悠悠ゆうゆう(悠々) yūyū
1 rustig [kalm; op het gemak; langzaam; ontspannen] zijn
彼は悠悠と川辺を歩いていた。
Hij wandelde rustig langs de rivier.
悠悠たる態度
een ontspannen houding
2 ver weg [weids en eindeloos] zijn
悠悠たる歴史の流れを感じる
de eindeloze stroom van de geschiedenis voelen
3 ruim [voldoende] zijn