前門 zenmon
1 voorpoort
Spreekwoord(en)/gezegde(s)
前門の虎、後門の狼
Tussen twee vuren zitten; Tussen twee kwaden moeten kiezen. (lett. een tijger aan de voorpoort, een wolf aan de achterpoort)
Tussen twee vuren zitten; Tussen twee kwaden moeten kiezen. (lett. een tijger aan de voorpoort, een wolf aan de achterpoort)
Zie ook antoniem: 後門(こうもん)