痴 chi comp.
1 (in kanji combinaties) onwetendheid; stom; dwaas; geobsedeerd zijn (door lust, begeerte. e.d.)
愚痴
(ongegronde) klacht; gezeur; gemopper
(ongegronde) klacht; gezeur; gemopper
書痴
boekengek; boekenwurm
boekengek; boekenwurm
痴漢
aanrander; perverse [handtastelijke] man
aanrander; perverse [handtastelijke] man
Zie ook: 烏滸(おこ)