijn (van kleur); dik zijn (van vloeistof) |
nōmitsu-濃密 | volheid; diepte (van smaak, b.v.); gedetailleerdheid |
ojiya-おじや | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
okuyukashii-奥ゆかしい | mooi; gracieus; elegant; smaakvol; verfijnd; bescheiden; teruggetrokken |
sakashio-酒塩 | sake als smaakmaker in gerechten; keukensake |
sanmi-酸味 | zure smaak; zuurheid |
sensu-センス | (goede) smaak; gevoel (voor) |
setsuaku-拙悪 | inferioriteit lage [slechte] kwaliteit; slechte situatie [smaak] |
shibui-渋い | bitter; scherp (van smaak) |
shioke-塩気 | zoute [zoutige] smaak |
shitsukoi-しつこい | zwaar (van voedsel); schreeuwerig (van kleur); rijk (van smaak) |
suppai-酸っぱい | zuur (van smaak) |
tenka-添加 | toevoeging (aan een substantie, ter verbetering van kwaliteit of smaak) |
tsuku-漬く | gekruid [op smaak gebracht] zijn |
umami-旨み | umami, de 5de smaak (naast zoet, zuur, zout en bitter) |
umami-旨み | kennis; bekwaamheid; smaak (van kunst, etc.); winst |
umami-旨み | goede [heerlijke; lekkere] smaak (van voedsel) |
umamichōmiryō-うま味調味料 | smaakversterker (zoals b.v. MSG, monosodium glutamaat) |
usuaji-薄味 | licht gekruid; milde smaak |
usukuchi-薄口 | zachte smaak; licht op smaak gebracht |
yakumi-薬味 | kruiden; specerijen; smaakmakers |
yoin-余韻 | nasmaak; nawerking |
zokuppoi-俗っぽい | vulgair; van slechte smaak; niet verfijnd |
zokushū-俗臭 | vulgariteit; aardsheid; slechte smaak |
zōsui-雑炊 | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |